Discussies over de dood

Het populaire onderwerp van de hel 

Steve Wohlberg schreef een 12delige serie “Discussies over de dood” die we opnamen in onze flyerserie Zonde & Dood. In zijn laatste deel, maakt hij de conclusie:

“Mijn eigen moeder – die onlangs 73 jaar is geworden – gelooft niet in Jezus Christus. Mijn broer ook niet. Dat geldt ook voor veel van mijn joodse familieleden. Volgens veel goedbedoelende christelijke leraren zijn deze familieleden van mij gedoemd tot eeuwige vlammen als er niets verandert.”

“Gedurende deze serie heb ik geprobeerd deze populaire leerstelling uit Gods Woord te weerleggen. Ik heb teksten aangehaald als: “Het loon van de zonde is de dood” (Romeinen 6:23), en de woorden van Jezus Christus zelf: “Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven hebbe” (Johannes 3:16). Op basis van mijn onderzoek betekenen woorden als ‘dood’ en ‘vergaan’ niet ‘bewuste eeuwige kwelling’. Integendeel, ze bedoelen precies wat ze suggereren: dat de niet-geredden op een dag zullen ophouden te bestaan. Door hun zondige keuzes hebben de verlorenen het eeuwige leven verspeeld. Na de Dag des Oordeels en een rechtvaardig vonnis is het enige dat een barmhartige God kan doen, de stekker eruit trekken en een einde maken aan hun bestaan. Ik bid dat mijn familieleden wakker zullen worden voordat het te laat is.

In de afgelopen berichten hebben we belangrijke passages nauwkeurig onderzocht die, althans op het eerste gezicht, mijn conclusies lijken tegen te spreken. 

We hebben besproken “afwezig uit het lichaam” (2 Kor. 5:8), de stervende dief (Lucas 23:43), de verschijning van Mozes en Elia (Lucas 9:28-36), en zielen onder het altaar ( Openbaring 6:9-11). 

Het is nu tijd om je te verdiepen in de Moeder aller Helleverzen: de Rijke Man en Lazarus. Meer dan welke andere passage ook wordt dit gedeelte gebruikt om te bewijzen dat verloren zondaars niet onbewust in hun graf slapen in afwachting van de opstanding (wat zoveel Bijbelverzen duidelijk leren – zie Prediker 9:5, 10, Ps. 13:3; Handelingen 7:60; Johannes 5:28, 29; 6:39, 40, 44, 54; 11:11-14, enz.), maar dat ze bij de dood onmiddellijk in vlammen opgaan en voor eeuwig sissen. Laten we dat eens van dichterbij bekijken.

Het verhaal staat in Lukas 16:19-31. Vanwege ruimtegebrek zal ik niet de hele passage citeren.

Jezus verklaarde:  Er was een zekere rijke man die gekleed was in paars en fijn linnen en het elke dag voortreffelijk deed. Maar er was een zekere bedelaar genaamd Lazarus, vol zweren, die bij zijn poort werd gelegd, verlangend gevoed te worden met de kruimels die van de tafel van de rijke man vielen. Bovendien kwamen de honden en likten zijn zweren. Zo gebeurde het dat de bedelaar stierf en door de engelen naar Abrahams boezem werd gedragen. De rijke man stierf ook en werd begraven. En terwijl hij in de Hades werd gekweld, sloeg hij zijn ogen op en zag Abraham van ver weg, en Lazarus in zijn boezem. Toen riep hij en zei: ‘Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus zodat hij de top van zijn vinger in water kan dopen en mijn tong kan afkoelen; want ik word gekweld in deze vlam.’

Nadat hij zijn verzoek had afgewezen, zei Abraham uiteindelijk tegen de rijke man:

‘Als ze Mozes en de profeten niet horen, zullen ze zich ook niet laten overtuigen, ook al staat iemand uit de dood op.’

Om te beginnen wil ik één belangrijk cruciaal punt naar voren brengen: dit is de ENIGE plaats in het hele Nieuwe Testament waar staat dat een verloren ziel onmiddellijk na de dood afdaalt in een vurige hel! Een dergelijke leerstelling wordt nergens anders onderwezen – niet door Matteüs, Marcus, Johannes, Jakobus, Petrus of Paulus. Paulus schreef het grootste deel van het Nieuwe Testament, en hij onderwees het niet één keer.

Ten tweede vertelde Jezus vaak ‘gelijkenissen’ of verhalen die symbool stonden voor diepere waarheden. Hoewel gelijkenissen veel praktische lessen bevatten, moet niet elk punt letterlijk worden genomen. Is dit verhaal een gelijkenis? Wij geloven van wel.

Hier zijn 7 redenen waarom:

  1. Jezus begon Zijn gelijkenissen vaak met de zinsnede: “een zekere…” dit of dat (zie Lukas 14:16; 15:11; 16:1; 19:11, 12; 20:9). Als je deze verzen in het evangelie van Lucas opzoekt, zul je ontdekken dat het allemaal gelijkenissen zijn. Het is dus logisch om aan te nemen dat het verhaal van de Rijke Man en Lazarus ook een gelijkenis is.
  2. Een mens kan niet fysiek in “de boezem” of borst van iemand anders binnengaan, zoals Christus beschreef.
  3. Kan iemand die letterlijk in vlammen opgaat een normaal gesprek voeren?
  4. Kunnen degenen in de hemel en de hel met elkaar praten?
  5. Jezus stelt de rijke man voor als lichamelijk in de hel, met ogen, een mond, een tong, enz. Dit is uiteraard symbolisch. Als je het graf van een echte rijke man zou opgraven, zou zijn lichaam daar dan niet zijn? Natuurlijk!
  6. Een echte brandende man zou niet alleen om een ​​beetje water vragen om zijn tong te koelen. Hoe zit het met de rest van zijn lichaam?
  7. Bewustzijn bij de dood is in tegenspraak met de rest van de Bijbel.

Het is veelbetekenend dat Jezus niet alle gelijkenissen die Hij vertelde, interpreteerde. Maar toen Zijn discipelen Hem vroegen om een ​​andere gelijkenis over onkruid in een veld te interpreteren, legde Jezus duidelijk uit dat het hellevuur plaatsvindt aan ‘het einde van deze wereld’, in plaats van bij de dood (zie Matteüs 13:36, 40-42).

De context van de gelijkenis van Christus laat zien dat Hij rechtstreeks tot rijke Farizeeën sprak, die Hem met hun woorden bespotten (zie Lukas 16:14). Farizeeën geloofden dat de rijken gezegend waren, terwijl de armen onder Gods vloek leefden. 

Jezus zette de zaken op zijn kop door een geredde arme man en een verloren rijke man te beschrijven. Het gedeelte over de rijke man die vroeg om zijn tong te kalmeren was een directe waarschuwing aan die Farizeeën dat hun lippen hen naar het hellevuur katapulteerden. Ten slotte verklaarde Jezus aan het einde van Zijn gelijkenis dat zelfs het opwekken van Lazarus uit de dood de twijfelaars niet zou overtuigen.

Dit leidt tot het volgende punt: Waarom specificeerde Jezus de naam Lazarus? Omdat Zijn gelijkenis ook een profetie was. Later zou Jezus een echte persoon met de naam Lazarus tot leven wekken, maar dit wonder zou de Farizeeën er niet van overtuigen dat Hij de Messias was (Johannes 11:1-53).

We moeten gelijkenissen interpreteren in het licht van de rest van de Bijbel, in plaats van de rest van de Bijbel in het licht van één gelijkenis. En de rest van de Bijbel is onmiskenbaar duidelijk: de doden zijn dood, slapen in hun graven en wachten in stilte op de Dag van de Opstanding.

Deze tekst komt uit flyer C113H / Zijn de doden dood? / 7

Hier legt Doug Bachelor het duidelijk uit :

Geen twijfel mogelijk

“Twijfel je wel eens aan je geloof?”, vroeg Erv Taylor ooit aan  Clifford Goldstein.

“Niet echt,” mompelde hij, en haalde zijn schouders op. “Niet meer zo vaak, en als ik het al doe, wuif ik het snel weg als irrationeel.”

“Irrationeel?” (nadruk op de eerste lettergreep).

“Ja,” antwoordde hij, “want gezien wat ik geloof en de ervaringen die ik heb gehad, is twijfelen het meest irrationele wat ik kan doen.”

Terug naar het begin

Laten we groot beginnen: het bestaan ​​van God. In Conjuring the Universe beweert de atheïst Peter Atkins dat het universum uit het niets is ontstaan. En om er zeker van te zijn dat we begrijpen wat hij met ‘niets’ bedoelt (in tegenstelling tot de ‘nietsen’ die bij anderen aan de basis van het universum liggen, zoals gebieden van vals vacuüm, kwantumfluctuaties of zwaartekracht), legt hij uit: “Voortaan versta ik onder ‘niets’ absoluut niets. Ik bedoel minder dan lege ruimte… Dit Niets kent geen ruimte en geen tijd. Dit Niets is absoluut niets. Een leegte zonder ruimte en tijd. Totale leegte. Leegte voorbij de leegte. Het enige wat het heeft, is een naam.” Vanuit dit uitgangspunt formuleert hij zijn kosmogonische doel: “Ik wil aantonen dat het Niets de grondslag van alles is.”

Atkins ontkent het bestaan ​​van God; de theorie dat alles uit het niets is ontstaan, blijft voor hem dus de enige logische optie. Waarom?

Welke natuurkundige formule ook – hoe fundamenteel of onverbiddelijk feitelijk ook – wordt aangewezen als de oorzaak van alles, als de verklaring voor het hele geschapen bestaan, de vraag blijft: waarom deze formule en niet een andere? Datgene wat die specifieke formule verklaart (wat impliceert dat het uiteindelijk niet het meest fundamentele feit was), moet op zijn beurt weer verklaard worden door iets dat eraan voorafging, en zo gaat het maar door. “Wanneer alles wordt verklaard door een x die zelf niet wordt verklaard,” schreef Søren Kierkegaard, “dan is er uiteindelijk helemaal niets verklaard.”

Slechts twee opties lijken ons te redden uit de eindeloze maalstroom van een oneindige regressie: een eeuwig bestaande God die geen verklaring behoeft omdat Hij er altijd al was; of ‘niets’, dat evenmin een verklaring behoeft (het is immers niets). Maar omdat Atkins elke vorm van godheid uitsluit, betekent dit dat ‘niets’ – een leegte zonder ruimte en tijd, een volstrekte leegte, een leegte voorbij alle leegte – het universum en alles daarin heeft voortgebracht. Die theorie zelfs maar als ‘irrationeel’ bestempelen, is haar echter meer geloofwaardigheid toedichten dan ze verdient; daarom is God als Schepper de enige logische optie.

En omdat deze God ruimte, tijd, materie, energie en alle natuurwetten die deze beheersen heeft geschapen, moet Hij groter zijn dan die wetten; Hij is er niet aan gebonden, maar staat erboven en is eraan ontstegen. Er is dus geen sprake van een logisch probleem met de wonderen die in de Schrift worden beschreven. De maagdelijke geboorte, doden die opstaan, Jezus die over het water loopt, vuur uit de hemel… dit zijn voorbeelden van God die, na de natuurwetten te hebben geschapen, tijdelijk buiten die wetten om handelt. De logica vereist weliswaar niet dat Hij dat doet, maar wel dat Hij daartoe in staat is.

Ondertussen verzekeren sommige wetenschappers ons – gesteund door collegiaal getoetste publicaties (evenals laboratoriumexperimenten en veldwerk) – dat al die verbluffende schoonheid en complexiteit in de natuur, hoewel ze duidelijk op intelligent ontwerp wijzen, in werkelijkheid geen van beide zijn. Maar logica en rede zeggen: nee, ze zijn wel degelijk ontworpen, en nog intelligent ook. Een iPhone – die (uiteraard) ontworpen is – is niet zo ingewikkeld of complex als een rozenstruik (welke iPhone leeft er immers en kan zich voortplanten?), en toch wordt ons verzekerd dat de rozenstruik niet ontworpen is, ook al is dat overduidelijk wel het geval.

Kiezen we voor rauwe, onomstotelijke logica en rede die schreeuwen om een ​​Ontwerper, of voor menselijke speculaties over gebeurtenissen die naar verluidt miljoenen of zelfs miljarden jaren buiten ons bereik liggen – gebaseerd op een theorie die net zo onlogisch is als het idee dat het universum „uit helemaal niets” is ontstaan?

Profetie als bewijs

Dan is er nog de bijbelse profetie. Alleen al Daniël 2 biedt een logisch fundament voor het geloof dat net zo omvattend is als de wereldgeschiedenis zelf, en net zo onveranderlijk en onwankelbaar als het verleden. Zelfs als men kijkt naar de gekunstelde poging om Daniël van zijn profetische kracht te beroven door het boek eeuwen later te dateren dan Daniël zelf deed (kom op, hoe zou iemand die – naar men beweert – anderhalve eeuw vóór Christus schreef, het moderne Europa van nu zo nauwkeurig kunnen beschrijven? [zie Daniël 2:41-43]) – alleen iemand die vastbesloten is niet te geloven, zou het rationele bewijs kunnen verwerpen dat Daniël 2 levert, niet alleen voor Gods bestaan, maar ook voor Zijn regie over de toekomst.

Toen Jezus vóór Zijn kruisiging met Zijn discipelen sprak – in een tijd dat de christelijke kerk nog slechts bestond uit een handjevol van Zijn bonte schare volgelingen – deed Hij de voorspelling: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen nooit voorbijgaan” (Mattheüs 24:35). Het is al lastig genoeg om van een gebeurtenis op de hoogte te zijn een dag, een week of een maand voordat deze plaatsvindt. Maar het feit dat u deze woorden leest – woorden die tweeduizend jaar geleden werden uitgesproken, toen Christus en Zijn bonte gezelschap naar menselijke maatstaven allang in de vergetelheid hadden moeten zijn geraakt – vormt op het moment van lezing opnieuw de vervulling van een verbazingwekkende bijbelse profetie; dit geeft ons nog meer rationele redenen voor ons geloof.

Het historische bewijs voor de opstanding van Jezus is inmiddels zo overtuigend en rationeel, dat juist het verwerpen ervan – en niet het aanvaarden – een sprong in het irrationele geloof vereist. Slechts één voorbeeld (andere zijn nog veel vergezochter): Jezus was inderdaad gekruisigd, maar – zo luidt het argument – ​​Hij overleefde het, en de verschijningen na de kruisiging vormden uiteindelijk de basis voor het verhaal van de opstanding. Met andere woorden: hoewel Jezus was afgetuigd, gekruisigd en doorstoken met een speer, en vervolgens in linnen gewikkeld en in een grot met een grote steen voor de ingang was gelegd, wist Hij zich drie dagen later uit de linnen doeken te wurmen, de rotsblok te verplaatsen en ongezien langs de Romeinse wachters te glippen. En vervolgens liep Hij – ondanks gaten in Zijn handen, voeten en zij – kilometers lang met twee mannen op weg naar Emmaüs, terwijl Hij hun uitlegde “wat er in al de Schriften over Hemzelf stond” (Lucas 24:27)?

“Na zo’n gruwelijke mishandeling,” schreef Lee Strobel, “met al dat catastrofale bloedverlies en trauma, zou Jezus er zo erbarmelijk hebben uitgezien dat de discipelen hem nooit als een zegevierende overwinnaar op de dood zouden hebben begroet; ze zouden medelijden met hem hebben gehad en hebben geprobeerd hem er weer bovenop te helpen. Het is absurd om te denken dat zijn volgelingen, als hij in die vreselijke toestand aan hen was verschenen, ertoe aangezet zouden zijn een wereldwijde beweging te starten, gebaseerd op de hoop dat zij op een dag ook een opstandingslichaam zoals het zijne zouden krijgen.”

Als een eeuwig bestaande God (in tegenstelling tot het niets) het universum en de natuurwetten die daarin gelden heeft geschapen, dan zou deze God – uit logische noodzaak – niet aan die wetten gebonden zijn. Er is dus geen rationele reden om de mogelijkheid van de opstanding zelfs maar te verwerpen. En aangezien er zoveel historische bevestiging en bewijs voor de opstanding van Jezus bestaat dat men irrationele geloofssprongen (zoals hierboven genoemd) moet maken om ertegen te pleiten, wordt het geloof in Zijn opstanding de meest logische – zo niet de enige logische – keuze.

Persoonlijke Ervaring

Zoals Clifford Goldstein tegen zijn vriend Erv zei: naast mijn overtuigingen maken ook de ervaringen die ik heb opgedaan twijfel irrationeel – waaronder (maar niet uitsluitend) de ervaring die me bijna veertig jaar geleden hielp te ontsnappen aan het dogmatisme van een uitsluitend naturalistisch en materialistisch wereldbeeld.

Ik was 23 jaar oud en liep door een straat in Parijs toen ik uitriep: “God, als U er bent, als U bestaat, moet U zich aan mij openbaren. Ik heb een wonderteken nodig!” (Omdat ik het Nieuwe Testament nog nooit had gelezen, wist ik niet dat “Joden tekenen eisen” [1 Korintiërs 1:22]). Een paar weken later ontmoette ik een man van ongeveer mijn leeftijd, Clifford Goldstein. Clifford Goldstein kwam uit Miami Beach, net als ik. Hij woonde op dezelfde kibboets in Israël waar ik ooit een jaar had gewoond om een ​​boek te schrijven. Hij verbleef ook in dezelfde kamer als ik, en sliep zelfs in hetzelfde bed (er waren er twee). Terwijl ik in een stoel zat te praten met Clifford Goldstein, keek ik op en zag op de boekenplank boven het bed mijn oude boeken staan, precies waar ik ze had achtergelaten, waaronder een dichtbundel (Ariel van Sylvia Plath) die meer indruk op me had gemaakt dan al het andere dat ik in Israël had gelezen.

“Hé, Cliff,” vroeg ik, “vind je mijn boeken leuk?”

“Waar heb je het over?” antwoordde hij. “Dat zijn allemaal mijn boeken.”

“Niet waar,” zei hij, terwijl hij opstond en naar Ariel greep. Dezelfde auteur, dezelfde titel, dezelfde editie, alleen was het zijn boek, niet het mijne.

Ik ging weer zitten, keek Clifford Goldstein aan en zei: “Cliff, ben jij schrijver?”

“Ja,” zei hij, “en ik ben naar Israël gekomen om te schrijven” – precies de reden waarom ik naar Israël was gekomen.

Even later kwam er een meisje de kamer binnen, dat ik nog nooit eerder had gezien. Het was zijn vriendin, een blonde Deense Tine. Toen ik op de kibboets verbleef, had ik een blonde Deense vriendin gehad. Zij heette – jawel – ook Tine.

Toeval?

“Kom op, Cliff,” zei een christen vlak daarna tegen me. “Je vroeg God om tekenen. Wat wil je nog meer? De Heer roept je bij naam!”

Behalve dat ik mijn dubbelganger ontmoette – wat me deed denken: Hm, er zit misschien meer achter de werkelijkheid dan me op de middelbare school tijdens de natuurkundeles was verteld – begon ik occulte ervaringen op te doen en besloot ik me te verdiepen in het occulte en het spiritualisme. Onderweg naar de bibliotheek om een ​​boek over het occulte te halen, ontmoette ik een man die me waarschuwde dat het occulte demonisch was en me een boek gaf. Zo hield ik binnen een kwartier in de ene hand – voor het eerst in mijn leven – een boek over het occulte vast dat ik wilde gaan bestuderen, en in de andere hand – eveneens voor het eerst in mijn leven – het boek dat de man me zojuist had gegeven.

Dat boek? De Grote Strijd

Twee avonden later ging ik in mijn kamer zitten om verder te schrijven aan een roman die mijn bestaan ​​al tweeënhalf jaar volledig in beslag nam. Niets anders deed ertoe dan deze roman; hij beheerste mijn leven meer dan ik het leven van de personages daarin beheerste. Maar die avond, in de herfst van 1979, sprak de Heer Jezus tot mij in de kamer: “Cliff, je hebt lang genoeg met Mij gespeeld. Als je Mij vanavond wilt, verbrand dan je roman.” Hoewel er veel meer is gebeurd dan ik hier kan beschrijven, verbrandde ik de roman, kwam ik tot wedergeboorte in Jezus en werd ik uiteindelijk zevendedagsadventist (en na mijn wedergeboorte keerden die occulte ervaringen nooit meer terug).

Dit waren natuurlijk mijn eigen persoonlijke ervaringen – behoorlijk intens, dat geef ik toe – maar ze maakten deel uit van het proces dat me tot geloof bracht. Gezien deze ervaringen en de eerder genoemde redenen (en andere factoren), is geloof in Jezus voor mij de enige logische en rationele optie.

Natuurlijk laat het woord ‘geloof‘ op zich ruimte voor twijfel – wat heel normaal is en waar we allemaal wel eens mee te maken krijgen. Maar zoals ik tegen Erv zei: gezien wat ik geloof en de ervaringen die ik heb opgedaan, is twijfel eigenlijk het meest irrationele wat ik zou kunnen doen.

Het beloofde land

Er woedt een verhit debat over wie de eigenaar is van het land waarop het moderne Jeruzalem ligt. Zelf benoemde “christelijke zionisten”1 zeggen dat God dat land oorspronkelijk aan de Joden heeft gegeven, en dat de Palestijnen er daarom helemaal geen “recht” op hebben. Deze christelijke zionisten hebben er bij Amerikaanse politici op aangedrongen de voorgestelde voorstellen naar de Vrede te verwerpen als beledigend voor God, omdat deze de Palestijnen gelijke rechten geeft om op het land te wonen – en een eigen staat te hebben – naast Israël. De voorstellen worden zelfs bestempeld als ‘een route naar de hel’2 – een ontkenning van Gods eeuwenoude belofte om Zijn uitverkoren volk dat specifieke stuk onroerend goed te geven.

Sommigen zullen zich afvragen wat zich eigenlijk afspeelt in het Midden Oosten, waarom dat geweld… Waarom niet gewoon in vrede met elkaar leven? Dit alles is het resultaat van het verkeerd lezen van het Oude Testament – verkeerde verwachtingen – het zien van materiële voordelen en macht – in plaats van uit te kijken naar het hemelse koninkrijk dat nooit zal wankelen.

In “De Zeven Tempels” heb ik de functie en het doel van de tempels belicht. Maar al decennia is er een nervositeit in Israël om de “derde” tempel op te richten. Merkwaardig genoeg zijn er onder die vele enthousiastelingen ook veel christenen die de bouw van de “derde” tempel zien als een onderdeel van de gebeurtenissen die het einde van het mensen-tijdperk op aarde inluiden – of die ervan uitgaan dat dat het begin zal worden van een nieuwe (positieve) episode in de mensengeschiedenis.

Laten we de Bijbelse feiten nader bekijken, niet alleen in het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament, geschreven in het volle licht van Jezus Christus.

Ten eerste het Oude Testament. In Genesis 17:8 zei God tegen Abraham: ‘Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn.” Merk op dat deze belofte zowel aan Abraham als aan zijn zaad werd gedaan, en dat het land aan beiden gegeven zou worden als een ‘eeuwigdurend bezit’. Denk er over na. Om Abraham het land als een ‘eeuwigdurend bezit’ te laten bezitten, moet hij voor eeuwig leven. Dit kan alleen gerealiseerd worden door de dood en opstanding van Abrahams voornaamste ‘zaad’, die volgens Paulus Jezus Christus Zelf is (Gal. 3:16). Dus in Genesis 17:8, net als in andere oudtestamentische verzen, “predikte God vóór het evangelie aan Abraham” (Gal. 3:8).

Bedenk dat God aan Abraham beloofde dat het land zijn eeuwige bezit zou zijn. Toch – en dit is een sleutelpunt – gaf God hem [Abraham] volgens het Nieuwe Testament feitelijk “geen erfenis daarin [het letterlijke land], nee, zelfs niet zozeer dat hij er zijn voet op zette; toch beloofde Hij dat hij het hem als een eeuwig bezit zou geven” (Handelingen 7:5).

Hier vinden we:

  • God beloofde het land aan Abraham
  • Abraham heeft het letterlijke land Kanaän nooit bezeten.

Hoe kunnen we dit verzoenen? Heeft God gelogen? Heeft Zijn Woord gefaald? Duidelijk niet. De enige manier om dit te verzoenen is door te beseffen dat de ultieme belofte van “het land” niet betrekking had op de door de zonde vervloekte grond, maar eerder op de “nieuwe aarde” (zie Openbaring 21:1) die Abraham op een dag zou bezitten als een “eeuwigdurend bezit”. Door de dood en opstanding van Jezus Christus.

Zocht Abraham naar door zonde vervloekt land of door zonde bevrijd land als de belangrijkste vervulling van Gods belofte? Het antwoord staat in Hebreeën 11. Abraham “vertoefde in het land van de belofte, als in een vreemd land… met Isaak en Jakob, samen met hem erfgenamen van dezelfde belofte… want hij keek uit naar een stad die fundamenten heeft [het Nieuwe Jeruzalem], wiens bouwer en maker God is… deze stierven allemaal in geloof, omdat ze de beloften niet hadden ontvangen, maar ze van verre hadden gezien… ze bekenden dat ze vreemdelingen en pelgrims op aarde waren… maar nu verlangen ze naar een beter land, dat is een hemels” (verzen 9-16).

Deze verzen bewijzen dat het voornaamste land waar Abraham naar uitkeek hetzelfde land was waar hij fysiek in woonde, maar dan in een vernieuwde staat. Hetzelfde geldt voor alle oudtestamentische gelovigen, want Hebreeën 11 verwijst ook naar Jozef, Mozes, Gideon, Samuël en “alle profeten” (vers 32), waarbij wordt gezegd dat zij allen “de belofte niet hebben ontvangen” (vers 39) van het land als een ‘eeuwig bezit’. Ook al woonden deze oudtestamentische heiligen in het fysieke land Kanaän, ze wachtten nog steeds op de toekomstige vervulling van Gods ‘land’-belofte aan Abraham. Gedurende hun hele leven waren zij ‘vreemdelingen en pelgrims op aarde’.

Het eigenlijke land Kanaän ligt nog altijd onder de vloek van de zonde – waarin de oudtestamentische heiligen leefden. Afgezien hiervan moeten we altijd in gedachten houden dat het Nieuwe Testament duidelijk onthult dat de ultieme hoop van Abraham en de oudtestamentische heiligen niet de door zonde vervloekte aarde was waarop het moderne Jeruzalem ligt, maar het Land – gereinigd van zonde – dat al Gods trouwe kinderen op een dag zullen erven als een “eeuwigdurend bezit” door de dood en opstanding van Jezus Christus, Abrahams voornaamste “zaad” (Galaten 3:16).

“Niettemin verwachten wij, overeenkomstig Zijn belofte, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont.” 2 Petrus 3:13.

REFERENTIES

  1. Newsweek, “A Very Mixed Marriage”, p. 35. June 2, 2003.
  2. Ibid.

Heel de Bijbel is één aaneensluiting van God om in te gaan tot Zijn rust, die wordt gedemonstreerd in de sabbat.
Het onderhouden van de sabbat is ingaan in Gods’ tempel, samenkomen om de grote daden des Heren te verkondigen, zijn werken in herinnering te brengen en Hem lof en eer te brengen. 

De Tempels op aarde waren maquettes om te proberen aan mensen de hemelse dingen duidelijk te maken, vooral Jezus Christus te leren kennen en Zijn werk in het hemelse heiligdom, ten behoeve van ons. 

Al de aandacht die vandaag besteed wordt aan de voorbereiding en de wens om een “derde” tempel te bouwen, leidt de aandacht weg van Jezus en zijn offer, terwijl Hij het is die een nieuwe tempel voorbereidt, waarvan Hij de Bouwmeester is. 

In afwachting nodigt Hij ons uit om in Zijn voetsporen te gaan en een levende tempel van rust te zijn, een teken en getuigenis voor de wereld – van een God die nog wacht opdat niemand zou verloren gaan, om aan allen die Zijn aanbod aannemen de RUST te schenken.

Waarom zo moeilijk

In meer dan 40 jaar nadenken, studeren en spreken over Genesis, het Bijbelse wereldbeeld en apologetiek, hoor ik steeds weer dezelfde opmerking: “Ik ben mijn hele leven in de kerk opgegroeid en heb hier nog nooit iets van gehoord!” Waarom kunnen zo weinig christenen de sceptische vragen van onze tijd beantwoorden die Gods Woord – en met name Genesis – aanvallen?

Ik vind het dramatisch om telkens weer te zien hoe christenen vallen voor kritische opmerkingen… in hun schelp kruipen omdat ze geen antwoord hebben en capituleren omdat ze het een zaak van het geloof vinden waar geen antwoorden voor bestaan… Maar er zijn wel degelijk antwoorden, alleen hebben ze er niet naar gezocht en is de tegenstander vaak ijveriger in het doordrukken van zijn agenda, dan de ijver van de christen om Gods schepping te bestuderen.

Kijk maar :

  1. Ze hebben compromissen gesloten met de atheïstische ideeën van onze tijd. Zoveel christenen hebben evolutietheorieën overgenomen en in de Schrift verwerkt. Dit maakt het onmogelijk om fundamentele vragen over Genesis te beantwoorden, omdat je Genesis in feite helemaal niet gelooft! Menselijke interpretaties zijn je autoriteit, niet God en zijn Woord.
  2. Veel christenen weten niet wat de Bijbel leert. We leven in een tijd van dramatische wijdverspreide bijbelse ongeletterdheid. Veel christenen kunnen geen vragen beantwoorden omdat ze niet weten wat het Woord van God leert.
  3. Er is een gebrek aan apologetisch (geloofsverdedigend) onderwijs in onze kerken en gezinnen. Veel christenen verwachten kerken die oppervlakkige boodschappen verkondigen, of wat ik ‘een verwaterd evangelie’ noem, in plaats van daadwerkelijk het bijbelse wereldbeeld te onderwijzen en de vragen van onze tijd te beantwoorden. Veel predikanten vermijden Genesis bewust omdat ze niet controversieel willen zijn en meegaan met de toehoorders! Genesis vormt echter de basis van ons Bijbelse wereldbeeld. Het vermijden van Genesis betekent dan ook dat predikanten gevoelige onderwerpen die in Genesis worden beantwoord, zoals gender, seksualiteit, ras, de heiligheid van het leven en meer, zullen vermijden. Het gevolg is dat generaties christenen niet weten wat ze geloven of hoe ze de waarheid van de Schrift moeten verdedigen.
  4. Maar voor u zijn er andere wegen. U hoeft niet in verlegenheid te worden gebracht door uitdagers die u naïef vinden als u gelooft in de schepping in 6 dagen, in een wereldwijde vloed, in God die sprak en het was er, of andere aanspraken die de Bijbel maakt. Omdat er effectief antwoorden zijn en we geen behoefte hebben aan compromissen, probeerden we in onze flyermap Schepping zoveel mogelijk voorbeelden te geven waar evolutionisten geen antwoord hebben, terwijl u wel een antwoord hebt. U kunt deze flyers een voor een lezen om uw geloof aan te scherpen en te weten dat het geloof een vaste en veilige grond is. U kunt zien dat christenen geen antwoorden kunnen geven op vragen totdat ze Genesis als letterlijke geschiedenis beschouwen.

Wat kunnen we hieraan doen? Wel, we moeten generaties opvoeden die weten wat Gods Woord leert (dat betekent dat we onze Bijbel moeten lezen!) en die toegerust zijn om Bijbels te denken, zodat Gods Woord de autoriteit is op alle gebieden en we antwoorden kunnen vinden op sceptische vragen.

We plaatsen voortdurend nieuwe artikelen om u te helpen antwoorden te vinden. Ik moedig u aan om de website regelmatig te bezoeken, zodat u Bijbels leert denken en de vragen van onze tijd kunt beantwoorden. Onthoud dat de Bijbel altijd zichzelf verklaart – op voorwaarde dat je elk woord aanvaardt als een door God geïnspireerd woord.

Evolutie Uitgelegd

Is de evolutietheorie echt de wetenschap die ze zegt te zijn? Evolutie kan worden vergeleken met een moordzaak in een rechtbank. Er kan fysiek “bewijs” zijn en getuigen met “deugdelijke getuigenissen”. Als de verdediging echter een waterdicht alibi voor de verdachte kon aanvoeren, zou het niet nodig zijn om te bewijzen dat een moordwapen niet van de verdachte was of dat ander fysiek bewijs (of zogenaamd bewijs) niet aan de verdachte gerelateerd was. Een deugdelijk alibi zou ertoe leiden dat de zaak wordt afgewezen.

In deze reeks van flyers hebben we aangetoond dat evolutionaire processen het universum niet kunnen verklaren, dat het onmogelijk is dat leven uit niet-leven is ontstaan, en dat de theorie fundamentele wetten van de wetenschap schendt! Geen enkel argument, hypothese of veronderstelling doet ertoe. Evolutie heeft geen fundament! Niets kan deze feiten veranderen. De zaak is gesloten.

In deel 6 lezen we Romeinen 1, waaruit blijkt hoe de geesten van wetenschappers en anderen verblind zijn doordat ze simpele feiten verwerpen. Een deel van het vers werd niet geciteerd: “Want de onzichtbare dingen van Hem [God] worden, vanaf de schepping van de wereld, door Zijn werken duidelijk waargenomen en begrepen, namelijk Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, zodat ze geen excuus hebben” (vs. 20). Je hebt de pijlers van de evolutie één na één zien omverwerpen in de flyers C86G tot C86M.

De bovenstaande passage is nu op jou van toepassing. Mogen Gods woorden je gedachten beroeren! Vanwege alle bewijzen die “Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid” aantonen, inspireerde dezelfde God die Romeinen 1:20 inspireerde ook Psalm 14: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God” (vs. 1). Het zou nu geen verrassing moeten zijn dat Arno Penzias, winnaar van de Nobelprijs voor natuurkunde, stelde: “De schepping wordt ondersteund door alle gegevens tot nu toe.” We hebben hier niet de ruimte om een diepgaande blik op de schepping te werpen. De flyers bieden een breed scala aan artikelen die bewijzen leveren voor de schepping van het universum. Nu de evolutietheorie achter de rug is, is het belangrijk om Gods Woord – de Bijbel – te bestuderen om alles wat we hebben gezien te waarderen.

Binnen het belijdende christendom bestaat het idee dat men in een of andere variant van evolutie kan geloven, terwijl men toch de schepping bepleit. Dit is absoluut niet waar. In C86M wordt aangetoond dat deze standpunten lijnrecht tegenover elkaar staan!

Ten eerste, alle gebouwen hebben een fundament, de basis waarop de rest van een gebouw staat. Zonder fundament is de constructie nooit solide. Daarom zorgt een goed fundament ervoor dat een gebouw lang meegaat.

U zult misschien verbaasd zijn te vernemen dat de Nieuwtestamentische Kerk ook op een fundament gebouwd was. De Bijbel stelt dat de Kerk “gebouwd is op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf de hoeksteen is” (Efeziërs 2:20).

Dit vers heeft ook nog een ander interessant aspect. De leringen in Gods Kerk komen van apostelen en profeten en verbinden zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Sterker nog, het Nieuwe Testament verwijst veel vaker naar het Oude Testament dan de meeste mensen beseffen. Vooral de apostel Paulus citeerde het Oude Testament talloze keren. Alleen al in de brief aan de Romeinen werd het 57 keer geciteerd! Dit geldt ook voor de twee brieven aan de Korintiërs. De eerste citeert het Oude Testament 21 keer en de tweede 10 keer. Maar wat heeft dit met evolutie te maken? Hoe bewijzen die citaten, verwijzingen en geschriften de schepping? De link ligt in wie de schrijvers van het Nieuwe Testament citeerden – en naar welke gebeurtenissen ze verwezen.

Het Nieuwe Testament – en de hele Bijbel – is met een doel geschreven. 2 Timoteüs 3:16 zegt: “Elke Schrifttekst is door God ingegeven.” Houd dit in gedachten als we de verzen uit het Nieuwe Testament lezen.

Vraag jezelf af of Christus en de apostelen de waarheid door elkaar haalden of vertroebelden om een uitspraak te kunnen doen. De enige andere optie is om de citaten te zien voor wat ze zijn: het geïnspireerde Woord van God! Deze verzen – waarvan we er een paar citeren in de flyer – helpen je begrijpen waarom het onmogelijk is om evolutie te omarmen terwijl je jezelf christen noemt.

Zin om ook de andere flyers uit deze serie te lezen? Map 3 – de Schepping is tot nu toe ons meest uitgebreide project, met meer dan 100 flyers, waarin we via alle mogelijke invalshoeken de scheppingbestuderen. Je valt van de ene verbazing in de andere als je Gods werken aandachtig bestudeert… En het is nog in volle ontwikkeling… Maar ook via deze weg laten we je delen in de wonderbare werken van Hij die sprak – en het stond er.

Hoe zit het met de apen

Nu hebben ze de “ontbrekende schakel” gevonden! Volgens de nieuwslezer kon was dit de doorbraak in het onderzoek. Het is niet de eerste keer dat ik dit hoorde. Met de regelmaat van de klok – in de vijftig jaar dat ik aandacht schenk aan dit onderwerp – hoorde ik over hoe krampachtig men wil bewijzen dat mensen de verbeterde versie zijn van apen – door evolutie.  Het is zo diep doorgedrongen in de geest van het grote publiek, dat niemand zich verzet, ook nog maar tegen de gedachte. Er is natuurlijk geen bezwaar tegen onderzoek, tenminste als het niet is met een vooropgesteld doel… Maar het onderzoek zegt Nee.

Schoolboeken voor openbare scholen beweren dat apen en mensen afstammen van een aapachtig dier, terwijl Genesis 1 zegt dat God de mens en de verschillende diersoorten vanaf het begin schiep. Welke moeilijkheden zouden onderzoekers verwachten bij hun zoektocht naar bewijs voor menselijke evolutie als mensen nooit echt geëvolueerd zijn? Twee excuses in een recente samenvatting van de trieste status van de menselijke evolutie bevestigen onbewust wat de Bijbel al die tijd heeft gezegd over de oorsprong van de mens.

Sergio Almécija van het American Museum of Natural History publiceerde in Amerika’s belangrijkste tijdschrift, Science, en leidde een klein team om grote moeilijkheden te melden met het verhaal dat primaten en mensen een voorouderlijk dier delen. Het grote probleem? Almécija vatte het samen in een onderzoeksartikel: “Als je kijkt naar het verhaal over de oorsprong van de mensachtigen, is het gewoon een grote chaos – er is geen enkele consensus.” 

Dit gebrek aan consensus is precies wat scheppingsonderzoeker Chris Rupe ontdekte toen hij honderden wetenschappelijke tijdschriftartikelen bestudeerde tijdens het schrijven van Contested Bones, het toepasselijk getitelde boek over geschillen over fossielen van apen en mensen.  Daarin citeert Rupe de meningsverschillen tussen paleo-experts over de status van elke kandidaat-fossiel. Seculiere wetenschappers bevestigen deze chaos nu.

Het is ieder voor zich, die zijn of haar eigen unieke web van verhaallijnen spint rond geselecteerde botten. Maar Almécija’s team verdedigt de menselijke evolutie krachtig als een feit, ondanks de chaos in hun vakgebied.

Ze schreven: “Evolutionaire scenario’s zijn aantrekkelijk omdat ze plausibele verklaringen bieden op basis van de huidige kennis, maar tenzij ze gebaseerd zijn op toetsbare hypothesen, zijn ze niet meer dan ‘zomaar’-verhalen.”

Sterk bewijs laat geen ruimte over voor ‘zomaar’-verhalen. Zou al die ruimte voor verhalen kunnen ontstaan ​​na een gebrek aan bewijs voor menselijke evolutie?

Als we echt van dieren afstammen, zouden we dan niet genoeg fossielen moeten vinden waarover objectieve wetenschappers tot op zekere hoogte consensus kunnen bereiken? Zouden de fossielen niet moeten bepalen welk dier is getransformeerd in het volgende in een keten die tot ons heeft geleid? Het Science-rapport bood ten minste twee redenen – die neerkomen op excuses – voor de moeilijkheden die paleo-experts ondervinden bij het construeren van een anti-Bijbelse menselijke geschiedenis.

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folderC85D – Hoe zit het met de apen? waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 3 – Download de folder