in 1982 begon ik met Groene Dag, omdat ik enthousiast was over het project "gezond leven, natuurlijk eten, positief denken". Dat was nieuw voor mij, maar het resultaat zo hoopgevend, dat ik dacht "dat moet iedereen weten" en "hoe heb ik al die jaren zonder Groene Dag geleefd?" Dat wordt voortaan de 'School voor Natuurlijke Gezondheid' waar ook jij voor uitgenodigd wordt: een levenslange school om "het beste van het leven te maken" !
Compromis is niet altijd een slecht woord. Het kan een wonderlijk principe zijn dat helpt vrede te scheppen en eenheid in relaties bewaren. Als iedereen met zijn eigen regels naar voor komt en niet wil buigen voor een ander, begrijp je al snel waar je uitkomt. In een samenleving kunnen afspraken gemaakt worden en het is een beetje geven en nemen. Maar wanneer een Christen begint compromissen te maken die te maken hebben met de inhoud van het geloof, door bijbelse principes voor de vrede in te ruilen, kan het voor eeuwig fataal zijn. Met de woorden van Martin Luther: “Vrede indien mogelijk, de waarheid hoeveel het ook kost.”
Het is verleidelijk om een morele blitzkrieg te lanceren en de vele delen waarin de kerk (de hele groep van Gods kinderen) compromissen heeft aangegaan, aan te vallen. Ik zou kunnen uitpakken met een lijst van Christelijke standpunten die opgeofferd worden op het altaar van de compromissen om beter aanvaard te worden door de wereld. Ik zou zelfs de gevaarlijkste van allemaal kunnen aanpakken: de verwaterde, vervlakte en inhoudsloze theologieën waarin niet de minste oproep zit tot haar volgelingen om zichzelf te ontkennen en hun kruis op te nemen.
Elk van deze compromissen hebben de vrede geneutraliseerd in het hart van gelovigen, en hebben het potentieel van het evangelie verdund, en de kerkgroei gewurgd.
In plaats van ieder onderwerp in detail te ontrafelen, wil ik jullie aandacht op een breder principe vestigen, dat leidt tot slecht compromis en zondige gelijkvormigheid en hoe we de verleidingen van de duivel kunnen weerstaan.
Speel niet met compromissen
Terwijl de Egyptische kapitein Potifar weg was op zakenreis, probeerde zijn vrouw Jozef, zijn betrouwbaarste knecht, te verleiden. Jozef kwam daardoor in een lastige positie. Hij werd verleid om de voordelen van die verboden relatie te overwegen. Hij zou van meer prestige en rijkdom kunnen genoten hebben in zijn positie met een manipulerende geliefde aan zijn zijde. Het lijkt er tenminste op dat hij dan de gevangenis had kunnen vermijden, omdat hij niet inging op haar verleiding. Het moet een krachtige verleiding geweest zijn voor een ongehuwde, gezonde jongeman, om af te stappen van zijn principes, voor het bewijs van zijn kracht en voor dit onverwachte pleziertje. Toch, zelfs met al de influisteringen van de duivel, wist Jozef dat het verkeerd was en weigerde hij om deze duivelse daad te overwegen.
“En ofschoon zij dag aan dag tot Jozef sprak, voldeed hij niet aan haar wens bij haar te gaan liggen en omgang met haar te hebben.” (Genesis 39:10) Als het je niet was opgevallen, Jozef weigerde niet enkel overspel te plegen, maar hij bleef uit de buurt van de verleiding. Wees gewaarschuwd: Als je doolt rond verboden grenzen, zal het dodelijke vortex je erin zuigen zoals een tornado van vijfde categorie. Wanneer je verleid wordt door iets of iemand, om toe te geven aan schuldige dingen, zorg dan dat je zo ver mogelijk weg raakt uit het magneetveld van de duivel. Laat zonde niet aan je werken en je oplossing afbreken. Eva wandelde te dicht bij de verboden boom en wachtte dan om Satan’s rationalisering te horen. Van zodra ze de boom gezien had en de slangs vraag hoorde over Gods waarheid, had ze moeten weglopen, zo hard als ze kon. Gods Woord vertelt ons dat we moeten vluchten van de verleiding.
Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. (1 Timotheüs 6:11)
We staan nu voor het nieuwe jaar en mensen zullen elkaar allerlei goede wensen aanbieden. Maar dat u en ik samen standvastig blijven in Gods woord en de kracht mogen ontvangen om “de goede strijd des geloofs” verder te strijden, lijkt me het beste om voor te bidden en te ijveren. Mocht het uw dagelijkse ervaring zijn in 2024 – overwinning na overwinning.
Zoals het evangelie van Matteüs vertelt, werd Jezus geboren in de tijd van koning Herodes, en de geschiedenisboeken leren dat het grootste deel van de beschaving werd geleefd in tijden van koningen zoals hij – dat wil zeggen, in tijden van tirannieke koningen.
Denk aan de tijd van Farao, de tijd van Nebukadnezar, de tijd van Augustus, de tijd van Nero, helemaal tot in de moderne tijd – de tijd van Hitler en Mussolini, de tijd van Franco en Salazar, de tijd van Pinochet en veel andere. Het zijn tragische omstandigheden waar de meeste mensen hun leven mee te maken hebben.
Maar het evangelie kondigt de blijde tijding aan, dat met de geboorte van Jezus de hemel de tijd van tirannieke koningen is binnengedrongen!
Mattheüs vertelt het verhaal van de eerste niet-joden die de openbaring van Christus de Koning ontvingen. Dit is het geliefde kerstverhaal van de Wijzen.
De oosterse magiërs (of magiërs) waren hoogstwaarschijnlijk Zoroastrische priesters uit Perzië die bedreven waren in astronomie en droominterpretatie, die op de een of andere manier in de sterren een teken ontwaren dat de geboorte van een nieuwe koning der joden aankondigde. Tegelijk kenden ze de oude Hebreeuwse geschriften en hadden de tijden van Daniel bestudeerd. De Zoroastrische wijzen beschouwden deze geboorte als zo belangrijk dat ze begonnen aan een gevaarlijke en moeilijke reis van meer dan 1500 km van Perzië naar Judea om eer te bewijzen aan het kind om hun geschenken van goud, wierook en mirre aan te bieden. Omdat de magiërs op zoek waren naar een in Judea geboren kind-koning, was het logisch dat ze navraag deden in de hoofdstad Jeruzalem, maar daarmee zetten ze onbewust verschrikkelijke gebeurtenissen in gang.
Toen Jezus werd geboren, naderde koning Herodes de zeventig en had hij meer dan dertig jaar over Judea geregeerd. Herodes was rijk en machtig, maar werd paranoïde. Zijn paranoia kwam misschien voort uit een angstig besef van hoe zwak zijn koninklijke positie was. Herodes was koning van Judea, maar alleen als vazal voor het Romeinse Rijk.
Herodes was geboren uit een Edomitische vader en een joodse moeder en stamde niet af van de Davidische of Hasmonese koninklijke lijn. In 37 voor Christus, rond de leeftijd van veertig, werd Herodes het koningschap over Judea toegekend door de Romeinse senaat als beloning voor zijn loyaliteit aan Rome tijdens de Parthische oorlog. Na de installatieceremonie in Rome liep Herodes arm in arm het Senaatsgebouw uit met de twee machtigste mannen ter wereld – Caesar Augustus en Marcus Antonius. Herodes leidde vervolgens een processie op de Capitolijnse heuvel naar de tempel van Jupiter, waar de pas beëdigde koning een offer bracht aan de belangrijkste godheid in de Romeinse keizerlijke religie. Dit zou je een idee moeten geven waarom vrome Joden niet blij waren met Herodes als hun koning! Het kan ook een idee geven van het soort compromissen een Joodse koning zou moeten sluiten om in de gunst van Rome te blijven.
Gedurende zijn regeerperiode moest Herodes zich een weg banen door de verraderlijke politiek van het neerslaan van Joodse opstanden en tegelijkertijd de gunst van zijn Romeinse opperheren behouden. Als vazalkoning die niet populair was bij de lokale bevolking, maar pragmatisch nuttig was voor Rome, was Herodes altijd maar één opstand verwijderd van zijn ontslag door Caesar Augustus. Het lijkt erop dat de spanning van constante politieke intriges Herodes tot een pathologisch paranoïde koning had gemaakt.
Toen een gevolg van magiërs uit Perzië in Jeruzalem arriveerde met het onheilspellende nieuws dat een kind – koning der Joden was geboren, was Herodes bezorgder dan ooit. Uit de inlichtingen van de magiërs wist Herodes dat de lang geleden gebroken koninklijke lijn van David op de een of andere manier nieuw leven was ingeblazen en dat er een legitieme opvolger van de troon van David was geboren.
Hoe nam Herodes het verrassende nieuws van een opwekking in het geslacht van koning David op? Niet goed. Herodes had te veel respect voor de eerbiedwaardige magiërs om het af te doen als “nepnieuws”, dus, zoals Mattheüs vertelt: “Toen koning Herodes dit hoorde, schrok hij, en heel Jeruzalem met hem.” Het geboortekaartje van de magiërs vervulde Herodes met angst en Jeruzalem was ook bang. De inwoners van Jeruzalem waren zich ervan bewust hoe gevaarlijk het leven kan zijn als een machtige heerser met een kwetsbaar ego bang is. Heel Jeruzalem stond op scherp – bezorgd over wat de koning zou kunnen doen.
Wat Herodes deed was een van de grootste misdaden in de Bijbel beschreven – we noemen het de slachting van de onschuldigen. Hoewel we geen bevestiging van deze gruweldaad hebben buiten het evangelie van Mattheüs, is het verslag in overeenstemming met wat we weten over de meedogenloze methoden van Herodes. Mattheüs beschrijft dat de koning doodseskaders naar Bethlehem stuurde – een dorpje op vijf kilometer van het Herodiumpaleis – met de instructies om alle mannelijke baby’s onder de twee jaar te doden.
“The massacre of the Innocents” geschilderd door de vaak vergeten Parijse schilder Léon Cogniet in 1824. Musée des Beaux-Arts, Rennes.
In zijn doodsangst was Herodes’ doelwit de moord op één baby, maar veel baby’s zouden uiteindelijk sterven. Het is een blik achter de schermen van het wereldtoneel, waar één macht aandachtig gadeslaat wat op deze planeet gebeurt. Ook hij kent de schriften, hij wist dat de tijd eraan kwam en dat er uit de lijn van David nog een Zaad zou ontspruiten, en hij zou alles doen om dat te verhinderen – en dat was niet de eerste keer. Zo zie je dat hij gebruik maakt van wereldse machten, soms van geestelijke machten, en hier van Herodes. Deze gruwel werd de slachting van de onschuldigen genoemd, maar moderne koningen en koninkrijken hebben het ontsmet met de Orwelliaanse term ‘nevenschade’.
Ik begrijp dat de meeste christenen hun versie van Kerstmis niet willen bezoedelen met Mattheüs verslag van de nevenschade van Herodes; het herinnert aan mislukte aanvallen en aanslagen en de kiem leggen voor volgende conflicten. Maar dit is het onwrikbare rapport dat de evangelist gaf.
Dus laten we de donkere kant van Kerstmis bekijken. Wanneer hedendaagse machten de wegen van oude tirannenkoningen overnemen, hoe pragmatisch de motieven ook zijn, moeten we eerlijk zijn over het feit dat onschuldige mensen, zelfs kinderen, worden gedood. We moeten onthouden dat het doel nooit de middelen heiligt. Als de middelen dodelijk zijn, zullen de doelen niet levensbevestigend zijn. Je kunt de wereld aan stukken bombarderen, maar je kunt de wereld niet bombarderen tot vrede. Je kunt geen liefde bombarderen in het hart van de mensen.
Mattheüs geeft een profetisch perspectief op de slachting van de onschuldigen en geeft een tekst die nooit op een kerstkaart te vinden zal zijn: “Toen werd vervuld wat door de profeet Jeremia was gesproken: Een stem is te Rama gehoord, geween en veel geklaag: Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten, omdat zij niet meer zijn.” – Matteüs 2:17, 18 Rachel stierf in het kraambed en werd net buiten Bethlehem begraven. De profeet Jeremia, die zes eeuwen voor Christus leefde, zag Rachel als een beeld van de Hebreeuwse kinderen. Anticiperend op de wrede slachting die zelfs kinderen zou treffen bij de invasie van Nebukadnezars’ legers, beeldt Jeremia Rachel af die ontroostbaar weent over de afgeslachte onschuldige kinderen.
Zes eeuwen later zag de Mattheüs een verdere vervulling van Jeremia’s duistere profetie, een verschrikkelijke vervulling die uitkwam toen Herodes de babyjongens van Bethlehem executeerde die het wrede ongeluk hadden om iets te dicht bij de geboorte van koning Jezus geboren te worden.
Ook in deze dagen zullen er mensen zijn die het ongeluk hadden tot een bepaalde familie of volk te horen, en die weinig reden hebben om te feesten en vrolijk te zijn, en zich niet laten troosten. Het lijkt me erg nuttig om aan hen te denken en ook voor hen Gods hulp en Zijn Geest af te smeken.
Omwille van zijn ongewone groeigewoonte is de tropische Banyanboom gekend als de “wurgvijg” Deze bomen komen meestal tot leven wanneer een vogel het zaad laat vallen in de kruin van een andere boom. De Banyanwortels gaan langs de stam naar beneden op zoek naar de bodem. Eens de wortels zich vastgeankerd hebben, groeien en verdikken de wortels zeer snel. Waar de wortels samenkomen smelten de wortels samen en vormen een traliewerk rond de stam van de drager. Geleidelijk verhinderen ze dat de draagboom nog verder kan groeien omdat hij beroofd wordt van al het licht, water en voedingsstoffen. Uiteindelijk verstikt de Banyan de draagboom tot hij sterft en wegrot, en er alleen nog een banyanboom overblijft.
Zo gaat het ook met de zaden van compromis die zich vast zettten in Gods overblijfsel. Is het mogelijk dat uit Gods kerk, het spiritueel leven en de gaven worden weggezogen?
Iedereen verlangt ernaar om aanvaard te worden. Maar voor een echte christen is het onmogelijk om zowel de aanvaarding van de wereld te hebben en de goedkeuring van onze hemelse Vader.
Jezus zei, “Geen slaaf kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.” (Lucas 16:13) En Jacobus schreef dat vriendschap met de wereld vijandschap met God is. (Jacobus 4:4) Maar de spijtige waarheid is dat miljoenen gelovige Christenen op zoek zijn naar een manier om een werkbaar compromis te vinden tussen hun schuldgevoelens en de motieven van deze slechte wereld.
Ik ben gepassioneerd door dit thema omdat ik het bij momenten moeilijk heb met de verraderlijke invloeden van compromissen in mijn eigen levenswandel. De duivel biedt altijd onderhandelingen over waarden en principes aan. Hij gebruikt zelden een gewone duidelijke strijd. Integendeel, zijn effectiefste plan is een stap voor stap afbrokkelingsplan, zodat we zelden iets merken van wat we bezig zijn, tot het te laat is.
Maak geen fout. Toegeven aan de duivel is dodelijk voor de geest, en het zal ons nooit een blijvende voldoening geven. God vertelt ons duidelijk dat we niet in een onschuldige middenzone kunnen spelen, een beetje van het een en een beetje van het ander – om niet extreem over te komen, of proberen twee werelden met elkaar te verzoenen.
“Wie met Mij niet is, die is tegen Mij, en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.” (Mattheus 12:30).
In realiteit is het onmogelijk om toegevingen te doen aan de duivel. Elke poging om te onderhandelen met satan zal uiteindelijk totale capitulatie veroorzaken. Enkel door voortdurende afhankelijkheid van God en persoonlijke waakzaamheid kunnen we de tentakels van dit monster – het “kruipend compromis” – afhakken.
Jane Marczewski (artiestennaam ‘Nightbirde’) straalde kalm vertrouwen en vrede uit toen ze op het podium stond en de juryleden haar verhaal vertelde. Ze was een zangeres die ook liedjes schreef. Ze was 30 jaar oud en de kanker waar ze al een aantal jaren mee had gestreden, was uitgezaaid. Terwijl ze haar oorspronkelijke lied zong, veegden de juryleden en het publiek de tranen uit hun ogen. Toen de juryleden hun ontzag uitten voor haar positiviteit, zei ze simpelweg: ‘Je kunt niet wachten tot het leven niet meer moeilijk is voordat je besluit gelukkig te zijn.’1
Jane deelde openlijk haar geloof en haar strijd tegen kanker op haar blog. ‘Ook op dagen dat ik niet zo ziek ben, ga ik soms in het middaglicht op de mat liggen om naar Hem te luisteren. Ik weet dat het vreemd klinkt, en ik kan het niet echt uitleggen, maar God is daar ook – zelfs nu. Ik heb horen zeggen dat sommige mensen God niet kunnen zien omdat ze niet ver genoeg naar beneden kijken, en dat is waar. Als je Hem niet kunt zien, kijk dan lager. Je vindt God op de badkamervloer.’2
Heb je ooit gedacht dat het beter zou zijn te wachten tot je gezond of succesvol bent voordat je naar anderen van God getuigt? Het is gemakkelijk voor ons om te denken dat we alles ‘op een rijtje’ moeten hebben voordat we het evangelie met anderen kunnen delen. In de Bijbel vind je verschillende verhalen die ons laten zien hoe effectief het is om middenin de chaos en strijd van ons dagelijks leven te getuigen, zelfs onder de moeilijkste omstandigheden. Jozef is daarvan heel een goed voorbeeld.
Als oudste zoon van de favoriete vrouw van zijn vader had Jozef de nodige voorrechten en was hij meer geliefd dan zijn broers. Toen hij 17 was, had hij van zijn vader een prachtig bovenkleed gekregen en ontving hij profetische dromen die voorspelden dat hij heerschappij over zijn broers en zelfs over zijn vader zou voeren. Dat ging zijn broers te ver. Toen ze de gelegenheid kregen om wraak te nemen, grepen ze Jozef, trokken hem dat aanstootgevende bovenkleed uit en gooiden hem in een lege waterput. Daarna verkochten ze hem aan een passerende karavaan van handelaren die op weg waren naar Egypte.
Jozef overleefde de reis naar Egypte en werd door de Ismaëlieten/ Midjanieten verkocht aan Potifar, een hoveling van de farao en commandant van zijn lijfwacht. Maar ‘de HEER stond Jozef terzijde en liet alles wat hij ter hand nam slagen.’3 Jozef werd dan wel gedwongen zijn familie te verlaten, maar hij nam zijn geloof met zich mee. Hij verborg zijn geloof niet voor Potifar, en hoewel Potifar de God van Jozef misschien niet aanbad, zag en begreep hij dat God met Jozef was en dat zijn huishouden profiteerde van de zegeningen die God over Jozef uitstortte.
Dit bracht Potifar ertoe om hem tot de opzichter over zijn hele huis te bevorderen. God erkende deze positieve behandeling van Jozef: ‘En vanaf het ogenblik dat hij hem belastte met het toezicht op zijn huis en zijn bezittingen, zegende de HEER het huis van die Egyptenaar omwille van Jozef. De zegen van de HEER rustte op alles wat hij bezat, in huis en daarbuiten.’4
Helaas hield het succes van Jozef niet aan. Potifars vrouw probeerde hem te verleiden en beschuldigde hem daarna van een verschrikkelijke misdaad. Jozef werd in de gevangenis geworpen ook al was hij onschuldig. Jozef had in wanhoop kunnen wegzinken. Wie zou hem dat kwalijk nemen? Er leek geen hoop op vrijheid te zijn of het terugzien van zijn familie.
Hij had de omstandigheden zijn geloof en moraliteit kunnen laten aantasten, of in ieder geval zijn arbeidsethos! In plaats daarvan zette hij zijn gewoonten van trouwe dienst voort, en God zegende hem, zelfs in de gevangenis. ‘Maar de HEER stond hem terzijde en bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam. Deze gaf Jozef de verantwoordelijkheid voor alle gevangenen … en liet alles wat Jozef ter hand nam slagen.’5
De wijze waarop Jozef omging met de opperschenker en de opperbakker toont zijn medeleven en respect voor zijn medegevangenen. Ellen White schreef dat ‘het de rol was die hij speelde in de gevangenis, de integriteit die bleek uit zijn dagelijks leven en zijn medeleven voor degenen die in moeilijkheden en nood verkeerden, die de weg vrijmaakten voor zijn toekomstige voorspoed en eer.’6
Zijn gedrag in een voor hem persoonlijke duistere tijd was een getuigenis voor de mensen om hem heen en een voorbeeld voor ons vandaag. ‘Elke lichtstraal die we op anderen laten schijnen, kaatst terug op onszelf. Elk vriendelijk en meelevend woord dat tot bedroefde mensen wordt gesproken, elke daad om de last van onderdrukten te verlichten, en alles wat we aan mensen in nood geven, zal uitmonden in zegeningen voor de gever, zolang dat maar wordt gedaan vanuit een juiste motivatie.’7
Het heeft een aantal jaren geduurd voordat Jozef uit de gevangenis werd vrijgelaten, en zelfs nadat hij de hoogste machthebber van Egypte was geworden, duurde het nog wel even voordat hij herenigd werd met zijn familie. Toen hij zich uiteindelijk bij zijn broers bekendmaakte, zei hij tegen hen: ‘blijf kalm en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden.’8
Toen hij in eerste instantie als slaaf werd verkocht, had Jozef er geen idee van dat hij de hoogste machthebber van Egypte zou worden of dat zijn leiderschap en zijn door God gegeven wijsheid het welzijn van zijn familie en heel Egypte zeker zou stellen. Hij kon toch nog niet inzien hoe God de verschrikkelijke situatie zou gebruiken waarin hij verkeerde. Jozef wachtte niet totdat hij opziener van het huis van Potifar of de hoogste machthebber van Egypte was geworden om God trouw te zijn of Hem de eer te geven voor zijn successen. Zijn getuigenis zorgden ervoor dat Potifar en farao beseften wat de ware bron van Jozefs succes was.
Hij gaf niet op, zelfs niet toen zijn omstandigheden verslechterden. In plaats daarvan greep hij elke gelegenheid aan om het geloof van zijn vaderen na te leven en licht te brengen in de meest donkere hoeken van de Egyptische samenleving. Als slaaf kon Jozef praten met gewone leden van Potifars huishouden en mogelijk ook met mensen die op andere landgoederen woonden. In de gevangenis ontmoette hij gevangenen met allerlei verschillende achtergronden. Als hoogste machthebber ging hij om met leiders. God gebruikte Jozef om elke sociale laag van de bevolking te bereiken.
Misschien zit jij wel ‘op de badkamervloer’, zoals Jane, of ‘in de put’, zoals Jozef. Je vraagt je misschien af hoe je in vredesnaam op zo’n moment van persoonlijke duisternis en pijn een getuige kunt zijn. Zelfs als je je alleen maar vastklampt aan God in je strijd, kunnen je doorzettingsvermogen en geloof een bron van inspiratie zijn voor anderen.
8 – Michael Foust, ‘AGT’s ‘Nightbirde’ sterft op 31-jarige leeftijd: haar nalatenschap is de ‘kracht die ze in Jezus vond’, Christian Headlines, 22 februari 2022, http://www.christianheadlines.com/contributors/ michael-foust /agts-nightbirde-sterft-op-31-haar-nalatenschap-isde-kracht-die-ze-vond-in-jezus.html.
Tijdens het laatste proces van Paulus voor Nero was de keizer zo sterk onder de indruk van de kracht van de woorden van de apostel dat hij de beslissing in deze zaak uitstelde. De beschuldigde dienaar van God werd niet vrijgesproken maar ook niet veroordeeld. De boosaardige houding van de keizer tegen Paulus keerde echter al snel terug. Hij ergerde zich aan zijn onvermogen om de verspreiding van de christelijke religie tegen te gaan, die zelfs tot de keizerlijke huishouding was doorgedrongen. Hij besloot dat de apostel ter dood moest worden gebracht zodra er een aannemelijk voorwendsel kon worden gevonden. Niet lang daarna deed Nero uitspraak waardoor Paulus tot een martelaarsdood werd veroordeeld. Aangezien een Romeins burger niet aan foltering kon worden onderworpen, werd hij veroordeeld tot onthoofding.
Paulus werd in alle stilte naar de plaats van executie gebracht. Er mochten slechts weinig toeschouwers bij aanwezig zijn, want zijn vervolgers maakten zich zorgen over de omvang van zijn invloed en vreesden dat het tafereel van zijn dood mensen tot bekeerlingen zouden maken tot het christendom. Zelfs de geharde soldaten die hem begeleidden, luisterden naar zijn woorden en zagen met verbazing dat hij opgewekt en zelfs vreugdevol was bij het vooruitzicht van de dood. Voor sommigen die getuige waren van zijn martelaarsdood, bleek zijn vergevingsgezinde houding ten aanzien van zijn moordenaars en zijn onwankelbare vertrouwen in Christus tot het laatst voor een levensmoed te staan die tot leven leidde. Meer dan één van hen aanvaardde de Heiland die Paulus predikte, en weldra bezegelde ook zij onbevreesd hun geloof met hun eigen bloed.
Tot zijn laatste momenten getuigde het leven van Paulus van de waarheid van zijn woorden tot de Korintiërs: ‘Want de God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen,” heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.’ 1 Zijn eigen kracht was niet toereikend, maar de aanwezigheid en tussenkomst van de goddelijke Geest die zijn innerlijk vervulde en elke gedachte onderwierp aan de wil van Christus zorgde daar wel voor. De profeet zegt: ‘De standvastige is veilig bij U, vrede is er voor wie op U vertrouwt.’ 2 De door de hemel gegeven vrede die op het gelaat van Paulus tot uitdrukking kwam, won menige ziel voor het evangelie.
Paulus droeg iets van de sfeer van de hemel met zich mee. Alle mensen die met hem omgingen, voelden de invloed van zijn één zijn met Christus. Het feit dat zijn eigen leven in overeenstemming was met de waarheid die hij verkondigde, gaf zijn prediking overtuigingskracht. Hierin ligt de kracht van de waarheid. De ongedwongen invloed van een heilig leven is de meest overtuigende preek die je ten gunste van het christendom kunt houden. Zelfs argumenten die onweerlegbaar zijn, roepen soms alleen maar weerstand op. Een godvruchtig voorbeeld heeft een kracht die onmogelijk volledig te weerstaan is.
De apostel had geen oog voor zijn eigen naderende lijden doordat hij bezorgd was voor degenen die hij op het punt stond te verlaten en die het hoofd moesten bieden aan vooroordeel, haat en vervolging. De weinige christenen die hem vergezelden op weg naar de executieplaats, probeerde hij te versterken en aan te moedigen door de beloften te herhalen die waren gegeven aan hen die ter wille van de gerechtigheid worden vervolgd. Hij verzekerde hun dat er niets zou ontbreken aan alles wat de Heer had gesproken wat betreft zijn op de proef gestelde en getrouwe kinderen. Gedurende korte tijd zouden ze het zwaar kunnen hebben door veelvuldige verzoekingen. Het zou ze aan aardse gemakken kunnen ontbreken. In hun hart zouden ze moed kunnen vatten door de zekerheid van Gods trouw door dit te zeggen: ‘Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.’ 3 Spoedig zou de nacht van beproeving en lijden ten einde komen en dan zou die blije ochtend van vrede en die volmaakte dag aanbreken.
De apostel had zijn blik gevestigd op het hiernamaals, niet met gevoelens van onzekerheid of angst, maar met vreugdevolle hoop en een verwachtingsvol verlangen. Terwijl hij op de plaats staat waar hij de martelaarsdood zal ondergaan, ziet hij niet het zwaard van de beul of de aarde die zo kort daarna zijn bloed zal opnemen. Hij richt zijn blik omhoog en kijkt door de kalme blauwe hemel van die zomerdag heen naar de troon van de Eeuwige.
Deze man van geloof ziet de ladder uit het visioen van Jakob.
Die ladder stelt Christus voor die de aarde met de hemel heeft verbonden, en de eindige mens met de oneindige God. Zijn geloof wordt gesterkt als hij denkt aan hoe de aartsvaders en de profeten hebben vertrouwd op Hem die ook zijn steun en troost is en voor wie hij zijn leven geeft. Van deze heilige mannen, die van eeuw tot eeuw hebben getuigd van hun geloof, hoort hij de verzekering dat God waarachtig is. Zijn mede-apostelen trokken eropuit om het evangelie van Christus te verkondigen en om religieuze onverdraagzaamheid en heidens bijgeloof, vervolging en minachting het hoofd te bieden. Zij hadden hun leven niet zo lief dan dat zij het licht van het kruis hoog wilden houden te midden van de donkere doolhoven van ontrouw. De apostel hoort hen getuigen van Jezus als de Zoon van God, de Heiland van de wereld. Vanaf de pijnbank, de brandstapel, de kerker en uit de holen en spelonken van de aarde, hoort hij de triomfkreet van de martelaar in zijn oor. Hij hoort het getuigenis van standvastige mensen die toch een onbevreesd, plechtig getuigenis afleggen van het geloof ook al zijn ze berooid, beproefd en gekweld. Toch zeggen zij ‘Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld.’ Zij hebben hun leven gegeven voor het geloof en verkondigen aan de wereld dat zij op Hem hebben vertrouwd en dat Hij in staat is om volkomen te redden.
IK WEET HET HEEL ZEKER
Omdat hij is vrijgekocht door het offer van Christus, zijn zonden zijn weggewassen door zijn bloed, en hij bekleed is met Gods gerechtigheid, kan Paulus zelf ook getuigen dat zijn ziel kostbaar is in de ogen van zijn Verlosser. Zijn leven is met Christus in God verborgen en hij is ervan overtuigd dat Hij die de dood heeft overwonnen, in staat is te behouden wat aan Hem is toevertrouwd. Zijn geest begrijpt de belofte van de Heiland: ‘Ik laat hen op de laatste dag opstaan.’ 4 Zijn gedachten en hoop zijn gericht op de wederkomst van zijn Heer. Terwijl het zwaard van de beul neerdaalt en de martelaar wordt omringd door de schaduwen van de dood, is zijn laatste gedachte dezelfde als zijn eerste gedachte bij het grote ontwaken, namelijk dat hij de Levengever ontmoet. Hij zal hem verwelkomen om te delen in de vreugde van alle gezegenden.
Er is bijna een eeuwigheid verstreken sinds de bejaarde Paulus zijn bloed vergoot om te getuigen van het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. Er is geen getrouw verslag gemaakt voor de komende generaties van de laatste gebeurtenissen in het leven van deze heilige man. Het geïnspireerde Woord heeft voor ons wel het getuigenis bewaard van deze stervende man. Als een luid klinkende trompet heeft zijn stem sindsdien door alle eeuwen heen weerklonken. Zijn moed heeft duizenden getuigen van Christus kracht gegeven en in duizenden bedroefde harten de echo van zijn triomferende vreugde doen klinken: ‘Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de erekrans van de gerechtigheid, die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.’5
In het onderwijs van de Heiland door middel van gelijkenissen vinden we een heenwijzing naar wat ‘hogere opvoeding’ vormt. Christus had voor de mensen de grootste waarheden van de wetenschap kunnen openen. Hij had verborgenheden kunnen ontsluieren waarvoor eeuwen van arbeid en studie nodig zijn geweest om ze te doorgronden. Hij had suggesties kunnen doen op wetenschappelijk vlak waardoor stof tot nadenken en stimulansen voor uitvindingen tot het einde waren geleverd. Dit heeft Hij echter niet gedaan. Hij heeft niets gezegd om de nieuwsgierigheid te bevredigen of aan de eerzucht van de mens te voldoen door deuren naar wereldse grootheid te openen. Bij al zijn onderricht bracht Christus de gedachten van de mens in aanraking met de Oneindige. Hij zei niet dat de mensen menselijke meningen over God, diens Woord of werken moesten bestuderen. Hij leerde hen dat zij Hem moesten zien, zoals Hij werd geopenbaard in zijn werken, in zijn Woord en zijn voorzienigheid.
Christus besprak geen abstracte theorieën, maar dingen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van het karakter, zaken die de mogelijkheid van de mens om God te leren kennen vergroten en hem beter in staat stellen goed te doen. Hij sprak met de mensen over die waarheden die verband houden met dit leven en die betrekking hebben op de eeuwigheid.
Het was Christus die voor Israëls opvoeding zorgde. Hij had gezegd: “Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat. Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.”(Deuteronomium 6:7-9)
In zijn eigen onderricht liet Jezus zien hoe dit gebod vervuld moet worden, hoe de wetten en beginselen van Gods koninkrijk zo kunnen worden gebracht dat hun schoonheid en betekenis openbaar wordt. Toen de Here Israël opleidde als bijzondere vertegenwoordigers van Hemzelf, gaf Hij hun woningen tussen de heuvels en de dalen. In hun gezinsleven en godsdienst werden zij steeds in aanraking gebracht met de natuur en met Gods Woord. Zo onderwees Christus zijn discipelen aan het meer, op de berghelling, in de velden en wijngaarden, waar zij de dingen in de natuur waarmee Hij zijn lessen illustreerde, konden zien. En terwijl zij van Christus leerden, brachten zij hun kennis in praktijk door Hem te helpen in zijn werk.
Op deze wijze moeten wij door de schepping de Schepper beter leren kennen. Het boek van de natuur is een groot studieboek dat wij samen met de Bijbel moeten gebruiken om anderen te onderwijzen over zijn karakter en om de verloren schapen terug te leiden naar Gods kudde. Terwijl Gods werken worden bestudeerd, dringt de Heilige Geest Zich met overtuiging op. Logisch redeneren brengt geen overtuiging. Wanneer de geest niet zozeer verduisterd is dat men God niet kent, wanneer het oog niet te zeer verzwakt is om God te zien of het oor te zeer is verstopt om zijn stem te horen, wordt de diepere betekenis duidelijk en dringen de prachtige, geestelijke waarheden van het geschreven Woord door tot het hart.
In deze lessen, rechtstreeks uit de natuur genomen, is een eenvoud en zuiverheid die ze van onschatbare waarde maakt. Iedereen heeft behoefte aan de lessen die aan deze bron worden ontleend. De schoonheid van de natuur trekt op zichzelf reeds de mens af van werelds vermaak en zonde naar reinheid, vrede en God. Maar al te vaak is de geest van studenten bezig met menselijke theorieën en veronderstellingen: zogenaamde wetenschap en wijsbegeerte.
Zij moeten in nauwe aanraking met de natuur worden gebracht. Zij moeten leren dat de schepping en het christendom één God hebben. Zij moeten de harmonie leren zien tussen het natuurlijke en het geestelijke. Alles wat hun ogen zien en hun handen tasten moet als les worden gebruikt bij het bouwen aan het karakter. Zo zullen mentale krachten worden gesterkt, zal het karakter worden ontwikkeld en het hele leven worden veredeld.
Christus’ doel met het onderwijzen door gelijkenissen was rechtstreeks in overeenstemming met het doel van de sabbat. God heeft aan de mensen het gedenkteken van zijn scheppingsmacht gegeven, opdat zij Hem in de werken van zijn handen zouden kunnen ontdekken.
De sabbat vraagt ons de heerlijkheid van de Schepper te zien in zijn geschapen werken. Omdat Hij dit wilde doen verbond Jezus zijn kostbare lessen met de schoonheid van de natuurlijke dingen. Op de geheiligde rustdag moeten wij meer dan op andere dagen de boodschap bestuderen die God ons door de natuur heeft gegeven. Wij moeten de lessen van de Heiland bestuderen waar Hij ze heeft gesproken, in de velden en bossen, onder de open hemel, tussen gras en bloemen. Wanneer wij het hart van de natuur naderen, maakt Christus zijn tegenwoordigheid aan ons merkbaar en spreekt Hij tot ons van zijn vrede en liefde.
Christus heeft zijn onderricht niet alleen verbonden met de rustdag maar ook met de werkweek. Hij heeft wijsheid voor iemand die ploegt en zaait. In het ploegen en zaaien, het bewerken van de grond en het oogsten, leert Hij ons zien hoe de genade in het hart werkzaam is. Zo wil Hij dat wij in elke vorm van nuttige arbeid en elke bezigheid in het leven een les van goddelijke waarheid ontdekken. Dan zal ons dagelijks werk niet langer al onze aandacht opeisen en ons God doen vergeten. Het zal ons juist blijven herinneren aan onze Schepper en Verlosser. De gedachte aan God zal als een rode draad lopen door onze huiselijke plichten en bezigheden. De heerlijkheid van zijn aanschijn zal voor ons weer op de natuur rusten. Wij zullen steeds nieuwe lessen leren van hemelse waarheden en opgroeien naar het beeld van zijn reinheid. Op deze wijze zullen wij door de Here onderwezen worden en op de plaats waar wij ons werk hebben, blijven voor God.’ (Jesaja 54:13; 1 Korintiërs 7:24)