houvast apple

Uw Land

Dit gedicht schreef mijn vader in 1938.
Ik plaats het als eerbetoon aan hem.


UW LAND

Gij weet het Heer, hoezeer ik heb bemind
Dit land van komen en van gaan
En goed zou zijn gelijk een kind,
En hoe ik van de morgen tot de avond leed verzweeg
Van hagel, sneeuw en regen
En met de sterren dankbaar nederneeg.
Geen klaaglied zong ik, Heer,of ik bad geen rijenkrans uit uw gebeden,
Maar elk gedane werk legde ik als offerande voor U neer.
Gij schiep Uw wereld zo onzeglijk schoon,
In kiem, en bloei en oogst
En ieder gaaft Gij uit Uw kleurenboog een eigen toon.
En met dees handen die ik van U kreeg
Ik wou al leggen op een doek,
Heer, mijn palet was zonder U zo kleurenleeg.
Dit groot gemis, geen mens tot schand :
een God schiep goddelijk
In de schoonheid van 't geschapen land.
En daarom heb ik U bemind
In schoonheid van Uw land
Altijd als ik U weer vind.

Desire De Wever



GOEDHEID

Als uw grote boot van goedheid langs mijn kusten varen zal, God-Majestueus,
Wil ik als een waterlelie in het water staan verborgen, Mens-tendentieus,
En uw sterke boeg speert geluidloos de slaaploze stroom in tweeën,
Zonder verpozen naar eindloze wereldzeeën...
Laat de goddelijke golving van uw goedheid
Over mijn gebogen bladhoofd voelen,
- Deze beeft van ontzag op mijn bibberende stengel -
En telkens ik me weer rechten wil in nederigheid,
Doop me weer neer in de branding van uw spoelen,
Opdat ik zuiver, na hemelbezoek vandaan,
Rein naar uw geheiligde tafel mag gaan.

Desire De Wever