Eén ding is belangrijk

Als ik denk over God, word ik stil, want ik voel dat ik op heilige grond kom, met al mijn zwakte, met lege handen, met zoveel nood die alleen door onze Heer Jezus kan worden ingevuld. Het zijn stille momenten, waarin vernieuwende kracht door je lichaam stroomt. 

Het is waar, er is al veel geschreven en tenslotte is er maar één ding belangrijk. 

Heb je daar ooit over nagedacht wat dat éne belangrijke ding kan zijn? Dat moet je beslist even doen. Stel dat je nu even stopt met lezen, je sluit je ogen en je stelt jezelf de vraag : wat zou dat éne ding zijn dat voor mij zo bepalend is, dat zo belangrijk is, dat als ik dàt mis, ik ook al het overige mis? 

Denk erover na. 

Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt? (Lukas 9:20)

Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? (Mattheus 16:26)

De wedloop moet gelopen worden. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus. (Fil. 3:12-14) 

De inzet is dat mijn naam (en natuurlijk ook uw naam) geschreven zou worden in het boek des levens. Daar gaat het om. Niet dat we dat kunnen forceren of afkopen of door speculatie kunnen binnenhalen… maar alles bij elkaar is dìt het belangrijke punt in ons leven. Staat mijn naam er, of staat hij er niet ?

Verblijdt u in de Here te allen tijde! 

Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! 

Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. 

De Here is nabij. 

Weest in geen ding bezorgd, 

maar laten bij alles uw wensen 

door gebed en smeking 

met dankzegging bekend worden bij God. 

En de vrede Gods, 

die alle verstand te boven gaat, 

zal uw harten en uw gedachten behoeden 

in Christus Jezus. 

Voorts, broeders, 

al wat waar, al wat waardig, 

al wat rechtvaardig is, al wat rein, 

al wat beminnelijk, al wat welluidend is, 

al wat deugd heet en lof verdient, 

bedenkt dat; 

wat u geleerd en overgeleverd is, 

wat gij van mij gehoord en gezien hebt, 

breng dat in toepassing 

en de God des vredes zal met u zijn. 

Fillipenzen 4:4-9

God staat aan onze kant. 

De enige overlevende van een schipbreuk werd na dagen rondzwalpen op de oceaan, zich vastklampend aan wrakhout, aangespoeld op een onbewoond eiland. 

Hij bad met grote aandrang tot God om hem te redden. Iedere dag onderzocht hij de horizon voor hulp, en ondanks het voortschrijden van de dagen en de weken scheen er niets uit voort te komen. Teneergeslagen bouwde hij met takken en aangespoelde wrakstukken een overdekte zone, om hem te beschermen tegen de wind en de zon en om zijn kleine bezittingen die hij had kunnen redden te bewaren. 

Op een dag, wanneer hij erop uit getrokken was om wat voedsel te verzamelen, kwam hij ‘thuis’ bij zijn kleine hut, die door de vlammen werd verteerd. Het vuur was zo hevig dat niets meer kon worden gered, en sloeg tenslotte in de aanliggende bomen. 

Het ergste was gebeurd en alles was verloren. De achtergelaten kleding en andere bezittingen waren in de rook opgegaan. Dit alles maakte hem boos en verdrietig. “God, hoe kan je mij dit aandoen… Ik begrijp niets meer van U. Waarom antwoordt U niet? Waar bent U ? Waarom laat u mij in de steek terwijl ik U het meest nodig heb ?” Hij was opstandig en het lukte hem die avond moeilijk om in slaap te raken. Tenslotte sliep hij in.

Vroeg in de volgende morgen ontwaakte hij door een geluid dat heel anders was dan alle geluiden die hij in weken had gehoord. Hij schoot wakker en keek naar de zee. Daar zag hij een schip dat tot het eiland naderde om hem te redden. Er werd een roeiboot uitgezet om de schipbreukeling op te halen.

“Hoe hebben ontdekt dat ik hier was” vroeg de man aan de roeiers die hem naar het schip brachten. 

“Wij hebben je rooksignaal gezien” was hun antwoord. 

Het is gemakkelijk om ontmoedigd te raken als de zaken slecht gaan. Maar we mogen de moed niet verliezen, want God werkt in ons leven, zelfs midden in de pijn en het lijden. 

Denk eraan wanneer je hut de volgende keer in brand staat en tot op de grond vernield wordt… het kan een rooksignaal zijn dat een sein geeft naar de hemel, een hartekreet om gezegend te worden. 

Moesten wij een voorkennis hebben, dan zouden wij begrijpen waartoe omstandigheden dienen. Alleen God heeft die voorkennis. Binnenkort komt de tijd dat wij inzage krijgen hoe vaak God in ons leven heeft ingegrepen, en het kwade heeft verhinderd ons te vernietigen.