Waarisgod
Persoonlijke moeilijkheden, ziekte, pijn, lijden… of een ramp die veel mensen treft… Waar is God?
Het is een vraag die velen zich stellen… Waar is God, in het licht van al het lijden en alle ellende die teweeggebracht worden door ziekte, door conflicten, oorlogen, natuurrampen.
Waarom God geen einde maakt aan HET LIJDEN
Tragedies treffen iedereen.
Bekommert God zich er wel om ?
Op 4 april 1991 kwamen een vliegtuig en een helikopter boven een buitenwijk van Philadelphia (Pennsylvania) in botsing. Op het speelplein van een lagere school regende het wrakstukken. Door de botsing kwamen twee kinderen en vijf volwassenen, onder wie senator Heinz, om het leven. Een jongen uit de derde klas, Andy, was getuige van het drama. Hij probeerde er een verklaring voor te vinden en zei tegen zijn moeder : "Ik denk dat God dit heeft laten gebeuren om de mensen meer waardering voor elkaar te doen hebben." Het was eerder een vraag dan een verklaring. Andy's moeder, free-lance-schrijfster Jane Brooks, heeft haar eigen worsteling om de ramp te begrijpen beschreven in een artikel in het tijdschrift Newsweek. Zij gaf het de titel : "Pondering An Act of God" ("Mijmering over een daad van God").
Is God verantwoordelijk ?
Had God die botsing in de lucht en die helse toestand op schoolplein veroorzaakt ? Niemand kon dat geloven. Maar zou God niet op zijn minst zulke zinloze rampen moeten voorkomen ? Als wij in God geloven, moeten wij ons wel afvragen waarom Hij geen eind maakt aan het zinloze lijden op onze planeet. Waarom maakt Hij deze slechte wereld niet goed ? Als God zich er werkelijk om bekommert, vraagt Philip Yancey in Disappointment With God zich af, "waarom strekt Hij zijn hand dan niet naar de aarde uit om wat misgaat - of althans iets daarvan - recht te zetten ?"
Rabbijn Harold Kushner stelt dezelfde vraag in zijn veelgeprezen nationale bestseller When Bad Things Happen to Good People. Hij vertelt daarin over een persoonlijke tragedie waardoor hij alles wat hij over God had geloofd en geleerd aan een heroverweging onderwierp.
Zijn zoon Aäron stierf op 14-jarige leeftijd aan progeria, een ziekte die voortijdig veroudering veroorzaakt. Waarom moest de familie Kushner die tragedie doormaken ? Rabbijn Kushner worstelde zelf met dat probleem. In zijn boek stelt hij de vraag : "Als God bestaat, als Hij ook maar enigszins rechtvaardig is, om nog maar niet te spreken van liefdevol en vergevensgezind, hoe heeft Hij mij dit dan kunnen aandoen?" Waarom moeten onschuldige, vriendelijke mensen lijden? Die vraag is door de eeuwen heen steeds opnieuw gesteld. Ook u hebt zich die vraag waarschijnlijk weleens gesteld. Het is misschien wel de belangrijkste vraag van ons leven. "Er is maar één vraag die er werkelijk toe doet", schrijft Kushner, "de vraag waarom het kwaad goede mensen treft."
Hoe verklaren wij onze wereld, ons lijden ? Philip Yancey, die dit probleem onderzocht in Disappointment With God geeft toe : "Ik wist dat ik op vragen zou stuiten die niet gemakkelijk te beantwoorden zijn, vragen waarop eigenlijk geen antwoord te geven is."
Vragen over het lijden gaan ons allemaal op welke wijze dan ook aan. Het is mogelijk dat wijzelf of onze gezinsleden voor ongelukken of ziekten gespaard blijven. Maar wij hebben dan wellicht een ander kruis te dragen. Dit kan eenzaamheid zijn, afgewezen zijn, armoede, een verbroken relatie, een moeilijke jeugd, angst of schuld. En niemand van ons ontkomt aan de laatste tragedie, de dood. Waarom wordt de wereld - mijn leven, en misschien ook uw leven - door lijden getekend ?
God en tragedie
Dit artikel kan vanzelfsprekend geen antwoord geven op alles wat menselijk lijden betreft. Het kan helpen richting te geven aan onze gedachten. Een van de sleutels daartoe is onderscheid maken tussen wat God is en wat het leven brengt.
God mag dan rechtvaardig zijn, dit leven is dat niet.
God is goed, maar mensen doen vaak verkeerde dingen. God is volmaakt, maar wij maken fouten die ons soms duur komen te staan.
Zolang er mensen slechte dingen doen of ronduit kwaad bedrijven, zullen anderen geschaad worden.
Zolang er mensen fouten maken, zal er lijden zijn.
Zolang de natuur is wat zij is, worden wij gezegend met regen voor onze gewassen, maar ook geteisterd door tyfoons die overstromingen, verwoesting en dood veroorzaken.
Fatsoenlijke mensen lijden vaak en mensen die kwaad bedrijven kennen soms voorspoed. Jezus wijst daarop als Hij zegt dat wanneer God regen zendt, die valt over zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen (Matth. 5:45). Dit zijn de regels van het leven die ons welzijn of lijden bepalen. Ze kunnen ons onrechtvaardig lijken, ze kunnen ons slecht bevallen, maar dat verandert deze realiteit niet. Wij hebben het recht en de verantwoordelijkheid, waar mogelijk, de kwalijke gevolgen ervan te bestrijden. Niettemin zijn alle mensen aan die regels onderworpen.
Waar is God intussen ? Waarom verandert Hij de regels van het levensspel niet ? Stel eens dat Hij dat deed. Bedenk hoe de wereld eruit zou zien, als zij zo rechtvaardig was als wij zouden wensen. Er zouden geen ongelukken gebeuren, er zou geen misdaad worden bedreven en wij zouden niet door natuurrampen kunnen worden getroffen. Een dergelijk wereld zou geen logica kennen. De natuurwetten die oorzaak en gevolg bepalen, zouden steeds weer anders moeten zijn. God zou gedwongen zijn vele malen per dag in te grijpen in het leven van iedere individuele mens. Hoe ver zou God gaan ?
Hoe zou het gaan met de natuurrampen ? Zou God een eind maken aan aardbevingen of tijdens een beving alleen huizen voor instorting behoeden ? Zou hij gasleidingen tegen breuken beveiligen en breuken voorkomen ? Hoe zou het gaan met het wangedrag ? Zou God een eind maken aan oorlog en moord ? Aan alle politieke machtsstrijd ? Aan caféruzies ? Hoe zou het gaan met de ongelukken ? Zou God een eind maken aan verkeersongelukken ? Het neerstorten van vliegtuigen ? Sportblessures ? Zou God iedereen voor blessures, ziekten en kwalen behoeden ? Hoe zou het gaan met de dood ? Zou God de dood opheffen ? Hij zou dat inderdaad moeten doen om droefheid en lijden te beëindigen.
Het is duidelijk dat onze wereld onmogelijk zou zijn als alle leed door God werd voorkomen. Wij kunnen het erover eens zijn dat een wereld zonder lijden een ideaal oord lijkt. De vraag naar Gods rechtvaardigheid sterft niet gemakkelijk weg, wanneer er zoveel leed in de wereld te bespeuren valt.
Gods visie
De apostel Paulus behandelt het vraagstuk van Gods rechtvaardigheid in het negende hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen. Hij doet dat binnen het kader van de belangrijke vraag waarom er in de vroege nieuwtestamentische Kerk slechts weinigen tot behoud worden geroepen. Was God zo onrechtvaardig dat Hij in die tijd het behoud niet aan iedereen gunde ? Waarom bleef de grote meerderheid der mensen "zonder hoop en zonder God in de wereld"? (Ef. 2:12) Paulus legt Gods visie op de dingen uit door de Farao uit Exodus als voorbeeld aan te halen. Hij legt uit dat God bij de bevrijding van Israël uit Egypte de Farao en zijn volk vernietigde. Was dat niet onrechtvaardig ? Paulus zegt van niet. Hij vraagt : "Wat zullen wij dan zeggen : Zou er onrechtvaardigheid zijn bij God ? Volstrekt niet ! Want Hij zegt tot Mozes : Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen" (Rom. 9:14-15). De Israëlieten zullen vast en zeker hebben gezegd dat God juist wel rechtvaardig was ! Zij werden immers eindelijk uit de slavernij bevrijd. Ik denk dat onze reactie heel anders geweest zou zijn als wij de Farao of de Egyptenaren waren geweest. Om te beginnen zou onze zekere wereld volledig uit haar voegen zijn gerukt.
Onze gewassen waren vernield. Onze jongens massaal vermoord en in de strijd verdronken. Onze kudden afgeslacht. Ons land verwoest. Onze eerstgeborene gedood. Als wij inderdaad Egyptenaren waren geweest, zou er maar één conclusie mogelijk zijn geweest : God (of de goden) was (of waren) uiterst onrechtvaardig jegens ons. Enerzijds greep God genadig in om het leven voor een heel volk te verbeteren. Anderzijds was er nog steeds sprake van onrechtvaardigheid in de algemene orde der dingen want een ander volk was vernederd en verwoest. Paulus had maar één antwoord op dergelijke ongerijmdheden in het leven. Wij moeten erop vertrouwen dat God zijn plan uitvoert op de wijze die Hem goeddunkt.
Geen antwoord op het waarom
Paulus gaf wel antwoord op de vraag over Gods rechtvaardigheid, maar hij deed dat niet rechtstreeks. Zijn antwoord komt neer op de wedervraag aan zijn lezers : "Waarom vraagt u dat eigenlijk ?" Paulus reageert met een scherp verwijt : "Maar gij, o mens ! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken ? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen : Waarom hebt gij mij zo gemaakt ?" (Rom. 9:20) Hebben wij dan niet het recht God te vragen : waarom hebt U mij zo gemaakt dat ik kanker heb gekregen of een hartinfarct ? Waarom ben ik niet een ander soort pot geworden ? Paulus weigert rechtstreeks te antwoorden op de vraag : "Waarom ?" Hij verdedigt Gods wijsheid en rechtvaardigheid, ook al lijkt onze wereld ineengestort te zijn. Paulus schrijft : "O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen !" (Rom. 11:33.)
Wat ons lijden ook is, wij moeten aanvaarden dat God wijs, barmhartig en rechtvaardig is, beklemtoont Paulus. Volgens hem betaamt het ons niet om door redenering vast te stellen waarom wij lijden, maar past het ons te lijden - als dat ons deel is - en te vertrouwen op God, in het besef ook dat God met ons begaan is en meelijdt.
Paulus zegt dat God menselijk lijden toelaat, omdat hij God is. God is zo groot, zijn gedachten gaan de onze zozeer te boven, dat de zich op een lager niveau bewegende menselijke logica en moraal niet op zijn daden van toepassing zijn. Ik moet toegeven dat ik bij mijn eerste lezing van Paulus' antwoord ik teleurgesteld en zelfs boos was. Hij omzeilde de vraag. Ik had graag met Paulus gesproken om hem daarop aan te vallen en hem erop te wijzen hoe onlogisch zijn antwoord was.
Nadien ben ik gaan begrijpen dat er niet altijd een zinnige reden voor het lijden bestaat. Het is hoe dan ook verkeerd naar de reden ervan te vragen, tenzij deze ons een zicht geeft op lijden dat voorkomen kan worden. De vraag waarom grijpt terug op iets dat wij niet noodzakelijk kunnen veranderen. Wij moeten vooruit kijken en ons afvragen wat het doel van het leven is, hoe onrechtvaardig het leven ook mag schijnen. Welke toekomst heeft God voor ons weggelegd na dit leven van lijden?
God haat het lijden
Wij moeten God echter goed begrijpen. Hij is geen voorstander van het lijden om het lijden zelf. Een voorbeeld. Meer dan 2.500 jaar geleden gaf de profeet Jeremia een beschrijving van het bloedbad van Jeruzalem, dat door de Babyloniërs was geplunderd. Binnen de belegerde stad hadden uitgehongerde moeders hun dode kinderen opgegeten.
Jeremia richtte zijn blik voorbij het lijden van een zondige en stervende generatie naar een hoopvolle toekomst. "Want niet voor eeuwig verstoot de Here", zegt hij (Klaag. 3:31).
"Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen. Immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen" (vers 32-33).
Maar het was in Jezus dat God zijn houding tegenover het menselijk lijden heeft getoond. Hij heeft eens en voor altijd bewezen zich daarom te bekommeren door zijn eigen Zoon naar deze aarde te zenden. Jezus heeft geleefd, heeft een doodstrijd doorgemaakt en is gestorven volgens dezelfde regels van leven en lijden als wij. Hij was werkelijk God in het vlees, die kwam om met ons te lijden. Hij was het grootst mogelijke voorbeeld van Gods liefde. Jezus zelf heeft dat gezegd : "Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden" (Joh. 15:13). Nog geen 24 uur na het uitspreken van die woorden heeft Jezus als vleesgeworden God zijn leven voor de hele mensheid gegeven. God heeft geleden en is gestorven om de zonden van de mensen weg te nemen en voor hen de mogelijkheid tot behoud open te stellen. De apostel Johannes was getuige van deze dood van God in het vlees, de belichaming van Gods liefde. Johannes heeft dat op welsprekende wijze uitgedrukt : "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat eenieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe" (Joh. 3:16). Door de kruisiging heeft God iedere gedachte dat Hij zich niet om ons bekommert wanneer wij lijden voor eeuwig de kop ingedrukt. Maar er is meer goed nieuws. In de toekomstige opstanding tot eeuwig leven zal God het leven van iedereen tenslotte rechtvaardig en vrij van lijden maken. God zal het lijden en de dood doen verzwelgen in de overwinning van het eeuwige leven. Hij zal de God zijn die zorgt, die zichtbaar wordt en die rechtvaardig is. Hij zal handelen als genezer en levenschenker. In die nieuwe wereld, die in de laatste hoofdstukken van het laatste bijbelboek Openbaring beschreven wordt, zal God bij zijn mensen wonen : "Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan" (vers 3-4).