Emoties

Emoties zijn een essentieel onderdeel van de persoonlijkheid van de mens.  Ze kunnen ons krachtig motiveren, zowel in het goede als in het kwade. En afhankelijk van welke emoties het zijn, kunnen we gelukkig, verdrietig, angstig of blij zijn. “Positieve” emoties kunnen voldoening geven en een gevoel van welzijn; “negatieve” emoties kunnen pijn en angst veroorzaken. De eerste zullen geestelijke gezondheid bevorderen, maar wanneer we lang worden blootgesteld aan “negatieve” emoties dan zal dat allerlei problemen geven in gedrag en relaties. Dus emoties spelen een belangrijke rol bij onze algehele beleving van welzijn.

God wil dat wij genieten van de effecten van positieve emoties. Maar vanwege de zonde hebben we vaak te maken met negatieve effecten van onze negatieve emotionele ervaringen. Ook mensen in de Bijbel waren niet immuun voor emotionele hoogtepunten en dieptepunten. Er waren mensen bij die erin slaagden om daar controle over te krijgen, maar anderen niet. Zij lieten toe dat negatieve emoties hen dreven tot verkeerde acties. 

Het is niet gemakkelijk om de relatie tussen emoties en gedrag aan te geven. Er kunnen momenten zijn dat pijnlijke emoties ons op de knieën brengen om God te zoeken als ultieme bron van hulp en steun. Maar deze worstelingen kunnen er ook toe leiden dat mensen het geloof vaarwel zeggen. Het is dan belangrijk dat we meer leren over onze emoties en de manier waarop zij invloed hebben op ons leven.

Negatieve emoties

Lees 2 Samuël 13, een verhaal dat bol staat van negatieve emotionele ervaringen. Te midden van deze worsteling veroorzaakten de betrokkenen bij elkaar lichamelijke en emotionele pijn. Het gevolg van hun gedrag had invloed op de hele koninklijke familie, en zelfs op toekomstige generaties.

Welke emotionele gevoelens kunnen we onderkennen bij de betrokkenen: Amnon, Tamar, David, Absalom?

“De liefde” die Amnon voelde voor Tamar kon nooit echte liefde zijn, maar veel meer een seksuele gedrevenheid, want zodra hij had gekregen wat hij wilde, “welde een diepe haat” in hem op (vers 15). De ervaring van Amnon laat twee emotionele extremen zien: ongecontroleerde passie (in de context van een incestueuze relatie) en haat. 

Het gedrag dat hoort bij deze emoties is altijd uit balans en heeft ernstige gevolgen. De “liefde” van Amnon veranderde van het ene op het andere moment in haat. Hij negeerde het smeken van zijn zuster en liet haar met geweld uit zijn huis zetten.

Tamar was het slachtoffer. Ze was niet op de avances van Amnon ingegaan en dat frustreerde hem. Ze diende haar broer, in gehoorzaamheid aan de koning. En toen de bedoeling van Amnon duidelijk werd, deed ze haar best om hem op andere gedachten te brengen door duidelijk te maken wat de afschuwelijke gevolgen zouden zijn van zo’n daad. Maar hij was vastbesloten om te krijgen wat hij wilde, Amnon luisterde niet naar goede raad. Dus hij voerde zijn plan uit.

Zoals elke vrouw die het slachtoffer is van verkrachting of misbruik, zal Tamar zich boos, vernederd, en gebruikt hebben gevoeld. En ook zal ze zeker een gevoel van minderwaardigheid hebben gekregen. 

Haar broer Absalom troostte haar niet, maar gaf haar de raad om erover te zwijgen. Intussen maakte Absalom plannen om Amnon te doden en zo haar verkrachting te wreken (Bovendien zorgde het uit de weg ruimen van Amnon ervoor dat hij meer kans had op de troon van Israël). David, die van allemaal de vader was, moet zich ook boos en verdrietig hebben gevoel over deze gebeurtenissen.

Op welk moment heb jij haat, verdriet, angst, woede, of jaloezie ervaren? Hoe ben je daarmee omgegaan? Wat zou je anders hebben willen doen?

Positieve emoties

Negatieve emoties zoals haat, bezorgdheid, vrees, woede, en jaloezie zorgen voor onmiddellijke lichamelijke reacties: een hart dat bonst, spanning in de spieren, een droge mond, het koude zweet dat uitbreekt, een rond draaiende maag, en allerlei andere lichamelijke uitingen. Er zijn aanwijzingen dat als we lang worden blootgesteld aan deze symptomen er problemen kunnen ontstaan met ons hart en onze spijsvertering.

Positieve emoties daarentegen, zoals barmhartigheid, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, en geduld worden geassocieerd met een gevoel van welzijn, een positieve kijk, en een optimale relatie met anderen en met God.

Positieve psychologie, een nieuw ontwikkelde en breed gedragen vorm van psychologie, is erop uit om positieve emoties te bevorderen zodat geluk toeneemt en om mentale ziektes te voorkomen. Het is bewezen dat het koesteren van negatieve emoties schade brengt aan gezondheid en het leven kan verkorten. Het bevorderen van een positieve kijk op het leven kan gezondheid en levensduur ten goede komen. Met andere woorden: hoe positiever je in het leven staat, hoe meer je van een goede gezondheid kunt genieten.

Lees Galaten 5:22. In welk opzicht kan de vrucht van de Geest verschil maken in de manier waarop mensen door het leven gaan?

En Kolossenzen 3:12-14:

     Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.

    Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Heer u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.

     En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.

Wat is volgens Paulus de meest positieve emotie? Wat betekent het om “jezelf te kleden” zoals in dit gedeelte wordt aangegeven? Wat is het gevolg wanneer iemand de woorden van Paulus in dit gedeelte in praktijk brengt?

Liefde is meer dan een emotie, maar toch is het wel de allerbeste emotie. God is liefde, en het is zijn bedoeling dat zijn kinderen elkaar over en weer liefhebben. Hij wil dat wij weten wat het betekent om God lief te hebben en door hem geliefd te worden. Liefde brengt een hele schakering aan andere positieve emoties voort die zorgen voor gewenst en aantrekkelijk gedrag.

Op welke manier heeft jouw emotionele toestand invloed op je gedrag? Waarom is het belangrijk om geen beslissingen te nemen wanneer je in een emotionele roes verkeert, of die nu positief of negatief is?

Gods plan voor pijnlijke emoties

Lees Johannes 16:20-24. Wat is de belofte van Jezus met betrekking tot pijn en verdriet?

Het gedeelte biedt geweldig veel hoop aan iedereen die door lichamelijke en psychische pijn gaat. Hier zijn een paar dingen die we uit dit Bijbelgedeelte kunnen leren:

°  Het lijkt alsof de wereld vol blijdschap is. Vaak kijkt de gelovige om zich heen en dan wordt hij eraan herinnerd hoe oneerlijk het leven is. Slechte mensen lijken altijd te genieten, terwijl veel mensen die aan God zijn toegewijd pijn lijden. Maar Jezus verzekert ons dat dit niet altijd zo blijft. Bovendien is de buitenkant vaak misleidend. We hebben de neiging om te denken dat anderen gelukkiger en succesvoller zijn dan wij.

°  Rouw, verdriet en angst zullen veranderen in vreugde. Dit is het hart van de belofte van Jezus. Gelovigen moeten de gedachte koesteren dat er een einde zal komen aan het verdriet, en dat niet alleen: verdriet zal moeten wijken voor vreugde.

°  De pijn uit het verleden wordt vergeten. Herinneringen aan het onplezierige verleden zijn vaak de reden voor veel verdriet. Psychotherapeuten doen veel om de effecten van het verleden weg te nemen in het dagelijkse leven van hun cliënten. Jezus verzekert ons dat we de pijn vergeten, net zoals een vrouw die een baby baart haar pijn vergeet, zodra de baby ter wereld is. Zijn volgelingen zullen op een dag de pijn voorbij zijn.

°  Niemand kan onze vreugde wegnemen. Het soort vreugde die Jezus aanbiedt is niet dezelfde vreugde zoals wij die kennen. Jezus biedt ons volkomen geluk, een eeuwige toestand die niet weg geroofd kan worden van mensen die gered zijn.

°  Er zal geen nood meer zijn. Jezus bevestigt dat de rechtvaardigen niet langer iets nodig hebben. Ze hoeven Jezus niet meer te bidden en te smeken, want in al hun noden is voorzien.

Hoe kun je vasthouden aan de belofte dat je verdriet zal veranderen in vreugde? Hoe kan deze zekerheid jou helpen te midden van de tegenspoed in het leven? 

Hoe kun je de beloften van Jezus gebruiken om iemand die verdriet heeft te bemoedigen?

uit HouVast 1/2013 Ondertussen zijn we jaargang 2024 gestart. In het eerste nummer : Lang niets gehoord van God? – Waarom God mensen schiep -Wonderbare ogen – Het oor, meesterlijk ontwerp

Dr. Julian Melgosa

De lessen van Jezus

In het onderwijs van de Heiland door middel van gelijkenissen vinden we een heenwijzing naar wat ‘hogere opvoeding’ vormt. Christus had voor de mensen de grootste waarheden van de wetenschap kunnen openen. Hij had verborgenheden kunnen ontsluieren waarvoor eeuwen van arbeid en studie nodig zijn geweest om ze te doorgronden. Hij had suggesties kunnen doen op wetenschappelijk vlak waardoor stof tot nadenken en stimulansen voor uitvindingen tot het einde waren geleverd. Dit heeft Hij echter niet gedaan. Hij heeft niets gezegd om de nieuwsgierigheid te bevredigen of aan de eerzucht van de mens te voldoen door deuren naar wereldse grootheid te openen. Bij al zijn onderricht bracht Christus de gedachten van de mens in aanraking met de Oneindige. Hij zei niet dat de mensen menselijke meningen over God, diens Woord of werken moesten bestuderen. Hij leerde hen dat zij Hem moesten zien, zoals Hij werd geopenbaard in zijn werken, in zijn Woord en zijn voorzienigheid.

Christus besprak geen abstracte theorieën, maar dingen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van het karakter, zaken die de mogelijkheid van de mens om God te leren kennen vergroten en hem beter in staat stellen goed te doen. Hij sprak met de mensen over die waarheden die verband houden met dit leven en die betrekking hebben op de eeuwigheid.

Het was Christus die voor Israëls opvoeding zorgde. Hij had gezegd: “Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat. Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poorten.”  (Deuteronomium 6:7-9)

In zijn eigen onderricht liet Jezus zien hoe dit gebod vervuld moet worden, hoe de wetten en beginselen van Gods koninkrijk zo kunnen worden gebracht dat hun schoonheid en betekenis openbaar wordt. Toen de Here Israël opleidde als bijzondere vertegenwoordigers van Hemzelf, gaf Hij hun woningen tussen de heuvels en de dalen. In hun gezinsleven en godsdienst werden zij steeds in aanraking gebracht met de natuur en met Gods Woord. Zo onderwees Christus zijn discipelen aan het meer, op de berghelling, in de velden en wijngaarden, waar zij de dingen in de natuur waarmee Hij zijn lessen illustreerde, konden zien. En terwijl zij van Christus leerden, brachten zij hun kennis in praktijk door Hem te helpen in zijn werk.

Op deze wijze moeten wij door de schepping de Schepper beter leren kennen. Het boek van de natuur is een groot studieboek dat wij samen met de Bijbel moeten gebruiken om anderen te onderwijzen over zijn karakter en om de verloren schapen terug te leiden naar Gods kudde. Terwijl Gods werken worden bestudeerd, dringt de Heilige Geest Zich met overtuiging op. Logisch redeneren brengt geen overtuiging. Wanneer de geest niet zozeer verduisterd is dat men God niet kent, wanneer het oog niet te zeer verzwakt is om God te zien of het oor te zeer is verstopt om zijn stem te horen, wordt de diepere betekenis duidelijk en dringen de prachtige, geestelijke waarheden van het geschreven Woord door tot het hart.

In deze lessen, rechtstreeks uit de natuur genomen, is een eenvoud en zuiverheid die ze van onschatbare waarde maakt. Iedereen heeft behoefte aan de lessen die aan deze bron worden ontleend. De schoonheid van de natuur trekt op zichzelf reeds de mens af van werelds vermaak en zonde naar reinheid, vrede en God. Maar al te vaak is de geest van studenten bezig met menselijke theorieën en veronderstellingen: zogenaamde wetenschap en wijsbegeerte. 

Zij moeten in nauwe aanraking met de natuur worden gebracht. Zij moeten leren dat de schepping en het christendom één God hebben. Zij moeten de harmonie leren zien tussen het natuurlijke en het geestelijke. Alles wat hun ogen zien en hun handen tasten moet als les worden gebruikt bij het bouwen aan het karakter. Zo zullen mentale krachten worden gesterkt, zal het karakter worden ontwikkeld en het hele leven worden veredeld.

Christus’ doel met het onderwijzen door gelijkenissen was rechtstreeks in overeenstemming met het doel van de sabbat. God heeft aan de mensen het gedenkteken van zijn scheppingsmacht gegeven, opdat zij Hem in de werken van zijn handen zouden kunnen ontdekken. 

De sabbat vraagt ons de heerlijkheid van de Schepper te zien in zijn geschapen werken. Omdat Hij dit wilde doen verbond Jezus zijn kostbare lessen met de schoonheid van de natuurlijke dingen. Op de geheiligde rustdag moeten wij meer dan op andere dagen de boodschap bestuderen die God ons door de natuur heeft gegeven. Wij moeten de lessen van de Heiland bestuderen waar Hij ze heeft gesproken, in de velden en bossen, onder de open hemel, tussen gras en bloemen. Wanneer wij het hart van de natuur naderen, maakt Christus zijn tegenwoordigheid aan ons merkbaar en spreekt Hij tot ons van zijn vrede en liefde.

Christus heeft zijn onderricht niet alleen verbonden met de rustdag maar ook met de werkweek. Hij heeft wijsheid voor iemand die ploegt en zaait. In het ploegen en zaaien, het bewerken van de grond en het oogsten, leert Hij ons zien hoe de genade in het hart werkzaam is. Zo wil Hij dat wij in elke vorm van nuttige arbeid en elke bezigheid in het leven een les van goddelijke waarheid ontdekken. Dan zal ons dagelijks werk niet langer al onze aandacht opeisen en ons God doen vergeten. Het zal ons juist blijven herinneren aan onze Schepper en Verlosser. De gedachte aan God zal als een rode draad lopen door onze huiselijke plichten en bezigheden. De heerlijkheid van zijn aanschijn zal voor ons weer op de natuur rusten. Wij zullen steeds nieuwe lessen leren van hemelse waarheden en opgroeien naar het beeld van zijn reinheid. Op deze wijze zullen wij door de Here onderwezen worden en op de plaats waar wij ons werk hebben, blijven voor God.’ (Jesaja 54:13; 1 Korintiërs 7:24)

E.G. White

    De les van de gelijkenissen

    Christus’ blik op de waarheid was zo ruim en zijn leer was zo veelomvattend, dat elke fase van de natuur gebruikt werd om de waarheid te illustreren. 

    De tonelen waarop dagelijks het oog rust werden verbonden met een of andere geestelijke waarheid, zodat heel de natuur bekleed is met de gelijkenissen van de Meester.

    In het begin van zijn openbaar werk had Christus zo duidelijk tot de mensen gesproken, dat al zijn toehoorders de waarheden hadden kunnen bevatten, die hen wijs konden maken tot zaligheid. Maar in veel harten had de waarheid geen wortel geschoten. Heel spoedig was ze weggenomen. “Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen,” zei Hij, “omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen .. . Want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten.” (Mattheüs 13:13-15)

    Jezus wilde graag vragen uitlokken. Hij probeerde de zorgelozen wakker te schudden en de waarheid te laten doordringen in het hart. Het spreken in gelijkenissen was gangbaar en eiste respect en aandacht, niet alleen van de joden maar ook van mensen uit andere volken. Jezus had geen betere wijze van onderricht kunnen gebruiken. Als zijn toehoorders hadden verlangd om goddelijke zaken te leren kennen, hadden zij zijn woorden kunnen begrijpen, want Hij was altijd bereid ze aan de eerlijke onderzoeker te verklaren.

    Daarbij moest Christus waarheden brengen waarvoor de mensen nog niet gereed waren om deze te aanvaarden of zelfs te begrijpen. Ook daarom onderwees Hij in gelijkenissen. Door zijn onderricht te verbinden met het dagelijkse leven of met de natuur trok Hij hun aandacht en sprak Hij tot hun hart. Als zij later zagen naar de voorwerpen die zijn lessen illustreerden, herinnerden zij zich de woorden van de goddelijke Leraar. Voor het verstand dat openstond voor de Heilige Geest, kreeg de betekenis van de leer van de Heiland steeds meer inhoud. Verborgenheden werden openbaar en wat moeilijk te vatten was geweest, lag nu voor de hand.

    Jezus zocht toegang tot ieders hart. Door verschillende illustraties te gebruiken, bracht Hij niet alleen de waarheid in zijn verschillende vormen, maar deed Hij tevens een beroep op de verschillende toehoorders. Hun belangstelling werd gewekt door beelden, genomen uit hun dagelijkse omgeving. Niemand die naar de Heiland luisterde, kon het gevoel hebben dat hij veronachtzaamd of vergeten werd. De eenvoudigste en zondigste mensen hoorden in zijn leer een stem die vol medeleven en tederheid tot hen sprak.

    Hij had nog een reden om te leren door gelijkenissen. Onder de velen die om Hem vergaderd waren, bevonden zich priesters en rabbi’s, schriftgeleerden en oudsten, Herodianen en oversten, wereldsgezinde, dweepzieke, eerzuchtige mensen, die hun uiterste best deden een beschuldiging tegen Hem te vinden. Hun spionnen volgden dagelijks zijn stappen om van zijn lippen iets te horen waardoor zij Hem konden veroordelen om zodoende Hem, die heel de wereld achter Zich scheen te trekken, voor altijd tot zwijgen te brengen. De Heiland kende het karakter van deze mensen en bracht de waarheid zó, dat zij niets konden vinden om zijn optreden voor te leggen aan het Sanhedrin. Door gelijkenissen bestrafte Hij de schijnheiligheid en boze werken van hen, die vooraanstaande posities bekleedden. In beeldspraak kleedde Hij de waarheid, die zo scherp was dat wanneer deze rechtstreeks was gesproken, zij niet naar zijn woorden zouden hebben geluisterd, maar al heel spoedig een eind aan zijn werk zouden hebben gemaakt. Hoewel Hij echter de spionnen ontliep, maakte Hij de waarheid zo duidelijk dat dwaling aan het licht werd gebracht en mensen die eerlijk waren, baat vonden bij zijn lessen. Goddelijke wijsheid en oneindige genade werden duidelijk gemaakt door Gods scheppingswerken. De mensen werden over God onderricht door de natuur en voorvallen uit het dagelijks leven. “Hetgeen van Hem niet gezien kan worden, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, nl. zijn eeuwige kracht en goddelijkheid.”  (Romeinen 1:20)

    wordt vervolgd

    Hij sprak in gelijkenissen

    In Christus’ onderwijs door gelijkenissen is hetzelfde beginsel zichtbaar als in zijn zending naar deze wereld. Christus heeft onze natuur op Zich genomen om onder ons te wonen, zodat wij bekend zouden worden met zijn goddelijk karakter en leven. Goddelijkheid was bekleed met menselijkheid, de onzichtbare heerlijkheid in de zichtbare menselijke gestalte. Door bekende dingen kon de mens het onbekende leren kennen. Hemelse dingen werden door aardse geopenbaard. God werd geopenbaard in de gedaante van de mens. Dit was ook het geval met de woorden die Christus sprak. Onbekende dingen werden door bekende zaken geïllustreerd, goddelijke waarheden bekend gemaakt door aardse dingen, waarmee de mensen vertrouwd waren.

    De Schrift zegt: “Dit alles zei Jezus in gelijkenissen tot de scharen . . . opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zei: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.” (Mattheüs 13:34-35)

    Natuurlijke zaken werden gebruikt om geestelijke dingen duidelijk te maken. Dingen uit de natuur en uit het leven van zijn toehoorders werden verbonden met de waarheden van het geschreven Woord. Door op deze wijze de aandacht van de aardse dingen te richten op het geestelijk koninkrijk, zijn de gelijkenissen van Christus schakels in de keten van waarheid die de mens met God, en de hemel met de aarde verbindt.

    In zijn onderricht uit de natuur sprak Christus over de dingen die Hij zelf had gemaakt en die eigenschappen en krachten bezaten die Hij zelf daaraan had gegeven. In hun oorspronkelijke volmaaktheid waren alle geschapen voorwerpen een uiting van Gods gedachten. Voor Adam en Eva was de natuur in hun tehuis in het paradijs vol van de kennis van God en stroomde over van goddelijk onderricht. De wijsheid sprak tot het oog en werd opgenomen in het hart, want zij spraken met God door middel van zijn geschapen werken. Toen het eerste mensenpaar de wet van de Allerhoogste had overtreden, verdween Gods heerlijkheid uit de natuur. Nu is de aarde geschonden en door zonde verontreinigd. Toch is ook nog in deze geschonden toestand veel moois overgebleven. Gods gelijkenissen zijn niet uitgewist. Wanneer de natuur goed begrepen wordt, spreekt deze nog steeds van haar Schepper.

    In de tijd van Christus had men deze lessen uit het oog verloren. De mens ontdekte God vrijwel niet meer in zijn werken. De zondigheid van het mensdom had een lijkkleed geworpen over de schoonheid van de schepping en in plaats van God te openbaren, werden zijn werken een scheidsmuur, die Hem voor het oog verborg. De mensen aanbaden het schepsel boven de Schepper. Op deze wijze zijn de overleggingen van de heidenen op niets uitgelopen en is het duister geworden in hun onverstandig hart. (Romeinen 1:25,21) Zo waren in Israël de leerstellingen van mensen gekomen in de plaats van wat God had gezegd. Niet alleen de dingen uit de natuur, maar ook de offerdienst en de Schriften zelf, gegeven om God bekend te maken, werden zó verdraaid dat ze juist middelen werden om God te verbergen.

    Christus trachtte weg te nemen wat  de waarheid had verduisterd. Hij kwam om de sluier die door de zonde over het gelaat van de natuur was geworpen, opzij te schuiven en de geestelijke heerlijkheid, die alle geschapen dingen moesten weerkaatsen, weer aan het licht te brengen. Zijn woorden plaatsten de leerstellingen van de natuur en die van de Bijbel in een nieuwe samenhang en maakten er een nieuwe openbaring van.

    Jezus plukte de prachtige lelie en gaf die in handen van kinderen en jongeren. Terwijl zij opblikten naar zijn jeugdig gelaat, verlicht door de zonneschijn van het gelaat van zijn Vader, gaf Hij hun de les: ‘Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.’ Daarop volgde de heerlijke zekerheid en de belangrijke les: ‘Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?’

    In de Bergrede werden deze woorden behalve tot kinderen en jongeren ook gericht tot anderen. Ze werden gericht tot de verzamelde mensen, waaronder mannen en vrouwen waren die bezorgd en verslagen, teleurgesteld en verdrietig waren. “Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit.

    Want uw hemelse Vader weet dat gij dit alles behoeft.” Toen breidde Hij zijn handen uit over de omringende schare en zei: “Maar zoekt eerst zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.” (Mattheüs 6:28-33)

    Op deze manier verklaarde Jezus de boodschap die Hij zelf aan de leliën en aan het gras van het veld had gegeven. Hij wil dat wij deze lezen in elke bloem en in iedere grasspriet. Zijn woorden zijn vol beloften en zijn bedoeld om het vertrouwen in God te versterken.

    wordt vervolgd

    Wachten of werken?

    Goed nieuws te brengen dat is prachtig, maar we mogen niet vergeten het uit te leven. We proberen onze ogen open te houden en aandacht te hebben voor verantwoordelijkheden. Ik weet dat de christelijke wereld geneigd is te zeggen : “Wat baat al dat werken, leg het allemaal in Gods hand. God zal het wel oplossen.” Zegt de Bijbel trouwens niet dat we het NIET van de werken moeten verwachten ? 

    Inderdaad, werken maakt de mens niet zalig, eigen verdiensten redden de mens niet uit zijn miserabele positie ten opzichte van God. Maar als je eenmaal beseft wat God in zijn oneindige liefde voor je tot stand heeft gebracht, dat Hij je door het bloed van zijn Zoon Jezus eeuwig leven aanbiedt, dat Hij je verlost van de zonde en de straf die op de overtreding staat, dan kan je daarbij moeilijk onverschillig blijven? Zou het een GOED antwoord zijn aan het adres van een liefhebbende God, als wij geen andere conclusie kunnen maken, dan doorgaan met onze verwoesting en onrespectabele houding ten opzichte van Zijn schepping en Zijn levenswetten? Ik kan minstens enkele dozijnen minder prettig klinkende citaten geven die ooit uit de mond van christenen zijn gekomen… die wijzen op veel onwetendheid over wat onze taak is hier als christen, eenmaal wij Jezus als onze Verlosser hebben aanvaard. 

    Zou het mogelijk zijn dat sommigen niet echt begrepen hebben hoe God werkt en wat Hij doet en wàt Hij van ons verlangt ? Zou het mogelijk zijn dat gelovigen en priesters aan het ziekbed van kerkleden zitten en zeggen “het is Gods wil”…? Ziekte is nooit Gods wil, en als God iets zal doen, dan is het niet zijn wetten buiten werking stellen, of deze sterfelijke persoon nog wat uitstel geven… maar proberen in het kader van de ziekte nog iets goeds te doen gebeuren, waardoor deze schijnbaar zinloze lijdensweg wordt veranderd naar een zingevende ervaring. Het is dikwijls een pijnlijke prijs, maar het is niet de eerste, noch de laatste, die God vindt in lijden en strijd. 

    Natuurlijk is het leven van nù slechts voorlopig en voorbijgaand. Natuurlijk leven wij nù in een wereld die vertekend is door kwalijke invloeden en door mensen die Gods normen van vergeving en liefde niet hanteren. Dàt is de verschrikkelijke prijs die we de hele geschiedenis met ons meedragen, de vermenigvuldiging en de uitbreiding van één enkele daad die de mens uit Gods hand heeft gerukt. Precies daarom moet dit leven slechts voorlopig zijn, om niet een eeuwigheid lang aan dergelijke waanzinnige levenscondities te worden blootgesteld…  slechts “honderd twintig jaar, dat is genoeg”. Ondertussen blijft de vraag :” Wat doe ik ermee ?”  Ken je deze vraag, die mensen zich iedere dag stellen ? 

    Wat doe ik met mijn leven ?

    Wat doe ik met mijn relaties ? 

    Wat doe ik met mijn vriendschappen ?

    Wat doe ik met mijn tijd ?

    Wat doe ik met Gods aanbod van vergeving ?

    Wat doe ik met het voorbeeld van Jezus ?

    Of algemeen : “Wat doe ik met de rest van mijn leven ?

    Het is niet aan ons om van het leven af te doen, door te gaan met onlogische en irrationele gewoonten en aan het einde van de rekening God de schuld te geven. Ken je dat verhaal ? Ken je die veelgehoorde kritiek “Als er een God bestaat, waarom laat hij het dan toe ?” Daar is maar één antwoord op : omdat Hij om te bewijzen wie Hij werkelijk is, jou de volle vrijheid én verantwoordelijkheid moet geven over je leven, over je gezondheid en over je situatie. Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Daarom is het advies voor elke dag “MAAK ER HET BESTE VAN”.  Tot eer van God.

    Of je kunt wachten…

    wordt vervolgd

    Werken als een hemelse zegen

    Voor iemand die begrijpt waarom God mensen aan het werk zet, verandert de kijk op het leven voor altijd

    Je doet dit waarschijnlijk elke dag: je gluurt uit het raam om te kijken wat voor weer het is. Het is een manier om een ​​voorproefje te krijgen van wat je dag in petto heeft. In een oogwenk heb je de informatie die je nodig hebt om door te gaan met je dag en je dagtaak aan te vatten.

    Soms kan wat we zien ons overrompelen. Misschien is het een prachtige gloeiende zonsopgang of een zwerm van duizenden spreeuwen die over je huis vliegen. Het kan een bloem zijn die bloeit, of een eekhoorn die iets totaal onverwachts doet.

    Gewoonlijk trekken dergelijke toneeltjes onze aandacht voor een korte tijd – misschien danken we God zelfs kort voor deze onverwachte attentie – en dan gaan we terug naar waar we mee bezig waren.

    Maar er is een belangrijke boodschap in de schoonheid van de natuur: alles erin kostte inspanning om te creëren. Bergketens, beken, rivieren, regenwouden, elke vogel, dier, insect – zelfs micro-organismen die niet zichtbaar zijn voor het menselijk oog – werden zorgvuldig uitgedacht en gecreëerd. Dit principe stopt niet bij de Schepping. Alles om ons heen is het product van ontwerp en werk, inclusief tafels, stoelen, kleding, huizen en voertuigen. We gebruiken deze elke dag, maar hoe vaak staan we stil om te bedenken wat ervoor nodig was om ze te maken?

    Een voorbeeld hiervan is het tijdschrift HouVast dat iedere drie maand wordt gedrukt en verstuurd. Nog voordat de inhoud van de publicatie werd geselecteerd, waren er al vele uren werk aan besteed.

    Iemand moest bomen kappen. Iemand moest die bomen naar een papierfabriek brengen. Het maalproces omvatte het weken van de stammen om de schors te verwijderen. Het hout werd verpulverd, gebleekt, verfijnd en gevormd tot lange rollen papier. De rollen werden naar een papierfabriek gebracht waar de vellen werden gesneden en verpakt. Daarna moest dat papier naar de drukkerij worden vervoerd. Er moest ook inkt worden vervaardigd en geleverd.

    Voordat iemand op de knop kon drukken om af te drukken, moesten schrijvers, redacteuren en ontwerpers de woorden en afbeeldingen produceren die je ziet. Het punt? Het kostte allemaal werk. Toch zou dit ervoor moeten zorgen dat je nooit naar iets op dezelfde manier kijkt. Alles om je heen – ALLES! – is gemaakt door iemands arbeid.

    Waarom is dit het geval? Waarom zou God het leven zo ontwerpen? Waarom draait alles om werk? De antwoorden zullen u inspireren.

    Toen ik vanmiddag genoot van een heerlijke mango en papaja, dacht ik eraan dat iemand die bomen moeten hebben verzorgd, iemand heeft die vruchten geplukt. Iemand heeft ze vervoerd… En diep in mij dank ik hen, want zonder hun inspanningen had ik niet kunnen genieten… en dat drie maal per dag.

    Vanaf het begin

    In de beginpagina’s van de Bijbel wordt het belang van werk benadrukt. De eerste zin zegt: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde” Dit is een fascinerende kijk op het leven van God – Hij schept. Op de zesde dag van de scheppingsweek schiep God de eerste mensen, Adam en Eva. Vers 27 vermeldt dat de mensheid werd geschapen “naar Zijn eigen beeld, naar het beeld van God…” De term “beeld” betekent gelijkenis. Dit betekent dat we niet alleen uiterlijk op God lijken, maar dat we ook zijn ontworpen om ons als Hem te gedragen. Anders gezegd, de Schepper is een werker en we zijn ontworpen om te werken.

    Dit is wat God de eerste mensen opdroeg: “En de Heer God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om hem te bewerken en te bewaren“.

    Het woord ‘bewerken’ betekent ‘alle acties die nodig zijn om vruchtbare ontwikkeling mogelijk te maken’, terwijl het woord ‘bewaren’ betekent ‘beschermen, of alle acties die schade zouden kunnen berokkenen vermijden’. Iedereen die ooit een tuin heeft opgezet, begrijpt precies wat God Adam opdroeg: de grond bewerken, zaden en zaailingen in de grond plaatsen, water geven en uiteindelijk de gewassen oogsten. Dit alles vereist inspanning of werk. Door Adams voorbeeld heeft God een belangrijk type of patroon vastgesteld.

    Continue Betrokkenheid

    God never wanted man to forget the importance of work. Because of this, He put a command to be active and productive in the Ten Commandments. Did you realize this?

    Most do not recognize that the Fourth Commandment is two-fold. It does state to “remember the Sabbath day,” but there is another element at play. Notice how it is explained in Exodus 34: “Six days you shall work, but on the seventh day you shall rest…” (vs. 21).

    There are two instructions here: You shall work for six days and then you shall rest on the seventh.

    To further emphasize the point, the Bible continuously touts the benefits of being active and productive. It also warns of the dangers of idleness.

    • “The soul of the sluggard [one who is lazy and idle] desires, and has nothing: but the soul of the diligent shall be made fat [prosperous]” (Prov. 13:4). Those who are focused on working and accomplishing in their lives will be blessed in a multitude of ways.
    • “The sluggard will not plow by reason of the cold; therefore shall he beg in harvest, and have nothing” (20:4).
    • “The desire of the slothful kills him; for his hands refuse to labor” (21:25).

    Science supports that humans were designed to work. In a study that compiled research demonstrating the harmful effects of idleness on mental and physical health, Britain’s National Health Service (NHS) found that those who had a physical malady were speeded in recovery by returning to work: “People with muscle and joint pain who…return to work tend to enjoy better health (level of pain, function and quality of life) than those who stay off work.”

    The organization stated that if “their health condition permits, people who are sick and disabled should remain in or return to work as soon as possible because it’s therapeutic, helps to promote recovery and rehabilitation, and reduces the risk of long-term incapacity.”

    Additionally, the NHS found that “being out of work for long periods was generally bad for your health.”

    Some of the adverse effects of joblessness they detailed were “higher use of medication and higher hospital admission rates,” “a two-to-three times increased risk of poor general health,” “a two-to-three times increased risk of mental health problems,” and “a 20% higher death rate.”

    Science proves Proverbs 21:25—the “desire of the slothful” DOES kill!

    Examples for Us

    Throughout the Bible, God’s servants obeyed His command to work. Think of Moses, Samuel, Joshua, David, even Christ—they all worked until the end of their lives. We should follow their examples.

    Moses in particular evidenced the clear health benefits of working and being active, even into old age: “And Moses was an hundred and twenty years old when he died: his eye was not dim, nor his natural force abated” (Deut. 34:7).

    At the end of Moses’ life, he still had health and vigor. While God certainly blessed him, these are the same benefits modern science has discovered for those who are and remain active.

    Take note: all of God’s servants in the past never stopped working while they were alive. They retired “into the grave.”

    In what manner did these servants work? They would have followed the principle of Ecclesiastes 9: “Whatsoever your hand finds to do, do it with your might…” (vs. 10).

    Of course, there are qualifiers in the command to work. If one is unable to work because of his physical circumstances, God understands. Yet everyone needs to work to the degree he or she is able.

    There are different types of work—and not all of them lead to a paycheck. Anything that fruitfully engages your mind and body can be considered work. Even on days off you can work at hobbies or help Church members in need.

    The overall point is to avoid idleness.

    And just because you may be older does not mean you should stop working. There is always something you can do. The advantage of being physically older is that one has increased knowledge and experience.

    This wonderful byproduct of a long life can be used in many ways. We are creative beings with God’s Spirit to aid us. That is a powerful one-two punch.

    Ask yourself: “What can I do to continue to be productive—benefiting myself, others around me, and the Work of God—which I was called to be a part of and support? What can I do to be another living example like those in the Bible?”

    Deeper Benefits

    God promises to daily load us with benefits if we obey Him (Psa. 68:19).

    Work not only has physical benefits, but also an abundance of spiritual ones.

    An overarching value in labor is that it allows us to put God’s Way into practice. Through work, we can produce the fruits of the Spirit mentioned in Galatians 5:22-23. By being active, earning a living, and helping others, we can grow in “love, joy, peace, longsuffering, gentleness, goodness, faith, meekness, temperance.”

    For example, while working, you will have many opportunities to practice outgoing concern for others. You will also have the chance to bring joy and peace to tense situations. You can learn longsuffering and patience as you take on and complete difficult projects. The list of benefits could go on.

    Staying at home wasting away hours stunts such growth!

    An additional benefit to spiritual growth is that you can learn stewardship. The parable of the talents in Matthew 25 and the parable of the pounds in Luke 19show that if we are faithful in small things in our lives—such as handling money earned from our labor—we will be given much greater responsibility later. We will actually qualify to oversee entire cities in God’s kingdom (Luke 19:1719) by learning to be a “steward of God” now (Titus 1:7).

    This opportunity to learn how to be stewards is so important that we will have to give account as to how well we performed. This is also seen in the parable of the rich man and the steward. The rich man required results: “Give an account of your stewardship…” (Luke 16:2).

    Learning stewardship has lasting implications!

    Eternal Rewards

    If there is still any doubt that God requires people to work, one only needs to look to what His main focus is today: His Work.

    Christ put it simply in John 5:17. He stated, “My Father works…and I work.”

    The Work of God has two assignments, known as commissions: to preach the gospel of the kingdom of God in all nations and feed the flock of God. You can support this effort through tithes and offerings that come from employment income or through fundraising.

    There is another element to how God is working. Notice: “Being confident of this very thing, that He which has begun a good work in you will perform it until the day of Jesus Christ” (Phil. 1:6).

    God is working in you! And He will continue to do so until Christ’s Second Coming. We can work alongside Him and help in the process, or we can make it much harder by being stubborn and resisting growth.

    When we undertake any task—physical or spiritual—we should follow a defining principle: “And whatsoever you do, do it heartily, as to the Lord, and not unto men; knowing that of the Lord you shall receive the reward of the inheritance: for you serve the Lord Christ” (Col. 3:23-24).

    All work that we do should be done as if God is our employer. This is vital to understand. Our inheritance is riding on it!

    The following describes our reward in more detail and should further motivate us. Notice: “…What is man, that You are mindful of him? Or the son of man, that You visit him? You made him a little lower than the angels; You crowned him with glory and honor, and did set him over the works of Your hands: You have put all things in subjection under his feet. For in that He put all in subjection under him, He left nothing that is not put under him…” (Heb. 2:6-8).

    Understand what these astounding verses are saying. God promises to put “all things” under the feet of man! The Moffatt translation of the Bible renders the Greek word for “all things” as “the universe.”

    God desires for us to work now—our entire lives—so we are prepared to assist Him in His plan for the universe.

    Can you see the awesome future that lies ahead? The life God is planning for each of us will not be burdensome. On the contrary, the Creator describes eternity as “pleasures for evermore” (Psa. 16:11).

    We will be involved in exciting, challenging and stimulating endeavors “for evermore”—without suffering the limitations of physical humanity! We will never get tired or bored, always enjoying our past accomplishments and looking ahead to future projects. There is so much exciting and challenging work to do!

    God desires for you to love to work now so you can become like Him. All those who are born into the God Family will be creators—WORKERS—continuing to build the universe. We must be enthusiastic about working.

    We cannot allow our human nature to fool us into thinking we should not work or that we should stop working if we already are. God wants us to become like Him.

    From here on, determine to look at work differently—realize its vital importance. Will you do your part?

    Work truly is a gift from our God. Take advantage of this awesome truth that so few in the course of human history have understood. Prepare now for your awesome—and busy—future by developing a strong work ethic. Your incredible career as a creator in the God Family lies before you.

    Let’s get to work