Gods Woord

De Bijbel is een uniek Boek dat door God gewild en door Hem geïnspireerd is. Om de daden en de woorden, waarmee God de mensheid tot het eind der tijden onderricht, te bewaren, heeft Hij ze laten neerschrijven in dat Boek. 

De wonderbaarlijke daden in het belang van de mens, die door de Bijbel verhaald worden, vullen de ontoereikendheid van de natuur aan en de woorden die het bevat die door de Geest gegeven en geïnspireerd zijn, vullen de ontoereikendheid van het geweten aan. Op die manier maakt de Bijbel het de Geest mogelijk te werken aan het hart van de mensen om gedachten en gevoelens te doen ontstaan, die noch door het geweten, noch door het verstand ooit zijn gevonden.

Er is een nauwe band tussen de daden en de woorden van God. Door de wonderbaarlijke daden opent God de harten en bereidt Hij ze voor, zijn woorden te ontvangen. Door zijn woorden legt Hij zijn voornemens uit.

In de Bijbel handelt God; in de Bijbel spreekt God.

Twee Testamenten

De Bijbel bestaat uit twee Testamenten : het Oude en het Nieuwe. Het Oude Testament bestaat uit negenendertig historische, poëtische en profetische boeken met 929 hoofdstukken. Het Nieuwe Testament bestaat uit de evangeliën, de Handelingen der apostelen, de brieven en de Openbaring: 27 boeken met 260 hoofdstukken. De hele Bijbel bestaat uit 66 boeken met 1189 hoofdstukken.

Het Oude Testament werd geschreven in het Hebreeuws, met uitzondering van drie korte passages die in het Aramees zijn opgetekend. Het Nieuwe Testament werd geschreven in het Grieks. 

De hele Bijbel is in een periode van ongeveer vijftien eeuwen geschreven (1400 v. Chr. tot 100 na Chr.) door een veertigtal schrijvers. Het Oude Testament werd begonnen in het jaar 1400 v. Chr. en werd besloten omstreeks het jaar 450 v. Chr. Het Nieuwe Testament is tussen het jaar 40 en 100 van onze tijdrekening geschreven. De naam “Testament” heeft betrekking op de boeken die de voorwaarden en de geschiedenis van twee verbonden bevatten: de boeken, die de feiten weergeven in verband met het sluiten van het eerste verbond, dat gesloten werd tussen God en de Israëlieten, kregen de naam Oude Testament; de boeken die de geschiedenis van Jezus en het sluiten van het verbond met zijn kerk bevatten, werden gegroepeerd onder de titel Nieuwe Testament.

De twee Testamenten kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Het Oude Testament verwijst naar het Nieuwe, het Nieuwe verwezenlijkt het Oude; ze komen allebei uit dezelfde bron en worden uitstekend samengevat in de persoon van Jezus Christus.  Augustinus zei : 

       “Het Oude Testament is niets anders dan het Nieuwe, gehuld in een sluier; het Nieuwe Testament is niets anders dan het ontsluierde Oude Testament.”

De beloften aan de patriarchen en de typen die aan Israël werden gegeven, vinden hun vervulling in het leven en de dood van Jezus Christus; de gedachten die geschetst werden door de profeten, worden voltooid in het evangelie.