Eens komt de Laatste Dag

We hebben de bijbelse visie leren kennen wie God en Jezus is, wie en wat de mens is, wat Gods doel is voor de mens en wat Hij gedaan heeft en nog doet opdat het de mens goed zou gaan. 

Van bij de oorsprong, toen Hij de mens schiep, was het Gods bedoeling dat deze eeuwig en in een perfecte toestand zou leven om onbelemmerd te genieten van alles wat van Hem naar de mens uitging.

De mens echter keerde zich van God af. Hij ging de zin van zijn bestaan zoeken in zichzelf. Waarvoor God hem gewaarschuwd had, gebeurde ook: de dood deed zijn intrede. Toch liet God zijn schepselen niet in de steek. Hij nam het voor ze op. God had het plan opgevat om Zelf de breuk, die ontstaan was tussen Hem en de mens als gevolg van de zonde, te herstellen. 

Hij wilde de mens terug optillen naar het niveau dat deze had vóór de zondeval. Hiervoor deed en gaf God letterlijk alles. Wat kon Hij méér doen dan zijn eigen onschuldig leven geven voor de schuldige mens? 

 Het is te vergelijken met een drenkeling die op sterven na dood is en geen kracht meer heeft om de hem toegeworpen reddingsboei te grijpen. Om gered te worden, dient een derde persoon – op risico van zijn eigen leven zelf in het water te springen en de ten dode opgeschreven persoon op het droge te brengen. Dát heeft God gedaan voor elke mens – voor u en voor mij.

Had God nog iets meer kunnen doen dan wat Hij gedaan heeft?

 Elke mens is het voorwerp van Gods liefdevolle en rechtvaardige zorg. Wie de redding aanvaardt, die God hem aanbiedt en zich laat leiden door Hem, grijpt het goede en bijgevolg het eeuwige leven.

Wat biedt God de mens eigenlijk aan? Wat is nu eigenlijk zijn belofte naar de mens toe? 

Wat is daar nu zo speciaal aan dat de mens het gelovig zou aanvaarden?

 Gans het aanbod en de belofte wordt weergegeven in één woord: de hoop van de gelovige. 

Wat is hopen?

Het is op grond van beloften door iemand, met vertrouwen, in verwachting en volhardend uitzien naar de verwezenlijking van de beloften. Dat uitzien naar de realisatie van de beloften hangt natuurlijk af van wie beloofde. 

Er zijn vragen die opkomen:

° is die persoon betrouwbaar, geloofwaardig of niet? 

 ° Hoe staat de belover tegenover de persoon aan wie hij de belofte doet?

 ° Welke gevoelens koestert de belover tegenover die andere ?

 ° Wat bezielt de Belover en wat motiveert hem om deze of gene belofte te doen?

Spreken over de hoop van een bijbels gelovige, doet men omdat Christus Zelf hem iets van levensbelang beloofd heeft. 

Die gelovige heeft een vaste en levende hoop op de wederkomst van Jezus. Op die dag zal Jezus in hoogsteigen Persoon de gelovige binnenleiden in het eeuwige leven. 

Op grond van Jezus’ beloften en van wat Hij al gedaan heeft voor de mens, kan deze vast geloven wat Hij als eindpunt beloofd heeft, nl. zijn wederkomst. 

Die belofte kan o.a. gelezen worden in Johannes 14:1-3: “Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.”

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder C197 – De laatste Dag Waarop wij hopen waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 7 – Toekomst

Waar we op hopen

Hoog in de lucht, in het Oosten, verschijnt een wolkje ter grootte van een mensenhand. Gods ware volk beseft dat dit het teken is van de Zoon des mensen dat de duisternis doorbreekt. Terwijl het volk omhoog kijkt, wordt het wolkje gaandeweg groter: het koninklijk gevolg komt nader. Steeds helderder wordt Hij tot zijn koninklijke heerlijkheid voor iedereen zichtbaar is. In een gloed van Koninklijke heerlijkheid komt Jezus naar voren in zijn volle majesteit door de gewelfde hemelen. Zo komt Hij naar zijn kinderen toe.
Wat een heerlijk moment!
Dit is de uiteindelijke dag!
Zie, Hij komt!

Zij zien Hem met eigen ogen.

Bij de zondaren is de verwarring compleet: door angst, niet te beschrijven zijn ze aangegrepen en bezeten; ze huilen en smeken en roepen om toch maar beschermd te worden tegen die reine, hemelse, goddelijke heerlijkheid en het verblindende licht dat van Jezus uitgaat. Het dringt tot ze door hoe steeds weer Hij bij hen uitnodigde zich te bekeren en in te gaan op zijn genadevolle aanbod Hem te volgen. Ze beseffen nu de halsstarrigheid waarmee ze zijn liefdevolle smekingen hebben afgewezen en verworpen. Omwille van hun zondige en goddeloze ingesteldheid zijn ze in een totaal onvermogen de gloedvolle schoonheid van de Zon der gerechtigheid, die verschijnt met zijn eeuwige genezing, te verdragen. Ze smeken om te sterven om zo te vermijden te moeten komen in de tegenwoordigheid van die pure en reine Zon.

Gods volk echter staat daar: het is blij en vol verwachting en zijn oog is enkel gericht naar de hemel. Hun armen zijn uitgestrekt naar hun terugkerende Heiland en ze zijn ongeduldig om Hem te begroeten.

De beproevingen, de verleidingen, de tegenstand, de frustraties en de vervolgingen, het is allemaal over – het is verdwenen en het behoort tot het verleden. Daar is immers Jezus! Vergeten is al het vorige.

Jezus is nu boven hun hoofd. Hij nodigt ze uit Hem en zijn engelen te vervoegen. Het gemoed van Gods volk is vol en zij uiten dit in de volgende woorden:

“Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen! Dit is de Here op wie wij hoopten; laten wij ons verblijden over de verlossing die Hij geeft” – Jesaja 25:9.

De graven gaan open. Daar verschijnen de rechtvaardigen uit hun bed van stof. Ze zijn een en al verrukking. Al de littekens, gevolg van de zonde en het aardse zwoegen zijn volkomen verdwenen. Fris in bloei staan ze daar met een gezondheid die nooit ofte nimmer meer zal vergaan. Ook zij varen op naar de hemel om hun Verlosser te ontmoeten en te begroeten.

De dood is verzwolgen in de overwinning – 1 Korintiërs 15:54.

Wat een aangrijpend schouwspel van verlossing! Buitengewoon is de hereniging!

Menselijkerwijs niet te beschrijven!

Vrienden en gezinnen worden herenigd! Weg is de dood die ze pijnlijk uiteenrukte! Familiebanden worden opnieuw gelegd. Wanneer we denken aan de mensen die ons ontvallen zijn door de dood, kunnen wij ons die dag voor de geest roepen, waarop Gods stem als een bazuin zal klinken en de doden onvergankelijk opgewekt zullen worden en de levenden veranderd zullen worden – 1 Korintiërs 15:52.

De laatste sporen van de vloek van de zonde zullen verwijderd worden. Christus’ getrouwen zullen verschijnen in dezelfde schoonheid als die van de Here, hun God. In geest, ziel en lichaam weerkaatsen zij het volmaakte beeld van hun Heer.

Op die dag zullen de levende rechtvaardigen in één ogenblik – in een punt des tijds – veranderd worden. De onsterfelijkheid neemt bezit van ze. Samen met de opgestane heiligen worden ze meegevoerd in de lucht om hun Here te ontmoeten. Van het ene einde van de aarde tot het andere worden Gods trouwe kinderen verzameld door de engelen. Zij leggen de kleine kinderen in de armen van hun moeder. Vrienden, lang door de dood gescheiden, zien elkaar terug om nooit meer uiteen te gaan. Met blijde lofzangen gaan allen naar de stad van God.

Eindelijk is iedereen thuis!

Ziedaar, waar het om ging!

Dit is de dag!

De wederkomst van Christus is een werkelijkheid geworden!
Heerlijk, ontzagwekkend is die werkelijkheid.

Die massale schare – Verlosser en verlosten uit alle eeuwen – begint nu haar reis naar de stad van God. Liederen van vreugde – nooit gehoord door sterfelijke oren – klinken door de hemelse gewelven. Geen aards schouwspel is in de verste verte in staat de triomftocht van de verlosten te evenaren, laat staan te overtreffen. Menigten van engelen begeleiden de blijde optocht van de verlosten door de hemel naar die Stad waarvan God de Bouwmeester is. Ze uiten hun innerlijke vreugde in lofprijzingen en toejuichingen.
Eindelijk doet de verloste schare haar intrede in die hemelse stad, die alle verbeelding van schoonheid, pracht en harmonie ver overtreft. Jezus komt haar tegemoet en zegt:

“Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk dat u bereid is van de grondlegging der wereld af” –

Matteüs 25:34.

Overweldigend, zo’n thuiskomst!
Een familiebijeenkomst, voorheen is er nooit zo een geweest!
Eeuwen geleden beloofde Jezus:

“Wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt waar Ik ben” Johannes 14: 3.

uit : De hoop van de Christen / Houvast

Lees het hele boekje