Ben jij die diamant

In 1905 werd in Zuid-Afrika een enorme diamant ontdekt. ​​Hij kreeg de naam Cullinan en was de grootste diamant van edelsteenkwaliteit die ooit was gevonden. De steen woog 3.106,75 karaat, of 650 gram. Hij werd vernoemd naar Thomas Cullinan, de eigenaar van de mijn waar de steen werd gevonden.

De ruwe steen werd tentoongesteld in een bank in Johannesburg. Vervolgens werd hij naar Londen gestuurd; hij lag opgeborgen in de kluis van het schip RMS Kenilworth Castle en werd dag en nacht bewaakt. Althans, dat leek zo. De steen aan boord van het schip was een vervalsing om dieven op het verkeerde been te zetten. De echte Cullinan-diamant werd per aangetekende post in een eenvoudige doos naar Groot Brittanië gestuurd. 

Koning Edward koos Joseph Asscher uit Amsterdam uit om de steen te slijpen en vorm te geven. Asscher bestudeerde de steen wekenlang voordat hij er vier dagen over deed om een ​​inkeping te maken. Op 10 februari 1908 werd de ruwe steen doormidden gespleten. Na het splijten van de ruwe diamant waren drie mensen acht maanden lang, veertien uur per dag, bezig met het slijpen en polijsten van de negen grote stenen die eruit voortkwamen. Voor elk facet waren druk en precisie vereist, evenals het verwijderen van materiaal dat niet bij de uiteindelijke vorm hoorde.

De belangrijkste steen, de Cullinan I – de ‘Ster van Afrika’ genoemd – is een peervormig geslepen steen van 530 karaat met 74 facetten. Tegenwoordig is hij te zien in Londen, waar hij deel uitmaakt van de tentoonstelling van de kroonjuwelen.

Een facet is een klein, gepolijst vlak van een edelsteen; een zijde die het licht opvangt en weerkaatst. En dat brengt me bij ons allemaal.

Ook ons ​​leven kent vele facetten. We hebben fysieke kenmerken, emotionele patronen, persoonlijkheidstypen, spirituele dimensies, persoonlijke interesses en unieke achtergronden. Er is nooit iemand zoals jij geweest, en er zal ook nooit iemand zoals jij zijn. Niemand heeft precies jouw combinatie van sterke en zwakke punten, ervaringen en kansen. En niemand neemt de plaats in Gods plan in die jij inneemt – of kunt innemen.

Maar net als die grote diamant moeten wij gevormd worden om tot maximale heerlijkheid te komen. Hij wil alles weghalen wat niet naar Christus verwijst, polijsten wat Hem weerspiegelt, en ons vormen tot mensen die de gelijkenis van Christus op een unieke manier uitstralen.

God vormt ons tot Zijn eer

Toen de apostel Paulus terugkeerde van zijn eerste zendingsreis, vernam hij dat enkele dwaalleraars hem waren gevolgd en het oprechte geloof van zijn bekeerlingen in Galatië ondermijnden. Diep verontrust schreef hij een brief aan de Galaten, waarin hij zijn gevoelens vergeleek met die van een moeder tijdens de bevalling: hij leed hevige pijn en verlangde ernaar dat Christus in hen gestalte zou krijgen (Galaten 4:19).

Dit is wellicht de treffendste beschrijving in het Nieuwe Testament van wat de Meester met ons voorheeft. Hij wil dat Christus in ons gestalte krijgt. Hij wil weghakken wat niet bij Christus hoort, polijsten wat Hem weerspiegelt, en ons vormen tot mensen die de schoonheid van Christus uitstralen.Shaw James Patterson is een Schotse predikant van wie werd verwacht dat hij, net als zijn familieleden vóór hem, metselaar zou worden. Zijn leraren moedigden hem niet aan om verder te studeren, maar toch ging hij naar de Universiteit van Glasgow. Hij voelde zich aangetrokken tot het predikantschap. Patterson schreef: “Men spreekt vaak over een roeping; bij mij was het het gevoel dat God stukje bij beetje aan mij aan het werken was. Ik wilde geen predikant worden en voelde me een beetje zoals Jona… Ik wilde carrière maken in de wetenschap. Uiteindelijk beleefde ik een kwellende nacht en moest ik denken aan Jesaja 6: ‘Wie zal Ik zenden… zend mij.’ Ik werd wakker en zei: ‘Oké God, U hebt gewonnen; zend mij, ik doe het.’ Toen ik die beslissing eenmaal had genomen, wist ik dat het de juiste was.”

We kunnen natuurlijk niet allemaal predikanten zijn, maar toch is God bezig met iedereen: Hij hakt en Hij slijpt, Hij kneedt en vormt, Hij duwt en Hij trekt, om uit de ruwe steen of klei het beste te halen wat er potentieel inzit. Maar we kunnen weerstand bieden – Zijn werk verhinderen -neen zeggen de andere kant opgaan zoals Jona, tot we toegeven aan het kloppen aan de deur – en ons hart open zetten voor Gods heerlijke waarheid en die stroom van licht en liefde in ons leven laten openbloeien. Mocht het zo zijn, lieve lezer!

Problemen met evolutie

Komen gunstige mutaties vaker voor dan werd aangenomen?

Ken Ham schrift in zin laatste blog over een nieuwe studie die alles verandert wat evolutionisten over evolutie geloofden! Het lijkt alsof we voortdurend dit soort verhalen op ons bord krijgen! Dit keer onderzocht de studie genetische mutaties en de vraag of deze overwegend schadelijk, gunstig of neutraal zijn; de bevindingen van de onderzoekers waren verrassend. Op basis van eerdere evolutionaire hypothesen blijken veel meer mutaties gunstig te zijn dan voorheen werd gedacht.

Wat betekent dit allemaal? Dr. Georgia Purdom, directeur onderzoek en moleculair geneticus bij AiG, legt uit hoe waarnemingswetenschap aantoont dat evolutionaire ideeën niet kloppen!

De ‘neutrale theorie van moleculaire evolutie’ stelt dat de meeste mutaties voor een organisme noch schadelijk, noch nuttig zijn. Schadelijke mutaties worden door natuurlijke selectie (afsterven!) geëlimineerd en gunstige mutaties zijn zeldzaam; de waargenomen DNA-verschillen tussen organismen zijn dus neutraal.

Er zijn twee grote problemen met die ’theorie’. Wil het ene type organisme evolueren tot een ander type organisme, dan moeten er enorm veel gunstige mutaties optreden. Het probleem is dat gunstige mutaties als zeer zeldzaam worden beschouwd. Daarnaast zijn mutaties afhankelijk van de context: wat in de ene omgeving gunstig is, hoeft dat in een andere omgeving niet te zijn. Neem bijvoorbeeld antibioticaresistente bacteriën. Mutaties die tot resistentie leiden, kunnen gunstig zijn voor bacteriën in een ziekenhuis waar veel antibiotica aanwezig zijn, maar die resistentie heeft wel een prijs.

Diezelfde mutaties leiden tot een achteruitgang, waardoor bepaalde normale functies verloren gaan of worden belemmerd. Als antibioticaresistente bacteriën in een omgeving zonder antibiotica worden geplaatst, zullen ze waarschijnlijk niet effectief kunnen concurreren met andere bacteriën die die mutaties niet hebben.

Om enkele problemen met de neutrale theorie van moleculaire evolutie aan te pakken, stelden de wetenschappers in dit onderzoek de vraag: “Zijn gunstige mutaties werkelijk zo zeldzaam?” Door onderzoek te doen naar eencellige organismen zoals E. coli en gist, stelden ze vast dat gunstige mutaties wellicht heel vaak voorkomen. MAAR ze raken doorgaans niet ‘gefixeerd’ in een populatie (wat betekent dat ze nooit dominant worden binnen die populatie). Waarom niet? Omdat de omgeving waarin ze leven snel kan veranderen; wat in de ene omgeving gunstig is, is dat in de andere dus niet (zoals bij antibioticaresistente bacteriën).

In een artikel over het onderzoek stond:

“De bevindingen wijzen op een dynamischer beeld van evolutie. In plaats van gestaag toe te werken naar een perfecte afstemming tussen organismen en hun omgeving, blijven populaties vaak hangen in een poging zich aan te passen aan omstandigheden die voortdurend veranderen…”

Evolutie lijkt misschien minder op een gestage klim naar perfectie en meer op het achternazitten van een wereld die voortdurend in beweging is. Het lijkt wel alsof evolutie vastzit in een onvermijdelijk hamsterwiel dat nergens naartoe leidt! Als gunstige mutaties vaak voorkomen, maar niet dominant kunnen worden en afhankelijk zijn van de context, hoe kunnen organismen dan de structuren en functies verwerven die nodig zijn om te evolueren tot andere organismen? Evolutionisten zouden kunnen aanvoeren dat tijd de sleutel is. Tijd is echter irrelevant, omdat er een genetisch mechanisme nodig is – en dat hebben ze simpelweg niet.

Met andere woorden: gunstige mutaties – en wat dat inhoudt, is niet wat veel mensen denken – komen wellicht vaker voor dan gedacht, maar ze helpen de evolutie niet vooruit, omdat ze zich door voortdurend veranderende omstandigheden niet in een populatie handhaven. Evolutie beschikt dus niet over een mechanisme om de informatie te creëren die nodig is om een ​​eencellig organisme te laten evolueren tot alle levensvormen die we vandaag de dag kennen -denk maar eens aan de onvoorstelbare hoeveelheid genetische informatie die daarvoor nodig is!.

Daarnaast mogen we niet vergeten dat mutaties (en ook natuurlijke selectie) inwerken op informatie die al bestaat. Er is geen enkel bekend naturalistisch mechanisme dat gloednieuwe, functionerende genetische informatie kan voortbrengen. Dat gebeurt simpelweg niet. Evolutie is niet meer dan een verhaal over het verleden, dat op basis van geloof wordt aangenomen. En waarnemingen uit de wetenschap spreken dat voortdurend tegen!

De informatie in het DNA bestaat omdat God deze vanaf het allereerste begin heeft geschapen, en mutaties bestaan ​​doordat de zondeval de ‘zeer goede’ informatie heeft aangetast die God oorspronkelijk had geschapen. Het bijbelse verslag verklaart wat we waarnemen!

Lessen van de maan

Wist je dat de maan zich van de aarde verwijdert? Elk jaar drijft ze ongeveer 3,8 centimeter verder bij ons vandaan door de zwaartekrachtwerking die met de getijden samenhangt. Interessant genoeg hebben metingen en gegevens van de Apollo-missies ons de precieze snelheid van deze verwijdering opgeleverd. En die snelheid geeft een maximale leeftijd aan voor ons aarde-maan-systeem (en: het gaat niet om miljarden jaren!). 3,8 cm is op zich niet veel in de loop van enkele millennia (in de 6.000 jaar sinds de vierde dag van de scheppingsweek is de maan minder dan 300 meter opgeschoven)…

Maar de maan zou naar de inzichten van sommigen 4,5 miljard jaar oud zijn. Over zo’n lange periode tikt die 3,8 centimeter per jaar behoorlijk aan! Het tikt zelfs zo hard aan dat, als we deze verwijderingssnelheid terugrekenen naar het verleden, de maan slechts 1,5 miljard jaar geleden de aarde zou hebben geraakt. En dat rijmt niet met de theorieën over het ontstaan ​​van de maan of met de wetenschappelijke gegevens (de maan zou niet zo dicht bij de aarde kunnen zijn zonder door de zwaartekracht te worden vernietigd). Natuurlijk zijn er verklaringen bedacht om dit probleem op te lossen, maar die schieten om de een of andere reden allemaal tekort. De waarheid is dat onze maan de heerlijkheid van God laat zien en precies bevestigt wat we op basis van de Schrift zouden verwachten: ze is niet miljarden jaren oud. En onze maan is niet de enige. Ook andere planeten in ons zonnestelsel hebben een of meer manen, en net als onze maan bevestigen deze hemellichamen de geschiedenis zoals die in de Bijbel staat.

PS. De maan had nooit dichterbij kunnen zijn dan 18.400 km, bekend als de Roche-limiet, omdat de getijdenkrachten van de aarde van de aarde (als gevolg van de zwaartekracht) hem zouden hebben verbrijzeld. Maar zelfs als de maan zich van de aarde had teruggetrokken, zou het slechts 1,37 miljard jaar hebben geduurd om zijn huidige afstand te bereiken – slechts een kwart van de beweerde evolutionaire leeftijd. Natuurlijk, als hij in de buurt van de huidige locatie is ontstaan, zijn er geen enorme tijdsperioden nodig. 
Ondanks de ogenschijnlijk eenvoudige vorm van de maan hebben uniformitaristische wetenschappers lange tijd grote moeite gehad om te verklaren hoe de maan door natuurlijke processen, los van een bovennatuurlijke Schepper, kon ontstaan. Een astrofysicus van Harvard grapte ooit dat de beste verklaring voor het bestaan ​​van de maan een observatiefout was – de maan bestaat niet echt!

Toch bestaat de maan wel, en haar bestaan ​​vereist een verklaring. Volgens de Schrift schiep God de maan snel, misschien in slechts enkele seconden of minuten, maar zeker in niet meer dan 24 uur (Genesis 1:16-19). Interessant is dat conventionele wetenschappers in recent gepubliceerd onderzoek ook beweren dat de maan snel gevormd is.

Lees meer in “Kijk en ontdek de Maan – C76H in onze flyerserie Schepping

Ga eens in de diepte

Leg me eens uit hoe dat zit met de schepping !

Het is logisch om bij de exploratie van de Bijbel te beginnen met de eerste les die ons in de Schrift is geopenbaard: de kennis over onze herkomst – de schepping.

Laat ik beginnen met een persoonlijk verhaal, want ik vermoed dat waar ik mee worstelde vergelijkbaar is met de geloofsstrijd die velen nu voeren. Ik weet zeker dat velen van jullie ook hebben gezocht, of nog steeds zoeken, naar de zekerheid van het geloof die mijn zoektocht kenmerkte.

Ik moet eerlijk zijn: mijn “christelijke” opvoeding heeft me eigenlijk net zoveel vragen als antwoorden opgeleverd. Maar dat is niet per se slecht; inzichtelijke mensen verwerven inzicht niet door de juiste antwoorden te hebben, maar door de juiste vragen te stellen. Deze vragen – en een prangend schuldgevoel – zorgden ervoor dat ik antwoorden zocht voor mijn vragen, maar God gebruikte beide om mij te brengen waar ik moest zijn.

Wat waren mijn vragen? Om te beginnen werd ik gedreven door de gedachte dat mijn geloof in God geloofwaardig moest zijn; het moest verdedigbaar en praktisch zijn. Anders was geloof gewoon niets waard.

Ik was er ook van overtuigd dat er zoiets als waarheid moest bestaan. Ik was er volledig van overtuigd dat waarheid in deze wereld moest bestaan. Ik was ervan overtuigd dat er dingen moesten zijn die waar zijn, en als er dingen waren die waar waren, dan moesten er per definitie ook dingen zijn die onwaar waren.

Ik wist niet dat het leven een verzameling van geldige (en vaak tegengestelde) observaties kon zijn. Als twee plus twee vier is, dan kan twee plus twee niet zeven, negen, vijf of welk ander getal dan ook zijn, want dan zouden getallen geen betekenis hebben. Je zou nooit kunnen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen. De wereld van de berekening zou een wereld van volslagen irrationaliteit zijn. Hetzelfde moest gelden voor het leven, redeneerde ik. Er moest een overkoepelende structuur van waarheid zijn die diende als verklarend raster van het universum.

Met deze ijver om te weten wat waar was en wat onwaar, accepteerde ik een uitdaging: “Ga terug naar het begin.” Als ik wilde begrijpen wat waar is in de catalogus van ideeën die de conversatie van de mensheid vormt, wist ik dat ik terug moest naar het punt waar wat “is” gevormd werd tot wat het werd. Die zomer pakte ik mijn Bijbel en begon ik Genesis te lezen en te bestuderen.

Met een stift in de hand bestudeerde ik de eerste drie hoofdstukken van de Bijbel. Mijn leven veranderde die zomer; nauwkeuriger gezegd, het Woord van God veranderde mijn leven die zomer! Ik was een veranderd mens, ervan overtuigd dat er weinig praktischere dingen te doen zijn als je probeert Gods weg te leven in deze gevallen wereld, dan regelmatig terug te gaan naar het begin.

In die baarmoeder waar alle dingen gevormd werden, vind je dingen van groot belang. In de schoot van de eerste drie hoofdstukken van Genesis zegt God onthullende dingen over Zichzelf, over de wereld die Hij schiep en over de mensen die Hij erin heeft geplaatst.

Dus moeten we teruggaan naar het begin om onze wereld te ontdekken; terug naar het begin om God te ontdekken; terug naar het begin om onszelf te ontdekken; en terug naar het begin om de betekenis en het doel van het leven te ontdekken.

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik hou van woorden. Ik lees en zie graag hoe auteurs woorden gebruiken en ze combineren om een ​​emotioneel, dramatisch, intellectueel of humoristisch punt te maken. Ik luister graag naar mensen. Ik hoor graag hoe ze woorden uit die schijnbaar eindeloze catalogus van de menselijke woordenschat plukken en ze in een gesprek gebruiken.

God was zorgvuldig en doelbewust met de woorden die Hij voor Zijn Woord koos; Hij wilde ervoor zorgen dat Zijn woorden de lading van Zijn boodschap overbrachten. Daarom ben ik zo weg van de eerste vier woorden van zijn boek: “In den beginne schiep God…”

Dit is de inleiding van flyer C83B – Leg het me eens uit. Zin om de hele flyer en nog veel andere te lezen? Contacteer me op info@natur-el.org en je krijgt per kerende veel meer inspirerende gedachten over Schepping en geloof.

Gods antwoord

Gods schepping blijft ons verbazen en verwonderen! Maar dat zou eigenlijk niet hoeven. Laten we nog een voorbeeld geven – dat de klimaatwetenschap vaak over het hoofd ziet :

Wanneer je in een bos of een stuk redelijk intacte natuur loopt, bevindt zich onder je voeten een verborgen wereld. Tijdens een boswandeling zie je misschien wel wat paddenstoelen – de vruchtlichamen van schimmels – maar wat je niet ziet, is het enorme ondergrondse netwerk dat de plantengemeenschap met elkaar verbindt. Deze netwerken zijn essentieel voor de gezondheid van elk ecosysteem, omdat ze de uitwisseling van voedingsstoffen (zoals fosfor en stikstof) en koolstof van en naar planten mogelijk maken. Het is een complex systeem dat we nog niet volledig doorgronden en waarbij planten en schimmels zelfs als het ware met elkaar onderhandelen. En het is grootschaliger dan we ooit hadden gedacht.

In een recente studie is een visuele kaart gemaakt van de dichtheid van deze netwerken van arbusculaire mycorrhiza-schimmels, gebaseerd op meer dan 16.000 bodemmonsters van over de hele wereld. Verrassend genoeg bleken deze netwerken het dichtst te zijn in onverstoorde graslanden, met name in graslanden op grote hoogte of in overstroomde gebieden. Deze netwerken zijn zo uitgestrekt dat, als je de schimmeldraden achter elkaar zou leggen, ze ongeveer 10% van de breedte van de Melkweg zouden beslaan; een afstand van 68 biljard km (als dat getal niet te bevatten is, komt dat doordat het dat ook niet is: “dat is bijna een miljard keer de afstand van de aarde tot de zon”!). Dat gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Doordat deze netwerken voedingsstoffen en koolstof uitwisselen met planten, “slokken ze enorme hoeveelheden koolstof op”.

Volgens een schatting nemen ze jaarlijks ongeveer 4,3 miljard ton (3,9 miljard metrieke ton) aan CO2-equivalent op; dit komt overeen met ongeveer 11% van de wereldwijde uitstoot door fossiele brandstoffen in 2021.

Dit lijkt van groot belang voor het hedendaagse debat over klimaatverandering, nietwaar? Het herinnert ons er opnieuw aan hoe complex de aarde is en hoeveel we nog niet weten (en we weten niet eens wat we allemaal niet weten!). Hoewel deze schimmels essentieel zijn voor de gezondheid van de aarde, was niet bekend hoe ze over de wereld verspreid zijn. “Dat is alsof we wel weten dat er elke dag 100 miljoen auto’s over de aarde rijden, maar geen idee hebben welk wegennet dat mogelijk maakt.”

Misschien is de reden dat klimaatvoorspellingen er steeds naast zitten wel: 1) er is zoveel dat we niet weten en dat niet in de modellen wordt meegenomen, en 2) dit klimaat is door God zo ontworpen dat het bijdraagt ​​aan de bloei van het leven!

Dit soort onderzoek is belangrijk om meer inzicht te krijgen in Gods schepping en in hoe we beter voor het land (vooral landbouwgrond) kunnen zorgen om deze vitale schimmelnetwerken te bevorderen. Maar het is ook een prachtige herinnering aan de creativiteit en wijsheid van onze God en aan de onderlinge verbondenheid die Hij in deze wereld heeft aangebracht. Het is werkelijk een meesterwerk van ontwerp.

En vergeet Gods belofte aan Noach niet: “Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden. (Genesis 8:22)

God heeft de aarde zo geschapen dat ze uiterst veerkrachtig is – zelfs in een gevallen wereld.

En we hoeven niet eens zo ver te kijken. Kijk eens hoe het lichaam verbazend veerkrachtig is. Ondanks alle misbruik houdt het jaren stand -voordat het barsten vertoont en breekt… Maar je kunt er ook voor kiezen om het met respect te behandelen en het zelfgenezingsmechanisme te ontketenen. Dat is prachtig: het wil zich altijd vernieuwen. En dat wordt één van de onderdelen van :

Het toekomstige Beloofde Land

We hebben uit de Bijbel aangetoond dat Gods oorspronkelijke belofte aan Abraham om hem “het land Kanaän” als een “eeuwige bezitting” te geven (Genesis 17:8) voornamelijk van toepassing was op dat land, gereinigd van zonde, ook “een beter land, zelfs een hemels land” genoemd (Hebreeën 11:16), dat Gods kinderen op een dag zullen beërven als hun eeuwige thuis door Jezus Christus. Petrus schreef: “Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont” (2 Petrus 3:13).

Laten we het huidige fysieke land Israël eens nader bekijken. Heeft God het Land onvoorwaardelijk aan het Joodse volk gegeven, afgezien van de vraag of zij geloof hadden en Hem gehoorzaamden? Velen denken van wel. Hun overtuiging is dat, aangezien God het land oorspronkelijk aan Abrahams zaad gaf, dit moet betekenen dat alle Joden door de geschiedenis heen – inclusief de moderne Israëli’s – een onvoorwaardelijk recht hebben op dat onroerend goed. Deze kwestie is bijzonder fragiel geworden in het licht van de mogelijke route naar Vrede. Amerikaanse politici en wereldleiders zeggen dat het land moet worden gedeeld tussen Joden en Palestijnen. Dit voorstel was bedoeld om bloedige conflicten te verminderen en de vrede te bevorderen. Maar christelijke zionisten protesteren tegen dit plan en noemen het ‘een route naar de hel’, waarbij ze beweren dat alleen joden rechten op land hebben, gebaseerd op het Oude Testament.

Wat zegt het Oude Testament werkelijk? Het antwoord zal je verbazen (en het werd geschreven door een Jood).

In Exodus 19:5 zei God tegen Israël: “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.” Dat Israël “een bijzondere schat … boven alle volkeren” was, was afhankelijk van hun gehoorzaamheid aan Gods stem.

Deuteronomium 28 is het beroemde hoofdstuk over de zegeningen en vloeken. Als Israël God gehoorzaamde, zou het gezegend worden. Als het ongehoorzaam was, zou het vervloekt zijn. Dergelijke zegeningen en vloeken waren ook van toepassing op ‘het land dat de Heer aan uw vaderen heeft gezworen u te geven’ (vs. 11). Als Israël God zou volgen, zou het volk gezegend worden in dat land, maar als ze ongehoorzaam waren, zei God: “Ook iedere ziekte en iedere plaag die niet in het boek met deze wet geschreven is, zal de HEERE over u laten komen, totdat u weggevaagd wordt… zoals de HEERE Zich over u verblijdde om u goed te doen en u talrijk te maken, dat de HEERE Zich zo over u zal verblijden om u om te brengen en weg te vagen. U zult weggerukt worden uit het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen.” (verzen 61,63). Het recht van Israël op het land was afhankelijk van haar relatie met God.

Terwijl Israël door de wildernis reisde, herhaalde God Zijn belofte om hen “het land te geven dat jullie gaan bezitten” (Deuteronomium 7:1). Gods ‘landbelofte’ was beslist van toepassing op die uit Egypte vertrekkende mensen. Maar wat is er gebeurd? Bijna allemaal stierven ze in de woestijn vanwege hun zonden. Paulus schreef later: “Ze konden niet binnengaan vanwege ongeloof” (Hebreeën 3:19). Dit bewijst dat, hoewel God het land beloofde, er geloof nodig was om de belofte te ontvangen. Geloof = land. Geen geloof = geen recht op het land, ook al had God het hun beloofd. Omdat Israël zondigde, zei God: “u zult van Mij tegenstand ondervinden.” (Numeri 14:34).

De volgende generatie – onder leiding van Jozua – had geloof en trok het land binnen. Maar naarmate de tijd verstreek, verliet de meerderheid het geloof en de gehoorzaamheid aan Gods Wet. Opnieuw waarschuwde de Heer: “Ik zal u uit dit land verdrijven” (Jeremia 16:12,13), tenzij de zaken veranderen. Uiteindelijk kwamen de legers van Babylon en ‘werd Juda als balling uit zijn eigen land weggevoerd’ (Jeremia 52:27). Vóór deze ballingschap herhaalde God krachtig de voorwaardelijke aard van Zijn beloften aan Israël. Let goed op: “Het andere ogenblik doe Ik de uitspraak over een volk en over een koninkrijk dat Ik het zal bouwen en planten. Doet het echter wat kwaad is in Mijn ogen door niet te luisteren naar Mijn stem, dan zal Ik berouw hebben over het goede waarmee Ik zei het goed te doen. Nu dan, zeg toch tegen de mannen van Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik bereid onheil tegen u, bedenk een plan tegen u. …” (Jeremia 18:9-11).

En lees dan wat Israël toen antwoordde: “Daar is geen hoop op, wij volgen immers onze eigen plannen. We doen ieder overeenkomstig zijn verharde, boosaardige hart.

Ook al deed God beloften aan Israël – zou Israël, als het kwaad deed en weigerde Zijn stem te gehoorzamen: “zou Hij (God) berouw hebben over het goede waarmee Hij zei het goed te doen.” Dit is een bewijs dat Gods beloften aan Israël voorwaardelijk waren. Dit gold ook voor de grond. Omdat Israël ongehoorzaam was, verloor het het land en werd naar Babylon gevoerd.

De Heer is ‘dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig’. Hebreeën 13:8.

Hoe is dit vandaag van toepassing op de Israëlische natie? Heeft de huidige Joodse natie nu een onvoorwaardelijk recht op dat land, omdat God het lang geleden aan haar voorouders uit de oudheid heeft gegeven?  Het is duidelijk dat Israël in het Oude Testament, toen het God ongehoorzaam was, haar recht op dat land verloor. Laten we de vraag stellen: is het moderne Israël gehoorzaam of ongehoorzaam? In het licht van het Nieuwe Testament moet dergelijke gehoorzaamheid worden beoordeeld aan de hand van Israëls’ aanvaarding of afwijzing van Gods Zoon, Jezus Christus en het beleven van Gods’ wetten zoals deze werden voorgeleefd door Jezus. 

Volgens zowel het Oude als het Nieuwe Testament heeft de moderne Joodse natie geen goddelijk, onvoorwaardelijk recht op het aardse land Kanaän. In dit licht is de kans dat de voorgelegde plannen voor vrede maar beperkt succes zullen boeken bij het bevorderen van de harmonie in de onstabiele regio. Belangrijker nog is dat de tijd snel nadert waarop “de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.”  2 Petrus 3:10,13.

De enigen – of het nu joden, Palestijnen, Russen, Europeanen, Chinezen of Amerikanen zijn – die enige hoop hebben om voor altijd in het Beloofde Land te leven, zijn degenen die zich bekeren van hun zonden, in Jezus Christus geloven en de waarheid van de Bijbel volgen.

“En als u Christus toebehoort, bent u Abrahams zaad en volgens de belofte erfgenamen.” Galaten 3:29

— toegevoegd artikel uit “De Zeven Tempels” / uitgave NaturEl

Deze digitale publicatie (uit de digitale bibliotheek van NaturEl) toont aan hoe God doorheen de tijd verschillende tempels had, waar Hij aanbeden kon worden, waar Zijn wegen werden geleerd – en waar, indien nodig vergeving en redding kon worden verkregen. Wij verwachten niet de bouw van de derde tempel – maar de oprichting van Gods hemelse en blijvende heiligdom – waar de oorspronkelijke plannen van God zich zullen openbaren.