Gods antwoord

Gods schepping blijft ons verbazen en verwonderen! Maar dat zou eigenlijk niet hoeven. Laten we nog een voorbeeld geven – dat de klimaatwetenschap vaak over het hoofd ziet :

Wanneer je in een bos of een stuk redelijk intacte natuur loopt, bevindt zich onder je voeten een verborgen wereld. Tijdens een boswandeling zie je misschien wel wat paddenstoelen – de vruchtlichamen van schimmels – maar wat je niet ziet, is het enorme ondergrondse netwerk dat de plantengemeenschap met elkaar verbindt. Deze netwerken zijn essentieel voor de gezondheid van elk ecosysteem, omdat ze de uitwisseling van voedingsstoffen (zoals fosfor en stikstof) en koolstof van en naar planten mogelijk maken. Het is een complex systeem dat we nog niet volledig doorgronden en waarbij planten en schimmels zelfs als het ware met elkaar onderhandelen. En het is grootschaliger dan we ooit hadden gedacht.

In een recente studie is een visuele kaart gemaakt van de dichtheid van deze netwerken van arbusculaire mycorrhiza-schimmels, gebaseerd op meer dan 16.000 bodemmonsters van over de hele wereld. Verrassend genoeg bleken deze netwerken het dichtst te zijn in onverstoorde graslanden, met name in graslanden op grote hoogte of in overstroomde gebieden. Deze netwerken zijn zo uitgestrekt dat, als je de schimmeldraden achter elkaar zou leggen, ze ongeveer 10% van de breedte van de Melkweg zouden beslaan; een afstand van 68 biljard km (als dat getal niet te bevatten is, komt dat doordat het dat ook niet is: “dat is bijna een miljard keer de afstand van de aarde tot de zon”!). Dat gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Doordat deze netwerken voedingsstoffen en koolstof uitwisselen met planten, “slokken ze enorme hoeveelheden koolstof op”.

Volgens een schatting nemen ze jaarlijks ongeveer 4,3 miljard ton (3,9 miljard metrieke ton) aan CO2-equivalent op; dit komt overeen met ongeveer 11% van de wereldwijde uitstoot door fossiele brandstoffen in 2021.

Dit lijkt van groot belang voor het hedendaagse debat over klimaatverandering, nietwaar? Het herinnert ons er opnieuw aan hoe complex de aarde is en hoeveel we nog niet weten (en we weten niet eens wat we allemaal niet weten!). Hoewel deze schimmels essentieel zijn voor de gezondheid van de aarde, was niet bekend hoe ze over de wereld verspreid zijn. “Dat is alsof we wel weten dat er elke dag 100 miljoen auto’s over de aarde rijden, maar geen idee hebben welk wegennet dat mogelijk maakt.”

Misschien is de reden dat klimaatvoorspellingen er steeds naast zitten wel: 1) er is zoveel dat we niet weten en dat niet in de modellen wordt meegenomen, en 2) dit klimaat is door God zo ontworpen dat het bijdraagt ​​aan de bloei van het leven!

Dit soort onderzoek is belangrijk om meer inzicht te krijgen in Gods schepping en in hoe we beter voor het land (vooral landbouwgrond) kunnen zorgen om deze vitale schimmelnetwerken te bevorderen. Maar het is ook een prachtige herinnering aan de creativiteit en wijsheid van onze God en aan de onderlinge verbondenheid die Hij in deze wereld heeft aangebracht. Het is werkelijk een meesterwerk van ontwerp.

En vergeet Gods belofte aan Noach niet: “Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden. (Genesis 8:22)

God heeft de aarde zo geschapen dat ze uiterst veerkrachtig is – zelfs in een gevallen wereld.

En we hoeven niet eens zo ver te kijken. Kijk eens hoe het lichaam verbazend veerkrachtig is. Ondanks alle misbruik houdt het jaren stand -voordat het barsten vertoont en breekt… Maar je kunt er ook voor kiezen om het met respect te behandelen en het zelfgenezingsmechanisme te ontketenen. Dat is prachtig: het wil zich altijd vernieuwen. En dat wordt één van de onderdelen van :

Het toekomstige Beloofde Land

We hebben uit de Bijbel aangetoond dat Gods oorspronkelijke belofte aan Abraham om hem “het land Kanaän” als een “eeuwige bezitting” te geven (Genesis 17:8) voornamelijk van toepassing was op dat land, gereinigd van zonde, ook “een beter land, zelfs een hemels land” genoemd (Hebreeën 11:16), dat Gods kinderen op een dag zullen beërven als hun eeuwige thuis door Jezus Christus. Petrus schreef: “Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont” (2 Petrus 3:13).

Laten we het huidige fysieke land Israël eens nader bekijken. Heeft God het Land onvoorwaardelijk aan het Joodse volk gegeven, afgezien van de vraag of zij geloof hadden en Hem gehoorzaamden? Velen denken van wel. Hun overtuiging is dat, aangezien God het land oorspronkelijk aan Abrahams zaad gaf, dit moet betekenen dat alle Joden door de geschiedenis heen – inclusief de moderne Israëli’s – een onvoorwaardelijk recht hebben op dat onroerend goed. Deze kwestie is bijzonder fragiel geworden in het licht van de mogelijke route naar Vrede. Amerikaanse politici en wereldleiders zeggen dat het land moet worden gedeeld tussen Joden en Palestijnen. Dit voorstel was bedoeld om bloedige conflicten te verminderen en de vrede te bevorderen. Maar christelijke zionisten protesteren tegen dit plan en noemen het ‘een route naar de hel’, waarbij ze beweren dat alleen joden rechten op land hebben, gebaseerd op het Oude Testament.

Wat zegt het Oude Testament werkelijk? Het antwoord zal je verbazen (en het werd geschreven door een Jood).

In Exodus 19:5 zei God tegen Israël: “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.” Dat Israël “een bijzondere schat … boven alle volkeren” was, was afhankelijk van hun gehoorzaamheid aan Gods stem.

Deuteronomium 28 is het beroemde hoofdstuk over de zegeningen en vloeken. Als Israël God gehoorzaamde, zou het gezegend worden. Als het ongehoorzaam was, zou het vervloekt zijn. Dergelijke zegeningen en vloeken waren ook van toepassing op ‘het land dat de Heer aan uw vaderen heeft gezworen u te geven’ (vs. 11). Als Israël God zou volgen, zou het volk gezegend worden in dat land, maar als ze ongehoorzaam waren, zei God: “Ook iedere ziekte en iedere plaag die niet in het boek met deze wet geschreven is, zal de HEERE over u laten komen, totdat u weggevaagd wordt… zoals de HEERE Zich over u verblijdde om u goed te doen en u talrijk te maken, dat de HEERE Zich zo over u zal verblijden om u om te brengen en weg te vagen. U zult weggerukt worden uit het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen.” (verzen 61,63). Het recht van Israël op het land was afhankelijk van haar relatie met God.

Terwijl Israël door de wildernis reisde, herhaalde God Zijn belofte om hen “het land te geven dat jullie gaan bezitten” (Deuteronomium 7:1). Gods ‘landbelofte’ was beslist van toepassing op die uit Egypte vertrekkende mensen. Maar wat is er gebeurd? Bijna allemaal stierven ze in de woestijn vanwege hun zonden. Paulus schreef later: “Ze konden niet binnengaan vanwege ongeloof” (Hebreeën 3:19). Dit bewijst dat, hoewel God het land beloofde, er geloof nodig was om de belofte te ontvangen. Geloof = land. Geen geloof = geen recht op het land, ook al had God het hun beloofd. Omdat Israël zondigde, zei God: “u zult van Mij tegenstand ondervinden.” (Numeri 14:34).

De volgende generatie – onder leiding van Jozua – had geloof en trok het land binnen. Maar naarmate de tijd verstreek, verliet de meerderheid het geloof en de gehoorzaamheid aan Gods Wet. Opnieuw waarschuwde de Heer: “Ik zal u uit dit land verdrijven” (Jeremia 16:12,13), tenzij de zaken veranderen. Uiteindelijk kwamen de legers van Babylon en ‘werd Juda als balling uit zijn eigen land weggevoerd’ (Jeremia 52:27). Vóór deze ballingschap herhaalde God krachtig de voorwaardelijke aard van Zijn beloften aan Israël. Let goed op: “Het andere ogenblik doe Ik de uitspraak over een volk en over een koninkrijk dat Ik het zal bouwen en planten. Doet het echter wat kwaad is in Mijn ogen door niet te luisteren naar Mijn stem, dan zal Ik berouw hebben over het goede waarmee Ik zei het goed te doen. Nu dan, zeg toch tegen de mannen van Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik bereid onheil tegen u, bedenk een plan tegen u. …” (Jeremia 18:9-11).

En lees dan wat Israël toen antwoordde: “Daar is geen hoop op, wij volgen immers onze eigen plannen. We doen ieder overeenkomstig zijn verharde, boosaardige hart.

Ook al deed God beloften aan Israël – zou Israël, als het kwaad deed en weigerde Zijn stem te gehoorzamen: “zou Hij (God) berouw hebben over het goede waarmee Hij zei het goed te doen.” Dit is een bewijs dat Gods beloften aan Israël voorwaardelijk waren. Dit gold ook voor de grond. Omdat Israël ongehoorzaam was, verloor het het land en werd naar Babylon gevoerd.

De Heer is ‘dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig’. Hebreeën 13:8.

Hoe is dit vandaag van toepassing op de Israëlische natie? Heeft de huidige Joodse natie nu een onvoorwaardelijk recht op dat land, omdat God het lang geleden aan haar voorouders uit de oudheid heeft gegeven?  Het is duidelijk dat Israël in het Oude Testament, toen het God ongehoorzaam was, haar recht op dat land verloor. Laten we de vraag stellen: is het moderne Israël gehoorzaam of ongehoorzaam? In het licht van het Nieuwe Testament moet dergelijke gehoorzaamheid worden beoordeeld aan de hand van Israëls’ aanvaarding of afwijzing van Gods Zoon, Jezus Christus en het beleven van Gods’ wetten zoals deze werden voorgeleefd door Jezus. 

Volgens zowel het Oude als het Nieuwe Testament heeft de moderne Joodse natie geen goddelijk, onvoorwaardelijk recht op het aardse land Kanaän. In dit licht is de kans dat de voorgelegde plannen voor vrede maar beperkt succes zullen boeken bij het bevorderen van de harmonie in de onstabiele regio. Belangrijker nog is dat de tijd snel nadert waarop “de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.”  2 Petrus 3:10,13.

De enigen – of het nu joden, Palestijnen, Russen, Europeanen, Chinezen of Amerikanen zijn – die enige hoop hebben om voor altijd in het Beloofde Land te leven, zijn degenen die zich bekeren van hun zonden, in Jezus Christus geloven en de waarheid van de Bijbel volgen.

“En als u Christus toebehoort, bent u Abrahams zaad en volgens de belofte erfgenamen.” Galaten 3:29

— toegevoegd artikel uit “De Zeven Tempels” / uitgave NaturEl

Deze digitale publicatie (uit de digitale bibliotheek van NaturEl) toont aan hoe God doorheen de tijd verschillende tempels had, waar Hij aanbeden kon worden, waar Zijn wegen werden geleerd – en waar, indien nodig vergeving en redding kon worden verkregen. Wij verwachten niet de bouw van de derde tempel – maar de oprichting van Gods hemelse en blijvende heiligdom – waar de oorspronkelijke plannen van God zich zullen openbaren.

Het beloofde land

Er woedt een verhit debat over wie de eigenaar is van het land waarop het moderne Jeruzalem ligt. Zelf benoemde “christelijke zionisten”1 zeggen dat God dat land oorspronkelijk aan de Joden heeft gegeven, en dat de Palestijnen er daarom helemaal geen “recht” op hebben. Deze christelijke zionisten hebben er bij Amerikaanse politici op aangedrongen de voorgestelde voorstellen naar de Vrede te verwerpen als beledigend voor God, omdat deze de Palestijnen gelijke rechten geeft om op het land te wonen – en een eigen staat te hebben – naast Israël. De voorstellen worden zelfs bestempeld als ‘een route naar de hel’2 – een ontkenning van Gods eeuwenoude belofte om Zijn uitverkoren volk dat specifieke stuk onroerend goed te geven.

Sommigen zullen zich afvragen wat zich eigenlijk afspeelt in het Midden Oosten, waarom dat geweld… Waarom niet gewoon in vrede met elkaar leven? Dit alles is het resultaat van het verkeerd lezen van het Oude Testament – verkeerde verwachtingen – het zien van materiële voordelen en macht – in plaats van uit te kijken naar het hemelse koninkrijk dat nooit zal wankelen.

In “De Zeven Tempels” heb ik de functie en het doel van de tempels belicht. Maar al decennia is er een nervositeit in Israël om de “derde” tempel op te richten. Merkwaardig genoeg zijn er onder die vele enthousiastelingen ook veel christenen die de bouw van de “derde” tempel zien als een onderdeel van de gebeurtenissen die het einde van het mensen-tijdperk op aarde inluiden – of die ervan uitgaan dat dat het begin zal worden van een nieuwe (positieve) episode in de mensengeschiedenis.

Laten we de Bijbelse feiten nader bekijken, niet alleen in het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament, geschreven in het volle licht van Jezus Christus.

Ten eerste het Oude Testament. In Genesis 17:8 zei God tegen Abraham: ‘Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn.” Merk op dat deze belofte zowel aan Abraham als aan zijn zaad werd gedaan, en dat het land aan beiden gegeven zou worden als een ‘eeuwigdurend bezit’. Denk er over na. Om Abraham het land als een ‘eeuwigdurend bezit’ te laten bezitten, moet hij voor eeuwig leven. Dit kan alleen gerealiseerd worden door de dood en opstanding van Abrahams voornaamste ‘zaad’, die volgens Paulus Jezus Christus Zelf is (Gal. 3:16). Dus in Genesis 17:8, net als in andere oudtestamentische verzen, “predikte God vóór het evangelie aan Abraham” (Gal. 3:8).

Bedenk dat God aan Abraham beloofde dat het land zijn eeuwige bezit zou zijn. Toch – en dit is een sleutelpunt – gaf God hem [Abraham] volgens het Nieuwe Testament feitelijk “geen erfenis daarin [het letterlijke land], nee, zelfs niet zozeer dat hij er zijn voet op zette; toch beloofde Hij dat hij het hem als een eeuwig bezit zou geven” (Handelingen 7:5).

Hier vinden we:

  • God beloofde het land aan Abraham
  • Abraham heeft het letterlijke land Kanaän nooit bezeten.

Hoe kunnen we dit verzoenen? Heeft God gelogen? Heeft Zijn Woord gefaald? Duidelijk niet. De enige manier om dit te verzoenen is door te beseffen dat de ultieme belofte van “het land” niet betrekking had op de door de zonde vervloekte grond, maar eerder op de “nieuwe aarde” (zie Openbaring 21:1) die Abraham op een dag zou bezitten als een “eeuwigdurend bezit”. Door de dood en opstanding van Jezus Christus.

Zocht Abraham naar door zonde vervloekt land of door zonde bevrijd land als de belangrijkste vervulling van Gods belofte? Het antwoord staat in Hebreeën 11. Abraham “vertoefde in het land van de belofte, als in een vreemd land… met Isaak en Jakob, samen met hem erfgenamen van dezelfde belofte… want hij keek uit naar een stad die fundamenten heeft [het Nieuwe Jeruzalem], wiens bouwer en maker God is… deze stierven allemaal in geloof, omdat ze de beloften niet hadden ontvangen, maar ze van verre hadden gezien… ze bekenden dat ze vreemdelingen en pelgrims op aarde waren… maar nu verlangen ze naar een beter land, dat is een hemels” (verzen 9-16).

Deze verzen bewijzen dat het voornaamste land waar Abraham naar uitkeek hetzelfde land was waar hij fysiek in woonde, maar dan in een vernieuwde staat. Hetzelfde geldt voor alle oudtestamentische gelovigen, want Hebreeën 11 verwijst ook naar Jozef, Mozes, Gideon, Samuël en “alle profeten” (vers 32), waarbij wordt gezegd dat zij allen “de belofte niet hebben ontvangen” (vers 39) van het land als een ‘eeuwig bezit’. Ook al woonden deze oudtestamentische heiligen in het fysieke land Kanaän, ze wachtten nog steeds op de toekomstige vervulling van Gods ‘land’-belofte aan Abraham. Gedurende hun hele leven waren zij ‘vreemdelingen en pelgrims op aarde’.

Het eigenlijke land Kanaän ligt nog altijd onder de vloek van de zonde – waarin de oudtestamentische heiligen leefden. Afgezien hiervan moeten we altijd in gedachten houden dat het Nieuwe Testament duidelijk onthult dat de ultieme hoop van Abraham en de oudtestamentische heiligen niet de door zonde vervloekte aarde was waarop het moderne Jeruzalem ligt, maar het Land – gereinigd van zonde – dat al Gods trouwe kinderen op een dag zullen erven als een “eeuwigdurend bezit” door de dood en opstanding van Jezus Christus, Abrahams voornaamste “zaad” (Galaten 3:16).

“Niettemin verwachten wij, overeenkomstig Zijn belofte, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont.” 2 Petrus 3:13.

REFERENTIES

  1. Newsweek, “A Very Mixed Marriage”, p. 35. June 2, 2003.
  2. Ibid.

Heel de Bijbel is één aaneensluiting van God om in te gaan tot Zijn rust, die wordt gedemonstreerd in de sabbat.
Het onderhouden van de sabbat is ingaan in Gods’ tempel, samenkomen om de grote daden des Heren te verkondigen, zijn werken in herinnering te brengen en Hem lof en eer te brengen. 

De Tempels op aarde waren maquettes om te proberen aan mensen de hemelse dingen duidelijk te maken, vooral Jezus Christus te leren kennen en Zijn werk in het hemelse heiligdom, ten behoeve van ons. 

Al de aandacht die vandaag besteed wordt aan de voorbereiding en de wens om een “derde” tempel te bouwen, leidt de aandacht weg van Jezus en zijn offer, terwijl Hij het is die een nieuwe tempel voorbereidt, waarvan Hij de Bouwmeester is. 

In afwachting nodigt Hij ons uit om in Zijn voetsporen te gaan en een levende tempel van rust te zijn, een teken en getuigenis voor de wereld – van een God die nog wacht opdat niemand zou verloren gaan, om aan allen die Zijn aanbod aannemen de RUST te schenken.

Geen plaats voor zorgen

Zijn goddelijke kracht heeft ons alles gegeven wat nodig is voor leven en godsvrucht… waardoor ons zeer grote en kostbare beloften zijn gegeven.
— 2 Petrus 1:3-4
Het is moeilijk om boos te zijn op iemand voor wie je bidt! De beste manier om met negatieve gevoelens over een ander om te gaan, is dus om voor die persoon te bidden. Zo is het ook moeilijk om je zorgen te maken als we Gods beloften in gedachten houden. Dus als we ons zorgen beginnen te maken, is het het beste om onze gedachten te verdiepen in de Schrift, zodat we herinnerd worden aan Gods beloften om voor ons te zorgen.
De apostel Petrus schreef zijn twee brieven aan christenen die verspreid waren over gemeenten in Klein-Azië. In de eerste brief behandelde Petrus de vervolgingen van buiten de gemeenten; in de tweede brief behandelde Petrus de radicale aanvallen van binnenuit de gemeenten. In 2 Petrus 1:3-4 beschrijft Petrus een verdediging om beide situaties te doorstaan: Gods “grote en kostbare beloften” die voorzien in “alles wat nodig is voor leven en godsvrucht”. De verdediging tegen alle bronnen van zorgen of angst zijn Gods beloften zoals die in de Schrift te vinden zijn.
Wanneer zorgen opkomen, ga dan naar het Woord en mediteer erover totdat de belofte van vrede vervuld is (Jesaja 26:3).

Het oog van de Storm

Wanneer de wervelwind voorbijtrekt, is de goddeloze er niet meer, maar de rechtvaardige heeft een eeuwig fundament.” — Spreuken 10:25

In oktober 2025 vlogen meteoroloog Matthew Cappucci en NOAA Hurricane Hunters het oog van orkaan Melissa in. Nadat hij de hevige turbulentie en de 15.000 meter hoge muur van onweerswolken had beschreven, legde hij het moment vast waarop ze het oog van de storm binnenkwamen. “Toen gebeurde het. We kwamen uit de mist tevoorschijn… Mijn mond viel open. Ik zat midden in een 16 kilometer breed stadion van de goden. Aan alle kanten torenden kolossale onweersmassa’s hoog boven me uit – maar recht boven me fonkelden de sterren. Met de zwakke gloed van de maan kon ik penseelstreken zien, strepen die de wolken in de oogwand met duizelingwekkende snelheid rond het oog slingerden. Maar even bevond ik me in een oase van rust.”

Dat is waar wij, als kinderen van God, ons bevinden. Hoewel we vandaag de dag angstaanjagende dingen in de wereld zien gebeuren, is het, wanneer we onze Bijbel openen, alsof we in een stille kamer zijn. We kunnen stil zijn en weten dat Hij God is. De kalmte die we ervaren, zal de mensen om ons heen bemoedigen. Gebruik vandaag deze metafoor van het oog van de storm. Ga op een rustige plek zitten, lees een betekenisvol gedeelte uit de Schrift en geniet van de aanwezigheid van de Heer.

Wie de Heilige Geest in zijn hart heeft en de Schrift in zijn handen, heeft alles wat hij nodig heeft. — Alexander MacLaren

Als je Zijn stem hoort

Wie kan beschrijven hoe groot het geklaag en geween zal zijn dat zal opstijgen wanneer op de grens van de tijd en de eeuwigheid de rechtvaardige Rechter Zijn stem zal doen horen en verkondigen, “Het is te laat.”

Lang hebben de wijde poorten van de hemel opengestaan, en hebben hemelse boodschappers de uitnodiging gegeven, “Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.“ (Openbaring 22:1). “Vandaag, wanneer u Zijn stem hoort, verhardt dan uw harten niet” (Hebreeën 3:14).  Maar uiteindelijk wordt de opdracht gegeven: “Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd” (Openbaring 22:11). 

De hemelse poorten sluiten, de uitnodiging om Gods verlossing aan te nemen houdt op. In de hemel wordt gezegd, “Het is volbracht.” Deze tijd is niet meer veraf en wat ons persoonlijk leven betreft kan het nog dichterbij  zijn, want we weten niet wanneer onze laatste dag komen zal. Hoe ernstig zijn we bekommerd om wat God ons voor de eeuwigheid wil schenken? Met hoeveel overgave leggen we beslag op de hoop die het evangelie ons heeft gebracht? “Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen” (Lucas 13:24).

De wereld zucht onder de vloek die de zonde heeft gebracht. Ze is letterlijk overspoeld van de zonde, vol gewelddadigheid en verderf zoals het was in de dagen van Noach. En toch zijn er velen die in deze beangstigende tijden zich in slaap laten sussen. Zij halen hun schouders op voor wat Christus hen wil schenken. Bevrediging van de eigen verlangens en daar ongestoord mee kunnen doorgaan, is belangrijker dan alle heerlijkheid die de eeuwigheid met God heeft te bieden. Is dit niet dwaas? Velen roemen in deze dwaasheid en hun zogezegd onafhankelijk denken. Zij beseffen niet dat dit hen leidt naar een volkomen onverschilligheid voor alles wat eeuwige waarde heeft.

Christus spreekt vandaag tot u en zegt, “geef mij uw hart.” Elke dag dat we daar niet op ingaan, wordt ons hart harder tot op het moment dat er niets meer in doordringt.
Wanneer wij gehoor geven aan Zijn stem, krijgen wij deel aan Zijn heerlijke beloften die vast staan als een rots. Wij krijgen van Hem een leven dat nooit vergaat en steeds heerlijker wordt naarmate we Hem beter leren kennen. We zullen een eeuwigheid van onuitsprekelijke vreugde en vrede missen wanneer we Zijn stem negeren.
Wanneer u Zijn stem hoort, verhardt dan uw hart niet, zodat u deel mag hebben aan het heerlijke leven dat alleen Christus kan schenken.

Waar is God?

Op 24 juni schudden twee aardbevingen – met slechts 39 seconden ertussen – het Zuid-Amerikaanse land Venezuela. Met een kracht van respectievelijk 7,2 en 7,5 op de schaal van Richter veranderden deze bevingen gebouwen in puin en kwamen er ongeveer 3.300 mensen om het leven; de verwachting is dat dit aantal nog zal stijgen, aangezien er nog steeds meer dan 10.000 mensen worden vermist. Telkens wanneer zich zulke vreselijke tragedies voordoen, vragen mensen zich af: waar is God in dit alles?

Deze tragedies vormen een grimmige en ontnuchterende herinnering aan het feit dat we in een wereld leven die door de zonde is verwoest. God schiep de wereld als “zeer goed” (Genesis 1:31) – zonder dood, lijden of aardbevingen. Maar nu is de schepping vervloekt en zucht ze onder de gevolgen van de menselijke zonde. In zekere zin zijn wij allemaal verantwoordelijk voor die aardbeving en de daaropvolgende verwoesting: wij hebben in Adam gezondigd en blijven zondigen. Daarom moeten we doen wat we kunnen om mensen in nood te helpen; we zijn immers allemaal verantwoordelijk voor de ellende in deze wereld. Romeinen 8:22 beschrijft de gevallen wereld als volgt: “Want wij weten dat heel de schepping tot nu toe gezamenlijk zucht en in barensnood verkeert.”

Het is onmogelijk ons ​​het lijden voor te stellen van de mensen en gezinnen in Venezuela, terwijl ze tussen het puin zoeken naar dierbaren, proberen aan voedsel en onderdak te komen, of naar geïmproviseerde mortuaria gaan om een ​​verminkt lichaam te identificeren. Dit zou ons moeten doen mee-zuchten met de schepping. Maar wij zuchten niet als mensen zonder hoop, want we weten hoe het afloopt: het eindigt ermee dat Jezus een nieuwe hemel en een nieuwe aarde schept.

We leven in een gebroken wereld, maar zelfs in die gebrokenheid laat God alles meewerken ten goede voor Zijn volk (Romeinen 8:28), ook al kunnen we niet bevatten hoe Hij dat doet. Uiteindelijk zal deze gebroken wereld niet meer bestaan, en zullen zij die op Christus hebben vertrouwd bij Hem wonen in een wereld die weer volmaakt is, bevrijd van de gevolgen van zonde en dood.

En Hij zal elke traan uit hun ogen wissen; en de dood zal er niet meer zijn; er zal geen rouw, geen gejammer en geen pijn meer zijn. De eerste dingen zijn voorbijgegaan. (Openbaring 21:4)

Bid voor de bevolking van Venezuela. Bid dat God deze verschrikkelijke tragedie zal gebruiken om hen tot Zich te brengen, zodat nog veel meer mensen voor altijd de vreugde en schoonheid van een herstelde schepping met Jezus mogen ervaren. Kies voor het leven – zoals je dat kunt vinden in het “kennen” van God en Jezus. Zelfs al heb je gezondigd – Hij is genadig en barmhartig om je te vergeven. Maar daar stopt het niet. Hij wil een werk in jou doen. Die nieuwe schepping die je bent, moet gekneed worden naar het leven van Jezus.

Je komt – zoals je bent: maar je blijft niet – zoals je bent… Mensen zullen zien dat je “met Jezus bent geweest”.