Big Bang: feit of fictie?

Is het universum echt begonnen met een BIG BANG? Echte wetenschap zegt nee! Graniet is het fundament van de wereld waarin we leven en dat graniet bevat het bewijs dat de wereld snel werd geschapen in de staat waarin we hem nu zien, niet uit gesmolten lava zoals evolutionaire wetenschappers en filosofen ons willen doen geloven. Het universum heeft een prachtig verhaal te verkondigen. U vindt er aanwijzingen over hoe het allemaal begon en wanneer. Verrassende ontdekkingen over de aarde, de maan en zelfs de zon hebben bewezen dat de planeet aarde erg jong is in plaats van 4,5 miljard jaar oud, zoals evolutionaire leerboeken beweren. Laten we terugkeren naar de echte wetenschap!

Sommige wetenschappers geloven dat het universum begon met een oerknal! Dat betekent dat elke planeet, inclusief planeet aarde, ooit een vurige massa was. . . dat de aarde afkoelde gedurende het proces van miljarden jaren en uiteindelijk evolueerde het leven zoals we het nu kennen. Is deze theorie echt waar of zijn er aanwijzingen dat de wereld onmiddellijk werd geschapen zoals wij hem zien? 

Mount Rushmore, waarin de koppen van de vier eerste Amerikaanse presidenten monumentaal werd uitgehouwen is puur graniet. 

De belangrijkste rots in de ondergrond van onze planeet is graniet. Wetenschappers hebben bewezen dat graniet niet is ontstaan ​​door de geleidelijke afkoeling van gesmolten lava, maar in zijn huidige vaste vorm is ontstaan.

In een tijd ontstaan ​​deze grote rotsformaties binnen minder dan drie minuten!

Granietrotsen bevatten biljoenen RADIO HALOS. Deze microscopisch kleine halo-achtige plekken zijn ingebed in de rots en zijn het overtuigende bewijs dat graniet in minder dan 180 seconden in vaste toestand werd gevormd. Een radiohalo is het merkteken dat rond een deeltje radioactieve stof wordt achtergelaten door de straling die van dat deeltje komt. Het kan zich alleen vormen in een vaste substantie zoals gesteente, omdat in een vloeibaar of gesmolten gesteente het merkteken zou verdwijnen en niet zou kunnen worden gezien.

Deze radiohalo’s van polonium (Po-218) ontwikkelen hun halfwaardetijd in slechts drie minuten (met andere woorden, ze zenden slechts een paar minuten straling uit), dus de radiohalo’s moesten zich in die rotsen bevinden toen de rotsen voor het eerst tot bestaan werden gebracht.

Aangezien graniet het ondergrond-gesteente is en een dikke laag vormt met de continenten van de wereld erboven en het basalt en magma eronder, moesten alle continentale fundamenten in minder dan drie minuten vast worden gevormd.

Bijna iedereen heeft wel eens een Aspirine-tablet in een glas water laten vallen en heeft het zien bruisen. Wat zou je concluderen als je een glas ijs zou vinden met een halve Alka-Seltzer-tablet nog in de bodem en bellen die omhoog gaan in het ijs? Het water bevroor natuurlijk heel snel, anders zouden de tablet en de bubbels allemaal verdwenen zijn.

Op dezelfde manier kunnen we weten dat het granieten fundament van onze wereld binnen drie minuten vast werd, anders zouden de polonium-radiohalo’s zich niet hebben gevormd, zodat we ze vandaag zouden kunnen zien!

Misschien is het tijd voor ons om onze toewijding aan de moeilijke theorie van de BIG BANG en EVOLUTIE te heroverwegen!

De volgende keer dat je de kans hebt om de majestueuze wereldwonderen waarin we leven te zien, hef je ogen dan op naar de hemel en prijs Degene Die al deze dingen in een oogwenk heeft geschapen!

Hij sprak – en het was er !

En die God die ooit sprak, is gisteren, vandaag en morgen dezelfde. 

Lessen van de maan

Psalm 8: 3-6

“Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.”

Onze MAAN heeft een geweldig verhaal te vertellen!

Houd je er niet van om op een heldere nacht naar een volle maan te kijken?

De maan is ongeveer 384.400 km van de aarde verwijderd, afhankelijk van haar positie in het jaar. De grootte van de maan is ongeveer 1/4 van de grootte van de planeet aarde. De massa van de Maan is 1/81 van die van de Aarde.

De maan draait elke 27,3 dagen om de aarde. De zwaartekracht op de maan is slechts 17% van de zwaartekracht die we hier op aarde hebben! 

De Maan is de enige natuurlijke satelliet van de Aarde en is een van de vijf grootste manen van ons zonnestelsel. Ze wordt soms aangeduid met haar Latijnse naam Luna. De meeste manen in het zonnestelsel zijn erg klein in verhouding tot de planeet waarom ze heen draaien.

Apollo-ruimtevaart

Wist je dat Amerika op 30 mei 1966 zijn eerste Apollo-ruimtevaartuig naar de maan stuurde? Het landde op 2 juni 1966 op het maanoppervlak en was ontworpen om foto’s van het maanoppervlak terug te sturen ter voorbereiding op een bemande vlucht die in juli 1969 geschiedenis zou schrijven.

De Surveyor 1 Lunar Lander was uitgerust met grote landingsvoeten op een hoog landingsgestel omdat de wetenschappers zich zorgen maakten over het kosmische stof dat zich op de maan zou hebben opgehoopt. Met de huidige meetbare snelheid van zonnestof dat stilletjes neerdaalt op zowel de maan als de aarde, hadden wetenschappers berekend dat het stof tot 16 meter hoog zou kunnen zijn, opgebouwd in de afgelopen “4,5 miljard jaar”.

Toen het Apollo 11 bemande ruimtevaartuig op 20 juli 1969 op de maan landde, waren de astronauten en wetenschappers verbaasd dat het oppervlak van de maan rotsvast is, met slechts ongeveer 4 centimeter opgehoopt zonnestof! Dat zou erop wijzen dat de maan maximaal 8.000 jaar oud was in plaats van 4,5 miljard jaar volgens de speculaties van evolutionaire wetenschappers.

Een andere wetenschappelijke berekening die de evolutionaire kalender verontrust, is het feit dat de maan zich zeer geleidelijk van de planeet aarde verwijdert. Doordat de Maan een elliptische baan om de Aarde aflegt, varieert de afstand tussen de Maan en de Aarde. Het punt waar de Maan het verst van de Aarde afstaat heet apogeum (afstand Maan–Aarde 405.500 km) en het punt waar de Maan het dichtst bij de Aarde staat heet perigeum (afstand 363.345 km). Het gemiddelde is 384.450 km. In de loop van de tijd is door de seculiere versnelling de afstand tussen de Maan en de Aarde steeds groter geworden. Momenteel is de jaarlijkse toename 3,8 centimeter per jaar. Drie centimeter per jaar is niet veel, maar als je dat vermenigvuldigt met 4,5 miljard jaar, zoals door evolutionisten wordt gesuggereerd, zou de maan nu bijna uit het zicht zijn!  Is het mogelijk dat het evolutionaire tijdschema verkeerd is en dat de maan en de aarde jong zijn, zoals wordt geleerd in het bijbelse scheppingsverslag?

Openbaring 6 : “En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt.”

>>  Deze profetie vervulde zich, toen het wonderlijke natuurverschijnsel van de grote sterrenregen zich voordeed op 13 november 1833. Er waren in de loop der tijden vele sterrenregens. Maar het schouwspel van 1833 overtrof alle andere. Dit kwam op de juiste tijd en in de juiste volgorde zoals de profetie het had gezegd, nl. na de verduistering van zon en maan en het beantwoordde in elk opzicht aan de gegevens van de Bijbel.

De bijbelse boodschap, verteld vanaf de bergen

Met een lengte van meer dan 7000 km vormt het Andesgebergte de westelijke ruggengraat van heel Zuid-Amerika en vormt samen het langste continentale gebergte ter wereld. De gemiddelde hoogte van de toppen is bijna 3900 meter boven zeeniveau. Voor iemand die al wat bergen beklommen heeft is 3900 meter geen kleinigheid. De Andes zijn in één woord imposant. Ze zijn een kracht, een dominante aanwezigheid in zeven landen.

Ter vergelijking: de bergen die we regelmatig in Spanje beklommen gingen tussen de 1000 en de 1500 meter en dat is maar bescheiden, en je zou beter zeggen dat dat maar heuveltjes zijn in vergelijking met het Andesgebergte. En ondanks alles waren er veel ontzagwekkende momenten om door deze bescheiden heuvels te dwalen. Er is iets met bergen. Iets met boven alles uitstijgen. Iets met over dingen heen kijken. Iets wat moeilijk precies te communiceren is. Mensen over de hele wereld hebben hoge plaatsen altijd geassocieerd met verhoogde spiritualiteit. Dingen voelen daar anders aan, vooral wanneer toppen worden bereikt. Zo is het ook in de Bijbel. Bergen zijn in feite de kern van het verhaal. Maar op de hoogten werden ook andere vuren ontstoken, voor goden die geen goden zijn.

God zelf lijkt zijn favoriete plaatsen te hebben. “Mijn berg” zal Hij meer dan eens zeggen, of “Mijn heilige berg” of “de berg van God”. Hij identificeert zich met bergen. Mensen in het verhaal beklimmen bergen om zich in de aanwezigheid van God te weten. Soms worden ze geconfronteerd met donder, bliksem en een zekere angst, maar andere keren is het een zacht gefluister. Hoe dan ook, God is er.

Overal in de oude wereld van Mesopotamië bouwden talloze naties ziggurats – handgemaakte, terrasvormige tempelbergen met heiligdommen en altaren erop. Dit wereldbeeld zag de kosmos als een driedelige structuur: de hemel, de aarde en de donkere plekken onder de aarde. Men geloofde dat de goden in de hemel leefden, boven de hoge, koepelvormige schelp die de grote wateren tegenhield en de open ruimte boven de grond creëerde. Bergen zouden natuurlijke plaatsen zijn om dichter bij de goden te stijgen en met hen om te gaan.

In de Bijbel gebeuren grootste en unieke dingen op bergen. Maar ook, zoals we zien, de moeilijkste dingen. In eerste instantie lijkt het allemaal goed. De ark van veiligheid, die de grote vloed overleefde die de wereld bedekte, kwam tot rust op de bergen van Ararat. De eerste tekenen van hernieuwd leven op aarde, komen van de hellingen van die toppen. En toen de oude Jacob wist dat het tijd was om een ​​goed woordje over zijn zonen te zeggen, vertelde hij zijn geliefde Jozef dat alle zegeningen en geschenken van de eeuwenoude bergen zeker op het hoofd van deze prins onder zijn broers zouden rusten.

De bijbelse poëzie gaat gedetailleerd in op God en de bergen. Adelaars bouwen hun nest op verheven rotsen. Daar neergestreken zoeken zij wijd en zijd naar voedsel. Maar roofvogels zijn niet de enigen die kijken. God heeft ook zijn oog op de hoge plaatsen, en Hij ziet de berggeiten baren, en de hinde die haar reekalf draagt. 

Hij kent elke vogel over de bergketens, en zelfs de insecten zijn van Hem. Hij werkt er altijd aan om ervoor te zorgen dat alles – land, lucht, wolken, regen, planten en ja, insecten – samenwerken voor de bloei van het leven.

Dat is goed. Maar er is meer. De Bijbel confronteert ons met grotere bergen, omdat niet alles meer goed is in de schepping.

Laten we aandacht geven aan de exploratie van de bijbelse bergen en de grote gebeurtenissen die er plaats vonden en proberen te begrijpen hoe deze ook voor ons vandaag nog iets te zeggen hebben. 

Sla je ogen op naar de bergen

Bergen hebben me altijd gefascineerd, enerzijds door hun bestaan dat de bewogen geschiedenis van deze aarde beschrijft, anderzijds door hun schoonheid en complexiteit. Ik heb ze graag beklommen en de natuurlijke schoonheid ervan bewonderd. Zo waren we in Spanje op wandel en bereikten stilaan het hoogste punt van wat we dachten dat de limiet was, maar toen we bijna boven waren, kregen we een uitzicht op wat zich daarachter bevond. Even dacht ik dat mijn hart stilstond… ik had geen woorden meer toen de volgende stappen duidelijk maakten waar we naartoe gingen. “Het is hemels” zei Riet, en dat was wat ik op datzelfde moment ook dacht. Even verder kwamen we bij een diep ravijn en de overkant reikte hoger in de hemel. Wolken omgaven de toppen in een nevel waar zonnestralen zich een weg door baanden, waardoor we een glimp kregen van een goddelijk spektakel, met de vage silhouetten van gouden toppen, die niet voor mensenogen bestemd waren. 

Ik heb ze getekend, erover geschreven, en erover gelezen in Gods woord. 

Nu is de Bijbel zeker geen toeristische gids om je naar de mooiste of de hoogste plekken ter wereld te brengen. Hoe mooi en indrukwekkend bepaalde rotsformaties kunnen zijn als eeuwig getuige van de kracht van God, zijn ze niet het beste wat God ons te bieden heeft. 

We leven op een verwoeste aarde, waar zonde en dood en strijd dagelijkse kost zijn. Een mooi uitzicht op velden, heuvels en bergen, zon en zee, kan dan een verademing zijn, ons de moeilijkheden doen vergeten, of sommigen aan een harde realiteit onttrekken… Of het kan ons er telkens aan herinneren dat God bestaat, en dat ondanks alle geweld dat Gods schepping werd aangedaan, en de onzorgvuldigheid in het beantwoorden aan de opdracht om een goede rentmeester te zijn, God in zijn schepping wijsheid en kracht heeft gelegd, buiten het normale. 

Als de Bijbel spreekt over “bergen”, kan het gaan over belangrijke gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld op een bepaalde berg, of het kan wijzen naar de Rots – de Christus – de vaste grond, de onwankelbare zekerheid van Gods liefde en trouw. 

Job 9 zegt over God: “Hij verplaatst de bergen zonder dat men het merkt, Hij keert ze om in zijn toorn. Hij doet de aarde van haar plaats wankelen, zodat haar zuilen schudden. Hij geeft aan de zon bevel en zij gaat niet op, en Hij sluit de sterren onder zegel weg.” Dat is God. Hij spreekt en het gebeurt. Geen “berg” houdt Hem tegen. 

De “bergen” die mensen in hun leven zien, de Goliaths waar mensen tegen strijden… breng ze bij God en je zal zien hoe Hij er molshopen van maakt. “In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”. Dat is wat Hij jou te vertellen heeft.
In HouVast bekijken we de bergen langs alle kanten en ik hoop en bid dat de geestelijke les een rijke ervaring kan zijn als je de boodschap die klinkt vanaf de bergen bestudeert in Gods Woord.  

Indien gij wildet…

Ik heb altijd geleerd dat “de wil” het begin van alles is. Iemand die gewillig is, komt in ieder geval in beweging. Maar willen is meer dan wensen. Iedereen wenst vrede, geluk, voorspoed… maar wensen gaat niet gepaard met een engagement. Terwijl, als je iets echt wil, doe je er iets voor.  Je moet natuurlijk weten wàt, en dus moet je instructies krijgen en als het gaat om het geloof, “uit goede bron”.  In Deuteronomium 8 klinkt echter al : “omdat gij naar de stem van de HERE, uw God, niet wilde luisteren”. 

Dat is opgeschreven voor u en mij en houdt ons een spiegel voor. Zijn we ook vandaag, zoveel eeuwen later gewilliger om te luisteren?

We kennen de woorden van Jezus in Mattheus 23:37-38 : “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.” Daar was dan hun  Koning en Heer, Hij waarnaar de profeten vooruitwezen, waar vanaf Adam was naar uitgekeken, Hij die sprak en het was er, die sprak zoals niemand voor Hem ooit had gesproken… Hoe tragisch, dat ondanks dat alle tekenen op Hem wezen, ze niet het geestelijke oog hadden van Simeon en Hanna. En weer kunnen we zeggen… “en wij?” Is ons oog beter geoefend om de waarheid te ontdekken en de schriften te onderzoeken en daaruit te leren wat God van ons wil? Zullen wij ons niet laten misleiden door succesrijke groepen, pracht en praal, aanzien, macht, de show, het aantal… in plaats de eenvoud van die eenvoudige man van Nazareth, met zijn eenvoudige boodschap die niet verandert. Kan ook niet – want alles wat God doet is eeuwig. 

Zou het mogelijk zijn dat we vandaag verloren lopen tussen de bijkomstigheden en de essentie missen? Iemand vroeg me recent hoe het komt dat ik – een leek – mij zo tot het evangelie en de verkondiging aangetrokken voel… Ja, voor sommigen is het extreem, een beetje religie, dat wel, maar niet teveel. Dat is niet wat de Bijbel me leert. God is niet tevreden met halve keuzes. 

In Jeremia 5:3  vraagt de profeet zich af : “Gij hebt hen geslagen, zij voelden geen pijn; Gij hebt hen vernield, zij hebben geweigerd tuchtiging aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een rots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.” en in Jesaja 30:15 : “Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn, – maar gij hebt niet gewild.”

Wat hebben wij niet gewild? Is het zijn liefde? Nemen we aan. Maar zijn onderwijzing? Dat is ouderwets. Een mens moet niet te ‘wettisch’ zijn… Laten we ieder woord onderzoeken, zoals Johannes 5 beschrijft : “Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen,en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben.” We willen wel het leven, maar niet hét Leven, niet Zijn vraag: kom en volg Mij…

Laat alles los en vertrouw op Mij, laten we samen overleggen… Zo leer je Mij kennen.” “Want dat is het eeuwige leven, dat zij U kennen, Vader, en Jezus Christus die U gezonden hebt.”

Dat is wat Jozua het volk voorhield : “leven of dood – zegen of vloek”.
Mijn gebed voor u is : “kies dan het leven”!

Het verhaal achter “Welk een vriend is onze Jezus”

De grote Amerikaanse evangelist Dwight L. Moody nam het lied “Welk een Vriend is onze Jezus” op in zijn preken, geschriften en leringen. Het is geschreven door een geëmigreerde Ier in Canada.

Joseph Scriven had rijkdom, opleiding, een toegewijd gezin en een prettig leven in zijn geboorteland Ierland. Joseph, zoon van een kapitein van de Britse Royal Marines, werd in 1819 in Ierland geboren. Nadat hij zijn universitaire graad had behaald aan het Trinity College in Londen, schreef hij zich in aan een militaire school om zich voor te bereiden op een loopbaan in het leger. Een slechte gezondheid dwong hem echter om die ambitie op te geven. Joseph vestigde zich spoedig nadien als leraar, werd verliefd en maakte plannen om zich in zijn geboortestad te vestigen.

Toen gebeurde het onverwachte. Op de avond voor het geplande huwelijk van Scriven verdronk zijn verloofde. In zijn diepe verdriet realiseerde Joseph zich dat hij de troost en steun die hij nodig had alleen kon vinden in zijn dierbare Vriend, Jezus.

Kort daarna verliet Scriven Ierland om een ​​nieuw leven te beginnen in Canada. Hij vestigde een huis in Port Hope, waar hij Eliza Rice ontmoette en verliefd werd. Slechts enkele weken voordat ze de bruid van Joseph Scriven zou worden, werd ze plotseling ziek. Binnen enkele weken stierf ook Eliza, de tweede verloofde van Scriven.

Een verbrijzelde Scriven wendde zich tot het enige dat hem tijdens zijn leven had verankerd: zijn geloof. Door gebed en bijbelstudie vond hij niet alleen troost, maar ook een missie. De vijfentwintigjarige Scriven veranderde zijn levensstijl drastisch. Joseph legde een gelofte van armoede af, verkocht al zijn aardse bezittingen en zwoer zijn leven in te zetten voor lichamelijk gehandicapten en financieel behoeftigen. Vaak gaf hij zijn kleren en bezittingen weg aan mensen in nood, en werkte hij onbetaald voor iedereen die hem nodig had. Scriven werd bekend als “De barmhartige Samaritaan van Port Hope.”

Het verhaal gaat dat twee zakenlieden op een straathoek in Port Hope stonden, terwijl een kleine man met een zaag langsliep. Een van de zakenlieden zei: “Nu is er een man die gelukkig is met zijn lot in het leven. Ik wou dat ik zijn vreugde kon kennen. Misschien kan ik hem zover krijgen dat hij mijn wintervoorraad hout zaagt.’ De andere zakenman antwoordde: ‘Ik ken die man. Hij zou je brandhout niet hakken. Hij hakt alleen hout voor de financieel behoeftigen en voor degenen die lichamelijk gehandicapt zijn en hun eigen brandhout niet kunnen hakken.”

Tien jaar nadat Eliza stierf, kreeg Scriven te horen dat zijn moeder erg ziek was geworden. Vanwege zijn gelofte van armoede had Joseph niet het geld om naar huis te gaan om voor haar te zorgen. Hij was diepbedroefd en voelde de behoefte om contact met haar op te nemen. Hij schreef een troostende brief met de woorden van zijn nieuw geschreven gedicht, met het gebed dat deze korte regels haar zouden herinneren aan een nooit falende Vriend die ze in Jezus had.

Enige tijd later, toen Joseph Scriven zelf ziek werd, zag een vriend die hem kwam bezoeken toevallig een kopie van woorden die op een stuk papier naast zijn bed waren gekrabbeld. Na het lezen van de gekrabbelde woorden vroeg de vriend: “Wie heeft deze mooie woorden geschreven?” Scrivens antwoord: “De Heer en ik deden het met ons twee.”

Dit zijn die gekrabbelde woorden…

Welk een vriend is onze Jezus,

die in onze plaats wil staan.

Welk een voorrecht dat ik door Hem,

altijd vrij tot God mag gaan.

Dikwijls derven wij veel vrede,

dikwijls drukt ons zonde neer,

juist omdat wij ’t al niet brengen,

in ’t gebed tot onze Heer.

Zijn wij zwak, belast, beladen

en terneer gedrukt door zorg.

Dierb’re Heiland, onze toevlucht,

Gij zijt onze hulp en borg.

Als soms vrienden ons verlaten,

gaan wij biddend tot de Heer,

in Zijn armen zijn wij veilig,

Hij verlaat ons nimmermeer.

Joseph Scriven

Wat een Vriend hebben wij in Jezus, die al onze zonden en smarten wou dragen! Wat een voorrecht om alles in gebed tot God te brengen!

Ironisch genoeg verdronk Joseph Scriven in 1886 in een Canadees meer. Hij leefde niet lang genoeg om er getuige van te zijn dat zijn lied naar alle uithoeken van de wereld werd gedragen, en hij had ook nooit kunnen vermoeden dat we het vandaag over hem en die woorden zouden hebben.

We leven in gekke tijden, maar wat er ook in je leven gebeurt, weet dat er iemand is die smoorverliefd op je is en altijd klaar staat om je te ontmoeten en troost te bieden. Feitelijk is Jezus zo verliefd op jou dat hij het bewees door voor jou te sterven… 

“Niemand heeft grotere liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.”

Johannes15:13

Moge dit lied je aandacht vestigen op de grootste vriend aller tijden… Denk aan wat Hij deed voor jou. Is de vriendschap ook wederzijds?