In Edens’ tuin

De meeste Bijbelstudenten kennen het verhaal van Genesis 1-3 en de personages die daarin een rol spelen: God, Adam, Eva, de engelen en de slang. Het verhaal speelt zich af in een prachtige tuin, in een paradijs, genaamd ‘Eden’. De verhaallijn lijkt een logische reeks gebeurtenissen te volgen. God schept. God geeft Adam en Eva instructies, maar laat hen toe om hun omgeving te verkennen, om in Zijn afwezigheid, één te zijn en te genieten van alles wat Hij schiep. Maar elke zevende dag was besteed aan gemeenschap met hun Heer. Dan werden ze meer ingeleid in het doel van hun bestaan, de gevaren die op de loer lagen, dat alles voor hun open ligt, behalve één boom, waar ze niet omtrent zouden moeten komen. Blijf er weg, kom er niet aan, eet er niet van…

Adam en Eva zondigden en werden weggestuurd uit Eden. Als je deze eerste hoofdstukken wat nauwkeuriger bekijkt, dan kom je bijzondere inzichten tegen wat betreft de hoofdrolspelers, het verband en het verhaal. Dat is zeker het geval wanneer je een onderzoekersbril opzet.

‘Het opvoedingssysteem dat werd ingesteld aan het begin der wereld, was bedoeld als een model voor de mens door alle eeuwen heen. Om een beeld te geven van zijn beginselen werd in het Paradijs, het huis van onze eerste ouders een modelschool opgericht. De Hof van Eden was het schoollokaal, de natuur was het leerboek, de Schepper Zelf was de leraar en de oer-ouders van het menselijke gezin waren de scholieren.’

De Heer was de oprichter, de Directeur en de Leraar van deze eerste school. Zoals we weten, hebben Adam en Eva een andere leraar gekozen en hebben ze de verkeerde lessen geleerd. Wat is er gebeurd, waarom en wat kunnen we leren van dit vroege verslag van onderwijs dat ons vandaag de dag nog kan helpen?

Hoewel we bij een tuin niet direct aan een klaslokaal denken, is dat toch heel logisch. Dat is zeker zo met een klaslokaal als Eden, dat was gevuld met de ongerepte rijkdommen van Gods schepping. Vanuit ons perspectief van vandaag is het moeilijk voor te stellen, hoeveel deze niet-gevallen wezens in een niet-gevallen wereld in dat ‘klaslokaal’ hebben geleerd. Ze werden door hun Schepper zelf onderwezen.

God maakte man en vrouw naar zijn beeld en gaf hun een thuis en zinvol werk. Als je denkt aan de dynamiek tussen leraar en student, dan is dit een ideale relatie. God kende de mogelijkheden van Adam omdat Hij hem zelf had geschapen. Hij kon Adam onderwijzen vanuit de wetenschap dat Adam zijn volledige potentieel zou kunnen inzetten. God gaf de mens verantwoordelijkheid, maar wilde ook dat hij gelukkig was. Misschien was een deel van de middelen om hem gelukkig te maken het geven van verantwoordelijkheid. Wie krijgt door verantwoordelijkheid, en door deze vervolgens trouw te vervullen, geen voldoening en zelfs levensgeluk? God kende Adam en wist wat hij nodig had om tot bloei te komen. Daarom gaf Hij Adam de taak voor de tuin te zorgen. ‘God, de HEER, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken.’

Wij kennen alleen een wereld van zonde en dood. Daarom kunnen we het ons moeilijk voorstellen, wat het werk toen met zich moet hebben meegebracht en welke lessen Adam ongetwijfeld heeft geleerd toen hij voor de tuin zorgde die hun thuis was.

In Genesis 2:19-23 schept God dieren als metgezellen voor Adam. Hij schept ook Eva als de vrouw van Adam. God wist dat Adam het gezelschap en de hulp van een gelijke nodig had en dus schiep Hij de vrouw. God wist ook dat de mens een nauwe relatie met Hem moest hebben en dus brengt Hij binnen de grenzen van Eden een intieme ruimte aan. Dit getuigt van Gods doelgerichtheid in de schepping en van zijn liefde voor de mens. Door de grote afstand tussen ons en Eden is het moeilijk je voor te stellen hoe het moet zijn geweest. Het is natuurlijk wel leuk te proberen je dat voor te stellen.

Hoewel Eden ver van ons verwijderd is, kunnen we nog steeds lessen leren uit de natuur. Enig idee welke lessen, en hoe die ons in de geest van de Bijbel brengen?

Waartoe God jou oproept

Was je helemaal mee met die fenomenale ruimtereis? Begon je verbeelding te duizelen bij de getallen en de snelheid? Zelfs onze eigen wereld, is uiteraard geen doetje als het gaat om reizen. De aarde draait ongeveer duizend kilometer per uur om zijn as. Dan draait deze rond de zon met een snelheid van 68.000 kilometer per uur, en dan, uiteraard, onze zon en de gehele Melkweg systeem beweegt zich op 44.000 kilometer per uur. Dus, ook al zijn wij niet bewust van deze beweging, we gaan op topsnelheden recht door de ruimte. Het mooiste deel van alles is dat deze grote systemen lijken te draaien rond een gemeenschappelijk centrum. Niemand lijkt te weten waar dat is gelegen in de hemelen, maar ik twijfel er niet aan dat het de troon van God is. Het universum prikkelt onze verbeelding. Maar het is goed om te beseffen dat dit kleine blauwe planeetje in het universum, de aarde waarop wij leven, slechts een stip van kosmisch stof is in het grote plan van God. Na enkele dagen reizen in de ruimte op lichsnelheid, zie je de aarde in het geheel niet meer… We zijn bijna verloren temidden van de complexiteit van alle groepen en de complexe ruimte werelden.

Maar hier is een feit dat we nooit mogen vergeten. Dit is de enige wereld die werd verleid. Temidden van alle onnoemelijke miljarden andere hemellichamen, is er iets dat niet gehoorzaamt aan God. Terwijl God hier in miniatuur een wezen schiep, naar zijn beeld en gelijkenis, nam Hij een groot risico. Die mens zou met die vrijheid leven in harmonie met God, of hij werd een rebel. En wat heeft God gedaan voor deze verloren wereld? Waarom heeft hij haar niet alleen laten gaan en veegde ze uit het universum en maakte een ander in haar plaats? Nee, God hield te veel van de mens om dat te doen, daarom stuurde Hij zijn Zoon naar deze kleine planeet om haar te redden van de aantastende, zondige rebellie die hier was begonnen.

Net zo verbazingwekkend is Gods liefde voor ons, als de grootsheid en de oneindigheid van zijn universum met al zijn wonderen en pracht. Die liefde werd gedemonstreerd in het leven van Jezus Christus. Zijn komst op deze aarde was een wonder van liefde : God die mens werd, Hij die in Zich de macht had om te slaan, om al het leven te vernietigen, om af te rekenen met de rebellie, Hij kwam en vanaf zijn geboorte was Hij bij de mensen niet welkom. Terwijl de engelen de blijde boodschap verkondigden aan herders op het veld en zongen “Ere zij God’, was de hemel vertegenwoordigd in een kleine, bescheiden stal, omdat er geen plaats was in de herberg.

We kennen de rest van het verhaal. We kennen de strijd van de Heiland – tot het einde – tot het kruis, en waarom ? Omdat de straf die ons toekomt op Hem zou rusten, zodat jij en ik de verdienste die alleen aan Hem toekomt, zouden kunnen genieten… Dezelfde als die de banen van het zonnestelsel in hun aangewezen plaatsen had gebracht, het Woord dat sprak en het was er, dat Woord was vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Hij die verafgelegen planeten, die de verre grenzen van het heelal heeft bepaald, die Jezus, heeft geleefd op deze aarde, tussen zondige mensen, tussen mensen die geroepen waren om Gods volk te zijn, met priesters die moesten leren om God beter te leren kennen…

Hij liet zich nooit door de zonde verleiden. Heb je nagedacht over de omvang van die liefde, de geweldige afstand die God aflegde voor ons? Voor verloren stervelingen op een kleine, lelijke wereld zo vol van zondige, lelijke mensen? Kijk naar jezelf vandaag. Hoe pijnlijk bewust zijn we van onze vervormingen van karakter. De infiltratie van de zonde heeft van ons karikaturen gemaakt van datgene wat in Gods plan lag.

Er is meer nodig dan menselijke kracht om de mensheid te redden uit die impasse, die draaikolk van de zonde, waaruit zij zich niet zelf kan bevrijden, We gaan omlaag, veel te snel, en wij zijn te ver gegaan. Ja, we hebben behoefte aan een Verlosser. We hebben het nodig om door Hem aangeraakt te worden en in ons leven ons oog op Hem te houden. Zodra we dat even vergeten, zijn we als Petrus die liep op het water en die in een moment van twijfel verzonk. Maar altijd is die uitgestrekte hand daar, diezelfde hand van Hem die aan de deur staat en klopt.

Terwijl de geschiedenis zich haast naar het finale punt, staat Hij daar nog steeds. Hij klopt en pleit. “Komt allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Dat is zijn uitnodiging. Zesduizend jaar gaf Hij aan deze planeet de kans om terug te keren, om te beseffen in welke conditie ze is en de verlossing aan te nemen. maar het zevende millenium staat voor de deur. De tijd van de rust breekt weldra aan.

De deuren sluiten langzaam, maar zien we het ook? De wereld leeft in feeststemming. Geniet er nù van, het is alles wat er is… is de teneur van mensen die niet verder kunnen zien. Ooit was er de zondvloed. Het was het oordeel van God over de toenmalige wereld. Binnenkort is er weer zo’n oordeel en Wie zal voor je pleiten? Dezelfde bevoegdheid die heeft gewacht om ons op te halen, ons op te heffen, ons te vernieuwen, ons hart en leven te wijzigen, wil het ook voor ons opnemen bij de Vader.

Als we bidden, komt God dichterbij. Voor Hem bestaan geen afstanden, ook niet de afstanden die door de zonde zijn opgeworpen.

Wijzelf hebben geen enkele manier, vanuit ons arme menselijke perspectief, tot de glorie en grandeur van die hemelse troon. Maar God heeft voorzien. Zoals Hij door zijn natuur – in het groot en in het klein voorziet voor al het geschapene, zo voorziet Hij ook voor ons, zodat het plan compleet is en dat we de eeuwigheid kunnen ingaan met dank en de dringende behoefte om Hem te eren die de zee, de waterbronnen, de werelden en de hemelen heeft gemaakt. Maar we moeten niet wachten om Hem die eer te brengen. We kunnen Hem nu bezingen, Hem nu eer bewijzen, vandaag erkennen dat er een Heer is – een God die door zijn woord alles tot aanschijn riep.

In een tijd, waarin wij met de krachtige telescopen, een blik kunnen werpen in de spectaculaire gloeiende gassen van onbeschrijfelijke schoonheid, hebben wij in feite een glimp opgevangen van hemelse scènes. Maar de Bijbel zegt dat wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, noch wat in het hart van de mens ooit is opgekomen, dat is wat God heeft voorbereid voor ons – voor u en mij – in Zijn koninkrijk. Vandaag blijft de vraag : Wie is God? Veel mensen hebben begeerd Hem te zien, en het zou misschien ook uw wens zijn. Jammer genoeg zou dit het je laatste wens zijn, want niemand kan GOd zien en leven. Maar de dag komt, wanneer de zonde definitief is uitgewist, dat wij God zullen kunnen zien in al zijn glorie. En ongetwijfeld zullen we dan, net als alle engelen niets anders kunnen zeggen dan “Heilig, heilig, heilig…” We zullen vervuld worden van een groot ontzag en Hem de eer brengen die alleen aan Hem toekomt. Is het niet een geweldige gedachte dat recht door de grote open ruimten in de hemel, op een dag Christus zal komen, en elk oog zal Hem zien. En dat duizend jaar later Zijn heilige stad en met Hem al de engelen van de hemel. zullen neerdalen op aarde? Ja, we weten dat het luchtruim binnenkort zal gescheiden worden. De bazuinen zullen klinken en een leger van engelen zullen dalen met Hem en Jezus verschijnt zittend op een wolk.

Als je ooit een groot evenement had willen meemaken, dan is het zeker dat dit hét evenement van de geschiedenis zal zijn. Christus die nu niet als kleine baby naar de aarde komt, maar in al zijn glorie, zo dat de hemelen er vol van zijn. Als Hij komt is dit voor de aflossing van de aarde uit de verschrikkelijke vloek van de zonde. De vraag is, lieve lezers, zullen wij klaar zijn voor die dag? Zijn we nu klaar? Het is niet iets waarop we ons voorbereiden later. Denk niet : dat kan nog heel lang duren…Het is iets om klaar voor te zijn vandaag. Zorg dat je lampen branden, dat er olie op voorraad is, waak en bid…

Het verhaal van een machtige sterrenhemel

Verleden week probeerde ik je aan te moedigen om naar de hemel te kijken. Hopelijk vond je daar wat tijd voor en ik hoop dat de weersomstandigheden daar goed voor waren. Nu zijn we klaar om te beginnen aan onze reis. Vergeet niet dat het voertuig een bundel van licht is. We zullen in een jaar tijd vijf biljoen, achthonderdtachtig-milliard, achthonderd en zeven miljoen, achthonderdtienduizend, zeshonderd en twintig mijl reizen. Dit is wat we noemen een lichtjaar. Dit is de maatstaf van de reis in de ruimte. Het is de afstand die we afreizen in een jaar aan de verbazingwekkende snelheid van 300000 kilometer per seconde. Dus we gaan uit van de zon bij het maken van deze reis. Eigenlijk zullen we binnen het jaar geen sterren op onze weg ontmoeten. In feite is de dichtstbijzijnde ster tot de aarde vier en een derde lichtjaren verwijderd. Dat betekent dat het ons dan vier en een derde jaar zal duren voor we bij de eerste ster zijn, hoewel we ons verplaatsen aan een snelheid die zo fenomenaal onvoorstelbaar is – de snelheid van het licht.

Het duurt negen jaar voor het bereiken van Sirius, een van de helderste sterren aan onze hemel; 47 jaar voor een reis naar de Noord-sterren; 160 jaar voor we bij Arcturus komen en 750.000 jaar om de nevel van Andromeda te benaderen. Dus vanaf het verlaten van de aarde met de snelheid van het licht, passeren we de dichtstbijzijnde ster in vier en een derde jaar. Maar dit is veel te traag. Stel dat we de versnelling opdrijven en de reis een miljoen keer sneller dan het licht maken. Kan je je voorstellen, vrienden, waar we nu over spreken? We gaan inderdaad nog een miljoen keer sneller dan 300.000 kilometer per seconde. Welnu, in dit tempo doorgaan, zouden we voorbijschieten in de ruimte langs grote gasvormige nevels en -systemen veel te ingewikkeld voor ons om zelfs te begrijpen. Na maanden van reizen zouden we het dichtstbijzijnde melkwegstelsel van onze aarde, de grote nevel van Andromeda bereiken. Het zou vier maanden kosten -een miljoen keer sneller dan het licht. Maar toch gaan we over tot de tijd van de ruimte : losse delen die vanaf de aarde lijken samengevoegd tot een geheel. Om de paar jaar zouden we een nieuwe cluster in het universum ontdekken. En na honderd jaar, reizen op een miljoen keer de snelheid van het licht, zouden we buiten het bereik van onze telescopen komen. Met andere woorden, we zouden de randen van de ruimte bereiken – voor zover de mens in staat is geweest om te zien door middel van zijn krachtigste lenzen. Maar de kans is groot, dat eenmaal dààr, dat een gloed van ontelbare andere werelden nog verder wenkt. Je ziet, het scheppen van God is grenzeloos. De mens is nog niet eens begonnen om die oneindigheid te onderzoeken of te begrijpen. Je kunt het zien! Die triljoenen van brandende sterren zijn gevormd tot zonne-energiesystemen.

Onze negen planeten, natuurlijk, cirkelen rond de zon en vormen ons eigen zonnestelsel. En ze draaien allemaal perfect in hun baan en ook de bedoeling daarvan wordt nog niet begrepen, maar het beïnvloedt ons leven op aarde. God weet waarom het zo is.

Vervolgens hebben we wat bekend staat als groep. Hier duizenden zonnen met hun sterren en planeten zijn geclusterd met elkaar, en elk cluster beweegt in haar eigen richting, en toch binnen de cluster, de verschillende zonnestelsels bewegen volgen hun eigen baan. Ze cirkelen in hun eigen richting en in hun eigen paden. Maar de hele groep beweegt zich ook samen in een gemeenschappelijke richting. En de groepen samen bewegen zich als een nieuwe groep ten opzichte van een andere cluster van clusters. Zo is dit een prachtig universum van 100 miljoen zonnen. Tenminste, de ruimte waarbinnen de aarde ligt bevat er zoveel. Astronomen zeggen dat er tweehonderd miljoen werelden zijn in de uitgestrektheid van de ruimte. Een van hen, trouwens, is 50.000 keer groter dan de onze. De Melkweg is ons universum. De dichtstbijzijnde andere Melkweg is op een miljoen lichtjaren afstand.

Als we daarbij nadenken over de kracht die nodig is om deze systemen op orde te brengen, wel wetend dat er een grote harmonie bestaat tussen deze hemellichamen, worden we overstelpt met vragen. Waarom is er niet constant botsing en chaos? Toegegeven, de sterren zijn heel ver uit elkaar. Er is veel ruimte en toch, ze zijn reizen aan enorme, ongelofelijke snelheden. Ik denk van Arcturus, die bekend staat als het kluwen van de hemelen. De gemiddelde snelheid van een ster is 26 kilometer per seconde. Maar Arcturus is haast een gekkenwerk met bewegingen van 257 kilometer per seconde. Trouwens, Arcturus is een miljoen keer groter dan onze zon, en we leerden dat onze zon zelf meer dan een miljoen keer groter is dan de aarde. Dus dit geeft een idee van de ongelooflijke massa van deze ster. En als het in het wilde weg door de ruimte zou bewegen, zou het tegen honderden andere sterren opbotsen bij een snelheid van 900.000 kilometer per uur. Maar ondanks deze rush door de ruimte, is Arcturus nog nooit gecrashed.

Merk op hoe de Bijbel spreekt van deze in Job 38:32, “Kunt gij de banden der Pleiaden binden,of de boeien van de Orion slaken? Doet gij de tekens van de Dierenriem te rechter tijd opgaan,en bestuurt gij de Beer met zijn jongen? Kent gij de inzettingen des hemels, bepaalt gij zijn heerschappij over de aarde?” Ah, natuurlijk, Job leek te begrijpen over dat weglopen van de hemelen. Hij zei dat in zijn geïnspireerd schrijven.

Maar de geestelijke les is nog het meest interessant en houd ik voor volgende brief.
Ondertussen wens ik je een gezegende dag toe, verwonderd om die Ene God, de Schepper die we Vader mogen noemen.

Kijk Omhoog

Ik hoorde net de vraag waar het volgende nummer van Houvast bleef… Het is waar, ik heb me niet kunnen houden aan de vooropgestelde timing, maar we zijn ermee bezig. Je zou als mens zoveel willen doen, zoveel willen zeggen. Er zijn dingen die je van de daken zou willen schreeuwen, ervaringen die je wil delen met anderen. Opdat ze er iets zouden aan hebben … bijvoorbeeld dat ze domme dingen kunnen vermijden.

Maar ondertussen laat het herfstnummer op zich wachten. Was het geen prioriteit? Toch wel. De verspreiding van het goede nieuws staat normaal bovenaan mijn agenda. Soms vraag ik me af hoe, wanneer, waarom, met welke middelen… maar het staat vast, dat het moet gedaan worden. Gelukkig ben ik daarin niet alleen. Ik zie veel goede initiatieven van mensen die zich vrijwillig bezig houden met het zaaien van het evangeliewoord, en ik ben er gelukkig om, dat er mensen zijn die zich opstellen ter verdediging van Gods belangen, die als verkondigers, advokaten, leraars, onderzoekers… optreden en een stem zijn van goed nieuws, mensen die de Schepper van hemel en aarde eer geven en anderen aanzetten om hetzelfde te doen.

Sommigen kennen de brochure “In het begin schiep God”, wat ik aan alle lezers kan aanbevelen. Je kunt het aanvragen in digitale vorm – of in gedrukte vorm tegen betaling van de verzendkosten. Ik hoop dat jullie het als winterliteratuur mee kunt nemen naar een rustig plekje, waar je de woorden van dit tijdschrift aan den lijve kunt voelen, maar waar je ze ook met je eigen ogen kunt zien.

Vandaag had ik een overdenking over de hemelen die Gods eer bewijzen… Je hebt er geen idee van op welke kleine planeet we hier wonen, en waar we soms elkaar het leven zuur maken… Terwijl boven je hoofd de oneindige ruimte open ligt. We kennen ons zonnestelsel, met de zon die in massa ongeveer één miljoen keer zo volumineus is, de maan en dan die sterren. Wat we zien is niet meer daar. Het licht heeft er jaren over gedaan om ons te bereiken aan een snelheid van 300.000 km/sec. Kijk eens omhoog. Zoek op een heldere avond een donker plekje op en kijk naar die oneindige ruimte. Hoe langer je kijkt hoe meer sterren en sterrennevels je zal zien. En als je ooit de kans krijgt om met een deftige telescoop te kijken, zal je steeds meer zien. En alles is netjes geordend… Perfect voorspelbaar in zijn baan, en tot stand gekomen door diezelfde Stem die sprak en het was er. Wie is Hij dan, zo groot, dat Hij zo klein kon worden, gewoon een mens onder ons… omdat er geen andere weg was, gedreven door liefde.. Ik heb reden om dank te zeggen, reden om te zingen.

Als je dan toch omhoog kijkt, kan je daarbij even overdenken wat Joe Crews in een prediking geeft als leidraad. Het kan je inspireren om de Almachtige nog meer en nog beter te eren.

“Vandaag wil ik dat wij onze aandacht richten op de machtige wonderen van het heelal, zoals geopenbaard in de hemel boven ons. Het is mogelijk dat we onze weg op aarde gaan, terwijl we nauwelijks onze ogen richten naar de ongelooflijke schoonheid, die verschijnt in de nachtelijke hemel. Wie te veel tijd in grote steden doorbrengt, waar sprake is van zo veel licht, krijgt niet eens glimp van de prachtige sterren. Iedereen moet een zekere tijd, alleen in het binnenland, kijken naar de indrukwekkende opmars van de sterrenbeelden vanaf de schemering tot de dageraad. Geen denkende geest zou ooit na die ervaring nog een vraag stellen over het bestaan van God.

Wist je dat ieder astronomisch observatorium een vervulling is van een oud commando? Lees even deze interessante tekst in Jesaja 40:26: “Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet één achter.”

Hoe vaak hebben we de dwaze uitspraken gehoord van ongelovigen, evolutionisten en skeptici, die menen te weten hoe alles is ontstaan. Moderne schoolboeken verkondigen ook luid hun theorieën die proberen het universum uit te leggen, maar wie van deze mensen of schoolboeken heeft rekening gehouden met de macht van een scheppende God? De kans is groot dat op een blinde wijze krediet wordt gegeven voor de ingewikkelde verrichtingen van onze prachtige, evenwichtige wereld, als zou die het resultaat zijn van het stomme toeval.

Vrienden, is het moeilijk voor mensen met een redelijke intelligentie en onderwijs, om sommige standpunten die nu in handen van zogenaamde evolutionistische wetenschappers, te doorbreken? In Spreuken 3:19 lezen we: “de HERE heeft door wijsheid de aarde gegrond, door verstand de hemelen vastgesteld.” Nu, wij ons leven aan die wijsheid van God onderworpen hebben, en we de krachten van de natuur in actie hebben gezien, kunnen we niet meer aannemen dat ons lot – ons bestaan – slechts gebaseerd is op een aantal gelukkige omstandigheden die hebben plaats gevonden in de ontstaansgeschiedenis van deze wereld. We hebben al ontdekt dat de maan precies op de juiste afstand van de aarde staat, voor de regeling van de getijden.

Als de maan en de aarde dichter bij elkaar zouden staan, zouden de getijden eigenlijk al het droge land dagelijks onderdompelen.

Als de atmosfeer dunner was boven ons hoofd, zouden de meteoren kunnen inslaan en vreselijke schade aan het oppervlak van de aarde en het menselijk leven toebrengen.

Er zijn duizenden voorbeelden waaruit blijkt dat dit universum is ontworpen en aangelegd met een merkwaardige intelligentie. Niet de minste daarvan is het wonder van de sterren.

In Psalm 19: 2,3 lezen we: “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen; de dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht. Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen:”

Alleen een geniale wiskundige zou in staat zijn om de ontelbare sterren hun plaats te geven in de uitgestrekte hemel boven. Perfect in hun baan en verbijsterend in hun reis door de ruimte. Eigenlijk zijn er slechts twee of drie duizend sterren met het blote oog te zien, maar er zijn duizenden, miljoenen, miljarden, triljoenen en quadrillioenen sterren in het universum.. Sterker nog, we zijn geschokt door de grote aantallen en de afstanden die in de uitgestrekte wereld van God bewegen. Het reikt ver buiten enige menselijke verbeelding.. Maar van alle geschapen hemellichamen kent God de naam..

Psalm 147:4 “Hij bepaalt het getal der sterren, Hij roept ze alle bij naam.” Laten we terug komen met onze voeten op de grond. Laten we een denkbeeldige reis ondernemen, een soort hemelse sightseeing door sterrenland. We zullen niet ver geraken met een jet, want die is veel te traag. Wij gaan rijden op de vleugels van het licht, wat betekent dat we zullen snellen op vleugels aan 300.000 kilometer per seconde. Trouwens, door te reizen aan die enorme snelheid, zullen we in staat zijn omheen de aarde te cirkelen, zeven keer in een enkele seconde. In één minuut tijd kan men 11 miljoen kilometer reizen. We starten om de zon, het centrum van ons eigen zonnestelsel, dat is 93 miljoen kilometer afstand van de aarde. Denk aan de uitgestrektheid van de zon. Die is een miljoen driehonderd duizend keer groter dan onze aarde. Als de aarde zou kunnen zwellen tot dezelfde grootte als de zon, en de mens moet groeien in dezelfde verhouding, zou een mens 625 meter groot zijn. Dat geeft een idee van hoe fantastisch de zon is in vergelijking met de aarde.

Volgende week vertel ik je nog een paar “straffe feiten”… In het licht daarvan voel ik me heel klein !

Weet gij het Niet ?

“Weet gij het niet ?” is het begin van de passage uit de Bijbel (Jesaja 40) die naar mijn gevoel van toepassing is op onze tijd vandaag. Het is een vraag die destijds bij monde van de profeet Jesaja werd gesteld aan het volk.
Wij kijken naar de wereld, we horen de nieuwsberichten, we lezen de kranten, het ontgaat ons niet wat er in de ether hangt… De natuurelementen vertonen vreemde veranderingen, en het zou kunnen dat we een beetje opgewonden of angstig worden als we dat allemaal zien. Maar het is God die ons zegt : Vrees niet.

Jesaja 43:1 “Maar nu, zo zegt de HERE, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o Israël: Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.”

Als God spreekt, Wie spreekt er dan ?
Het zou kunnen dat God nog abstract is en dat we ons niet goed kunnen voorstellen Wie Hij is.
Jesaja40:15 “Zie, volken zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal; – 18 Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?”
Alles wat we als mens kunnen kennen, is nooit in verhouding tot Wie God is. Gans dat hoofdstuk 40 staat vol met zaken waar wij steun en bemoediging kunnen in vinden. Vandaag de dag staat de autoriteit van Gods woord dikwijls ter discussie. Maar ik lees in vers 8 “Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van onze God houdt eeuwig stand.”
Over dat gras en over die bloemen zal ik u straks nog iets zeggen. Het is buitengewoon, maar het vergaat. Maar er is iets dat nooit zal vergaan, dat nooit zal wankelen. Gods woord is tot in eeuwigheid.
Als dat de basis is, waarop wij bouwen, dan hebben we vaste grond. Er is daar geen twijfel over. Menselijke overleggingen komen en gaan. Het is eigenwijsheid en onderhevig aan invloeden, speculatie, verandering. Gods woord is eeuwig en onveranderlijk van het begin tot het einde. Van de eerste bladzijde tot de laatste.
Het vertelt ons over onze oorsprong, waar het verkeerd liep, over Gods grote actie om de verloren mens tot zich te trekken. Het is een brief vol beloften, vol vooruitzichten, vol kracht.
Gods woord is een accurate en betrouwbare bron, die ons vertelt over onze oorsprong. Daarom geeft het zo’n bevrijdend antwoord op de vraag : “waar kom ik vandaan?”

Gods woord staat onder permanente aanvallen van de Satan, want de Satan weet dat het de autoriteit is die hem veroordeelt. Hij haat dat woord en haat die mensen die zich vastklampen aan dat woord. En hij zal alles doen om de autoriteit van dat woord aan het wankelen te brengen. Eeuwen lang heeft Satan op alle mogelijke manieren geprobeerd om dat woord van de aardbodem te doen verdwijnen. Maar hij is er niet in geslaagd. Toen bedacht hij een andere strategie : “ik moet bij de mensen de twijfel doen opkomen, dat dat woord maar symbolisch is, dat men dat Woord niet letterlijk moet nemen, dat dit hoogstens wat opvoedkundige verhalen bevat. En dat dat woord goed was voor het verleden, maar nu hopeloos is ten achter geraakt. “

Dit plan heeft veel bijval gekregen en is zo populair geworden dat het langzaam maar zeker het woord van God van zijn troon verdringt. Zelfs al bezitten velen nog een Bijbel, zelfs al lezen sommigen die Bijbel nog af en toe, toch is het maar een klein kuddeke dat vasthoudt aan IEDER woord van God. Zegt Gods woord niet, dat “Elk van God ingegeven schriftwoord nuttig is om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerech- tigheid?” Met Gods Geest moet dat mogelijk zijn. Als zoveel mensen de Bijbel raadplegen, maar tot verschillende conclusies komen, dan blijft de vraag: ‘hoe leest men de Bijbel?’

Tot 150 jaar geleden kwam bij weinig mensen – zeker niet bij christenen – de gedachte naar boven dat God mogelijk niet de Schepper zou zijn. Maar de kiem werd gelegd, waardoor in brede lagen van de bevolking de gedachte werd aangenomen dat door pure natuurlijke processen de hele levende wereld is ontstaan. Puur toeval.

En hoewel de hele natuur zelf – in al zijn geledingen – tegen deze aanname getuigt, hebben mensen zich vastgeklampt aan een gedachte die in de menselijke geest is opgekomen. Christenen hebben zelfs gezocht naar welke rol ze God kunnen geven in dat plaatje. Af en toe een duwtje, een beetje gestuurd,…

Als we God en zijn Woord slechts op zo’n manier willen zien, kunnen we net zo goed die Bijbel dicht houden, want wat heb je aan een God die gewoon een beetje inspeelt op de omstandigheden en ze ten beste keert….

Is het belangrijk om God te zien als onze Schepper ? Ongetwijfeld. Zonder vast te houden aan het scheppingsverslag, zoals het beschreven staat op de eerste twee bladzijden van de Bijbel, vervalt al het overige, en heb je de vrije ruimte om te filosoferen over goed en kwaad, het woord zonde vervangen we door neiging of vergissing. De hele geschiedenis van de offerdienst, tot en met het volmaakte offer van Christus heeft geen nut meer, van herschepping is geen sprake meer. Als God niet de Schepper was, kan Hij ook niet herscheppen. En dan kunnen we er nu het beste “van profiteren”. Dat is de conclusie die velen maken in de wereld.

Wij moeten er over waken dat ook ons geloof niet gaat verslanken en dat we het Bijbelse woord de plaats geven die het toekomt. Laten wij de wonderen zien en beamen : “Dit is werk van een Meester”.

Een andere aanval van Satan, is op de natuur zelf. Het liefst had hij die natuur zo verminkt, zo beschadigd, dat tenminste dat getuigenis van God er zou uit verdwijnen. Maar na alle misbruiken al die eeuwen, draagt zij nog steeds de handtekening van de liefde en kracht van de Heilige Schepper.

Nadat de aarde al 6000 jaar onderhevig is aan de vloek van de zonde, blijft een ongelofelijke schoonheid van al het geschapene ons vullen met verwondering.
Als we God danken voor alle zegeningen die ons elke dag van ons leven te beurt vallen, zouden we nooit mogen vergeten te denken aan deze onvergelijkbare wonderen die in de natuur kunnen gezien worden. Het bekijken, het beleven en het bewust op zich laten inwer- ken ervan, geven zoveel meer betekenis al ieder moment van ons leven.

Wat zou deze planeet zijn, zonder het rustgevende tapijt van levende groene grassen en kruiden? God hoefde de ruwe naakte grond niet te bekleden met een dergelijke bedekking. Om functioneel te zijn was er geen behoefte aan die heldere kleuren.

De menselijke wezens hadden in een andere omgeving geplaatst kunnen worden, een vale, grijze aarde en kleurloze planten. Maar het zou erg moeilijk geweest zijn om die factor van geluk en blijdschap te beleven in een niets zeggende entourage.

De Schepper Zelf was niet alleen een liefhebber van schoonheid; Hij hield ook heel erg van Zijn schepselen die Hij alle voorwaarden gaf om gelukkig te leven. Daarom overdekte Hij de aarde met ongeveer een half miljoen verschillende soorten contrasterende bloesems en bladeren. En verborgen in iedere kleine knop, legde God geheimen die een uitdaging en raadsel zijn voor de geniale wetenschappers op aarde.

Is het dan niet vreemd hoe zo weinigen van hen die wor- stelen met deze mysteries, bereid zijn om de Creatieve Kracht die dit alles heeft voortgebracht, te erkennen? Zelfs al is het zo dat veel natuurwetenschappers en natuurbewonderaars met ontzag de natuur gadeslaan, zijn er slechts weinigen die blijk geven van erkenning en waardering voor de Schepper.

Al ademen zij de wonderbaarlijke mengeling van stikstof en zuurstof, die het voor hen mogelijk maakt om te leven, weigeren de evolutionisten toe te geven dat het de pre- cieze samenstelling in verhouding van de gassen van 79 % op 21 % was, die ter beschikking gesteld werd door iets anders dan alleen maar wat blind geluk.

Kijkend door ogen die zo kwetsbaar zijn en zo fijn afgesteld, dat zelfs de hele wereld van wetenschappelijke genieën er bij staat te kijken, omdat zij niet in staat zijn dit wonder te dupliceren, of volledig te begrijpen in zijn werking; en ondanks dat blijven zij ongelovig en zien zij met hun eigen ogen het wonder niet dat hen mogelijk maakt om te zien.

En dan die oren, in direct verband met de hersenen, die complexer zijn dan de krachtigste of de grootste computer op aarde; toch luisteren de twijfelaars met die wonderlijke oren naar lezingen van humanisten en evolutionisten, en ontkennen hun Maker. Velen verwerpen de heili- ge oorsprong van datgene waarvoor zij geen empirische verklaring vinden, en schrijven de miraculeuze vermogens toe aan de materie zelf.

Wat voor soort geloof is er nodig om aan te nemen dat al de gewone processen in de natuur zouden voortgekomen zijn uit puur geluk? Bijna iedere plant en dier stelt ons voor verbazingwekkende feiten, vraagtekens, moei- lijkheden, waar geen ander woord voor is dan ‘mirakel’. Wonderlijke aanpassingen en unieke vorm, kleur, geur, functionaliteit, voortplanting, samenwerking met andere natuurlijke partners… het is echt verbazingwekkend.

Als deze supercomplexe functies konden bestaan, zon- der een intelligente Schepper of Ontwerper, dan worden onze redeneringsvermogens verzwolgen onder de miljoenen “toevalsfeiten” die met ongelofelijke precisie moeten gewerkt hebben om zoveel perfecte schoonheid, functionaliteit en voortplanting op aarde te kunnen voortbrengen.

Kunnen ze inderdaad de producten zijn van toeval of puur geluk? Elke wet van de wetenschap over het onderwerp besluit dat een ongedirigeerde, willekeurige natuur naar een verslechtering zou gaan in plaats van naar orde. De natuur is een gave van de Schepper uit de mens. Het is een uiting van liefde van God voor de mens. Het res- pect voor de natuur, kan een antwoord zijn op die liefde. Het is niets om achteloos mee om te springen. De schepselen zijn geen gebruiksvoorwerpen of productie-eenheden. Liefde voor al wat leeft is de juiste reactie die aan- toont dat men het geschenk van de Schepper aanvaardt.

“Beste Stefaan – Bedankt voor al die waardevolle teksten die je via Houvast en de site deelt met ons. De tekst “Getuigenis van een wetenschapper” heeft me erg doen nadenken. Heel diepgaand. Iemand heeft bewust om alles gegeven, een geschenk van goedheid om zorgzaam te koesteren en uit te dragen in een gemeenschap, die dat steeds mooier deelt. Alles is voorhanden. Ik denk er erg bij na. Toch heb ik moeite met de kerkgemeenschap, ook de Bijbel, de eerste mensen. Ik zoek of het niet anders is begonnen. Ik schrijf dit zo naar u, met deze dingen kan ik bij niet veel mensen terecht. Ik voel dat God moeite doet om me te overtuigen.”   EV

 

Fossielen zijn een enorme hindernis voor de evolutietheorie en zij ondersteunen de Scheppingsgedachte ten zeerste.’  –  Dr. Gary Parker
Bioloog-paleontoloog en voormalig evolutionist

“De natuur heeft me nooit geleerd dat er een God bestaat van glorie en oneindige majesteit. Ik heb dat op andere manieren moeten ontdekken.
Maar de natuur heeft mij laten zien wat het woord ‘glorie’ betekent.
Ik weet nog steeds niet waar ik dit anders had kunnen vinden.”  – C.S. Lewis.

Een hemelse boodschap

Hemelse boodschapDe natuur, een brief met een hemelse boodschappastedGraphic.png

Ongetwijfeld zijn veel van onze lezers betrokken bij het leven in de natuur. Ik weet zeker dat diegenen die geleerd hebben om de natuur met zorg en respect te behandelen, die hun plaats in dat grote concept hebben begrepen, een deel van hun missie hebben vervuld. De aarde bewerken en bewaren is een opdracht en geen kleine. Je ziet hoe gemakkelijk wij afbreuk doen aan de continuïteit van de kansen op een goed leven op deze planeet. Iedereen kan zich de vraag stellen of de manier waarop men de natuur behandelt getuigt van goed rentmeesterschap of eerder van misbruik. Terwijl de hele schepping zo goed gemaakt is dat ze kleine vergissingen in levenswijze kan compenseren, is het ook zo dat als veel mensen op “een te grote voet” gaan leven, de gevolgen niet uitblijven. 

In de wereld staan milieukwesties bovenaan de agenda, niet altijd tot groot genoegen, maar uit noodzaak. Economie en eigenbelang gaan nog altijd voor de liefde voor de natuur. 

Liefde voor de natuur – liefde voor het leven… omdat we zo beter het werk van de Levengever op prijs stellen. 

Èn de “natuur”… wat bedoelen we daarmee? Kijk om je heen. Alles wat leeft, in het klein en in het groot.  Van de kleinste levende cel tot het aanschouwen van de eindeloze kosmos…

Met onze kennis van vandaag moet dat iemand veel dieper kunnen raken. Wat wisten de vorige generaties over de “cel”? Met de mogelijkheden van de wetenschap, hebben we nu enig idee hoe complex de eenvoudigste en niet verkleinbare levensvorm van de “eencelligen” is.  Mochten er lezers zijn die zich hiervoor interesseren, dan nodig ik je uit om de DVD’s van het Moody-institute te bekijken. Er is op dit moment zoveel educatief materiaal met wetenschappelijke fundering, geheel in harmonie met de bijbelse ontstaansgeschiedenis. Of het gaat over de planten, de bloemen, de vlinders, insecten, dieren, het klimaat, de zon… over al deze onderwerpen bestaat voldoende documentatie die geen ruimte laat voor de evolutie-gedachte. 

De evolutietheorie is een “theorie”, meer niet. In feite heeft deze theorie op haar aanhangers een betoverende uitwerking. Er is zoveel geloof voor nodig en toch wordt dit als “wetenschap” gepresenteerd, terwijl het alle kenmerken van een religie heeft.  De evolutie-theorie is in het leven geroepen om het idee kwijt te raken dat er een hogere macht is die controle heeft over het leven en die op een bewuste manier leiding geeft aan wat op aarde gebeurt én waar je verantwoording aan moet geven. 

Zonder schepping is een Schepper maar een denkbeeld, een illusie. Zonder schepping is God maar een maaksel in de geest van mensen. Geen pottenkijker meer in je leven, geen verantwoording meer schuldig, weg de idee dat er Iemand is die alles ziet, die je begluurt, weg oordeel en veroordeling. Het is hier en nu. Je moet het er hier goed van nemen. 

En zo gebeurde het dat de evolutietheorie aanvaard werd als wetenschappelijk gefundeerd en de scheppingsleer als een puur religieuze zaak. De schepping en God verdwenen uit de scholen en de schoolboeken en de evolutieleer begon het onderwijs te domineren. 

Zo zien we al meer dan 150 jaar* hoe door het verdwijnen van de plaats voor God en zijn instellingen, zelfzuchtige motieven meer en meer de overhand krijgen. 

(* Bepaalde overwegingen die door Darwin werden geïntroduceerd waren zelfs niet origineel van hem en bestonden trouwens al toen hij zijn “Oorsprong der soorten” schreef.)

Alle wetenschappelijke kennis ten spijt, blijft een knop aan een boom, die zich ontvouwt tot een prachtig blad, een wonder waar ik eindeloos kan over mediteren.  De hele waarneembare wereld vervult me met verwondering, van het kleine grassprietje tot de vlinder die uit zijn cocon komt. 

In de Romeinenbrief lezen we : 

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.” Romeinen 1:20 

Geen verontschuldiging. Kies wat je wil geloven, maar het heeft consequenties voor nu en later. 

Heel zeker hebben we allemaal reeds vòòr die grote, eindeloze zee gestaan omringd door water, zand en een overweldigende lucht:  de natuur!  Een verkwikking voor de mens tussen dagelijkse zorgen en drukke levensomstandigheden.  Waarschijnlijk heb je ooit blijven stilstaan voor de kleurenpracht van een zonsondergang en daarbij bedacht hoe nauwkeurig het hele universum is geregeld, dat zelfs eeuwen van tevoren kan voorspeld worden hoe de planeten zich zullen verhouden.

De natuur geeft ongetwijfeld rust en ontspanning naar lichaam, ziel en geest; in één woord voor de mens in zijn geheel. We voelen ons beter, eenvoudiger en we genieten van al het mooie dat ons verkwikt. Het is mogelijk dat veel mensen teveel binnen blijven en een te beperkte band hebben met de natuur. Hoe gering deze band ook zou zijn, is er toch altijd iets dat je zou moeten inspireren om de machtige hand van de Schepper te zien. Als je begint vragen te stellen over waarom en hoe, loop je met iedere theorie vast. Alle wegwijzers lijken naar God te wijzen.

De natuur is een machtig gegeven. Het is een boek met een verhaal.  Er is méér dan zomaar genieten … In de natuur vinden we de machtige handdruk van een liefhebbende God. 

Heb je er over nagedacht waarom de natuur zoveel schoonheid herbergt, waarom er zoveel verscheidenheid is in vormen, kleuren, zoveel variaties in leven… Ik kan daar alleen over denken dat een liefhebbende God daarin zijn liefde heeft gelegd voor zijn schepselen, met de bedoeling dat wanneer al zijn schepselen deze wonderlijke wereld zouden bekijken, zij naar de hemel zouden opkijken, dat er in hun binnenste een lied zou dringen, om de Maker van dit alles te verheerlijken. “Heeft de regen een Vader ?  Of wie heeft de dauwdruppels verwekt ?” (Job 38:28).  

Die vraag aan Job gesteld, kan ook ons doen vragen :  wie en wat steekt achter die natuur?  Welke immense kracht of wijsheid wordt weerspiegeld door die natuur ?  Wat is dat méér in de natuur ?  Het antwoord staat in Job 5:10: “Hij geeft de regen op de aarde, en giet water uit over de velden”.

Begrijpen we dat het klotsende water oneindigheid bevat? Begrijpen we dat een machtige, ongeziene hand de rimpels van de baren vasthoudt?  Begrijpen we dat de natuur het beeld uitstraalt van haar Maker? Dat ze getuigt van God?  

De menselijke geest die open staat voor het wonder en het diepe raadsel van de natuur moet erkennen voor iets Goddelijk-groots te staan, een ondoordringbaar mysterie dat ook in ons mensen schuilt. “Zijn grootheid is ondoorgrondelijk” (Psalm 145:3).  

En dan, als  dit mysterie ons aangrijpt is het goed te zwijgen en te luisteren. Het oor openzetten voor nooit gehoorde muziek. In het gezang van de vogels of in het spreken van de stilte… Er is iets, er hangt een zindering in de lucht, een onmeetbare kracht, een macht die het menselijk denken te boven gaat.  Alleen zijn met de natuur en God en met de verkwikkende ervaring van stilte, rust en diepe vrede. Luisteren naar de wind in de bomen, naar het ruisende koren … want zijn beschermende liefde omringt de hemel en aarde, omringt ons mensen.  “Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve”  (Jesaja 55:3).  

Is dat geen uitnodiging ?  Als we luisteren en ons oor zo neigen – bereidwillig zijn om het te horen –  ervaren we Gods goedheid.  Hoe liefelijk ontspruit de lente in de knoppen aan de bomen; nieuw leven:  overwinning op de harde winterdood.  

Ik denk dan : zo’n jaar met zijn vier seizoenen, is dat de weerspiegeling van mijn leven, dat, nadat ik mijn leven heb neergelegd in vertrouwen op God en mijn Redder, nieuw leven zal doen ontstaan? Tot de zomer vol rijpe vruchten hangt en de herfst schone kleuren draagt. Ieder seizoen heeft zijn taal en het is zo bijzonder. 

Ik heb een televisie, alleen om af en toe een DVD te bekijken. Ik zie niet dagelijks de programma’s die de grote massa betoveren, maar als ik ‘s morgens de gordijnen opentrek, dan zie ik daar Gods televisie. Ik heb uitkijk op het leven, ik zie de schoonheid van wat Hij heeft gemaakt. En ik dank God, dat ik het mag zien, horen, beleven. Ik zie de mens en denk: wat een wonder, in feite een oneindige verzameling van wonderen. Of het de planten- of dierenwereld is, of de natuurfenomenen, het heeft allemaal iets bekoorlijks. We ervaren de rozenknop en de prachtige rozen die zich ontvouwen, we ruiken de betoverende aroma’s. We vragen ons af, waarom die doornen? Distels en doornen herinneren aan het kwade dat vernietigt. Ze herinneren aan de zonde, aan de afwijking van Gods plan, aan de eigen weg van de mens, los van God. Wanneer we onze eigen weg gaan en van God noch gebod nog willen weten, moeten we God de doornen niet verwijten. De roos getuigt van Gods plan, zijn liefde die herstelt, die overwint.  Een diepe les, gegrift in de natuur, die ons tot aan het kruis brengt met Jezus als overwinnaar.

“Jezus is de overwinnaar van de dood en Hij alleen heeft het eeuwige leven aan het licht gebracht”.   en “De enige macht die ware vrede kan scheppen of kan doen voortduren, is de genade van Christus”  (E. White). De natuur is een onuitputtelijke bron van wijsheid en vreugde voor iedereen die open staat voor wijsheid en vreugde.  

De natuur leert geduldig te zijn… Het volstaat de natuur te aanschouwen om een idee te hebben hoe klein wij zijn tegenover onze oneindig machtige Schepper, voor wie tijd van geen betekenis is. Geduldig zijn… hoe rustig wordt het daglicht geboren, zonder slag of stoot, wordt het dag. 

Hoe zacht vloeit het water door de beken !  Te weten dat zijn liefde alle leven omvat, – van de zandkorrels aan zee tot de hoogste toppen van de bergen-, stemt dankbaar.  Dankbaar omdat wij mensen ook in zijn liefde omvat worden.

Durf luisteren, dan zal het zwijgend spreken betekenis krijgen. In de drukte, het lawaai van alledag gaat Zijn zachte stem verloren. We kunnen dit zwijgend spreken maar opmerken als we aandachtig met hart en ziel luisteren.  Dan pas zullen we ten volle genieten van dat wonderbare en kostbare natuurschoon, van het leven zelf. Het is aan alle mensen gegeven, zonder onderscheid. Iedereen krijgt in de natuur zelf, het grootste en machtigste voorwerp tot genot. 

In de rood-oranje speling van de ondergaande zon op het water is zijn tegenwoordigheid, die herinnert aan het Eeuwige. Dat is zo mooi in de natuur. Het is een spiegel waar je kan in kijken. De natuur is een ontdekking, een bron van vreugde, een kans waarin wij, vreugde belevend en genietend, God dank zeggen voor alle goeds. 

In het wisselende ritme der seizoenen, in de regen die verfrist, in de zon die kracht geeft, in de wind die  nog alleen verspreidt :  

“Juicht God, Gij ganse aarde” (Psalm 66:2).