Een boodschap verkondigd van de bergen

We verstuurden enkele weken geleden de laatste HouVast van dit jaar. Het stond een heel jaar in het teken van de bergen in de Bijbel en de gebeurtenissen die daar hebben plaatsgevonden. We hebben de bergen van Israël beklommen… niet de letterlijke bergen in dat land, maar de bergen van mensen die strijden met God en overwinnen. De bergen die we plukten uit de Bijbel zijn voorbeelden uit de hoogtepunten van de verkondiging van het evangelie. Het goede nieuws, ja dat is het wat daar op die bergen werd verkondigd of gedemonstreerd, want stel je eens voor wat voor een wereld dit zou zijn, moesten alle mensen die hemelse waarheden tot hun levensregel maken, als Gods woord ernstig zou worden genomen. 

De boodschap werd op verschillende manieren gebracht, in woord en daad, maar telkens komt het neer op de keuze tussen zegen of vloek. 

Denk aan de tien geboden. Zou dit niet het paradijs zijn als alle mensen hun naaste zouden liefhebben als zichzelf en God boven alles? De hele aarde zou gezegend zijn. Dit zou die plaats zijn die God heeft bedoeld voor mensen om op te wonen. Maar het is niet zo, en we kunnen erover klagen, we kunnen morren, we kunnen God de schuld geven… 

Dat hoor ik mensen in de wereld doen. Als het niet loopt zoals ze willen, is het God. Ze zoeken de schuld niet bij zichzelf, maar bij God. God nam een risico door aan mensen een vrije wil te geven. Hij maakte geen robotten die netjes in de pas lopen en geprogrammeerd zijn op Zijn commando. Dat is het mooie aan mens zijn, vrij zijn… Maar als ik eerlijk ben, heb ik die vrijheid vaak misbruikt, verkeerde keuzes gemaakt, verkeerde beslissingen genomen, me laten meeslepen, onvoorzichtig geweest, mezelf wat op de mouw gespeld, mijn geweten gesust, me overgegeven aan de zonde, verkeerde gedachten gekoesterd… En dan sta ik daar, belast met schuld… en net als Paulus roep ik uit: “wie zal me verlossen uit het lichaam dezes doods?” Ik erken dat ik een verloren mens ben. Ik ben vrij om het goede te doen, maar ik kom op de weg van het kwade. Hoe vaak ik die weg al langs alle kanten heb bekeken, is mijn conclusie dat het een doodlopende weg is. Elke keer klinkt het “ten dage dat gij daarvan eet…” Als ik van Gods wegen afwijk, kom ik telkens daar terecht. Dat is de strijd van het mens zijn op deze planeet, waar volgens Luther niet één verboden boom is, maar waar we goed uit onze ogen moeten kijken, of er in dit bos van verboden bomen nog ergens een goede boom staat. Het kwaad heeft zich geweldig vermeerderd, maar het goede nieuws is, dat er Iemand is, tot voorbeeld van ons allemaal, Die heeft overwonnen. Daarom is er hoop, is er een toekomst, is er leven, een uitweg. 

Dat is het goede nieuws dat van de bergen moet worden verkondigd. Kijk op Jezus, de leider en de voleinder van het geloof. Laat je oog op Hem gericht zijn. Ik moet de raad volgen van Psalm 16: “Ik hou mij de Here voortdurend voor ogen, met Hem aan mijn rechterhand wankel ik niet.” Maar de uitdaging is om met Gods hulp, te doen wat we kunnen en een gewillig instrument zijn om de gloed van Gods genade voelbaar te maken, overal waar je bent of waar je een zekere invloed hebt. Dat is de boodschap die klinkt van de bergen, en die we in dit nummer als een echo horen in de Zaligsprekingen van Jezus. 

In 2022 hebben we in HouVast Gods’ bergen bestudeerd, samen met de boodschap die vandaar verkondigd werd aan de wereld. In 2023 nemen we je mee op een unieke reis door de wereld van de planten, de natuur, verschillende tuinen en alles wat er gedaan moet worden in zo’n tuin. We blijven natuurlijk stilstaan bij onze opdracht om goede tuiniers te zijn, onder leiding van dé Tuinman. Vanaf het zaad, tot de oogst, kijken we geboeid naar de rijke lessen die Gods woord ons geeft. Als je zelf een tuin hebt, zal je op een andere manier kijken naar zaaien, planten, spitten, verzorgen. Als je geen tuin hebt, vallen er rijke geestelijke lessen te trekken uit die stille tijd waarin je God wonderbaar aan het werk ziet. 

In ieder nummer vind je uitvoerige beschrijvingen van het wonderbare lichaam om te begrijpen dat God alles zorgvuldig en bewust heeft geschapen, zodat de studie van het lichaam ons dankbaar doet opkijken naar Hem Die wijsheid en kennis heeft, waar mensen niet kunnen komen. 

Het abonnement op HouVast voor 2023 kost 10 euro (NL 15 euro).

Aanmelden met opgave van het verzendadres. Betalen op rekening van Natur-El

Wat is jouw hoop

Een tijd geleden luisterde ik naar een populaire christelijke song en daar klonk: “Een baby is geen speelgoed, maar een onsterfelijke ziel.” Een andere keer was ik op een afscheidsviering van een kennis, waar de voorganger duidelijk maakte, dat de overledene nu gelukkig is aan de rechterzijde van Jezus. Op een avond liep ik met een groep door een levende kerststal, gepresenteerd door een plaatselijke kerk. Aan het einde van de rondleiding vertelde de gids “dat we de hele eeuwigheid in de hemel of in de hel zouden doorbrengen”.

Keer op keer, zelfs in christelijke kringen, is de leugen van de slang, “Gij zult voorzeker niet sterven”, zo vaak herhaald dat veel mensen het als feit accepteren. Velen worden misleid omdat ze de leugen van de slang niet in twijfel trekken. In Genesis 3:17 zegt Eva: “De slang heeft mij bedrogen en ik heb gegeten.” Waarom werd Eva bedrogen? In Genesis 2:17 staat duidelijk dat als ze van de verboden boom zouden eten, ze zouden sterven. Wat viel er niet te begrijpen? Het enige wat Eva hoefde te doen om niet misleid te worden, was Gods Woord geloven. Het was toen of nu niet ingewikkeld.

Terwijl we keer op keer de leugen van de slang horen dat de ziel onsterfelijk is, wat zegt Gods Woord dan?

Hij de zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen, de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige kracht!.. 1 Timoteüs 6:15-16

Terwijl een groot deel van de wereld zegt dat de ziel onsterfelijk is, zegt Gods Woord duidelijk dat alleen God momenteel onsterfelijkheid heeft.

“vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beerven en het vergankelijke beerft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning.” 1 Korintiërs 15:51-54

Gods Woord zegt dat we onsterfelijkheid ontvangen na de opstanding bij de wederkomst. Niemand heeft op dit moment onsterfelijkheid. De doden slapen in hun graf en weten niets. Gods Woord zegt dat de geredden onsterfelijkheid zullen krijgen bij de wederkomst. Daarom zijn de wederkomst en de opstanding de gezegende hoop van het Nieuwe Testament. In Johannes 14:3 troostte Jezus Zijn discipelen door tegen hen te zeggen: “wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.” Is het opgevallen dat Jezus hen nooit troostte door hen te vertellen dat ze bij Hem zouden zijn zodra ze stierven? Hij vertelde hen duidelijk dat Hij terug zou moeten komen om hen weer samen te laten zijn. De populaire theorie van de onsterfelijkheid van de ziel en het rechtstreeks naar de hemel gaan als je sterft, maakt de wederkomst en opstanding zinloos en onnodig. Paulus maakt in 1 Korintiërs 15 duidelijk dat er zonder de opstanding geen leven na de dood zou zijn. De populaire theorie van de onsterfelijkheid van de ziel en het rechtstreeks naar de hemel gaan als je sterft, staat niet in Gods Woord, het is een lering uit het spiritisme.

Het spiritisme leert ook dat zondaars door de onophoudelijke eeuwen van de eeuwigheid zullen worden gemarteld. Toen ik een kind was, vertelde een dame dat zelfs als het lichaam in de hel wordt vernietigd, de ziel voor eeuwig gekweld zal worden. Maar er is geen reden om bedrogen te worden. Wat zegt Gods Woord over de bestraffing van de goddelozen?

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” Johannes 3:16

Dat is Gods doel : zoveel mogelijk mensen redden. De tegenstander wil zoveel mogelijk mensen doen verloren gaan. Dat is de strijd tussen Jezus en de Satan.

“Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” Romeinen 6:23

Paulus is het met Jezus eens dat de gelovige eeuwig leven heeft terwijl de zondaar omkomt en sterft.

“De ziel die zondigt, zal sterven.” Ezechiël 18:4

Terwijl de dame vertelde dat de ziel van de zondaar tot in alle eeuwigheid gemarteld zal worden, was er voor mij geen reden om misleid te worden. Gods Woord zegt duidelijk dat de zondaar vernietigd zal worden en zal sterven. Nogmaals, alles wat Eva hoefde te doen om niet misleid te worden toen de slang zei: “Je zult zeker niet sterven”, was Gods Woord geloven toen Hij zei: “Gij zult sterven.” Genesis 2:17. Het enige wat we vandaag de dag hoeven te doen om te voorkomen dat we worden misleid, is eenvoudig Gods Woord geloven.

Gods Woord is niet moeilijk te begrijpen als sommigen het doen voorkomen. Paulus schrijft in 2 Thessalonicenzen 2:10-11 dat de reden waarom mensen worden misleid, niet is omdat Gods Woord onduidelijk is, maar omdat mensen niet houden van de duidelijke leringen van Gods Waarheid en in plaats daarvan de voorkeur geven aan leugens. Velen geven de voorkeur aan de leugen van de onsterfelijke ziel en rechtstreeks naar de hemel gaan als je sterft, denkend dat het goed klinkt. Maar is het echt?

Jaren geleden was ik op de begrafenis van een meisje dat werd aangereden en gedood door een auto. De moeder zat op de eerste rij onbedaarlijk te huilen terwijl de pastoor sprak over hoe gelukkig het kleine meisje en Jezus op dit moment in de hemel waren. Ik moest eraan denken hoe wreed de prediker Jezus deed kijken naar die arme moeder. De moeder laten geloven dat Jezus haar wereld verscheurde zodat Hij plezier kon hebben met haar dochter in de hemel.

De theorie van de onsterfelijke ziel vertekent, net als elke andere valse doctrine, ons begrip van Gods liefde. Satan weet dat we niet gered worden door doctrine. We worden gered door genade alleen. Dus waarom doet Satan de moeite om ons begrip van de leer te vertekenen? Zodat hij ons begrip van Gods liefde en genade waardoor we gered zijn, kan vertekenen. Trouwens, die bedienaar gebruikte ook een illustratie van David “die stierf en rechtstreeks naar de hemel ging om bij zijn zoon te zijn die stierf”. Weer geen reden om bedrogen te worden. Gods Woord zegt duidelijk in Handelingen 2:29 en Handelingen 2:34 dat David nog niet naar de hemel is gegaan, maar nog steeds in zijn graf rust. Om niet misleid te worden, hoeven we alleen Gods Woord te geloven wanneer de slang liegt en zegt dat we zeker niet zullen sterven.

Een tijdje geleden las ik een passage uit het boek To Sleep with the Angels, over een verschrikkelijke brand in een school, waarbij meer dan 90 mensen omkwamen. De auteur van het boek maakte verslag over de priesters die probeerden de ouders te troosten die kinderen verloren. De priesters vertelden de ouders dat God hun kinderen nodig had. De ouders zeiden: “Nee! Wij hadden onze kinderen nodig!” De priesters vertelden de ouders dat God alleen het allerbeste neemt, in de veronderstelling dat dat hen zou troosten, maar de ouders antwoordden: “Wat maakt dat van ons die overblijven? Gehakt?” Sommige leugens klinken glad aan de oppervlakte, maar in werkelijkheid zijn ze niet troostend en helpen ons niet om Gods liefde te begrijpen.

In 1 Thessalonicenzen 4:18 zegt Paulus dat we elkaar moeten troosten “met deze woorden” over de opstanding, beschreven in 1 Thessalonicenzen 4:13-17. Gods waarheid is zoveel troostrijker dan de leugens van de slang. Gods Woord is Waarheid en kan worden vertrouwd en Zijn Woord van Waarheid is goed nieuws dat we kunnen geloven.

Heilig hen door Uw waarheid. Uw woord is de waarheid. Johannes 17:17

Toen de slang loog over de onsterfelijkheid van de ongehoorzamen, hoefde Eva alleen in Gods Woord te geloven en ze zou niet zijn misleid. Het enige wat wij hoeven te doen om te voorkomen dat we worden misleid, is Gods Woord geloven. 

De leer van de Onsterfelijke ziel, is niet het enige discussiepunt over de toestand van de doden. Er is zoveel verwarring, dat we besloten er een prediking over te vertalen. Je kunt “Verwarring op het Kerkhof” gratis downloaden via deze link.

De doden weten niets

Wanneer we in de Bijbel Job 3:11-13; Psalm 115:17; Psalm 146:4; en Prediker 9:5, Prediker 9:10 lezen, is er iets dat we kunnen leren uit deze passages over de toestand van de mens bij de dood.

Sommige bijbelcommentatoren beweren dat deze passages (Job 3:11-13; Psalm 115:17; Psalm 146:4; Prediker 9:5, Prediker 9:10), geschreven in poëtische taal, niet kunnen worden gebruikt om de toestand van de mens in de dood te definiëren. Het is waar dat poëzie soms dubbelzinnig kan zijn en gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden, maar dit is niet het geval bij deze verzen. Hun taal is duidelijk en hun concepten zijn in volledige harmonie met de andere oudtestamentische leringen over dit onderwerp.

Ten eerste, in Job hoofdstuk 3, betreurt de patriarch zijn eigen geboorte vanwege al het lijden. (Wie heeft er niet gewenst dat hij of zij nooit geboren was op de meer nare momenten?) Hij erkent dat als hij bij zijn geboorte was gestorven, hij zou blijven slapen en rusten (Job 3:11, Job 3:13 ).

Psalm 115 definieert de plaats waar de doden worden bewaard als een plaats van stilte, omdat “de doden de HERE niet prijzen” (Psalm 115:17). Dit klinkt in het geheel niet alsof de doden, de getrouwe (en dankbare) doden “in de hemel God aanbidden”.

Volgens Psalm hoofdstuk 146 houden de mentale activiteiten van het individu op met de dood: „Zijn geest vertrekt, hij keert terug naar de aarde; op diezelfde dag vergaan zijn plannen” (Psalm 146:4). Dit is een perfecte bijbelse weergave van wat er gebeurt bij de dood.

En Prediker hoofdstuk 9 voegt eraan toe dat “de doden niets weten” en in het graf “is geen werk of plan of kennis of wijsheid” (Prediker 9:5, Prediker 9:10, NKJV). Deze uitspraken bevestigen de bijbelse leer dat de doden onbewust zijn.

De bijbelse leer van bewusteloosheid bij de dood zou bij christenen geen paniek moeten veroorzaken. Allereerst is er geen eeuwigdurende brandende hel of tijdelijk vagevuur dat wacht op degenen die ongered sterven. Ten tweede wacht er een verbazingwekkende beloning op degenen die in Christus sterven. Geen wonder dat “voor de gelovige de dood een kleine zaak is. … Voor de christen is de dood slechts een slaap, een moment van stilte en duisternis. Het leven is met Christus verborgen in God, en ‘wanneer Christus, die ons leven is, zal verschijnen, dan zult u ook met Hem verschijnen in heerlijkheid’. Johannes 8:51-52; Kolossenzen 3:4.” — Ellen G. White, The Desire of Ages, p. 787.

Denk aan de doden in Christus. Ze sluiten hun ogen in de dood en, of ze nu 1500 jaar of 5 maanden in het graf zijn, het is allemaal hetzelfde voor hen. Het volgende dat ze weten is de wederkomst van Christus. Hoe kan iemand dan beweren dat de doden het in zekere zin beter hebben dan wij, de levenden?

Er is veel te zeggen over de toestand van de doden. Weinig mensen schijnen tevreden te zijn met de eenvoudige maar toch troostende informatie uit de Bijbel. Dat zet veel deuren open van de tegenstander. Een goed begrip over wat er gebeurt als iemand sterft, wordt door Joe Crews op basis van puur bijbelse teksten beschreven in deze pdf.

Aanvragen

1 Thessalonicenzen 4:16, “want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, neerdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.”

Het is bij de bazuin van de Heer, wanneer Jezus neerdaalt uit de hemel. Dat is wanneer de tot leven gewekte doden in een verheerlijkt lichaam ten hemel opstijgen.

Johannes 5:28, 29: ‘Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.’

Het is interessant dat in de tijd van Christus de Sadduceeën en de Farizeeën, de twee belangrijkste stromingen van het jodendom, tegengestelde opvattingen hadden over de toestand van de doden en de opstanding. Het feit dat beide in wezen dezelfde geschiedenis hebben, de Thora als basis van hun religie hebben, geeft aan dat de toestand van de doden in het Oude Testament niet zo duidelijk accepteren als we soms graag willen geloven. Het is duidelijk dat ook toen mensen voorkeursteksten achterna liepen en andere opzij zetten. Begrijp me niet verkeerd. Het idee van opstanding is er, maar het wordt overgelaten aan de lens van het Nieuwe Testament om het te verduidelijken.

Het verschil in visie tussen Farizeeërs/Sadduceeërs roept de vraag op hoe we degenen die niet geloven zoals wij, overtuigen van de toestand van de doden. Is het belangrijk? Ik ben blij om tekstueel bewijs te leveren voor mijn overtuiging over de toestand van de doden, maar uiteindelijk zullen de meeste luisteraars /lezers geloven wat ze altijd hebben geloofd. Mensen ertoe brengen hun overtuiging te veranderen is een beetje ingewikkelder dan het presenteren van een onweerlegbaar logisch bijbels argument. Zelfs als Gods Geest daartoe dringt, is het nog altijd de mens die beslist.

Het beste argument dat we hebben is dat het christendom veel meer is dan alleen maar eeuwig leven. Redding gaat over nu leven. Ik word er nogmaals aan herinnerd dat toen Jezus de gelijkenissen van het koninkrijk vertelde, hij sprak over het koninkrijk van de hemel in het heden, niet in de toekomst. Als we een stevige greep hebben op wat redding nu betekent, biedt het een referentiepunt voor onze hoop op de opstanding.

Een Bijbel vol krachtige beloftes

Een van de lezers stelde de vraag “Wat ik denk van gedachtenversterkers – kleine passages uit Gods woord die we in onze geest kunnen prenten als vaste ankers om in moeilijke momenten aan vast te klampen”? Ze vroeg ook “Wat is de grootste getuigenistekst die een impact heeft gehad op mijn leven?”

Er zijn veel teksten in de Bijbel die me aanspreken en ik wil niet vervallen in favoritisme. Ieder woord uit de Bijbel is waard om bestudeerd te worden, maar ik heb voor mezelf een lijstje gemaakt met een 50tal teksten die me tot steun en opwekking zijn.

Wanneer ik ’s morgen opsta – zelfs wanneer ik nog in bed lig – bedenk ik “Dit is de dag die de Heer ons geeft, wees daarom blij en zing verheugd.” (Psalm 118:24). Ik maak het persoonlijk door te zeggen “Ik zal juichen en mij daarover verheugen.” Ik ben blij en dankbaar voor het leven. Ik dank God voor alle zegeningen. God is mijn kracht en mijn sterkte. Op Hem vertrouw ik.

Enkele maanden geleden werd op onze samenkomsten gestart met een experiment. Er werd aan iedereen een kaartje gegeven met “Psalm 16:8-9”.

We werden aangespoord om de tekst op te zoeken, deze te schrijven op het kaartje en hierover elke dag meermaals na te denken.

Steeds houd ik de HEER voor ogen,

met hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,

mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

Psalm 16:8-9

Toen ik daar begon over na de denken was mijn conclusie: “Als we daarin slagen om de Heer voortdurend voor ogen te houden, is er geen plaats voor angst, depressie, ongeluk… alleen voor zekerheid, rust, sereniteit, gezondheid en geluk. Ik dacht erover na hoe gemakkelijk het is om de schouders te laten hangen, om te morren… Maar van hoe hoog Hij ook kwam, en hoe hard de laatste stappen ook waren. Jezus ging verder. Voor ons. Als Iemand reden had voor teleurstelling, is het God wel… en ondanks dat houdt Hij niet op ons zijn liefde te bewijzen

Natuurlijk maakt het altijd een verschil tegen wie je getuigenis geeft. Jeremia 29 de verzen 11 tot 13, of in ieder geval alleen 13, waarin staat: “Je zult naar Mij zoeken en je zult Mij vinden, als je naar Mij zoekt met heel je hart.” Tegelijk denk ik en bid ik: Mochten velen U zoeken Heer.

Als mensen willen weten dat God echt is, moeten ze een beetje investeren in het zoeken naar Hem. Iedereen wil gewild zijn en God zegt: “Vraag, zoek, klop.” Als we ons inspannen om Hem te zoeken, wil Hij Zich aan ons openbaren. Dus met sommige mensen zou ik daar beginnen; met andere mensen zou ik gewoon kunnen zeggen: “De Bijbel zegt dat God van je houdt”, en: “God is liefde.”

Het varieert met de staat waarin een persoon zich bevindt. Ik hoorde een interessant verhaal dat Spurgeon, de grote prediker, een gehoorzaal binnenging waar hij op een dag zou spreken. Hij ging vroeg naar binnen om de akoestiek te testen omdat ze toen nog geen geluidsversterking hadden. Hij proclameerde luid Johannes 3:16. Hij zei het gewoon heel hard en later die dag kwam er iemand naar voren en zei: “Ik wilde je bedanken voor je woorden die je vanmorgen sprak.” En hij zei: “Vanmorgen? Ik heb vanmorgen niet gepredikt.” Hij zei: “Nou, toen je binnenkwam om de akoestiek te testen, was ik achterin aan het schoonmaken. Je zei Johannes 3:16 en ik knielde neer en gaf mijn hart aan de Heer.”

Alleen dat ene vers is wat die man moest horen. Het is dus moeilijk om precies te zeggen wat het perfecte vers voor elke persoon is. Daarom staan ​​er meerdere in de Bijbel.

Ik denk dat, afhankelijk van verschillende situaties, een van mijn favorieten – is waar we de belofte hebben: “Als we onze zonden belijden, is Hij getrouw en rechtvaardig om ons te vergeven en om ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” Soms hebben mensen hoop nodig, en als je die passage uit de Schrift met hen deelt, 1 Johannes 1, vers 9, dat geeft mensen moed en hoop.

Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,

en uw wegen zijn niet Mijn wegen,

spreekt de HEERE.

Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,

zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen

en Mijn gedachten dan uw gedachten.

Jesaja 55:8-9

Geneest God ook vandaag

Wat doet God? Hoe werkt God? Beschermt Hij? Of laat Hij je in de steek? Geneest Hij of geeft Hij je over aan ziekte? Dat deed me denken aan de prediking van Maurice Pollin “Authentiek bijbels geloof”. (Je kunt het als pdf aanvragen bij Natur-El). Ook in “Waarom Christenen Ziek Worden” stelde Georges Malkmus de vraag waarom God niets doet aan de ziekte van zijn getrouwen. En in “God Geneest – ook u?” weet Ralph Rasschig heel zeker dat God ook vandaag nog geneest en dat zijn  natuurwetten onveranderd dezelfde zijn.

De uitspraak van de apostel Paulus in 2 Tim. 4:20: “Trophimus heb ik ziek in Miletum achtergelaten”, is suggestief. De grote apostel van de heidenen, die begiftigd was met de gave van genezing, en die er zo velen had genezen, liet zijn vriend ziek achter.

Een lezer stelde ons de vraag : “Waarom liet Paulus Trofimus, 7 jaar lang Paulus’ metgezel, ziek achter en genas hem niet? Als de apostel Paulus nog steeds de kracht had om te genezen, waarom zou hij dan een vriend en metgezel ziek achterlaten?”

Toen hij op het eiland Melita was, genas hij de schoonvader van Publius, de hoofdman van het eiland; maar hier zien we dat hij Trofimus ziek moet achterlaten in Miletum.

In Zijn handelingen weet God wat voor zijn Zijn kinderen het beste is. De Vader vindt het soms nodig Zijn hand uit te steken in heilzame discipline.

Het is vaak goed, heel heilzaam, heel noodzakelijk, om in de toestand van Trophimus te Miletum te worden achtergelaten. Onze natuur houdt er niet van, maar we kunnen er zeker van zijn dat het helend is. Trofimus had een les te leren op een ziekbed in Miletum die hij nergens anders kon leren, zelfs niet als Paulus’ reisgenoot. De eenzaamheid, de uitputting, de hulpeloosheid van een ziekbed zijn vaak het voordeligst voor de ziel. De Geest van God maakt gebruik van zulke dingen om ons de meest heiligende lessen te leren. Heel vaak gebeurt het dat een tijd van lichamelijke ziekte de tijd wordt van evaluatie en zelfbeoordeling in de aanwezigheid van God.

Het is leerzaam om de positie van Trofimus, in Handelingen 21:29, te spiegelen aan zijn positie in 2 Tim. 4:20. In het eerste zien we hem in de straten van Jeruzalem in gezelschap van Paulus; in het laatste zien we hem in de eenzaamheid van een ziekenkamer in Miletum. 

Het was zijn aanwezigheid bij Paulus die de bittere vooroordelen van de Joden wekte, die zich verbeeldden dat Paulus hem naar de tempel had gebracht.

Een Jood en een Efeziër in elkaars gezelschap, waren volkomen in overeenstemming met het evangelie van Paulus, maar niet met de Joodse gedachte. In Efeze hadden Paulus en Trofimus in gezelschap gelopen zonder argwaan op te wekken; niet zo in Jeruzalem. Dat een Jood en een heiden samen in Jeruzalem werden gezien, werd beschouwd als een openlijke belediging van de Joodse waardigheid; het was het neergooien van de scheidingsmuur en vrijmoedig de oude paden met de voeten treden.

Hier waren de Joden niet op voorbereid. Ze staarden naar die twee met een oog van donkere achterdocht, en het vreemde gezelschap wakkerde die vlam aan die met heftigheid uitbarstte. Die straten waren klaarblijkelijk niet Paulus’ aangewezen werkterrein. “Ver van hier tot de heidenen” was het woord van de Meester. Maar Paulus zou naar Jeruzalem gaan, en als hij daar was, zou hij nooit kunnen weigeren om in gezelschap van een Efeziër te wandelen. Daar was hij te eerlijk voor. Hij kon niet, zoals de arme Petrus, afstand nemen van zijn heidense broer uit angst voor de Joden.

Maar de ceremonies van de tempel en het gezelschap van Trofimus konden nooit met elkaar worden verzoend. Als de instellingen van de tempel geëerd en onderhouden moesten worden, waarom dan dit gezelschap met een onbesneden vreemdeling? Als Paulus en Trofimus beiden als medeburgers van het hemelse Jeruzalem waren ingeschreven, waarom dan op enige wijze het oude samenstel van dingen erkennen?

Op het ziekbed valt het gordijn voor Trofimus neer. Hier kan hij terugkijken op het verleden. Ook hier zou hij de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Hij kon niet langer door Azië reizen, noch de straten van Jeruzalem betreden in gezelschap van de meest toegewijde mensen. Hij was invalide in Miletum, en Paulus was een gevangene in Rome; maar beiden konden met onbevangen oog omhoog kijken naar die heldere en gezegende wereld waarboven ze zich beiden haastten.

Als we van Handelingen (toen de kerk nog in haar kinderschoenen stond en zelfs enkele joodse rituelen werden nog uitgevoerd) naar de brief-periode gaan, beginnen we te zien dat wonderbaarlijke genezingen minder vaak voorkomen. Tegen het einde van de apostolische periode lijken christelijke leiders die in buitenbijbelse documenten schrijven over het algemeen te geloven dat de tijd voor wonderen zoals deze voorbij was.

Met wonderbaarlijk bedoel ik genezingen die onmiddellijk plaatsvinden en duidelijk de natuurwetten schenden, zoals het genezen van een blinde of het opwekken van doden. Deze vorm van genezing werd aan de 12 discipelen (en blijkbaar ook aan Paulus) verleend als teken dat hun boodschap van God kwam. Blijkbaar hebben sommige kerkleiders deze gave ook gehad in de Vroege Kerk: genezer was een ambt in de Vroege Kerk. De kracht van de genezing kwam steeds van God zelf.

Maar toen de kerk op eigen benen stond en de doctrine werd gevestigd, koos God (en kiest vandaag) ervoor om gewoonlijk te werken met voorzienige middelen: levenswijze, voeding, gebed, rust, kruiden en hulpmiddelen, meditatie, stilte, en het natuurlijke genezende vermogen van het lichaam. Op geen enkele manier is dit minder Gods werk dan het eerste. Net als de zegen van regen, is onze vooruitgang in kennis het bewijs dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen liefheeft, hoewel natuurlijke genezing minder sensationeel is.

Zoals alle valse doctrines, leidt het idee dat elke christen op wonderbaarlijke wijze lichamelijk genezen zou moeten worden tot ernstige emotionele/spirituele gevolgen. Leugens, zelfs vrome, zijn geen onschuldige dingen. De valse leer van onmiddellijke lichamelijke genezing voor iedereen brengt velen ertoe anderen te veroordelen of te wanhopen vanwege hun ‘gebrek aan geloof’. Het zorgt ervoor dat sommigen hun kinderen niet de zorg geven die ze nodig hebben, en de wereld is verontwaardigd als kinderen sterven. Soms, wanneer een geliefde sterft of de persoon zelf niet wordt genezen, kan de persoon zo gedesillusioneerd raken dat God “zijn beloften niet nakomt” dat hij het geloof volledig verlaat.

God geneest WEL, maar het is volgens Zijn Wil, niet de onze. (Op dezelfde manier waarop God ervoor koos om de apostelen soms uit de gevangenis vrij te laten, maar uiteindelijk toestond dat de meesten van hen werden gemarteld.) God treedt niet op commando op, NOCH heeft Hij een speciaal podium nodig met sfeermuziek, weinig licht, training in oosterse mystieke technieken en zorgvuldige stemcadans om een ​​gevoel van euforie of een tijdelijke “genezing” van hoofdpijn of artritis op te wekken. De wonderen van Jezus en de apostelen waren openlijk en concreet.

De waarheid is dat onze Vader een plan voor ons heeft, zelfs bij ziekte of overlijden. De ziekten, handicaps en zelfs sterfgevallen van veel christenen hebben geleid tot hymnes, boeken, toespraken, films, en zijn een grote getuige van de wereld geweest omdat ze begrepen wat het was om te lijden en nog steeds op God te vertrouwen. Zelfs Paulus had blijkbaar last van oogproblemen als een manier om hem nederig te houden nadat hij ongelooflijke openbaringen had gekregen.

Om eerlijk te zijn, zal ik zeggen dat er enkele verzen in het Nieuwe Testament zijn (Jakobus 5) die moeilijk uit te leggen zijn en die onmiddellijke genezing lijken te beloven aan iedereen die een bepaald ritueel volgt. Toch weten we uit ervaring dat deze passage niet altijd werkt zoals sommigen hebben geloofd, en het kan zijn dat we de bewoordingen of de context waarin deze instructies werden gegeven, verkeerd interpreteren.

Paulus was niet ongevoelig voor de behoeften van zijn vriend. God had misschien gewoon andere plannen.

Er zijn veel soorten genezing – emotioneel, fysiek, maar vooral geestelijk (Ezech. 34:4, Psalm 107:20, Psalm 34:17-20, Psalm 147:3, Johannes 14:27, 1 Petr. 2:24, enz. ). Hoewel we weten dat God genezing biedt, is het niet altijd op de manier die we persoonlijk verwachten. Dit komt omdat lichamelijke genezing voornamelijk een teken en getuigenis is van Gods heerlijkheid en waarachtigheid. Het is ook een zegen en een genade. Emotionele genezing is belangrijk voor eenheid in de kerk, en geestelijke genezing is belangrijk voor een juiste wandel met God.

God heeft Paulus’ doorn in het vlees nooit verwijderd (2 Kor 12:1-10). Maar Jezus, Paulus en de discipelen genazen de zieken die ze tegenkwamen (Matt 19:2, Lucas 22:51, Lucas 6:18, Marcus 1:34, Matt 12:15, Matt 14:14, Handelingen 8:7 , Marcus 6:13, enz.) Uit de verslagen blijkt dat de meeste zieken vertrouwden op Jezus’ kracht om te genezen (ook al hadden velen persoonlijk nog geen geloof in Jezus als Messias). Deze genezingen waren het bewijs dat Jezus was wie Hij beweerde te zijn.

Gelovigen geloven echter al dat Jezus is wie Hij beweert, en we weten dat het fysieke tijdelijk is in vergelijking met het eeuwige.

Soms is het de fysieke beproeving waar we doorheen gaan en waar we graag uit willen komen, die de emotionele of spirituele genezing zal brengen die we nodig hebben. (1 Petr 5:10, Psalm 23:3, Psalm 34:19, Heb 12:1-3, enz.). Lichamelijke beproevingen, vervolgingen en lijden brengen ons dichter bij God en zijn een getuigenis voor anderen. Soms krijgen we in dit leven misschien geen lichamelijke genezing, maar we weten dat we volledig hersteld zullen zijn wanneer God ons tot het eeuwige leven opwekt.

Hananja, Misaël en Azarja zeiden tegen Nebukadnezar: “Koning Nebukadnezar, we hoeven ons in deze zaak niet voor u te verdedigen. Als we in de brandende oven worden gegooid, is de God die we dienen in staat om ons te verlossen, maar zelfs als Hij dat niet doet, willen we dat u weet, Uwe Majesteit, dat we uw goden niet zullen dienen of het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.’ Het ontbrak ze niet aan geloof toen ze de mogelijkheid noemden dat God hen niet zou redden, maar ze waren een voorbeeld van volledig geloof in Gods soevereiniteit en macht.

Het is niet het geloof dat “God mij zal genezen en mijn omstandigheden zal veranderen en mijn leven zal verbeteren” dat God van ons wil, maar het geloof dat God de kracht en het gezag heeft om te genezen. Hij wil dat we vertrouwen op Zijn eeuwig plan (Marcus 14:32-36), ook al brengt het ons soms verdriet, tot de dood toe. Als God voldoende bewijs heeft getoond, zijn verdere tekenen niet nodig. Op dat moment moeten mensen een beslissing nemen, en niet alleen hunkeren naar tekens (Johannes 6:1-15 & Johannes 6:25-59, Matt 26:4).

God geneest nog steeds (fysiek, emotioneel en geestelijk) omdat Hij van ons houdt en Hij zal ons niet onthouden van wat we nodig hebben (Lucas 11:11-13), en genezingen brengen eer aan God. Het is echter niet altijd fysieke genezing die we nodig hebben – soms is het berouw, soms het verfijnde geloof dat door een fysieke beproeving komt, soms het sterkere geloof en de gemeenschap die in anderen wordt geboren wanneer ze iemand anders door een beproeving zien doorstaan…

We kunnen God eer geven, door die middelen te gebruiken die Hij heeft bestemd voor onze gezondheid. Het eert God niet als wij gezondheid van Hem bidden en tegen 100 per uur oorzaken onderhouden die noodzakelijkerwijs moeten uitmonden in ziekte. Maar kennen we de oorzaken van ziekte en gezondheid? En kennen wij de middelen die Hij heeft bestemd voor een goede gezondheid?