houvast
De Leerling - Tovenaar

Een overdenking over de eigenwijsheid van mensen...


De Leerling-Tovenaar

Het Leven keek toe en huiverde
toen de zesde dag aanbrak
en God de moordenaar van de natuur gestalte gaf.

Het monster had twee plus duizend ogen
en een brein van ongemeten kracht
geroepen om te rechten wat eens Gods spoor verlaten had.

Hoe zoet is het te heersen over anderen,
zoeter moest het zijn alleen te heersen over Al,
zelf God te zijn en de Schepper te herleiden tot vazal.

Waanzin dicht de ogen en noodt de ondergang
herleidt wat eeuwig goed was tot oneindig kwaad
en trekt sporen van vernieling over ‘s mensen lieve aard’

God, sterker dan wat slechts een deeltje naar hem is
slaat heimelijk ga de nar en lacht
bij ‘t zien hoe de knoeiergod in zijn eigen vallen trapt.

auteur onbekend