De ziel die zondigt, zal sterven
In deze periode van het jaar denken mensen vaker aan hun dierbare overledenen. Waar zijn ze? Hoe zijn ze? Hoe zit het met het leven na de dood?
Het antwoord hierop hangt af van de bron die we willen gebruiken. Maar voor diegenen die op God en op Zijn Woord vertrouwen, is er een heerlijke boodschap die doorheen de hele Bijbel altijd dezelfde is. In een profetische boodschap in Ezechiël 18 benadrukt God dat Hij hen zal zegenen en behouden die rechtvaardig leven (verzen 5-9). En in vers 4 stelt Hij nadrukkelijk: „Zie, alle zielen zijn van Mij; zowel de ziel van de vader als de ziel van de zoon is van Mij; de ziel die zondigt, zal sterven.”
Het woord dat in dit vers vier keer met „ziel(en)” is vertaald, is hetzelfde Hebreeuwse woord (nephesh) dat in Genesis 2:7 met „levend wezen” is vertaald. Wanneer God het leven wegneemt, wordt het „levende wezen” een „dood wezen” — precies zoals God Adam had gewaarschuwd.
In de Bijbel zien we wat de toestand is van een ziel die niet meer leeft. Salomo verklaarde in Prediker 9:5: “Want de levenden weten dat zij zullen sterven, maar de doden weten niets.” In datzelfde verband stelde Salomo: “Al wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen; want er is geen werk, overleg, kennis of wijsheid in het graf waarheen u gaat” (Prediker 9:10).
Met andere woorden: Salomo spoort ons aan om het beste uit ons leven te halen, omdat er na de dood geen sprake meer is van bewustzijn, besef, kennis of productiviteit.
Jezus sprak over de dood als een vorm van slaap. Let op het gesprek tussen Jezus en de discipelen in Johannes 11:11-14: “‘Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga erheen om hem wakker te maken.’ Toen zeiden Zijn discipelen: ‘Heere, als hij slaapt, zal hij weer gezond worden.’ Jezus sprak echter over zijn dood, maar zij dachten dat Hij sprak over rusten in de slaap. Toen zei Jezus hun ronduit: ‘Lazarus is dood.'”
De term ‘slaap’ wordt gebruikt om de dood te beschrijven, omdat iemand die diep slaapt, lijkt op iemand die in het graf ligt: bewusteloos, niet productief en zich niet bewust van het verstrijken van de tijd.
Waarom is er behoefte aan een opstanding, een oordeel of het bekleden met onsterfelijkheid?
Hebreeën 9:27 stelt: “En zoals het voor de mensen vaststaat dat zij eenmaal moeten sterven en daarna het oordeel…” Wanneer we dit vers in de context van andere teksten bekijken, zien we een bepaalde volgorde van gebeurtenissen. Na het overlijden ligt iemand in het graf te wachten op de opstanding.
Jezus sprak over een toekomstige tijd waarin de doden leven zouden ontvangen, en Hij beschreef ook een tijd van oordeel: “Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en tevoorschijn zullen komen: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding van het leven, en zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding van de veroordeling” (Johannes 5:28-29).
De apostel Paulus zegt dat er een tijd komt waarin wij, die sterfelijk zijn, ons met onsterfelijkheid zullen “bekleden”: “Want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden” (1 Korinthiërs 15:52-53).
Zijn punt is dat wij nog niet over onsterfelijkheid beschikken. Er moet een verandering plaatsvinden, zodat we ons met onsterfelijkheid kunnen “bekleden”.
Waarom zou dit nodig zijn als we onsterfelijke zielen zouden zijn? Wat is het nut van een opstanding als iemand nooit echt sterft? Waarom zou er een dag van het oordeel nodig zijn als we bij ons overlijden direct onze beloning ontvangen? Waarom moet dit sterfelijke lichaam zich “met onsterfelijkheid bekleden” als we al onsterfelijk zijn?
Het voor de hand liggende antwoord is dat de leer over de onsterfelijke ziel onjuist is. Iemand die sterft, bevindt zich in het graf – bewusteloos en zich niet bewust van het verstrijken van de tijd – in afwachting van de opstanding.
Als onze dierbaren bij hun dood niet naar een “betere plek” gaan, is er dan geen troost te vinden met betrekking tot het lot van de doden?
Iets beters in het vooruitzicht: eeuwig leven
Een van de bekendste bijbelteksten zegt dat Gods uiteindelijke doel met de mensheid is om ons iets te geven wat we nog niet hebben: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16;).
Sterker nog, in Titus 1:2 schrijft Paulus dat hij leefde “in de hoop op eeuwig leven, dat God, Die niet liegen kan, vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft.”
Niemand van ons heeft op dit moment al eeuwig leven, maar het is de gave die God voor ons in het vooruitzicht stelt. Als dit leven sterfelijk en tijdelijk is, wanneer en hoe zal Hij die gave dan schenken? Terwijl u dit leest, is in het hemelse heiligdom het oordeel bezig over zij die ons zijn voorgegaan in de dood. Bij de wederkomst van Jezus zullen zij “die Hem verwacht hebben” opstaan met een verheerlijkt lichaam en Hem tegemoet gaan in de lucht. Duizend jaar later vindt de tweede opstanding plaats om het oordeel te voltrekken over de onrechtvaardigen.
De valse leer van de onsterfelijkheid van de ziel vertroebelt het inzicht in Gods geweldige en wonderbaarlijke plan om de gave van eeuwig leven te schenken aan zij die hun heil van Hem verwachten. Wanneer we die leer opzij schuiven, ontdekken we de bijbelse waarheid – de werkelijke hoop die we hebben – zowel in dit leven als daarna.
In Flyermap 4 / Zonde & Dood vind je tientallen thema’s die een bijbels licht werpen op het wat, wanneer & hoe van het leven na de dood.
Overdenk de uitdaging van Elia : Wie is uw God?
Hier gezongen door Advent World “Answer me o Lord !
