Zelfs in de diepste diepten

Jane Marczewski (artiestennaam ‘Nightbirde’) straalde kalm vertrouwen en vrede uit toen ze op het podium stond en de juryleden haar verhaal vertelde. Ze was een zangeres die ook liedjes schreef. Ze was 30 jaar oud en de kanker waar ze al een aantal jaren mee had gestreden, was uitgezaaid. Terwijl ze haar oorspronkelijke lied zong, veegden de juryleden en het publiek de tranen uit hun ogen. Toen de juryleden hun ontzag uitten voor haar positiviteit, zei ze simpelweg: ‘Je kunt niet wachten tot het leven niet meer moeilijk is voordat je besluit gelukkig te zijn.’1

Jane deelde openlijk haar geloof en haar strijd tegen kanker op haar blog. ‘Ook op dagen dat ik niet zo ziek ben, ga ik soms in het middaglicht op de mat liggen om naar Hem te luisteren. Ik weet dat het vreemd klinkt, en ik kan het niet echt uitleggen, maar God is daar ook – zelfs nu. Ik heb horen zeggen dat sommige mensen God niet kunnen zien omdat ze niet ver genoeg naar beneden kijken, en dat is waar. Als je Hem niet kunt zien, kijk dan lager. Je vindt God op de badkamervloer.’2

Heb je ooit gedacht dat het beter zou zijn te wachten tot je gezond of succesvol bent voordat je naar anderen van God getuigt? Het is gemakkelijk voor ons om te denken dat we alles ‘op een rijtje’ moeten hebben voordat we het evangelie met anderen kunnen delen. In de Bijbel vind je verschillende verhalen die ons laten zien hoe effectief het is om middenin de chaos en strijd van ons dagelijks leven te getuigen, zelfs onder de moeilijkste omstandigheden. Jozef is daarvan heel een goed voorbeeld.

Als oudste zoon van de favoriete vrouw van zijn vader had Jozef de nodige voorrechten en was hij meer geliefd dan zijn broers. Toen hij 17 was, had hij van zijn vader een prachtig bovenkleed gekregen en ontving hij profetische dromen die voorspelden dat hij heerschappij over zijn broers en zelfs over zijn vader zou voeren. Dat ging zijn broers te ver. Toen ze de gelegenheid kregen om wraak te nemen, grepen ze Jozef, trokken hem dat aanstootgevende bovenkleed uit en gooiden hem in een lege waterput. Daarna verkochten ze hem aan een passerende karavaan van handelaren die op weg waren naar Egypte.

Jozef overleefde de reis naar Egypte en werd door de Ismaëlieten/ Midjanieten verkocht aan Potifar, een hoveling van de farao en commandant van zijn lijfwacht. Maar ‘de HEER stond Jozef terzijde en liet alles wat hij ter hand nam slagen.’3 Jozef werd dan wel gedwongen zijn familie te verlaten, maar hij nam zijn geloof met zich mee. Hij verborg zijn geloof niet voor Potifar, en hoewel Potifar de God van Jozef misschien niet aanbad, zag en begreep hij dat God met Jozef was en dat zijn huishouden profiteerde van de zegeningen die God over Jozef uitstortte.

Dit bracht Potifar ertoe om hem tot de opzichter over zijn hele huis te bevorderen. God erkende deze positieve behandeling van Jozef: ‘En vanaf het ogenblik dat hij hem belastte met het toezicht op zijn huis en zijn bezittingen, zegende de HEER het huis van die Egyptenaar omwille van Jozef. De zegen van de HEER rustte op alles wat hij bezat, in huis en daarbuiten.’4

Helaas hield het succes van Jozef niet aan. Potifars vrouw probeerde hem te verleiden en beschuldigde hem daarna van een verschrikkelijke misdaad. Jozef werd in de gevangenis geworpen ook al was hij onschuldig. Jozef had in wanhoop kunnen wegzinken. Wie zou hem dat kwalijk nemen? Er leek geen hoop op vrijheid te zijn of het terugzien van zijn familie.

Hij had de omstandigheden zijn geloof en moraliteit kunnen laten aantasten, of in ieder geval zijn arbeidsethos! In plaats daarvan zette hij zijn gewoonten van trouwe dienst voort, en God zegende hem, zelfs in de gevangenis. ‘Maar de HEER stond hem terzijde en bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam. Deze gaf Jozef de verantwoordelijkheid voor alle gevangenen … en liet alles wat Jozef ter hand nam slagen.’5

De wijze waarop Jozef omging met de opperschenker en de opperbakker toont zijn medeleven en respect voor zijn medegevangenen. Ellen White schreef dat ‘het de rol was die hij speelde in de gevangenis, de integriteit die bleek uit zijn dagelijks leven en zijn medeleven voor degenen die in moeilijkheden en nood verkeerden, die de weg vrijmaakten voor zijn toekomstige voorspoed en eer.’6

Zijn gedrag in een voor hem persoonlijke duistere tijd was een getuigenis voor de mensen om hem heen en een voorbeeld voor ons vandaag. ‘Elke lichtstraal die we op anderen laten schijnen, kaatst terug op onszelf. Elk vriendelijk en meelevend woord dat tot bedroefde mensen wordt gesproken, elke daad om de last van onderdrukten te verlichten, en alles wat we aan mensen in nood geven, zal uitmonden in zegeningen voor de gever, zolang dat maar wordt gedaan vanuit een juiste motivatie.’7

Het heeft een aantal jaren geduurd voordat Jozef uit de gevangenis werd vrijgelaten, en zelfs nadat hij de hoogste machthebber van Egypte was geworden, duurde het nog wel even voordat hij herenigd werd met zijn familie. Toen hij zich uiteindelijk bij zijn broers bekendmaakte, zei hij tegen hen: ‘blijf kalm en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden.’8

Toen hij in eerste instantie als slaaf werd verkocht, had Jozef er geen idee van dat hij de hoogste machthebber van Egypte zou worden of dat zijn leiderschap en zijn door God gegeven wijsheid het welzijn van zijn familie en heel Egypte zeker zou stellen. Hij kon toch nog niet inzien hoe God de verschrikkelijke situatie zou gebruiken waarin hij verkeerde. Jozef wachtte niet totdat hij opziener van het huis van Potifar of de hoogste machthebber van Egypte was geworden om God trouw te zijn of Hem de eer te geven voor zijn successen. Zijn getuigenis zorgden ervoor dat Potifar en farao beseften wat de ware bron van Jozefs succes was.

Hij gaf niet op, zelfs niet toen zijn omstandigheden verslechterden. In plaats daarvan greep hij elke gelegenheid aan om het geloof van zijn vaderen na te leven en licht te brengen in de meest donkere hoeken van de Egyptische samenleving. Als slaaf kon Jozef praten met gewone leden van Potifars huishouden en mogelijk ook met mensen die op andere landgoederen woonden. In de gevangenis ontmoette hij gevangenen met allerlei verschillende achtergronden. Als hoogste machthebber ging hij om met leiders. God gebruikte Jozef om elke sociale laag van de bevolking te bereiken.

Misschien zit jij wel ‘op de badkamervloer’, zoals Jane, of ‘in de put’, zoals Jozef. Je vraagt je misschien af hoe je in vredesnaam op zo’n moment van persoonlijke duisternis en pijn een getuige kunt zijn. Zelfs als je je alleen maar vastklampt aan God in je strijd, kunnen je doorzettingsvermogen en geloof een bron van inspiratie zijn voor anderen.

1 – Nightbirde, ‘God is op de badkamervloer’, 9 maart 2021, http://www.nightbirde.co/blog/2021/9/27/god-is-on-the-bathroom-floor.

2 – Genesis 39:2

3 – Genesis 39:5

4 + Genesis 39:21-23

5 – Ellen White, Patriarchen en profeten, p. 185.

6 -Ibid, p. 189.

7 – Genesis 45:5

8 – Michael Foust, ‘AGT’s ‘Nightbirde’ sterft op 31-jarige leeftijd: haar nalatenschap is de ‘kracht die ze in Jezus vond’, Christian Headlines, 22 februari 2022, http://www.christianheadlines.com/contributors/ michael-foust /agts-nightbirde-sterft-op-31-haar-nalatenschap-isde-kracht-die-ze-vond-in-jezus.html.

Tot de dood

Het getuigenis van de apostel Paulus

Tijdens het laatste proces van Paulus voor Nero was de keizer zo sterk onder de indruk van de kracht van de woorden van de apostel dat hij de beslissing in deze zaak uitstelde. De beschuldigde dienaar van God werd niet vrijgesproken maar ook niet veroordeeld. De boosaardige houding van de keizer tegen Paulus keerde echter al snel terug. Hij ergerde zich aan zijn onvermogen om de verspreiding van de christelijke religie tegen te gaan, die zelfs tot de keizerlijke huishouding was doorgedrongen. Hij besloot dat de apostel ter dood moest worden gebracht zodra er een aannemelijk voorwendsel kon worden gevonden. Niet lang daarna deed Nero uitspraak waardoor Paulus tot een martelaarsdood werd veroordeeld. Aangezien een Romeins burger niet aan foltering kon worden onderworpen, werd hij veroordeeld tot onthoofding.

Paulus werd in alle stilte naar de plaats van executie gebracht. Er mochten slechts weinig toeschouwers bij aanwezig zijn, want zijn vervolgers maakten zich zorgen over de omvang van zijn invloed en vreesden dat het tafereel van zijn dood mensen tot bekeerlingen zouden maken tot het christendom. Zelfs de geharde soldaten die hem begeleidden, luisterden naar zijn woorden en zagen met verbazing dat hij opgewekt en zelfs vreugdevol was bij het vooruitzicht van de dood. Voor sommigen die getuige waren van zijn martelaarsdood, bleek zijn vergevingsgezinde houding ten aanzien van zijn moordenaars en zijn onwankelbare vertrouwen in Christus tot het laatst voor een levensmoed te staan die tot leven leidde. Meer dan één van hen aanvaardde de Heiland die Paulus predikte, en weldra bezegelde ook zij onbevreesd hun geloof met hun eigen bloed.

Tot zijn laatste momenten getuigde het leven van Paulus van de waarheid van zijn woorden tot de Korintiërs: ‘Want de God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen,” heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.’ 1 Zijn eigen kracht was niet toereikend, maar de aanwezigheid en tussenkomst van de goddelijke Geest die zijn innerlijk vervulde en elke gedachte onderwierp aan de wil van Christus zorgde daar wel voor. De profeet zegt: ‘De standvastige is veilig bij U, vrede is er voor wie op U vertrouwt.’ 2 De door de hemel gegeven vrede die op het gelaat van Paulus tot uitdrukking kwam, won menige ziel voor het evangelie.

Paulus droeg iets van de sfeer van de hemel met zich mee. Alle mensen die met hem omgingen, voelden de invloed van zijn één zijn met Christus. Het feit dat zijn eigen leven in overeenstemming was met de waarheid die hij verkondigde, gaf zijn prediking overtuigingskracht. Hierin ligt de kracht van de waarheid. De ongedwongen invloed van een heilig leven is de meest overtuigende preek die je ten gunste van het christendom kunt houden. Zelfs argumenten die onweerlegbaar zijn, roepen soms alleen maar weerstand op. Een godvruchtig voorbeeld heeft een kracht die onmogelijk volledig te weerstaan is.

De apostel had geen oog voor zijn eigen naderende lijden doordat hij bezorgd was voor degenen die hij op het punt stond te verlaten en die het hoofd moesten bieden aan vooroordeel, haat en vervolging. De weinige christenen die hem vergezelden op weg naar de executieplaats, probeerde hij te versterken en aan te moedigen door de beloften te herhalen die waren gegeven aan hen die ter wille van de gerechtigheid worden vervolgd. Hij verzekerde hun dat er niets zou ontbreken aan alles wat de Heer had gesproken wat betreft zijn op de proef gestelde en getrouwe kinderen. Gedurende korte tijd zouden ze het zwaar kunnen hebben door veelvuldige verzoekingen. Het zou ze aan aardse gemakken kunnen ontbreken. In hun hart zouden ze moed kunnen vatten door de zekerheid van Gods trouw door dit te zeggen: ‘Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.’ 3 Spoedig zou de nacht van beproeving en lijden ten einde komen en dan zou die blije ochtend van vrede en die volmaakte dag aanbreken.

De apostel had zijn blik gevestigd op het hiernamaals, niet met gevoelens van onzekerheid of angst, maar met vreugdevolle hoop en een verwachtingsvol verlangen. Terwijl hij op de plaats staat waar hij de martelaarsdood zal ondergaan, ziet hij niet het zwaard van de beul of de aarde die zo kort daarna zijn bloed zal opnemen. Hij richt zijn blik omhoog en kijkt door de kalme blauwe hemel van die zomerdag heen naar de troon van de Eeuwige.

Deze man van geloof ziet de ladder uit het visioen van Jakob.

Die ladder stelt Christus voor die de aarde met de hemel heeft verbonden, en de eindige mens met de oneindige God. Zijn geloof wordt gesterkt als hij denkt aan hoe de aartsvaders en de profeten hebben vertrouwd op Hem die ook zijn steun en troost is en voor wie hij zijn leven geeft. Van deze heilige mannen, die van eeuw tot eeuw hebben getuigd van hun geloof, hoort hij de verzekering dat God waarachtig is. Zijn mede-apostelen trokken eropuit om het evangelie van Christus te verkondigen en om religieuze onverdraagzaamheid en heidens bijgeloof, vervolging en minachting het hoofd te bieden. Zij hadden hun leven niet zo lief dan dat zij het licht van het kruis hoog wilden houden te midden van de donkere doolhoven van ontrouw. De apostel hoort hen getuigen van Jezus als de Zoon van God, de Heiland van de wereld. Vanaf de pijnbank, de brandstapel, de kerker en uit de holen en spelonken van de aarde, hoort hij de triomfkreet van de martelaar in zijn oor. Hij hoort het getuigenis van standvastige mensen die toch een onbevreesd, plechtig getuigenis afleggen van het geloof ook al zijn ze berooid, beproefd en gekweld. Toch zeggen zij ‘Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld.’ Zij hebben hun leven gegeven voor het geloof en verkondigen aan de wereld dat zij op Hem hebben vertrouwd en dat Hij in staat is om volkomen te redden.

IK WEET HET HEEL ZEKER

Omdat hij is vrijgekocht door het offer van Christus, zijn zonden zijn weggewassen door zijn bloed, en hij bekleed is met Gods gerechtigheid, kan Paulus zelf ook getuigen dat zijn ziel kostbaar is in de ogen van zijn Verlosser. Zijn leven is met Christus in God verborgen en hij is ervan overtuigd dat Hij die de dood heeft overwonnen, in staat is te behouden wat aan Hem is toevertrouwd. Zijn geest begrijpt de belofte van de Heiland: ‘Ik laat hen op de laatste dag opstaan.’ 4 Zijn gedachten en hoop zijn gericht op de wederkomst van zijn Heer. Terwijl het zwaard van de beul neerdaalt en de martelaar wordt omringd door de schaduwen van de dood, is zijn laatste gedachte dezelfde als zijn eerste gedachte bij het grote ontwaken, namelijk dat hij de Levengever ontmoet. Hij zal hem verwelkomen om te delen in de vreugde van alle gezegenden.

Er is bijna een eeuwigheid verstreken sinds de bejaarde Paulus zijn bloed vergoot om te getuigen van het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. Er is geen getrouw verslag gemaakt voor de komende generaties van de laatste gebeurtenissen in het leven van deze heilige man. Het geïnspireerde Woord heeft voor ons wel het getuigenis bewaard van deze stervende man. Als een luid klinkende trompet heeft zijn stem sindsdien door alle eeuwen heen weerklonken. Zijn moed heeft duizenden getuigen van Christus kracht gegeven en in duizenden bedroefde harten de echo van zijn triomferende vreugde doen klinken: ‘Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de erekrans van de gerechtigheid, die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.’5

Ellen G. White in Van Jeruzalem tot Rome

1 – 2 Korintiërs 4:6-10

2 – Jesaja 26:3 2

3 – Timoteüs 1:12

4 – Johannes 6:40

5 – 2 Timoteüs 4:6-8

Ik zal er zijn…

Ik zal er zijn, als je huilt;

Ik zal er zijn, als je mij nodig hebt;

Ik zal er zijn, als je valt;

Er strekt zich een weg uit

en hij leidt naar het land waar je zo naar verlangt.

Kijk niet om, wees niet bang,

Als je je ellendig voelt en de moed wilt opgeven,

kniel dan in vertrouwen op je knieën,

dan is er een kracht, die met niets is te vergelijken,

Ik zal er zijn, je kan het echt geloven,

Ik zal er zijn, als de duivel je aanvalt.

In beproevingen en verzoekingen zal Ik er zijn,

dwars door het donker heen.

Roep mij slechts aan.

Ik zal er zijn gedurende elke hartslag

en ademhaling die Ik je geef.

En als je je zorgen maakt

en niet meer verder kan,

kijk dan omhoog,

Ik ben lang geleden diezelfde weg gegaan

en hij leidt naar waar je zo naar verlangt.

Kijk niet om, maar zie vooruit,

vertaling naar een lied van Phil Keaggy: “I will be there”.

Klimplanten

Misschien heb je het leven van een klimplant al eens van nabij bestudeerd.  Het is een plant die houvast zoekt aan een stok, aan een plant of boom. De plant strengelt zich omhoog en gaat aan een snel tempo de hele boom overgroeien en versmachten.  Als je deze plant in bedwang wilt houden, dan weet je dat snoeien slechts een tijdelijke oplossing is, want snoeien doet groeien. Eenmaal weggesnoeid, groeit de plant spoedig uit tot een hele struik. Als je een tuinier bent dan heb je ongetwijfeld al gezien hoe haagwinde groeit. Het is hardnekkig en je zou er moedeloos van worden om het keer op keer te lijf te gaan. Ik neem dat dikwijls als een symbool voor de zonde die zich doorheen het leven slingert, om dan een heel kluwen te maken waar nog nauwelijks aan te ontsnappen valt, tenzij je tijdig ingrijpt en het aanpakt bij de wortel – niet één keer, maar met Gods hulp, een leven lang.

Er zijn veel andere klimplanten, ook planten die we graag zien groeien en bloeien, maar iedere tuinier weet dat zo’n plant geleid moet worden. Toegepast op het geloof dat vastgeankerd is op Gods boom, kan alleen maar gepruts aan de wortels – het fundament – ervoor zorgen dat het geloof geremd wordt. Als er aan de wortels wordt geraakt, kan een onzichtbare wonde dodelijk worden, zodat de plant loslaat en verdort. 

Misschien is er niet veel groeikracht in ons. Zit er vuur in of smeult het alleen maar een beetje. God is daar met zijn levengevende geest. Net zoals Hij bij de eerste mens de adem in de neus blies, kan ook Hij het leven er nu in blazen, op het moment dat wij dreigen te verdorren. Op het moment dat ons vuur dreigt uit te gaan, kan een krachtige windstoot de warmte weer doen oplaaien tot een bron van enthousiasme. 

De vergelijking van de wijnstok en de ranken is interessant. De ranken van de wijnstok mogen gesnoeid worden. Altijd weer zullen de ranken uitlopen. Zonder snoei raakt het verwilderd en draagt weinig vrucht. Maar als het snoeimes wordt gehanteerd en tactisch wordt weggehaald wat in de weg zit, dan is het de moeite.

Enten is ook één van die acties die kunnen ondernomen worden. Dat is wat de Bijbel ons leert, dat wij geënt moeten blijven op de Ware Wijnstok – Jezus, die zijn woord van waarheid laat doorstromen in de ranken. Als we soms eens onzeker zijn of onze bladeren laten hangen in twijfel, of als snoeien eens pijn doet, houd dan vast. Strijd de goede strijd des geloofs. Want in Hem zijn wij mede-overwinnaars. 

Spreken met God

Bidden is het openen van het hart voor God als voor een vriend. Niet dat bidden nodig is om aan God bekend te maken hoe het met ons gaat. Het gebed opent de deur voor God en laat Hem binnen komen in ons leven. Het gebed doet God niet afdalen naar ons toe, maar brengt ons omhoog tot Hem. Toen Jezus op aarde was, leerde Hij Zijn discipelen hoe te bidden. Hij toonde hen hoe ze hun dagelijkse noden bij God konden brengen en hoe ze al hun zorgen op Hem konden leggen. De zekerheid die Hij hen gaf, dat al hun gebeden gehoord zouden worden, geldt ook voor ons.

Onze behoefte om te bidden

Jezus was zelf vaak in gebed toen Hij Zich onder de mensen bevond. Hij identificeerde Zich met onze behoeften en onze zwakheid. Hij smeekte Zijn Vader om nieuwe kracht, om verfrist Zijn plichten en moeilijkheden aan te kunnen. In alle opzichten is Hij ons voorbeeld. Hij is een broeder in onze zwakheden, “in alle opzichten verzocht zoals wij”, maar Zijn natuur verafschuwde het kwaad en Hij was de Zondeloze. Hij had het hard te verduren in een wereld vol van zonde. Zijn mens-zijn maakte het gebed tot een noodzaak én een voorrecht. Hij vond troost en vreugde in de gemeenschap met Zijn Vader. De Verlosser van de mens, de Zoon van God, kon niet zonder voortdurend, ernstig gebed. Des te meer hebben wij het als zwakke en zondige stervelingen nodig!

Onze hemelse Vader ziet er naar uit om ons overvloedig te zegenen. Het is ons voorrecht om met volle teugen te drinken uit de bron van oneindige liefde. Wat is het toch vreemd dat we zo weinig bidden. God staat klaar om het ernstige gebed van Zijn nederige kinderen te verhoren, en toch aarzelen wij vaak om Hem onze noden bekend te maken. Wat moeten de engelen in de hemel er wel van denken, als hulpeloze en aan verzoeking onderhevige mensen, zo weinig bidden? Dit terwijl Gods liefdevolle hart naar hen uitgaat en bereid is om hen meer te geven dan ze zouden kunnen vragen of bedenken. De engelen houden ervan om zich in aanbidding voor God te buigen en in Zijn nabijheid te zijn. De gemeenschap met Hem is hun grootste vreugde. Maar de mensen die Gods bijzondere hulp zo goed kunnen gebruiken, zijn blijkbaar tevreden zonder het gezelschap van Zijn verlichtende Geest.

De sleutel tot overwinning

Het leven van hen die het gebed verwaarlozen, wordt door zonde verduisterd. Zij kunnen de ingefluisterde verleidingen van de vijand niet weerstaan, omdat zij geen gebruik maken van de voorrechten die in de goddelijke gave van het gebed liggen. Waarom zijn Gods kinderen terughoudend om te bidden? Het gebed is immers de sleutel waarmee de gelovige de schatkamer van de hemel opent. Daar liggen de onuitputtelijke hulpbronnen van de Almachtige opgeslagen. Als we niet aanhoudend bidden en waakzaam zijn, lopen we het gevaar zorgeloos te worden en af te wijken van het rechte pad. De tegenstander probeert steeds om de weg naar verzoening met God te blokkeren, opdat we niet door ernstig gebed in geloof, de genade en kracht zouden ontvangen om aan de verleiding te weerstaan.

Bid in een kamer waar u alleen bent en laat ook tijdens uw dagelijkse bezigheden uw hart zich dikwijls tot God richten. Op die manier wandelde Henoch met God. Deze stille gebeden stijgen als kostbare wierook op tot voor de troon van genade. Iemand van wie het hart zo met God verbonden is, kan door de Satan niet overwonnen worden.

Voorwaarden van gebed

God verhoort en beantwoordt onze gebeden als die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Een belangrijke voorwaarde is dat we onze afhankelijkheid van Zijn hulp beseffen. Hij heeft beloofd: “Ik zal water uitgieten op het dorstige, en waterstromen over het droge land” (Jesaja 44:3). Wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, wie naar God verlangen, mogen er zeker van zijn dat ze verzadigd zullen worden. Het hart moet openstaan voor de invloed van de Geest, anders kunnen Gods zegeningen niet ontvangen worden.

Onze grote nood is op zichzelf een argument dat krachtig voor ons pleit. Maar we moeten de Heer zoeken en vragen of Hij deze dingen voor ons wil doen. Hij zegt: “Vraag en er zal je gegeven worden” (Matteüs 7:7). En: “Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken?” (Romeinen 8:32).

Als we iets verkeerds in ons hart koesteren of als we bewust aan een bepaalde zonde vasthouden, zal de Heer ons niet verhoren. Maar het gebed van iemand die berouw heeft, wordt altijd aanvaard. Als we al het verkeerde dat we ons kunnen herinneren in orde maken, mogen we gelovend vertrouwen dat God onze gebeden zal beantwoorden. Onze eigen verdiensten zullen ons nooit bij God in de gunst brengen. Het zijn de verdiensten van Jezus waardoor wij gered worden, en het is Zijn bloed dat ons reinigt. Toch hebben ook wij een bijdrage te leveren door te voldoen aan de voorwaarden om aanvaard te kunnen worden.

Een ander aspect voor gebedsverhoring is het geloof. “Wie God wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond” (Hebreeën 11:6). Jezus zei tot Zijn discipelen: “Daarom zeg ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen” (Marcus 11:24). Nemen wij Hem op Zijn woord?

Niets te zwaar voor God om te dragen

Maak steeds uw verlangens, vreugde, verdriet, zorgen en vrees bij God bekend. U kunt Hem nooit overbelasten. U kunt Hem nooit vermoeien. Hij, Die de haren van uw hoofd telt, staat niet onverschillig tegenover de noden van Zijn kinderen. “De Heer is immers liefdevol en barmhartig” (Jakobus 5:11). Wanneer wij verdriet hebben, wordt Zijn liefdevol hart daar meteen door geraakt. Ga met alles wat u niet kunt oplossen naar Hem toe. Niets is voor Hem te zwaar om te dragen. Hij houdt immers de werelden in stand, en Hij heerst over alle aangelegenheden in het universum. Hij is opmerkzaam voor het kleinste detail dat ook maar iets met ons welzijn te maken heeft. Er is geen hoofdstuk in ons levensverhaal, dat te donker is voor Hem, om het te kunnen lezen. Er is geen probleem zo moeilijk, dat Hij er niet uit kan komen. Onze tegenslagen, bezorgdheden en angsten, wat ons blij maakt en onze ernstige gebeden… niets gaat onze hemelse Vader onopgemerkt voorbij, zonder dat het Hem raakt. “Hij geneest wie gebroken zijn en verzorgt hun diepe wonden” (Psalmen 147:3). De relatie tussen God en elk individu is zo duidelijk en volledig, alsof er geen ander mens was, voor wie Hij Zijn geliefde Zoon heeft gegeven.

E. White – Uit het boek ‘Steps to Christ’, in het Nederlands gekend als ‘De enige weg’.

Lees ook: Ongelofelijke antwoorden op gebed – een aangrijpend persoonlijk getuigenis van Roger Morneau

Indien gij wildet…

Ik heb altijd geleerd dat “de wil” het begin van alles is. Iemand die gewillig is, komt in ieder geval in beweging. Maar willen is meer dan wensen. Iedereen wenst vrede, geluk, voorspoed… maar wensen gaat niet gepaard met een engagement. Terwijl, als je iets echt wil, doe je er iets voor.  Je moet natuurlijk weten wàt, en dus moet je instructies krijgen en als het gaat om het geloof, “uit goede bron”.  In Deuteronomium 8 klinkt echter al : “omdat gij naar de stem van de HERE, uw God, niet wilde luisteren”. 

Dat is opgeschreven voor u en mij en houdt ons een spiegel voor. Zijn we ook vandaag, zoveel eeuwen later gewilliger om te luisteren?

We kennen de woorden van Jezus in Mattheus 23:37-38 : “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.” Daar was dan hun  Koning en Heer, Hij waarnaar de profeten vooruitwezen, waar vanaf Adam was naar uitgekeken, Hij die sprak en het was er, die sprak zoals niemand voor Hem ooit had gesproken… Hoe tragisch, dat ondanks dat alle tekenen op Hem wezen, ze niet het geestelijke oog hadden van Simeon en Hanna. En weer kunnen we zeggen… “en wij?” Is ons oog beter geoefend om de waarheid te ontdekken en de schriften te onderzoeken en daaruit te leren wat God van ons wil? Zullen wij ons niet laten misleiden door succesrijke groepen, pracht en praal, aanzien, macht, de show, het aantal… in plaats de eenvoud van die eenvoudige man van Nazareth, met zijn eenvoudige boodschap die niet verandert. Kan ook niet – want alles wat God doet is eeuwig. 

Zou het mogelijk zijn dat we vandaag verloren lopen tussen de bijkomstigheden en de essentie missen? Iemand vroeg me recent hoe het komt dat ik – een leek – mij zo tot het evangelie en de verkondiging aangetrokken voel… Ja, voor sommigen is het extreem, een beetje religie, dat wel, maar niet teveel. Dat is niet wat de Bijbel me leert. God is niet tevreden met halve keuzes. 

In Jeremia 5:3  vraagt de profeet zich af : “Gij hebt hen geslagen, zij voelden geen pijn; Gij hebt hen vernield, zij hebben geweigerd tuchtiging aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een rots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.” en in Jesaja 30:15 : “Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn, – maar gij hebt niet gewild.”

Wat hebben wij niet gewild? Is het zijn liefde? Nemen we aan. Maar zijn onderwijzing? Dat is ouderwets. Een mens moet niet te ‘wettisch’ zijn… Laten we ieder woord onderzoeken, zoals Johannes 5 beschrijft : “Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen,en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben.” We willen wel het leven, maar niet hét Leven, niet Zijn vraag: kom en volg Mij…

Laat alles los en vertrouw op Mij, laten we samen overleggen… Zo leer je Mij kennen.” “Want dat is het eeuwige leven, dat zij U kennen, Vader, en Jezus Christus die U gezonden hebt.”

Dat is wat Jozua het volk voorhield : “leven of dood – zegen of vloek”.
Mijn gebed voor u is : “kies dan het leven”!