De doden weten niets

Wanneer we in de Bijbel Job 3:11-13; Psalm 115:17; Psalm 146:4; en Prediker 9:5, Prediker 9:10 lezen, is er iets dat we kunnen leren uit deze passages over de toestand van de mens bij de dood.

Sommige bijbelcommentatoren beweren dat deze passages (Job 3:11-13; Psalm 115:17; Psalm 146:4; Prediker 9:5, Prediker 9:10), geschreven in poëtische taal, niet kunnen worden gebruikt om de toestand van de mens in de dood te definiëren. Het is waar dat poëzie soms dubbelzinnig kan zijn en gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden, maar dit is niet het geval bij deze verzen. Hun taal is duidelijk en hun concepten zijn in volledige harmonie met de andere oudtestamentische leringen over dit onderwerp.

Ten eerste, in Job hoofdstuk 3, betreurt de patriarch zijn eigen geboorte vanwege al het lijden. (Wie heeft er niet gewenst dat hij of zij nooit geboren was op de meer nare momenten?) Hij erkent dat als hij bij zijn geboorte was gestorven, hij zou blijven slapen en rusten (Job 3:11, Job 3:13 ).

Psalm 115 definieert de plaats waar de doden worden bewaard als een plaats van stilte, omdat “de doden de HERE niet prijzen” (Psalm 115:17). Dit klinkt in het geheel niet alsof de doden, de getrouwe (en dankbare) doden “in de hemel God aanbidden”.

Volgens Psalm hoofdstuk 146 houden de mentale activiteiten van het individu op met de dood: „Zijn geest vertrekt, hij keert terug naar de aarde; op diezelfde dag vergaan zijn plannen” (Psalm 146:4). Dit is een perfecte bijbelse weergave van wat er gebeurt bij de dood.

En Prediker hoofdstuk 9 voegt eraan toe dat “de doden niets weten” en in het graf “is geen werk of plan of kennis of wijsheid” (Prediker 9:5, Prediker 9:10, NKJV). Deze uitspraken bevestigen de bijbelse leer dat de doden onbewust zijn.

De bijbelse leer van bewusteloosheid bij de dood zou bij christenen geen paniek moeten veroorzaken. Allereerst is er geen eeuwigdurende brandende hel of tijdelijk vagevuur dat wacht op degenen die ongered sterven. Ten tweede wacht er een verbazingwekkende beloning op degenen die in Christus sterven. Geen wonder dat “voor de gelovige de dood een kleine zaak is. … Voor de christen is de dood slechts een slaap, een moment van stilte en duisternis. Het leven is met Christus verborgen in God, en ‘wanneer Christus, die ons leven is, zal verschijnen, dan zult u ook met Hem verschijnen in heerlijkheid’. Johannes 8:51-52; Kolossenzen 3:4.” — Ellen G. White, The Desire of Ages, p. 787.

Denk aan de doden in Christus. Ze sluiten hun ogen in de dood en, of ze nu 1500 jaar of 5 maanden in het graf zijn, het is allemaal hetzelfde voor hen. Het volgende dat ze weten is de wederkomst van Christus. Hoe kan iemand dan beweren dat de doden het in zekere zin beter hebben dan wij, de levenden?

Er is veel te zeggen over de toestand van de doden. Weinig mensen schijnen tevreden te zijn met de eenvoudige maar toch troostende informatie uit de Bijbel. Dat zet veel deuren open van de tegenstander. Een goed begrip over wat er gebeurt als iemand sterft, wordt door Joe Crews op basis van puur bijbelse teksten beschreven in deze pdf.

Aanvragen

1 Thessalonicenzen 4:16, “want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, neerdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.”

Het is bij de bazuin van de Heer, wanneer Jezus neerdaalt uit de hemel. Dat is wanneer de tot leven gewekte doden in een verheerlijkt lichaam ten hemel opstijgen.

Johannes 5:28, 29: ‘Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.’

Het is interessant dat in de tijd van Christus de Sadduceeën en de Farizeeën, de twee belangrijkste stromingen van het jodendom, tegengestelde opvattingen hadden over de toestand van de doden en de opstanding. Het feit dat beide in wezen dezelfde geschiedenis hebben, de Thora als basis van hun religie hebben, geeft aan dat de toestand van de doden in het Oude Testament niet zo duidelijk accepteren als we soms graag willen geloven. Het is duidelijk dat ook toen mensen voorkeursteksten achterna liepen en andere opzij zetten. Begrijp me niet verkeerd. Het idee van opstanding is er, maar het wordt overgelaten aan de lens van het Nieuwe Testament om het te verduidelijken.

Het verschil in visie tussen Farizeeërs/Sadduceeërs roept de vraag op hoe we degenen die niet geloven zoals wij, overtuigen van de toestand van de doden. Is het belangrijk? Ik ben blij om tekstueel bewijs te leveren voor mijn overtuiging over de toestand van de doden, maar uiteindelijk zullen de meeste luisteraars /lezers geloven wat ze altijd hebben geloofd. Mensen ertoe brengen hun overtuiging te veranderen is een beetje ingewikkelder dan het presenteren van een onweerlegbaar logisch bijbels argument. Zelfs als Gods Geest daartoe dringt, is het nog altijd de mens die beslist.

Het beste argument dat we hebben is dat het christendom veel meer is dan alleen maar eeuwig leven. Redding gaat over nu leven. Ik word er nogmaals aan herinnerd dat toen Jezus de gelijkenissen van het koninkrijk vertelde, hij sprak over het koninkrijk van de hemel in het heden, niet in de toekomst. Als we een stevige greep hebben op wat redding nu betekent, biedt het een referentiepunt voor onze hoop op de opstanding.

Laat God tot jou spreken

GODS WOORD ZEGT dat Hij de bron is van elke behoefte en elke zegen, zowel materieel als geestelijk.

Efeziërs 1:3 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.

Filippenzen 4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

Jakobus 1:17 Elk goed gegeven en elk volmaakt geschenk komt van boven en komt van de Vader van het licht, bij wie er geen variatie of verschuivende schaduw is.

GODS WOORD ZEGT dat Hij plannen heeft gemaakt voor ons leven, nu en in het hiernamaals.

Deuteronomium 29:10-13 Allen staat gij heden voor het aangezicht van de Here, uw God: uw aanvoerders, uw stamhoofden, uw oudsten en uw opzieners, alle mannen van Israel; Uw kinderen, uw vrouwen en de vreemdelingen in uw legerplaats, zelfs uw houthakkers en waterputters, Om toe te treden tot het verbond van de Here, uw God, tot dit met een vervloeking bekrachtigd verdrag, dat de Here, uw God, heden met u sluit, Opdat Hij u heden als zijn volk bevestige en u tot een God zij, zoals Hij u toegezegd heeft, en uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft.

GODS WOORD ZEGT Hij wil een persoonlijke relatie met jou en mij. Hij heeft voorzieningen getroffen zodat we in gebed tot Hem kunnen spreken. Hij spreekt ook tot ons door Zijn Woord. We kunnen barmhartigheid en genade ontvangen en die op onze beurt delen met anderen, en we kunnen Hem toejuichen in lofprijzing en aanbidding.

2 Kronieken 7:14En mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.

Hebreeën 4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd

GODS WOORD ZEGT dat Hij wil dat we Hem zelf ervaren en ontdekken dat Hij echt is, en dat Hij goed, vriendelijk, barmhartig en liefdevol is.

Psalm 34:8 Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt.

Psalm 73:25 Wie heb ik in de hemel dan U? en behalve U verlang ik niets op aarde.

Perfecte Antwoorden

Perfecte Antwoorden op de grote vragen van het leven

Wat is de waarheid? Deze vraag heeft de mensheid door de eeuwen heen uitgedaagd. Het verbaasde Pilatus zelfs toen de belichaming van de waarheid recht voor Hem stond, maar hij liet de gelegenheid om dé waarheid te kennen aan zich voorbijgaan. In het Romeinse denken was er niet zoiets als dé waarheid, maar kon je beter spreken van ieder zijn waarheid. Dat laat verstaan waarom er zo’n babylonische spraakverwarring is over ongeveer alle zaken van het leven, ook op het vlak van geloof en religie. Het aantal verschillende doctrines en geloofsovertuigingen in onze wereld van vandaag kan ons er alleen maar van overtuigen dat we niet erg goed zijn geweest in het vinden van antwoorden op deze uiterst belangrijke vraag naar wat de waarheid is? Of maakten we een bocht, wanneer we net als Pilatus oog in oog stonden met de waarheid. En maakte onze trots toen een bocht, omdat we niet bereid waren om onze geleerdheid en positie op te geven voor de nederige Man van Nazareth? 

God heeft ons een onfeilbare en onbetwistbare bron van waarheid gegeven: Zijn Woord. Wanneer we in de war zijn, zet het ons weer op het pad, wanneer we ontmoedigd zijn, tilt het ons op, wanneer we twijfelen, herstelt het ons vertrouwen, wanneer we antwoorden nodig hebben op de grote vragen van het leven, heeft het die allemaal.

De vragen die door alle mensen worden gesteld, over hun oorsprong en bestemming, de zin van hun leven en de levensweg, worden allemaal beantwoord in het Heilige Boek, en deze antwoorden zijn samengevat in de komende serie nieuwsbrieven. Je mag je absolute vertrouwen stellen in Gods Woord – want het is de grote en volmaakt nauwkeurige gids naar Diegene die de weg, de waarheid en het leven is. (Johannes 14:6)

“De waarheid is in Jezus.” (Efeziërs 4:21)

Moge God heel dicht bij je zijn, en Zijn Geest jou de weg tonen, terwijl je dieper en dieper graaft in de wonderen van Zijn onfeilbare Woord.

GODS WOORD ZEGT dat Hij de ultieme Definitie, Personificatie en Gever van liefde is.

1 Johannes 4:7-8 : Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

GODS WOORD ZEGT dat God zoveel van de hele wereld hield dat Hij zijn enige Zoon gaf om te sterven zodat wij voor altijd kunnen leven.

Johannes 3:16 Want God had de wereld zo lief, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

GODS WOORD ZEGT dat Hij onvoorwaardelijk van ons houdt. Hij houdt niet van ons omdat Jezus voor ons stierf. Jezus stierf voor ons omdat Hij en de Vader ons eerst liefhadden.

Johannes 16:26-27 Te dien dage zult gij in mijn naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan.

GODS WOORD ZEGT dat Jezus naar de aarde kwam in de gedaante van een mens om ons te laten zien hoe de Vader is. Zoals Jezus was, zo is de Vader.

Johannes 14:8-9 Filippus zei tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

GODS WOORD ZEGT dat Hij eeuwig is en het leven in Zichzelf heeft, wat betekent dat Hij op zichzelf bestaat en leven bezit dat ” hij niet moet van iemand ontvangen”, maar dat het leven in Hem en door Hem is.

Psalm 90:2 Eer de bergen geboren waren, en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.

Jesaja 44:6 Zo zegt de Here, de Koning en Verlosser van Israel, de Here der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God.

Jesaja 43:10 Gij zijt, luidt het woord des Heren, mijn getuigen, en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn

Lees ook Jesaja 57:15, Jesaja 40:28, Genesis 21:33 en Deuteronomium 33:27.

Een Bijbel vol krachtige beloftes

Een van de lezers stelde de vraag “Wat ik denk van gedachtenversterkers – kleine passages uit Gods woord die we in onze geest kunnen prenten als vaste ankers om in moeilijke momenten aan vast te klampen”? Ze vroeg ook “Wat is de grootste getuigenistekst die een impact heeft gehad op mijn leven?”

Er zijn veel teksten in de Bijbel die me aanspreken en ik wil niet vervallen in favoritisme. Ieder woord uit de Bijbel is waard om bestudeerd te worden, maar ik heb voor mezelf een lijstje gemaakt met een 50tal teksten die me tot steun en opwekking zijn.

Wanneer ik ’s morgen opsta – zelfs wanneer ik nog in bed lig – bedenk ik “Dit is de dag die de Heer ons geeft, wees daarom blij en zing verheugd.” (Psalm 118:24). Ik maak het persoonlijk door te zeggen “Ik zal juichen en mij daarover verheugen.” Ik ben blij en dankbaar voor het leven. Ik dank God voor alle zegeningen. God is mijn kracht en mijn sterkte. Op Hem vertrouw ik.

Enkele maanden geleden werd op onze samenkomsten gestart met een experiment. Er werd aan iedereen een kaartje gegeven met “Psalm 16:8-9”.

We werden aangespoord om de tekst op te zoeken, deze te schrijven op het kaartje en hierover elke dag meermaals na te denken.

Steeds houd ik de HEER voor ogen,

met hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,

mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

Psalm 16:8-9

Toen ik daar begon over na de denken was mijn conclusie: “Als we daarin slagen om de Heer voortdurend voor ogen te houden, is er geen plaats voor angst, depressie, ongeluk… alleen voor zekerheid, rust, sereniteit, gezondheid en geluk. Ik dacht erover na hoe gemakkelijk het is om de schouders te laten hangen, om te morren… Maar van hoe hoog Hij ook kwam, en hoe hard de laatste stappen ook waren. Jezus ging verder. Voor ons. Als Iemand reden had voor teleurstelling, is het God wel… en ondanks dat houdt Hij niet op ons zijn liefde te bewijzen

Natuurlijk maakt het altijd een verschil tegen wie je getuigenis geeft. Jeremia 29 de verzen 11 tot 13, of in ieder geval alleen 13, waarin staat: “Je zult naar Mij zoeken en je zult Mij vinden, als je naar Mij zoekt met heel je hart.” Tegelijk denk ik en bid ik: Mochten velen U zoeken Heer.

Als mensen willen weten dat God echt is, moeten ze een beetje investeren in het zoeken naar Hem. Iedereen wil gewild zijn en God zegt: “Vraag, zoek, klop.” Als we ons inspannen om Hem te zoeken, wil Hij Zich aan ons openbaren. Dus met sommige mensen zou ik daar beginnen; met andere mensen zou ik gewoon kunnen zeggen: “De Bijbel zegt dat God van je houdt”, en: “God is liefde.”

Het varieert met de staat waarin een persoon zich bevindt. Ik hoorde een interessant verhaal dat Spurgeon, de grote prediker, een gehoorzaal binnenging waar hij op een dag zou spreken. Hij ging vroeg naar binnen om de akoestiek te testen omdat ze toen nog geen geluidsversterking hadden. Hij proclameerde luid Johannes 3:16. Hij zei het gewoon heel hard en later die dag kwam er iemand naar voren en zei: “Ik wilde je bedanken voor je woorden die je vanmorgen sprak.” En hij zei: “Vanmorgen? Ik heb vanmorgen niet gepredikt.” Hij zei: “Nou, toen je binnenkwam om de akoestiek te testen, was ik achterin aan het schoonmaken. Je zei Johannes 3:16 en ik knielde neer en gaf mijn hart aan de Heer.”

Alleen dat ene vers is wat die man moest horen. Het is dus moeilijk om precies te zeggen wat het perfecte vers voor elke persoon is. Daarom staan ​​er meerdere in de Bijbel.

Ik denk dat, afhankelijk van verschillende situaties, een van mijn favorieten – is waar we de belofte hebben: “Als we onze zonden belijden, is Hij getrouw en rechtvaardig om ons te vergeven en om ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” Soms hebben mensen hoop nodig, en als je die passage uit de Schrift met hen deelt, 1 Johannes 1, vers 9, dat geeft mensen moed en hoop.

Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,

en uw wegen zijn niet Mijn wegen,

spreekt de HEERE.

Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,

zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen

en Mijn gedachten dan uw gedachten.

Jesaja 55:8-9

Geneest God ook vandaag

Wat doet God? Hoe werkt God? Beschermt Hij? Of laat Hij je in de steek? Geneest Hij of geeft Hij je over aan ziekte? Dat deed me denken aan de prediking van Maurice Pollin “Authentiek bijbels geloof”. (Je kunt het als pdf aanvragen bij Natur-El). Ook in “Waarom Christenen Ziek Worden” stelde Georges Malkmus de vraag waarom God niets doet aan de ziekte van zijn getrouwen. En in “God Geneest – ook u?” weet Ralph Rasschig heel zeker dat God ook vandaag nog geneest en dat zijn  natuurwetten onveranderd dezelfde zijn.

De uitspraak van de apostel Paulus in 2 Tim. 4:20: “Trophimus heb ik ziek in Miletum achtergelaten”, is suggestief. De grote apostel van de heidenen, die begiftigd was met de gave van genezing, en die er zo velen had genezen, liet zijn vriend ziek achter.

Een lezer stelde ons de vraag : “Waarom liet Paulus Trofimus, 7 jaar lang Paulus’ metgezel, ziek achter en genas hem niet? Als de apostel Paulus nog steeds de kracht had om te genezen, waarom zou hij dan een vriend en metgezel ziek achterlaten?”

Toen hij op het eiland Melita was, genas hij de schoonvader van Publius, de hoofdman van het eiland; maar hier zien we dat hij Trofimus ziek moet achterlaten in Miletum.

In Zijn handelingen weet God wat voor zijn Zijn kinderen het beste is. De Vader vindt het soms nodig Zijn hand uit te steken in heilzame discipline.

Het is vaak goed, heel heilzaam, heel noodzakelijk, om in de toestand van Trophimus te Miletum te worden achtergelaten. Onze natuur houdt er niet van, maar we kunnen er zeker van zijn dat het helend is. Trofimus had een les te leren op een ziekbed in Miletum die hij nergens anders kon leren, zelfs niet als Paulus’ reisgenoot. De eenzaamheid, de uitputting, de hulpeloosheid van een ziekbed zijn vaak het voordeligst voor de ziel. De Geest van God maakt gebruik van zulke dingen om ons de meest heiligende lessen te leren. Heel vaak gebeurt het dat een tijd van lichamelijke ziekte de tijd wordt van evaluatie en zelfbeoordeling in de aanwezigheid van God.

Het is leerzaam om de positie van Trofimus, in Handelingen 21:29, te spiegelen aan zijn positie in 2 Tim. 4:20. In het eerste zien we hem in de straten van Jeruzalem in gezelschap van Paulus; in het laatste zien we hem in de eenzaamheid van een ziekenkamer in Miletum. 

Het was zijn aanwezigheid bij Paulus die de bittere vooroordelen van de Joden wekte, die zich verbeeldden dat Paulus hem naar de tempel had gebracht.

Een Jood en een Efeziër in elkaars gezelschap, waren volkomen in overeenstemming met het evangelie van Paulus, maar niet met de Joodse gedachte. In Efeze hadden Paulus en Trofimus in gezelschap gelopen zonder argwaan op te wekken; niet zo in Jeruzalem. Dat een Jood en een heiden samen in Jeruzalem werden gezien, werd beschouwd als een openlijke belediging van de Joodse waardigheid; het was het neergooien van de scheidingsmuur en vrijmoedig de oude paden met de voeten treden.

Hier waren de Joden niet op voorbereid. Ze staarden naar die twee met een oog van donkere achterdocht, en het vreemde gezelschap wakkerde die vlam aan die met heftigheid uitbarstte. Die straten waren klaarblijkelijk niet Paulus’ aangewezen werkterrein. “Ver van hier tot de heidenen” was het woord van de Meester. Maar Paulus zou naar Jeruzalem gaan, en als hij daar was, zou hij nooit kunnen weigeren om in gezelschap van een Efeziër te wandelen. Daar was hij te eerlijk voor. Hij kon niet, zoals de arme Petrus, afstand nemen van zijn heidense broer uit angst voor de Joden.

Maar de ceremonies van de tempel en het gezelschap van Trofimus konden nooit met elkaar worden verzoend. Als de instellingen van de tempel geëerd en onderhouden moesten worden, waarom dan dit gezelschap met een onbesneden vreemdeling? Als Paulus en Trofimus beiden als medeburgers van het hemelse Jeruzalem waren ingeschreven, waarom dan op enige wijze het oude samenstel van dingen erkennen?

Op het ziekbed valt het gordijn voor Trofimus neer. Hier kan hij terugkijken op het verleden. Ook hier zou hij de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Hij kon niet langer door Azië reizen, noch de straten van Jeruzalem betreden in gezelschap van de meest toegewijde mensen. Hij was invalide in Miletum, en Paulus was een gevangene in Rome; maar beiden konden met onbevangen oog omhoog kijken naar die heldere en gezegende wereld waarboven ze zich beiden haastten.

Als we van Handelingen (toen de kerk nog in haar kinderschoenen stond en zelfs enkele joodse rituelen werden nog uitgevoerd) naar de brief-periode gaan, beginnen we te zien dat wonderbaarlijke genezingen minder vaak voorkomen. Tegen het einde van de apostolische periode lijken christelijke leiders die in buitenbijbelse documenten schrijven over het algemeen te geloven dat de tijd voor wonderen zoals deze voorbij was.

Met wonderbaarlijk bedoel ik genezingen die onmiddellijk plaatsvinden en duidelijk de natuurwetten schenden, zoals het genezen van een blinde of het opwekken van doden. Deze vorm van genezing werd aan de 12 discipelen (en blijkbaar ook aan Paulus) verleend als teken dat hun boodschap van God kwam. Blijkbaar hebben sommige kerkleiders deze gave ook gehad in de Vroege Kerk: genezer was een ambt in de Vroege Kerk. De kracht van de genezing kwam steeds van God zelf.

Maar toen de kerk op eigen benen stond en de doctrine werd gevestigd, koos God (en kiest vandaag) ervoor om gewoonlijk te werken met voorzienige middelen: levenswijze, voeding, gebed, rust, kruiden en hulpmiddelen, meditatie, stilte, en het natuurlijke genezende vermogen van het lichaam. Op geen enkele manier is dit minder Gods werk dan het eerste. Net als de zegen van regen, is onze vooruitgang in kennis het bewijs dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen liefheeft, hoewel natuurlijke genezing minder sensationeel is.

Zoals alle valse doctrines, leidt het idee dat elke christen op wonderbaarlijke wijze lichamelijk genezen zou moeten worden tot ernstige emotionele/spirituele gevolgen. Leugens, zelfs vrome, zijn geen onschuldige dingen. De valse leer van onmiddellijke lichamelijke genezing voor iedereen brengt velen ertoe anderen te veroordelen of te wanhopen vanwege hun ‘gebrek aan geloof’. Het zorgt ervoor dat sommigen hun kinderen niet de zorg geven die ze nodig hebben, en de wereld is verontwaardigd als kinderen sterven. Soms, wanneer een geliefde sterft of de persoon zelf niet wordt genezen, kan de persoon zo gedesillusioneerd raken dat God “zijn beloften niet nakomt” dat hij het geloof volledig verlaat.

God geneest WEL, maar het is volgens Zijn Wil, niet de onze. (Op dezelfde manier waarop God ervoor koos om de apostelen soms uit de gevangenis vrij te laten, maar uiteindelijk toestond dat de meesten van hen werden gemarteld.) God treedt niet op commando op, NOCH heeft Hij een speciaal podium nodig met sfeermuziek, weinig licht, training in oosterse mystieke technieken en zorgvuldige stemcadans om een ​​gevoel van euforie of een tijdelijke “genezing” van hoofdpijn of artritis op te wekken. De wonderen van Jezus en de apostelen waren openlijk en concreet.

De waarheid is dat onze Vader een plan voor ons heeft, zelfs bij ziekte of overlijden. De ziekten, handicaps en zelfs sterfgevallen van veel christenen hebben geleid tot hymnes, boeken, toespraken, films, en zijn een grote getuige van de wereld geweest omdat ze begrepen wat het was om te lijden en nog steeds op God te vertrouwen. Zelfs Paulus had blijkbaar last van oogproblemen als een manier om hem nederig te houden nadat hij ongelooflijke openbaringen had gekregen.

Om eerlijk te zijn, zal ik zeggen dat er enkele verzen in het Nieuwe Testament zijn (Jakobus 5) die moeilijk uit te leggen zijn en die onmiddellijke genezing lijken te beloven aan iedereen die een bepaald ritueel volgt. Toch weten we uit ervaring dat deze passage niet altijd werkt zoals sommigen hebben geloofd, en het kan zijn dat we de bewoordingen of de context waarin deze instructies werden gegeven, verkeerd interpreteren.

Paulus was niet ongevoelig voor de behoeften van zijn vriend. God had misschien gewoon andere plannen.

Er zijn veel soorten genezing – emotioneel, fysiek, maar vooral geestelijk (Ezech. 34:4, Psalm 107:20, Psalm 34:17-20, Psalm 147:3, Johannes 14:27, 1 Petr. 2:24, enz. ). Hoewel we weten dat God genezing biedt, is het niet altijd op de manier die we persoonlijk verwachten. Dit komt omdat lichamelijke genezing voornamelijk een teken en getuigenis is van Gods heerlijkheid en waarachtigheid. Het is ook een zegen en een genade. Emotionele genezing is belangrijk voor eenheid in de kerk, en geestelijke genezing is belangrijk voor een juiste wandel met God.

God heeft Paulus’ doorn in het vlees nooit verwijderd (2 Kor 12:1-10). Maar Jezus, Paulus en de discipelen genazen de zieken die ze tegenkwamen (Matt 19:2, Lucas 22:51, Lucas 6:18, Marcus 1:34, Matt 12:15, Matt 14:14, Handelingen 8:7 , Marcus 6:13, enz.) Uit de verslagen blijkt dat de meeste zieken vertrouwden op Jezus’ kracht om te genezen (ook al hadden velen persoonlijk nog geen geloof in Jezus als Messias). Deze genezingen waren het bewijs dat Jezus was wie Hij beweerde te zijn.

Gelovigen geloven echter al dat Jezus is wie Hij beweert, en we weten dat het fysieke tijdelijk is in vergelijking met het eeuwige.

Soms is het de fysieke beproeving waar we doorheen gaan en waar we graag uit willen komen, die de emotionele of spirituele genezing zal brengen die we nodig hebben. (1 Petr 5:10, Psalm 23:3, Psalm 34:19, Heb 12:1-3, enz.). Lichamelijke beproevingen, vervolgingen en lijden brengen ons dichter bij God en zijn een getuigenis voor anderen. Soms krijgen we in dit leven misschien geen lichamelijke genezing, maar we weten dat we volledig hersteld zullen zijn wanneer God ons tot het eeuwige leven opwekt.

Hananja, Misaël en Azarja zeiden tegen Nebukadnezar: “Koning Nebukadnezar, we hoeven ons in deze zaak niet voor u te verdedigen. Als we in de brandende oven worden gegooid, is de God die we dienen in staat om ons te verlossen, maar zelfs als Hij dat niet doet, willen we dat u weet, Uwe Majesteit, dat we uw goden niet zullen dienen of het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.’ Het ontbrak ze niet aan geloof toen ze de mogelijkheid noemden dat God hen niet zou redden, maar ze waren een voorbeeld van volledig geloof in Gods soevereiniteit en macht.

Het is niet het geloof dat “God mij zal genezen en mijn omstandigheden zal veranderen en mijn leven zal verbeteren” dat God van ons wil, maar het geloof dat God de kracht en het gezag heeft om te genezen. Hij wil dat we vertrouwen op Zijn eeuwig plan (Marcus 14:32-36), ook al brengt het ons soms verdriet, tot de dood toe. Als God voldoende bewijs heeft getoond, zijn verdere tekenen niet nodig. Op dat moment moeten mensen een beslissing nemen, en niet alleen hunkeren naar tekens (Johannes 6:1-15 & Johannes 6:25-59, Matt 26:4).

God geneest nog steeds (fysiek, emotioneel en geestelijk) omdat Hij van ons houdt en Hij zal ons niet onthouden van wat we nodig hebben (Lucas 11:11-13), en genezingen brengen eer aan God. Het is echter niet altijd fysieke genezing die we nodig hebben – soms is het berouw, soms het verfijnde geloof dat door een fysieke beproeving komt, soms het sterkere geloof en de gemeenschap die in anderen wordt geboren wanneer ze iemand anders door een beproeving zien doorstaan…

We kunnen God eer geven, door die middelen te gebruiken die Hij heeft bestemd voor onze gezondheid. Het eert God niet als wij gezondheid van Hem bidden en tegen 100 per uur oorzaken onderhouden die noodzakelijkerwijs moeten uitmonden in ziekte. Maar kennen we de oorzaken van ziekte en gezondheid? En kennen wij de middelen die Hij heeft bestemd voor een goede gezondheid?

Hoe is God echt

De Bijbel vertelt ons dat er één God in drie Personen is. God is eeuwig; Hij kan niet sterven. God weet ook alle dingen. Hij is almachtig. Hij is overal en Hij is heerlijk. Een van de centrale boodschappen van het evangelie is dat God een vriendelijke, geduldige, vergevingsgezinde en barmhartige Vader is. Hij is genereus, betrouwbaar, altijd aanwezig, altijd geïnteresseerd in elk aspect van ons leven. Hij heeft een warm en zorgzaam hart dat zich verheugt als het goed met ons gaat, treurt als we lijden, ernaar verlangt Zichzelf aan ons te openbaren en ernaar verlangt met ons herenigd te worden. De Schrift vertelt ons keer op keer dat Hij de zondige mensheid op de allerhoogste en onvoorwaardelijke wijze liefheeft, en daarom heeft Hij Zijn Zoon gestuurd om ons van de zonde te verlossen en het eeuwige leven voor ons veilig te stellen. Bovendien voedt, beschermt en leidt Hij ons ook dagelijks. God zorgt voor ons. Hij is vergevingsgezind. En daarom is Hij ons respect, gehoorzaamheid en aanbidding waard.

GODS WOORD ZEGT dat Hij de Vader van de hele mensheid is.

Maleachi 2:10 Hebben we niet allemaal één vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij elk verraderlijk tegen zijn broeder om het verbond van onze vaderen te ontheiligen?

Efeziërs 3:14-15 Om die reden buig ik mijn knieen voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

GODS WOORD ZEGT dat Hij barmhartig en eeuwig geduldig is in de omgang met zondige mensen.

Psalm 103:8-11 Barmhartig en genadig is de Here, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid; Niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen; Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden; Maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen.

Micha 7:18-19 : Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn erfdeel voorbijgaat, die zijn toorn niet voor eeuwig behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid! Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee.