De ziel die zondigt

De ziel die zondigt, zal sterven

In deze periode van het jaar denken mensen vaker aan hun dierbare overledenen. Waar zijn ze? Hoe zijn ze? Hoe zit het met het leven na de dood?

Het antwoord hierop hangt af van de bron die we willen gebruiken. Maar voor diegenen die op God en op Zijn Woord vertrouwen, is er een heerlijke boodschap die doorheen de hele Bijbel altijd dezelfde is. In een profetische boodschap in Ezechiël 18 benadrukt God dat Hij hen zal zegenen en behouden die rechtvaardig leven (verzen 5-9). En in vers 4 stelt Hij nadrukkelijk: „Zie, alle zielen zijn van Mij; zowel de ziel van de vader als de ziel van de zoon is van Mij; de ziel die zondigt, zal sterven.”

Het ​​woord dat in dit vers vier keer met „ziel(en)” is vertaald, is hetzelfde Hebreeuwse woord (nephesh) dat in Genesis 2:7 met „levend wezen” is vertaald. Wanneer God het leven wegneemt, wordt het „levende wezen” een „dood wezen” — precies zoals God Adam had gewaarschuwd.

In de Bijbel zien we wat de toestand is van een ziel die niet meer leeft. Salomo verklaarde in Prediker 9:5: “Want de levenden weten dat zij zullen sterven, maar de doden weten niets.” In datzelfde verband stelde Salomo: “Al wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen; want er is geen werk, overleg, kennis of wijsheid in het graf waarheen u gaat” (Prediker 9:10).

Met andere woorden: Salomo spoort ons aan om het beste uit ons leven te halen, omdat er na de dood geen sprake meer is van bewustzijn, besef, kennis of productiviteit.

Jezus sprak over de dood als een vorm van slaap. Let op het gesprek tussen Jezus en de discipelen in Johannes 11:11-14: “‘Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga erheen om hem wakker te maken.’ Toen zeiden Zijn discipelen: ‘Heere, als hij slaapt, zal hij weer gezond worden.’ Jezus sprak echter over zijn dood, maar zij dachten dat Hij sprak over rusten in de slaap. Toen zei Jezus hun ronduit: ‘Lazarus is dood.'”

De term ‘slaap’ wordt gebruikt om de dood te beschrijven, omdat iemand die diep slaapt, lijkt op iemand die in het graf ligt: ​​bewusteloos, niet productief en zich niet bewust van het verstrijken van de tijd.

Waarom is er behoefte aan een opstanding, een oordeel of het bekleden met onsterfelijkheid?

Hebreeën 9:27 stelt: “En zoals het voor de mensen vaststaat dat zij eenmaal moeten sterven en daarna het oordeel…” Wanneer we dit vers in de context van andere teksten bekijken, zien we een bepaalde volgorde van gebeurtenissen. Na het overlijden ligt iemand in het graf te wachten op de opstanding. 

Jezus sprak over een toekomstige tijd waarin de doden leven zouden ontvangen, en Hij beschreef ook een tijd van oordeel: “Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en tevoorschijn zullen komen: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding van het leven, en zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding van de veroordeling” (Johannes 5:28-29).

De apostel Paulus zegt dat er een tijd komt waarin wij, die sterfelijk zijn, ons met onsterfelijkheid zullen “bekleden”: “Want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden” (1 Korinthiërs 15:52-53).

Zijn punt is dat wij nog niet over onsterfelijkheid beschikken. Er moet een verandering plaatsvinden, zodat we ons met onsterfelijkheid kunnen “bekleden”.

Waarom zou dit nodig zijn als we onsterfelijke zielen zouden zijn? Wat is het nut van een opstanding als iemand nooit echt sterft? Waarom zou er een dag van het oordeel nodig zijn als we bij ons overlijden direct onze beloning ontvangen? Waarom moet dit sterfelijke lichaam zich “met onsterfelijkheid bekleden” als we al onsterfelijk zijn?

Het voor de hand liggende antwoord is dat de leer over de onsterfelijke ziel onjuist is. Iemand die sterft, bevindt zich in het graf – bewusteloos en zich niet bewust van het verstrijken van de tijd – in afwachting van de opstanding.

Als onze dierbaren bij hun dood niet naar een “betere plek” gaan, is er dan geen troost te vinden met betrekking tot het lot van de doden?

Iets beters in het vooruitzicht: eeuwig leven

Een van de bekendste bijbelteksten zegt dat Gods uiteindelijke doel met de mensheid is om ons iets te geven wat we nog niet hebben: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16;).

Sterker nog, in Titus 1:2 schrijft Paulus dat hij leefde “in de hoop op eeuwig leven, dat God, Die niet liegen kan, vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft.”

Niemand van ons heeft op dit moment al eeuwig leven, maar het is de gave die God voor ons in het vooruitzicht stelt. Als dit leven sterfelijk en tijdelijk is, wanneer en hoe zal Hij die gave dan schenken? Terwijl u dit leest, is in het hemelse heiligdom het oordeel bezig over zij die ons zijn voorgegaan in de dood. Bij de wederkomst van Jezus zullen zij “die Hem verwacht hebben” opstaan met een verheerlijkt lichaam en Hem tegemoet gaan in de lucht. Duizend jaar later vindt de tweede opstanding plaats om het oordeel te voltrekken over de onrechtvaardigen.  

De valse leer van de onsterfelijkheid van de ziel vertroebelt het inzicht in Gods geweldige en wonderbaarlijke plan om de gave van eeuwig leven te schenken aan zij die hun heil van Hem verwachten. Wanneer we die leer opzij schuiven, ontdekken we de bijbelse waarheid – de werkelijke hoop die we hebben – zowel in dit leven als daarna.

In Flyermap 4 / Zonde & Dood vind je tientallen thema’s die een bijbels licht werpen op het wat, wanneer & hoe van het leven na de dood.

Overdenk de uitdaging van Elia : Wie is uw God?

Hier gezongen door Advent World “Answer me o Lord !

Wat is dat met de ziel?

Hebben mensen een onsterfelijke ziel?

Het zal u misschien verbazen dat de algemene opvatting dat de mens een onsterfelijke ziel heeft (of is), geen leer is die uit de Bijbel afkomstig is.

De dood is een realiteit van het leven, ook al denken we er liever niet over na. De dood kan ingrijpend zijn en ons scheiden van familie en vrienden. We willen graag geloven dat er iets beters wacht op een overleden dierbare – dat hij of zij naar een “betere plek” is gegaan.

Wat er na de dood gebeurt, is een mysterie. Dit wordt nog ingewikkelder gemaakt door de overtuiging van de meeste mensen dat de dood niet echt het einde van het leven betekent. Zowel christenen als niet-christenen gaan er doorgaans van uit dat de ziel van een goed mens bij het overlijden direct naar de hemel (of een andere eeuwige beloning) gaat, terwijl de ziel van een slecht mens in de brandende vlammen van de hel (of een andere plaats van eeuwige straf) terechtkomt om daar eeuwig te worden gepijnigd.

Die opvatting berust op de onjuiste aanname dat ieder van ons een onsterfelijke ziel is die in een fysiek lichaam leeft, en dat de ziel blijft voortbestaan ​​wanneer het lichaam sterft. Als dat waar zou zijn, zou de ziel na de dood ergens naartoe moeten gaan – en zo komen we bij de gangbare ideeën over hemel en hel.

De werkelijkheid ziet er echter heel anders uit. We moeten begrijpen wat het doel van het leven is en waarom we sterven. Wanneer we begrijpen waar het bij leven en dood om draait, kunnen we weten dat er inderdaad iets veel beters wacht op degenen die gestorven zijn – maar waarschijnlijk niet wat u dacht. De Bijbel maakt duidelijk dat de ziel niet onsterfelijk is en dat een mens na de dood noch naar de hemel, noch naar de hel gaat.

De bijbelse definitie van een ziel

In Genesis 2:7 lezen we: “En de HEERE God vormde de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; en de mens werd een levend wezen.” (een levende ziel)

Merk op dat er in dit gedeelte niet staat dat Adam een ​​ziel kreeg of dat er een of andere levensvorm, een ‘ziel’ genaamd, in hem werd geplaatst. Er staat dat hij een levende ziel werd (in het Hebreeuws: *nephesh*).

Mensen zijn levende wezens die door God, via de schepping, op wonderbaarlijke wijze de gave van het leven hebben ontvangen. Zowel de ervaring als de Schrift leert ons dat ieders leven eindigt in de dood. Maar wat gebeurt er daarna?

Kort na zijn schepping werd Adam gewaarschuwd dat zijn leven hem ontnomen zou worden als hij ongehoorzaam zou zijn aan God door te eten van de vrucht van een bepaalde boom in de Hof van Eden: “Maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven” (Genesis 2:17).

Wat bedoelde God toen Hij Adam waarschuwde dat hij zou “sterven”?

Niet lang na die waarschuwing aten Adam en Eva van die boom en kregen ze te horen: “In het zweet van uw gezicht zult u brood eten, totdat u terugkeert naar de aardbodem, want daaruit bent u genomen; want stof bent u en tot stof zult u terugkeren” (Genesis 3:19). Er staat hier niet dat alleen hun lichamen zouden sterven. Ondanks moderne opvattingen is er in de Bijbel geen aanwijzing te vinden dat een soort geestelijke ziel in een andere vorm, op een andere plaats of in een andere dimensie zou voortleven.

De oorsprong van de leer van een onsterfelijke ziel

Het was in feite Satan (voorgesteld als een slang) die tegen Eva loog en haar vertelde dat ze niet zou sterven als ze van de vrucht van de boom zou eten: “Toen zei de slang tegen de vrouw: ‘U zult zeker niet sterven. Want God weet dat op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en u als God zult zijn, kennende goed en kwaad'” (Genesis 3:4-5).

Door Eva te misleiden, probeerde Satan Gods gezag te ondermijnen door te beweren dat het negeren van Zijn instructie niet tot de dood zou leiden, maar dat zij, net als God, het vermogen zou hebben om te beslissen wat goed en kwaad is. Satan suggereerde ook dat zij, net als God, niet zou sterven. Met andere woorden: Satan introduceerde het concept van de onsterfelijke ziel.

Satans misleiding is de standaard van het christendom geworden, overgenomen uit de overtuigingen van oude heidenen. De online editie van de Catholic Encyclopedia stelt:

“Egypte levert al in een zeer vroeg stadium overvloedig bewijs van een uiterst levendig en intens geloof in een leven na de dood. Offers van allerlei soorten voedsel aan de geesten van de overledenen, uitgebreide begrafenisrituelen en de wonderbaarlijk vakkundige mummificatie van de lichamen van de overledenen getuigen allemaal van de kracht van de overtuiging van de Egyptenaren omtrent de werkelijkheid van het hiernamaals“ (artikel “Immortality”).

Hetzelfde artikel vermeldt ook dat de Griekse filosoof Plato in de vierde eeuw v.Chr. de leer van de onsterfelijkheid van de ziel populair maakte:

“Het was echter in de handen van zijn [Socrates’] grote leerling Plato dat de leer haar meest uitvoerige filosofische uiteenzetting en verdediging kreeg. … Voor Plato is de ziel een wezen dat volledig losstaat van het lichaam; ze verhoudt zich tot het lichaam zoals de stuurman tot het schip of de wagenmenner tot de wagen. De rationele ziel is de eigenlijke ziel van de mens. Het is een goddelijk element, en juist dit is onsterfelijk.”

In de Phaedo stelde Plato: „De ziel, waarvan leven een onafscheidelijke eigenschap is, zal nooit het tegenovergestelde van leven — de dood — toelaten. Zo wordt aangetoond dat de ziel onsterfelijk is, en omdat ze onsterfelijk is, ook onverwoestbaar” (Plato the Teacher: Being Selections From the Apology, Euthydemus, Protagoras, Symposium, Phaedrus, Republic and Phaedo of Plato, 1897, p. 449). Over de dood redeneerde hij verder: „Is dit [de dood] iets anders dan de scheiding van ziel en lichaam? … Dood zijn is het bereiken van deze scheiding, waarbij de ziel in zichzelf bestaat en van het lichaam gescheiden is” (pp. 425-426).

Voor deze opvatting wordt geen andere bron aangevoerd dan Plato’s eigen logica. Wat bijna universeel wordt geloofd en onderwezen, is niet afkomstig uit de Bijbel, maar gebaseerd op de redeneringen van deze heidense Griekse filosoof, die honderden jaren vóór de geboorte van Jezus leefde.

Het einde

Klimaatwetenschapper in 2016: Over 10 jaar geen mensen meer

Wist je dat je nog maar een paar maanden te leven hebt? Ja, dat klopt, want een klimaatwetenschapper van de Universiteit van Arizona voorspelde in 2016 dat de klimaatsituatie zo ernstig was dat hij zich niet kon voorstellen dat er over slechts tien jaar nog één mens op aarde zou zijn. Welnu, het is spoedig 10 jaar geleden dat hij die voorspelling deed… dus staan ​​we op het punt om allemaal te sterven door extreme temperaturen die we in “twee miljard jaar” niet meer hebben gezien?

Dr. Guy McPherson heeft 55 peer-reviewed artikelen gepubliceerd en is emeritus hoogleraar. Zijn theorie over de “aanstaande uitsterving van de mensheid”—dat de mensheid zeer binnenkort zal uitsterven—wordt door de meeste wetenschappers als “marginaal” beschouwd, maar dat heeft hem er niet van weerhouden om als klimaatexpert rond te reizen, lezingen te geven, te publiceren, les te geven en interviews te geven! Neem bijvoorbeeld dit interview uit 2016 in Nieuw-Zeeland, waarin hij deze voorspelling deed: “Wat de mensheid betreft, zijn we klaar, het zit vast… We zitten midden in de zesde massa-extinctie… Ik kan me niet voorstellen dat er over 10 jaar nog een mens op aarde zal zijn.”

Dat is wat hij zei… Het is inmiddels 10 jaar geleden, en de mensheid floreert nog steeds en is nog lang niet uitgestorven. Zijn voorspelling was volkomen onjuist. De situatie is niet zo snel verslechterd dat de mensheid wanhopig aan het leven vastklampt, met alleen nog de hoop dat microben en schimmels een desolate planeet opnieuw kunnen bevolken. Omdat hij uitgaat van het verkeerde uitgangspunt – evolutie, miljoenen jaren en atheïsme – trekt hij volkomen verkeerde conclusies.

In 2018 tweette klimaatactiviste Greta Thunberg een artikel waarin een andere klimaatactivist/professor werd geciteerd die zei dat klimaatverandering “de mensheid zou kunnen uitroeien, tenzij we de komende vijf jaar stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen”. Opnieuw een sombere voorspelling die niet is uitgekomen.

Het milieuactivisme van Al Gore is een ander voorbeeld – veel van de voorspellingen die hij deed over klimaatverandering in zijn documentaire An Inconvenient Truth uit 2006 zijn niet uitgekomen.

Klimaatmodellen zijn slechts zo goed als de data die erin worden gestopt en de interpretaties die aan de conclusies ten grondslag liggen. Dr. McPherson en klimaatalarmisten zoals hij beschikken niet over alle informatie (klimaatwetenschap is immers extreem complex) en hebben een verkeerde interpretatie van het verleden als het om het klimaat gaat, waardoor ze foute voorspellingen doen die keer op keer mislukken.

Ons klimaat is niet geëvolueerd. Het is door God geschapen, intelligent ontworpen met wijsheid en vooruitziendheid. En de mensheid zal niet uitsterven door stijgende wereldwijde temperaturen. God heeft al bepaald hoe het allemaal zal eindigen wanneer Hij terugkeert in het oordeel en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde schept.

Klimaatalarmisten zullen het einde van de wereld of het einde van de mensheid blijven voorspellen, maar ze zullen het steeds mis hebben.

Voor christenen die volharden in hun strijd en hun hoop op Jezus zetten, is de toekomst niet somber en hopeloos – zij zullen de eeuwigheid in volmaaktheid met hun Schepper doorbrengen. Maar voor hen die God verwerpen, is de toekomst hopeloos. Niet vanwege een door de mens veroorzaakte klimaatcrisis, maar omdat God de zonde zal oordelen en zij die Christus hebben verworpen voor altijd van Hem gescheiden zullen zijn. Dat is de realiteit! (Prijs de Heer, wij hebben hoop in Christus!)

Klimaatalarmisten zullen het einde van de wereld of het einde van de mensheid blijven voorspellen, maar ze zullen het steeds weer mis hebben.

In plaats van ons druk te maken over de vermeende hopeloosheid van de toekomst, moeten christenen de opdracht blijven volgen die God ons heeft gegeven: wijs en godvruchtig heerschap over deze schepping uitoefenen (dit betekent ervoor zorgen tot Gods eer en het welzijn van alle mensen), het werk van de Koning doen totdat Hij komt, strijden voor het geloof, zout en licht zijn en discipelen maken – dit alles met de hoop op een gloednieuwe schepping wanneer Jezus ooit terugkeert.

Wat een verschil maakt een Bijbels wereldbeeld!

Bereid je voor om jouw Heer te ontmoeten ! Hij is de toekomst.

Als de aarde opnieuw “woest en ledig zal worden”, zal dit niet zijn wegens de voorspellingen van Dr. Guy McPherson, maar omdat het menselijk egoïsme het leven onmogelijk maakt en God zal ingrijpen omdat de limiet van Zijn aanvaardbaarheid is bereikt.

Als het antwoord uitblijft

Ik zat tegenover Ben aan de eettafel, een briljante leraar in het christelijk geloof. Hij had zijn baan op het spel gezet vanwege een gewetenskwestie en was ontslagen. Hij vroeg God om hem te helpen een andere baan te vinden in zijn vakgebied, vol vertrouwen in Zijn hulp. Hoewel hij zijn CV door het hele land had verstuurd, kwam er niets van terecht. Maand na maand had hij gebeden en gewacht, zonder antwoord. Nu vertelde hij dat hij op het punt stond een baan aan te nemen die zijn geloof in gevaar zou kunnen brengen. Ik zal zijn woorden nooit vergeten: “Als God mijn Vader is, zoals ik altijd heb geloofd, waarom heeft Hij me dan niet verhoord? Zo zou ik mijn kinderen nooit behandelen. Ik weet niet meer zeker of God bestaat.”

David getuigde dat onbeantwoorde gebeden voor hem net zo traumatisch waren als de dood van een goede vriend of familielid (Psalm 35:13, 14). Onbeantwoorde gebeden zijn verwoestend vanwege de hoge verwachtingen die de Bijbelse beloften met zich meebrengen. Jezus zei: “Wat u ook in gebed vraagt, geloof dat u het ontvangen hebt, en het zal u gegeven worden” (Marcus 11:24). Hoewel andere Bijbelpassages voorwaarden stellen aan ogenschijnlijk blanco cheques zoals deze, worden we over het algemeen aangemoedigd om gebedsverhoring te verwachten.

Niet langer een geheim

Onbeantwoorde gebeden zijn misschien een goed bewaard geheim binnen de kerk, maar in de Bijbel zijn ze dat niet. Het grootste deel van het boek Job is het verhaal van onbeantwoorde gebeden om Gods ingrijpen (Job 30:20-23). ​​Paulus bad driemaal om verlichting van een ernstige kwaal, maar God nam die nooit weg (2 Korintiërs 12:7-9). In Psalm 88 stort Heman de Ezrachiet zijn verbijstering uit bij God over zijn onbeantwoorde gebeden. Hij leed blijkbaar al sinds zijn kindertijd aan een kwaal die hem tot een buitenstaander maakte. Omdat hij geleerd had te geloven in gebed, smeekte hij God om genezing, maar de verlossing bleef uit. Heman vroeg: “O HEER, waarom verstoot U mij?” (vers 14).

En Psalm 91 belooft: “Als u de Allerhoogste tot uw woonplaats maakt, ja, de HEER, die mijn toevlucht is, dan zal u geen kwaad overkomen, geen ramp zal uw tent naderen” (verzen 9, 10). Maar Hebreeën 11 spreekt over een groep die God tot hun toevlucht maakte, en toch werden sommigen ‘gestenigd, … in tweeën gezaagd, … met het zwaard gedood; … en al dezen, hoewel hun geloof getuigde, ontvingen niet wat beloofd was’ (verzen 35-40).

Dat brengt ons bij de vraag: waarom verkrijgen de enen het gevraagde en de anderen niet? Is het geloof, de manier waarop we bidden, zit er iets in de weg die God verhindert het toe te staan? Dat is wat we verder uitspitten in de flyer C252 – Onbeantwoorde gebeden en waar ik veel dieper op in wil gaan in een prediking aanstaande zaterdag.

Wonderbare Schepper

“Naarmate je de Bijbel verder bestudeert, zul je je ervan bewust worden dat de Bijbel het bestaan van een Opperwezen als vanzelfsprekend beschouwt. Dit Opperwezen is niet alleen almachtig, alwetend, eeuwig en oneindig, maar ook de Schepper van het universum. Dit Opperwezen, dat de Bijbel God noemt, is de eerste oorzaak van al het bestaande, de architect en ontwerper van alles wat leeft en niet leeft, van de grootste zon tot het kleinste insect. Hij heeft de sterren in de ruimte geplaatst en de vleugel van de vlinder geschilderd. Hij heeft de bergen en het atoom gemaakt. “In den beginne schiep God de hemel en de aarde,” zegt het eerste vers van de Bijbel; en deze belangrijke bevestiging wordt steeds opnieuw herhaald in het hele boek. “U, ja U, bent de enige Heer,” zegt Nehemia, “U hebt de hemel gemaakt, de hemel der hemelen, met al zijn legermachten, de aarde en alles wat daarin is, de zeeën en alles wat daarin is, en U bewaart ze allemaal” (Nehemia 9:6). De psalmist verklaart vol vertrouwen: “Vanouds hebt U de fundamenten van de aarde gelegd, en de hemelen zijn het werk van Uw handen” (Psalm 102:25). “Heft uw ogen op naar omhoog,” spoort de profeet Jesaja aan, “en zie wie deze dingen geschapen heeft, die hun legermacht in aantal voortbrengt; Hij noemt ze alle bij naam, in de kracht van Zijn macht, want Hij is sterk; geen enkel wezen faalt… Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEER, de Schepper van de uiteinden der aarde, niet moe wordt en niet uitgeput raakt?” (Jesaja 40:26-28). Tegen de heidense priesters van Lystra, die hem wilden aanbidden, zegt Paulus: “Heren, waarom doet u dit? Wij zijn immers ook mensen met dezelfde hartstochten als u, en wij prediken u dat u zich van deze ijdelheden moet afkeren en u moet wenden tot de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en alles wat daarin is, heeft gemaakt” (Handelingen 14:15). Tegen de Atheners verklaart hij de “God die de wereld en alles wat daarin is, heeft gemaakt”, de Heer van hemel en aarde, die “aan allen leven, adem en alle dingen geeft” (Handel. 17:24, 25). En Johannes spoort ons aan: “Vrees God en geef Hem eer, en aanbid Hem die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen heeft gemaakt” (Openbaring 14:7). Hebt u zich wel eens afgevraagd hoe God het universum heeft gemaakt? Uw Bijbel geeft een eenvoudig antwoord. “Door het geloof begrijpen wij dat de wereld door het woord van God is gevormd, zodat de zichtbare dingen niet uit het waarneembare zijn ontstaan””Door het geloof begrijpen wij dat de wereld door het woord van God is geschapen, zodat wat zichtbaar is, is ontstaan uit dingen die niet zichtbaar zijn.”

Merk op dat deze tekst niet precies zegt hoe God schiep. Er wordt niet in detail getreden. Er staat alleen dat Hij onzichtbare dingen zichtbaar maakte, wat een beknopte weergave kan zijn van de wetenschappelijke waarheid dat energie kan worden omgezet in massa.

Hoe lang duurde het voordat God elk machtig wonder verrichtte? Slechts zo lang als het duurde om het woord te spreken.

“Door het woord van de HEER zijn de hemelen gemaakt, en al hun legermachten door de adem van zijn mond… Want Hij sprak, en het geschiedde; Hij gebood, en het stond vast” (Psalm 53:6-9).

“Loof Hem, hemelen der hemelen, en wateren boven de hemelen! Loof de naam van de HEER, want Hij gebood, en zij werden geschapen” (Psalm 148:4, 5). Dit betekent niet dat God alles in het universum in één keer heeft geschapen; het onthult slechts Zijn scheppingsmethode. God hoeft alleen maar te spreken, een verlangen uit te spreken, en de atomen schikken zich naar Zijn wil. Daarom heeft Hij geen lange tijd nodig om Zijn doelen te bereiken. Hij kan snel handelen.

Lees de hele flyer

Beweren dat er eeuwen en eeuwen nodig zijn om de evolutie van een wereld of de wezens erop tot stand te brengen, legt een onterechte beperking op Gods macht. Hij kan de tijd gebruiken als Hij dat wil, of Hij kan er helemaal vanaf zien.

Astronomen kunnen met hun wonderbaarlijke nieuwe telescopen het licht fotograferen van een ster die een miljard jaar geleden bestond. Maar die ster had door de eeuwige, almachtige Schepper in een oogwenk geschapen kunnen zijn, “met de adem van Zijn mond”.

Toen God besloot onze wereld te scheppen, koos Hij ervoor om daar zes dagen voor uit te trekken. Dat was Zijn voorrecht. Hij had geen zes dagen nodig. Zes minuten zouden voldoende zijn geweest, of zelfs zes seconden.

Waarom duurde het zes dagen en niet zes jaar of 6 miljoen jaar? Met een speciaal doel, dat duidelijk wordt als je het verhaal in de eerste twee hoofdstukken van Genesis leest.

Het is volbracht

Christus legde zijn leven pas af toen Hij het werk had voltooid waartoe Hij gekomen was en met zijn laatste ademtocht riep Hij uit: „Het is volbracht.” De strijd was gewonnen. Zijn rechterarm en zijn heilige arm hadden Hem de overwinning bezorgd. Als Overwinnaar plaatste Hij zijn vaandel op de eeuwige hoogten. Was er geen vreugde onder de engelen? Heel de hemel triomfeerde over de overwinning van de Heiland. Satan was verslagen en wist dat zijn rijk verloren was.

Voor de engelen en de ongevallen werelden had de uitroep „Het is volbracht” grote betekenis. Het grote verlossingswerk is zowel voor hen als voor ons volbracht. Met ons delen zij in de vruchten van Christus’ overwinning.

Eerst bij de dood van Christus werd Satans karakter ten volle geopenbaard aan de engelen en aan de zondeloze werelden. De grote afvallige had zich dusdanig bekleed met bedrog dat zelfs heilige wezens zijn beginselen niet hadden doorgrond. Zij hadden de aard van zijn opstand niet duidelijk begrepen.

Een wezen van wondere macht en heerlijkheid had zich tegenover God geplaatst. De Here zegt van Lucifer: „Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon.” Lucifer was de overdekkende cherub geweest. Hij had gestaan in het licht van Gods tegenwoordigheid. Hij was de hoogste van alle geschapen wezens en was de eerste als God zijn plannen aan het universum bekend maakte. Nadat hij had gezondigd was zijn macht om te verleiden des te bedrieglijker en het ontmaskeren van zijn karakter des te moeilijker als gevolg van de verheven positie die hij bij de Vader had gehad.

God had Satan en zijn volgelingen even gemakkelijk kunnen vernietigen als iemand een steentje op de grond gooit, maar God heeft dit niet gedaan. Opstand kon niet door geweld overwonnen worden. Alleen Satans gezag kent geweld. Gods beginselen zijn niet van dien aard. Zijn gezag berust op goedheid, barmhartigheid en liefde en het uitdragen van deze beginselen is het middel dat gebruikt moet worden. Gods bestuur is zedelijk en waarheid en liefde overheersen hierin.

Het was Gods plan om alles op een eeuwige basis van veiligheid te stellen en in zijn raadsbesluit werd bepaald dat Satan tijd moest hebben om de beginselen waarop zijn bestuur methode was gegrond te ontwikkelen. Hij had gezegd dat ze beter waren dan Gods beginselen. Satan kreeg de tijd om zijn beginselen uit te werken zodat het ganse heelal ze zou kunnen zien.

Satan verleidde de mensen tot zonde en het verlossingsplan trad in werking. Gedurende vierduizend jaar werkte Christus om de mens te verheffen, terwijl Satan alles deed voor hun ondergang en ontaarding. En het heelal sloeg dit alles gade.

Maar hij werd verslagen. Toen Jezus naar deze wereld kwam, richtte Satans macht zich tegen Hem. Van het moment af dat Hij als baby in Betlehem verscheen deed de verrader wat hij kon om zijn ondergang te bewerken. Op alle mogelijke wijzen trachtte hij te verhinderen dat Jezus Zich ontwikkelde als volmaakt kind, als man zonder gebreken, als een heilige dienst en een smetteloos offer. Maar hij werd verslagen. Hij kon Jezus er niet toe brengen te zondigen. Hij kon Hem niet ontmoedigen of Hem verhinderen een werk te doen waarvoor Hij naar de aarde was gekomen. Van de woestijn tot Golgota was de storm van Satans woede op Hem gericht, maar hoe feller Satan toesloeg, des te steviger hield Gods Zoon de hand van de Vader vast en volgde Hij het met bloed bevlekte pad. Alle inspanningen van Satan om Hem te onderdrukken en te overwinnen brachten slechts zijn vlekkeloos karakter des te zuiverder naar voren.

Heel de hemel en alle ongevallen werelden waren getuigen geweest van de strijd. Met diepe belangstelling volgden zij de slottonelen van de strijd. Zij zagen hoe de Heiland de hof van Getsémané betrad en hoe Hij gebukt ging onder de verschrikking van een dichte duisternis. Zij hoorden zijn bittere kreet: „Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbijgaan.” Toen de tegenwoordigheid van de Vader zich terugtrok zagen zij Hem hoe Hij leed onder een bittere smart die groter was dan zijn laatste doodstrijd. Bloedig zweet perste zich uit de poriën en viel in druppels op de grond. Driemaal ontsnapte Hem de bede om bevrijding. De hemel kon het schouwspel niet langer verdragen en een boodschapper werd naar Gods Zoon gezonden om Hem te troosten.

De hemel zag hoe het Slachtoffer in handen van de moordzuchtige bende werd verraden en onder spot en smaad van de ene rechtbank naar de andere werd gesleept. Zij hoorden de hoon van zijn vervolgers op grond van zijn nederige afkomst. Zij hoorden hoe een van zijn meest geliefde discipelen Hem onder vloeken en zweren verloochende. Zij zagen het waanzinnig werk van Satan en diens macht over de harten van de mensen. Welk een afschuwelijk schouwspel! De Heiland te middernacht gegrepen in Getsémané, van het paleis naar de rechtszaal gesleept, tweemaal voor de priesters gebracht, tweemaal voor het Sanhedrin, tweemaal voor Pilatus en eenmaal voor Herodes, bespot, gegeseld, veroordeeld en weggeleid om gekruisigd te worden, beladen met het zware kruis temidden van de jammerklachten van de dochters van Jeruzalem en de spot van het gepeupel.

uit : “De Wens der Eeuwen” – E.G. White