Verlies nooit de moed

“Toen vertelde [Jezus] hen een gelijkenis, dat men altijd moet bidden en de moed niet moet verliezen.” –– Lucas 18:1
Toen Jezus de gebeurtenissen beschreef die voorafgingen aan het einde der tijden, wekte Zijn taal waarschijnlijk onrust op bij de discipelen (Lucas 17:20-37). Maar vervolgens gaf Hij een gelijkenis die bedoeld was om de discipelen aan te moedigen altijd te bidden en niet op te geven (Lucas 18:1-8). Hij besloot de gelijkenis door hen aan te sporen trouw te blijven (te bidden) terwijl ze de komst van de Zoon van de Mens afwachten.
Door het gebed bouwen mensen een relatie met hun Heer. Gevoed door de studie van Gods woord in een geest van gebed en vertrouwen, met een verlangen om de waarheid te kennen en door die waarheid te worden aangeraakt, spreekt God vandaag tot ons.
We bidden vaak wanneer we moeilijkheden ondervinden, of die nu universeel of persoonlijk van aard zijn. Dat was ook het geval voor Zacharias, een priester uit de eerste eeuw in Jeruzalem, en zijn vrouw Elizabeth (Lucas 1:5-23). ​​Ze waren op leeftijd en hadden lange tijd gebeden om een ​​kind. Een engel van de Heer verscheen aan Zacharias en kondigde aan dat hun gebeden verhoord zouden worden. Ze zouden een zoon krijgen, die Johannes zou heten en de voorloper van de Messias zou zijn.
God verhoorde hun gebeden op Zijn eigen tijd en voor Zijn eigen doel. Het was goed dat Zacharias en Elizabeth niet ophielden met bidden.
Als je God om iets vraagt, verlies dan de moed niet. God heeft je gebed gehoord en zal het op Zijn tijd verhoren. God heeft plannen en dit zijn niet noodzakelijk jouw plannen. God ziet over de tijden heen. Hij weet dat het het beste was om me niet van mijn gezichtsverlamming te genezen – zelfs al heb ik daar zelf en hebben anderen daarvoor gebeden. Dat heeft me geleerd dat wij plannen kunnen maken, maar dat God het laatste woord heeft. Maar ook, zoals iemand het ooit verwoordde: dat als ik kan tonen dat ik daarmee kan leven – dat bemoedigend kan zijn voor mensen die met (veel ergere) andere handicaps moeten worstelen. Tegelijk heeft het me nederigheid geleerd.
“Volwassen geloof leeft niet van gebedsverhoringen, maar van gebed.”
— R. E. O. White

Stel je voor, je zult nooit meer de moed verliezen, nooit meer teleurgesteld zijn, nooit meer wenen of rouwen, geen boosheid of opstandigheid… Dus houd moed… “Wie volhardt tot het einde” en blijft uitkijken naar Zijn komst, mag er zeker van zijn.

Dit is wat het wordt :

https://www.youtube.com/watch?v=FIJoUH1TqX4

Om met U stil in Uw schaduw

“Dit goede nieuws dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften…” — Romeinen 1:2
Zou iemand kunnen beschrijven hoe het leven op aarde er over zevenhonderd jaar uit zal zien, mocht Christus nog niet zijn gekomen*. We kunnen het ons niet voorstellen. We kunnen zelfs de technologische uitdagingen van onze eigen tijd niet bijbenen. Toch werd elk aspect van de geboorte, het leven en de bediening van Jezus zoveel eeuwen vóór Zijn geboorte voorspeld.
Doorheen de profetische boeken krijgen we te lezen dat Hij geboren zou worden uit een maagd (Jesaja 7:14) in de stad Bethlehem (Micha 5:2) en dat onschuldige kinderen gedood zouden worden (Jeremia 31:15). Hij zou een nakomeling zijn van Abraham en David (Jesaja 11:1-3). Zijn ouders zouden naar Egypte vluchten om Hem te redden (Hosea 11:1), en Hij zou terugkeren om op te groeien en Zijn bediening te beginnen in Galilea (Jesaja 9:1-2).
En dat is nog maar het begin!
Op weg naar Emmaus met Zijn twee discipelen “citeerde Jezus hen passage na passage uit de geschriften van de profeten, beginnend bij het boek Genesis en verdergaand door de Schrift, en legde uit wat de passages betekenen en wat ze over Hem zeggen” (Lucas 24:27).
Dat is één van de gedachten die mij in 1977 tot nadenken stemden, toen ik deze tekst van Felix Timmermans toegestuurd kreeg als kerstwens:
Door de neevlen van den avond
pint de horen van de maan.
‘k Wacht hier op de leege baan
om met U, stil in Uw schaduw
mee naar Emmaus te gaan.
..
We hebben een Redder die sceptici onmogelijk kunnen ontkrachten! Zoals de profetieën uit het verleden een vervulling hebben gekregen, zo zullen ook de profetieën ivm de eindtijdgebeurtenissen vervuld worden. Wij hebben een Heer die we vandaag kunnen vertrouwen!

Het Nieuwe Testament is de sleutel tot het ontsluiten van de betekenis van de Oudtestamentische geschriften.” — Josh McDowell
Op dezelfde manier kan het Nieuwe Testament niet begrepen worden, zonder het Oude Testament.
* Het is bijna 2000 jaar sinds de woorden “Het is volbracht” klonken vanaf de schedelplaats. Alles wijst erop dat De Here komt en zal niet wachten. De velden zijn rijp voor de oogst! De omstandigheden laten niet toe dat Jezus nog lang zal wachten!

God met ons

“Daarom zal de HEER zelf u een teken geven: zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en zij zal hem Immanuel noemen.” — Jesaja 7:14
Ahaz, de koning van Juda, werd geconfronteerd met vijanden die Jeruzalem wilden veroveren (Jesaja 7:1). Daarom vertelde de profeet Jesaja aan Ahaz dat God hem een ​​teken zou geven: een maagd zou een zoon baren die Immanuel zou heten – wat betekent ‘God met ons’.
Het teken moest Ahaz ervan overtuigen dat God met hem zou zijn en hem van zijn vijanden zou bevrijden.Maar de profetie van Jesaja bleek een voorafschaduwing te zijn van wat er zo’n zeven eeuwen later met een andere maagd zou gebeuren: Maria, de moeder van Jezus. Een engel van de Heer verscheen aan Jozef in een droom en vertelde hem dat Maria’s zwangerschap van God was (Matteüs 1:20-21).
Matteüs legt uit dat Maria’s conceptie een vervulling was van de profetie die aan Achaz was gegeven, namelijk dat een maagd zwanger zou worden en een zoon zou baren die Immanuel zou heten, “wat vertaald wordt als ‘God met ons'” (Matteüs 1:23). En het gebeurde precies zoals Jesaja had voorspeld en zoals Matteüs bevestigde.
Elke dag van het jaar gedenken we de werkelijkheid dat God onder ons is komen wonen (Johannes 1:14). En Hij is nog steeds bij ons door de inwonende aanwezigheid van de Heilige Geest. Die Geest herinnert ons eraan dat wij zondige mensen zijn, die behoefte hebben aan de verlossing die Jezus bracht.

“Niets in of van deze wereld kan op enige manier worden vergeleken met het eenvoudige plezier van het ervaren van Gods aanwezigheid.” — A. W. Tozer

Goud

“En toen de Wijzen het huis binnengingen, zagen zij het Kindje met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Hem. En toen zij hun schatten hadden geopend, boden zij Hem geschenken aan: goud, wierook en mirre.” — Matteüs 2:11
De zoektocht naar goud gaat terug tot het begin van de menselijke geschiedenis (Genesis 2:11-12). Sindsdien heeft goud zijn status als meest begeerde metaal op aarde behouden. Naast zijn schoonheid is het ook zeldzaam. Naar schatting zou al het goud dat ooit op aarde is gevonden, in een kubus passen van ongeveer 22 meter.
Toen Mozes voor God een aards Heiligdom maakte zoals het hem werd getoond op de berg, naar het model van het hemelse heiligdom, werd alles in het Heilige overtrokken met goud, zodat het Huis van God ook werd genoemd het Huis van Goud. Bekijk de gouden voorwerpen en ga naar het hart van het Heiligdom: de ark van het verbond, waarin de grootste schat lag: de uitdrukking van Gods wil, de weergave van Gods karakter, de tien geboden. In Exodus 20 heeft iedereen een afschrift van het meest verhevene dat ooit aan mensen is verkondigd – inclusief de motivatie, waarom.
Een heel klein deel van al het goud ter wereld werd Jezus door de Wijzen uit het Oosten geschonken na Zijn geboorte in Bethlehem. Waarom gaven de Wijzen zoiets waardevols als goud aan een pasgeboren kind? Omdat ze erkenden dat Jezus was geboren als “Koning der Joden” (Matteüs 2:2). En goud was het metaal dat in de oudheid het meest met koninklijke waardigheid werd geassocieerd. Koning Salomo ontving goud van iedereen die een audiëntie bij hem zocht (1 Koningen 10:1-10, 24-25).
Leer van de Wijzen: Geef Jezus je kostbaarste geschenk – je hele leven als een levend offer aan Hem (Romeinen 12:1).
“Wereldse mensen maken van goud hun god; heiligen maken van God hun goud.”Matthew Henry

Heel anders

“De Geest van de Heer is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft om het evangelie te prediken aan de armen.” — Lukas 4:18
De meesten zijn nieuwsgierig naar de levensstijl van rijke mensen, en we bevredigen die nieuwsgierigheid vaak door boeken te lezen of hun luxe leventje na te speuren. Een nieuwszender besprak onlangs acht boeken die “de geheime levens van de superrijken onthullen”. Voor sommigen een droom, voor anderen een nachtmerrie. Het is meestal niet wat het lijkt.
Maar als je de evangelieverhalen over het leven van Christus leest, vind je het tegenovergestelde verhaal. Hoewel Jezus als Koning der Joden kwam, werd Hij geboren in een armoedige omgeving, in een kribbe gelegd, opgevoed door een arm echtpaar, aanbeden door haveloze herders en diende Hij voornamelijk in landelijke gebieden die bewoond werden door behoeftige mensen, waar Hij de moeilijkheden, zorgen en pijn van de ontvankelijken kon helen.
Het was vooral dat wat de toenmalige Joden niet hadden verwacht. Ze hadden een Koning verwacht die met militair vertoon de bezetter verdreef, de politieke macht in de kijker zette, die aanzien en erkenning zocht, Eén die van Zichzelf zou laten zien dat Hij Iemand was…
Jezus kon dat gedaan hebben, maar dat was niet Zijn missie. In plaats daarvan zien we hoe Hij het karakter van God openbaarde in woord en daad.
De Heer heeft voor ieder van ons een ander plan, en we hebben allemaal verschillende behoeften of inkomens. Maar Jezus zei: “Pas op! Wees op je hoede voor alle soorten hebzucht, want het leven bestaat niet uit een overvloed aan bezittingen” (Lukas 12:15).
De kerstperiode is een voorwerp geworden van commerciële belangen en brengt vaak financiële druk met zich mee. Wees voorzichtig en wees een goede rentmeester. Ga niet mee in die stroom die denkt dat alleen de duurste geschenken en de meest tot de verbeelding sprekende kleidij goed genoeg zijn. Je liefde voor Jezus en eenvoudige daden van vriendelijkheid in Zijn naam zijn de meest waardevolle geschenken die je kunt geven.
“God is de nederigen nabij; Hij houdt van de verlorenen, de verwaarloosden, de onfatsoenlijken, de uitgeslotenen, de zwakken en de gebrokenen.” — Dietrich Bonhoeffer

Eén en al genade

Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus: Hij was rijk, maar werd omwille van u arm, opdat u door zijn armoede rijk zou worden.” — 2 Korintiërs 8:9
Hoe zag Jezus Christus eruit? Had Hij de uitstraling van een koning, zoals de eerste (Saul) en tweede (David) koning van Israël (1 Samuel 9:2; 16:12)? De Bijbel beschrijft Jezus’ uiterlijk niet, maar toen de profeet Jesaja de komende Messias beschreef, was de beschrijving minder koninklijk en meer alledaags – in feite zelfs nog soberder… “zodat wij ons gelaat zouden hebben afgewend, omdat het niet meer menselijk was…” Dat was ongetwijfeld in Jezus’ bittere worsteling met de tegenstander, Zijnconfrontatie met de onderwereld waarin Hij werd gedrukt, toen de Vader zijn beschermende aanwezigheid terugtrok en Jezus voor de eerste maal moest voortgaan op eigen kracht.
Om de beschrijvende woorden van de parafrase vanThe Message te gebruiken: Jezus kwam ter wereld als “een mager zaadje, een schrale plant in een dor veld”. Hij was niet “aantrekkelijk”, iemand aan wie we geen “tweede blik” zouden schenken. Hij werd “neergekeken en over het hoofd gezien”; mensen “keerden zich van Hem af” (Jesaja 53:2-3). Met andere woorden, als je Jezus in een drukke straat in de eerste eeuw was tegengekomen, was je waarschijnlijk gewoon voorbijgelopen. Het waren Zijn woorden en daden die het verschil maakten!
Paulus maakt duidelijk dat Jezus zijn koninklijke status achter zich liet en de armoede omarmde toen Hij in onze wereld kwam (Filippenzen 2:5-8). Hij werd arm opdat wij rijk zouden worden. Jezus verwelkomt ons – de gewone man en vrouw – omdat Hij één van ons werd.
Dank God elke dag dat Jezus zijn koninklijke status opgaf, zodat jij geestelijk rijk in Hem kunt worden. Dat is de schat die verzameld wordt in de hemel.
“Het leven van een christen is vol mysterie; arm, en toch rijk.” — Thomas Manton