over de schoonheid van natuurlijk leven – de Veg*Art-tentoonstelling op 1 en 3 mei
Alles begon in 1971. Op mijn 15e waren mijn schoolprestaties zo slecht dat mijn ouders er niets beter op vonden om me naar Sint Lukas te sturen voor de kunsthumaniora. Ik had tot dan toe niets behoorlijk getekend. Het was niet mijn talent. Maar bij de aanmelding werd gevraagd om drie werken mee te brengen. Daar moest ik een tandje voor bijsteken en de hele vakantie was ik bezig geweest om iets te fabriceren, maar ik kon gewoon niet bedenken wat. In die eerste drie jaren hadden we acht uur per week vormgeving en amper twee uur schetsen en tekenen.
Drie jaar later kreeg ik die drie “schilderijtjes” terug en onze leraar vormgeving kondigde die teruggave aan als “De Wever, dit ga je zeker al die tijd gemist hebben”… Ik kon in de grond zinken van schaamte en verborg ze zorgvuldig voor mijn klasgenoten.
Ik kijk nu terug – meer dan 50 jaar later – en bedank mijn ouders voor wat ik een bijna “goddelijke ingeving” noem. Hoe anders had het geweest, als ik op andere wegen was terechtgekomen?
Hoewel ik tussen 1985 en 2015 weinig heb getekend of geschilderd, is die opleiding toch altijd – iedere dag – mijn denken en doen blijven domineren. Er waren daar ook schaduwzijden aan, want stevig drinken was ook een kwaliteit die ter plaatse gewaardeerd werd. En ook dat heeft iedere latere dag getekend –onder andere ook omdat ik er actie tegen voerde.
In de twee volgende jaren was er de lerarenopleiding waar meer getekend en geschilderd werd. Ik herinner me een zelfportret, een impressie van het hart en een schilderij van een viool en een stilleven… Hier begon kleur een belangrijke rol te spelen.
In de loop der jaren exploreerde ik tal van technieken, en tussen 1975 en 1990 was dat vooral pentekeningen. Ik was daar geweldig bedreven in en kijk terug op enkele prachtige werken die ik later op litho’s hertekende. Maar in 1982 viel het relatief stil met de oprichting van Groene Dag waar ik echt iedere minuut voor gebruikte. De eerste jaren verscheen het tijdschrift in verschillende vormen en in functie daarvan werd er nog heel wat getekend. Op de tentoonstelling kan je hier nog tientallen voorbeelden van zien. We hebben zelfs twee jaar NatuurStemmingen uitgegeven op A2-formaat met op de binnenpagina een grote seizoenstekening met een verjaardagskalender onder een kop van voorjaarskruiden, een poster over fruit, groenten, kruiden, en impressies van het natuurlijke leven. Maar nadien deinde de behoefte aan tekeningen en illustraties weg, maar bleef het idee: “ooit zal ik er weer de tijd voor hebben en neem ik de draad weer op”.
Toen we in 2016 wat vaker in Spanje waren en we geïnstalleerd waren, was het wachten op bezoekers. Ik had toen de schilderkist van mijn vader meegenomen, waar nog tubes olieverf in zaten uit 1938. Omdat ik vond dat het nu hoog tijd werd dat die nu eindelijk gebruikt werden, schilderde ik hiermee “In den beginne” over de oneindige ruimte waar God woont in Zijn ontoegankelijk licht. Ik noemde het “In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God en het woonde in een ontoegankelijk licht”. Dan volgden impressies van het plantenleven, waarin de concepten die ik eerder had toegepast in de pentekeningen werden toegepast in kleur. Daarna rijpte de gedachte om een impressie te maken van het scheppingsverhaal in verschillende etappes. Dat begon goed met de eerste scheppingsdagen en het beloofde een expositie op zich te worden, maar na de vogels en de vissen raakte ik niet meer verder, of ik zou een radicale stijlbreuk moeten maken met alles wat ik eerder had gemaakt, om ook de schepping van de dieren en de mens weer te geven.
Dat viel ook een beetje samen met onze plannen om ons Spanje-verhaal te beëindigen. Veel andere bezigheden maakten een einde aan het schilderen. Riet had trouwens al meermaals opgemerkt, wat voor zin het had om dit allemaal te maken en het op zolder op te stapelen… Ik had trouwens nog zoveel anders te doen met de tuin, de NaturEl-modules en flyerprojecten die vanaf 2020 begonnen te groeien, was er niet echt nog een bijkomende “hobby” nodig om me in uit te leven…
Er waren natuurlijk uitzonderingen: in 2021 rijpte het vuurtoren-schilderij om de donkerte, de onzekerheid van de tijd en het leven als mens op aarde weer te geven, wetend dat er altijd een Licht is om je op te oriënteren. Die Rots – Die vaste grond, dat Licht, die zekerheid, die Gids – altijd betrouwbaar en onwankelbaar, ook als de stormen tekeer gaan.
Tijdens de afwezigheid van Riet in 2024 was er voldoende tijd om een breed fruit-stilleven te maken, om de schoonheid van puur natuurlijke goedheid voor te stellen als de enorme gave van de Alwijze die niet alleen schiep maar ook voorzag. Maar het waren telkens kleine eenmalige projecten om te vermijden dat het helemaal dood en begraven zou zijn. Maar de uitdaging was altijd dichtbij. Duizenden keren een blik op een of ander schilderij – een gebrek, een misplaatste veeg verf, hoe zou ik het anders moeten doen? Elke keer als ik de schuiven open trok met die tubes verf dacht ik “moeten die daar weer 80 jaar wachten tot wanneer een verre nazaat ze zal uitsmeren en er een heerlijke creatie mee maken?
Ik had trouwens al die keren met olieverf gewerkt en nooit met acryl en ik besloot een set met acrylverf aan te schaffen “om met de kleinkinderen te gebruiken”. Toen zomer 2025 Josiah, Noah en Rosie hier waren, leverde het alvast een interessante namiddag op – alleen was mijn werk alles behalve bevredigend. Het frustreerde me dat ik er niet in geslaagd was iets beter te maken in het bijzijn van de kleinkinderen. Lag dat aan het materiaal, aan mijn aanpak of aan mezelf… dat moest ik zeker nog eens onderzoeken. En dat gebeurde vanaf september.
Ik had nooit durven denken toen ik in september 2025 enkele kleine schilderijtjes maakte, dat het zo uit de hand zou lopen, maar het was niet tegen te houden. Het begon met enkele mini stilleventjes die ik met gemengd succes wist af te werken. maar al spoedig begon ik me uit te leven in individuele fruit- en groentesoorten. Na enkele maanden begon ik er een modulair systeem van te maken, waardoor de formaten toelieten om er composities mee te maken.
Zes maanden na het begin, begon ik nieuwe technieken toe te passen, zodat ook de achtergronden een verhaal begonnen te vertellen. Omdat ik me voor dit project toelegde op fruit en groenten, vond ik de naam Veg*Art helemaal gepast. Na 45 jaar op alle manieren geprobeerd te hebben om het hart van de mensen warm te maken voor dat heerlijk voedingsproject dat zeer kort maar duidelijk beschreven staat in Genesis 1:29, zag ik dit als een kans om die hoopvolle boodschap die een antwoord geeft op de vraag van zovelen, waarom lijden, ziekte, pijn, terwijl veel daarvan kon worden vermeden, te brengen op een compleet andere manier.
Zeg ik het verkeerd, als het naast de schoonheidservaring – ondanks de ruwe kantjes – ook een aanmoediging mag zijn om het niet alleen te bekijken, maar dat het een voortdurende en dankbare herinnering mag zijn aan de vele zegeningen die ons dagelijks te beurt vallen, als we dat “levende voedsel” uit een oneindige kringloop van voorzienigheid kunnen genieten.
Liefde voor de natuur – tot op je bord werd weergegeven op 101 manieren (jawel, het zijn minstens zoveel schilderijtjes), vertaald in composities die de schoonheid van fruit, groenten, natuurlijke gezondheid… weergeven zoals je ze zelden hebt gezien.
Op 1 en 3 mei stellen we dit recente werk van Stefaan de Wever tentoon, samen met andere schilderijen en tekeningen. En u wordt daarvoor uitgenodigd…
Maak kennis met Veg-art tijdens dit open atelier ten huize van Stefaan en Riet waar je tegelijk wordt uitgenodigd om te kijken – en te doen. Want voor wie wil, volgen er ook schildersessies waar je je eigen creatie kunt tot stand brengen.
Hopelijk valt het in de ‘smaak’ en helpt het om de liefde voor het paradijselijke voedsel te boosten.

