Kerstmis

VEEL MENSEN zijn verbaasd als ze horen dat het vieren van Kerstmis ooit werd verboden in christelijk Groot-Brittannië en de Puriteinse koloniën van Noord-Amerika. Dat was in de 17e eeuw.

Puriteinen in Engeland namen aanstoot aan de volkse viering van Kerstmis. Buitensporig veel eten en drinken en andere uitwassen kwamen tijdens de vaste feestdagen veel voor. De Puriteinen beschouwden de hele gelegenheid als gevaarlijk onchristelijk. Nadat de Puriteinse partij onder Oliver Cromwell in 1642 aan de macht was gekomen, werden alle religieuze en wereldse kerstvieringen bij besluit van het parlement verboden. Met de Restauratie, het herstel van het koningschap met Charles II in 1660, keerde de viering van Kerstmis geleidelijk aan weer terug.

Intussen werd in 1659 in de Amerikaanse staat Massachusetts een wet aangenomen die het vieren van Kerstmis verbood. De wet werd in 1681 ingetrokken, maar de vijandigheid van de kant der plaatselijke christenen jegens kerstvieringen bleef nog vele jaren voortbestaan.

Terwijl de Puriteinen zich verzetten tegen het in stand houden van Kerstmis, werd de viering ervan door andere segmenten van het christendom gestimuleerd. Ook nu nog veronderstellen de meeste mensen dat de gewoonte om Kerstmis te vieren in de Bijbel is terug te vinden. Zeker, het verhaal van de geboorte van Jezus is opgetekend in de Bijbel, maar niet de datum van zijn geboorte. De Bijbel roept ons nergens op Jezus’ geboorte te herdenken (ofschoon de Bijbel de dag van zijn dood wel vermeldt en christenen gebiedt die gebeurtenis te herdenken). De apostelen hebben nooit de geboortedag van Jezus gevierd. Geen enkele christen in de bijbelse verslagen heeft dat ooit gedaan.

In de Catholic Encyclopedia Dictionary lezen we : “In de begindagen van de Kerk bestond een dergelijk feest niet” (ed. 1941, artikel “Christmas”).

Immers, evenals nu wist ook toen niemand de datum van zijn geboorte. De New Catholic Encyclopedia legt uit : “Hoe onbegrijpelijk het ook mag schijnen, de datum van Christus’ geboorte is niet bekend. De Evangeliën vermelden de dag noch de maand” (artikel “Christmas and its Cycle”).

Hoe komt het dan dat de christelijke wereld Kerstmis viert ?

“Volgens de stelling … die tegenwoordig door de meeste geleerden aanvaard wordt, kreeg de geboorte van Christus de datum van de ‘winterzonnewende’ (25 december volgens de Juliaanse tijdrekening, 6 januari volgens de Egyptische), omdat op deze dag, wanneer de zon haar terugkeer naar de noordelijke hemel begon, de heidense aanhangers van Mithra de dies natalis Solis Invicti (geboortedag van de onoverwinnelijke zon) vierden” (ibid.). Pas in het jaar 354 vinden we de eerste verwijzing naar 25 december als gedenkdag van de geboorte van Jezus. Een Romeinse almanak uit dat jaar vermeldt de datum, maar geeft geen aanwijzing omtrent enig groots vieren.

Sinds de geboorte, dood en opstanding van Jezus waren er ruim drie eeuwen voorbijgegaan – driehonderd jaar terwijl er niets is vastgelegd over een eventuele herdenking door de christelijke wereld van de geboortedag van Christus op 25 december ! In het oostelijk deel van het Romeinse Rijk echter werden de geboorte en de doop van Jezus wel al vóór 354 gevierd, maar dit gebeurde op 6 januari. Tegen het midden van de vijfde eeuw evenwel had ook de meerderheid van de Oosterse kerk 25 december overgenomen als de gedenkdag van Christus’ geboorte, terwijl ze 6 januari (Driekoningen) aanhield om zijn doop te herdenken.

De kerk van Jeruzalem ging wat dit betreft pas in het jaar 549 tot wijziging over. En de Armeense kerk beschouwt 6 januari volgens de Juliaanse tijdrekening (wat nu 19 januari is volgens de Gregoriaanse tijdrekening) tot op de dag van vandaag als het geboortefeest van Christus.

Eigenlijk bestaat er haast geen periode van het jaar waarin niet de een of andere autoriteit op zo maar een moment de geboortedag van Christus heeft vastgelegd. Het is dus geen wonder dat er door de eeuwen heen binnen het christendom stemmen zijn opgegaan tegen het vieren ervan.

Kerstmis is dan misschien de meest gevierde van alle christelijke feestdagen, maar het feit dat de christelijke wereld het er nog nooit over eens is geweest of en zo ja wanneer de geboortedag van Jezus kan worden gevierd.

Meer info vind je in het digitaal boekje : De Ware Achtergrond van Kerstmis (uitgave Bazuin te Zion).

Zoiets doe je niet

Het is ruim 40 jaar geleden dat Hans Bouma dit artikel schreef… In aanloop van Kerstmis heel gepast om te herhalen !

Zoiets doe je niet met een dier DS. HANS BOUMA

“Er zal met de Kerst weer heel wat gesmuld worden. Vooral aan vlees zullen we ons te goed doen. Het is immers feest en wat is een feest zonder vlees? De bedrijven, die het ons moeten leveren, draaien op volle toeren. Er wordt een topproduktie verwacht. Slagers en poeliers zetten zich schrap. Ze zien hun winkels al uitpuilen. December is hun drukste maand.

Of- we moesten feestelijk bedanken voor al dat vlees. Er zit namelijk een luchtje aan. Het ruikt naar bio-industrie, d.w.z. naar verkrachting, uitbuiting, grenzeloos lijden, slavernij. Het is afkomstig van dieren, die geen leven hebben gehad. Dieren, die van meet af aan gefrustreerd zijn in hun behoeften en mogelijkheden. Dieren, die zich niet meer konden aanpassen aan hun fantasieloze, hoogst deprimerende omgeving. Dieren, die maar hadden mee te spelen in een geraffineerd industrieel productieproces. Dieren, die enkel commercieel interessant waren, louter bekeken werden op economisch rendement.

Belanghebbenden – boeren (die geen boer meer zijn), veevoeder-fabrikanten, stalen apparatuurleveranciers, vleesverwerkende industrieën – spreken verheven over ‘dierveredeling’, ‘veredelingslandbouw’. Biologen weten wel beter. Ze constateren zeer ernstige afwijkingen. Een veel voorkomend verschijnsel is bijvoorbeeld ‘stress’. Het landbouw-huisdier verkeert in grote fysieke en psychische nood. Het is er beroerder aan toe dan ooit. Het is volkomen gedegenereerd. De dieren, die naar het slachthuis gaan – hun enige uitstapje – zijn wrakken. Alleen dank zij een zeer intensieve medicamenteuze begeleiding bleven ze zo lang op de been. De farmaceutische industrie verdient kapitalen aan het biobedrijf. Niet voor niets staat de bio-industrie op de prioriteitenlijst van de dierenbescherming. Het was de Nederlandse Vereniging tot bescherming van Dieren, die via een in april 1972 gehouden studiedag het onderwerp ‘bioindustrie’ voor het eerst nadrukkelijk en alarmerend aan de orde stelde. Behalve de naam ‘veredelingslandbouw’ is ook de aanduiding ‘bioindustrie’ een grof eufemisme. Alsof er ook maar een sprankje ‘bios’, echt, natuurlijk leven, bij het moderne veebedrijf te vinden was! De dieren in de hedendaagse veehouderij lijden een schijnbestaan. Het zijn levende lijken. De slachtoffers van de bio-industrie zijn bekend. Vooral kuikens, kippen, varkens en kalveren moeten er aan geloven. Maar ook konijnen en kalkoenen o.a. worden industrieel gefokt. Sinds kort is zelfs het lam niet meer veilig. De eerste bedrijven zijn er al. Overigens is er nog nauwelijks belangstelling voor lamsvlees. Maar dat komt wel. Mét het op draadroosters gedeponeerde lam wordt meteen de vraag ernaar gefokt. Er is een cultus van Paaslammeren in de maak.

Je hoeft er geen christen voor te zijn om de grootste bezwaren tegen de bio-industrie te hebben. Het is een cultureel schandaal, dat plaatsvindt. De manier, waarop de moderne veehouderij het dier manipuleert, gaat alle perken te buiten. De maatschappij, die dit tolereert, moet zich ernstig zorgen maken over zichzelf. De bio-industrie is een maatschappelijke misstand van de eerste orde, een stuk sociaal onrecht, waarvoor we ons alleen maar kunnen generen. Zoiets doe je niet met een dier. Vraag het maar aan degene, die er het meest verstand van heeft, het beste weet wat ‘leven’ is : het kind. Of vraag het aan een vrouw, die nog een beetje vrouw is.

Niet zonder reden vielen hier de woorden ‘maatschappij’, ‘maatschappelijk’ en ‘sociaal’. We zouden uitsluitend in de richting van de boer kunnen kijken. Natuurlijk is hij óók en niet weinig medeplichtig aan het bio-bedrijf, maar wij met z’n allen zijn het niet minder. De bio-industrie is een collectieve misdaad. De boer is er beslist niet uit zichzelf mee begonnen. Hij weet wel iets leukers. Maar om het hoofd boven water te houden moést hij wel meedoen aan het algemene proces van massificatie, schaalvergroting, productie-intensivering. In een bepaald opzicht is een aantal boeren er misschien beter op geworden. Door op contract te mesten hebben zij zich verzekerd van een redelijk vast inkomen. Bovendien hebben ze door een consequente mechanisatie in de bedrijfsvoering meer vrije tijd dan vroeger. Maar van hun zelfstandigheid is niets meer over. Met handen en voeten zitten ze vast aan hun oppermachtige leveranciers en afnemers. Ze zijn volledig onderworpen aan het steeds dieper penetrerende handels-, industrie- en bankkapitaal. Wie garandeert bijvoorbeeld, dat de vleesverwerkende industrieën en veevoederfabrieken, gesteund door het bankkapitaal, het bio-bedrijf op een gegeven moment niet aan zichzelf trekken? Dit bedrijf is tenslotte helemaal niet gebonden aan het platteland. Het is eigenlijk erg onhandig het her en der in sterk verouderde agrarische structuren te situeren. Het is ook behoorlijk riskant. Boeren blijven boeren. Ze behouden hun trots. Ze kunnen lastig worden, protesteren, staken. Als aparte groep kunnen ze een dreigende vuist maken.

Wat nog erger is: veel boeren kennen geen echte arbeidsvreugde meer. Ze werken voor hun geld – en daarmee uit. Er wordt geen beroep meer gedaan op hun oorspronkelijke kwaliteiten. Wat zij doen, kan iedereen. Hun materieel inkomen mag dan gestegen zijn, hun psychisch inkomen is er geweldig op achteruitgegaan. Ook lijden boeren onder de toenemende kritiek van de samenleving. Hun werk wordt steeds minder gewaardeerd. Ze arbeiden in een negatief sociaal klimaat. Het is niet leuk iets te doen, wat via steeds meer artikelen, radio- en televisieprogramma’s, lezingen en cursussen, congressen en fora, zelfs gedichten en preken wordt afgekeurd.

Naast het dier is ook de boer zelf, al zal hij dit meestal krampachtig ontkennen, dupe van de bio-industrie. Wie protesteert tegen het bio-bedrijf, komt daarmee automatisch op voor de weliswaar manipulerende, maar evenzeer ook zélf gemanipuleerde boer.

Een punt apart is de gigantische eiwitverspilling, waaraan de bio-industrie meewerkt. Bij de omzetting van plantaardige eiwitten in dierlijke eiwitten is er een rendementsverlies van 70 tot 90 procent. Door de ongunstige conversie komt er uiteindelijk slechts een fractie van de in het veevoer geïnvesteerde proteïne in de vorm van vlees er weer uit. Officiële cijfers tonen aan, dat in 1972 op deze manier in de Nederlandse veemesterijen en pluimveebedrijven ruim een miljoen ton eiwit verloren ging. Hiermee hadden dertig miljoen mensen in de ontwikkelingslanden een jaar lang geholpen kunnen worden. In Amerika wordt 78 procent van het verbouwde graan in veevoer verwerkt. Al dit graan is direct of na enige bewerking ook voor menselijke consumptie geschikt. Er zijn drie maal zoveel plantaardige eiwitten als nodig voor de voeding van de totale wereldbevolking. De besteding ervan is echter zodanig, dat twee/derde van de mensheid honger lijdt. Er had helemaal geen voedseltekort hoeven te zijn. De overmatige vleesconsumptie van de rijke landen heeft dit tekort kunstmatig opgeroepen. Ook deze, door de FAO en de VN steeds meer beklemtoonde kwestie, is bepaald niet bevorderend voor de arbeidsvreugde van de boer. Hij werkt mee aan een systeem, dat honger veroorzaakt. Verdient de bio-industrie ons àller kritiek, zeker een christen zal krachtig protest aantekenen. Wat hier gebeurt, zowel ten opzichte van het dier als ten aanzien van de boer en de arme landen, kan pertinent niet door de beugel.

Het boek, waaraan een christen zich oriënteert, de Bijbel, belijdt het dier als een schepping van God. Als zodanig heeft het een unieke waarde, een volstrekt eigen integriteit. Het heeft recht van bestaan. Het moet zich kunnen ontplooien, het moet helemaal kunnen leven ‘naar zijn aard’ (Genesis 1). Na de zonvloed sloot God een verbond met Noach, zijn nageslacht op ‘alle levende wezens die bij hem zijn’, ‘alle gedierte der aarde’ (Genesis 9:8-10). Zeer nadrukkelijk presenteert God zich als de partner der dieren. Zoals Hij hen beschermde, toen de aarde door ‘de boosheid des mensen’ (Genesis 6:5) weer ‘woest en ledig’ dreigde te worden, zal Hij hen tegen de boosheid des mensen blijven beschermen. Ze kunnen op Hem aan. Ze horen er bij, tot in lengte van dagen. Zó definitief mogen ze van de partij zijn, dat we hen weer tegenkomen in allerlei profetische toekomstvisioenen. Ook voor de dieren zal de aarde een paradijs worden. Jesaja ziet het al vóór zich : ‘De wolf en het lam zullen samen weiden en de leeuw zal stro eten als het rund’ (Jesaja 65:25). Hoezeer die dieren delen in het heil, blijkt prachtig in Psalm 36 : ‘Mens en dier verlost Gij, HERE’, zingt David. Psalm 84 brengt ons bij, dat ook de mus en de zwaluw bij God onderdak mogen zijn. Ze zijn welkom in de tempel, ze mogen zich koesteren in de warmte van de verzoening.

Aan de vrede, die de engelen in de Kerstnacht bezingen, mogen ook de dieren hun hart ophalen. De komst van de Messias betekent ook hun redding. Dit geldt wel heel direct voor de schapen, die, samen met hun herders, als eersten in de Kerstnacht de vrede van Jezus over zich uitgestort krijgen. Deze schapen behoorden tot de tempelkudden. Eeuwenlang gingen zij de weg van het offer. Plaatsvervangend beeldden zij uit, waartoe de méns geroepen was: onschuld en offervaardigheid. Jezus bevrijdt hen van deze offergang. Hij neemt hun rol over. Hij is nú het lam, dat ‘ter slachting wordt geleid’ (Jesaja 53). Ten overstaan van déze Jezus, de verlosser van mens én dier, roept Johannes de Doper uit : ‘Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’ (Johannes 1 : 29). Mét de tempelkudden geeft Jezus dieren weer de vrijheid. Genadig ontslaat Hij hen van welke offerande dan ook. Ze mogen hun gang gaan. Hún aandeel in de verzoening hebben ze nu wel volbracht. Hij, het lam bij uitstek, zal hun werk voltooien, definitief maken. Wat ‘Jezus’ komst op aarde betekent voor de dieren komt heel scherp in Jesaja 11:1-10 tot uitdrukking. Behalve over de ‘geringen’ en ‘ootmoedigen’, zal het ‘rijsje uit de tronk van Isaï’ zich ook ontfermen over wolf en schaap, panter en bokje. Alles wat adem heeft zal tot z’n recht komen. De ‘aarde zal vol zijn van kennis des HEREN’. De ganse schepping zal bedekt zijn met vrede.

Juist het Kerstfeest, het feest van het alles- en allen omvattende heil, de niets- en niemand ontziende sjaloom, zal een christen moeten inspireren tot een diep respect voor het dier. Met het oog op Christus ziet hij in het dier een medeschepsel, een onherroepelijk initiatief van God, een beschermeling van de Heilige. Hij heeft mateloos veel te danken aan het dier. Tijden lang onthaalde het God op de gezindheid, die hij, de mens, maar niet kon opbrengen. Als zondeloos en offerbereid lam speelde het dier de rol van de goede herder, die hij had moeten zijn. Op ontroerende wijze overtuigde het God ervan, dat zijn zo teleurstellende wereld tóch nog de moeite waard was.

Voor een christen behoort het dier iets onaantastbaars te zijn. Iets dat koste wat het kost niet de dupe mag worden. Een christen eerbiedigt het dier als een voorloper van Jezus. Het mag niet onder de voet gelopen worden. Wie op het dier trapt, trapt op Jezus. Of : op het hart van God.

Als volgeling van Jezus, die het dier zo barmhartig bevrijdde, zal een christen slechts met de allergrootste schroom de hulp van het dier inroepen. Hij moet daar wel een edel motief voor hebben. Eigenlijk schaamt hij zich er voor. Is hij, na alle dienstvaardigheid van het dier, niet aan de beurt om het dier zijn diensten te bewijzen? Is het niet zijn opdracht als een goede herder namen te geven aan de dieren (Genesis 2: 19), d.w.z. verantwoordelijkheid voor hen te dragen, hun bestaan veilig te stellen?

Een zaak, waar een christen het moeilijk mee zal hebben, is de consumptie van vlees, zeker van het vlees, dat hem door de bio-industrie wordt voorgeschoteld. Vlees van dieren, die geen dier mochten zijn. Vlees van slachtoffers.

Wie het offer van Christus ernstig neemt, wie deel wil hebben aan de alles en allen omhelzende verzoening, kàn geen vlees consumeren van dieren, die, als slachtoffers van onze win- en hapzucht, geen hap van de verzoening hebben geproefd. Dit vlees vervult hen met walging. Het betekent een grove ontkenning van de door Christus ingeluide vrede. Het enige vlees, dat er voor hem overblijft, is het vlees van Jezus’ lichaam. Het is onmogelijk én het verzoeningsfeest van Jezus’ lichaam te vieren én het vlees te eten van een dier, dat in een ónverzoende offerpositie wordt gehouden. Wie warempel als christen onbekommerd het vlees van gemaltraiteerde dieren consumeert, zou zichzelf wel eens een oordeel kunnen eten. Het vlees van een dier, eens een zegen, kan in een vloek verkeren. Behalve christenen, kunnen ook niet-christenen dit aan den lijve ondervinden. In combinatie met andere factoren houdt onze rijkelijke consumptie van het onnatuurlijk gefabriceerde bio-vlees een bedreiging voor onze gezondheid in. Veel van juist in de cultuur van de bio-industrie bijna massaal voorkomende afwijkingen en ziekten zijn mede te herleiden tot ons consumptiepatroon in het algemeen en ons vleesgebruik in het bijzonder.

Een christen dient zich te distanciëren van de zo meedogenloos door de bio-industrie veroverde produkten. De bio-industrie is een belediging voor het dier en daarmee een belediging voor zijn Schepper. Alleen al in naam van het vierde gebod zal een christen het bio-bedrijf moeten veroordelen. Dit gebod claimt immers een periodieke adempauze voor het dier. Het verbiedt uitbuiting. Het dier heeft recht op een wekelijkse vrije dag. In de bio-industrie staat het dier continu, dag in, nacht uit, in dienst, in slavendienst van de mens. Het enige gebod, dat de bio-industrie kènt, luidt : produceren. Het moet een christen wel tegenstaan om zich ook nog uitgerekend met Kerst, het verlossingsfeest ook van het dier, extra veel vlees van het ónverloste dier te laten voorzetten. Met het vlees van het door Christus bevrijde en door ons weer tot slavernij gebrachte dier valt er geen vrede te vieren.

Maar – kunnen we zonder vlees? Inderdaad. En we kunnen zéker zonder het geforceerd verkregen en met smaak- en kleurpreparaten bewerkte vlees, dat de bio-industrie ons opdist. Het is een fabeltje, dat vleesgebruik onontbeerlijk is voor een goede conditie. Tienduizenden en complete volken bewijzen, dat je voortreffelijk vegetarisch kunt leven. Vlees bevat veel eiwit, dat is waar. Maar je kunt ook op tal van andere manieren aan de nodige eiwitten komen. Dit blijkt uit tal van recent verschenen voedingsboeken en receptuur. De recepten, eenvoudige maar ook zeer verfijnde recepten, die ons uit diverse bronnen bereiken zijn werkelijk om van te watertanden. Zich voeden zonder vlees betekent niet zomaar vervallen in een middeleeuwse armoede, maar de zon doen opgaan voor Gods heerlijkheden die Hij rijkelijk aanbiedt. Zo, doorpluis deze eetliteratuur voor smulpapen. Dus boeken voor christenen. Want er màg gesmuld worden. Er valt tenslotte iets te vieren. Speciaal met Kerst mag er wel iets lekkers op tafel gezet worden. Maar iets écht lekkers, d.w.z. iets waar geen onrecht aan kleeft.

HET LIED VAN MENS EN DIER — Melodie : Psalm 46

DE mens leeft niet alleen op aarde, ook dieren zijn door God geschapen, de mus, de vis, de leeuw, het paard, God schiep hen allen naar hun aard.

De dieren hebben recht op leven, God heeft hen met zijn Geest gezegend, Hij houdt zijn oog op hen gericht, zij spelen voor zijn aangezicht.

Wie zal hen liefdevol beschermen, zich aan hen geven als een herder, God gunt de mens de hoge eer om uit te blinken als hun heer.

Hij zal het beeld zijn van zijn Schepper wanneer hij hart voor hen zal hebben, de mens is Gods gelijkenis als hem Gods schepping heilig is.

O God wees ons toch goedertieren, wij zijn geen herders voor de dieren, zij zuchten onder ons geweld, verslagen ruimen zij het veld.

Heillos verlopen onze wegen, de aarde wordt weer woest en ledig, ontferm U over al wat leeft, herschep ons mensen naar uw beeld.

HANS BOUMA Uit : Liedjes van Verlangen Uitg. Zomer & Keuning, Wageningen

HIJ HEEFT PLEZIER IN HEN

Dieren zijn onverdeeld, zij leven uit één stuk, dieren zijn zichzelf,

zij volgen hun aard, aandachtig luisteren zij naar de stem van hun bloed,

de taal van hun lichaam feilloos gaan zij hun weg, zij voldoen aan de verwachting,

dieren zijn scheppingen van God, speelse gedachten waaraan Hij liefdevol vorm gaf,

Hij heeft plezier in hen, nooit stellen zij teleur, hoe goed is zijn schepping,

Hij zegent hen, schenkt hun de kracht tot vermenigvuldiging,

voorgoed mogen zij er zijn, zij hebben recht van bestaan, ze zijn onmisbaar.

HANS BOUMA Uit : Met andere woorden Uitg. J.H. Kok

Want als Hij spreekt

OORSPRONG VAN DE WERELD DOOR DE SCHEPPING

Ik heb er geen idee van of je en hoe je al hebt nagedacht over die wonderlijke wereld waarin wij leven – een georganiseerd leven op dat kleine blauwe planeetje, daar in een verre uithoek van het universum. Ik hoor mensen erover spreken dat het door toeval kwam, en toeval op toeval, miljarden keren na elkaar noemden ze evolutie… En toevallig werd dat bij iedere stap beter

Eerlijk gezegd heeft de uitleg die ik kreeg en waarover ik overal las en waarvan de nieuwsberichten me proberen te overtuigen, me nooit bevredigd. Iets in mij zegde dat het te wonderlijk was om ook maar de minste kans te krijgen. Denk aan de aarde, en wat er nodig is om hier zelfs maar leven mogelijk te maken. De goede zwaartekracht, de juiste aanwezigheid van alles wat nodig is, een dampkring, de rotatiesnelheid, de afstand tot de zon en de maan… 

Ik denk dat het daarom meer dan terecht is om na te denken over het universum, de aarde, de zon en de maan, het leven in al zijn diversiteit, de symbiose die er is, hoe het leven onderhouden wordt, hoe ervoor wordt gezorgd dat wij voeding hebben, en in het bijzonder hoe ieder dier weet hoe het moet leven en zorgen voor de volgende generatie. 

En dan is er nog iets dat me verbaast en waar ik nu mee bezig ben: de wondere wereld van gedachten, waardoor we er niet zomaar ‘zijn’, maar over ons zijn kunnen mediteren… 

Wat zou daar de bedoeling van zijn? 

 “Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.”  Hebreeën 11:3

Alleen het Woord van God geeft een realistisch verslag van de ontstaansgeschiedenis van deze wereld. De theorie dat God geen ‘materie’ schiep toen Hij de wereld het bestaan schonk, is ongegrond. Toen God de wereld vormde was Hij niet afhankelijk van reeds bestaande materie. Integendeel, alle dingen, hetzij stoffelijk of geestelijk, verrezen voor de Here God op Zijn stem en waren geschapen volgens Zijn eigen doel. De hemelen en hun hele heir, de aarde en al wat daarop was, zijn niet alleen het werk van Zijn hand; zij kwamen te voorschijn door de adem van Zijn mond. 

Hoewel er in de natuur afzonderlijk leven en daarin verscheidenheid wordt geopenbaard, bestaat er eenheid in veelheid: want alle dingen ontvangen hun nut en hun schoonheid uit dezelfde bron. 

De Grote Meester Kunstenaar schrijft Zijn Naam op alle werken die Hij schept, van de hoogste ceder tot het hysopkruid groeiend in de voegen van de muur. ‘Dit alles verklaart dat zij het handwerk van God zijn; van de hoogste berg en de grote oceaan tot de kleinste schelp op het strand. 

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder 3C / uit Map 3 – Schepping – Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van 3C – Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers”.

De Bijbel alleen

De Bijbel lag ten grondslag aan het geloof van de hervormers en vormde de kern van hun onderwijs. Ze begrepen maar al te goed dat ze te maken hadden met het geïnspireerde ‘levende woord van God dat voor altijd standhoudt’. Ze koesterden elk woord. Hoe meer ze de Bijbel lazen en zich vastklampten aan de beloftes in de Schrift, hoe sterker hun geloof werd en hoe vastberadener hun moed.

‘Zo is het met elke belofte in Gods Woord. Via de beloftes spreekt Hij tot een ieder van ons persoonlijk en op zo’n manier dat het lijkt of wij zijn stem kunnen horen. Door deze beloftes schenkt Christus ons zijn genade en kracht. Ze zijn de bladeren van de boom ‘die de volken genezing brengt’ . Als ze ontvangen zijn en tot ons doorgedrongen, horen ze het karakter te versterken en zullen ze het leven inspireren en onderhouden. Niets ter wereld bezit zo’n genezende kracht. Niets ter wereld kan zulk een moed en geloof geven waardoor het hele wezen versterkt wordt.’

“De Schriften werpen blijdschap op ons verdriet, hoop op onze ontmoediging, licht op onze duisternis. Ze bieden sturing in onze warboel, zekerheid in onze knelpunten, kracht in onze zwakte en wijsheid in onze onwetendheid.” Als we over Gods Woord nadenken en door geloof vertrouwen op zijn beloftes, geeft Gods levengevende kracht ons hele wezen energie, zowel in fysiek en mentaal als in emotioneel en geestelijk opzicht. De hervormers vulden hun gedachten met ieder woord uit de Bijbel. Ze leefden volgens het Woord en velen stierven door het Woord. Ze waren geen gemakzuchtige, zelfingenomen, onnadenkende christenen met een oppervlakkig geloofsleven. Ze wisten dat ze de kracht van Gods Woord nodig hadden om de kwade machten te kunnen verslaan.

John Wyclifs’ leven draaide om het vertalen van de Bijbel in de Engelse taal. Op die manier kon ook de gewone mens de Schriften lezen en begrijpen. Omdat hij hiermee de wet overtrad, werd hij berecht vanwege zijn geloof, bestempeld als een ketter en veroordeeld tot de dood. Tijdens zijn proces deed Wyclif een aangrijpende oproep. ‘Tegen wie denken jullie dat jullie strijden? Tegen een oude man aan de rand van het graf? Neen. Tegen de waarheid. De waarheid die sterker is dan jullie en jullie ook zal overwinnen.’  Wyclifs laatste woorden werden werkelijkheid toen het licht van Gods waarheid de duisternis van de Middeleeuwen doorbrak.

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder C43 / De Bijbel – Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van C43 – Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers”.

Hij komt terug

Je voorbereiden om Jezus te ontmoeten

Niets in de geschiedenis van de mensheid, kan worden vergeleken met de kolossale betekenis van de tweede komst van Christus.

Om te beginnen zal het het einde betekenen van de wereld zoals we die nu kennen. De wederkomst van Jezus is het finale eindpunt van alles wat hier op aarde plaats vond. Alles zal ineenstorten, het is de finale V-Day, het laatste crescendo, maar zelfs wanneer dit het eindpunt inluidt van alles zoals we het kennen, is het ook het begin van iets radicaal nieuw, waar we met ons menselijk bevattingsvermogen niet bij kunnen. De Bijbel voorspelt dat bij de tweede komst, alles zal worden weggevaagd, uitgeschud als een vloerkleed, maar dat Gods volk zal worden binnengeleid in de eeuwigheid. De tweede komst gaat samen met de opwekking van de gerechtvaardigde doden, die samen met de geredde levenden, zullen opvaren ten hemel. Deze gebeurtenis verdient meer dan een kruisje op de kalender, het is de laatste allesomvattende afspraak. Maar het vreemde is, dat zelfs al staat de tweede komst van Jezus meer dan 300 maal vermeld in de Schrift, hierover nauwelijks wordt gesproken in de kerken, en zij die er toch over spreken, stellen het voor als een verzameling losse puzzelstukjes zonder enig verband. Het is bedroevend hoe weinig de meeste gelovigen zich hierin hebben verdiept.

Nochtans gaf Christus tal van indicatoren om het naderen van deze dag te onderscheiden. Veel oprechte christenen zitten slapend aan het stuur alsof die komst nooit zal plaats vinden. Net zoals de voorspellingen aangaande Jezus’ eerste komst nauwkeurig zijn vervuld, volgen de tekenen van Jezus’ tweede komst elkaar snel op. De vraag is niet of Jezus zal komen, of wanneer Hij zal komen, maar wat zijn de voortekenen daarvan en hoe zal het gebeuren? In dit alles moet men zichzelf onderzoeken en afvragen “Ben ik er echt klaar voor?” De finale gebeurtenissen op aarde hoeven geen mysterie te zijn voor u. Jezus komt niet als een dief voor diegenen die waken, bidden en zich klaargemaakt hebben.

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder C09 / Geloof – Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van C09 . Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers”.

Het zout der aarde

Kolossenzen 4:6. ‘Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt’, zegt Paulus.  Er zou iets in onze woorden moeten zijn dat smaak brengt in  de wereld. De manier waarop we spreken kan een verschil maken. De Bijbel zegt dat een zacht antwoord de toorn afwendt. Dat zouden we moeten hebben – genade in ons spreken. Gelovigen in Christus moeten een warme, zuiverende invloed hebben. 

Onze boodschap van vandaag is zeker niet ongebruikelijk voor een een christelijke overdenking: ‘Het zout van de aarde.’ Het is gebaseerd op het gekende vers uit Matteüs 5. 

“Jullie zijn het zout van de aarde; Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe moet het dan op smaak worden gebracht? Het dient dan nergens anders toe dan door mensen weggegooid en vertrapt te worden.” 

Zout is alomtegenwoordig. Het zit in bijna alles wat we eten. Sommigen die op het natrium in hun voeding letten, zijn waarschijnlijk begonnen met het lezen van etiketten, en je had geen idee aan hoeveel dingen zout was toegevoegd. Maar ook al zijn we daar soms voorzichtig mee, zonder zout kun je niet leven. Het is essentieel voor het leven.

Hoeveel van jullie hebben één of andere vorm van zout in huis? 

Het is een basis, in het leven? Als je over de aarde vliegt, zie je paden in de wildernis die  als een web, naar waterbronnen verwijzen, en je zult ook ontdekken dat er paden zijn die naar plaatsen gaan waar ze zout halen, omdat dit essentieel is om te overleven.

Ik ga je enkele punten geven over zout en waarom ik denk dat zout zo belangrijk is, en we zullen hier wat dieper op ingaan. Wat mij voor het eerst opviel, is dat Jezus spreekt over ‘jij bent het zout der aarde’ in Matteüs, Marcus en Lucas, en Hij zegt het op de drie de plaatsen anders, wat mij doet geloven dat waar Jezus reisde en predikte, een van de dingen die Hij vaak zei was: ‘Jij bent het zout van de aarde.’ Hij zei nog iets dat in alle drie de verzen belangrijk was: als je ophoudt zout te zijn, worden we nutteloos en worden we verstoten. Uitgeworpen, vertrapt, op de mesthoop, nergens goed voor – de termen die Jezus gebruikt hebben te maken met de termen voor de verlorenen, en dus moeten we weten waar Hij het over heeft als Hij zegt: “Jullie zijn het zout der aarde.”

Zout is een cruciaal element voor het leven. Eén ding weten we meteen: zout heeft een conserverende invloed. In Bijbelse tijden wreef men zout over verschillende dingen, zoals de vis en het vlees, om het langer houdbaar te maken. Het zorgt ervoor dat dingen niet bederven. We bevinden ons in een wereld die gevuld is met verval. Dingen die aan zichzelf worden gelaten, vallen uiteen. Zout heeft een conserverende invloed, en een van de dingen die Gods waarheid in de wereld in stand houden, zijn christenen wanneer zij samenwerken als zout.

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder C300 / HouVast- Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van C300 . Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers”.