God nemen op zijn woord

Het is voor veel mensen moeilijk om God te nemen op zijn woord. Veel mensen hun geest is bestormd met zoveel verwarrende gedachten, dat zij nog nauwelijks een eigen geloof kunnen vormen. Wat biedt God als middel tot genezing? 

De vraag waarom er zoveel verschillende christelijke kerken en waarom er zoveel tegenspraak is tussen al die groepen, is iets wat me zo dikwijls is gesteld. Jaren geleden bezorgde het me kopbrekers en veroorzaakte het opstandigheid. Waarom hebben godsdiensten zoveel aanleiding gegeven tot oorlogen en conflicten? Wat een verschil met het optreden van Jezus die zei dat als je een klap krijgt op je ene wang, je de andere ook moet aanbieden.  

Het naleven van Jezus’ principes is geen kleinigheid en snel worden compromissen gemaakt. Ja, als je de Bijbel leest, zijn er een aantal dingen die je niet goed uitkomen en waar je liefst een bocht omheen maakt. Je zoekt verontschuldiging en je sluit aan bij die groep die het beste verklaart waarom dit niet van toepassing is. In al die compromissen vinden we het ontstaan van al die verschillende groepen die 50 of 90 % van de waarheid nemen, maar 2, 5, 10 of 50 % in twijfel trekken, of onderwijzen als achterhaald of veranderd.

Gods Kerk heeft zich door de eeuwen heen gehandhaafd. Het is een “klein kuddeke” (Lucas 12:32), Neen, het zijn geen honderden miljoenen mensen, zelfs al goochelen wij graag met cijfers over christenen in de wereld. God is Zijn belofte altijd trouw gebleven, dat “de poorten van het dodenrijk zijn kerk niet zullen overweldigen”. (Matteüs 16:18)

Heb je er bij stilgestaan dat veel christenen Gods waarheden prijsgeven ten gunste van eenheid en traditie? In plaats van God op zijn woord te nemen, krijg je langzaam maar zeker de afbrokkeling van essentiële punten die Gods volk zo onderscheiden. 

Als je aan mensen vraagt of Gods wet nog bindend is, krijg je meestal bevestiging. Alleen is die wet gewijzigd door mensen… En welke wet moet je dan houden?

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van de inleidende folder 1G / Geloof. (Dat doet je leven) Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van 1G . Je kunt de folder downloaden onder “Download flyers”. 

Doorheen deze serie loodsen we jou doorheen de Bijbel en het christelijke geloof. Het heeft zoveel te bieden… Het oorspronkelijke plan. Hemelse liefde. 

Benieuwd wat er nog meer komt? Wil je dit werk ondersteunen? Stel je vragen op info@natur-el.org

Waar geloven om gaat

“Als men spreekt over “geloof en gelovig zijn” denken velen aan een christelijke kerk, zij het Rooms Katholiek of Protestants. De Heilige Schrift echter spreekt niet over en verwijst ook niet naar welke kerk ook. Als de Bijbel het heeft over “geloof en geloven”, wil God de aandacht vragen voor wat Hij de mens aanbiedt, voor wat de condities zijn voor een diepgaand en heilzaam leven.

De geschiedenis bewijst overvloedig dat welke kerk ook, slechts een verzameling is van individuen die een theorie aanvaard hebben, eigen aan de kerk waarvan zij lid zijn. Velen van hen zijn zich zelfs niet bewust van de betekenis van wat ze geloven. Vaak is men zelfs niet trouw aan de leer van de kerk waartoe men behoort.

De bron van geloof- en levenskracht wordt niet gevonden in een mens, wie of wat hij ook mag zijn of van zichzelf beweert te zijn. Jezus zegt dat de geloofsbron alleen gevonden wordt in elk woord dat van God uitgaat. (Matteüs 4:4;  Psalm 119:105;  Spreuken 6:21,22,23)

Het is dan ook noodzakelijk de woorden van God (de goddelijke geloofsregels) te leren kennen en ze in alle eenvoud gelovig te aanvaarden, er niets aan toe te voegen en er niets van af te doen.(zie:Openbaring 22:18-19; Spreuken 30:5-6;  Deuteronomium 12:32; Deuteronomium 4:2;  Matteüs 5:17-19) 

Om die reden vraagt Jezus elk woord van God te aanvaarden, te beleven en anderen erin te onderwijzen.

Wanneer iemand slechts een stukje van het geheel aanbiedt en met de rest geen rekening houdt, legt deze persoon een vernietigende basis in wat hij brengt. Dan zal de levenskracht van dat Bijbelgedeelte zijn waarde verliezen. Dan zal de herscheppende energie van de ware christelijke leer, de dynamische kracht van het leven, slechts gebrekkig of helemaal niet ervaren worden. Het is terecht dat Paulus bevestigt:

        Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.   2 Timoteüs 3:16-17, H. St.

Voor alle veiligheid is het aanbevolen om de raadgeving van Paulus te volgen, zoals beschreven in Hebreeën 12:2:

     Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof. 

Voor alle veiligheid, laten we, elke (kerkelijke) geloofsregel toetsen aan Gods geschreven woord opdat onze geloofslevensweg veilig gebouwd zou zijn op de veilige zekerheid van Zijn onveranderlijk Woord.”

L. Pollin

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van de inleidende folder 1G / Geloof. (Dat doet je leven) Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van 1G . Je kunt de folder downloaden onder “Download flyers”. 

Gebrek aan geloof

Er is geen gebrek aan geloof. Alle mensen – op enkele na die hun “geloof” verloren hebben – voelen zich sterk in hun geloof. Zelfs Boudewijn de Groot zong erover in “ik geloof”: “Want je kunt niet zeker weten en alles gaat voorbij, maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij.”

Dat is natuurlijk een begin, als je gelooft dat een relatie – tussen jou en mij – kan werken… anders kan je er beter niet aan beginnen. Maar houdt het daar bij op? Mensen geloven in zichzelf, in hun eigen kunnen, in hun vermogen om alles zelf op te lossen, in hun financiële middelen, in hun medewerkers, in hun politieke vertegenwoordigers, in hun sociale status… Maar hoe vaak wordt men in dit geloof teruggefloten? 

Nee, er is geen gebrek aan geloof. Maar geeft het ook antwoorden op de levensvragen? Wanneer men op het sterfbed zijn laatste gedachten heeft, zal het geloof die rust brengen om vredig afscheid te nemen van dit aardse bestaan, in de zekerheid dat het leven in de hand is van de Eeuwige? Of zal men gekweld worden door de gedachte “Wat heb ik eigenlijk op aarde gedaan? Wat was de bedoeling van dit alles? En… Was het maar dat? 

Ik heb die vragen ook gesteld, de mensen geobserveerd, de natuur bestudeerd en vond daar niet de antwoorden. Mijn jeugd was gekenmerkt door onrust en ik voelde me heen en weer geslingerd tussen geloof en ongeloof. Ik wilde geloven, maar wat was het waard om vast te houden? Ik had mensen gezien die stierven. Daar lagen ze – een onbezield lichaam – nog even en ze zouden naar stof en as terugkeren. Waar kwamen ze vandaan? Waarom waren ze hier? Waarheen gaan ze, nu ze zijn gestorven?

Het maakte me niet uit wat de waarheid was, maar ik moest en zou ze vinden. Was het toeval op toeval zoals de evolutie-theorie ons leert, of was er een hogere macht aan het werk? Ik ontdekte dat de Bijbel antwoorden geeft, geschreven door mensen, door God geïnspireerd. 

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van de inleidende folder 1G / Geloof. (Dat doet je leven) Het is een nieuw project met een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van 1G . Je kunt de folder downloaden onder “Download flyers”.

Water in de woestijn

Dor land.

Aan het bed van een aan kanker stervend familielid op de afdeling intensive care, zijn gezicht van mij afgewend, geen van beiden sprak een woord. Ik dacht : Waarom. Wat is de zin van dit nutteloos lijden? Waarom leeft de mens?

Dor land.

Berichten over oorlog en geweld. Overstroming eist tientallen mensenlevens. Aardbeving ontneemt honderden have en goed. Een greppel met verbrande lijken langs een weg waarover kinderen van school naar huis gaan in een door oorlog verscheurd sland.

Dor land.

Het ziekenhuis waar een computeruitdraai “spontane abortus” vermeldt van de baby waarnaar een vrouw en haar man zo lang hadden uitgekeken.

Dor land.

Onherbergzame gebieden die bloei en vreugde verstikken. Kale, dorre vlakten waar hete, meedogenloze winden de hoop begraven en het leven ontkennen op plaatsen waar ooit de rijkste plantengroei de aarde vergroende met metersdikke bomen.

Een volmaakt profetisch symbool

Een stad in de woestijn.  Een eindje naar het noorden of oosten, en je belandt in een verzengend gebied met in de zomer temperaturen boven de 40°.  Hier reiken de wortels van de schrale struiken tot diep in het hete zand op zoek naar water.  Beddingen van lang verdroogde meren zijn de stille getuigen van leegte en teruggang. De grimmige bergketens staan slechts een zeldzame bui toe om een kortstondige verkwikking te brengen in een hardvochtige omgeving.

Is de fysieke woestijn voor de dorre plaatsen in het hart van de mens niet de beste metafoor ?

God inspireerde de profeet Jesaja om de vernietiging van het ontspoorde volk te voorspellen.  Maar Jesaja voorzag tegelijk de heropleving, de wedergeboorte van zijn volk :

“De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis; zij zal welig bloeien en juichen, ja, juichen en jubelen” (Jes. 35:1-2).

De woestijn in bloei ?  Hoe is dat mogelijk ?  Doordat God zelf komt om zijn volk te redden !

Jesaja schreef : “Sterkt de slappe handen en verstevigt de knikkende knieën.  Zegt tot de versaagden van hart :  Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding Gods; Hij zal komen en Hij zal u verlossen” (vers 3-4).

Nog verzwakt door militaire nederlagen en door de wegvoering van vele burgers moet het ontmoedigde Israël Jesaja’s profetie ongeloofwaardig in de oren hebben geklonken.  Hij verklaarde dat er water uit de woestijn zou voortkomen.

“Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe, en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot waterbronnen; waar de jakhalzen verblijven en legeren, zal gras met riet en biezen zijn” (vers 5-7).

In plaats van het oude door zonde verteerde land zal er een nieuwe, heilige weg zijn : “Daar zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen” (vers 8).

De boekrol van Jesaja vervolgt met de beschrijving van een toekomstige persoon die wonderen zou verrichten en met wie de wederopbouw, het herplanten en de verfrissing zou aanvangen.  Ook hier plaatst Jesaja de komende vernieuwing tegen een achtergrond van verwoesting en verval :

“De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden verbrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God” (Jes. 61:1-2).

Deze persoon zou komen “om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest.  En men zal hen noemen :  Terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren, tot zijn verheerlijking.  Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht” (2-4).

De profetieën vervuld

Eeuwen later stond in de synagoge van Nazareth de zoon van een plaatselijke timmerman op en las uit een boekrol de eerste twee verzen van hoofdstuk 61 van Jesaja’s verbazingwekkende profetie voor.  “Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en ging zitten.  En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht.  En Hij begon tot hen te zeggen :  Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld” (Lukas 4:16-21).

De spreker was Jezus.  Zijn gehoor vond de profetie welke Hij zei persoonlijk te vervullen nog minder geloofwaardig dan hun voorouders honderden jaren eerder.  Zij joegen Jezus de stad uit.

Maar het was door Jezus Christus, God in het vlees, dat deze lang gekoesterde beloften van herstel en vernieuwing, van verkwikking werden vervuld. De vervulling was aan de ene kant beperkter en aan de andere kant veel meer omvattend dan wat wie dan ook had verwacht.

De Israëlieten in de tijd van Jezus wachtten met smart op het herstel van hun natie. Zij verwachtten fysieke vernieuwing, nationaal herstel, materiële overvloed.

De Joden vierden met het Loofhuttenfeest hun najaarsoogst van landbouwproducten.  Het was een periode van fysieke overvloed en dankbetuiging.  Op dit Feest verkondigde Jezus de geestelijke bedoeling van de verkwikking die Hij aanbood :

“En op die laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende :  Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke !  Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden : want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was” (Joh.7:37-39)

Wat Jezus verklaarde was een geestelijke vernieuwing van het hart van de mensen.  Zijn werk als Messias gaf mensen de gelegenheid nieuw leven te ontvangen door het inwonen van Gods Geest.  Hij overwon de leegte waarin wij ons, door zonde afgescheiden van God, bevinden.

Het hart van Jezus’ toehoorders was in geestelijk opzicht zo lang verwaarloosd geweest dat zij de wanhopige behoefte van die dorre plaatsen om verkwikking te ontvangen niet opmerkten. Toch is het juist deze verkwikking die Jezus aanbood.

Jezus kwam om hen te behouden die zich tot Hem zouden wenden in berouw, bekering en geloof.  Hij verving het oude, kale, met zonden doordrenkte gebied door een nieuwe, heilige weg.  Hij heeft de dood overwonnen, de laatste vijand van alle mensen. Jezus had het over verkwikking van de dorre plaatsen in het hart van de mens.

“Een ieder die in Mij gelooft …”

Degenen die in Christus geloven zien uit naar de vernieuwing van de wereld die zal worden verwezenlijkt bij Jezus’ terugkomst.  Het werk van de apostelen was gericht op de diepere geestelijke vernieuwing van het hart van de mensen dat door berouw en bekering en geloof in Jezus Christus wordt teweeggebracht.

Nadat Petrus bij de tempel een verlamde man had genezen, spoorde hij de mensen aan de verkwikkende bevrijding van zonden die door Christus was mogelijk gemaakt te aanvaarden.

“Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher” (Hand. 3:19-21).

De lamme zal springen als een hert. En in de woestijn die als een hart was zonder God zullen wateren ontspringen, stromen van levend water.

Door Jezus Christus genieten christenen eenheid met Degene “die ons troost in al onze druk, zodat wij hen, die in allerlei druk zijn, troosten kunnen met de troost, waarmede wijzelf door God vertroost worden.  Want gelijk het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo valt ons door Christus ook overvloedig vertroosting ten deel” (2 Kor. 1:3-5).

Wij kunnen onze angst en onzekerheden en wereldse zorgen achter ons laten en ware vrede kennen.  In gebed kunnen we al onze zorgen met onze Heer en Heiland delen, die ons vrede geeft die ons verstand te boven gaat, en wij kunnen erop rekenen dat onze hemelse Vader ons aandacht schenkt en alles in orde zal brengen (Filipp. 4:6-7).

Geloof helpt ons door perioden van verdriet en onzekerheid heen. Wij verlustigen ons in de nieuwe geboorte die ons is gegeven, dankzij Jezus’ eigen opstanding uit de dood.  We weten dat onze geestelijke erfenis nooit kan bederven of verdwijnen en we kijken vooruit om van de volheid van Gods behoud te genieten bij de komst van Christus (1 Petr. 1:3-5).

Ons geloof in Jezus Christus, onze Verlosser, vervult ons van wat Petrus noemt “een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde” (vers 8) vanwege de verlossing die Hij ons geeft. Geestelijke verkwikking. Een nieuw leven in Christus, en vreugdevolle hoop voor de toekomst. 

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van folder G211 / Water in de woestijn. Het is een nieuw project waarop u vanaf september kunt intekenen voor een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map.

Wie was Hij ?

Kijk door de hele geschiedenis naar het leven en de invloed van Jezus van Nazareth, de Christus. En je zult zien dat Hij en Zijn boodschap altijd grote veranderingen brachten in de levens van de mensen en volken. Waar zijn onderwijs en invloed zijn gekomen, werd de heiligheid van het huwelijk en de rechten van de vrouw erkend, zijn scholen en universiteiten gesticht en is de slavernij afgeschaft. Er zijn vele veranderingen gekomen in mens en maatschappij. Ook zijn talrijke individuele mensenlevens veranderd. Bijvoorbeeld, Lew Wallace, een bekend generaal en literator. Twee jaar lang, studeerde Wallace in verschillende bibliotheken van Europa en Amerika om informatie te vinden waarmee Hij het christendom kon vernietigen. Terwijl hij het tweede hoofdstuk van zijn boek schreef, viel hij plotseling op zijn knieën en schreeuwde het uit tot Jezus: “Mijn Heer en mijn God.”

Door al het bewijsmateriaal dat hij las, kon hij er niet langer omheen dat Jezus Christus werkelijk Gods Zoon was. Later schreef Wallace het boek “Ben Hur”, een van de beste boeken die geschreven zijn over de tijd van Christus.

Zo ook, C.S. Lewis, professor aan de Universiteit van Oxford in Engeland. Hij was een agnosticus die jarenlang de godheid van Jezus Christus ontkende. Maar ook hij moest eerlijkheidshalve Jezus Christus als zijn God en Redder aanvaarden, toen hij de bewijzen zag van de godheid van Christus.

In zijn beroemde boek “Mere Christianity”, stelt C.S. Lewis het volgende: “Een gewoon mens, die alleen maar mens was, en zulke dingen zei als Jezus heeft gezegd zou nooit een grote morele leraar zijn geweest. Hij zou of een gek zijn, of hij zou de duivel uit de hel zijn geweest. Je moet kiezen. Of hij was en is de Zoon van God of een gek. Je kunt hem opsluiten als een gek of aan zijn voeten vallen en Hem Heer en God noemen. Maar we kunnen niet met die onzin komen om hem een geweldig leraar te noemen. Die ruimte heeft hij ons niet gegeven.”

Wat betekent Jezus van Nazareth voor jou? Je antwoord op deze vraag bepaalt de rest van je leven.

Alle andere religies zijn gesticht door mensen en zijn gestoeld op menselijke filosofie, normen en gedragsregels. Haal de stichters uit hun godsdienst en er zal niet echt iets veranderen. Maar als je Jezus uit het christendom haalt, dan is er niets meer over. Bijbels christendom is niet zomaar een levensfilosofie, noch een ethische standaard of gehoorzaamheid aan een religieus ritueel. Het ware christendom is gebaseerd op een levende persoonlijke relatie met de opgestane en levende Redder en Heer.

Jezus van Nazareth was aan het kruis genageld, begraven in een geleend graf en drie dagen later weer opgestaan uit de dood. In dit opzicht is het christendom uniek. Elk argument voor de betrouwbaarheid van het christendom is afhankelijk van het bewijs van de opstanding van Jezus van Nazareth. Door de eeuwen heen hebben geleerden, die de bewijzen van de opstanding hebben onderzocht, geloofd en ze geloven nog steeds, dat Jezus leeft. Na onderzoek van de bewijslast van de opstanding die de evangelie-schrijvers ons geven, concludeerde Simon Greenleaf, een autoriteit met betrekking tot rechtskundige zaken aan de Harvard School voor Rechtsgeleerdheid: “Daarom was het onmogelijk om vast te houden aan de dingen die ze vertelden, als Jezus niet werkelijk uit de dood was opgestaan, en zeker niet als ze het niet net zo zeker hadden geweten als de andere feiten.”

John Singleton Copley, een van de grootste geleerden op het gebied van rechtswetenschap in de Britse wereld: “Ik weet heel goed wat bewijslast is, en ik zeg u dat ik nog nooit zoveel bewijzen heb gezien als voor de opstanding.”

De opstanding staat centraal in het geloof van een christen. Er zijn verschillende redenen waarom de mensen die dit hebben bestudeerd, geloven dat het waar is:

Voorspeld: Jezus zelf heeft zijn dood en opstanding voorspeld. En zijn dood en opstanding zijn uitgekomen, precies zoals hij had gezegd.

Het lege graf: De opstanding is de enige plausibele verklaring voor het lege graf. Als we het bijbelse verhaal zorgvuldig lezen zien we dat het graf waarin het lichaam van Jezus lag, goed bewaakt werd door Romeinse soldaten en verzegeld was. Als, zoals sommigen hebben gezegd, Jezus niet werkelijk dood was, maar zeer verzwakt, zouden de wachters en de steen hem wel hebben tegengehouden als hij wilde vluchten, of gered zou worden door zijn volgelingen. De vijanden van Jezus zouden zijn lichaam niet hebben genomen. Als het lichaam van Jezus niet in het graf was, zou dat immers het verhaal van de opstanding alleen maar versterkt hebben.

Persoonlijke ontmoetingen:  de opstanding is de enige uitleg voor de verschijningen van Jezus aan zijn discipelen. Na zijn opstanding verscheen Jezus zeker tien keer aan hen die Hem hadden gekend. Zelfs verscheen Hij aan meer dan 500 mensen tegelijk. De Heer bewees dat deze verschijningen geen hallucinaties waren. Hij at en sprak met hen en ze mochten Hem aanraken.

De geboorte van de kerk: de opstanding is de enige verklaring voor verandering van de apostelen. Zij lieten Hem voor de opstanding in de steek. Na zijn dood waren ze ontmoedigd en bang. Zij hadden niet verwacht dat Jezus uit de dood zou opstaan. Maar na zijn opstanding en hun ervaring op de Pinksterdag zijn deze zelfde ontmoedigde, ontevreden mannen en vrouwen volkomen veranderd door de kracht van de opgestane Christus. In zijn naam hebben ze de wereld op z’n kop gezet. Velen moesten met hun leven betalen voor hun geloof. Anderen werden verschrikkelijk vervolgd. Hun moedig gedrag heeft geen grond behalve dan dat ze ervan overtuigd waren dat Jezus echt is opgestaan uit de dood. Dat maakte het waard om te sterven.

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van folder G39 / Jezus. Het is een nieuw project waarop u vanaf september kunt intekenen voor een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map.

Golgotha

Denk elke dag aan wat Jezus voor jou heeft gedaan, aan Zijn leven, Zijn woorden, Zijn werken en vooral aan Zijn offer dat Hij bracht voor jou. U en ik zijn verloren mensen, er zou geen toekomst zijn voor ons, als niet Iemand de prijs zou hebben betaald voor onze zonden.

In “De Wens der Eeuwen beschrijft E.G.White de gebeurtenissen die plaatsvonden op Golgotha. Heel de hemel en de wereld keek toe.

‘En toen zij aan de plaats gekomen waren die Schedel genoemd wordt, kruisigden zij Hem daar.” (Luc.23:33)

“Ten einde Zijn volk door Zijn eigen bloed te heiligen”, heeft Christus “buiten de poort geleden.” (Hebr.13:12) Vanwege de overtreding van de wet van God werden Adam en Eva uit Eden verbannen. Christus moest, als onze plaats­vervanger, lijden buiten de grenzen van Jeruzalem. Hij stierf buiten de poort, waar misdadigers en moordenaars werden terecht­gesteld. Vol betekenis zijn de woorden: “Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden.” (Gal.3:13)

Een grote menigte volgde Jezus van het gerechtsgebouw naar Golgotha. Het nieuws van Zijn veroordeling had zich door geheel Jeruzalem verbreid, en mensen van alle standen en rangen stroomden naar de plaats der kruisiging. De priesters en oversten waren door een belofte gebonden de volgelingen van Christus geen geweld aan te doen, indien Hijzelf aan hen werd overgeleverd, en de discipelen en de gelovigen uit de stad en de omgeving sloten zich aan bij de menigte die de Heiland volgde.

Toen Jezus voorbij de poort van het hof van Pilatus ging, werd het kruis dat voor Barabbas was gereedgemaakt, op Zijn gekneusde, bloedende schouders gelegd. Twee makkers van Barabbas zouden op dezelfde tijd als Jezus ter dood worden gebracht, en ook op hen werden kruisen ge­legd. De last van de Heiland was te zwaar voor Hem in Zijn zwakke, pijnlijke toestand.

Sinds het paschamaal met Zijn discipelen had Hij gegeten noch gedronken. Hij had in Gethsemane ten dode toe gestreden met satanische machten. Hij had de zielesmart van het verraad verdragen, en gezien hoe Zijn discipelen Hem in de steek lieten en vluchtten. Hij was naar Annas gevoerd, daarna naar Kajafas, toen naar Pilatus. Van Pilatus was Hij naar Herodes gezonden, en dan weer naar Pilatus. Van de ene belediging tot de volgende, van bespotting tot bespotting, tweemaal gemarteld door geseling – die gehele nacht was het ene toneel na het andere van dien aard geweest, dat daardoor de menselijke ziel tot het uiterste beproefd moest worden. Christus had niet gefaald. Hij had slechts woorden gesproken die erop gericht waren God te verheerlijken.

Gedurende de gehele schandelijke vertoning van Zijn verhoor had Hij Zich vastbesloten en waardig gedragen. Maar toen na de tweede geseling het kruis op Hem werd gelegd, kon Zijn menselijke natuur het niet meer verdragen. Hij bezweek onder Zijn last.

De schare die de Heiland volgde, zag Zijn zwakke wankele schreden, maar ze toonde geen medelijden. Zij hoonden en beschimpten Hem, omdat Hij het zware kruis niet kon dragen. Opnieuw werd Hem de last opge­legd, en opnieuw viel Hij uitgeput ter aarde. Zijn vervolgers zagen, dat het onmogelijk voor Hem was, Zijn last verder te dragen. Zij vroegen zich af, of zij iemand konden vinden die de vernederende last zou kunnen torsen. De Joden zelf konden dit niet doen, omdat de veront­reiniging hen zou verhinderen het Pascha te vieren. Zelfs niemand uit het gepeupel dat Hem volgde, zou zich vernederen om het kruis te dragen. Op dit ogenblik komt juist een vreemdeling, Simon van Cyrene, die van het land kwam, de menigte tegen. Hij hoort het gehoon en gespot van de menigte; hij hoort de woorden die vol verachting worden herhaald: Maak ruimte voor de Koning der Joden. Hij blijft staan, verwonderd over het schouwspel; en wanneer hij zijn medelijden uitspreekt, grijpen zij hem en leggen het kruis op zijn schouders.

Simon had over Jezus gehoord. Zijn zonen geloofden in de Heiland, maar hijzelf was geen discipel. Het dragen van het kruis naar Golgotha was een zegen voor Simon, en hij was sindsdien altijd dankbaar voor deze voorzienigheid. Het bracht hem ertoe het kruis van Christus te verkiezen en op te nemen, en voor altijd vol vreugde deze last te dragen.

In de menigte zijn er heel wat vrouwen die de onschuldig veroordeelde volgen naar de plaats waar Hij op wrede wijze zal sterven. Hun aandacht is op Jezus gericht. Sommigen van hen hebben Hem reeds eerder gezien. Sommigen hebben hun zieken en lijdenden tot Hem gebracht. Sommigen zijn zelf genezen. Het verhaal van de dingen die hebben plaatsgevonden, komt ter sprake. Zij verwonderden zich over de haat van de schare jegens Hem, voor Wie hun eigen harten vertederen en bijkans breken. En niet­te­genstaande het optreden van de woedende massa en de boze woorden van de priesters en oversten, geven deze vrouwen uiting aan hun medeleven. Wanneer Jezus uitgeput onder het kruis neervalt, breken zij uit in droeve klachten.’

Dit was het enige dat de aandacht van Christus trok. Hoewel Hij zeer leed, terwijl Hij de zonden der wereld droeg, stond Hij niet onverschillig tegenover een uiting van smart. Hij keek deze vrouwen met teder mede­dogen aan. Zij geloofden niet in Hem. Hij wist dat ze Hem niet beklaagden als iemand die van God gezonden was, maar dat zij werden bewogen door gevoelens van menselijk medelijden. Hij verachtte hun medelijden niet, maar in Zijn hart ontwaakte een diepe sympathie voor hen. “Dochters van Jeruzalem”, zei Hij, “weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen.” (Luc.23:28)

Van het toneel voor Zijn ogen zag Christus vooruit naar het ogenblik van Jeruzalems verwoesting. Bij de verschrikkelijke gebeurtenis zouden velen van hen die nu om Hem weenden, met hun kinderen omkomen.

Van de val van Jeruzalem gingen de gedachten van Jezus naar een groter oordeel. In de verwoesting van de onboetvaardige stad zag Hij een symbool van de uiteindelijke verwoesting die over de wereld zou komen. Hij zei: “Dan zal men beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons en tot de heuvelen: Bedekt ons. Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal met het dorre geschieden?” (Luc.23:30,31) Met het groene hout stelde Jezus Zichzelf voor, de onschuldige Verlosser. God liet toe, dat Zijn toorn over de overtreding op Zijn geliefde Zoon viel. Jezus zou voor de zonden der mensen worden gekruisigd. Welk lijden zou dan de zondaar die voortging te zondigen, moeten dragen? Ieder die geen berouw toonde en niet geloofde, zou smart en ellende ondervinden, die met geen woorden kunnen worden beschreven.

Velen van de menigte die de Heiland naar Golgotha volgde, hadden Hem met vreugdevol hosannageroep en wuiven van palmtakken begeleid, toen Hij triom­fantelijk Jeruzalem binnenreed. Maar niet weinigen van degenen die Hem toen hadden toegejuicht, omdat iedereen dit deed, uitten nu de kreet: “Kruisig Hem! Kruisig Hem!” (Luc.23:21)

Toen Christus Jeruzalem binnenreed, waren de verwachtingen van de discipelen ten top gestegen. Zij waren dicht bij hun Meester gebleven, daar zij gevoelden dat het een grote eer was, met Hem verbonden te zijn. Nu, in Zijn vernedering, volg­den zij Hem op een afstand. Zij waren met smart vervuld, en gingen gebukt onder hun teleur­gestelde verwachtingen. Hoe werden de woorden van Jezus bewaarheid: “Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.” (Matth.26:31)

Toen ze op de plaats van de terechtstelling aankwamen, werden de gevangenen op de martelwerktuigen gebonden. De twee rovers verzetten zich hevig in de greep van degenen die hen op het kruis legden; maar Jezus bood geen tegenstand. Ondersteund door Johannes, de geliefde discipel, had de moeder van Jezus de schreden van haar Zoon naar Golgotha gevolgd. Ze had gezien, hoe Hij bezweek onder de last van het kruis, en had verlangd een steunende hand te leggen onder Zijn gewonde hoofd, en dat voorhoofd, dat eens aan haar borst had gerust, af te wissen.

Maar dit droeve voorrecht werd haar niet verleend. Met de discipelen koesterde zij nog steeds de hoop, dat Jezus Zijn macht zou openbaren en Zich van Zijn vijanden zou bevrijden. Opnieuw ontzonk haar de moed, wanneer zij terugdacht aan de woorden waarmee Hij juist die dingen die nu plaats­vonden, had voorzegd. Terwijl de rovers op het kruis werden gebonden, keek zij met angstige spanning toe. Zou Hij, Die het leven aan de doden had gegeven, toelaten dat Hijzelf werd gekruisigd?

Zou de Zoon van God dulden, dat Hij zo wreed werd gedood? Moest zij haar geloof, dat Jezus de Messias was, opgeven? Moest ze getuige zijn van Zijn schande en smart, zonder zelfs het voorrecht te hebben Hem in Zijn lijden bij te staan? Zij zag hoe Zijn handen waren uitgestrekt op het kruis; de hamer en de spijkers werden gebracht, en toen de nagels werden gedreven door het tere vlees, droegen de tot in de ziel getroffen discipelen de be­zwijmende gestalte van de moeder van Jezus weg van het wrede gebeuren. Geen klacht kwam over de lippen van de Heiland. Zijn gelaat bleef kalm en vredig, maar grote droppels zweet stonden op Zijn voorhoofd. Er was geen medelijdende hand om het doodszweet van Zijn gelaat te wissen, noch klonken er woorden van deelneming en onveranderlijke trouw om Zijn menselijk hart te versterken. Terwijl de soldaten hun verschrikkelijk werk verrichtten, bad Jezus voor Zijn vijanden: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” (Luc.23:34)

Zijn gedachten dwaalden af van Zijn eigen lijden naar de zonde van Zijn vervolgers, en naar de verschrik­kelijke vergelding die hun deel zou zijn. Er werden geen vervloekingen uitgesproken over de soldaten die Hem zo ruw behandelden.

Geen wraak werd ingeroepen over de priesters en oversten die zich verlustigden over de voltooiing van hun plan. Christus beklaagde hen in hun onwetendheid en schuld. Hij fluisterde voor hun vergiffenis alleen een verontschuldiging: “Want zij weten niet wat zij doen.” (Luc.23:34)

Indien zij geweten hadden, dat zij Iemand Die gekomen was om een zondig geslacht van de eeuwige ondergang te redden, overgaven om te worden gemarteld, dan zouden ze door zelfverwijt en afschuw zijn aan­gegrepen. Maar hun onwetendheid nam hun schuld niet weg; want het was hun voorrecht Jezus te kennen en aan te nemen als hun Heiland.

De tijden zijn niet veranderd. Mensen lijden nog steeds aan dezelfde kwalen als hoogmoed , egoïsme, bezitsdrang, geven zich over aan uitspattingen en laagheid. In onwetendheid wordt ook vandaag geweld gepleegd, worden mensen misleid en wordt onrecht bedreven. En nog steeds bidt Jezus – onze hemelse Pleiter – dat we zouden vergeven mogen worden… in de hoop dat de dag komt dat elke mens erbij stilstaat dat men verloren is, en Jezus ziet als de enige hoop. Denk erover na wat Jezus deed en leed – voor U

Lees verder in: Ellen G.White. ‘De wens der eeuwen’