De les van Eden

De ervaring van Adam en Eva in hun heiligdom in Eden heeft ons veel te leren. In zijn liefde voor onze eerste ouders deed God alles wat hij kon om hun een gelukkig leven te geven. Zijn liefde zorgt ervoor dat hij ons op dezelfde wijze tegemoet treedt. Het bewijs van zijn liefde is de gave van zijn Zoon aan het mensdom. 

Daarnaast is er een ander aspect. Zoals God, voordat hij Adam en Eva uit Eden verwijderde, een oordeel en een boodschap van verlossing over hen uitsprak, zo oordeelt hij ook nu het menselijk geslacht tegen de achtergrond van de verlossende genade die zijn Zoon aanbiedt. Als we beseffen welk offer God voor ons heeft gebracht, maar ook inzien dat er een oordeel gaat komen, is het voor ons belangrijk dat we ons de lessen van de oudtestamentische heiligdommen in alle opzichten eigen maken. Wij moeten ons voor het aangezicht van onze Schepper en Verlosser verootmoedigen en in een waarachtige herleving en hervorming een levende band met hem aangaan, in het volste vertrouwen dat Christus ons verlost en in al onze behoeften voorziet. 

Dank zij de genade van Christus en de inwonende kracht van de heilige Geest kunnen we een blik werpen in de hof die Adam en Eva eens hun thuis mochten noemen en daarin binnengaan. Wat is het een voorrecht om in de kracht van God de boodschappen van de drie engelen te mogen verkondingen, zodat we de uiteindelijke vervulling van Gods plan mogen meemaken, wanneer God zijn kinderen laat terugkeren naar hun ware, nieuwe thuis in Eden.

Hou vast 

  • In moeilijke tijden een baken
  • In tijden van verdriet een troost
  • In tijden van eenzaamheid een vriend
  • In tijden van duisternis een licht
  • Voor de zoekende een gids
  • Voor stervelingen een weg ten leven
  • Voor verdrukten een schild
  • Voor hopelozen een schild
  • Voor zieken, een contact met de Grote Genezer
  • Het trotseerde kritiek en spot, 
  • eeuwen van onwetendheid… 
  • en ook vandaag blijft het 
  • een lamp op het pad, 
  • een licht op de weg…
    Gods Woord

Tuin van Eden

We zagen hoe Eden de plaats van ontmoeting van Adam en Eva met God werd, en hoe de tuin van Eden een heilige plaats was – bestemd voor een hoger doel.

Volgens E. White waren Adam en Eva ‘niet alleen kinderen die de vaderlijke zorg van God genoten, maar ontvingen zij ook onderricht van de oneindig wijze Schepper’ (Patriarchen en Profeten, blz. 50).

Degene die de zon, de maan en de sterren had gemaakt, gaf hen informatie over de natuurwetten en andere aspecten van de natuur. Er waren echter ook andere dingen die zij dienden te weten en die direct met hun bestaan samenhingen. 

God zond zijn engelen naar Adam en Eva om hun uit te leggen dat er een ‘grote strijd’ gaande was. Zij kregen te horen van Lucifer, van zijn opstand tegen God, zijn wet en heerschappij. Zij hoorden dat satan uit de hemel was verbannen en dat hij nu in Gods heiligdom in Eden was binnendrongen. 

Omdat Adam Gods vertegenwoordiger op aarde was en namens hem het gezag over deze planeet voerde, had satan al zijn kennis en mogelijkheden ingezet om Adam te verleiden, hem tot zonde te bewegen en zijn positie over te nemen. Lucifer dacht dat de aarde op die manier onder zijn gezag zou komen en dat hij zo een heerschappij zou kunnen instellen die de strijd met God en zijn wet zou kunnen aangaan.

Adam en Eva moeten totaal van hun stuk zijn geweest toen zij de instructies die de engelen hun hadden gegeven helemaal tot zich hadden laten doordringen. Maar wat ze nog niet volledig begrepen, was dat Gods benaderingswijze van de grote strijd opnieuw een demonstratie zou zijn van zijn onmetelijke liefde (Ibid., blz. 33). Na de zondeval van Adam zou de uitkomst van de grote strijd uitgerekend op die plaats worden beslist die de satan als zijn terrein had geclaimd, nadat Adam zijn positie aan de grote bedrieger had overgedragen.

Al voordat zij de hof van Eden verlieten hadden Adam en Eva inzicht gekregen in de grote strijd via het onderricht dat zij daar ontvingen. `Zo werden aan Adam de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid geopenbaard, vanaf het moment dat het goddelijke vonnis in Eden werd uitgesproken, tot de zondvloed, en vervolgens tot de eerste komst van de Zoon van God.’ (Ibid., blz. 67).

Het was van cruciaal belang dat Adam en Eva de uiteindelijke oorzaak van de grote strijd zouden begrijpen: de weigering van de satan om aan Gods wet gehoorzaam te zijn. Door tegen Gods wet in te gaan, kwam satan in opstand tegen de heerschappij van God. 

De engelen gaven hun een gedetailleerde uitleg ‘van de geschiedenis van de val van satan en zijn pogingen om hen te vernietigen. Ze lieten zien wat de aard is van de goddelijke regering, die de vorst van het kwade omver probeerde te werpen’ (Ibid., blz. 52).

Maar daarnaast was het van het grootste belang dat het eerste mensenpaar het karakter van Gods wet zou begrijpen — die een verwoording was van zijn liefde. Het was ook essentieel dat zij, net als alle andere bewoners van het heelal, zouden inzien dat zij een proeftijd hadden. Hun geluk was gegrond op de voorwaarde van gehoorzaamheid aan Gods wet. ‘Zij hadden de keuze: gehoorzamen en leven, of ongehoorzaam zijn en sterven’ (Ibid., blz. 53). 

Zij dienden te begrijpen dat gehoorzaamheid aan Gods wet van de kant van zijn schepselen uitdrukking gaf aan hun gehoorzaamheid en dankbaarheid voor alles wat hij hen had geschonken. ‘Volmaakte en eeuwige gehoorzaamheid was de voorwaarde voor eeuwig geluk’ (Ibid., blz. 49). 

Dit alles moesten Adam en Eva weten en alle belangrijke aspecten hiervan werden hun in het heiligdom in Eden doorgegeven.

Eden een plaats van veiligheid en van Gods genade

Het heiligdom van Eden was een plaats waar Adam en Eva zich veilig konden voelen. Lucifer zette alles op alles om hen te vernietigen, maar zijn enige kans was gebruik maken van de boom van kennis van goed en kwaad. Zolang de bewoners van de hof van Eden wegbleven bij die boom waren ze veilig. 

Lucifer kon hen niet overal in de hof achtervolgen met de verleiding zich van hun Schepper af te keren. Eden was een veilige haven waar ze beschermd waren tegen zijn boze plannen.

Gods instructies over de verboden boom waren glashelder: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven’ (Genesis 2:16-17). 

We weten echter dat Eva zich buiten de veiligheidszone begaf en slachtoffer werd van het bedrog van de duivel. Toen Adam zag, dat hij zijn geliefde vrouw zou kwijtraken, volgde hij haar in de ongehoorzaamheid aan Gods richtlijnen. Het gevolg was dat het mensdom in de zonde verstrikt raakte.

Maar God liet de mensheid niet in die staat. Voor het eerst werd het heiligdom van Eden nu de plek waar een preek werd gehoord over genade: ‘En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen (Genesis 3:15, NBV ’51). 

In deze bemoedigende woorden vinden we de contouren van de diensten van het draagbare heiligdom van de tijd van Mozes en van de tempel van Salomo. 

In het ‘vermorzelen’ van de hiel ontdekken we een symbolische aanduiding van de dierenoffers die zouden verwijzen naar Jezus’ offer aan het kruis. Het ‘vermorzelen’ van ‘de kop’ duidde op het lot van de bok op de Grote Verzoendag — een verzekering dat satan eindelijk uitgedelgd zou worden en de zonde ten einde zou komen. 

In het heiligdom van Eden vinden we een eerste openbaring van Gods plannen voor de verlossing van de mens en het einde van de zonde. Lucifer had het doen voorkomen alsof God enkel en alleen geïnteresseerd was in zijn eigen glorie en genoegdoening. De vraag die op die noodlottige dag in Eden aan de orde werd gesteld, was: Zou de liefde van de Vader en de Zoon voor de mensheid groot genoeg zijn om de mate van zelfverloochening en de geest van offerbereidheid te tonen, die nodig waren om de mens te redden uit de klauwen van Lucifer? (Ibid., blz. 70). 

In Genesis 3:15 vinden we het antwoord op die brandende vraag — een overtuigend ‘ja’. En dat ‘ja’ werd bevestigd en werd realiteit toen Jezus uitriep aan het kruis: ‘Het is volbracht!’

Toen Adam en Eva werden geschapen, was hun status maar weinig minder dan die van de engelen. Gods plan voor het herstel van het menselijk geslacht omvat echter een verbazingwekkende ervaring voor allen die hem trouw blijven. ‘Allen die in de kracht van Christus de aartsvijand van God en mens overwinnen, zullen in de hemelse hoven een status ontvangen die uitstijgt boven die van de engelen die nooit in zonde zijn gevallen.’

Lucifer beraamde in een vlaag van jaloezie de vernietiging van de mensheid. Adam en Eva leefden in een toestand van volmaakt geluk en ervoeren Gods liefde voor hen. Lucifers lot was troosteloos, want hem wachtte eeuwige verdoemenis. Toen Adam eenmaal in zonde was gevallen en niet langer rechtstreeks met God kon communiceren en uit het heiligdom van Eden was verdreven, was satan vastbesloten om Adams nageslacht uit welk heiligdom dan ook, dat uitzicht bood op herstel, weg te houden.

wordt vervolgd

Een heiligdom op aarde

Waaraan denkt u als u het woord ‘heiligdom‘ hoort? Ziet u dan de tabernakel voor u die door Mozes werd gebouwd, of de mooie tempel van Salomo, of denkt u misschien eerder aan het kerkgebouw waarin u wekelijks met uw geloofsgenoten samenkomt?

Het boek Genesis laat ons kennis maken met een uniek heiligdom – het mooiste dat ooit op aarde bestond: de hof van Eden.

Hebt u zich ooit afgevraagd wat de bedoeling is van het heiligdom? 

Hier zijn een paar mogelijkheden: Het is 

  1. een plaats waar mensen met God kunnen communiceren; 
  2. een plaats waar godsdienstig onderricht wordt gegeven; en 
  3. een plaats waar Gods genade wordt ervaren. Maar het is ook 
  4. een plaats om een veilig heenkomen te vinden. 

Eden was dat allemaal.

De hof van Eden

Toen God de aarde schiep, was alles even mooi om te zien. Het was het toonbeeld van volmaaktheid. We lezen in Genesis: ‘God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was’ (Genesis 1:31). Die volmaakte wereld was een uitdrukking van liefde. Op elke boom en elke struik, op elk blad en elke bloem, stond het woord ‘liefde’. 

Al de verschillende levensvormen — de dieren, de vogels, vissen en andere levende wezens in het water, waren een lust voor het oog. 

De mens was, als het kroonstuk van de schepping, volmaakt geschapen, naar lichaam en ziel. Hij droeg het beeld van zijn Schepper. Hij was edel van karakter, kende nog geen neiging tot het kwade, en was in volmaakte overeenstemming met de wil van God. 

Toen Gods scheppingswerk was voltooid, zag Hij op wat hij had gemaakt en was Hij helemaal tevreden. Alles was zo volmaakt, als alleen God het maken kon.

E. White beschrijft dit met de volgende woorden: ‘God keek met voldoening naar het werk van zijn handen. Alles was volmaakt en de goddelijke Schepper waardig. Hij rustte vervolgens, niet omdat hij moe was geworden, maar omdat hij voldaan was over de vruchten van zijn wijsheid en goedheid en de manifestatie van zijn heerlijkheid’ (Patriarchen en Profeten, blz. 47).

Te midden van alle mooie dingen die hij had geschapen gaf God Adam en Eva nog een ander teken van zijn liefde. Hij gaf hun een thuis — de hof van Eden. Hier sprak God met onze voorouders en hier gaven de engelen hun allerlei instructies, zodat zij Gods genade konden leren begrijpen. 

Een juist begrip van de schepping en van Gods genade en verlossing gaan samen. Het is zoals de befaamde kerkgeschiedkundige Philip Schaff meer dan een eeuw geleden zei: ‘Zonder een correcte scheppingsleer is er geen juiste verlossingsleer.’ 

Het Genesisverhaal maakt duidelijk dat Eden niet alleen het tehuis van Adam en Eva was, maar ook hun heiligdom.

Eden – een plaats voor contact met God

Zondeloos als zij waren hadden Adam en Eva het voorrecht om God te zien en rechtstreeks met hem te praten. God bezocht hen dikwijls in het heiligdom van Eden. Als dat gebeurde, beseften zij nog niet hoe groot de zegen was die zij ontvingen. Pas nadat zij uit Eden waren verdreven, begrepen zij wat zij hadden verspeeld. Met een scherpe herinnering aan hun directe contact met God, gingen zij naar de poort van de hof van Eden, maar ze konden het ‘flitsende, vlammende zwaard’ niet trotseren en zo hun vroegere heiligdom binnengaan en opnieuw de intense ervaring beleven van het zien van Gods gelaat. Wat ze ooit in het heiligdom van Eden hadden meegemaakt, werd hen en hun nakomelingen nu onthouden en zou pas hersteld worden op de nieuwe aarde.

wordt vervolgd

Vul je leven met ervaringen, niet met excuses. 

Er zijn veel mensen verbitterd of ontevreden met hun leven. Ze verdienen te weinig, ze hebben niet de gepaste job, hun kinderen zijn tegendraads, hun levensritme stelt hun teleur, hun gezondheid brokkelt af, hun relaties zijn oppervlakkig… en ze vluchten in één of ander excuus. Zo zijn er in onze wereld veel eenzame mensen die moeilijk te helpen zijn. Ik denk dan bij mezelf, als ik al de problemen beschouw waartegen onze wereld opkijkt: “Alleen God kan deze dingen in de diepte veranderen; ik als mens ben maar een klein instrument in Zijn hand. Ik kan alleen bidden dat Hij mij kan gebruiken om iets te betekenen voor enkelen hier beneden.” Er bestaat zoiets als de collectieve stroom van ideeën, beslissingen en ontwikkelingen van een cultuur of volk. Er zijn altijd mensen die hun hele leven inzetten om in deze stroom een verschil te maken. Vooral als ze dat doen met gezond verstand, kunnen we in de geschiedenis hun namen schrijven als een mijlpaal. Het zijn mensen die ingingen op de uitdagingen en die de waarheid die ze op dat moment kenden met al hun mogelijkheden beleefden. Ook voor jou en mij betekent het wat, als we in het leven van enkele mensen een verschil hebben gemaakt. De liefde die we aan anderen betonen is niet zomaar weggeschonken, maar geeft je minstens net zoveel liefde terug om daar mee door te gaan. 

Op een voordracht vroeg iemand hoe we dat moeten interpreteren als je iemand wil helpen, maar men weigert je hulp, of men maakt je interventie zelfs belachelijk. Je wil troosten, maar iemand wil niet getroost worden. Je wil vriendschap sluiten, maar men weigert je vriendschap… Dan moet je weten dat we allemaal die vrije mensen zijn die elke dag beslissingen nemen, die zelf kiezen met wie we omgaan, wat we doen, wat we zeggen, wat we willen horen en hoe we onze tijd besteden. We zijn vrij te kiezen welk tv-programma we bekijken, maar we moeten in ons achterhoofd houden dat het niet eender is wat we horen, wat we bekijken… want alles drukt een indruk in ons onderbewustzijn… Uiteraard kunnen we kritisch kijken, kunnen we een persoonlijk oordeel vormen, zodat de opgenomen informatie wordt verwerkt. Daarom zal je, op zoek naar een beter leven, inzien dat de mens die je bent, in relatie staat tot je gedachten van vandaag. Als de mens die je vandaag bent je niet bevredigt, dan heb je geen andere keuze dan je gedachten over jezelf te veranderen, want de mens is wat hij in gedachten is. 

Zoeken naar een beter leven, moet je verder niet meer doen, wel investeren in een beter leven. Investeer in vriendschap, in rechtvaardigheid, in eerlijk zaken doen, in eerlijke adviezen, in respect, in gezondheid en alle positieve aspecten van ons leven. Voeg daar aan toe dat Christus voor ons is gestorven en dat Hij is verrezen, en dat zijn volmaakte voorbeeld ook een voorbeeld voor ons leven kan zijn. Nergens lees je dat er één negatief woord over zijn lippen is gekomen of dat hij ook maar één zondige daad zou hebben gesteld. In plaats daarvan bad hij voor diegenen die hem mishandelden… “Vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen…” 

Als we een beter leven willen, kunnen we dat niet uit een puur egoïstisch standpunt bekijken. Als we dat “beter” doorheen de geschiedenis zouden kunnen volgen, zouden we daarvan de tragische gevolgen opmerken. Hoe veel beter is het om het leven te gunnen aan alle mensen en als vredestichter gekend te zijn.

Wachten op…

Hoe kan je Positief Denken als je net een opdoffer hebt gekregen, 

men je uitgescholden heeft, als je vals beschuldigd bent, 

als je een golf van kritiek over je heen krijgt, 

als de toestand uitzichtloos is, 

als je ziek bent, of je financieel aan de grond zit ? 

Het enige wat je scheidt van Positieve gedachten

is het DOEN. 

Maar je kan ook wachten tot anderen iets zullen DOEN. 

Het kan een patroon worden waarbij je wil weten 

of anderen ook maar een snars om je geven. 

En ondertussen wacht je op betere tijden, op de krant van de dag, 

op iemand die tenminste begrijpt wat je bedoelt 

op iemand die wat tijd heeft om mee te praten 

op wat vriendschap, op wat genegenheid 

op respect, op waardering, op financiële verbetering, op een wonder. 

Ja, dat zou nog iets zijn, dan zou ik geloven dat God bestaat.

Hij ziet toch ook wel dat ik het hier niet langer uithoud…

En zo gebeurde het dat zij die wachtten, 

wachtten en bleven wachten. 

En er gebeurde niets. En ze wachtten nog een beetje langer 

en ze zakten nog dieper, 

en nog steeds gebeurde er niets. 

En de kaars ging steeds zwakker branden 

en niemand had het wonder gezien. 

Al de wachtenden wachtten op iets dat in feite klaarstond, 

iets dat er al was, maar dat niet gezien kan worden 

als men alleen maar WACHT.

Wachten of werken?

Goed nieuws te brengen dat is prachtig, maar we mogen niet vergeten het uit te leven. We proberen onze ogen open te houden en aandacht te hebben voor verantwoordelijkheden. Ik weet dat de christelijke wereld geneigd is te zeggen : “Wat baat al dat werken, leg het allemaal in Gods hand. God zal het wel oplossen.” Zegt de Bijbel trouwens niet dat we het NIET van de werken moeten verwachten ? 

Inderdaad, werken maakt de mens niet zalig, eigen verdiensten redden de mens niet uit zijn miserabele positie ten opzichte van God. Maar als je eenmaal beseft wat God in zijn oneindige liefde voor je tot stand heeft gebracht, dat Hij je door het bloed van zijn Zoon Jezus eeuwig leven aanbiedt, dat Hij je verlost van de zonde en de straf die op de overtreding staat, dan kan je daarbij moeilijk onverschillig blijven? Zou het een GOED antwoord zijn aan het adres van een liefhebbende God, als wij geen andere conclusie kunnen maken, dan doorgaan met onze verwoesting en onrespectabele houding ten opzichte van Zijn schepping en Zijn levenswetten? Ik kan minstens enkele dozijnen minder prettig klinkende citaten geven die ooit uit de mond van christenen zijn gekomen… die wijzen op veel onwetendheid over wat onze taak is hier als christen, eenmaal wij Jezus als onze Verlosser hebben aanvaard. 

Zou het mogelijk zijn dat sommigen niet echt begrepen hebben hoe God werkt en wat Hij doet en wàt Hij van ons verlangt ? Zou het mogelijk zijn dat gelovigen en priesters aan het ziekbed van kerkleden zitten en zeggen “het is Gods wil”…? Ziekte is nooit Gods wil, en als God iets zal doen, dan is het niet zijn wetten buiten werking stellen, of deze sterfelijke persoon nog wat uitstel geven… maar proberen in het kader van de ziekte nog iets goeds te doen gebeuren, waardoor deze schijnbaar zinloze lijdensweg wordt veranderd naar een zingevende ervaring. Het is dikwijls een pijnlijke prijs, maar het is niet de eerste, noch de laatste, die God vindt in lijden en strijd. 

Natuurlijk is het leven van nù slechts voorlopig en voorbijgaand. Natuurlijk leven wij nù in een wereld die vertekend is door kwalijke invloeden en door mensen die Gods normen van vergeving en liefde niet hanteren. Dàt is de verschrikkelijke prijs die we de hele geschiedenis met ons meedragen, de vermenigvuldiging en de uitbreiding van één enkele daad die de mens uit Gods hand heeft gerukt. Precies daarom moet dit leven slechts voorlopig zijn, om niet een eeuwigheid lang aan dergelijke waanzinnige levenscondities te worden blootgesteld…  slechts “honderd twintig jaar, dat is genoeg”. Ondertussen blijft de vraag :” Wat doe ik ermee ?”  Ken je deze vraag, die mensen zich iedere dag stellen ? 

Wat doe ik met mijn leven ?

Wat doe ik met mijn relaties ? 

Wat doe ik met mijn vriendschappen ?

Wat doe ik met mijn tijd ?

Wat doe ik met Gods aanbod van vergeving ?

Wat doe ik met het voorbeeld van Jezus ?

Of algemeen : “Wat doe ik met de rest van mijn leven ?

Het is niet aan ons om van het leven af te doen, door te gaan met onlogische en irrationele gewoonten en aan het einde van de rekening God de schuld te geven. Ken je dat verhaal ? Ken je die veelgehoorde kritiek “Als er een God bestaat, waarom laat hij het dan toe ?” Daar is maar één antwoord op : omdat Hij om te bewijzen wie Hij werkelijk is, jou de volle vrijheid én verantwoordelijkheid moet geven over je leven, over je gezondheid en over je situatie. Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Daarom is het advies voor elke dag “MAAK ER HET BESTE VAN”.  Tot eer van God.

Of je kunt wachten…

wordt vervolgd