Geraakt door de boodschap

Toen ze Hem gezien hadden, maakten ze het verhaal dat hun over dit Kind verteld was, wijd en zijd bekend. — Lukas 2:17

Als atheïst concludeerde David Lepore dat de meeste christenen niet echt geloofden wat ze beleden. Als ze werkelijk in het Evangelie geloofden, dacht hij, zouden ze veel enthousiaster en gretiger moeten zijn om het met iedereen te delen.

Sinds hij christen is geworden, doet Lepore precies dat. Hij ontdekte dat zijn geloof hem ertoe aanzette om de boodschap van Jezus te verspreiden. Hij werkt nu samen met de Australian Bible Society om het Evangelie in zoveel mogelijk handen te krijgen.1

De herders van Bethlehem waren net zo. Toen ze het goede nieuws van de engelenboodschappers in Lukas 2 ontvingen, reageerden ze onmiddellijk door te geloven. Sterker nog, hun geloof zette hen ertoe aan het nieuws overal te delen waar ze maar konden.

Geloven wij werkelijk dat God mens werd om voor onze zonden te sterven, op te staan ​​en een eeuwig thuis voor ons te bereiden? Zo ja, dan zullen we niet kunnen stoppen met het vertellen van het nieuws, net zoals Petrus zei in Handelingen 4:20: “Wat ons betreft, wij kunnen niet anders dan spreken over wat wij gezien en gehoord hebben”. Zijn er vandaag nog mensen die die woorden van eeuwig leven nog niet hebben gehoord? Zijn er mensen die onverschillig het goede nieuws nog terzijde schuiven en vergeten dat Jezus op aarde kwam – voor hen – en de prijs betaalde, waardoor zij een eeuwige toekomst kunnen beërven?

“Ik wilde deel uitmaken van de mensen die het op het terrein waar maakten, die spreken over het belang van de Bijbel en mensen laten weten dat er mensen zijn die die woorden van leven nog niet kennen.” — David Lepore

“Vertel het aan de mensen dat Jezus leeft!” Sta niet alleen stil bij de kribbe, zie ook het kruis en de opstanding. Het lege graf getuigt van onze hoop.

1Stoyan Zimov, “Former Atheist-Turned-Bible-Worker Reveals Why He Thought Christians Didn’t Really Believe the Bible,” The Christian Post, December 12, 2018.

Ik zal er zijn…

Ik zal er zijn, als je huilt;

Ik zal er zijn, als je mij nodig hebt;

Ik zal er zijn, als je valt;

Er strekt zich een weg uit

en hij leidt naar het land waar je zo naar verlangt.

Kijk niet om, wees niet bang,

Als je je ellendig voelt en de moed wilt opgeven,

kniel dan in vertrouwen op je knieën,

dan is er een kracht, die met niets is te vergelijken,

Ik zal er zijn, je kan het echt geloven,

Ik zal er zijn, als de duivel je aanvalt.

In beproevingen en verzoekingen zal Ik er zijn,

dwars door het donker heen.

Roep mij slechts aan.

Ik zal er zijn gedurende elke hartslag

en ademhaling die Ik je geef.

En als je je zorgen maakt

en niet meer verder kan,

kijk dan omhoog,

Ik ben lang geleden diezelfde weg gegaan

en hij leidt naar waar je zo naar verlangt.

Kijk niet om, maar zie vooruit,

vertaling naar een lied van Phil Keaggy: “I will be there”.

Alles overwogen

Wanneer men spreekt over “geloof en gelovig zijn” denken velen aan een christelijke kerk. De Heilige Schrift echter spreekt niet over en verwijst ook niet naar welke kerk ook. Als de Bijbel het heeft over “geloof en geloven”, wil God de aandacht vragen voor wat Hij de mens aanbiedt, voor wat de condities zijn voor een diepgaand en heilzaam leven.

De geschiedenis bewijst dat welke kerk ook, slechts een verzameling is van individuen die een theorie aanvaard hebben, eigen aan de kerk waarvan zij lid zijn. Velen van hen zijn zich zelfs niet bewust van de betekenis van wat ze geloven. Vaak is men zelfs niet trouw aan de leer van de kerk waartoe men behoort.

De bron van geloof- en levenskracht wordt niet gevonden in een mens, wie of wat hij ook mag zijn of van zichzelf beweert te zijn. Jezus zegt dat de geloofsbron alleen gevonden wordt in elk woord dat van God uitgaat. (Matteüs 4:4;  Psalm 119:105;  Spreuken 6:21,22,23)

Het is dan ook bijzonder noodzakelijk de woorden van God (de goddelijke geloofsregels) te leren kennen en ze in alle eenvoud gelovig te aanvaarden, er niets aan toe te voegen en er niets van af te doen. (zie:Openbaring 22:18-19; Spreuken 30:5-6;  Deuteronomium 12:32; Deuteronomium 4:2;  Matteüs 5:17-19) 

Om die reden vraagt Jezus elk woord van God te aanvaarden, te beleven en anderen erin te onderwijzen. Wanneer iemand slechts een stukje van het geheel aanbiedt en met de rest geen rekening houdt, legt deze persoon een vernietigend element in wat hij aanbrengt. Dan zal de levenskracht van dat Bijbelgedeelte zijn waarde verliezen. Dan zal de herscheppende energie van de ware christelijke leer, de dynamische kracht van het leven, slechts gebrekkig of helemaal niet ervaren worden. Het is dan ook terecht dat Paulus bevestigt:

        Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.   2Timoteüs 3:16-17, H. St.

Voor alle veiligheid is het aanbevolen om de raadgeving van Paulus te volgen, zoals beschreven in Hebreeën 12:2:

     Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof. 

Voor alle veiligheid, laten we, welke kerkelijke geloofsregels ook, toetsen aan Gods geschreven woord opdat onze geloofsweg veilig gebouwd zou zijn op de Heilige Schrift.