Wanneer men spreekt over “geloof en gelovig zijn” denken velen aan een christelijke kerk. De Heilige Schrift echter spreekt niet over en verwijst ook niet naar welke kerk ook. Als de Bijbel het heeft over “geloof en geloven”, wil God de aandacht vragen voor wat Hij de mens aanbiedt, voor wat de condities zijn voor een diepgaand en heilzaam leven.
De geschiedenis bewijst overvloedig dat welke kerk ook, slechts een verzameling is van individuen die een aantal ideeën aanvaard hebben, eigen aan de kerk waarvan zij lid zijn. Velen van hen zijn zich zelfs niet bewust van de betekenis van wat ze geloven. Vaak is men zelfs niet trouw aan de leer van de kerk waartoe men behoort.
De bron van geloof- en levenskracht wordt niet gevonden in mensen, wie of wat zij ook mogen zijn of van zichzelf beweren te zijn. Jezus zegt dat de geloofsbron alleen gevonden wordt in elk woord dat van God uitgaat. (Matteüs 4:4; Psalm 119:105; Spreuken 6:21,22,23)
Het is noodzakelijk de woorden van God (de goddelijke geloofsregels) te leren kennen en ze in alle eenvoud gelovig te aanvaarden, er niets aan toe te voegen en er niets van af te doen.(zie:Openbaring 22:18-19; Spreuken 30:5-6; Deuteronomium 12:32; Deuteronomium 4:2; Matteüs 5:17-19)
Om die reden ook vraagt Jezus elk woord van God te aanvaarden, te beleven en anderen erin te onderwijzen.
Wanneer iemand slechts een stukje van het geheel aanbiedt en (opzettelijk) met de rest geen rekening houdt, legt deze persoon een vernietigend element in wat hij aanbrengt. Dan zal de levenskracht van dat Bijbelgedeelte zijn waarde verliezen. Dan zal de herscheppende energie van de ware christelijke leer, de dynamische kracht van het leven, slechts gebrekkig of helemaal niet ervaren worden. Het is dan ook terecht dat Paulus bevestigt:
Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust. 2Timoteüs 3:16-17, H. St.
Voor alle veiligheid is het aanbevolen om de raadgeving van Paulus te volgen, zoals beschreven in Hebreeën 12:2:
Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof.
Voor alle veiligheid, laten we, welke kerkelijke geloofsregels ook, toetsen aan Gods geschreven woord opdat onze geloofslevensweg veilig gebouwd zou zijn op de totaliteit van de Heilige Schrift.
