De tussensoorten

TussensoortenDe tussensoorten

De tweede steunpilaar van de evolutieleer is het bestaan van de zgn. “tussensoorten”; zij worden geacht de verbindingsschakel te hebben gevormd tussen de bekende soorten en een gemeenschappelijke voorouder.

Lange tijd heeft men beweerd dat de schakel tussen vissen en amfibieën een vis was die behoorde tot dezelfde familie als de coelacant. Fossielen van de coelacant laten kenmerkende kopvinnen zien. 

Evolutionisten beweerden dat deze uit het water kwam met behulp van zijn vinnen. Volgens hen leefde deze vis 60 miljoen jaar geleden. In 1938 vond men hem levend en wel in de Indische Oceaan! Verdere onderzoekingen bevestigden dit en toonden aan dat deze vis hoegenaamd geen zeldzaamheid is.

Het geval van de coelacant is trouwens niet het enige. Er zijn namelijk wezens die vandaag rondlopen, vliegen, zwemmen of kruipen en die bijzonder sterk gelijken op fossiele overblijfselen die men terugvindt in de gesteenten en waarvan de evolutionisten beweren dat ze honderden miljoenen jaren oud zijn. Deze vandaag nog levende wezens noemt men daarom ‘levende fossielen’. Darwin was zich trouwens reeds bewust geworden van het gevaar hiervan voor zijn theorie.

Een andere leugen van de evolutieleer betreft de overgang van aap naar mens : de aapmens.

Volgens de evolutieleer immers stamt de mens af van de aap door toevallig en willekeurig optredende natuurprocessen. Ondanks duidelijke bewijzen van het ongerijmde van deze theorie wordt zij nochtans in de media en het onderwijs als vrijwel zeker verkondigd.

Enkele voorbeelden.

* de Piltdown-mens

De schedel hiervan kreeg gedurende veertig jaar een belangrijke plaats in het British Museum. 

Honderden doctorandi promoveerden op dissertaties over de “Piltdown-mens”. Het duurde meer dan dertig jaar eer wetenschappers zich bewust werden van de waarheid. Op een gegeven moment kreeg men door dat de kaak afkomstig was van een orang-oetang. Deze was bijgevijld zodat ze op een menselijke schedel paste. De tanden waren afkomstig van mensen maar ook deze waren bijgevijld zodat ze op de tanden van een aap leken. 

* de Neanderthaler

De talrijke vondsten hiervan hebben tot heel wat discussies geleid. Uiteindelijk kwam men tot de bevinding dat het gewoon een mens betrof. Geleerden schreven in hun verslag dat een modern geschoren, gewassen en geklede Neanderthaler in deze tijd niet zou opvallen.

De door Dr. John Cuozzo verzamelde gegevens tonen duidelijk aan dat de Neanderthaler-mens in feite de mensen van hoge ouderdom zijn die beschreven staan in de Bijbel.

* de Nebraska-mens

De Amerikaanse paleontoloog Dr.Henry Fairfield Osborne beweerde in 1922 de “ontbrekende schakel” gevonden te hebben. Bij nader inzicht bleek het enkel om een tand te gaan… waarrond Osborne een kaak had getekend en zo uiteindelijk het hele individu had “gereconstrueerd”. Toen ze deze tand nader onderzochten kwamen verstandigere wetenschappers (in 1927) tot de conclusie dat deze afkomstig was van een uitgestorven varken…

* de Pithecanthtropus.

Hier gaat het over een andere vondst waarmee een “aapmens” kon worden gereconstrueerd op grond van een zgn. perfecte schedel. Na nauwkeurige bestudering moest men toegeven dat het enige bot dat ten grondslag lag aan deze “wetenschappelijke vooruitgang”, een knieschijf van een olifant was….

Uit deze voorbeelden blijkt eens te meer hoezeer het evolutionistisch begrip “mutanten” bedrog is. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s