HV udder

Tranen om Bella

Over genetische manipulatie in de veehouderij.
Over de positie van mens en dier.

Tranen om Bella
een verhaal over genetische manipulatie

inzending

We staan aan de rand van een klein bosje van lage zich vertakkende bomen. We zouden in Engeland kunnen zijn, want de omgeving voelt bekend aan, maar als het Engeland is, dan is het een volkomen veranderd Engeland. Kennelijk is dit een veehouderij. We staan in de buurt van de melkstal en ongezien gaan de Herder en ik de grote ruimte binnen. Het is vreselijk.
 
Ik kijk naar de Herder wat hij er van vindt, maar als hij al enigerlei afkeer voelt is dat van zijn welwillende gelaatstrekken niet af te lezen. Ik kijk naar de koeien, als ik ze zo mag noemen, en huiver van weerzin. De koeien zijn niet meer dan “een biologische eenheid” aan een enorme melkende en voedende machine die het leven in stand moet houden.
De koeien zien er grotesk uit. Ze hebben allemaal een kop, een bek, een romp, en een afzichtelijk grote uier, maar ze hebben geen oren, ogen en poten.
Elk ongelukkig, verdrietig dier is ondergebracht in een grote contai-ner die is aangesloten op de machine. Vloeibaar voedsel wordt toegediend via buizen en slangen, terwijl de melk die ze produceren voortdurend wordt afgetapt uit één centrale tepel in de uier.
 
Met een diepe weerzin kijk ik de Herder aan. "Is dit echt?" breng ik uit. "Dit is een wantoestand, walgelijk."
 
Met een droef gezicht trekt de Herder de schouders op. "In deze realiteit wordt het beschouwd als de meest ideale manier om melk te produceren. Ja, het is wel degelijk echt."
 
Ik herinner me een eerder visoen waarbij ik reuzen en hun gruwelijke genetische experimenten te zien kreeg, en ik besef dat het arrogante verlangen om de natuur te mani-puleren en te onderwerpen nog steeds leeft onder deze toekomstige mensen. Er wordt zelfs een heel nieuwe uiting aan gegeven. Ik huiver als ik er aan denk waar het de reuzen tenslotte heeft gebracht.
 
"Hoe kun je dit toelaten", vraag ik verontwaardigd, "dit is stuitend, de diepst mogelijke vernedering van een dier, en het is gevaarlijk." 
Hij kijkt me uitdrukkingsloos aan. Michael, dit is een keuze. De boeren die betrokken zijn om deze methode om melk te produceren, hebben hiervoor uitdrukkelijk gekozen. De mensen die de melk drinken hebben hiervoor onbewust gekozen. Maar zelfs in deze realiteit zijn er mensen die zich er tegen verzetten."
 
Nog voordat hij is uitgesproken lopen een paar jongemannen in witte steriele overalls op ons af, verwikkeld in een ernstig gesprek. Vlak bij ons staan ze stil om naar een van de arme misvormde koeien te kijken. Na een poosje stapt een van de mannen op de koe af en drukt een klein instrument dat er uitziet als een pen tegen de zijkant van de kop van de koe. Er volgt een scherp sissend geluid, de koe rilt en verslapt.
De twee mannen koppelen onmiddellijk de koe af en rijden de container naar de oprit, zodat het karkas gedumpt kan worden in een wagen-tje dat komt aanrollen. Even later arriveert een tweede wagentje en wordt een andere, iets kleinere koe op de machine aangesloten. het hele proces neemt misschien tien minuten in beslag.
 
De Herder en ik volgen het wagentje met de dode koe naar een ander groot gebouw waar een aantal afgesloten maar doorzichtige koeien staan. De koe-eenheid wordt op een transportband gezet en in een vat gestort. Terwijl we toekijken begint de koe snel te smelten.
 
"Is dat een zuur?" vraag ik geschokt.
 
"Nee." antwoordt de Herder. "In het vat bevinden zich speciaal geproduceerde enzymen en bacteriën. De koe-eenheid wordt omgezet tot voedsel voor andere koe-eenheden."
Ik ben stil van ontzetting en ver-driet. Samen lopen we naar de andere vaten. Door de doorzichtige zijkanten zie ik dat in een synthetische, biologische imitatie van een baarmoeder nieuwe koe-eenheden worden gefokt, en vervolgens in een dikke voedzame gelei-achtige substantie worden opgeslagen, totdat ze bijna volwassen en nodig zijn. Ik voel me misselijk.