Een heiligdom op aarde

Waaraan denkt u als u het woord ‘heiligdom‘ hoort? Ziet u dan de tabernakel voor u die door Mozes werd gebouwd, of de mooie tempel van Salomo, of denkt u misschien eerder aan het kerkgebouw waarin u wekelijks met uw geloofsgenoten samenkomt?

Het boek Genesis laat ons kennis maken met een uniek heiligdom – het mooiste dat ooit op aarde bestond: de hof van Eden.

Hebt u zich ooit afgevraagd wat de bedoeling is van het heiligdom? 

Hier zijn een paar mogelijkheden: Het is 

  1. een plaats waar mensen met God kunnen communiceren; 
  2. een plaats waar godsdienstig onderricht wordt gegeven; en 
  3. een plaats waar Gods genade wordt ervaren. Maar het is ook 
  4. een plaats om een veilig heenkomen te vinden. 

Eden was dat allemaal.

De hof van Eden

Toen God de aarde schiep, was alles even mooi om te zien. Het was het toonbeeld van volmaaktheid. We lezen in Genesis: ‘God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was’ (Genesis 1:31). Die volmaakte wereld was een uitdrukking van liefde. Op elke boom en elke struik, op elk blad en elke bloem, stond het woord ‘liefde’. 

Al de verschillende levensvormen — de dieren, de vogels, vissen en andere levende wezens in het water, waren een lust voor het oog. 

De mens was, als het kroonstuk van de schepping, volmaakt geschapen, naar lichaam en ziel. Hij droeg het beeld van zijn Schepper. Hij was edel van karakter, kende nog geen neiging tot het kwade, en was in volmaakte overeenstemming met de wil van God. 

Toen Gods scheppingswerk was voltooid, zag Hij op wat hij had gemaakt en was Hij helemaal tevreden. Alles was zo volmaakt, als alleen God het maken kon.

E. White beschrijft dit met de volgende woorden: ‘God keek met voldoening naar het werk van zijn handen. Alles was volmaakt en de goddelijke Schepper waardig. Hij rustte vervolgens, niet omdat hij moe was geworden, maar omdat hij voldaan was over de vruchten van zijn wijsheid en goedheid en de manifestatie van zijn heerlijkheid’ (Patriarchen en Profeten, blz. 47).

Te midden van alle mooie dingen die hij had geschapen gaf God Adam en Eva nog een ander teken van zijn liefde. Hij gaf hun een thuis — de hof van Eden. Hier sprak God met onze voorouders en hier gaven de engelen hun allerlei instructies, zodat zij Gods genade konden leren begrijpen. 

Een juist begrip van de schepping en van Gods genade en verlossing gaan samen. Het is zoals de befaamde kerkgeschiedkundige Philip Schaff meer dan een eeuw geleden zei: ‘Zonder een correcte scheppingsleer is er geen juiste verlossingsleer.’ 

Het Genesisverhaal maakt duidelijk dat Eden niet alleen het tehuis van Adam en Eva was, maar ook hun heiligdom.

Eden – een plaats voor contact met God

Zondeloos als zij waren hadden Adam en Eva het voorrecht om God te zien en rechtstreeks met hem te praten. God bezocht hen dikwijls in het heiligdom van Eden. Als dat gebeurde, beseften zij nog niet hoe groot de zegen was die zij ontvingen. Pas nadat zij uit Eden waren verdreven, begrepen zij wat zij hadden verspeeld. Met een scherpe herinnering aan hun directe contact met God, gingen zij naar de poort van de hof van Eden, maar ze konden het ‘flitsende, vlammende zwaard’ niet trotseren en zo hun vroegere heiligdom binnengaan en opnieuw de intense ervaring beleven van het zien van Gods gelaat. Wat ze ooit in het heiligdom van Eden hadden meegemaakt, werd hen en hun nakomelingen nu onthouden en zou pas hersteld worden op de nieuwe aarde.

wordt vervolgd