Ik zat tegenover Ben aan de eettafel, een briljante leraar in het christelijk geloof. Hij had zijn baan op het spel gezet vanwege een gewetenskwestie en was ontslagen. Hij vroeg God om hem te helpen een andere baan te vinden in zijn vakgebied, vol vertrouwen in Zijn hulp. Hoewel hij zijn CV door het hele land had verstuurd, kwam er niets van terecht. Maand na maand had hij gebeden en gewacht, zonder antwoord. Nu vertelde hij dat hij op het punt stond een baan aan te nemen die zijn geloof in gevaar zou kunnen brengen. Ik zal zijn woorden nooit vergeten: “Als God mijn Vader is, zoals ik altijd heb geloofd, waarom heeft Hij me dan niet verhoord? Zo zou ik mijn kinderen nooit behandelen. Ik weet niet meer zeker of God bestaat.”
David getuigde dat onbeantwoorde gebeden voor hem net zo traumatisch waren als de dood van een goede vriend of familielid (Psalm 35:13, 14). Onbeantwoorde gebeden zijn verwoestend vanwege de hoge verwachtingen die de Bijbelse beloften met zich meebrengen. Jezus zei: “Wat u ook in gebed vraagt, geloof dat u het ontvangen hebt, en het zal u gegeven worden” (Marcus 11:24). Hoewel andere Bijbelpassages voorwaarden stellen aan ogenschijnlijk blanco cheques zoals deze, worden we over het algemeen aangemoedigd om gebedsverhoring te verwachten.
Niet langer een geheim
Onbeantwoorde gebeden zijn misschien een goed bewaard geheim binnen de kerk, maar in de Bijbel zijn ze dat niet. Het grootste deel van het boek Job is het verhaal van onbeantwoorde gebeden om Gods ingrijpen (Job 30:20-23). Paulus bad driemaal om verlichting van een ernstige kwaal, maar God nam die nooit weg (2 Korintiërs 12:7-9). In Psalm 88 stort Heman de Ezrachiet zijn verbijstering uit bij God over zijn onbeantwoorde gebeden. Hij leed blijkbaar al sinds zijn kindertijd aan een kwaal die hem tot een buitenstaander maakte. Omdat hij geleerd had te geloven in gebed, smeekte hij God om genezing, maar de verlossing bleef uit. Heman vroeg: “O HEER, waarom verstoot U mij?” (vers 14).
En Psalm 91 belooft: “Als u de Allerhoogste tot uw woonplaats maakt, ja, de HEER, die mijn toevlucht is, dan zal u geen kwaad overkomen, geen ramp zal uw tent naderen” (verzen 9, 10). Maar Hebreeën 11 spreekt over een groep die God tot hun toevlucht maakte, en toch werden sommigen ‘gestenigd, … in tweeën gezaagd, … met het zwaard gedood; … en al dezen, hoewel hun geloof getuigde, ontvingen niet wat beloofd was’ (verzen 35-40).
Dat brengt ons bij de vraag: waarom verkrijgen de enen het gevraagde en de anderen niet? Is het geloof, de manier waarop we bidden, zit er iets in de weg die God verhindert het toe te staan? Dat is wat we verder uitspitten in de flyer C252 – Onbeantwoorde gebeden en waar ik veel dieper op in wil gaan in een prediking aanstaande zaterdag.




