Ken Ham schrijft in de blog van Answers in Genesis :
Stierven dinosaurussen echt miljoenen jaren geleden uit? Onderzoek dat de evolutionaire interpretatie van het fossielenbestand ter discussie stelt, is opnieuw in het nieuws – en dat onderzoek is mede uitgevoerd door creationisten!
Vorig jaar waren Dr. Brian Thomas en Dr. Steve Taylor – beiden wetenschappers die de geschiedenis zoals die in Gods Woord staat als uitgangspunt nemen – co-auteurs (samen met vijf andere onderzoekers) van een artikel in Analytical Chemistry getiteld “Evidence for Endogenous Collagen in Edmontosaurus Fossil Bone”. De (voor evolutionisten) verrassende bevindingen werden al in 2025 gemeld toen het artikel verscheen, maar ze zijn nu opnieuw in het nieuws – een bewijs van hoe verrassend de bevindingen waren vanuit een evolutionair perspectief.
In een populairwetenschappelijk artikel getiteld “Paleontologie opgeschud door ontdekking van organische moleculen in 66 miljoen jaar oude dinosaurusbotten”, meldt ScienceDaily:
Wetenschappers hebben overtuigend bewijs gevonden dat dinosaurusfossielen mogelijk nog sporen van hun oorspronkelijke eiwitten bevatten, waarmee een lang bestaande overtuiging dat fossilisatie al het organische materiaal vernietigt, wordt ontkracht. In een opmerkelijk goed bewaard gebleven Edmontosaurus-fossiel uit South Dakota (VS) hebben onderzoekers resten van collageen – het belangrijkste eiwit in botten – gedetecteerd met behulp van geavanceerde technieken zoals massaspectrometrie en eiwitsequentiebepaling.
Vanuit een evolutionair perspectief werd deze Edmontosaurus (een eendensnaveldinosaurus) 66 miljoen jaar geleden begraven – en toch zijn er nog steeds ‘organische moleculen’ in het bot aanwezig. Omdat deze moleculen snel afbreken, is het voor evolutionisten erg moeilijk te verklaren hoe dit collageen er nog steeds kan zijn. Vandaar het ‘hevige debat’ binnen de wetenschappelijke gemeenschap, waarbij velen beweren dat alle vondsten van zacht weefsel contaminatie betreffen. Maar deze nieuwe vondst benadrukt dat vondsten van zacht weefsel niet per se contaminatie zijn:
De nieuwe analyse van de Edmontosaurus is bijzonder omdat onderzoekers meerdere onafhankelijke testmethoden gebruikten om hetzelfde fossiel te onderzoeken. Door microscopie, chemische analyse en eiwitsequentiebepaling te combineren, wilde het team contaminatie uitsluiten en de stelling versterken dat de moleculen oorspronkelijk van de dinosaurus zelf afkomstig waren.
Als we dinosaurusfossielen bekijken vanuit Gods Woord, krijgen we een heel ander perspectief: Deze Edmontosaurus werd begraven tijdens de wereldwijde zondvloed in de tijd van Noach, slechts 4350 jaar geleden.
Ja, evolutionisten zijn erg verrast door deze resultaten, omdat ze in strijd zijn met hun wereldbeeld van miljoenen jaren. Maar als we dinosaurusfossielen bekijken vanuit Gods Woord, krijgen we een totaal ander perspectief: deze Edmontosaurus werd begraven tijdens de wereldwijde zondvloed in de tijd van Noach, slechts 4350 jaar geleden. Zacht weefsel in fossielen heeft slechts een paar duizend jaar overleefd, niet de veronderstelde tientallen miljoenen jaren. Het is een bevestiging van de Bijbelse tijdsschaal, niet van miljoenen jaren.
Deze studie, die opnieuw in het nieuws is, is een geweldig voorbeeld van hoe de wetenschap de Bijbel bevestigt – en hoe creationisten geweldige wetenschap kunnen bedrijven!
over de schoonheid van natuurlijk leven – de Veg*Art-tentoonstelling op 1 en 3 mei
Alles begon in 1971. Op mijn 15e waren mijn schoolprestaties zo slecht dat mijn ouders er niets beter op vonden om me naar Sint Lukas te sturen voor de kunsthumaniora. Ik had tot dan toe niets behoorlijk getekend. Het was niet mijn talent. Maar bij de aanmelding werd gevraagd om drie werken mee te brengen. Daar moest ik een tandje voor bijsteken en de hele vakantie was ik bezig geweest om iets te fabriceren, maar ik kon gewoon niet bedenken wat. In die eerste drie jaren hadden we acht uur per week vormgeving en amper twee uur schetsen en tekenen.
Drie jaar later kreeg ik die drie “schilderijtjes” terug en onze leraar vormgeving kondigde die teruggave aan als “De Wever, dit ga je zeker al die tijd gemist hebben”… Ik kon in de grond zinken van schaamte en verborg ze zorgvuldig voor mijn klasgenoten.
Ik kijk nu terug – meer dan 50 jaar later – en bedank mijn ouders voor wat ik een bijna “goddelijke ingeving” noem. Hoe anders had het geweest, als ik op andere wegen was terechtgekomen?
Hoewel ik tussen 1985 en 2015 weinig heb getekend of geschilderd, is die opleiding toch altijd – iedere dag – mijn denken en doen blijven domineren. Er waren daar ook schaduwzijden aan, want stevig drinken was ook een kwaliteit die ter plaatse gewaardeerd werd. En ook dat heeft iedere latere dag getekend –onder andere ook omdat ik er actie tegen voerde.
In de twee volgende jaren was er de lerarenopleiding waar meer getekend en geschilderd werd. Ik herinner me een zelfportret, een impressie van het hart en een schilderij van een viool en een stilleven… Hier begon kleur een belangrijke rol te spelen.
In de loop der jaren exploreerde ik tal van technieken, en tussen 1975 en 1990 was dat vooral pentekeningen. Ik was daar geweldig bedreven in en kijk terug op enkele prachtige werken die ik later op litho’s hertekende. Maar in 1982 viel het relatief stil met de oprichting van Groene Dag waar ik echt iedere minuut voor gebruikte. De eerste jaren verscheen het tijdschrift in verschillende vormen en in functie daarvan werd er nog heel wat getekend. Op de tentoonstelling kan je hier nog tientallen voorbeelden van zien. We hebben zelfs twee jaar NatuurStemmingen uitgegeven op A2-formaat met op de binnenpagina een grote seizoenstekening met een verjaardagskalender onder een kop van voorjaarskruiden, een poster over fruit, groenten, kruiden, en impressies van het natuurlijke leven. Maar nadien deinde de behoefte aan tekeningen en illustraties weg, maar bleef het idee: “ooit zal ik er weer de tijd voor hebben en neem ik de draad weer op”.
Toen we in 2016 wat vaker in Spanje waren en we geïnstalleerd waren, was het wachten op bezoekers. Ik had toen de schilderkist van mijn vader meegenomen, waar nog tubes olieverf in zaten uit 1938. Omdat ik vond dat het nu hoog tijd werd dat die nu eindelijk gebruikt werden, schilderde ik hiermee “In den beginne” over de oneindige ruimte waar God woont in Zijn ontoegankelijk licht. Ik noemde het “In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God en het woonde in een ontoegankelijk licht”. Dan volgden impressies van het plantenleven, waarin de concepten die ik eerder had toegepast in de pentekeningen werden toegepast in kleur. Daarna rijpte de gedachte om een impressie te maken van het scheppingsverhaal in verschillende etappes. Dat begon goed met de eerste scheppingsdagen en het beloofde een expositie op zich te worden, maar na de vogels en de vissen raakte ik niet meer verder, of ik zou een radicale stijlbreuk moeten maken met alles wat ik eerder had gemaakt, om ook de schepping van de dieren en de mens weer te geven.
Dat viel ook een beetje samen met onze plannen om ons Spanje-verhaal te beëindigen. Veel andere bezigheden maakten een einde aan het schilderen. Riet had trouwens al meermaals opgemerkt, wat voor zin het had om dit allemaal te maken en het op zolder op te stapelen… Ik had trouwens nog zoveel anders te doen met de tuin, de NaturEl-modules en flyerprojecten die vanaf 2020 begonnen te groeien, was er niet echt nog een bijkomende “hobby” nodig om me in uit te leven…
Er waren natuurlijk uitzonderingen: in 2021 rijpte het vuurtoren-schilderij om de donkerte, de onzekerheid van de tijd en het leven als mens op aarde weer te geven, wetend dat er altijd een Licht is om je op te oriënteren. Die Rots – Die vaste grond, dat Licht, die zekerheid, die Gids – altijd betrouwbaar en onwankelbaar, ook als de stormen tekeer gaan.
Tijdens de afwezigheid van Riet in 2024 was er voldoende tijd om een breed fruit-stilleven te maken, om de schoonheid van puur natuurlijke goedheid voor te stellen als de enorme gave van de Alwijze die niet alleen schiep maar ook voorzag. Maar het waren telkens kleine eenmalige projecten om te vermijden dat het helemaal dood en begraven zou zijn. Maar de uitdaging was altijd dichtbij. Duizenden keren een blik op een of ander schilderij – een gebrek, een misplaatste veeg verf, hoe zou ik het anders moeten doen? Elke keer als ik de schuiven open trok met die tubes verf dacht ik “moeten die daar weer 80 jaar wachten tot wanneer een verre nazaat ze zal uitsmeren en er een heerlijke creatie mee maken?
Ik had trouwens al die keren met olieverf gewerkt en nooit met acryl en ik besloot een set met acrylverf aan te schaffen “om met de kleinkinderen te gebruiken”. Toen zomer 2025 Josiah, Noah en Rosie hier waren, leverde het alvast een interessante namiddag op – alleen was mijn werk alles behalve bevredigend. Het frustreerde me dat ik er niet in geslaagd was iets beter te maken in het bijzijn van de kleinkinderen. Lag dat aan het materiaal, aan mijn aanpak of aan mezelf… dat moest ik zeker nog eens onderzoeken. En dat gebeurde vanaf september.
Ik had nooit durven denken toen ik in september 2025 enkele kleine schilderijtjes maakte, dat het zo uit de hand zou lopen, maar het was niet tegen te houden. Het begon met enkele mini stilleventjes die ik met gemengd succes wist af te werken. maar al spoedig begon ik me uit te leven in individuele fruit- en groentesoorten. Na enkele maanden begon ik er een modulair systeem van te maken, waardoor de formaten toelieten om er composities mee te maken.
Zes maanden na het begin, begon ik nieuwe technieken toe te passen, zodat ook de achtergronden een verhaal begonnen te vertellen. Omdat ik me voor dit project toelegde op fruit en groenten, vond ik de naam Veg*Art helemaal gepast. Na 45 jaar op alle manieren geprobeerd te hebben om het hart van de mensen warm te maken voor dat heerlijk voedingsproject dat zeer kort maar duidelijk beschreven staat in Genesis 1:29, zag ik dit als een kans om die hoopvolle boodschap die een antwoord geeft op de vraag van zovelen, waarom lijden, ziekte, pijn, terwijl veel daarvan kon worden vermeden, te brengen op een compleet andere manier.
Zeg ik het verkeerd, als het naast de schoonheidservaring – ondanks de ruwe kantjes – ook een aanmoediging mag zijn om het niet alleen te bekijken, maar dat het een voortdurende en dankbare herinnering mag zijn aan de vele zegeningen die ons dagelijks te beurt vallen, als we dat “levende voedsel” uit een oneindige kringloop van voorzienigheid kunnen genieten.
Liefde voor de natuur – tot op je bord werd weergegeven op 101 manieren (jawel, het zijn minstens zoveel schilderijtjes), vertaald in composities die de schoonheid van fruit, groenten, natuurlijke gezondheid… weergeven zoals je ze zelden hebt gezien. Op 1 en 3 mei stellen we dit recente werk van Stefaan de Wever tentoon, samen met andere schilderijen en tekeningen. En u wordt daarvoor uitgenodigd…
Maak kennis met Veg-art tijdens dit open atelier ten huize van Stefaan en Riet waar je tegelijk wordt uitgenodigd om te kijken – en te doen. Want voor wie wil, volgen er ook schildersessies waar je je eigen creatie kunt tot stand brengen.
Hopelijk valt het in de ‘smaak’ en helpt het om de liefde voor het paradijselijke voedsel te boosten.
“Ieder oor was gespitst en ieder oog was gericht op zijn gelaat toen Hij antwoordde: „Gij hebt het gezegd.“ Een hemels licht scheen zijn bleek gelaat te verlichten toen Hij eraan toevoegde: „Doch Ik zeg u: Van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.”
Voor een ogenblik flitste de goddelijkheid van Christus door zijn menselijke gedaante. De hogepriester sidderde voor de doordringende ogen van de Heiland. Deze schenen zijn verborgen gedachten te lezen en in zijn hart te branden. Nooit vergat hij die onderzoekende blik van de vervolgde Zoon van God.
„Van nu aan,” zei Jezus, „zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.” Met deze woorden gaf Christus een beeld van het tegenovergestelde van wat nu plaatsvond. Hij, de Heer van leven en heerlijkheid, zou zitten aan Gods rechterhand. Hij zou richten over de gehele aarde en op zijn uitspraak was geen beroep mogelijk. Dan zou alles wat verborgen is, in het licht van Gods aangezicht worden gebracht en iedereen zou geoordeeld worden naar hetgeen hij had gedaan.
De woorden van Christus deden de hogepriester opschrikken. De gedachte dat er een opstanding der doden zou zijn, als iedereen voor Gods rechterstoel zou staan om loon naar werken te ontvangen was voor Kajafas een verschrikking. Hij wilde niet geloven dat hij in een later leven naar zijn werken zou worden geoordeeld. In gedachten zag hij in panorama de gebeurtenissen bij het laatste oordeel. Gedurende een ogenblik zag hij het angstwekkend schouwspel dat de graven hun doden teruggaven met alle geheimen, die naar hij had gehoopt, voor altijd verborgen waren. Gedurende een ogenblik had hij het gevoel dat hij voor de eeuwige Rechter stond wiens oog, dat alles ziet, zijn binnenste las en verborgenheden aan het licht bracht die naar zijn mening voor altijd begraven waren.
Maar dit schouwspel verdween. De woorden van Christus hadden hem, de Saduceeër, diep gekrenkt. Kajafas had de leer van de opstanding, het oordeel en een eeuwig leven geloochend. Zou deze man, die als gevangene voor hem stond, zijn meest geliefkoosde meningen aanvallen? Hij scheurde zijn kleed, zodat alle mensen zijn voorgewende afschuw zouden zien en eiste dat de gevangene zonder meer veroordeeld zou worden wegens godslastering. „Waartoe hebben wij nog getuigen nodig?” zei hij; „zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u?” En zij allen verklaarden Hem schuldig.
Overtuiging, vermengd met hartstocht bracht Kajafas ertoe zo te handelen. Hij was woedend op zichzelf omdat hij de woorden van Christus geloofde en in plaats van zijn hart te scheuren in een diep besef van de waarheid en te erkennen dat Jezus de Messias was, scheurde hij zijn priestergewaad in vastbesloten verzet. Deze daad was veelbetekenend, zonder dat Kajafas dit inzag. Met deze daad, bestemd om de rechters te beïnvloeden en de veroordeling van Christus te bewerkstelligen had de hogepriester zichzelf veroordeeld. Door Gods wet was hij ongeschikt verklaard voor het priesterschap. Hij had het doodvonnis over zichzelf uitgesproken.
Een hogepriester mocht zijn gewaad niet scheuren. Dit werd door de levitische wet op straffe des doods verboden. De priester mocht onder geen enkele omstandigheid en bij geen enkele gelegenheid zijn klederen scheuren. Bij de joden was het gebruikelijk dat bij de dood van vrienden de klederen werden gescheurd, maar de priesters mochten dit gebruik niet volgen. Christus had dit nadrukkelijk aan Mozes verboden.
citaat uit “De Wens der Eeuwen” – E.G. White
Hoe zit dat eigenlijk met de opstanding? Lees de folderC151A – De Opstanding waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt decompletefolder downloaden onder “Download flyers” in Map 6 – Verlossing & Zending / Download de folder
Dit is de moeilijkste vraag, net als het kiezen van de winnaar van een schoonheidswedstrijd of de beste deelnemer aan een talentenjacht. Er zullen altijd mensen zijn met uiteenlopende meningen.
Het probleem van de verschillende versies gaat ver terug in een verre en turbulente periode in de geschiedenis. Naarmate het christendom zich verspreidde, ontstond de behoefte aan vertalingen van de Heilige Schrift in verschillende talen, naast het Koine, de gangbare taal van die tijd. Een van de eerste vertalingen was in het Syrisch, rond 200 na Christus. Later, in de vijfde eeuw, werd dit de Peshitta, ofwel de ‘eenvoudige’ versie.
Vervolgens ontstond de behoefte aan een Latijnse Bijbel om het Woord van God te brengen naar de grote aantallen mensen in het Romeinse Rijk die deze taal spraken. Rond het midden van de tweede eeuw na Christus verscheen de eerste Latijnse versie, gevolgd door vele andere. Daarna kwam Hiëronymus, die deze Latijnse versies van het Nieuwe Testament herzag (382-405 na Christus) en het Oude Testament van het Hebreeuws naar het Latijn vertaalde. Zijn versie werd bekend als de Vulgaat, die gedurende de hele middeleeuwen de standaardbijbel van de kerk was. Het werd keer op keer gekopieerd en er zouden vandaag de dag meer dan 8000 exemplaren van in Europa bestaan. Sinds het Concilie van Trente (1545-1563) is de Vulgaat de officiële Bijbel van de Katholieke Kerk. Er werden ook vertalingen gemaakt in het Armeens en Gotisch (in de vierde eeuw) en nog een in het Ethiopisch rond 600 na Christus. Er was echter geen volledige vertaling in het Engels tot 1382, toen John Wycliffe de Engelsen de eerste Bijbel in hun eigen taal gaf. Zijn vertaling was handgeschreven en werd gekopieerd en verspreid door zijn volgelingen, de Lollarden.
In 1525 publiceerde William Tyndale het eerste gedrukte Engelse Nieuwe Testament, wat leidde tot felle tegenstand en uiteindelijk de marteldood. Hij werkte met de Griekse tekst van Erasmus en zijn taal was zo mooi dat deze een grote invloed had op latere vertalingen. Men gelooft dat bijna 90 procent van de King James Version van Tyndales hand is.
Er verschenen nu in snel tempo nieuwe Engelse versies. In 1535 verscheen de Coverdale-bijbel, gevolgd door de Mattheüs-bijbel in 1537 en de Tavemer-bijbel in 1539. In datzelfde jaar herzag Coverdale zijn vertaling, die vervolgens onder licentie van koning Hendrik VIII als de Grote Bijbel werd gepubliceerd. Dit was de eerste geautoriseerde versie.
In 1560 werd de Geneefse Bijbel in Zwitserland gedrukt – de eerste die in verzen was verdeeld. Acht jaar later werd de Grote Bijbel herzien en opnieuw uitgegeven als de Bisschoppenbijbel, de tweede geautoriseerde versie.
De katholieke Douay-Reims-versie werd in de loop der jaren, van 1582 tot 1610, uitgebracht en was een vertaling van de Latijnse Vulgaat. Vervolgens werd in 1611 de King James Version gepubliceerd. Deze werd bekend als de Authorized Version omdat het vertaalwerk werd aangemoedigd en gesponsord door koning James I van Engeland. In werkelijkheid was deze versie echter nooit officieel “geautoriseerd” door de staat of de kerk, maar werd slechts aangewezen om in kerken te worden voorgelezen in plaats van de Bisschoppenbijbel.
Gedurende deze periode van intense belangstelling voor Bijbelvertaling, die voorafging aan en samenviel met de Grote Reformatie, verschenen er versies in vele andere talen naast het Engels. De meest opmerkelijke hiervan was de Duitse vertaling van Maarten Luther uit 1522. In geen enkele andere taal zijn er echter zoveel verschillende vertalingen en herzieningen van de Bijbel geweest als in het Engels. Naarmate archeologisch onderzoek steeds meer oude manuscripten aan het licht heeft gebracht, zowel van bijbelse boeken als van seculiere werken die licht werpen op het leven en de gewoonten van de mensen in bijbelse tijden, hebben geleerden zich voortdurend ingespannen om vertalingen te maken die zo goed mogelijk aansluiten bij de oorspronkelijke tekst.
Lees hier de flyer waar u het hele verhaal kunt lezen. 3B – Wat is de Bijbel
In 44 flyers word je vertrouwd gemaakt met de Bijbel en zijn boodschap aan u.
In een eenvoudige taal, maar inhoudsgetrouw beschrijft Maxwell op een enthousiaste manier waarom de Bijbel ook uw bron van licht en kracht kan zijn.
“Salmon was de vader van Boaz, Boaz was de vader van Obed, Obed was de vader van Jesse, en Jesse was de vader van David.” — Ruth 4:21-22 Bethlehem betekent ‘huis [beth] van brood [lechem]’. Tijdens de periode van de rechters werd het ‘Bethlehem in Juda’ genoemd (Rechters 17:7-9) om het te onderscheiden van een ander Bethlehem bij het Meer van Galilea (Jozua 19:15). Hoewel Bethlehem ‘klein was onder de duizenden van Juda’ (Micha 5:2), was het in Gods ogen toen belangrijk.
Boaz was een welgestelde boer in Bethlehem die trouwde met een Moabietische vrouw Ruth. Boaz redde Ruth – en Ruths schoonmoeder Naomi – van de armoede en vestigde een traditie van verlossing in Bethlehem. Boaz was een “Losser”, en verwijst vooruit naar de Verlosser van alle mensen. Boaz en Ruth kregen een zoon, Obed, die een zoon kreeg, Jesse, die op zijn beurt een zoon kreeg, David. Toen het tijd was voor God om een koning te kiezen ter vervanging van Saul, stuurde Hij de profeet Samuel naar Bethlehem om David tot koning te kiezen. Omdat Jozef een afstammeling van David was, reisden hij en Maria naar Bethlehem om zich te laten registreren voor de volkstelling – waar Maria beviel van Jezus. Daarom worden Boaz en Ruth genoemd in de geslachtsregister van Jezus (Matteüs 1:5-6). Bethlehem, het ‘broodhuis’, gaf de wereld het ‘brood des levens’ (Johannes 6:35). Gods hand is altijd aan het werk om Zijn doelen te bereiken. Zijn oog is erop gericht om alle mensen die zich willen laten redden te vinden. En als ze de stap hebben gezet, reikt Hij hen brood (de Bijbel) aan, uit de rijke schatten van de hemel. Elke keer als dan de Bijbel wordt geopend, en Gods licht begint te schijnen, houdt Hij maaltijd met jou en breekt het brood. Het is brood dat wasdom geeft, dat helpt om te groeien in kennis en waarheid. Het stilt je geestelijke honger, geeft je gemeenschap met de Almachtige. “Christus is het ware Brood des Levens, gezonden door God om ons eeuwig leven te schenken. We hebben allemaal Christus nodig als het Brood des Levens voor ons.” — Witness Lee
Denk elke dag aan uw Redder. Hij werd niet alleen geboren in een armoedige stal. Hij leefde, Hij sprak, Hij gaf een voorbeeld. En aan het einde van een leven van goedheid, troost, genezing en overwinning, stierf Hij de dood der misdadigers, met maar één misdaad, dat Hij jou mocht ontmoeten in dat hemelse tehuis, waar de plaats klaargemaakt wordt voor jou. Denk eraan, Hij komt spoedig terug.
In De Andere Krant schreef Sanne Burger op 30 november 2025 een prachtig artikel met een interview met Barbara O’Neill. Die zegt “Ik werk volgens de natuurwetten van gezondheid”. Dat is waar we sinds 1982 zelf met hart en ziel aan gewerkt hebben en de morele plicht dwingt ons om dat te blijven doen, hoe ongemakkelijk het ook voelt om mensen bij de dokter weg te houden. Het is bijna gevaarlijk om dat tegenwoordig te zeggen. Maar we kunnen nu eenmaal niet anders… en hoe ontmoedigend het soms is, zijn er af en toe van die blij makende berichten… bv:
“IK GELOOF DAT HET LICHAAM ONTWORPEN IS OM ZICHZELF TE GENEZEN EN DAT ALTIJD ZAL DOEN ALS HET DE KANS KRIJGT”
Barbara O’Neill heeft sinds 2019 een permanent werkverbod in haar geboorteland Australië. Volgens de Health Care Complaints Commission daar vormt ze een gevaar voor de volksgezondheid, door haar uitspraken over kanker en vaccinaties. Sindsdien is ze wereldberoemd geworden. Ze heeft meer dan 700.000 volgers op sociale media en reist de wereld rond om haar kennis te delen. “Ik vertel mensen vroeg naar bed te gaan, meer water te drinken, beter te eten en meer te bewegen”, vertelt O’Neill. “Hoe gevaarlijk is dat?”
“E”en sprookjesachtig landgoed ergens in Gelderland. Uitbundige herfstkleuren, een moestuin vol spruitjes en boerenkool en zes verschillende soorten blauwe bessen. Hier logeert Barbara O’Neill (72), die op uitnodiging van Lightchannel.tv een week les komt geven over haar Sustain Me-principes, ofwel de negen basisprincipes van gezondheid. De congreszaal in Barneveld is bijna uitverkocht. Er is plek voor 700 deelnemers doordeweeks en 1000 in het weekend. Haar laatste boek, Onderhoud mij — Sustain me, kwam pas in het Nederlands uit, net op tijd voor het congres.
“Ik word verwelkomd door Johan de Boer, de organisator van het congres. “Kom maar gauw binnen”, zegt hij hartelijk, “het is koud buiten!” Barbara O’Neill staat op ons te wachten in de woonkamer: een beleefd klein vrouwtje met lang, grijs haar, een wollen maillot, gebloemde vilten sloffen en een zachte uitstraling — het prototype van een kruidenvrouwtje. Ik moet me vooroverbuigen om haar te begroeten. Hoe is het mogelijk dat deze grootmoeder in Australië als een gevaar voor de samenleving wordt gezien?
De twee belangrijkste redenen zijn dat O’Neill openlijk stelt dat de reguliere behandeling van kanker niet werkt en dat vaccinaties een slecht idee zijn. De Australische Health Care Complaints Commission ziet dit als gevaarlijke uitspraken, omdat ze mensen van levensreddende behandelingen zouden afhouden. Toch zijn er tot op de dag van vandaag geen gevallen bekend van mensen die schade ondervonden hebben van O’Neills gezondheidsadviezen. “Ik ben geen dokter, maar een leraar in de negen natuurlijke basisprincipes van gezondheid, die ik de Sustain Me-principes noem”, vertelt O’Neill. “Veel van die principes zijn gratis en zo eenvoudig dat geen arts of specialist meer nodig is. Met het acroniem Sustain Me zijn ze ook gemakkelijk te onthouden, al werkt dat in het Nederlands natuurlijk minder: zonlicht, voldoende water drinken, op tijd naar bed, leven vanuit vertrouwen in het goede, onthouding (van bijvoorbeeld alcohol, suiker of koffie), ademhaling, voeding, gematigdheid (in alles) en bewegen (zie kader — red.). Ik informeer alleen maar, ik behandel niet. Ik zeg nooit tegen iemand wat hij moet doen. Als ik de vraag krijg: ‘Moet ik mijn kinderen laten vaccineren?’ zeg ik: ‘Dat moet je zelf weten, maar als ik nu jonge kinderen had, zou ik het niet doen om die en die reden.’ Ik raad ze aan bijvoorbeeld dr. Sherry Tenpenny te bestuderen, die uitstekend uitlegt wat er in de vaccinaties zit, zodat ze een weloverwogen keuze kunnen maken. Ik adviseer ze ook de geschiedenisboeken te raadplegen, waaruit blijkt dat het niet de vaccinaties waren die ervoor zorgden dat minder mensen ziek werden, maar de verbeterde hygiëne en betere voeding.”
O’Neill ziet zichzelf als een autodidactische wetenschapper. “Ik hou ervan om uit te zoeken hoe iets precies werkt en mijn bevindingen te delen. Dat heb ik van mijn vader, die uitvinder was. Bij ons thuis was het normaal, bij alles kritische vragen te stellen, behalve bij de reguliere geneeskunde. Als kind zag ik hoe mijn moeder door reuma veranderde in een kreupele vrouw in een rolstoel. Ze stierf op haar 51e, maar toch zeiden we: ‘De artsen hebben gedaan wat ze konden.’ Pas toen ik eind 20 was en zelf moeder werd, ging ik twijfelen aan de onfeilbaarheid van de reguliere geneeskunde. Ik ging met mijn dochter naar de dokter, omdat ze oorontsteking had en die schreef een antibioticakuur van zes weken voor. Na zes weken had ze nog steeds oorpijn, dus ik ging terug naar de dokter die een nieuwe antibioticakuur voorschreef. Wacht even, dacht ik. Hier klopt iets niet. Waarom schrijf je iets voor dat niet werkt? Dat was het begin van mijn onderzoek naar de natuurwetten van gezondheid. Zo ben ik natuurgeneeskundige geworden.”
Van een oud vrouwtje in het dorp kreeg ze de tip een ui te koken en een paar druppels van het afgekoelde uienwater in het oor van haar dochter te druppelen. Binnen een paar uur had ze geen oorpijn meer en ze herstelde in korte tijd. “Sindsdien hanteer ik de mantra: als het werkt, dan gebruik ik het. Ik was opgeleid tot psychiatrisch verpleegkundige, maar ik zag dat mensen in de psychiatrie niet beter werden. Ze kwamen steeds terug, kregen steeds meer medicijnen en moesten in therapie steeds opnieuw hun ellendige jeugd herbeleven. Dat werkte dus duidelijk niet.”
De vraag is wat dan wel werkt? “Natuurgeneeskunde”, antwoordt O’Neill. “Binnen de natuurgeneeskunde weet je: baat het niet, dan schaadt het niet, terwijl allopathische medicijnen vaak bijwerkingen hebben en ook vaak verslavend zijn. Ik zeg niet dat er nooit behoefte is aan goede artsen, chirurgen en pijnmedicatie. Die is er zeker, maar intussen is de reguliere geneeskunde meer een verdienmodel geworden dan een geneesmethode. Het is mijn missie daar verandering in te brengen. Ik ben geen bedreiging voor de volksgezondheid. Het enige waarvoor ik een bedreiging ben, is het medische systeem.”
De voor doodslag veroordeelde Italiaanse oncoloog Tullio Simoncini, die in mei 2024 overleed, wordt in de media vaak in één adem genoemd met Barbara O’Neill, omdat ze hem citeert tijdens haar lezingen. “Simoncini genas 90 procent van zijn kankerpatiënten door ze te injecteren met natriumbicarbonaat”, vertelt ze. “Maar nadat een van zijn patiënten was overleden — niemand weet waaraan of wanneer — werd hij in 2018 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Van Simoncini leerde ik dat kanker floreert in een omgeving met een hoge zuurgraad. Natriumbicarbonaat is de ultieme ontzuurder. Door de golf van alkaliniteit krimpt de tumor. Daarvan kon je een paar jaar geleden nog filmpjes zien op Youtube, maar die zijn intussen allemaal verwijderd. Simoncini verdiende wat mij betreft de Nobelprijs, maar in plaats daarvan werd hij verguisd en in de gevangenis gegooid.”
O’Neill vindt het echt de omgekeerde wereld. “Hoevelen zijn er gestorven door de behandelingen van de reguliere medische wetenschap? Ontelbaar velen. En toch wordt niemand in dat veld vervolgd, maar iemand als Simoncini wel. Ik gebruik zijn methode overigens zelf niet, want ik ben geen dokter. Ik ken ook niemand die deze methode toepast. Waar het om gaat is het principe: de zuur-base balans in het lichaam en hoe natriumbicarbonaat die balans kan herstellen, omdat we bijna allemaal verzuurd zijn. Daarom citeer ik hem in mijn lezingen. Dat de media Simoncini erbij halen om mij zwart te maken, is omdat ze niks anders kunnen vinden.”
Als O’Neill in Australië toch iemand gezondheidsadvies geeft, hangt haar 10.000 euro boete en tien jaar gevangenisstraf boven het hoofd. “Het is wel grappig dat deze lastercampagne het tegenovergestelde effect heeft gehad van wat ze beoogden”, zegt O’Neill. “Het heeft me bekend gemaakt. Overal ter wereld word ik uitgenodigd om te spreken — 2026 is al helemaal volgeboekt. Ook Misty Mountain, ons holistische gezondheidscentrum in Australië, heeft meer cursisten dan ooit. Zelf mag ik daar jammer genoeg niet meer werken, maar mijn vaste team verzorgt alle retraites. In onze achtdaagse retraites geven we lezingen, individuele behandelingen zoals massage, stoombaden en facials, dagelijkse oefeningen, gezonde veganistische voeding, kooklessen en TLC (tender loving care). Ook hebben we een spa waar bezoekers komen voor individuele behandelingen, om te ontspannen, ontgiften en op te laden. We zijn vier maanden vooruit helemaal volgeboekt. Misty Mountain heeft er nog nooit zo mooi uitgezien — eindelijk hebben we geld genoeg om ons centrum te renoveren.”
“Het gaat om de gezondheidsprincipes. Ik heb een formule gevonden die werkt en die iedereen gezond kan houden. Zo simpel is het. Mensen zeggen weleens tegen me: ‘Wie denk je wel dat je bent met je praatjes?’ Dan zeg ik: ‘Ik ben gewoon een kruidenvrouwtje uit het regenwoud dat mijn kind geen antibiotica wilde geven.’ Robert F. Kennedy jr. zegt dat 50 procent van alle kinderen in Amerika ziek is. Er is nog nooit zoveel chronische ziekte in de wereld geweest als nu, wat een indicatie is dat het huidige medische systeem gebroken is. Dat is een tragedie en dat is waarom ik doe wat ik doe.”
“Ik geloof dat de informatie over gezond leven te lang opgesloten is geweest in gecompliceerde medische taal die niemand meer begrijpt”, besluit ze. “Het is tijd om gezondheid en genezing weer terug te brengen naar de mensen zelf. Critici zeggen weleens: ‘Wat zijn je kwalificaties?’ Dan zeg ik: ‘Ik ben moeder van zes kinderen, heb acht kinderen grootgebracht, heb 26 kleinkinderen — nummer 26 is drie weken geleden geboren — en we zijn allemaal gezond. Dat zijn mijn kwalificaties.’ Als mensen vragen: ‘Is dat niet anekdotisch bewijs?’ dan antwoord ik: ‘En wat is daar mis mee?’”
Sustain me
In haar pas gepubliceerde boek ‘Onderhoud mij — Sustain me’ presenteert Barbara O’Neill haar holistische gezondheidsbenadering, waarbij ze negen fundamentele gezondheidsprincipes behandelt, die samen het acroniem SUSTAIN ME vormen.
Dit boek gaat niet over snelle trucs of symptoombestrijding, maar over een blijvende verandering in je levensstijl, waarbij je je lichaam alles geeft wat het nodig heeft om gezond te worden en te blijven.