Een lied van de eerste christenen

Algemeen wordt aangenomen dat Kolossenzen 1:15-20 een vroegchristelijke hymne is die op een beknopte, elegante, diepgaande en poëtische manier de grootsheid van Christus als Schepper en Verlosser uitdrukt. Als een hymne, bevat deze twee strofen: Christus de Schepper (verzen 15-17); en Christus de Verlosser (verzen 18-20).

1. De Kosmische Christus (verzen 15-17)

De eerste strofe geeft ons een belangrijke inkijk in het kosmische werk van Christus. Hij wordt aan ons voorgesteld als “het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de hele schepping” (vers 15 “eerste” in de zin van suprematie over de schepping). *De betekenis van deze twee titels wordt ontwikkeld door te stellen dat alle dingen zijn geschapen “door [en, “in”] Hem” – Hij is de Schepper van de kosmos, wat betekent dat Hij alle dingen in de hemel en op aarde heeft geschapen, zowel zichtbaar als onzichtbaar, evenals alle hemelse wezens (“tronen, of heerschappijen, of heersers, of autoriteiten” [vers 16]). Er worden drie voorzetsels gebruikt om de scheppingsdaad te beschrijven: Alles werd geschapen ‘in Hem’ (in eenheid met Hem; bij afwezigheid van zonde, vers 16), ‘door Hem [geeft keuzevrijheid aan]’ (vers 16) , en “voor Hem” (gericht op Christus als middelpunt) (vers 16, NASB). De hymne gaat verder met het verduidelijken dat de Zoon van God geen schepsel was, omdat Hij “vóór alle dingen” was (vers 17, NASB) en omdat zij “door Hem en voor Hem geschapen waren” (vers 17, NASB). 16, NASB). De tekst specificeert ten slotte dat “in Hem alle dingen bij elkaar blijven” (vers 17, NASB) – Christus is degene die de kosmos bij elkaar houdt en het bestaan ​​ervan in stand houdt. De eerste strofe vertelt ons wie de Zoon is met betrekking tot de schepping (Hij is het beeld van de onzichtbare God, de Schepper en de Onderhouder), en geeft Zijn superioriteit en suprematie aan over de hele schepping (de eerstgeborene van de schepping) als haar Schepper en Onderhouder.

2. Christus de Verlosser (verzen 18-20)

De tweede strofe identificeert de Zoon als het hoofd van Zijn lichaam, de kerk, en als het begin van een nieuwe mensheid. De titel “eerstgeborene uit de doden” (vers 18) benadrukt Zijn suprematie onder degenen die zullen worden opgewekt, want zonder Zijn opstanding is er geen opstanding uit de doden. Het concept van suprematie wordt verder gedefinieerd door de woorden “Hijzelf zal in alles de eerste plaats krijgen” (vers 18, NASB), dat wil zeggen: de Zoon zal herstellen wat van Hem was toen Hij alles schiep. Dit is mogelijk dankzij Zijn incarnatie: “Het was het grote genoegen van de Vader dat alle volheid in Hem zou wonen.” Het doel van de Incarnatie wordt verklaard: Alle dingen – in de hemel en op aarde – te verzoenen door Zijn offerdood. Op de een of andere manier zal de hele kosmos verzoend worden met de Zoon (Fil. 2:9-11).

3. Gedachten bij de Hymn

De eerste strofe stelt de Zoon voor als de Schepper die wezenlijk verschilt van de schepping: Hij is goddelijk. Zijn suprematie over en Zijn primaire rol binnen de schepping worden duidelijk aangegeven. Hij is het beeld van de onzichtbare God in de kosmos. Hij is het beeld van God en de eerstgeborene van de schepping wiens primaire verantwoordelijkheid het is om de goedheid van God aan de kosmos te openbaren. Het is op dit moment in de kosmische geschiedenis dat Hij deze belangrijkste rol op zich neemt. De eerste strofe beschrijft de toestand van het universum bij afwezigheid van een kosmisch conflict. De tweede strofe veronderstelt het kosmische conflict en beschrijft het werk van de Zoon als bestaande in de verzoening van de hele kosmos. De effectiviteit van dit werk is nu zichtbaar in Zijn suprematie binnen de kerk en zal door kosmische verzoening kosmische dimensies bereiken.

Wie was Hij ?

Kijk door de hele geschiedenis naar het leven en de invloed van Jezus van Nazareth, de Christus. En je zult zien dat Hij en Zijn boodschap altijd grote veranderingen brachten in de levens van de mensen en volken. Waar zijn onderwijs en invloed zijn gekomen, werd de heiligheid van het huwelijk en de rechten van de vrouw erkend, zijn scholen en universiteiten gesticht en is de slavernij afgeschaft. Er zijn vele veranderingen gekomen in mens en maatschappij. Ook zijn talrijke individuele mensenlevens veranderd. Bijvoorbeeld, Lew Wallace, een bekend generaal en literator. Twee jaar lang, studeerde Wallace in verschillende bibliotheken van Europa en Amerika om informatie te vinden waarmee Hij het christendom kon vernietigen. Terwijl hij het tweede hoofdstuk van zijn boek schreef, viel hij plotseling op zijn knieën en schreeuwde het uit tot Jezus: “Mijn Heer en mijn God.”

Door al het bewijsmateriaal dat hij las, kon hij er niet langer omheen dat Jezus Christus werkelijk Gods Zoon was. Later schreef Wallace het boek “Ben Hur”, een van de beste boeken die geschreven zijn over de tijd van Christus.

Zo ook, C.S. Lewis, professor aan de Universiteit van Oxford in Engeland. Hij was een agnosticus die jarenlang de godheid van Jezus Christus ontkende. Maar ook hij moest eerlijkheidshalve Jezus Christus als zijn God en Redder aanvaarden, toen hij de bewijzen zag van de godheid van Christus.

In zijn beroemde boek “Mere Christianity”, stelt C.S. Lewis het volgende: “Een gewoon mens, die alleen maar mens was, en zulke dingen zei als Jezus heeft gezegd zou nooit een grote morele leraar zijn geweest. Hij zou of een gek zijn, of hij zou de duivel uit de hel zijn geweest. Je moet kiezen. Of hij was en is de Zoon van God of een gek. Je kunt hem opsluiten als een gek of aan zijn voeten vallen en Hem Heer en God noemen. Maar we kunnen niet met die onzin komen om hem een geweldig leraar te noemen. Die ruimte heeft hij ons niet gegeven.”

Wat betekent Jezus van Nazareth voor jou? Je antwoord op deze vraag bepaalt de rest van je leven.

Alle andere religies zijn gesticht door mensen en zijn gestoeld op menselijke filosofie, normen en gedragsregels. Haal de stichters uit hun godsdienst en er zal niet echt iets veranderen. Maar als je Jezus uit het christendom haalt, dan is er niets meer over. Bijbels christendom is niet zomaar een levensfilosofie, noch een ethische standaard of gehoorzaamheid aan een religieus ritueel. Het ware christendom is gebaseerd op een levende persoonlijke relatie met de opgestane en levende Redder en Heer.

Jezus van Nazareth was aan het kruis genageld, begraven in een geleend graf en drie dagen later weer opgestaan uit de dood. In dit opzicht is het christendom uniek. Elk argument voor de betrouwbaarheid van het christendom is afhankelijk van het bewijs van de opstanding van Jezus van Nazareth. Door de eeuwen heen hebben geleerden, die de bewijzen van de opstanding hebben onderzocht, geloofd en ze geloven nog steeds, dat Jezus leeft. Na onderzoek van de bewijslast van de opstanding die de evangelie-schrijvers ons geven, concludeerde Simon Greenleaf, een autoriteit met betrekking tot rechtskundige zaken aan de Harvard School voor Rechtsgeleerdheid: “Daarom was het onmogelijk om vast te houden aan de dingen die ze vertelden, als Jezus niet werkelijk uit de dood was opgestaan, en zeker niet als ze het niet net zo zeker hadden geweten als de andere feiten.”

John Singleton Copley, een van de grootste geleerden op het gebied van rechtswetenschap in de Britse wereld: “Ik weet heel goed wat bewijslast is, en ik zeg u dat ik nog nooit zoveel bewijzen heb gezien als voor de opstanding.”

De opstanding staat centraal in het geloof van een christen. Er zijn verschillende redenen waarom de mensen die dit hebben bestudeerd, geloven dat het waar is:

Voorspeld: Jezus zelf heeft zijn dood en opstanding voorspeld. En zijn dood en opstanding zijn uitgekomen, precies zoals hij had gezegd.

Het lege graf: De opstanding is de enige plausibele verklaring voor het lege graf. Als we het bijbelse verhaal zorgvuldig lezen zien we dat het graf waarin het lichaam van Jezus lag, goed bewaakt werd door Romeinse soldaten en verzegeld was. Als, zoals sommigen hebben gezegd, Jezus niet werkelijk dood was, maar zeer verzwakt, zouden de wachters en de steen hem wel hebben tegengehouden als hij wilde vluchten, of gered zou worden door zijn volgelingen. De vijanden van Jezus zouden zijn lichaam niet hebben genomen. Als het lichaam van Jezus niet in het graf was, zou dat immers het verhaal van de opstanding alleen maar versterkt hebben.

Persoonlijke ontmoetingen:  de opstanding is de enige uitleg voor de verschijningen van Jezus aan zijn discipelen. Na zijn opstanding verscheen Jezus zeker tien keer aan hen die Hem hadden gekend. Zelfs verscheen Hij aan meer dan 500 mensen tegelijk. De Heer bewees dat deze verschijningen geen hallucinaties waren. Hij at en sprak met hen en ze mochten Hem aanraken.

De geboorte van de kerk: de opstanding is de enige verklaring voor verandering van de apostelen. Zij lieten Hem voor de opstanding in de steek. Na zijn dood waren ze ontmoedigd en bang. Zij hadden niet verwacht dat Jezus uit de dood zou opstaan. Maar na zijn opstanding en hun ervaring op de Pinksterdag zijn deze zelfde ontmoedigde, ontevreden mannen en vrouwen volkomen veranderd door de kracht van de opgestane Christus. In zijn naam hebben ze de wereld op z’n kop gezet. Velen moesten met hun leven betalen voor hun geloof. Anderen werden verschrikkelijk vervolgd. Hun moedig gedrag heeft geen grond behalve dan dat ze ervan overtuigd waren dat Jezus echt is opgestaan uit de dood. Dat maakte het waard om te sterven.

De tekst van deze nieuwsbrief is een onderdeel van folder G39 / Jezus. Het is een nieuw project waarop u vanaf september kunt intekenen voor een wekelijkse digitale folder. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map.