Problemen met evolutie

Komen gunstige mutaties vaker voor dan werd aangenomen?

Ken Ham schrift in zin laatste blog over een nieuwe studie die alles verandert wat evolutionisten over evolutie geloofden! Het lijkt alsof we voortdurend dit soort verhalen op ons bord krijgen! Dit keer onderzocht de studie genetische mutaties en de vraag of deze overwegend schadelijk, gunstig of neutraal zijn; de bevindingen van de onderzoekers waren verrassend. Op basis van eerdere evolutionaire hypothesen blijken veel meer mutaties gunstig te zijn dan voorheen werd gedacht.

Wat betekent dit allemaal? Dr. Georgia Purdom, directeur onderzoek en moleculair geneticus bij AiG, legt uit hoe waarnemingswetenschap aantoont dat evolutionaire ideeën niet kloppen!

De ‘neutrale theorie van moleculaire evolutie’ stelt dat de meeste mutaties voor een organisme noch schadelijk, noch nuttig zijn. Schadelijke mutaties worden door natuurlijke selectie (afsterven!) geëlimineerd en gunstige mutaties zijn zeldzaam; de waargenomen DNA-verschillen tussen organismen zijn dus neutraal.

Er zijn twee grote problemen met die ’theorie’. Wil het ene type organisme evolueren tot een ander type organisme, dan moeten er enorm veel gunstige mutaties optreden. Het probleem is dat gunstige mutaties als zeer zeldzaam worden beschouwd. Daarnaast zijn mutaties afhankelijk van de context: wat in de ene omgeving gunstig is, hoeft dat in een andere omgeving niet te zijn. Neem bijvoorbeeld antibioticaresistente bacteriën. Mutaties die tot resistentie leiden, kunnen gunstig zijn voor bacteriën in een ziekenhuis waar veel antibiotica aanwezig zijn, maar die resistentie heeft wel een prijs.

Diezelfde mutaties leiden tot een achteruitgang, waardoor bepaalde normale functies verloren gaan of worden belemmerd. Als antibioticaresistente bacteriën in een omgeving zonder antibiotica worden geplaatst, zullen ze waarschijnlijk niet effectief kunnen concurreren met andere bacteriën die die mutaties niet hebben.

Om enkele problemen met de neutrale theorie van moleculaire evolutie aan te pakken, stelden de wetenschappers in dit onderzoek de vraag: “Zijn gunstige mutaties werkelijk zo zeldzaam?” Door onderzoek te doen naar eencellige organismen zoals E. coli en gist, stelden ze vast dat gunstige mutaties wellicht heel vaak voorkomen. MAAR ze raken doorgaans niet ‘gefixeerd’ in een populatie (wat betekent dat ze nooit dominant worden binnen die populatie). Waarom niet? Omdat de omgeving waarin ze leven snel kan veranderen; wat in de ene omgeving gunstig is, is dat in de andere dus niet (zoals bij antibioticaresistente bacteriën).

In een artikel over het onderzoek stond:

“De bevindingen wijzen op een dynamischer beeld van evolutie. In plaats van gestaag toe te werken naar een perfecte afstemming tussen organismen en hun omgeving, blijven populaties vaak hangen in een poging zich aan te passen aan omstandigheden die voortdurend veranderen…”

Evolutie lijkt misschien minder op een gestage klim naar perfectie en meer op het achternazitten van een wereld die voortdurend in beweging is. Het lijkt wel alsof evolutie vastzit in een onvermijdelijk hamsterwiel dat nergens naartoe leidt! Als gunstige mutaties vaak voorkomen, maar niet dominant kunnen worden en afhankelijk zijn van de context, hoe kunnen organismen dan de structuren en functies verwerven die nodig zijn om te evolueren tot andere organismen? Evolutionisten zouden kunnen aanvoeren dat tijd de sleutel is. Tijd is echter irrelevant, omdat er een genetisch mechanisme nodig is – en dat hebben ze simpelweg niet.

Met andere woorden: gunstige mutaties – en wat dat inhoudt, is niet wat veel mensen denken – komen wellicht vaker voor dan gedacht, maar ze helpen de evolutie niet vooruit, omdat ze zich door voortdurend veranderende omstandigheden niet in een populatie handhaven. Evolutie beschikt dus niet over een mechanisme om de informatie te creëren die nodig is om een ​​eencellig organisme te laten evolueren tot alle levensvormen die we vandaag de dag kennen -denk maar eens aan de onvoorstelbare hoeveelheid genetische informatie die daarvoor nodig is!.

Daarnaast mogen we niet vergeten dat mutaties (en ook natuurlijke selectie) inwerken op informatie die al bestaat. Er is geen enkel bekend naturalistisch mechanisme dat gloednieuwe, functionerende genetische informatie kan voortbrengen. Dat gebeurt simpelweg niet. Evolutie is niet meer dan een verhaal over het verleden, dat op basis van geloof wordt aangenomen. En waarnemingen uit de wetenschap spreken dat voortdurend tegen!

De informatie in het DNA bestaat omdat God deze vanaf het allereerste begin heeft geschapen, en mutaties bestaan ​​doordat de zondeval de ‘zeer goede’ informatie heeft aangetast die God oorspronkelijk had geschapen. Het bijbelse verslag verklaart wat we waarnemen!

Ontwerp vraagt een Ontwerper

De opmaak van de flyers over de Schepping in al zijn facetten schiet goed op. Het was me een enorm plezier om feiten te verzamelen over mieren, vlinders, bijen, vliegen, kevers, planten, dieren, zon, maan, sterren, het universum… die alle wanhopig de evolutie ontkennen en het bestaan van de Schepper erkennen.

“Het bewijs van ontwerp is  overal om ons heen en vereist de erkenning van een Grote Ontwerper. Elke acceptatie van enige andere verklaring neemt een loopje met de realiteit, en doet ons besluiten om het onwaarschijnlijke te verkiezen.

“Iedereen concludeert op natuurlijke en comfortabele wijze dat zeer geordende en ontworpen items (machines, huizen, enz.) hun bestaan ​​​​te danken hebben aan een ontwerper. Het is onnatuurlijk om anders te concluderen. Maar evolutie vraagt ​​ons om afstand te nemen van wat natuurlijk is om te geloven in wat onnatuurlijk, onredelijk en… opgedrongen is… De basis voor deze afwijking van wat natuurlijk en redelijk is om te geloven zijn niet de feiten, observatie van ervaring, maar veeleer onredelijke extrapolaties van abstracte waarschijnlijkheden, wiskunde en filosofie” (Wysong, R. L., The Creation/Evolution Controversy, 1976).

“Tot slot is het belangrijk om te beseffen dat we ontwerp niet afleiden uit wat we niet weten, maar uit wat we wel weten. We leiden ontwerp niet af om een ​​zwarte doos te verklaren, maar om een ​​open doos te verklaren. Een man uit een primitieve cultuur die een auto ziet, zou kunnen raden dat deze werd aangedreven door de wind of door een antilope die onder de motorkap verborgen zat, maar wanneer hij de motorkap opende en de motor zag, realiseerde hij zich meteen dat deze ontworpen was. Op dezelfde manier heeft de biochemie de cel geopend om te onderzoeken wat hem laat draaien en we zien dat deze ook ontworpen was.

“Het was een schok voor mensen in de negentiende eeuw toen ze ontdekten, op basis van observaties die de wetenschap had gedaan, dat veel kenmerken van de biologische wereld konden worden toegeschreven aan het elegante principe van natuurlijke selectie. Het is een schok voor ons in de twintigste eeuw om te ontdekken, op basis van observaties die de wetenschap heeft gedaan, dat de fundamentele mechanismen van het leven niet kunnen worden toegeschreven aan natuurlijke selectie, en daarom ontworpen waren. Maar we moeten zo goed mogelijk met onze schok omgaan en doorgaan. De theorie van ongerichte evolutie is al dood, maar het werk van de wetenschap gaat door” (Behe, Michael J., Molecular Machines).

Zeker, ware wetenschap is altijd in harmonie met de feiten. Niemand die in God of een speciale schepping gelooft, hoeft ooit bang te zijn voor God of wetenschap die op feiten is gebaseerd!

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder C72 – “Schepselen”– waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 10 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Deze tekst maakt deel uit van C72 – Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 3 – De Schepping