Een ruwhouten kruis

Stilstaan bij een liefde die zo groot was dat het voor mensen niet te begrijpen valt

Als je aan geschiedenis denkt, denk je wellicht aan oorlogen, overwinningen, veldslagen, intochten en uittochten, witte en zwarte bladzijden, al naargelang het standpunt dat je daarbij aanneemt.
 Maar wat, in de hele geschiedenis, is het hoogtepunt, de kern van alles wat zich ooit heeft afgespeeld?

Die gebeurtenis is door miljoenen mensen overdacht, er werd en wordt bij gemediteerd, en nu, tweeduizend jaar later, kunnen we er nog niet bij, hoe zoiets ooit kon gebeuren. Maar Hij deed het.

Jezus ging door en nadat Hij bad op Getsémané: “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.” maakte Hij zich klaar, omdat het uur daar was.

Veertig eeuwen hadden vooruit gekeken op deze daad. Miljoenen lammeren, geiten, rammen en andere dieren waren geofferd doorheen al die eeuwen, en vormden een virtuele stroom van bloed om de effecten van de zonden te betreuren en om vooruit te wijzen op de dag dat Gods Zoon de schaduw zou wegnemen en de prijs zou betalen en de vloek zou wegnemen die op de zonde staat.

In slechts enkele zinnen staat deze gebeurtenis in de Bijbel opgeschreven.

We lezen in Mattheüs 27:33-44 : “En zij kwamen aan een plaats, genaamd Golgotha, dat is de zogenaamde Schedelplaats, en zij gaven Hem wijn, vermengd met gal, te drinken. En toen Hij die proefde, wilde Hij niet drinken. Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn klederen door het lot te werpen, en daar neergezeten bewaakten zij Hem. En boven zijn hoofd brachten zij op schrift de beschuldiging tegen Hem aan: Dit is Jezus, de Koning der Joden.

Toen werden met Hem twee rovers gekruisigd, één aan zijn rechterzijde en één aan zijn linkerzijde. En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd en zeiden: Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, indien Gij Gods Zoon zijt, en kom af van het kruis! Evenzo spotten de overpriesters samen met de schriftgeleerden en oudsten en zij zeiden: Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij is Israëls Koning; laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen aan Hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen in Hem heeft; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. ”

Lukas 23: 33-43 “voegt eraan toe: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En het volk stond erbij en zag toe. Ook de oversten hoonden en zeiden: Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu Zichzelf redden, indien Hij de Christus Gods is, de uitverkorene! Ook de soldaten kwamen naderbij om Hem te bespotten en brachten Hem zure wijn, en zeiden: Indien Gij de Koning der Joden zijt, red dan Uzelf!

Eén der gehangen misdadigers lasterde Hem: Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons! Maar de andere antwoordde en zei, hem bestraffende: Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt? En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. En hij zei: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.

En Hij zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u heden, gij zult met Mij in het paradijs zijn.” Dat was de plaats waar de wereld vergadert.

Iedereen was aanwezig. Mensen met hun angsten en verdriet. Mensen met hun ingeslagen dromen. Mensen, onverschillig, verhard, dobbelend, gevuld met egoïstische motieven. Mensen tevreden dat een concurrent was opgeruimd. Mensen toekijkend, hoe Hij, op wiens woorden en daden hun hoop was gericht, werd verbrijzeld. Gezagsdragers en mensen van de straat.

Soldaten die al veel hadden meegemaakt en ondanks alles naar boven kijken en vaststellen: dit is Gods Zoon. Een vervloekte die daar hing, zichzelf veroordelend, maar smekend om eeuwige redding.

Was jij er ook? Hoe kijk jij naar Hem die jouw plaats innam aan dat ruwhouten kruis, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, het deed zodat jij zou kunnen leven?

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder C270F – Het Ruwhouten Kruiswaar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 10 – HouVast / Download de hele folder

Een hemelse boodschap

Hemelse boodschapDe natuur, een brief met een hemelse boodschappastedGraphic.png

Ongetwijfeld zijn veel van onze lezers betrokken bij het leven in de natuur. Ik weet zeker dat diegenen die geleerd hebben om de natuur met zorg en respect te behandelen, die hun plaats in dat grote concept hebben begrepen, een deel van hun missie hebben vervuld. De aarde bewerken en bewaren is een opdracht en geen kleine. Je ziet hoe gemakkelijk wij afbreuk doen aan de continuïteit van de kansen op een goed leven op deze planeet. Iedereen kan zich de vraag stellen of de manier waarop men de natuur behandelt getuigt van goed rentmeesterschap of eerder van misbruik. Terwijl de hele schepping zo goed gemaakt is dat ze kleine vergissingen in levenswijze kan compenseren, is het ook zo dat als veel mensen op “een te grote voet” gaan leven, de gevolgen niet uitblijven. 

In de wereld staan milieukwesties bovenaan de agenda, niet altijd tot groot genoegen, maar uit noodzaak. Economie en eigenbelang gaan nog altijd voor de liefde voor de natuur. 

Liefde voor de natuur – liefde voor het leven… omdat we zo beter het werk van de Levengever op prijs stellen. 

Èn de “natuur”… wat bedoelen we daarmee? Kijk om je heen. Alles wat leeft, in het klein en in het groot.  Van de kleinste levende cel tot het aanschouwen van de eindeloze kosmos…

Met onze kennis van vandaag moet dat iemand veel dieper kunnen raken. Wat wisten de vorige generaties over de “cel”? Met de mogelijkheden van de wetenschap, hebben we nu enig idee hoe complex de eenvoudigste en niet verkleinbare levensvorm van de “eencelligen” is.  Mochten er lezers zijn die zich hiervoor interesseren, dan nodig ik je uit om de DVD’s van het Moody-institute te bekijken. Er is op dit moment zoveel educatief materiaal met wetenschappelijke fundering, geheel in harmonie met de bijbelse ontstaansgeschiedenis. Of het gaat over de planten, de bloemen, de vlinders, insecten, dieren, het klimaat, de zon… over al deze onderwerpen bestaat voldoende documentatie die geen ruimte laat voor de evolutie-gedachte. 

De evolutietheorie is een “theorie”, meer niet. In feite heeft deze theorie op haar aanhangers een betoverende uitwerking. Er is zoveel geloof voor nodig en toch wordt dit als “wetenschap” gepresenteerd, terwijl het alle kenmerken van een religie heeft.  De evolutie-theorie is in het leven geroepen om het idee kwijt te raken dat er een hogere macht is die controle heeft over het leven en die op een bewuste manier leiding geeft aan wat op aarde gebeurt én waar je verantwoording aan moet geven. 

Zonder schepping is een Schepper maar een denkbeeld, een illusie. Zonder schepping is God maar een maaksel in de geest van mensen. Geen pottenkijker meer in je leven, geen verantwoording meer schuldig, weg de idee dat er Iemand is die alles ziet, die je begluurt, weg oordeel en veroordeling. Het is hier en nu. Je moet het er hier goed van nemen. 

En zo gebeurde het dat de evolutietheorie aanvaard werd als wetenschappelijk gefundeerd en de scheppingsleer als een puur religieuze zaak. De schepping en God verdwenen uit de scholen en de schoolboeken en de evolutieleer begon het onderwijs te domineren. 

Zo zien we al meer dan 150 jaar* hoe door het verdwijnen van de plaats voor God en zijn instellingen, zelfzuchtige motieven meer en meer de overhand krijgen. 

(* Bepaalde overwegingen die door Darwin werden geïntroduceerd waren zelfs niet origineel van hem en bestonden trouwens al toen hij zijn “Oorsprong der soorten” schreef.)

Alle wetenschappelijke kennis ten spijt, blijft een knop aan een boom, die zich ontvouwt tot een prachtig blad, een wonder waar ik eindeloos kan over mediteren.  De hele waarneembare wereld vervult me met verwondering, van het kleine grassprietje tot de vlinder die uit zijn cocon komt. 

In de Romeinenbrief lezen we : 

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.” Romeinen 1:20 

Geen verontschuldiging. Kies wat je wil geloven, maar het heeft consequenties voor nu en later. 

Heel zeker hebben we allemaal reeds vòòr die grote, eindeloze zee gestaan omringd door water, zand en een overweldigende lucht:  de natuur!  Een verkwikking voor de mens tussen dagelijkse zorgen en drukke levensomstandigheden.  Waarschijnlijk heb je ooit blijven stilstaan voor de kleurenpracht van een zonsondergang en daarbij bedacht hoe nauwkeurig het hele universum is geregeld, dat zelfs eeuwen van tevoren kan voorspeld worden hoe de planeten zich zullen verhouden.

De natuur geeft ongetwijfeld rust en ontspanning naar lichaam, ziel en geest; in één woord voor de mens in zijn geheel. We voelen ons beter, eenvoudiger en we genieten van al het mooie dat ons verkwikt. Het is mogelijk dat veel mensen teveel binnen blijven en een te beperkte band hebben met de natuur. Hoe gering deze band ook zou zijn, is er toch altijd iets dat je zou moeten inspireren om de machtige hand van de Schepper te zien. Als je begint vragen te stellen over waarom en hoe, loop je met iedere theorie vast. Alle wegwijzers lijken naar God te wijzen.

De natuur is een machtig gegeven. Het is een boek met een verhaal.  Er is méér dan zomaar genieten … In de natuur vinden we de machtige handdruk van een liefhebbende God. 

Heb je er over nagedacht waarom de natuur zoveel schoonheid herbergt, waarom er zoveel verscheidenheid is in vormen, kleuren, zoveel variaties in leven… Ik kan daar alleen over denken dat een liefhebbende God daarin zijn liefde heeft gelegd voor zijn schepselen, met de bedoeling dat wanneer al zijn schepselen deze wonderlijke wereld zouden bekijken, zij naar de hemel zouden opkijken, dat er in hun binnenste een lied zou dringen, om de Maker van dit alles te verheerlijken. “Heeft de regen een Vader ?  Of wie heeft de dauwdruppels verwekt ?” (Job 38:28).  

Die vraag aan Job gesteld, kan ook ons doen vragen :  wie en wat steekt achter die natuur?  Welke immense kracht of wijsheid wordt weerspiegeld door die natuur ?  Wat is dat méér in de natuur ?  Het antwoord staat in Job 5:10: “Hij geeft de regen op de aarde, en giet water uit over de velden”.

Begrijpen we dat het klotsende water oneindigheid bevat? Begrijpen we dat een machtige, ongeziene hand de rimpels van de baren vasthoudt?  Begrijpen we dat de natuur het beeld uitstraalt van haar Maker? Dat ze getuigt van God?  

De menselijke geest die open staat voor het wonder en het diepe raadsel van de natuur moet erkennen voor iets Goddelijk-groots te staan, een ondoordringbaar mysterie dat ook in ons mensen schuilt. “Zijn grootheid is ondoorgrondelijk” (Psalm 145:3).  

En dan, als  dit mysterie ons aangrijpt is het goed te zwijgen en te luisteren. Het oor openzetten voor nooit gehoorde muziek. In het gezang van de vogels of in het spreken van de stilte… Er is iets, er hangt een zindering in de lucht, een onmeetbare kracht, een macht die het menselijk denken te boven gaat.  Alleen zijn met de natuur en God en met de verkwikkende ervaring van stilte, rust en diepe vrede. Luisteren naar de wind in de bomen, naar het ruisende koren … want zijn beschermende liefde omringt de hemel en aarde, omringt ons mensen.  “Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve”  (Jesaja 55:3).  

Is dat geen uitnodiging ?  Als we luisteren en ons oor zo neigen – bereidwillig zijn om het te horen –  ervaren we Gods goedheid.  Hoe liefelijk ontspruit de lente in de knoppen aan de bomen; nieuw leven:  overwinning op de harde winterdood.  

Ik denk dan : zo’n jaar met zijn vier seizoenen, is dat de weerspiegeling van mijn leven, dat, nadat ik mijn leven heb neergelegd in vertrouwen op God en mijn Redder, nieuw leven zal doen ontstaan? Tot de zomer vol rijpe vruchten hangt en de herfst schone kleuren draagt. Ieder seizoen heeft zijn taal en het is zo bijzonder. 

Ik heb een televisie, alleen om af en toe een DVD te bekijken. Ik zie niet dagelijks de programma’s die de grote massa betoveren, maar als ik ‘s morgens de gordijnen opentrek, dan zie ik daar Gods televisie. Ik heb uitkijk op het leven, ik zie de schoonheid van wat Hij heeft gemaakt. En ik dank God, dat ik het mag zien, horen, beleven. Ik zie de mens en denk: wat een wonder, in feite een oneindige verzameling van wonderen. Of het de planten- of dierenwereld is, of de natuurfenomenen, het heeft allemaal iets bekoorlijks. We ervaren de rozenknop en de prachtige rozen die zich ontvouwen, we ruiken de betoverende aroma’s. We vragen ons af, waarom die doornen? Distels en doornen herinneren aan het kwade dat vernietigt. Ze herinneren aan de zonde, aan de afwijking van Gods plan, aan de eigen weg van de mens, los van God. Wanneer we onze eigen weg gaan en van God noch gebod nog willen weten, moeten we God de doornen niet verwijten. De roos getuigt van Gods plan, zijn liefde die herstelt, die overwint.  Een diepe les, gegrift in de natuur, die ons tot aan het kruis brengt met Jezus als overwinnaar.

“Jezus is de overwinnaar van de dood en Hij alleen heeft het eeuwige leven aan het licht gebracht”.   en “De enige macht die ware vrede kan scheppen of kan doen voortduren, is de genade van Christus”  (E. White). De natuur is een onuitputtelijke bron van wijsheid en vreugde voor iedereen die open staat voor wijsheid en vreugde.  

De natuur leert geduldig te zijn… Het volstaat de natuur te aanschouwen om een idee te hebben hoe klein wij zijn tegenover onze oneindig machtige Schepper, voor wie tijd van geen betekenis is. Geduldig zijn… hoe rustig wordt het daglicht geboren, zonder slag of stoot, wordt het dag. 

Hoe zacht vloeit het water door de beken !  Te weten dat zijn liefde alle leven omvat, – van de zandkorrels aan zee tot de hoogste toppen van de bergen-, stemt dankbaar.  Dankbaar omdat wij mensen ook in zijn liefde omvat worden.

Durf luisteren, dan zal het zwijgend spreken betekenis krijgen. In de drukte, het lawaai van alledag gaat Zijn zachte stem verloren. We kunnen dit zwijgend spreken maar opmerken als we aandachtig met hart en ziel luisteren.  Dan pas zullen we ten volle genieten van dat wonderbare en kostbare natuurschoon, van het leven zelf. Het is aan alle mensen gegeven, zonder onderscheid. Iedereen krijgt in de natuur zelf, het grootste en machtigste voorwerp tot genot. 

In de rood-oranje speling van de ondergaande zon op het water is zijn tegenwoordigheid, die herinnert aan het Eeuwige. Dat is zo mooi in de natuur. Het is een spiegel waar je kan in kijken. De natuur is een ontdekking, een bron van vreugde, een kans waarin wij, vreugde belevend en genietend, God dank zeggen voor alle goeds. 

In het wisselende ritme der seizoenen, in de regen die verfrist, in de zon die kracht geeft, in de wind die  nog alleen verspreidt :  

“Juicht God, Gij ganse aarde” (Psalm 66:2).