Zeven in de Bijbel – 2

Uit vorige brief weet je al dat zeven een bijzonder getal is. Het is het getal van een heilig God. Maar er is meer aan dit getal.

Er zijn bv ZEVEN noten in de toonladder. Alle muzikale indelingen zijn slechts variaties hiervan. Als de muzikant de achtste noot gebruikt, gaat hij terug naar de “do” en begint aan de hogere of lagere serie. De mens gaf de noten een naam, maar God bepaalde de klanken, net zoals God de dagen van de week vaststelde, en de mens benoemde ze.

Noach nam de reine dieren in de ark per ZEVEN paar (Genesis 7: 2) 

ZEVEN dagen nadat Noach de ark was binnengegaan, kwam de vloed. (Genesis 7:10) 

Petrus vertelt over de lankmoedigheid van God die wachtte in de dagen van Noach. (1 Petrus 3:21) Die ZEVEN dagen maakten een einde aan Gods geduld.

Voordat Aäron en zijn zonen hun priesterlijke werk ingingen, werden ze ZEVEN dagen gewijd. (Leviticus 8: 31-36) Dit is een afbeelding van een leven volledig of geheel gewijd of toegewijd aan de Heer in zijn dienst.

Op de verzoendag sprenkelde de hogepriester het bloed ZEVEN keer op het verzoendeksel. (Leviticus 16:14) Dit is een beeld van de volledigheid van het verlossingswerk van Christus.

“maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf” (Hebreeën 9:12).

Toen Christus Zichzelf aanbood, eindigden de offeranden. We hoeven niet langer offers te brengen op een altaar.

Toen Israël de stad Jericho innam, beval God de Israëlieten dat ze ZEVEN dagen om de stad heen moesten marcheren. En op de ZEVENDE dag, toen ze ZEVEN keer rond de stad marcheerden, beëindigden ze hun mars en de muren van Jericho, de stad die erom bekend stond oninneembaar te zijn, stortten ineen. (Jozua 6: 1-16)

Er waren ZEVEN FEESTdagen van de Heer. (Pascha, Ongezuurde Broden, Eerstelingen, Pinksteren, Grote Verzoendag, Bazuinfeest en Loofhuttenfeest). (Leviticus 23: 1-44)

Er waren ZEVEN armen aan de KANDELAAR in het Heilige in de Tempel en dit beeldt het volledige licht van God af voor de zielen van de mens.

Salomo bouwde de tempel in ZEVEN jaar en hield het Feest ZEVEN dagen lang. 

Job had ZEVEN zonen. 

Toen Jobs vrienden hem kwamen bezoeken, zaten ze ZEVEN dagen en ZEVEN nachten in stilte, en daarna moesten ze een brandoffer van ZEVEN ossen en ZEVEN rammen brengen. 

Naäman waste zich ZEVEN keer in de Jordaan. 

Jezus sprak ZEVEN woorden aan het kruis. 

ZEVEN mannen met een goed getuigenis werden gekozen om de tafels (de behoeften) van de kerk te bedienen in Handelingen 6: 1-7. 

Er waren ZEVEN jaren van overvloed en ZEVEN jaren van hongersnood in Egypte tijdens de dagen van Jozef.

ZEVEN keer in het boek Openbaring wordt de zegen van de Heer aan zijn volk beloofd. Dit worden de “Zaligsprekingen” van Openbaring genoemd. Deze zijn te vinden in de hoofdstukken 1: 3; 14:13; 16:15; 19: 9; 20: 6; 22: 7, 14. 

Er zijn ZEVEN Gaven van de Geest : Wijsheid, Kennis, Geloof, Genezing, Kracht om wonderen te doen, Profetie, Onderscheiding van geesten. “‘Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven; aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest; aan een derde door dezelfde Geest het geloof; en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen, de kracht om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, het vermogen om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen.’ (1Kor.12:8-10)

ZEVEN keer wordt het Boek des Levens in de Bijbel genoemd. 

Het boek Openbaring is een boek van ZEVEN. 

We hebben ZEVEN gouden kandelaren, zeven gemeenten, zeven geesten, zeven sterren, zeven plagen, ZEVEN zegels, ZEVEN bazuinen, ZEVEN Personages, ZEVEN weeën, zeven donders, zeven koppen, zeven bergen, ZEVEN nieuwe dingen. ZEVEN ZEVENS vormen dit boek. Het is de VOLLEDIGHEID van alle dingen.

Jezus zei om “ZEVENTIG maal ZEVEN te vergeven” Met andere woorden, Hij zegt: “Blijf vergeven totdat je compleet bent.” Zelfs de duur van Israëls straffen was gebaseerd op de wet van de ZEVENS. De ballingschap in Babylon duurde ZEVENTIG jaar, tien perioden van ZEVEN. (Jeremia 25: 11-12; Daniël 9: 2)

Er zitten rijke lessen in de Bijbel, maar het is niet bedoeld om er een spel mee te spelen. God heeft een bedoeling met de getallen die in de Bijbel worden vermeld. Net zoals de namen van de personages een verhaal op zich vertellen, vertellen ook de cijfers hun verhaal.

Zeven in de Bijbel – 1

Het cijfer zeven is één van de betekenisvolste cijfers in de Bijbel. 

Het volgende is een vertaling van een hoofdstuk uit het boek Biblical Mathematics, geschreven door predikant Ed F. Vallowe.

Toen de mens getallen begon te analyseren en combineren, ontwikkelde hij interessante symbolen.

Hij nam het volmaakte wereldgetal VIER

en voegde er het volmaakte goddelijke getal DRIE aan toe

en kreeg ZEVEN, het meest heilige getal voor de Hebreeën.

Het was de aarde gekroond met de hemel – de vier windhoeken van de aarde (of de hele aarde) plus de VOLLEDIGHEID VAN GOD. Dus we hebben ZEVEN dat de VOLLEDIGHEID uitdrukt door de vereniging van aarde en hemel.

Dit nummer wordt meer gebruikt dan alle andere nummers in het Woord van God, behalve het nummer EEN.

In het boek Openbaring wordt overal het getal ZEVEN gebruikt. 

Er zijn 

  • ZEVEN kerken, 
  • ZEVEN geesten, 
  • ZEVEN sterren, 
  • ZEVEN zegels, 
  • ZEVEN bazuinen, 
  • ZEVEN schalen, 
  • het beest met ZEVEN horens, 
  • maar ook het Lam heeft ZEVEN horens
  • ZEVEN ondergangen en 
  • ZEVEN nieuwe dingen. 

ZEVEN symboliseert spirituele perfectie. Het hele leven draait om dit getal. 

ZEVEN wordt in de Bijbel meer dan 700 keer gebruikt. 

Het wordt 54 keer gebruikt in het boek Openbaring.

Het hele Woord van God is gebaseerd op het getal ZEVEN. 

Het staat voor de ZEVENDE dag van de scheppingsweek en verwijst naar de (zevende) duizendjarige rust”dag” Zesduizend jaar om te kiezen wie men wil dienen, duizend jaar voor diegenen die voor God gekozen hebben, om inzage te verkrijgen in de hemelse oordelen en om de wonden te helen en de tranen te wissen. Zeven staat voor VOLLEDIGHEID of PERFECTIE.

Zeven is het getal van God. Het laat zien dat wat in de geschiedenis gebeurt niet afhankelijk is van mensen, maar gebeurt volgens Gods voordienend plan.

Zeven is het getal van de volheid en voltooiing, van rust en overvloed. Zoals de zevende dag de scheppingsweek voltooide, zo maken de zeven zegels, bazuinen en schalen Gods plan voor deze wereld compleet.

Deze wereld is voltooid en het is spoedig tijd voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, of het Sabbatsmillennium, waarna de eeuwigheid voor de gelovigen begint.

In Leviticus 23: 15-16 is het getal ZEVEN en de sabbat, die de ZEVENDE dag was, verbonden met het woord VOLTOOID. Het woord VOLLEDIG volgt na de woorden “ZEVENDE SABBAT”. De dag na de ZEVENDE sabbat vond er iets NIEUWS plaats.

Het woord VOLTOOID is ook verbonden met het getal ZEVEN. In Openbaring 10: 7 lezen we: “maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.

Het is GESCHIED” is een andere uitdrukking die wordt gevonden in verband met het getal zeven.

En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied. “ (Openbaring 16:17)

Het woord GESCHAPEN wordt ZEVEN keer gebruikt in verband met Gods creatieve werk. (Genesis 1: 1; Genesis 1:21; 1:27 (driemaal); 2: 3; en 2: 4).

God schiep alle dingen in het begin en nam toen zes dagen om Zijn schepping tot AANSCHIJN TE ROEPEN en rustte op de ZEVENDE dag. (Genesis 2: 1-3). God stelde ZEVEN dagen in voor de week, en de meeste, zo niet alle naties rekenen op die manier de tijd: ZEVEN dagen per week. Weinigen staan ​​erbij stil waarom er ZEVEN dagen in een week zijn. Er zijn talrijke experimenten geweest om de week anders in te delen, maar telkens opnieuw bleek dit een onwerkbare instelling en werd men gedwongen terug te keren naar de zevendaagse week. Geven atheïsten en ongelovigen God de Bijbel daarvoor de eer?

Zult u vergeten worden ?

Uit : Jezus en Satan / Alfred Deligne

Voor miljoenen mensen bestaat de Schepper niet meer, Wij hebben het punt bereikt waar onze theologie doodloopt in de duisternis. God is verdwenen achter de verbijsterende pres­tatie van de “mondige mens”. De laatste vonk van religie is in ontelbare harten uitgeblust. Daardoor is de nacht ingetreden en onze talloze neonlichten veranderen daar niets aan.

Men hoopt niets meer, men verwacht niets meer, de harten zijn leegge­lopen. Waar de toekomst verdwijnt, rijst de wan­hoop op. De mens is te ver gegaan. Er is geen weg terug… “Wij kunnen de machines niet meer stilzetten die wij zelf in be­weging hebben gebracht.” (Carrel)

Weinigen geven zich rekenschap van de ontzettende wer­kelijkheid. Onze tijd gaat veel verder in haar ongeloof dan eeuwen tevo­ren. De fundamenten zijn ondermijnd; kruis en Bijbel zijn tot ergernis ge­worden. Het is de eeuw van gezagsverwer­ping en stofaanbidding, die het leven tot een ramp maken.

“God is dood!” was de wanhoopskreet van Nietzsche. God wordt afgewe­zen omdat Hij niet beantwoordt aan onze be­grensde begrippen. Hij zou een god moeten zijn naar ons beeld en onze gelijkenis.

Maar is het niet waanzinnig dit grote probleem te willen op­lossen?

Is het onze roeping, de Almachtige die een ontoegankelijk licht bewoont, te verdedigen?

Overschrijdt onze rede haar grenzen niet, als zij meent God in bescher­ming te willen nemen en te willen pleiten voor zijn Voorzienigheid?

Heeft God advocaten nodig?

Wij kunnen onmogelijk in het volle licht staren zonder ons ge­zichts­ver­mogen schade te berokkenen. Zullen wij niet liever berustend buigen voor het geheimenis van het goddelijk licht? Ook de werkelijkheid en het raadselachtige van het kwade dat groeit in al zijn dimensies naarmate de beschaving groeit, kun­nen wij niet verklaren.

De meeste kerken kwijnen en zijn niet meer liefdevol en heili­gend ingrij­­­pend. Het diepste, het rijkste en het schoonste van hun geloof hebben zij verloren. Samen met de ongelovigen drinken zij uit de gebarsten waterbak­­ken van de wereld, in plaats van het progressief benaderen van God door Christus. Door scheuren en gaten is de wereld met haar verborgenheid der ongerechtigheid in hen binnengedrongen en schiep hun nog nooit bereikte onverschilligheid.

Walter Lipman schreef: “Mijn grootvader geloofde, en was gelukkig, mijn vader twijfelde, mijn kinderen trokken er zich niets meer van aan.”

De gelovigen, gedompeld in de meest geraffineerde weelde van de moderne cultuur, zijn ten dode opgeschreven. Eeuwenou­de vormen worden nog bewaard, hun christendom is tot een dorre dogmatiek, tot een versteende mummie gewor­den. De machten uit de diepte schijnen te triomferen. Slechts een ware Godsopenbaring in haar ontdekkend licht, kan klaarte brengen in dit tragisch probleem.

De geheimzinnige ontwrichtende macht van de zonde, wier tegenwoor­dig­heid niet te rechtvaardigen is, de incarnatie van een princiep dat tegenover de eeuwige wet van de liefde staat, heeft de gelovigen in haar greep. Er is ontzaglijk veel kaf. Gods volk moet in de zeef. Het goudgele graan moet van het kaf gescheiden worden.

Terwijl wij de geschiedenis schrijven met het bloed der ver­drukten, schrijft de liefde in het verborgen met goddelijk ge­duld, de historie van het heil, de onbekende heldenzang van de kinderen der liefde op weg naar hun eeuwi­ge bestemming. Hier is wellicht de hoogtelijn, de lijn der verdeling tussen twee mensenrassen, kinderen der wereld en kinderen des lichts.

Maar vele raadsels blijven onopgehelderd, zoveel dat wij den­ken te door­zien, blijft ons onverklaarbaar. Welke merkwaardige gebeurtenissen grijpen voortdurend plaats in onze hersenen, in dit nietig slijmerig orgaan? Het is onbegrijpelijk hoe een ganse wereld kan worden opgenomen in de voor het oog onzichtbare celletjes. Met de machtigste mi­croscoop kunnen wij niets ontdekken van de levens­drama’s die in onze hersencellen zijn opgeborgen.

Eindeloze opslagplaatsen waar de schatten der kennis worden bewaard, waar al ons lief en leed onzichtbaar wordt opgesta­peld. Heilige plaatsen waar onze geheimen zich bevinden, ook onze geliefden, ook deze die al lang gestorven zijn! 

David A. Mac Lennon zag op een oud kerkhof een grafsteen staan waarop hij las: “Gij denkt dat ik al vergeten ben, ik ben het niet!”

Maar zult u hetzelfde kunnen zeggen? Wij zijn stervelingen. We weten niet hoelang we hier nog zullen vertoeven. En dan? Was dit alles? Wat was mijn doel op deze aarde? Of zal ik worden herinnerd door Hem die de harten en nieren doorzoekt, en Doe weet dat ik Hem heb verwacht, op de opstandingsmorgen, wanneer de graven open gaan en de eeuwige dageraad aanbreekt.

Alfred Deligne beschrijft in Jezus & Satan de strijd achter de schermen. Twee machten strijden om onze aandacht en toewijding. Dit boek uit 1980 werd gedigitaliseerd en geïnteresseerde lezers kunnen het aanvragen.
Het boek maakt deel uit van de Digitale Module C / Christelijk Leven van Natur-El waarin meer dan 100 boeken, brochures, artikels, bijbelstudies… zijn verzameld.

Als je niet weet van wat en hoe

Eén van de gedichtjes van Winnie de Poeh attendeert ons erop dat het leven één valpartij is, “als men niet weet van wat en hoe”. Maar weet u wàt en hoè? Laat me een voorbeeld geven van iemand die het wel wist. Het was een wat oudere man, die als oud-student van een theologische faculteit in Chicago (VS), aanwezig was op de jaarlijkse hoogdag van deze campus. Het is een evenement dat midden in de zomer plaatsvindt op een grote weide in open lucht en heeft tot doel om toekomstige studenten warm te maken om te kiezen voor een theologische opleiding.

Ieder jaar worden befaamde denkers uitgenodigd om hun ideeën over godsdienst en christendom en theologie duidelijk te maken vanaf het podium en ook dat jaar werd een befaamd spreker en schrijver uitgenodigd om te komen spreken over een actueel thema.

De spreker in kwestie was dr. Paul Tillich, een man die heel wat boeken op zijn naam heeft en die het jonge en oudere publiek die voormiddag duidelijk maakte “dat de opstanding nooit had plaatsgehad”. Gedurende twee en een half uur, bracht hij het éne argument na het andere, citeerde hij de ene uitspraak na de andere om te bewijzen dat het geloof in de opgestane Jezus vals was, omdat Hij in feite nooit was opgestaan… Met de ondersteuning van al de schrijvers die hij daarvoor citeerde, deed hij dit af als een waanvoorstelling, een illusie, een vervalsing… Zijn conclusie was, dat gezien er geen sprake was van een historische opstanding, het geloof van veel christenen eerder berust op religieuze traditie – zonder grond – maar vooral gebaseerd is op emoties, kortom een fantasie-verhaal.

Het geloof kan je dan omschrijven als “het houvast in de Opgestane Redder die in feite nooit was opgestaan”, althans niet in letterlijke zin.

Na al zijn argumenten en zijn conclusies, werd het stil. Hij kondigde aan dat wie wou, gerust vragen kon stellen. Maar wie zou nog vragen durven stellen aan een wetenschapper die zo bevlogen, met zoveel autoriteit en met zoveel argumenten de feiten op een rijtje had gesteld?

Tenzij… in de hoek van het grasveld stond een oude predikant op en sprak zo luid mogelijk “Mr. Tillich”… ondertussen zocht hij in zijn rugzak een sappig appeltje en nam er een hap van… “ik heb toch een vraag…” terwijl hij rustig verder knabbelde aan zijn appeltje “Ik heb natuurlijk niet al die boeken gelezen die u daar citeert” en verder op het appeltje kauwend : “en ik kan ook niet al die argumenten die u geeft controleren op hun echtheid” appeltje… “ik kan dus ook niets vertellen over het hoe en waarom van al die argumenten van al die geleerden” appeltje… “maar ik heb toch een vraag”. De ogen van het grote publiek waren gericht op die geheimzinnige man en die stak het klokhuis van zijn appel omhoog “Weet u hoe deze appel smaakt? Proeft die zoet of zuur?” Tillich was verbijsterd over deze opmerking en probeerde aan de vraag te ontkomen door diplomatisch te antwoorden: “Maar beste meneer… ik heb uw appel niet geproefd. Hoe kan ik er dan over oordelen of uw appel zoet of zuur is?” De oude predikant besloot kalm maar direct : “Wel Dr. Tillich, dat is uw probleem. Zo kan men alle argumenten bij elkaar zoeken en daar prachtige voordrachten over geven. Maar net zo goed als u niet hebt geproefd van mijn appel, hebt u ook niet geproefd van mijn Jezus!”

Het talrijke publiek kon zich niet inhouden met applaudisseren en gelukwensen aan het adres van de oude predikant. Tillich van zijn kant dankte het publiek voor de aandacht en verliet prompt het podium.

Velen babbelen er vandaag op los. Als ik de uitleg hoor hoe men “het ontstaan van de wereld en van de planten en dieren” beschrijft, dan lijkt het alsof ze er zelf bij waren… Ze hebben zoveel te vertellen over allerlei zaken. Hypothesen worden voorgesteld als de enig denkbare wetenschap en het publiek slikt. Maar wat is hun “grond” van waaruit ze het zeggen? Welk belang hebben ze om zo te spreken?

Heb jij Jezus ʻgeproefdʼ? Anders gezegd: “Ben je al zover met Jezus op weg gegaan, dat je de smaak te pakken hebt en dat je Hem hebt leren kennen?”

Psalm 34:9 nodigt ons nochtans uit om :

“Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt.”

Behoefte aan zekerheid

Elke mens heeft behoefte aan momenten van rust en sereniteit. We kunnen jarenlang roofbouw plegen op lichaam en geest, en sommigen kunnen wellicht meer verdragen dan anderen, maar er zijn voor iedereen grenzen aan de draagkracht. In beproevingen en tegenslagen, ziekte of tegenvallende resultaten, kunnen mensen ook hun eigen vijand worden. Terwijl ze rust, vertrouwen en kalmte nodig hebben, kan hun geest de spanning verhogen, kunnen gedachten van angst en onrust de laatste druppel vertrouwen doen verdampen… 

Jawel, het leven kan hard zijn, er kunnen harde noten te kraken zijn en mensen kunnen klappen krijgen, tegenslagen verduren, mentaal en fysiek gekraakt worden… In alles blijft er behoefte aan houvast. 

Ik denk dan aan Jezus, lijdend aan dat ruw houten kruis, voor mij, voor u… In dat duistere moment van zijn leven, nadat Hij had gebeden “indien het mogelijk ware, laat deze beker aan Mij voorbijgaan”… ging Hij door tot het einde, verlaten van zijn Vader, verlaten van vrienden… tot wanneer die woorden klonken “het is volbracht!” Aan die woorden ging geen gemakkelijk leven vooraf. Van bij Zijn geboorte was er geen plaats, maar heel zijn leven vond Hij troost en kracht in het gesprek met zijn Hemelse Vader. En daar in dat duistere moment op Golgotha, was het akeligste, dat er geen antwoord uit de hemel kwam, dat de hemel bleef zwijgen… Maar ondanks dat, zie je daar Jezus, zoals altijd, boven de pijn uit, bekommerd om diegenen die achterblijven, begaan met mensen die hun zondigheid niet begrijpen, spot en laster trotserend. 

Kijkend naar Hem vind ik kracht, luisterend naar Zijn woorden vind ik bemoediging. Ik word stil want ik weet dat mijn Verlosser leeft. Ik bid voor mezelf, maar net zoveel voor u die dit leest, dat onze goede God ons rijkelijk van Zijn kracht mag toebedelen, gewoon voldoende voor elke dag. Mag zijn Woord u helpen houvast te vinden in die Woorden van eeuwig leven.

uit HouVast / jan. 2013

Meditatie

‘Het hart is bedrieglijk boven alle dingen en erg slecht. Godsdienstleraars zijn niet bereid om zichzelf goed te onderzoeken om te zien of ze in het geloof staan. Het is een angstaanjagend feit dat velen steun zoeken bij een valse hoop. Sommigen steunen op een oude ervaring die ze jaren geleden hadden. Wanneer ze worden opgeroepen nu hun hart te onderzoeken, wanneer iedereen dagelijks ervaring zou moeten hebben met God, dan hebben ze niets te vertellen. Ze lijken te denken dat het aanspraak maken op de waarheid hen zal redden. Wanneer die zonden die God haat, worden onderworpen, dan zal Jezus binnenkomen en bij je zijn en jij zult met Hem zijn. Je zult dan goddelijke kracht aan Jezus ontlenen, en je zult met Hem samengroeien. In heilige triomf kun je dan zeggen: Gezegend zij God die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus.

Het zou de Heer aangenamer zijn geweest wanneer lauwe godsdienstleraars zijn naam nooit hadden genoemd. Ze zijn een voortdurende belasting voor degenen die getrouwe volgelingen van Jezus zouden kunnen zijn. Ze zijn een struikelblok voor ongelovigen, en boze engelen jubelen over hen en bespotten de engelen van God met hun kromme levenswandel. Zij zijn een vloek voor Gods zaak in binnen- of buitenland. Ze komen tot God met hun lippen, terwijl hun hart ver van Hem verwijderd is.”

Ellen White, Spiritual Gifts, vol 2, p. 227

‘Christus stelde de hoop op aardse grootheid teleur. In de Bergrede trachtte Hij het werk ongedaan te maken dat tot stand was gebracht door verkeerd onderricht, en Zijn toehoorders een juist begrip te geven van Zijn koninkrijk en Zijn eigen karakter. Toch viel Hij de dwalingen niet op directe wijze aan. Hij zag, dat de ellende van de wereld te wijten was aan de zonde, maar toch gaf Hij hun geen levendige beschrijving van hun jammerlijke staat. Hij leerde hun iets dat oneindig veel beter was dan hetgeen ze gekend hadden. Zonder hun ideeën over het koninkrijk Gods te bestrijden, vertelde Hij hun over de voorwaarden om daar binnen te gaan, en liet het aan henzelf over om daaruit op te maken wat de aard van dat koninkrijk was. De waarheden die Hij leerde, zijn niet minder belangrijk voor ons dan voor de menigte die Hem volgde. Wij hebben er niet minder dan zij behoefte aan de grondbeginselen van het koninkrijk Gods te leren kennen.’

Robert Louis Stevenson werd in 1850 in Edinburgh, Schotland geboren. Stevenson vertelde hoe hij op een avond, terwijl het kindermeisje hem klaarmaakte om naar bed te gaan, naar het raam glipte en hij zag iets wat hem betoverde. Hij zag iemand die de staartlantaarns aandeed. Hij ging van de ene gaslamp naar de volgende. Met kinderlijke verrukking riep hij zijn kindermeisje naar zich toe en zei: ‘Kijk naar die man! Hij prikt gaten in de duisternis!’