Het jaar 1985 was een rampjaar voor Colombia met twee zwarte bladzijden in een korte tijd. De tragedies, 35 jaar geleden, speelden zich af in de maand november, ook zwarte november genoemd.
Op 6 november 1985 werd het Justitiepaleis bezet door een commando van het M-19, een van de actiefste guerrillabewegingen op dat moment in Colombia. Amper een uur later werd een militaire operatie uitgevoerd die tot doel had de gijzelaars en de rechterlijke macht te bevrijden. Na twee dagen militaire gevechten tussen beide kampen was de eindbalans uitermate triest: 95 doden, waaronder 11 magistraten van het HoogGerechtshof, 11 vermisten en een totaal uitgebrand en verwoest Justitiepaleis.
De tweede tragische ramp, die beschreven staat als de grootste ramp ooit van het land, vond plaats nog geen week nadat de brand was geblust in het Justitiepaleis. De stad Armero werd getroffen door een alles vernietigende modderstroom, veroorzaakt door een vulkaanuitbarsting van de Nevado del Ruiz. Armero werd totaal van de kaart geveegd.
De stad Armero ligt in het midden van Colombia op zo’n 50 kilometer afstand van de vulkaan Nevado del Ruiz. Armero floreerde door haar gunstige positie, liggend aan de doorgaande weg van Bogota naar Ibague, een belang rijke verbinding voor het goederenvervoer in Colombia en de rivier de Rio Langunillas. De stad werd gesticht in 1895, op de afzettingen van de modderstroom van een voorgaande vulkaanuitbarsting. Armero groeide uit tot een stad van meer dan 27.000 inwoners.
De Nevado del Ruiz is met zijn meer dan 5000 meter de hoogste vulkaan van Colombia. De top van de Nevado del Ruiz-vulkaan is eeuwig bedekt met velden van sneeuw en ijs. Vandaar zijn naam: “Nevado” dat betekent “sneeuw”. Door de uitbarsting kwamen hete deeltjes as en puin op de sneeuw en het ijs terecht. Sneeuw en ijs smolten door de hitte. Langzaam gleed dat naar beneden. Er ontstond een modderstroom. De zware modderstroom liep met een snelheid van 35 kilometer per uur langs de flanken van de vulkaan naar beneden, in de richting van de stad Armero.
Eind 1984 begon de Nevado del Ruiz meer activiteit te vertonen. Er waren kleine aardbevingen, er ontsnapte gas uit de krater en er hadden kleine stoomexplosies plaats. Er bestond geen waarschuwingssysteem. Pas in de loop van 1985 kwamen er instrumenten (seismografen) om de vulkaan te monitoren.
Een maand voor de ramp verscheen een kaart van het Geologisch Instituut, waarop de gevarenzones aangegeven waren, als er bij een uitbarsting van de Nevado del Ruiz modderstromen zouden ontstaan. Er werd meegedeeld dat er een groot gevaar voor Armero zou zijn. Deze informatie werd door regeringsvertegenwoordigers genegeerd. Zij wilden de bevolking van Armero niet evacueren voordat dit echt noodzakelijk zou zijn. De dag voor de ramp bezocht een groep deskundigen de krater van de vulkaan. Zij zagen toen nog steeds geen direct gevaar en stelden geen evacuatie voor.
In de middag van 13 november 1985, toen de vulkaan bijna een jaar actief was geweest, kwam het tot een grote explosie, gevolgd door een asregen, die neerdaalde over Armero. De bewoners van de plaats bleven kalm, mede door de geruststellende berichten van de burgemeester en de priester van de kerk. Later die middag drong het Rode Kruis aan op evacuatie van de stad, maar toen de asregen ophield, werd de evacuatie afgeblazen.
Wat de bewoners echter niet wisten, was dat juist toen de rust was weergekeerd, er lava uit de krater begon te stromen. De lava zorgde ervoor dat de ijskap op de top van de vulkaan ging smelten. Het smeltwater vermengde zich met gruis, steen en materiaal en vormde een hete en vernietigende modderstroom. Met een snelheid van 30 tot 40 kilometer per uur bereikte deze modderstroom Armero. Binnen een paar minuten werd de stad volkomen bedolven.
Deze natuurramp in Colombia kreeg een gezicht met de foto van het 13 jarige Colombiaanse meisje Omayra Sánchez, dat vast kwam te zitten in de modderstroom. Officieel heet de foto: The Agony of Omayra. De fotograaf kon het meisje niet redden.
Omayra, tot aan haar nek in de modder vastzittend te midden van het beton, hout en ander puin, heeft zo’n drie dagen moeten doorstaan, voordat ze uiteindelijk stierf aan gangreen en onderkoeling. Omayra woonde samen met haar ouders, broertje en een oom en ten tijde van de ramp was haar moeder voor zaken naar Bogotá. In de nacht van de ramp werd ze gewekt door het geluid van een aankomende modderstroom.
Tijdens de vlucht uit het huis viel haar oma in een waterput en kwam haar broertje vast te zitten. Omayra wilde hulp bieden, maar werd zelf overspoeld door de modderstroom en kwam zo in haar benarde positie terecht. Ze zat tot aan haar nek in het water en modder en kon met geen mogelijkheid vrijkomen. Later bleek dat zij met haar benen vastzat in de armen van haar overleden tante.
In afwachting van hulp die uitbleef, werd ze vergezeld door de lokale bevolking die met haar gesprekken voerden, zongen en in gebed gingen. Haar situatie verslechterde en ze begon te hallucineren. Ondanks alle inspanningen van de lokale bevolking en door het uitblijven van adequate hulp, stierf Omayra aan gangreen en onderkoeling.
Na de ramp van 13 november 1985 was het voor velen onzeker wat er met familie, vrienden en kennissen gebeurd was. Pogingen opnieuw met overlevenden in contact te komen, duurden soms langer dan twintig jaar.
Wat nu nog in Armero te zien is, zijn de ruïnes van huizen en onder andere het lokale ziekenhuis, waarvan de eerste verdieping boven de grond uitsteekt. Voor de rest bestaat Armero uit een vlakte begroeid met gras en struiken, met hier en daar een kruis ter herinnering aan dierbaren die tijdens deze ramp zijn omgekomen.
De rivier de Rio Langunillas is verschrompeld tot een kleine stroom water. Voor de meesten is het ouderlijk huis slechts een met gras begroeid stukje grond, waar eens een kruis ter herinnering stond. Het kruis is in de loop der tijd verdwenen.
Armero is uitgeroepen tot een nationaal monument, een begraafplaats voor meer dan 24.000 inwoners.
Armero houdt ons vandaag een spiegel voor.
Wat toen had kunnen voorkomen worden, indien de tekenen ernstig waren genomen, kan ook vandaag voorkomen worden. Weinigen zien de parallel met wat toen gebeurde. Nochtans zijn ook wij ervoor gewaarschuwd om de belangrijkste zaken op de eerste plaats te zetten, en in het licht van de rampspoed die over de wereld komt, de signalen ernstig te nemen, niet om onszelf te ondermijnen door angst of spanning, maar door te vertrouwen op de Heiland die zijn plan, dat gemaakt werd van voor de grondlegging der wereld, onverwijld ten uitvoer brengt. We leven op een gekaapte planeet en zesduizend jaar lang heeft God “de winden tegengehouden”. Hij heeft de wellust van de Satan ”om zoveel mogelijk mensen mee te sleuren in zijn ondergang” aan banden gelegd, maar God blijft dat niet voor eeuwig doen. Op een bepaald ogenblik geeft Hij gehoor aan de stemmen die ter wille van het evangelie zijn gestorven, en die roepen “Hoe lang nog” en laat Hij voor even de satanische machten bewijzen wie ze werkelijk zijn. De wereld is in barensnood en ook mensen van de wereld zien het. Alleen zien ze niet de oorzaken, erkennen ze niet, dat het niet erger was, dankzij de voorzieningen van de hemelse Vader, en zoeken ze zelf naar oplossingen, in plaats van te steunen op de Schepper en het van Hem te verwachten.
Sommigen zullen het proberen te negeren en te minimaliseren. Op hen zijn de woorden van toepassing, zoals beschreven in 2 Petrus 3: “Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo, als het van het begin der schepping af geweest is.
Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.”
Het hangt niet van God af, maar van elke mens zelf. God wacht met groot geduld. Als het van God zou afhangen, zouden er geen verlorenen zijn, zou niemand achter blij-ven… We zouden niet de wrange smaak van rampen en verwoesting, oorlog en geweld hebben gesmaakt… Dat is de prijs van de zonde en het van God afgesneden zijn. Maar één dag is het genoeg en gaat de wereld de laatste fase in, vòòr de wederkomst van onze Heer Jezus.
Het lied zingt : “Volk van God, let op de tekenen”. en voegt eraan toe “Bereid je voor om Hem te ontmoeten”.
Laat het geen akelige verrassing worden, zoals het werd voor de inwoners van Armero, die zich niet hadden voorbereid en geen maatregelen hadden genomen.
De tekst van deze nieuwsbrief vind je in folder folder C222A – Een aangekondigde tragedie waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 10 – HouVast / Download de hele folder
