“Salmon was de vader van Boaz, Boaz was de vader van Obed, Obed was de vader van Jesse, en Jesse was de vader van David.” — Ruth 4:21-22 Bethlehem betekent ‘huis [beth] van brood [lechem]’. Tijdens de periode van de rechters werd het ‘Bethlehem in Juda’ genoemd (Rechters 17:7-9) om het te onderscheiden van een ander Bethlehem bij het Meer van Galilea (Jozua 19:15). Hoewel Bethlehem ‘klein was onder de duizenden van Juda’ (Micha 5:2), was het in Gods ogen toen belangrijk.
Boaz was een welgestelde boer in Bethlehem die trouwde met een Moabietische vrouw Ruth. Boaz redde Ruth – en Ruths schoonmoeder Naomi – van de armoede en vestigde een traditie van verlossing in Bethlehem. Boaz was een “Losser”, en verwijst vooruit naar de Verlosser van alle mensen. Boaz en Ruth kregen een zoon, Obed, die een zoon kreeg, Jesse, die op zijn beurt een zoon kreeg, David. Toen het tijd was voor God om een koning te kiezen ter vervanging van Saul, stuurde Hij de profeet Samuel naar Bethlehem om David tot koning te kiezen. Omdat Jozef een afstammeling van David was, reisden hij en Maria naar Bethlehem om zich te laten registreren voor de volkstelling – waar Maria beviel van Jezus. Daarom worden Boaz en Ruth genoemd in de geslachtsregister van Jezus (Matteüs 1:5-6). Bethlehem, het ‘broodhuis’, gaf de wereld het ‘brood des levens’ (Johannes 6:35). Gods hand is altijd aan het werk om Zijn doelen te bereiken. Zijn oog is erop gericht om alle mensen die zich willen laten redden te vinden. En als ze de stap hebben gezet, reikt Hij hen brood (de Bijbel) aan, uit de rijke schatten van de hemel. Elke keer als dan de Bijbel wordt geopend, en Gods licht begint te schijnen, houdt Hij maaltijd met jou en breekt het brood. Het is brood dat wasdom geeft, dat helpt om te groeien in kennis en waarheid. Het stilt je geestelijke honger, geeft je gemeenschap met de Almachtige. “Christus is het ware Brood des Levens, gezonden door God om ons eeuwig leven te schenken. We hebben allemaal Christus nodig als het Brood des Levens voor ons.” — Witness Lee
Denk elke dag aan uw Redder. Hij werd niet alleen geboren in een armoedige stal. Hij leefde, Hij sprak, Hij gaf een voorbeeld. En aan het einde van een leven van goedheid, troost, genezing en overwinning, stierf Hij de dood der misdadigers, met maar één misdaad, dat Hij jou mocht ontmoeten in dat hemelse tehuis, waar de plaats klaargemaakt wordt voor jou. Denk eraan, Hij komt spoedig terug.
Hoog in de lucht, in het Oosten, verschijnt een wolkje ter grootte van een mensenhand. Gods ware volk beseft dat dit het teken is van de Zoon des mensen dat de duisternis doorbreekt. Terwijl het volk omhoog kijkt, wordt het wolkje gaandeweg groter: het koninklijk gevolg komt nader. Steeds helderder wordt Hij tot zijn koninklijke heerlijkheid voor iedereen zichtbaar is. In een gloed van Koninklijke heerlijkheid komt Jezus naar voren in zijn volle majesteit door de gewelfde hemelen. Zo komt Hij naar zijn kinderen toe. Wat een heerlijk moment! Dit is de uiteindelijke dag! Zie, Hij komt!
Zij zien Hem met eigen ogen.
Bij de zondaren is de verwarring compleet: door angst, niet te beschrijven zijn ze aangegrepen en bezeten; ze huilen en smeken en roepen om toch maar beschermd te worden tegen die reine, hemelse, goddelijke heerlijkheid en het verblindende licht dat van Jezus uitgaat. Het dringt tot ze door hoe steeds weer Hij bij hen uitnodigde zich te bekeren en in te gaan op zijn genadevolle aanbod Hem te volgen. Ze beseffen nu de halsstarrigheid waarmee ze zijn liefdevolle smekingen hebben afgewezen en verworpen. Omwille van hun zondige en goddeloze ingesteldheid zijn ze in een totaal onvermogen de gloedvolle schoonheid van de Zon der gerechtigheid, die verschijnt met zijn eeuwige genezing, te verdragen. Ze smeken om te sterven om zo te vermijden te moeten komen in de tegenwoordigheid van die pure en reine Zon.
Gods volk echter staat daar: het is blij en vol verwachting en zijn oog is enkel gericht naar de hemel. Hun armen zijn uitgestrekt naar hun terugkerende Heiland en ze zijn ongeduldig om Hem te begroeten.
De beproevingen, de verleidingen, de tegenstand, de frustraties en de vervolgingen, het is allemaal over – het is verdwenen en het behoort tot het verleden. Daar is immers Jezus! Vergeten is al het vorige.
Jezus is nu boven hun hoofd. Hij nodigt ze uit Hem en zijn engelen te vervoegen. Het gemoed van Gods volk is vol en zij uiten dit in de volgende woorden:
“Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen! Dit is de Here op wie wij hoopten; laten wij ons verblijden over de verlossing die Hij geeft” – Jesaja 25:9.
De graven gaan open. Daar verschijnen de rechtvaardigen uit hun bed van stof. Ze zijn een en al verrukking. Al de littekens, gevolg van de zonde en het aardse zwoegen zijn volkomen verdwenen. Fris in bloei staan ze daar met een gezondheid die nooit ofte nimmer meer zal vergaan. Ook zij varen op naar de hemel om hun Verlosser te ontmoeten en te begroeten.
De dood is verzwolgen in de overwinning – 1 Korintiërs 15:54.
Wat een aangrijpend schouwspel van verlossing! Buitengewoon is de hereniging!
Menselijkerwijs niet te beschrijven!
Vrienden en gezinnen worden herenigd! Weg is de dood die ze pijnlijk uiteenrukte! Familiebanden worden opnieuw gelegd. Wanneer we denken aan de mensen die ons ontvallen zijn door de dood, kunnen wij ons die dag voor de geest roepen, waarop Gods stem als een bazuin zal klinken en de doden onvergankelijk opgewekt zullen worden en de levenden veranderd zullen worden – 1 Korintiërs 15:52.
De laatste sporen van de vloek van de zonde zullen verwijderd worden. Christus’ getrouwen zullen verschijnen in dezelfde schoonheid als die van de Here, hun God. In geest, ziel en lichaam weerkaatsen zij het volmaakte beeld van hun Heer.
Op die dag zullen de levende rechtvaardigen in één ogenblik – in een punt des tijds – veranderd worden. De onsterfelijkheid neemt bezit van ze. Samen met de opgestane heiligen worden ze meegevoerd in de lucht om hun Here te ontmoeten. Van het ene einde van de aarde tot het andere worden Gods trouwe kinderen verzameld door de engelen. Zij leggen de kleine kinderen in de armen van hun moeder. Vrienden, lang door de dood gescheiden, zien elkaar terug om nooit meer uiteen te gaan. Met blijde lofzangen gaan allen naar de stad van God.
Eindelijk is iedereen thuis!
Ziedaar, waar het om ging!
Dit is de dag!
De wederkomst van Christus is een werkelijkheid geworden! Heerlijk, ontzagwekkend is die werkelijkheid.
Die massale schare – Verlosser en verlosten uit alle eeuwen – begint nu haar reis naar de stad van God. Liederen van vreugde – nooit gehoord door sterfelijke oren – klinken door de hemelse gewelven. Geen aards schouwspel is in de verste verte in staat de triomftocht van de verlosten te evenaren, laat staan te overtreffen. Menigten van engelen begeleiden de blijde optocht van de verlosten door de hemel naar die Stad waarvan God de Bouwmeester is. Ze uiten hun innerlijke vreugde in lofprijzingen en toejuichingen. Eindelijk doet de verloste schare haar intrede in die hemelse stad, die alle verbeelding van schoonheid, pracht en harmonie ver overtreft. Jezus komt haar tegemoet en zegt:
“Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk dat u bereid is van de grondlegging der wereld af” –
Matteüs 25:34.
Overweldigend, zo’n thuiskomst! Een familiebijeenkomst, voorheen is er nooit zo een geweest! Eeuwen geleden beloofde Jezus:
“Wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt waar Ik ben” Johannes 14: 3.