De Romeinse gouverneur van Judea, Pontius Pilatus, zag zichzelf voor een moeilijke situatie gesteld toen Jezus voor hem werd geleid. Hij probeerde de confrontatie die zich voor zijn ogen ontvouwde weg te drukken. Toen Pilatus de aanklacht hoorde, maakte dit hem bang. “Omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd” (Johannes 19:7).
Pilatus’ vraag verraadde zijn angst, dat hij niet met een gewoon mens te maken had. Hij had zojuist een bericht van zijn vrouw ontvangen, waarin zij meedeelde dat zij in een droom een waarschuwing had ontvangen om zich niet met deze onschuldige man in te laten (Mattheüs 27:19). Pilatus wist dat Jezus aan hem was overgeleverd omdat de priesters verbitterd en jaloers op Hem waren en Hem verachtten (vers 18). Toch kon Pilatus niet aan zijn ontmoeting met het noodlot ontkomen.
Hij stelde aan Jezus de vraag: “Waar komt U vandaan? ” (Johannes 19:9). Pilatus wist al dat Hij uit Galilea kwam. Maar het ging hem er niet om uit welk gebied deze Joodse leraar afkomstig was. Pilatus wilde weten waar Hij werkelijk vandaan kwam. Jezus zweeg. Zijn claim dat Hij de Zoon van God was, had de vraag al beantwoord. Maar Pilatus kon dat antwoord niet accepteren.
Dat zou het hele verschil in de wereld hebben gemaakt. De apostel Paulus zei dat geen van de leiders van deze wereld werkelijk wist wie Jezus was, waar Hij vandaan kwam en wat het doel van Zijn komst was. “Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben” (1 Korinthe 2:8).
Pilatus kon niet met dit inzicht omgaan. Hij wist op dát moment wat juist was, maar hij was bang om zijn macht te verliezen. Hij was bang voor Caesars reactie als hem zou worden gerapporteerd dat hij niets deed aan de situatie, waarbij iemand een dreiging vormde voor de Romeinse controle over die regio (Johannes 19:12). Hij was bang voor een opstand als hij niet zou toegeven aan de eisen van de Joodse leiders. Hij was ook bang voor Jezus, omdat hij er niet zeker van was met Wie hij te maken had.
Uiteindelijk won het politieke eigenbelang. Alles was klaar om zowel de mensheid aan te klagen vanwege hun zonden als om te voorzien in hun vergeving. Pilatus gaf de opdracht om Jezus te kruisigen. De waarheid werd ontkend; en iedereen zou daar op een later moment mee worden geconfronteerd.
De meesten proberen onprettige waarheden te negeren en keuzes te maken, waarvan we denken dat deze goed voor ons zijn. Zou u een werkelijkheid, die voor u te moeilijk te aanvaarden zou zijn, onder ogen durven zien als u met bewijs omtrent de ware identiteit van Jezus geconfronteerd zou worden? Diep van binnen zouden we realiseren dat het ons leven, zoals we dat nu kennen, zou veranderen. Dus wellicht is het maar beter – zo redeneren we dan – om niet te diep in deze materie te duiken en onszelf een uitweg (excuus) te verschaffen. Dat is de route die Pilatus bewandelde. Maar kennen we ook de consequenties?
