De les van de gelijkenissen

Christus’ blik op de waarheid was zo ruim en zijn leer was zo veelomvattend, dat elke fase van de natuur gebruikt werd om de waarheid te illustreren. 

De tonelen waarop dagelijks het oog rust werden verbonden met een of andere geestelijke waarheid, zodat heel de natuur bekleed is met de gelijkenissen van de Meester.

In het begin van zijn openbaar werk had Christus zo duidelijk tot de mensen gesproken, dat al zijn toehoorders de waarheden hadden kunnen bevatten, die hen wijs konden maken tot zaligheid. Maar in veel harten had de waarheid geen wortel geschoten. Heel spoedig was ze weggenomen. “Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen,” zei Hij, “omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen .. . Want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten.” (Mattheüs 13:13-15)

Jezus wilde graag vragen uitlokken. Hij probeerde de zorgelozen wakker te schudden en de waarheid te laten doordringen in het hart. Het spreken in gelijkenissen was gangbaar en eiste respect en aandacht, niet alleen van de joden maar ook van mensen uit andere volken. Jezus had geen betere wijze van onderricht kunnen gebruiken. Als zijn toehoorders hadden verlangd om goddelijke zaken te leren kennen, hadden zij zijn woorden kunnen begrijpen, want Hij was altijd bereid ze aan de eerlijke onderzoeker te verklaren.

Daarbij moest Christus waarheden brengen waarvoor de mensen nog niet gereed waren om deze te aanvaarden of zelfs te begrijpen. Ook daarom onderwees Hij in gelijkenissen. Door zijn onderricht te verbinden met het dagelijkse leven of met de natuur trok Hij hun aandacht en sprak Hij tot hun hart. Als zij later zagen naar de voorwerpen die zijn lessen illustreerden, herinnerden zij zich de woorden van de goddelijke Leraar. Voor het verstand dat openstond voor de Heilige Geest, kreeg de betekenis van de leer van de Heiland steeds meer inhoud. Verborgenheden werden openbaar en wat moeilijk te vatten was geweest, lag nu voor de hand.

Jezus zocht toegang tot ieders hart. Door verschillende illustraties te gebruiken, bracht Hij niet alleen de waarheid in zijn verschillende vormen, maar deed Hij tevens een beroep op de verschillende toehoorders. Hun belangstelling werd gewekt door beelden, genomen uit hun dagelijkse omgeving. Niemand die naar de Heiland luisterde, kon het gevoel hebben dat hij veronachtzaamd of vergeten werd. De eenvoudigste en zondigste mensen hoorden in zijn leer een stem die vol medeleven en tederheid tot hen sprak.

Hij had nog een reden om te leren door gelijkenissen. Onder de velen die om Hem vergaderd waren, bevonden zich priesters en rabbi’s, schriftgeleerden en oudsten, Herodianen en oversten, wereldsgezinde, dweepzieke, eerzuchtige mensen, die hun uiterste best deden een beschuldiging tegen Hem te vinden. Hun spionnen volgden dagelijks zijn stappen om van zijn lippen iets te horen waardoor zij Hem konden veroordelen om zodoende Hem, die heel de wereld achter Zich scheen te trekken, voor altijd tot zwijgen te brengen. De Heiland kende het karakter van deze mensen en bracht de waarheid zó, dat zij niets konden vinden om zijn optreden voor te leggen aan het Sanhedrin. Door gelijkenissen bestrafte Hij de schijnheiligheid en boze werken van hen, die vooraanstaande posities bekleedden. In beeldspraak kleedde Hij de waarheid, die zo scherp was dat wanneer deze rechtstreeks was gesproken, zij niet naar zijn woorden zouden hebben geluisterd, maar al heel spoedig een eind aan zijn werk zouden hebben gemaakt. Hoewel Hij echter de spionnen ontliep, maakte Hij de waarheid zo duidelijk dat dwaling aan het licht werd gebracht en mensen die eerlijk waren, baat vonden bij zijn lessen. Goddelijke wijsheid en oneindige genade werden duidelijk gemaakt door Gods scheppingswerken. De mensen werden over God onderricht door de natuur en voorvallen uit het dagelijks leven. “Hetgeen van Hem niet gezien kan worden, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, nl. zijn eeuwige kracht en goddelijkheid.”  (Romeinen 1:20)

wordt vervolgd

Hij sprak in gelijkenissen

In Christus’ onderwijs door gelijkenissen is hetzelfde beginsel zichtbaar als in zijn zending naar deze wereld. Christus heeft onze natuur op Zich genomen om onder ons te wonen, zodat wij bekend zouden worden met zijn goddelijk karakter en leven. Goddelijkheid was bekleed met menselijkheid, de onzichtbare heerlijkheid in de zichtbare menselijke gestalte. Door bekende dingen kon de mens het onbekende leren kennen. Hemelse dingen werden door aardse geopenbaard. God werd geopenbaard in de gedaante van de mens. Dit was ook het geval met de woorden die Christus sprak. Onbekende dingen werden door bekende zaken geïllustreerd, goddelijke waarheden bekend gemaakt door aardse dingen, waarmee de mensen vertrouwd waren.

De Schrift zegt: “Dit alles zei Jezus in gelijkenissen tot de scharen . . . opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zei: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.” (Mattheüs 13:34-35)

Natuurlijke zaken werden gebruikt om geestelijke dingen duidelijk te maken. Dingen uit de natuur en uit het leven van zijn toehoorders werden verbonden met de waarheden van het geschreven Woord. Door op deze wijze de aandacht van de aardse dingen te richten op het geestelijk koninkrijk, zijn de gelijkenissen van Christus schakels in de keten van waarheid die de mens met God, en de hemel met de aarde verbindt.

In zijn onderricht uit de natuur sprak Christus over de dingen die Hij zelf had gemaakt en die eigenschappen en krachten bezaten die Hij zelf daaraan had gegeven. In hun oorspronkelijke volmaaktheid waren alle geschapen voorwerpen een uiting van Gods gedachten. Voor Adam en Eva was de natuur in hun tehuis in het paradijs vol van de kennis van God en stroomde over van goddelijk onderricht. De wijsheid sprak tot het oog en werd opgenomen in het hart, want zij spraken met God door middel van zijn geschapen werken. Toen het eerste mensenpaar de wet van de Allerhoogste had overtreden, verdween Gods heerlijkheid uit de natuur. Nu is de aarde geschonden en door zonde verontreinigd. Toch is ook nog in deze geschonden toestand veel moois overgebleven. Gods gelijkenissen zijn niet uitgewist. Wanneer de natuur goed begrepen wordt, spreekt deze nog steeds van haar Schepper.

In de tijd van Christus had men deze lessen uit het oog verloren. De mens ontdekte God vrijwel niet meer in zijn werken. De zondigheid van het mensdom had een lijkkleed geworpen over de schoonheid van de schepping en in plaats van God te openbaren, werden zijn werken een scheidsmuur, die Hem voor het oog verborg. De mensen aanbaden het schepsel boven de Schepper. Op deze wijze zijn de overleggingen van de heidenen op niets uitgelopen en is het duister geworden in hun onverstandig hart. (Romeinen 1:25,21) Zo waren in Israël de leerstellingen van mensen gekomen in de plaats van wat God had gezegd. Niet alleen de dingen uit de natuur, maar ook de offerdienst en de Schriften zelf, gegeven om God bekend te maken, werden zó verdraaid dat ze juist middelen werden om God te verbergen.

Christus trachtte weg te nemen wat  de waarheid had verduisterd. Hij kwam om de sluier die door de zonde over het gelaat van de natuur was geworpen, opzij te schuiven en de geestelijke heerlijkheid, die alle geschapen dingen moesten weerkaatsen, weer aan het licht te brengen. Zijn woorden plaatsten de leerstellingen van de natuur en die van de Bijbel in een nieuwe samenhang en maakten er een nieuwe openbaring van.

Jezus plukte de prachtige lelie en gaf die in handen van kinderen en jongeren. Terwijl zij opblikten naar zijn jeugdig gelaat, verlicht door de zonneschijn van het gelaat van zijn Vader, gaf Hij hun de les: ‘Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.’ Daarop volgde de heerlijke zekerheid en de belangrijke les: ‘Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?’

In de Bergrede werden deze woorden behalve tot kinderen en jongeren ook gericht tot anderen. Ze werden gericht tot de verzamelde mensen, waaronder mannen en vrouwen waren die bezorgd en verslagen, teleurgesteld en verdrietig waren. “Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit.

Want uw hemelse Vader weet dat gij dit alles behoeft.” Toen breidde Hij zijn handen uit over de omringende schare en zei: “Maar zoekt eerst zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.” (Mattheüs 6:28-33)

Op deze manier verklaarde Jezus de boodschap die Hij zelf aan de leliën en aan het gras van het veld had gegeven. Hij wil dat wij deze lezen in elke bloem en in iedere grasspriet. Zijn woorden zijn vol beloften en zijn bedoeld om het vertrouwen in God te versterken.

wordt vervolgd

Wachten of werken?

Goed nieuws te brengen dat is prachtig, maar we mogen niet vergeten het uit te leven. We proberen onze ogen open te houden en aandacht te hebben voor verantwoordelijkheden. Ik weet dat de christelijke wereld geneigd is te zeggen : “Wat baat al dat werken, leg het allemaal in Gods hand. God zal het wel oplossen.” Zegt de Bijbel trouwens niet dat we het NIET van de werken moeten verwachten ? 

Inderdaad, werken maakt de mens niet zalig, eigen verdiensten redden de mens niet uit zijn miserabele positie ten opzichte van God. Maar als je eenmaal beseft wat God in zijn oneindige liefde voor je tot stand heeft gebracht, dat Hij je door het bloed van zijn Zoon Jezus eeuwig leven aanbiedt, dat Hij je verlost van de zonde en de straf die op de overtreding staat, dan kan je daarbij moeilijk onverschillig blijven? Zou het een GOED antwoord zijn aan het adres van een liefhebbende God, als wij geen andere conclusie kunnen maken, dan doorgaan met onze verwoesting en onrespectabele houding ten opzichte van Zijn schepping en Zijn levenswetten? Ik kan minstens enkele dozijnen minder prettig klinkende citaten geven die ooit uit de mond van christenen zijn gekomen… die wijzen op veel onwetendheid over wat onze taak is hier als christen, eenmaal wij Jezus als onze Verlosser hebben aanvaard. 

Zou het mogelijk zijn dat sommigen niet echt begrepen hebben hoe God werkt en wat Hij doet en wàt Hij van ons verlangt ? Zou het mogelijk zijn dat gelovigen en priesters aan het ziekbed van kerkleden zitten en zeggen “het is Gods wil”…? Ziekte is nooit Gods wil, en als God iets zal doen, dan is het niet zijn wetten buiten werking stellen, of deze sterfelijke persoon nog wat uitstel geven… maar proberen in het kader van de ziekte nog iets goeds te doen gebeuren, waardoor deze schijnbaar zinloze lijdensweg wordt veranderd naar een zingevende ervaring. Het is dikwijls een pijnlijke prijs, maar het is niet de eerste, noch de laatste, die God vindt in lijden en strijd. 

Natuurlijk is het leven van nù slechts voorlopig en voorbijgaand. Natuurlijk leven wij nù in een wereld die vertekend is door kwalijke invloeden en door mensen die Gods normen van vergeving en liefde niet hanteren. Dàt is de verschrikkelijke prijs die we de hele geschiedenis met ons meedragen, de vermenigvuldiging en de uitbreiding van één enkele daad die de mens uit Gods hand heeft gerukt. Precies daarom moet dit leven slechts voorlopig zijn, om niet een eeuwigheid lang aan dergelijke waanzinnige levenscondities te worden blootgesteld…  slechts “honderd twintig jaar, dat is genoeg”. Ondertussen blijft de vraag :” Wat doe ik ermee ?”  Ken je deze vraag, die mensen zich iedere dag stellen ? 

Wat doe ik met mijn leven ?

Wat doe ik met mijn relaties ? 

Wat doe ik met mijn vriendschappen ?

Wat doe ik met mijn tijd ?

Wat doe ik met Gods aanbod van vergeving ?

Wat doe ik met het voorbeeld van Jezus ?

Of algemeen : “Wat doe ik met de rest van mijn leven ?

Het is niet aan ons om van het leven af te doen, door te gaan met onlogische en irrationele gewoonten en aan het einde van de rekening God de schuld te geven. Ken je dat verhaal ? Ken je die veelgehoorde kritiek “Als er een God bestaat, waarom laat hij het dan toe ?” Daar is maar één antwoord op : omdat Hij om te bewijzen wie Hij werkelijk is, jou de volle vrijheid én verantwoordelijkheid moet geven over je leven, over je gezondheid en over je situatie. Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Daarom is het advies voor elke dag “MAAK ER HET BESTE VAN”.  Tot eer van God.

Of je kunt wachten…

wordt vervolgd

Werken als een hemelse zegen

Voor iemand die begrijpt waarom God mensen aan het werk zet, verandert de kijk op het leven voor altijd

Je doet dit waarschijnlijk elke dag: je gluurt uit het raam om te kijken wat voor weer het is. Het is een manier om een ​​voorproefje te krijgen van wat je dag in petto heeft. In een oogwenk heb je de informatie die je nodig hebt om door te gaan met je dag en je dagtaak aan te vatten.

Soms kan wat we zien ons overrompelen. Misschien is het een prachtige gloeiende zonsopgang of een zwerm van duizenden spreeuwen die over je huis vliegen. Het kan een bloem zijn die bloeit, of een eekhoorn die iets totaal onverwachts doet.

Gewoonlijk trekken dergelijke toneeltjes onze aandacht voor een korte tijd – misschien danken we God zelfs kort voor deze onverwachte attentie – en dan gaan we terug naar waar we mee bezig waren.

Maar er is een belangrijke boodschap in de schoonheid van de natuur: alles erin kostte inspanning om te creëren. Bergketens, beken, rivieren, regenwouden, elke vogel, dier, insect – zelfs micro-organismen die niet zichtbaar zijn voor het menselijk oog – werden zorgvuldig uitgedacht en gecreëerd. Dit principe stopt niet bij de Schepping. Alles om ons heen is het product van ontwerp en werk, inclusief tafels, stoelen, kleding, huizen en voertuigen. We gebruiken deze elke dag, maar hoe vaak staan we stil om te bedenken wat ervoor nodig was om ze te maken?

Een voorbeeld hiervan is het tijdschrift HouVast dat iedere drie maand wordt gedrukt en verstuurd. Nog voordat de inhoud van de publicatie werd geselecteerd, waren er al vele uren werk aan besteed.

Iemand moest bomen kappen. Iemand moest die bomen naar een papierfabriek brengen. Het maalproces omvatte het weken van de stammen om de schors te verwijderen. Het hout werd verpulverd, gebleekt, verfijnd en gevormd tot lange rollen papier. De rollen werden naar een papierfabriek gebracht waar de vellen werden gesneden en verpakt. Daarna moest dat papier naar de drukkerij worden vervoerd. Er moest ook inkt worden vervaardigd en geleverd.

Voordat iemand op de knop kon drukken om af te drukken, moesten schrijvers, redacteuren en ontwerpers de woorden en afbeeldingen produceren die je ziet. Het punt? Het kostte allemaal werk. Toch zou dit ervoor moeten zorgen dat je nooit naar iets op dezelfde manier kijkt. Alles om je heen – ALLES! – is gemaakt door iemands arbeid.

Waarom is dit het geval? Waarom zou God het leven zo ontwerpen? Waarom draait alles om werk? De antwoorden zullen u inspireren.

Toen ik vanmiddag genoot van een heerlijke mango en papaja, dacht ik eraan dat iemand die bomen moeten hebben verzorgd, iemand heeft die vruchten geplukt. Iemand heeft ze vervoerd… En diep in mij dank ik hen, want zonder hun inspanningen had ik niet kunnen genieten… en dat drie maal per dag.

Vanaf het begin

In de beginpagina’s van de Bijbel wordt het belang van werk benadrukt. De eerste zin zegt: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde” Dit is een fascinerende kijk op het leven van God – Hij schept. Op de zesde dag van de scheppingsweek schiep God de eerste mensen, Adam en Eva. Vers 27 vermeldt dat de mensheid werd geschapen “naar Zijn eigen beeld, naar het beeld van God…” De term “beeld” betekent gelijkenis. Dit betekent dat we niet alleen uiterlijk op God lijken, maar dat we ook zijn ontworpen om ons als Hem te gedragen. Anders gezegd, de Schepper is een werker en we zijn ontworpen om te werken.

Dit is wat God de eerste mensen opdroeg: “En de Heer God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om hem te bewerken en te bewaren“.

Het woord ‘bewerken’ betekent ‘alle acties die nodig zijn om vruchtbare ontwikkeling mogelijk te maken’, terwijl het woord ‘bewaren’ betekent ‘beschermen, of alle acties die schade zouden kunnen berokkenen vermijden’. Iedereen die ooit een tuin heeft opgezet, begrijpt precies wat God Adam opdroeg: de grond bewerken, zaden en zaailingen in de grond plaatsen, water geven en uiteindelijk de gewassen oogsten. Dit alles vereist inspanning of werk. Door Adams voorbeeld heeft God een belangrijk type of patroon vastgesteld.

Continue Betrokkenheid

God never wanted man to forget the importance of work. Because of this, He put a command to be active and productive in the Ten Commandments. Did you realize this?

Most do not recognize that the Fourth Commandment is two-fold. It does state to “remember the Sabbath day,” but there is another element at play. Notice how it is explained in Exodus 34: “Six days you shall work, but on the seventh day you shall rest…” (vs. 21).

There are two instructions here: You shall work for six days and then you shall rest on the seventh.

To further emphasize the point, the Bible continuously touts the benefits of being active and productive. It also warns of the dangers of idleness.

  • “The soul of the sluggard [one who is lazy and idle] desires, and has nothing: but the soul of the diligent shall be made fat [prosperous]” (Prov. 13:4). Those who are focused on working and accomplishing in their lives will be blessed in a multitude of ways.
  • “The sluggard will not plow by reason of the cold; therefore shall he beg in harvest, and have nothing” (20:4).
  • “The desire of the slothful kills him; for his hands refuse to labor” (21:25).

Science supports that humans were designed to work. In a study that compiled research demonstrating the harmful effects of idleness on mental and physical health, Britain’s National Health Service (NHS) found that those who had a physical malady were speeded in recovery by returning to work: “People with muscle and joint pain who…return to work tend to enjoy better health (level of pain, function and quality of life) than those who stay off work.”

The organization stated that if “their health condition permits, people who are sick and disabled should remain in or return to work as soon as possible because it’s therapeutic, helps to promote recovery and rehabilitation, and reduces the risk of long-term incapacity.”

Additionally, the NHS found that “being out of work for long periods was generally bad for your health.”

Some of the adverse effects of joblessness they detailed were “higher use of medication and higher hospital admission rates,” “a two-to-three times increased risk of poor general health,” “a two-to-three times increased risk of mental health problems,” and “a 20% higher death rate.”

Science proves Proverbs 21:25—the “desire of the slothful” DOES kill!

Examples for Us

Throughout the Bible, God’s servants obeyed His command to work. Think of Moses, Samuel, Joshua, David, even Christ—they all worked until the end of their lives. We should follow their examples.

Moses in particular evidenced the clear health benefits of working and being active, even into old age: “And Moses was an hundred and twenty years old when he died: his eye was not dim, nor his natural force abated” (Deut. 34:7).

At the end of Moses’ life, he still had health and vigor. While God certainly blessed him, these are the same benefits modern science has discovered for those who are and remain active.

Take note: all of God’s servants in the past never stopped working while they were alive. They retired “into the grave.”

In what manner did these servants work? They would have followed the principle of Ecclesiastes 9: “Whatsoever your hand finds to do, do it with your might…” (vs. 10).

Of course, there are qualifiers in the command to work. If one is unable to work because of his physical circumstances, God understands. Yet everyone needs to work to the degree he or she is able.

There are different types of work—and not all of them lead to a paycheck. Anything that fruitfully engages your mind and body can be considered work. Even on days off you can work at hobbies or help Church members in need.

The overall point is to avoid idleness.

And just because you may be older does not mean you should stop working. There is always something you can do. The advantage of being physically older is that one has increased knowledge and experience.

This wonderful byproduct of a long life can be used in many ways. We are creative beings with God’s Spirit to aid us. That is a powerful one-two punch.

Ask yourself: “What can I do to continue to be productive—benefiting myself, others around me, and the Work of God—which I was called to be a part of and support? What can I do to be another living example like those in the Bible?”

Deeper Benefits

God promises to daily load us with benefits if we obey Him (Psa. 68:19).

Work not only has physical benefits, but also an abundance of spiritual ones.

An overarching value in labor is that it allows us to put God’s Way into practice. Through work, we can produce the fruits of the Spirit mentioned in Galatians 5:22-23. By being active, earning a living, and helping others, we can grow in “love, joy, peace, longsuffering, gentleness, goodness, faith, meekness, temperance.”

For example, while working, you will have many opportunities to practice outgoing concern for others. You will also have the chance to bring joy and peace to tense situations. You can learn longsuffering and patience as you take on and complete difficult projects. The list of benefits could go on.

Staying at home wasting away hours stunts such growth!

An additional benefit to spiritual growth is that you can learn stewardship. The parable of the talents in Matthew 25 and the parable of the pounds in Luke 19show that if we are faithful in small things in our lives—such as handling money earned from our labor—we will be given much greater responsibility later. We will actually qualify to oversee entire cities in God’s kingdom (Luke 19:1719) by learning to be a “steward of God” now (Titus 1:7).

This opportunity to learn how to be stewards is so important that we will have to give account as to how well we performed. This is also seen in the parable of the rich man and the steward. The rich man required results: “Give an account of your stewardship…” (Luke 16:2).

Learning stewardship has lasting implications!

Eternal Rewards

If there is still any doubt that God requires people to work, one only needs to look to what His main focus is today: His Work.

Christ put it simply in John 5:17. He stated, “My Father works…and I work.”

The Work of God has two assignments, known as commissions: to preach the gospel of the kingdom of God in all nations and feed the flock of God. You can support this effort through tithes and offerings that come from employment income or through fundraising.

There is another element to how God is working. Notice: “Being confident of this very thing, that He which has begun a good work in you will perform it until the day of Jesus Christ” (Phil. 1:6).

God is working in you! And He will continue to do so until Christ’s Second Coming. We can work alongside Him and help in the process, or we can make it much harder by being stubborn and resisting growth.

When we undertake any task—physical or spiritual—we should follow a defining principle: “And whatsoever you do, do it heartily, as to the Lord, and not unto men; knowing that of the Lord you shall receive the reward of the inheritance: for you serve the Lord Christ” (Col. 3:23-24).

All work that we do should be done as if God is our employer. This is vital to understand. Our inheritance is riding on it!

The following describes our reward in more detail and should further motivate us. Notice: “…What is man, that You are mindful of him? Or the son of man, that You visit him? You made him a little lower than the angels; You crowned him with glory and honor, and did set him over the works of Your hands: You have put all things in subjection under his feet. For in that He put all in subjection under him, He left nothing that is not put under him…” (Heb. 2:6-8).

Understand what these astounding verses are saying. God promises to put “all things” under the feet of man! The Moffatt translation of the Bible renders the Greek word for “all things” as “the universe.”

God desires for us to work now—our entire lives—so we are prepared to assist Him in His plan for the universe.

Can you see the awesome future that lies ahead? The life God is planning for each of us will not be burdensome. On the contrary, the Creator describes eternity as “pleasures for evermore” (Psa. 16:11).

We will be involved in exciting, challenging and stimulating endeavors “for evermore”—without suffering the limitations of physical humanity! We will never get tired or bored, always enjoying our past accomplishments and looking ahead to future projects. There is so much exciting and challenging work to do!

God desires for you to love to work now so you can become like Him. All those who are born into the God Family will be creators—WORKERS—continuing to build the universe. We must be enthusiastic about working.

We cannot allow our human nature to fool us into thinking we should not work or that we should stop working if we already are. God wants us to become like Him.

From here on, determine to look at work differently—realize its vital importance. Will you do your part?

Work truly is a gift from our God. Take advantage of this awesome truth that so few in the course of human history have understood. Prepare now for your awesome—and busy—future by developing a strong work ethic. Your incredible career as a creator in the God Family lies before you.

Let’s get to work

Het verschil

In 1933 werd ter ere van een bijzonder acteur in Engeland een banket gehouden. Na het feest werd de acteur gevraagd om iets voor te dragen voor de gasten. Hij ging op de vraag in en vroeg of iemand van de aanwezigen iets bijzonders wilde horen.

Na een ogenblik van stilte vroeg een oude predikant: Zou u de 23ste Psalm willen voordragen?

– Ja, antwoordde de acteur, als u het ook wil doen, nà mij.

Na wat aarzeling stemde de predikant hierin toe.

De HERE is mijn herder, mij ontbreekt niets;

Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;

Hij voert mij aan rustige wateren;

Hij verkwikt mijn ziel.

Hij leidt mij in de rechte sporen

om zijns naams wil.

Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis,

ik vrees geen kwaad want Gij zijt bij mij;

uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen;

Gij zalft mijn hoofd met olie,

mijn beker vloeit over.

Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen

al de dagen van mijn leven;

ik zal in het huis des HEREN verblijven tot in lengte van dagen.

Psalm 23

De acteur hield de aanwezigen aan zijn lippen. Toen hij gedaan had, werd hij uitbundig toegejuicht. Nu stond de predikant op. Er heerste een diepe stilte, toen hij gedaan had; geen toejuichingen – enkel vochtige ogen en gebogen hoofden.

Met zijn hand op de schouder van de predikant sprak de acteur : Vrienden, ik heb uw ogen en oren kunnen raken, maar deze man heeft uw hart geraakt. Ik ken Psalm 23. Deze man kent de Herder.

Christelijke Meditatie

Meditatie – verkeerd begrepen

Wat is meditatie? Is het dagdromen? Maakt het je geest leeg? Bereikt het een “hoger bewustzijnsniveau”? Zit het in Indiase stijl, nadenkend over “de grote vragen van het leven”? Zijn dit wat God MEDITATIE noemt?

Weinigen nemen meer de tijd om na te denken! In deze gehaaste en gekwelde tijd weten sommigen niet eens meer hoe.

God spoort Zijn dienaren eigenlijk aan om te “denken”! Maar Hij noemt de meest vitale vorm MEDITATIE.

Net als bij gebed, bijbelstudie en vasten, moet de pas bekeerde worden geleerd HOE te mediteren. Wat betekent het om te mediteren?

De sneltrein van elke dag van en naar het werk gaan, kinderen, de tv, de telefoon – hebben allemaal een negatieve invloed op onze mogelijkheid om rust en stilte te vinden. Hoe kunnen we goed mediteren? Hoe kunnen we de afleidingen van deze wereld lang genoeg vermijden om op Gods weg te blijven?

Televisie injecteert elk denkbaar kwaad in de hoofden van jong en oud. Op jonge leeftijd zijn kinderen getuige geweest van tientallen moorden, verkrachtingen, overvallen en tal van andere misdaden die normaal gesproken in honderd levens niet zouden zijn gezien. Het internet is net zo slecht, met honderden sites die elke mogelijke perverse daad weergeven.

Koning David schreef: “Welzalig is de mens die de raad van de goddelozen niet volgt” – niet uren voor de tv zit te kijken naar elke misdaadshow – “noch in de weg der zondaars gaat” – noch achter zijn computer op internet zoekend naar elke beschikbare pornosite – “noch zit op de stoel” – noch op de tribune, kijkend naar een extreme bokswedstrijd – “noch zit in de kring der spotters…” (Psalm 1:1).

We leven in het tijdperk van wat de “Grote diefstal van de tijd” zou kunnen worden genoemd. In deze samenleving hebben mensen niet meer de tijd die ze ooit hadden. Ze hebben geen tijd om spiritueel (of zelfs mentaal, emotioneel of psychologisch) de gebeurtenissen die op hen afkomen te verwerken.

Meer dan dertig jaar geleden schreef Alvin Toffler een boek over de ‘Toekomstschok’. Deze theorie stelde dat de gebeurtenissen aan het veranderen waren en de snelheid van het leven zo snel versnelde dat het een bepaalde schokfactor creëerde waar mensen niet mee om konden gaan. In feite zag men de ‘toekomst’ nu veel sneller op de mensen afkomen dan ze het konden verteren. Een groot deel van de beschaving kwam in een soort giftige spirituele toestand terecht.

Hij schreef een vervolg,De Derde Golf, waaruit bleek dat de toekomstschok alleen maar erger werd. Velen weten het, maar niemand deed er iets aan. Als gevolg hiervan is de samenleving in het informatietijdperk in een stroomversnelling geraakt. De profeet Daniël voorspelde dit: “… velen zullen heen en weer rennen en de kennis zal toenemen” (12:4).

Kennis neemt dagelijks met grote sprongen toe. Proberen bij te blijven, creëert een hectische, snelle benadering van het leven. Je hebt het gevoel het niet meer te kunnen bijbenen. Mensen hebben geen tijd meer om na te denken!

Stel je voor dat je een boer bent en honderd jaar geleden leeft. Zittend achter een span paarden ploegt u velden – u heeft tijd om na te denken! U wordt niet afgeleid door televisies, draagbare radio’s, computers of mobiele telefoons.

Honderd jaar geleden had niemand ooit van die dingen gehoord. Tot een eeuw geleden bracht niemand ooit een minuut door voor een televisie, computer, stereo, enz. Tieners liepen niet constant met elkaar te praten op mobiele telefoons, zonder iets constructiefs te zeggen.

Vroeger lazen en dachten mensen meer. Probeer eens de zogenaamde brieven/berichten/uitwisselingen te lezen – brieven die honderd jaar geleden door mensen naar elkaar werden geschreven. Lees de brieven die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog tussen president Abraham Lincoln en zijn generaals zijn uitgewisseld. Dit waren hoogopgeleide mensen, wier grammatica de huidige normen overtrof. Mensen hadden tijd om dingen mentaal te verwerken – na te denken en te analyseren. Maar die tijd lijkt voorbij.

God voorzag onze tijd. Dit is een van de redenen waarom Hij David inspireerde om zoveel te schrijven over de noodzaak om te mediteren – en hoe en waarom: “O HERE, onze Heer, hoe heerlijk is Uw naam op de hele aarde! Die Uw heerlijkheid boven de hemelen heeft geplaatst. Uit de mond van baby’s en zuigelingen hebt U kracht verordend vanwege Uw vijanden, opdat U de vijand en de wreker zou kunnen stillen. Als ik Uw hemel aanschouw, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die U hebt geschapen; Wat is de mens, dat U aan hem denkt? en de mensenzoon, dat U hem bezoekt? Want U hebt hem een ​​weinig lager gemaakt dan de engelen en hem met heerlijkheid en eer gekroond. U hebt hem gemaakt om heerschappij te hebben over de werken van Uw handen; U hebt alles onder zijn voeten gelegd” (Ps. 8:1-6).

Meditatie is een sleutel tot goede bijbelstudie. Zonder meditatie (vergezeld van gebed, studie, vasten en het uitoefenen van de Heilige Geest) zou het heel moeilijk zijn om Gods wil te begrijpen. Hij spreekt tot ons door Zijn Woord – de Bijbel.

Als onze wegen Hem behagen, geeft Hij ons begrip door onze ogen te openen op Zijn waarheid. Zonder deze overdenking/meditatie over de hemelse zaken, de dingen van God, zijn wegen, kunnen we nooit het grote plan begrijpen. God wil dat we mediteren – maar niet op de manier zoals de meesten denken.

David geeft ons inzicht in de manier van meditatie: “Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters; Maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.” (Psalm 1:1-2).

Hij voegde er ook aan toe “Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag. ” (Psalm 119:97).

En hoe zag God David? Het antwoord is heel duidelijk: “en nadat Hij deze (Saul) verworpen had, verwekte Hij hun David als koning, wie Hij ook dit getuigenis gaf: Ik heb David, de zoon van Isai, gevonden, een man naar mijn hart, die al mijn bevelen zal volbrengen.” (Handelingen 13:22).