De onbekende God

Toen Paulus op de heuvel van Mars de intellectuelen van Athene de hun onbekende God wilde bekend maken, lachten de uit hun slaap opgeschrikte wijsgeren. Het was de groene lach van het ongeloof, de domme lach … het eeuwig verzet van de wijsheid van deze wereld. 

De Bijbelse openbaring van de godheid was voor het Griekse denken een dwaasheid, net zoals vandaag voor het moderne denken dat zich in schuldige onwetendheid van zijn Schepper afwendt.  Zo gaan velen op weg, niet wetend waar vandaan of waarheen… en weten zich ‘bevrijd’ van het juk van het verleden. Geen betutteling, geen pottenkijkers, geen verantwoording verschuldigd, ware het niet dat diezelfde God ook nog een geweten had ingeplant, dat – zolang het werkt – aanklaagt en spreekt van schuld… Gelukkig kunnen we vluchten, kunnen we ons verdoven… maar we komen niet ver. We proberen God te ontkennen, Hem voor te stellen als een verzinsel, een zinsbegoocheling, een uitvinding van mensen die macht wilden uitoefenen, of slimme geesten zagen Hem en de hele dienst die in zijn naam werd gehouden, als opium voor het volk. 

Later hoopten we Hem kwijt te spelen, toen de spade ging graven en in de aardlagen de fossielen uit lang vervlogen tijden blootlegde. Maar we kregen een probleem om een spontane, natuurlijke evolutie in te passen in de tijdsspanne die we daarvoor hadden opgesteld. Het gloeiend magma van de oerknal geraakte niet tijdig afgekoeld of er was telkens weer een factor die de puzzel ontsierde. Zelfs al lachten de natuurwetten ons vierkant uit, of bewezen de aardlagen precies het tegengestelde als wat ons goed uitkwam en hielden we de waarheid ten onder, gewoon omdat zoiets niet kon, of in het belang van de wetenschap… We zochten het overal, in het noorden of het zuiden, in het westen, en vluchtten tenslotte naar het oosten. Er zal wel ‘iets’ zijn, zei je toen. ‘Ieder zijn waarheid’, er schuilt wel in alles iets goeds. Je vergat met opzet dat je dit ook kunt omkeren… maar we moeten positief blijven! 

Zelfs de woelige tijden, het vervullen van de tekenen des tijds,  het woeden van de stormen en het openen van de sluizen der ontzetting, konden geen verandering brengen. 

‘Als God wil dat ik in Hem geloof, laat Hij zich dan eens zien… dàn zal ik in Hem geloven’, sprak een uitdagende voorbijganger. Dan denk ik, ‘Gelukkig doet God dat niet, want dat zou je laatste dag zijn…’ Maar God zwijgt als de mens spreekt en denkt alle antwoorden te kennen. 

Als de mens luistert, spreekt God. 

Als de mens gehoorzaamt, handelt God.

Als de mens bidt, geeft God kracht.

Dat is waar het om gaat: toekijken, luisteren, bestuderen, vragen stellen, niet tevreden zijn met halve antwoorden, bezinnen – bidden – en de diepere en ware zin van het leven leren kennen en smaken.  Dat is mijn wens voor u, zodat de Onbekende geen Onbekende blijft. 

Nietzsche beweerde wel “God is dood!… Wij hebben Hem vermoord!”, maar God verklaart “Nietzsche is dood en er is geen dageraad voor hem.”

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van de eerste folder G01 / Geloof. (Bestaat God?) Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van G01 . Je kunt de folder downloaden onder “Download flyers”.

Wedergeboorte

De arend heeft de langste levensduur van zijn soort. Hij kan tot 70 jaar oud worden. Over het algemeen leven arenden in het wild ongeveer 30 jaar. Soms leven ze langer in gevangenschap dankzij een consistente voedselvoorziening, goede verzorging en beschutting tegen extreem weer. Maar 70 jaar is niet gebruikelijk en zelfs onwaarschijnlijk.

Maar om deze leeftijd te bereiken moet de adelaar een moeilijke beslissing nemen. Rond zijn 40e jaar beginnen zijn lange en flexibele klauwen mankementen te vertonen en kunnen niet langer prooien grijpen die als voedsel dienen. Zijn lange en scherpe snavel wordt overmatig gekromd en zijn oude en zware vleugels blijven, vanwege hun dikke veren, aan zijn borst plakken en maken het moeilijk om te vliegen.

“Dan heeft de adelaar nog maar twee opties: sterven of door een pijnlijk proces van verandering gaan dat ongeveer 150 dagen duurt. Het proces vereist dat de adelaar naar een bergtop vliegt en op zijn nest gaat zitten. Daar klopt de adelaar met zijn snavel tegen een rots totdat hij breekt en er nog slechts een benige wonde overblijft. Dan zal de adelaar wachten tot er een nieuwe snavel teruggroeit…”

De snavel van een adelaar is gemaakt van keratine, net als menselijke vingernagels. Net als onze vingernagels groeit de snavel van een adelaar voortdurend. Adelaars vreten aan taai voedsel en vegen hun snavels af tegen harde voorwerpen zoals takken of zelfs stenen om ze schoon te houden. Dit proces zorgt ervoor dat de snavel het hele leven van een adelaar in prachtige vorm blijft. Het verlies van een snavel in het wild zou voor elke roofvogel een zekere dood betekenen.

“…en dan zal hij zijn klauwen uitrukken”

De klauwen zijn ook gemaakt van keratine, net als menselijke vingernagels. En dus groeien ook de klauwen voortdurend. Het grijpen en doden van prooien houdt de klauwen scherp en voorkomt dat ze te lang worden. Als ze zacht zouden worden, zou er iets ernstig mis zijn met de vogel. De klauwen zijn wat een adelaar gebruikt om voedsel te vangen. Het zou niet alleen buitengewoon moeilijk en pijnlijk zijn om ze eruit te plukken, maar zou ook hun vermogen om zichzelf van voedsel te voorzien, wegnemen. En het allerbelangrijkste: als een roofvogel op deze manier een klauw verliest, is het mogelijk dat deze niet meer teruggroeit en dat het bloedverlies verschrikkelijk kan zijn. Daarom zou hij van honger omkomen, zelfs als hij de waarschijnlijke infectie overleefde die werd veroorzaakt door het “uittrekken” van zijn klauwen.

“Als de nieuwe klauwen teruggroeien, begint de adelaar zijn oude dikke verenpak te plukken.”

Vogels verliezen op natuurlijke wijze hun veren en laten ze opnieuw groeien in een proces dat rui wordt genoemd. Adelaars ondergaan hun hele leven ongeveer één keer per jaar een rui. Tijdens een rui vallen oude veren op natuurlijke wijze uit en groeien er nieuwe in om hun plaats in te nemen. Er wordt niet aan de veren getrokken. Sommige vogelsoorten verliezen het grootste deel van hun veren in één keer en zijn gedwongen zich te verstoppen totdat ze weer zijn gegroeid, maar dat geldt niet voor roofvogels zoals adelaars. De vluchtveren (vleugel- en staartveren) vallen één voor één uit en worden één voor één vervangen, niet allemaal tegelijk, zodat het dier kan blijven vliegen en voedsel kan vangen. Bovendien kan het uittrekken van de veren ook permanente schade aan het veerzakje veroorzaken, zodat er geen veer meer teruggroeit. Zonder veren kan een vogel niet vliegen. Als ze niet kunnen vliegen, kunnen ze niet op voedsel jagen of ontsnappen aan roofdieren die hun pad kruisen. Beide gevallen zouden uiteraard leiden tot de dood van de vogel

“En na vijf maanden maakt de adelaar zijn beroemde wedergeboortevlucht en leeft hij mogelijk nog dertig jaar.” Waarom wou ik dit beeld met je delen? Omdat het parallellen heeft met de transformatie die een mens moet doormaken op zijn weg van heiligmaking. Wij leven in een vreemde wereld. We zijn vreemdelingen en bijwoners en dit is niet onze plaats. Onze gedachten en verlangens reiken hoger. Maar het zou kunnen dat we blijven plakken aan gewoonten en dat er dingen zijn die verhinderen dat we de bevrijding van het evangelie beleven. Denk dan wat er nodig is, niet om 30 jaar langer te leven, maar om klaar te zijn om de Heere te ontmoeten en met Hem de eeuwigheid door te maken. Waarom is verandering nodig? Soms moeten we oude herinneringen, gewoonten en tradities uit het verleden kwijtraken. Alleen bevrijd van lasten uit het verleden kunnen we nu al in het heden wandelen met God en voorbereid worden op de toekomst.”

Met Wie God vergelijken?

Daar staan we dan, vermoeid, belast en beladen. Dat wil zeggen afgejakkerd, ontmoedigd, opgebruikt, misbruikt, onzeker… Hoe lang kunnen we zo nog verder gaan? De gedachten zijn als een molen, en terwijl je rust en kracht nodig had,  verhinderen gedachten je om de sereniteit en de stilte te vinden. Maar hoor, een stem die uitnodigt: “Kom, Ik zal je rust geven”.  Geen vrede zoals dat in de wereld is, van korte duur, gebonden aan beperkingen, maar rust, zoals die alleen van boven kan komen. 

Het leven gaat snel, het leven is kort… we weten het en soms denken we dat we er méér kunnen van maken door sneller te leven. Het is nù of nooit… zo denken we. Maar buiten dit korte leven is er de eeuwigheid… al over nagedacht? Honderd jaar, duizend jaar, het is een peulschil… en dàt staat op het spel, door onze keuzes van vandaag. Het leven is lang genoeg om uit te maken waar we naartoe willen… om in het stemhokje te kiezen, voor God of voor de tegenstander. Ik vrees dat niet iedereen bewust is van de keuze die gemaakt wordt, of welke levenswijze en attitude beantwoorden aan die keuze. Misschien ligt het aan de manier waarop wij God zien? Of misschien kunnen we Hem zelfs helemaal niet zién. Nochtans, als ik de natuur zie en de parels van de Schepping, die getuigen van grootse daden en dagen, word ik stil.  Ik voel me klein, omdat ik me op heilige grond bevind. Daar, voor mijn ogen ontvouwt zich het panorama van Hem, Die eens sprak en het was er… Ik probeer het me voor te stellen, maar mijn verstand is te klein. Het is te eng… Ja, dat is precies wat Gods woord me zegt. Bij God is niet te weinig ruimte, Zijn beloften zijn niet zoals menselijke woorden, Zijn liefde is niet wat we gewoon zijn, Zijn trouw grenst aan het ongelofelijke, Zijn kracht is niet iets om mee op te snijden, Zijn offerbereidheid bezorgt me koude rillingen… Alles wat ik te weten kom over Wie Hij is, is me wonderbaar. Daarom is het veilig om te schuilen in de schaduw van de Allerhoogste. “want met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?” Jesaja 40 

Ik word stil, rust keert weer, want zijn heilige aanwezigheid geeft ademruimte. “Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast”  Psalm 63 

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van de eerste folder G01 / Geloof. (Bestaat God?) Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van G01 . Je kunt de folder downloaden onder “Download flyers”.

De gezegende hoop

Titus 2:13-14 : “terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus. Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.”

Christus “gaf Zichzelf voor ons, opdat Hij ons zou kunnen verlossen van alle ongerechtigheid, en voor Zichzelf een bijzonder volk zou kunnen afzonderen, dat ijverig is in goede werken.” Wilt u zijn last verlichten? Zult u zijn juk dragen? Het zwaarste deel zal hij zelf dragen. Ik wil zijn kind zijn. Ik vind zijn optreden geweldig. Ik wil hem prijzen met een onsterfelijke tong. Ik wil tot de koninklijke familie van de hemel behoren. De apostel zegt: “Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is.” RH 30 april 1889, par. 14

Heilige grond

Exodus 3:5 : “En Hij zei: Kom hier niet dichterbij. Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilige grond.”

In overeenstemming met hun ambt werd voor de priesters een speciaal kleed aangewezen. ‘Gij zult heilige klederen maken voor uw broer Aäron, ter glorie en ter schoonheid’, was de goddelijke opdracht aan Mozes. Het kleed van de gewone priester was van wit linnen en uit één stuk geweven. Het reikte bijna tot aan de voeten en werd rond het middel begrensd door een witlinnen gordel, geborduurd in blauw, paars en rood. Een linnen tulband maakte zijn bovenkostuum compleet. Mozes kreeg bij de brandende braamstruik de opdracht zijn sandalen uit te doen, want de grond waarop hij stond was heilig. De priesters mochten dus niet met schoenen aan hun voeten het heiligdom betreden. Stofdeeltjes die eraan kleven zouden de heilige plaats ontheiligen. Ze moesten hun schoenen in de voorhof achterlaten voordat ze het heiligdom binnengingen, en ook hun handen en voeten wassen voordat ze in de tabernakel of bij het brandofferaltaar gingen dienen. Zo werd voortdurend de les geleerd dat alle verontreiniging weggenomen moest worden van degenen die in de tegenwoordigheid van God wilden komen. (CIHS 43.1)

Het is jouw schuld

1 Koningen 18:17 “En het gebeurde, toen Achab Elia zag, dat Achab tegen hem zei: Bent u degene die Israël in het ongeluk stort?”

Het is de gewoonste zaak van de wereld dat de kwaaddoener de boodschappers van God verantwoordelijk houdt voor de rampen die het zekere gevolg zijn van het afwijken van de weg der gerechtigheid. Degenen die zichzelf in de macht van Satan plaatsen, zijn niet in staat de dingen te zien zoals God ze ziet. Wanneer hen de spiegel van de waarheid wordt voorgehouden, worden zij verontwaardigd bij de gedachte terechtwijzing te ontvangen. Verblind door de zonde weigeren ze zich te bekeren; zij hebben het gevoel dat Gods dienstknechten zich tegen hen hebben gekeerd en de zwaarste afkeuring verdienen. (PK 139,4)