Tot de dood

Het getuigenis van de apostel Paulus

Tijdens het laatste proces van Paulus voor Nero was de keizer zo sterk onder de indruk van de kracht van de woorden van de apostel dat hij de beslissing in deze zaak uitstelde. De beschuldigde dienaar van God werd niet vrijgesproken maar ook niet veroordeeld. De boosaardige houding van de keizer tegen Paulus keerde echter al snel terug. Hij ergerde zich aan zijn onvermogen om de verspreiding van de christelijke religie tegen te gaan, die zelfs tot de keizerlijke huishouding was doorgedrongen. Hij besloot dat de apostel ter dood moest worden gebracht zodra er een aannemelijk voorwendsel kon worden gevonden. Niet lang daarna deed Nero uitspraak waardoor Paulus tot een martelaarsdood werd veroordeeld. Aangezien een Romeins burger niet aan foltering kon worden onderworpen, werd hij veroordeeld tot onthoofding.

Paulus werd in alle stilte naar de plaats van executie gebracht. Er mochten slechts weinig toeschouwers bij aanwezig zijn, want zijn vervolgers maakten zich zorgen over de omvang van zijn invloed en vreesden dat het tafereel van zijn dood mensen tot bekeerlingen zouden maken tot het christendom. Zelfs de geharde soldaten die hem begeleidden, luisterden naar zijn woorden en zagen met verbazing dat hij opgewekt en zelfs vreugdevol was bij het vooruitzicht van de dood. Voor sommigen die getuige waren van zijn martelaarsdood, bleek zijn vergevingsgezinde houding ten aanzien van zijn moordenaars en zijn onwankelbare vertrouwen in Christus tot het laatst voor een levensmoed te staan die tot leven leidde. Meer dan één van hen aanvaardde de Heiland die Paulus predikte, en weldra bezegelde ook zij onbevreesd hun geloof met hun eigen bloed.

Tot zijn laatste momenten getuigde het leven van Paulus van de waarheid van zijn woorden tot de Korintiërs: ‘Want de God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen,” heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.’ 1 Zijn eigen kracht was niet toereikend, maar de aanwezigheid en tussenkomst van de goddelijke Geest die zijn innerlijk vervulde en elke gedachte onderwierp aan de wil van Christus zorgde daar wel voor. De profeet zegt: ‘De standvastige is veilig bij U, vrede is er voor wie op U vertrouwt.’ 2 De door de hemel gegeven vrede die op het gelaat van Paulus tot uitdrukking kwam, won menige ziel voor het evangelie.

Paulus droeg iets van de sfeer van de hemel met zich mee. Alle mensen die met hem omgingen, voelden de invloed van zijn één zijn met Christus. Het feit dat zijn eigen leven in overeenstemming was met de waarheid die hij verkondigde, gaf zijn prediking overtuigingskracht. Hierin ligt de kracht van de waarheid. De ongedwongen invloed van een heilig leven is de meest overtuigende preek die je ten gunste van het christendom kunt houden. Zelfs argumenten die onweerlegbaar zijn, roepen soms alleen maar weerstand op. Een godvruchtig voorbeeld heeft een kracht die onmogelijk volledig te weerstaan is.

De apostel had geen oog voor zijn eigen naderende lijden doordat hij bezorgd was voor degenen die hij op het punt stond te verlaten en die het hoofd moesten bieden aan vooroordeel, haat en vervolging. De weinige christenen die hem vergezelden op weg naar de executieplaats, probeerde hij te versterken en aan te moedigen door de beloften te herhalen die waren gegeven aan hen die ter wille van de gerechtigheid worden vervolgd. Hij verzekerde hun dat er niets zou ontbreken aan alles wat de Heer had gesproken wat betreft zijn op de proef gestelde en getrouwe kinderen. Gedurende korte tijd zouden ze het zwaar kunnen hebben door veelvuldige verzoekingen. Het zou ze aan aardse gemakken kunnen ontbreken. In hun hart zouden ze moed kunnen vatten door de zekerheid van Gods trouw door dit te zeggen: ‘Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.’ 3 Spoedig zou de nacht van beproeving en lijden ten einde komen en dan zou die blije ochtend van vrede en die volmaakte dag aanbreken.

De apostel had zijn blik gevestigd op het hiernamaals, niet met gevoelens van onzekerheid of angst, maar met vreugdevolle hoop en een verwachtingsvol verlangen. Terwijl hij op de plaats staat waar hij de martelaarsdood zal ondergaan, ziet hij niet het zwaard van de beul of de aarde die zo kort daarna zijn bloed zal opnemen. Hij richt zijn blik omhoog en kijkt door de kalme blauwe hemel van die zomerdag heen naar de troon van de Eeuwige.

Deze man van geloof ziet de ladder uit het visioen van Jakob.

Die ladder stelt Christus voor die de aarde met de hemel heeft verbonden, en de eindige mens met de oneindige God. Zijn geloof wordt gesterkt als hij denkt aan hoe de aartsvaders en de profeten hebben vertrouwd op Hem die ook zijn steun en troost is en voor wie hij zijn leven geeft. Van deze heilige mannen, die van eeuw tot eeuw hebben getuigd van hun geloof, hoort hij de verzekering dat God waarachtig is. Zijn mede-apostelen trokken eropuit om het evangelie van Christus te verkondigen en om religieuze onverdraagzaamheid en heidens bijgeloof, vervolging en minachting het hoofd te bieden. Zij hadden hun leven niet zo lief dan dat zij het licht van het kruis hoog wilden houden te midden van de donkere doolhoven van ontrouw. De apostel hoort hen getuigen van Jezus als de Zoon van God, de Heiland van de wereld. Vanaf de pijnbank, de brandstapel, de kerker en uit de holen en spelonken van de aarde, hoort hij de triomfkreet van de martelaar in zijn oor. Hij hoort het getuigenis van standvastige mensen die toch een onbevreesd, plechtig getuigenis afleggen van het geloof ook al zijn ze berooid, beproefd en gekweld. Toch zeggen zij ‘Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld.’ Zij hebben hun leven gegeven voor het geloof en verkondigen aan de wereld dat zij op Hem hebben vertrouwd en dat Hij in staat is om volkomen te redden.

IK WEET HET HEEL ZEKER

Omdat hij is vrijgekocht door het offer van Christus, zijn zonden zijn weggewassen door zijn bloed, en hij bekleed is met Gods gerechtigheid, kan Paulus zelf ook getuigen dat zijn ziel kostbaar is in de ogen van zijn Verlosser. Zijn leven is met Christus in God verborgen en hij is ervan overtuigd dat Hij die de dood heeft overwonnen, in staat is te behouden wat aan Hem is toevertrouwd. Zijn geest begrijpt de belofte van de Heiland: ‘Ik laat hen op de laatste dag opstaan.’ 4 Zijn gedachten en hoop zijn gericht op de wederkomst van zijn Heer. Terwijl het zwaard van de beul neerdaalt en de martelaar wordt omringd door de schaduwen van de dood, is zijn laatste gedachte dezelfde als zijn eerste gedachte bij het grote ontwaken, namelijk dat hij de Levengever ontmoet. Hij zal hem verwelkomen om te delen in de vreugde van alle gezegenden.

Er is bijna een eeuwigheid verstreken sinds de bejaarde Paulus zijn bloed vergoot om te getuigen van het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. Er is geen getrouw verslag gemaakt voor de komende generaties van de laatste gebeurtenissen in het leven van deze heilige man. Het geïnspireerde Woord heeft voor ons wel het getuigenis bewaard van deze stervende man. Als een luid klinkende trompet heeft zijn stem sindsdien door alle eeuwen heen weerklonken. Zijn moed heeft duizenden getuigen van Christus kracht gegeven en in duizenden bedroefde harten de echo van zijn triomferende vreugde doen klinken: ‘Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de erekrans van de gerechtigheid, die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.’5

Ellen G. White in Van Jeruzalem tot Rome

1 – 2 Korintiërs 4:6-10

2 – Jesaja 26:3 2

3 – Timoteüs 1:12

4 – Johannes 6:40

5 – 2 Timoteüs 4:6-8