Het maakt iets uit

Een voordrachtgever gaf op een spottende manier lezingen over de dwaasheid van het geloof in God. Een van die vergaderingen vond plaats in een zaal en zijn redenaarstalent bereikte er zijn hoogtepunt. Hij beheerste de situatie en ging zo op in zijn betoog, dat zijn hoogmoed hem dreef tot het uitdagen van God.

Hij schreeuwde: Indien er een God is, dat Hij zich openbare door mij te doden. Toen God echter op de uitdaging niet inging, richtte hij zich nog aanmatigender tot het publiek: Zie je wel, dat God niet bestaat!

Op dat ogenblik stond een klein vrouwtje op. Zij zei ietwat verlegen tot de spreker: Mijnheer, u bent een geleerd man en ik kan uw argumenten niet weerleggen. Maar met al uw geleerdheid moet het dan toch niet moeilijk zijn mijn vraag te beantwoorden. Sinds heel wat jaren geloof ik in Christus. Ik ben gelukkig met de verlossing die Hij mij gaf, Zijn Woord, welke ik in de Bijbel lees, geeft mij vreugde. Zijn troost is een bron van buitengewone blijdschap.

Als ik nu zou sterven en het blijkt niet waar te zijn dat Jezus Gods zoon is, en God zou niet bestaan, en de Bijbel zou een leugen zijn, en er zou geen eeuwig leven zijn, kan u mij dan zeggen wat ik verloren heb door gans mijn leven te geloven in Jezus Christus?

Een bijzondere stilte overviel de zaal. Iedereen leek de gepastheid van de vraag te begrijpen. De eenvoud van de redenering van het vrouwtje trof de spreker en de zaal keerde zich naar hem. Hij antwoordde: Mevrouw, dan hebt u er in feite niets bij verloren. Het vrouwtje ging evenwel verder: Dank u wel voor uw antwoord. Mag ik u toch nog één vraag stellen?

Als u komt te sterven en u zou nog net voordien ontdekken dat de Bijbel toch geen leugen is, en dat God toch écht bestaat, en dat Jezus wél zijn Zoon is, weet u dan wat u verloren hebt?

De oprechtheid en spontaanheid van haar denkwijze trof het publiek dermate, dat het spontaan opstond en haar toejuichte. De spreker hield zich stil en antwoordde niet!

Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het Woord van Christus.

Jesaja 30

En wanneer gij rechts of wanneer gij links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop.

Jesaja 30:21

Naarmate we het einde der tijden naderen, zal leugen zo vermengd zijn met waarheid, dat alleen degenen die de leiding van de Heilige Geest hebben, waarheid van dwaling kunnen onderscheiden. We moeten er alles aan doen om de weg van de Heer te houden. We mogen ons in geen geval van Zijn leiding afwenden om ons vertrouwen in de mens te stellen. De engelen van de Heer zijn aangesteld om te waken over degenen die hun geloof in de Heer stellen, en deze engelen moeten onze speciale hulp zijn in elke tijd van nood. Elke dag moeten we tot de Heer komen met de volledige zekerheid van het geloof, en naar Hem opzien voor wijsheid…. Zij die geleid worden door het Woord van de Heer zullen met zekerheid onderscheid maken tussen leugen en waarheid, tussen zonde en gerechtigheid. – Manuscript 43, 1907. 7BC 907.1

Laat God tot jou spreken

GODS WOORD ZEGT dat Hij de bron is van elke behoefte en elke zegen, zowel materieel als geestelijk.

Efeziërs 1:3 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.

Filippenzen 4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

Jakobus 1:17 Elk goed gegeven en elk volmaakt geschenk komt van boven en komt van de Vader van het licht, bij wie er geen variatie of verschuivende schaduw is.

GODS WOORD ZEGT dat Hij plannen heeft gemaakt voor ons leven, nu en in het hiernamaals.

Deuteronomium 29:10-13 Allen staat gij heden voor het aangezicht van de Here, uw God: uw aanvoerders, uw stamhoofden, uw oudsten en uw opzieners, alle mannen van Israel; Uw kinderen, uw vrouwen en de vreemdelingen in uw legerplaats, zelfs uw houthakkers en waterputters, Om toe te treden tot het verbond van de Here, uw God, tot dit met een vervloeking bekrachtigd verdrag, dat de Here, uw God, heden met u sluit, Opdat Hij u heden als zijn volk bevestige en u tot een God zij, zoals Hij u toegezegd heeft, en uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft.

GODS WOORD ZEGT Hij wil een persoonlijke relatie met jou en mij. Hij heeft voorzieningen getroffen zodat we in gebed tot Hem kunnen spreken. Hij spreekt ook tot ons door Zijn Woord. We kunnen barmhartigheid en genade ontvangen en die op onze beurt delen met anderen, en we kunnen Hem toejuichen in lofprijzing en aanbidding.

2 Kronieken 7:14En mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.

Hebreeën 4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd

GODS WOORD ZEGT dat Hij wil dat we Hem zelf ervaren en ontdekken dat Hij echt is, en dat Hij goed, vriendelijk, barmhartig en liefdevol is.

Psalm 34:8 Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt.

Psalm 73:25 Wie heb ik in de hemel dan U? en behalve U verlang ik niets op aarde.

Perfecte Antwoorden

Perfecte Antwoorden op de grote vragen van het leven

Wat is de waarheid? Deze vraag heeft de mensheid door de eeuwen heen uitgedaagd. Het verbaasde Pilatus zelfs toen de belichaming van de waarheid recht voor Hem stond, maar hij liet de gelegenheid om dé waarheid te kennen aan zich voorbijgaan. In het Romeinse denken was er niet zoiets als dé waarheid, maar kon je beter spreken van ieder zijn waarheid. Dat laat verstaan waarom er zo’n babylonische spraakverwarring is over ongeveer alle zaken van het leven, ook op het vlak van geloof en religie. Het aantal verschillende doctrines en geloofsovertuigingen in onze wereld van vandaag kan ons er alleen maar van overtuigen dat we niet erg goed zijn geweest in het vinden van antwoorden op deze uiterst belangrijke vraag naar wat de waarheid is? Of maakten we een bocht, wanneer we net als Pilatus oog in oog stonden met de waarheid. En maakte onze trots toen een bocht, omdat we niet bereid waren om onze geleerdheid en positie op te geven voor de nederige Man van Nazareth? 

God heeft ons een onfeilbare en onbetwistbare bron van waarheid gegeven: Zijn Woord. Wanneer we in de war zijn, zet het ons weer op het pad, wanneer we ontmoedigd zijn, tilt het ons op, wanneer we twijfelen, herstelt het ons vertrouwen, wanneer we antwoorden nodig hebben op de grote vragen van het leven, heeft het die allemaal.

De vragen die door alle mensen worden gesteld, over hun oorsprong en bestemming, de zin van hun leven en de levensweg, worden allemaal beantwoord in het Heilige Boek, en deze antwoorden zijn samengevat in de komende serie nieuwsbrieven. Je mag je absolute vertrouwen stellen in Gods Woord – want het is de grote en volmaakt nauwkeurige gids naar Diegene die de weg, de waarheid en het leven is. (Johannes 14:6)

“De waarheid is in Jezus.” (Efeziërs 4:21)

Moge God heel dicht bij je zijn, en Zijn Geest jou de weg tonen, terwijl je dieper en dieper graaft in de wonderen van Zijn onfeilbare Woord.

GODS WOORD ZEGT dat Hij de ultieme Definitie, Personificatie en Gever van liefde is.

1 Johannes 4:7-8 : Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

GODS WOORD ZEGT dat God zoveel van de hele wereld hield dat Hij zijn enige Zoon gaf om te sterven zodat wij voor altijd kunnen leven.

Johannes 3:16 Want God had de wereld zo lief, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

GODS WOORD ZEGT dat Hij onvoorwaardelijk van ons houdt. Hij houdt niet van ons omdat Jezus voor ons stierf. Jezus stierf voor ons omdat Hij en de Vader ons eerst liefhadden.

Johannes 16:26-27 Te dien dage zult gij in mijn naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan.

GODS WOORD ZEGT dat Jezus naar de aarde kwam in de gedaante van een mens om ons te laten zien hoe de Vader is. Zoals Jezus was, zo is de Vader.

Johannes 14:8-9 Filippus zei tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

GODS WOORD ZEGT dat Hij eeuwig is en het leven in Zichzelf heeft, wat betekent dat Hij op zichzelf bestaat en leven bezit dat ” hij niet moet van iemand ontvangen”, maar dat het leven in Hem en door Hem is.

Psalm 90:2 Eer de bergen geboren waren, en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.

Jesaja 44:6 Zo zegt de Here, de Koning en Verlosser van Israel, de Here der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God.

Jesaja 43:10 Gij zijt, luidt het woord des Heren, mijn getuigen, en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn

Lees ook Jesaja 57:15, Jesaja 40:28, Genesis 21:33 en Deuteronomium 33:27.

Een Verboden Hoofdstuk

Verleden week hebben we gewezen op een passage uit Daniël 5 als de hoeksteen van de” profetie in het verwijzen naar Jezus identiteit. Maar er is nog een ander bijbelhoofdstuk waarop een Vloek rust. Dat is Jesaja 53 – het ‘verboden’ hoofdstuk uit de Bijbel

De 17e-eeuwse joodse historicus, Raphael Levi, zei dat lang geleden de rabbijnen Jesaja 53 lazen in synagogen, maar toen het hoofdstuk “argumenten en grote verwarring” had veroorzaakt, besloten de rabbijnen dat het eenvoudigste zou zijn om die profetie gewoon uit de de Haftaralezingen in synagogen te houden. Daarom stoppen ze als ze Jesaja 52 lezen in het midden van het hoofdstuk en de week daarna springen ze meteen naar Jesaja 54.

Wat is er met Jesaja 53, vraag je misschien af?

In Jesaja 53 profeteert de profeet over de Messias dat Hij verworpen zou worden door zijn volk, zou lijden en sterven in doodsangst en dat God zijn lijden en dood zou zien als een verzoening voor de zonden van de mensheid.

Jesaja leefde en profeteerde omstreeks 700 vC.

Volgens zijn profetie in hoofdstuk 53 zouden de leiders van Israël erkennen dat ze een fout hadden gemaakt toen ze de Messias verwierpen, dus Jesaja zette de profetie in de verleden tijd en omdat hij zichzelf zag als een deel van het volk van Israël, gebruikte hij de meervoudsvorm (wij).

AAN HET EINDE VAN HOOFDSTUK 52 SCHRIJFT JESAJA EEN INLEIDING BIJ HOOFDSTUK 53:

“Zie, mijn knecht zal voorspoedig zijn…”

De term ‘knecht’ wordt verondersteld terug te gaan naar gedeelten eerder in het boek die spreken over ‘de dienaar van de Heer’ (bv in de hoofdstukken 42, 49 en 50, waar de Messias wordt beschreven als een dienaar die lijdt).

“Hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn.”

Dit is om de verhevenheid van de Messias te benadrukken die zou opstaan uit de dood, en opstijgen naar de hemelen om naast de Vader plaats te nemen. Zijn acties zouden Hem een hogere status geven dan elke menselijke koning of heerser.

‘Zoals velen zich over u ontzet hebben – zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte.’ Voordat de Messias verheven werd, zou Hij lijden en vernederd worden. Zijn lichaam zou zo erg mishandeld en gemarteld worden dat hij misvormd en onherkenbaar zou zijn. “Zo zal Hij vele volken doen opspringen, om Hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij.” Ondanks het verschrikkelijke lijden, zou de dag komen dat koningen Hem met eerbied zouden aanschouwen.

EN DAN HOOFDSTUK 53 ZELF…

“Wie gelooft, wat wij gehoord hebben?” Dit beschrijft het gebrek aan geloof onder het volk van Israël dat niet gelooft wat ze hebben gehoord. Of, het was te ongelofelijk om het te geloven…

“en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?” Jesaja noemt de Messias de “Arm des Heren”. Eerder, in hoofdstuk 40, verklaart Jesaja dat de “Arm des Heren” voor hem zou heersen. In hoofdstuk 51 stelden de heidenen hun hoop op de “Arm des Heren”, en de “Arm des Heren” zou verlossen. In hoofdstuk 52 brengt de “Arm des Heren” redding. Nu, in 53, openbaart Jesaja ons dat de “Arm van de Heer” in feite de Messias is. De Messias is deel van God zelf.

“Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd.”

Hij was een scheut in geestelijk droge grond – er was al 400 jaar geen woord van God geweest.

Hij sprak ons niet aan. We wilden Hem niet. Zijn uiterlijk was niet glorieus of indrukwekkend, en de manier waarop Hij verscheen, zorgde er niet voor dat mensen naar Hem verlangden. In tegenstelling tot wat de rabbijnse Halacha leert, zou de Messias volgens deze profetie niet geboren worden in een prestigieuze rabbijnse familie of opgroeien in de residenties van rijke rabbijnen. We kunnen met zekerheid zeggen dat de uiterlijke verschijning van de Messias helemaal niets bijzonders was.

“Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.”

Het leven van de Messias werd gekenmerkt door pijn, afwijzing en lijden. Hij kreeg niet de eer als de Messias, maar werd veracht en afgewezen door de leiders van zijn volk. Ze beschouwden Hem als een sociaal buitenbeentje, iemand voor wie we ons gezicht zouden verbergen, als iemand die we op straat tegenkomen en waarvoor we ons schamen om Hem te zien. We dachten niet dat Hij het was.

“Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.” De Messias leed in onze plaats – Hij droeg onze ziekten, ons lijden, onze pijn … en de zonden die we begaan, terwijl wij dachten dat Hij gestraft werd, en dat zijn lijden Gods straf was voor de zonden die Hij zelf had begaan. We begrepen niet dat het voor ONZE zonde was.

“Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.”

Zoals iemand die gewond is neergevallen, of iemand die met kogels is doorschoten – niet door zijn eigen schuld, maar het was onze fout. Hij werd verpletterd vanwege onze onrechtvaardigheden, onze zonden – de straf die we verdienden, kwam op Hem. Op precies deze manier, honderden jaren later, werd de profetie vervuld. Jezus ging naar het kruis om de dood te dragen die wij verdienden. We zijn schapen die zijn afgedwaald. Israël negeerde Hem en ging zijn eigen weg. Hij werd onderdrukt en Hij werd gekweld, maar Hij deed Zijn mond niet open. Zijn waardigheid en het recht op een eerlijk proces werden hem ontnomen. Hij verzette zich niet tegen zijn onterechte vonnis. Hij probeerde niet in opstand te komen of te ontsnappen, en zonder weerstand te bieden aan de onrechtvaardigheden, onderging Hij dit vreselijke vonnis.

Een doodvonnis. Niet voor zijn eigen misdaden, maar die van zijn volk. De Messias zou niet voor zijn eigen zonde sterven, maar voor de zonde van zijn volk – de straf voor hun zonden nam de Messias op zich. Zijn generatie zou hem niet ter sprake willen brengen, maar wou zijn bestaan onder het tapijt vegen. De afgelopen 2000 jaar is Jezus de Messias – het best bewaarde geheim in het jodendom geweest, en dit is waarom hij in het jodendom als “Yeshu” werd bestempeld, wat staat voor “Moge zijn naam en herinnering worden uitgewist”.

Uit : Houvast 1 / 2022

De verloren boeken van de Bijbel

De uitdrukking “verloren boeken van de Bijbel” vult onze geest met spannende beelden van stoffige perkamenten en rollen die door een archeoloog in Indiana Jones-stijl in een oud graf zijn gevonden. In werkelijkheid kunnen echter alle ‘verloren boeken’ gemakkelijk worden genoemd en zijn ze al eeuwenlang bekend bij de kerk en bij de samenstelling van de canon van het Nieuwe Testament (maar ook bij het Oude) is geen sprake van willekeur of favoritisme. Gods Geest heeft gewaakt over het Woord. Dat bepaalde boeken of teksten niet zijn opgenomen, betekent dat ze niet geoordeeld werden als opbouwend voor het geloof, soms andere informatie bevatten, maar ze zouden eigenlijk helemaal niet “verloren” moeten worden genoemd.

Er zijn drie groepen van boeken die worden gezien als verloren, of misschien is het beter te zeggen “verworpen”

De Pseudo-epigrapha
Sommige boeken worden de Pseudepigrapha genoemd. De Oxford American Dictionary merkt op dat het woord in de 17e eeuw is ontstaan ​​uit het Griekse pseudepigraphos, wat letterlijk ‘met valse titel’ betekent. Dit gaat over volgende pseudepigrafische boeken :

  •  Brief van Barnabas
  • Eerste (en tweede) brief van Clemens aan de Korinthiërs
  • De letter van de Smyrnaeans (ook bekend als het martelaarschap van Polycarpus)
  • De herder van Hermas
  • Het boek van Henoch
  • Het evangelie van Judas (130-170 n.Chr.)
  • Het evangelie van Thomas (140-170 na Christus)
  • De Psalmen van Salomo
  • De Odes van Salomo
  • De testamenten van de twaalf aartsvaders
  • Tweede Baruch
  • De boeken van Adam en Eva
  • De Handelingen van Filippus
  • De Apocalyps van Petrus
  • Het evangelie van de geboorte van Maria
  • Het evangelie van Nikodemus
  • Het evangelie van de kinderjaren van de Heiland
  • De geschiedenis van Jozef de Timmerman
  • De Handelingen van Paulus (inclusief Paulus en Thecla)
  • De zeven brieven van Ignatius
  • De brief van Polycarpus aan de Filippenzen

Sommige mensen die twijfelen aan de geldigheid van de Bijbel zijn van mening dat deze boeken een geldig tegenwicht vormen tegen de huidige samenstelling van de Bijbel. Ze zeggen dat omdat de Pseudepigrapha inhoud bevat die de bestaande canon tegengaat, de beslissing om de verloren boeken uit te sluiten, bevooroordeeld is.

Sommige boeken hebben steun uit moderne bronnen, zoals de steun die het ‘Evangelie van Judas’ recent kreeg van National Geographic. Toch werden ze geschreven lang nadat de oorspronkelijke nieuwtestamentische canon was afgesloten. Deze boeken werden door de vroege kerkvaders nooit als echt aanvaard.

De Didache

Een ander ‘verloren boek’ werd geschreven net na de tijd van Christus en staat bekend als de Didache of ‘De Leer van de Twaalf Apostelen’. Het wordt verondersteld te zijn geschreven tussen 65 en 80 na Christus.

De Didache is een catechismus of handboek van christelijke procedures. Veel van de instructies in de Didache zijn gebaseerd op bijbelse concepten, maar zijn aangevuld met rituelen en aanwijzingen die niet worden ondersteund in het Woord van God, zoals we kunnen zien in het gedeelte over de doop:

En met betrekking tot de doop, doop op deze manier: Nadat u al deze dingen eerst hebt gezegd, doopt u in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Mattheüs 28:19 in levend water. Maar als je geen levend water hebt, doop dan in ander water; en als je niet kunt in koud, in warm. Maar als je dat ook niet hebt, giet dan driemaal water op het hoofd in de naam van Vader en Zoon en Heilige Geest. Maar laat vóór de doop de doper vasten, en de gedoopten en wat anderen maar kunnen; maar u moet de gedoopten opdracht geven om een ​​of twee dagen van tevoren te vasten.

Jezus gaf geen instructies in de evangeliën over hoe of waar gedoopt te worden. Hoewel Hij vasten aanmoedigde, werd er niets gezegd over vasten als voorwaarde voor de doop. In feite vertelt Handelingen 8 het verhaal van een man die gedoopt wilde worden zodra hij het goede nieuws begreep. Filippus, de man die hem hielp de Schrift te begrijpen, zei hem niet eerst te vasten, maar doopte hem in plaats daarvan onmiddellijk in de nabijgelegen rivier:

“En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water. En de kamerheer zei: Kijk, daar is water; wat verhindert mij gedoopt te worden? En Filippus zei: Als u met heel uw hart gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zei: Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij liet de wagen stilhouden, en zij daalden beiden af in het water, zowel Filippus als de kamerheer, en hij doopte hem.” (Handelingen 8:36-38).

De doop is een symbool van de dood en de opstanding. De oude mens gaat in het graf en de nieuwe mens staat op in Jezus. De doop door onderdompeling was de gebruikelijke demonstratie dat die oude mens niet meer bestaat.

Alle andere boeken van de Bijbel zijn met elkaar verweven en ondersteunen elkaar. Dit boek kan niet worden opgenomen omdat het niet wordt onderschreven door de rest van de Schrift. Het belang en de betekenis van de doop mag niet worden verminderd. Waar het op aan komt, is dat het de dood is van de oude mens in het graf – de dood die Jezus overwon – en met Hem opstaan in nieuwheid des levens.

De Apocriefen
Een andere groep boeken die vaak ‘verloren boeken’ wordt genoemd, zijn de apocriefe boeken. Terwijl de pseudepigrafische boeken werden geschreven binnen 200 jaar na de tijd van Christus (gecentreerd op de nieuwtestamentische tijdsperiode), werden de apocriefe boeken geschreven tijdens de periode van het Oude Testament, maar lang nadat de originele oudtestamentische geschriften waren voltooid. Het gaat oa over deze apocriefe boeken :

 

  • Eerste en Tweede Esdra (150-100 v.Chr.)
  • Tobit (200 v.Chr.)
  • Judith (150 v.Chr.)
  • Aanvullingen op Esther (140-130 v.Chr.)
  • Wijsheid van Salomo (30 v.Chr.)
  • Ecclesiasticus, ook wel bekend als De Wijsheid van Jezus, zoon van Sirach (132 v.Chr.)
  • Baruch (150-50 v.Chr.)
  • Brief van Jeremia (300-100 v.Chr.)
  • Lied van de drie heilige kinderen, een toevoeging in de Griekse versie van Daniël 3 (170-160 v.Chr.)
  • Susanna (200-0 v.Chr.)
  • Bel en de Draak (100 voor Christus)
  • Toevoegingen aan Daniël, of het gebed van Azaria (200-0 v.Chr.)
  • Gebed van Manasse (100-0 v.Chr.)
  • Eerste Makkabeeën (110 voor Christus)
  • Tweede Makkabeeën (110-170 v.Chr.)

De apocriefe boeken worden verworpen door zowel joodse als protestantse geleerden, maar algemeen aanvaard door rooms-katholieke geleerden. De boeken bevatten gedeelten die de rechtvaardiging voor zowel zelfmoord als moord ondersteunen, liegen als het doel de middelen heiligt, gebeden voor de doden, geloof in het vagevuur en aanbidding van afgoden. Deze en vele andere doctrines zijn acceptabel voor rooms-katholieke theologen, grotendeels omdat de rooms-katholieke kerk accepteert dat de traditie hetzelfde gezag heeft als de Schrift. Gelovigen die alleen de Schrift als grond voor geloof respecteren, accepteren deze geschriften niet.

Geen van deze boeken noemt zichzelf geïnspireerd door God. Ook leefden de auteurs vaak niet in hetzelfde tijdperk waarin de boeken tot stand kwamen. Zelfs de vroege kerk geloofde dat deze boeken frauduleus waren en gaf ze niet hetzelfde gezag als de geïnspireerde Schrift. Lees enkele voorbeelden van de botsingen in de leer tussen de apocriefen en het ware Woord van God.

De apocriefe boeken werden door de bijbelsamenstellers niet als deel van de Schrift beschouwd, omdat ze duidelijk in tegenspraak zijn met de bijbelse waarheden, zoals blijkt uit de volgende voorbeelden:

De apocriefen zeggen dit:

Maar de engel zei tot hem: Grijp de vis aan. En de jongeling vatte de vis en wierp hem op het land. En de engel zei tot hem: Snijd de vis in stukken, en neem het hart, en de lever, en de gal, en leg ze weg om te bewaren. …/… En de jongeling zeide tot de engel: Azarias, broeder, wat is van het hart, en de lever, en de gal van deze vis? En hij zei tot hem: Wat het hart en de lever betreft, indien iemand gekweld wordt van de duivel of boze geest, moet gij die roken voor die man of die vrouw, en hij zal niet meer gekweld worden. En bestrijk met de gal een mens, die witte schellen heeft op zijn ogen, en hij zal genezen worden.”(Tobias 6:4-10). Maar de Bijbel zegt:

“En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven;”  (Markus 16:17).

“En dat deed zij vele dagen lang. Maar Paulus, die zich daaraan ergerde, keerde zich om en zei tegen de geest: Ik gebied u in de Naam van Jezus Christus uit haar weg te gaan! En hij ging op hetzelfde moment uit haar weg.” (Handelingen 16:18).

De Apocriefen zeggen:

“Want aalmoes verlost van de dood en zij zuivert alle zonde af. Die aalmoezen en gerechtigheid doen, zullen met het leven verzadigd worden.” (Tobias 12:9). Maar de Bijbel zegt:

“in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.” (1 Petrus 1:18-19).

Over bidden voor de doden zeggen de Apocriefen :

En enige voorraad gemaakt hebbende uit een hoofdschatting, van tweeduizend drachmen zilver, zond die naar Jeruzalem om offerande te doen voor de zonde; gans wel en edel doende, daar hij dacht aan de opstanding. (Want indien hij niet had verwacht, dat degenen die gevallen waren, weder zouden opstaan, zo zou het tevergeefs en dwaas geweest zijn voor de doden te bidden).” (2 Maccabeeën 12:43-46). Maar de Bijbel zegt :

“Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1 Johannes 1:7).

Vergissingen in de Vulgaat :

De bijbelvertalingen die sterk leunen op katholieke documenten zijn in sommige van hun vertolkingen zeer problematisch. Enkele voorbeelden uit de Vulgaatbijbel en vertalingen die op de Vulgaat zijn gebaseerd, maken de weg vrij voor relikwieaanbidding en stellen het niveau van Gods inspiratie in twijfel.

2 Timotheus 3:16 HSV zegt:  “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid.”
De Douay Versie zegt, “Alle schriftuur die door God geïnspireerd is, is winstgevend / waardevol.”

Hebreeën 11:21 HSV zegt, “Jacob boog zich in aanbidding neer, terwijl hij leunde op het uiteinde van zijn staf.”
De Vulgaat zegt, “Jacob aanbad het uiteinde van zijn staf.”

Openbaringen 22:14 HSV zegt, “Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.”

Het is God die over zijn woord waakt. Hij heeft dat woord geïnspireerd en waakt erover dat het onverrijkt blijft bestaan.