De Weg van Grote Vrede

uit De Hoeksteen 103

Die Uw wet beminnen, hebben grote vrede, en zij hebben geen aanstoot.” Psalm 119: 165 (SV). 
De wereld moet de vervulling van deze grote waarheid nog zien. De gemeente van God moet het nog in de volste betekenis ervaren. Maar het zal worden vervuld tot vreugde van de gemeente, tot lof en heerlijkheid van God en tot tevredenheid van het toeziende universum. ‘

‘Tot nu toe is er in de geschiedenis van de wereld slechts één Man geweest die dit vers heeft uitgeleefd. Hij had God lief met heel Zijn hart, en ziel, en geest, en kracht. We weten dat de wet van God een afdruk van Gods heilige karakter is en dat Jezus, toen Hij Gods wet uit kwam leven, een demonstratie kwam geven van het karakter van Zijn Vader. 

Het leven van Jezus kan samengevat worden door de volgende woorden:  “Hij nam nooit aanstoot!” De gevoelens van Jezus waren nooit gekwetst, Zijn trots was nooit gekrenkt, Hij voelde Zich nooit beledigd en eiste nooit een excuus – Hij nam nooit aanstoot. 

De reden is eenvoudig. Hij kwam om Gods karakter te demonstreren, en er werd van Hem gezegd: “Ik woon in de hoge hemel en in het heilige, en bij de verbrijzelde en nederige van geest.” Jesaja 57: 15. Jezus was te nederig en te ootmoedig om aanstoot te nemen aan wat mensen Hem aandeden. Hij zegt van Zichzelf: “Ik ben zachtmoedig en nederig van hart”. Zulke eigenschappen van het hart kunnen door trotse en hoogmoedige mensen worden misbruikt zonder gekwetst te worden.

‘Dat was het karakter van God dat Jezus kwam openbaren. De mensen hadden zulke verkeerde ideeën over God dat Jezus bereid was alles te doen om de bedekking van het ongeloof weg te rukken en het ware karakter van hun hemelse Vader te onthullen. Hij deed precies wat God gedaan zou hebben. 

Ellen G. White schrijft dat Hij “de onvermoeide Dienaar was van de noden van de mensen”. Laten we Hem stap voor stap volgen op Zijn weg van nederigheid en zachtmoedigheid, terwijl Hij bij elke stap de ondergeschikte taken van een dienaar verricht voor het welzijn van iedereen die Hij ontmoet, en zo een openbaring geeft van Zijn Vader. Wij zien Hem in de wereld komen, niet aangekondigd door de koningen van de aarde, niet geboren in een paleis, niet gewikkeld in satijn en kant en gelegd in een gouden wieg, maar Hij werd in een stal geboren, omringd door dieren, in de goedkoopste doeken gewikkeld en in een kribbe gelegd. Alleen zo kon Gods karakter worden geopenbaard. Dit is onbeschrijflijke nederigheid. Dit is een openbaring van Gods wet. Dit is de weg tot “grote vrede”.

Wij zien Hem opgroeien tot een volwassen man, niet in de weelde en het comfort van een koninklijke familie, niet met goed betaalde privé onderwijzers en luxe overeenkomstig Zijn afkomst. Hij groeide op in een eenvoudig huisje, en werd onderwezen door een eenvoudige jonge vrouw, en Hij hielp Zelf om in de behoeften van het arme gezin te voorzien door te werken in een eenvoudige werkplaats. 

‘Hij geeft Zichzelf onophoudelijk in werken van liefde “om te genezen wie gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid.” In drie en een half jaar heeft hij meer gediend dan enig ander mens in een heel mensenleven, waarvoor Hij als beloning meestal bespot, bedreigd, beledigd, bekritiseerd en verkeerd voorgesteld werd. Hij gaf nooit op of raakte nooit ontmoedigd, maar wanneer iemand leed die Hij kon helpen, dan was Hij er. Geen afstand was te groot voor Zijn voeten, geen geval te ontaard voor Zijn medelevende hart, geen bedreiging te ernstig om Hem te belemmeren in Zijn daden van barmhartigheid. Iedere vraag om hulp werd beantwoord, iedere smeekbede werd gehoord, “Hij leefde om anderen te zegenen”. In dit alles werd het eigen Ik vergeten. Er was geen tijd, geen plaats en geen noodzaak voor zelfbehagen. Het eigen Ik kwam nooit naar voren in Zijn leven en werd dus ook nooit gekwetst door alle laster en onvriendelijkheid die over Hem werd uitgestort. Hij had het leven ten volle lief, want “Die Uw wet beminnen, hebben grote vrede, en zij hebben geen aanstoot”. Hij hield van ieder moment van Zijn onzelfzuchtig leven, want voor Hem was dit het leven. Het was slechts een voortzetting van dat grote leven van onvermoeide dienstbaarheid dat Hij bij de Vader had voordat de wereld bestond. Hij kon zeggen “Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.”

Zoals de zon overvloedig zijn zegeningen van licht en warmte uitgiet over de aarde en zich nooit terugtrekt, hoewel de nietige mens zijn weldadigheid kan geringschatten of onderwaarderen, zo was het ook met Jezus. Als de Zon der Gerechtigheid kwam Hij op met genezing onder Zijn vleugels, om de zegeningen van Zijn leven als een licht te geven en de wereld te verwarmen met Zijn liefde. En niets kon Hem van Zijn stuk brengen, niets kon Zijn liefde verstoren en niets Zijn onzelfzuchtige bedoeling krenken om de lijdende mensheid te zegenen en te helpen. 

We zien Hem het heerlijke hoogtepunt bereiken in Zijn streven om “de Vader te tonen”. Zij bevonden zich in de bovenzaal om het Pascha te eten. Het was een warme dag geweest en ze waren moe van de reis en vuil van de stoffige wegen. Zij konden zich in deze toestand niet verheugen in de zegeningen van de avond. Hun voeten moesten worden gewassen, maar wie zou zijn hart verootmoedigen voor zo’n nederige taak? Petrus niet, de jongeren zouden zijn positie moeten respecteren en het voor hem doen. De begaafdheid van Judas hield hem tegen, het was te vernederend voor de wijste van de apostelen. Johannes niet, de ouderen moesten hem, als de jongste, het goede voorbeeld geven. 

Er was geen vrede in hun harten, alleen de onrust van trots die botste met het geweten, terwijl ze allemaal de waskom en de linnen doek ontweken. Dit was geen probleem voor Jezus. Hij had geen trots om neer te halen. Er was geen strijd in Zijn hart. Hij nam de linnen doek en het water en knielde voor hen neer en waste die vuile voeten. Door dat te doen deed Hij wat God gewoonlijk doet. In deze geweldige daad van neerbuigendheid openbaarde Jezus de Vader. 

Dit was niets nieuws, maar een openbaring voor ons zwakke verstand van Gods houding ten opzichte van Zijn hele schepping. God was altijd al bezig geweest met het “wassen van de voeten” van iedereen in Zijn universum. Hij leefde om anderen te zegenen. Hij heeft hen geschapen zodat Hij aan hen kon geven. Hij schiep hen om Zijn liefde over hen uit te storten. 

God is de gewillige dienaar van Zijn schepping. Hij buigt Zich neer om te voorzien in iedere materiële en geestelijke behoefte, en dat doet Hij overvloedigen zonder ophouden. Hij geeft Zijn leven om te zegenen, te onderhouden, te dragen en vreugde te schenken aan de bewoners van ontelbare werelden. Hij was te nederig om dit feit te verkondigen en Zichzelf te openbaren aan Zijn kinderen. Maar op deze aarde werd drieëndertig en een half jaar lang het gordijn opzij geschoven, en de Eniggeborene van de Vader openbaarde dat wat door de eeuwen heen verborgen was geweest. Die nacht in de bovenzaal werd het universum verlicht met de glorieuze openbaring van Gods karakter zoals die nooit eerder was gezien. 

Maar een nog een grotere daad zou de openbaring van Gods nederigheid, zoals die werd gezien in de bovenzaal, overstijgen. Op de rotsachtige heuvel Golgotha zag het universum met ontzag en verbazing de hoogte en de diepte, de lengte en de breedte van Gods nederigheid en zachtmoedigheid, toen Jezus het kruis verdroeg en schande verachtte. Daar, opgeheven tussen de aarde en de hemel, voor beide om te aanschouwen, was de machtigste openbaring van Gods gewilligheid om te geven. “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij… gegeven heeft.” En in Zijn geven hebben wij enig inzicht gekregen in Zijn wet van ultieme liefde. We zagen de weg van overwinning over trots en het eigen ik, we zagen de weg van vrede – grote vrede.

Alleen wanneer we naar deze taferelen kijken, kunnen we hopen Gods wet te begrijpen en lief te hebben. Zijn wet is geen reeks beperkingen, of een ontmoedigende serie verboden, maar de weg van liefdevolle dienst aan anderen, de weg van “geen aanstoot”. 

De gebeurtenissen voor de kruisiging: het spuwen in Zijn gezicht, het uitrukken van Zijn haar, de wrede behandeling door de soldaten, de vernedering en schande, spreken duidelijk tot u van de uiterste inspanning die God zal doen om Zijn liefde voor u te bewijzen, door het tonen van Zijn wet in daden. Zijn wet is onzelfzuchtige, liefdevolle, nederige dienstbaarheid, die geen rekening houdt met de gevolgen voor zichzelf bij het dienen van de behoeftigen. De zonde zorgde voor een grotere noodzaak voor God om Zijn wet nog duidelijker te laten zien. Deze gedoemde wereld was de achtergrond van grote menselijke nood, waartegen Gods demonstratie van Zijn grote liefde afstak. De duisternis van onze zonde en ellende werd een heerlijk tafereel dat des te volmaakter Gods bereidheid toonde om tot elke diepte af te dalen en Zichzelf op te offeren teneinde te dienen, te helpen, te verheffen en tot het uiterste te gaan.
Het kruis bevestigde Gods wet voor Zijn schepping. Zr. White schrijft: “God te kennen is Hem lief te hebben”. Toen Jezus’ leven van onzelfzuchtig dienstwerk tot het hoogtepunt van het kruis kwam, begon heel het universum God te kennen zoals ze Hem nog nooit hadden gekend. Zij zagen Zijn wet in actie. Zij zagen in het onwankelbare, onvermoeibare en onzelfzuchtige leven van Christus de onveranderlijke wet van het universum aan het werk. Toen begrepen zij God en hadden Hem lief vanwege Zijn weergaloze gave, en door Hem lief te hebben vervulde de vrede die alle kennis te boven gaat heel Zijn universum, want “grote vrede hebben zij die Uw wet beminnen, en zij hebben geen aanstoot.” We zouden kunnen zeggen dat het nooit anders was geweest, maar dat is niet zo. Er was een tijd dat er “oorlog was in de hemel”, en die oorlog beïnvloedde heel het gebied van Gods schepping. Satan had hen wijsgemaakt dat zij door God werden misleid en dat Hij weliswaar deed alsof Hij vriendelijk en liefdevol voor hen was, maar dat ze in werkelijkheid onder de ijzeren heerschappij van een hardvochtige dictator stonden, die hen op straffe van de dood tot strikte gehoorzaamheid dwong, en dat God van hen getrouwheid eiste, maar dat Hij Zelf niets gaf.

Een derde van de engelen in de hemel geloofde het, en “nam aanstoot” aan wat zij beschouwden als Gods misleiding. Hoeveel andere schepselen van God genoeg “aanstoot” hebben genomen om een vraagteken in hun geest achter te laten, zullen we nooit weten. Maat het leven van Jezus en Golgotha namen de twijfel weg. Het nam de bedekking van ongeloof weg en zij zagen God in Zijn wet. De vrede van volledige en volmaakte liefde voor, en het vertrouwen in hun grote hemelse Vader was hersteld, en zij begrepen als nooit tevoren dat wie “Uw wet beminnen, hebben grote vrede, en zij hebben geen aanstoot.” Daarom kan de zonde nooit een tweede keer ontstaan. 

Er bleef nu nog slechts één ding over, en dat was de gemeente op aarde op dezelfde wijze te overtuigen zoals de hemel. Daarom is er de drie-engelenboodschap, om een volk op te roepen op Gods wet te zien en te begrijpen, en dat bereid is om die wet door Hem in hun hart te laten schrijven. Voor dit doel is er een deur geopend tot in het binnenste van het hemelse heiligdom, en door deze opening heeft God stralen van licht, liefde en kennis laten neerdalen over Zijn gemeente, zoals dat nog nooit eerder aan stervelingen was gegeven.

Hij heeft hun het Lam getoond “dat verwond was en bloedde” – het eeuwige beginsel van Zijn gewilligheid om alles te geven – in de hoop dat zij Zijn liefde zullen beantwoorden. En dat zullen ze ook! Gods volk zal Hem alsnog kennen en Hem liefhebben, en alles opgeven om Zijn naam te verheerlijken. Zo’n volk wordt getoond in Openbaring 7 en 14. Zij hebben Zijn naam, Zijn zegel en Zijn karakter, en tot Zijn lof zullen zij het kruis van dienstbaarheid opnemen. Voor hen is de doop met vuur bewaard, bekend als de “tijd van benauwdheid zoals er nog nooit is geweest”. Alles wat goddelozen en duivels kunnen bedenken zal tegen hen worden gezegd en hen worden aangedaan, maar zij zullen, net als Jezus, niet falen noch ontmoedigd worden, want zij zullen het geheim hebben geleerd: “Die Uw wet beminnen, hebben grote vrede, en zij hebben geen aanstoot.’

Uit: Marian Pel. ‘De Hoeksteen 103

Spreken met God

Bidden is het openen van het hart voor God als voor een vriend. Niet dat bidden nodig is om aan God bekend te maken hoe het met ons gaat. Het gebed opent de deur voor God en laat Hem binnen komen in ons leven. Het gebed doet God niet afdalen naar ons toe, maar brengt ons omhoog tot Hem. Toen Jezus op aarde was, leerde Hij Zijn discipelen hoe te bidden. Hij toonde hen hoe ze hun dagelijkse noden bij God konden brengen en hoe ze al hun zorgen op Hem konden leggen. De zekerheid die Hij hen gaf, dat al hun gebeden gehoord zouden worden, geldt ook voor ons.

Onze behoefte om te bidden

Jezus was zelf vaak in gebed toen Hij Zich onder de mensen bevond. Hij identificeerde Zich met onze behoeften en onze zwakheid. Hij smeekte Zijn Vader om nieuwe kracht, om verfrist Zijn plichten en moeilijkheden aan te kunnen. In alle opzichten is Hij ons voorbeeld. Hij is een broeder in onze zwakheden, “in alle opzichten verzocht zoals wij”, maar Zijn natuur verafschuwde het kwaad en Hij was de Zondeloze. Hij had het hard te verduren in een wereld vol van zonde. Zijn mens-zijn maakte het gebed tot een noodzaak én een voorrecht. Hij vond troost en vreugde in de gemeenschap met Zijn Vader. De Verlosser van de mens, de Zoon van God, kon niet zonder voortdurend, ernstig gebed. Des te meer hebben wij het als zwakke en zondige stervelingen nodig!

Onze hemelse Vader ziet er naar uit om ons overvloedig te zegenen. Het is ons voorrecht om met volle teugen te drinken uit de bron van oneindige liefde. Wat is het toch vreemd dat we zo weinig bidden. God staat klaar om het ernstige gebed van Zijn nederige kinderen te verhoren, en toch aarzelen wij vaak om Hem onze noden bekend te maken. Wat moeten de engelen in de hemel er wel van denken, als hulpeloze en aan verzoeking onderhevige mensen, zo weinig bidden? Dit terwijl Gods liefdevolle hart naar hen uitgaat en bereid is om hen meer te geven dan ze zouden kunnen vragen of bedenken. De engelen houden ervan om zich in aanbidding voor God te buigen en in Zijn nabijheid te zijn. De gemeenschap met Hem is hun grootste vreugde. Maar de mensen die Gods bijzondere hulp zo goed kunnen gebruiken, zijn blijkbaar tevreden zonder het gezelschap van Zijn verlichtende Geest.

De sleutel tot overwinning

Het leven van hen die het gebed verwaarlozen, wordt door zonde verduisterd. Zij kunnen de ingefluisterde verleidingen van de vijand niet weerstaan, omdat zij geen gebruik maken van de voorrechten die in de goddelijke gave van het gebed liggen. Waarom zijn Gods kinderen terughoudend om te bidden? Het gebed is immers de sleutel waarmee de gelovige de schatkamer van de hemel opent. Daar liggen de onuitputtelijke hulpbronnen van de Almachtige opgeslagen. Als we niet aanhoudend bidden en waakzaam zijn, lopen we het gevaar zorgeloos te worden en af te wijken van het rechte pad. De tegenstander probeert steeds om de weg naar verzoening met God te blokkeren, opdat we niet door ernstig gebed in geloof, de genade en kracht zouden ontvangen om aan de verleiding te weerstaan.

Bid in een kamer waar u alleen bent en laat ook tijdens uw dagelijkse bezigheden uw hart zich dikwijls tot God richten. Op die manier wandelde Henoch met God. Deze stille gebeden stijgen als kostbare wierook op tot voor de troon van genade. Iemand van wie het hart zo met God verbonden is, kan door de Satan niet overwonnen worden.

Voorwaarden van gebed

God verhoort en beantwoordt onze gebeden als die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Een belangrijke voorwaarde is dat we onze afhankelijkheid van Zijn hulp beseffen. Hij heeft beloofd: “Ik zal water uitgieten op het dorstige, en waterstromen over het droge land” (Jesaja 44:3). Wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, wie naar God verlangen, mogen er zeker van zijn dat ze verzadigd zullen worden. Het hart moet openstaan voor de invloed van de Geest, anders kunnen Gods zegeningen niet ontvangen worden.

Onze grote nood is op zichzelf een argument dat krachtig voor ons pleit. Maar we moeten de Heer zoeken en vragen of Hij deze dingen voor ons wil doen. Hij zegt: “Vraag en er zal je gegeven worden” (Matteüs 7:7). En: “Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken?” (Romeinen 8:32).

Als we iets verkeerds in ons hart koesteren of als we bewust aan een bepaalde zonde vasthouden, zal de Heer ons niet verhoren. Maar het gebed van iemand die berouw heeft, wordt altijd aanvaard. Als we al het verkeerde dat we ons kunnen herinneren in orde maken, mogen we gelovend vertrouwen dat God onze gebeden zal beantwoorden. Onze eigen verdiensten zullen ons nooit bij God in de gunst brengen. Het zijn de verdiensten van Jezus waardoor wij gered worden, en het is Zijn bloed dat ons reinigt. Toch hebben ook wij een bijdrage te leveren door te voldoen aan de voorwaarden om aanvaard te kunnen worden.

Een ander aspect voor gebedsverhoring is het geloof. “Wie God wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond” (Hebreeën 11:6). Jezus zei tot Zijn discipelen: “Daarom zeg ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen” (Marcus 11:24). Nemen wij Hem op Zijn woord?

Niets te zwaar voor God om te dragen

Maak steeds uw verlangens, vreugde, verdriet, zorgen en vrees bij God bekend. U kunt Hem nooit overbelasten. U kunt Hem nooit vermoeien. Hij, Die de haren van uw hoofd telt, staat niet onverschillig tegenover de noden van Zijn kinderen. “De Heer is immers liefdevol en barmhartig” (Jakobus 5:11). Wanneer wij verdriet hebben, wordt Zijn liefdevol hart daar meteen door geraakt. Ga met alles wat u niet kunt oplossen naar Hem toe. Niets is voor Hem te zwaar om te dragen. Hij houdt immers de werelden in stand, en Hij heerst over alle aangelegenheden in het universum. Hij is opmerkzaam voor het kleinste detail dat ook maar iets met ons welzijn te maken heeft. Er is geen hoofdstuk in ons levensverhaal, dat te donker is voor Hem, om het te kunnen lezen. Er is geen probleem zo moeilijk, dat Hij er niet uit kan komen. Onze tegenslagen, bezorgdheden en angsten, wat ons blij maakt en onze ernstige gebeden… niets gaat onze hemelse Vader onopgemerkt voorbij, zonder dat het Hem raakt. “Hij geneest wie gebroken zijn en verzorgt hun diepe wonden” (Psalmen 147:3). De relatie tussen God en elk individu is zo duidelijk en volledig, alsof er geen ander mens was, voor wie Hij Zijn geliefde Zoon heeft gegeven.

E. White – Uit het boek ‘Steps to Christ’, in het Nederlands gekend als ‘De enige weg’.

Lees ook: Ongelofelijke antwoorden op gebed – een aangrijpend persoonlijk getuigenis van Roger Morneau

Een Verboden Hoofdstuk

Verleden week hebben we gewezen op een passage uit Daniël 5 als de hoeksteen van de” profetie in het verwijzen naar Jezus identiteit. Maar er is nog een ander bijbelhoofdstuk waarop een Vloek rust. Dat is Jesaja 53 – het ‘verboden’ hoofdstuk uit de Bijbel

De 17e-eeuwse joodse historicus, Raphael Levi, zei dat lang geleden de rabbijnen Jesaja 53 lazen in synagogen, maar toen het hoofdstuk “argumenten en grote verwarring” had veroorzaakt, besloten de rabbijnen dat het eenvoudigste zou zijn om die profetie gewoon uit de de Haftaralezingen in synagogen te houden. Daarom stoppen ze als ze Jesaja 52 lezen in het midden van het hoofdstuk en de week daarna springen ze meteen naar Jesaja 54.

Wat is er met Jesaja 53, vraag je misschien af?

In Jesaja 53 profeteert de profeet over de Messias dat Hij verworpen zou worden door zijn volk, zou lijden en sterven in doodsangst en dat God zijn lijden en dood zou zien als een verzoening voor de zonden van de mensheid.

Jesaja leefde en profeteerde omstreeks 700 vC.

Volgens zijn profetie in hoofdstuk 53 zouden de leiders van Israël erkennen dat ze een fout hadden gemaakt toen ze de Messias verwierpen, dus Jesaja zette de profetie in de verleden tijd en omdat hij zichzelf zag als een deel van het volk van Israël, gebruikte hij de meervoudsvorm (wij).

AAN HET EINDE VAN HOOFDSTUK 52 SCHRIJFT JESAJA EEN INLEIDING BIJ HOOFDSTUK 53:

“Zie, mijn knecht zal voorspoedig zijn…”

De term ‘knecht’ wordt verondersteld terug te gaan naar gedeelten eerder in het boek die spreken over ‘de dienaar van de Heer’ (bv in de hoofdstukken 42, 49 en 50, waar de Messias wordt beschreven als een dienaar die lijdt).

“Hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn.”

Dit is om de verhevenheid van de Messias te benadrukken die zou opstaan uit de dood, en opstijgen naar de hemelen om naast de Vader plaats te nemen. Zijn acties zouden Hem een hogere status geven dan elke menselijke koning of heerser.

‘Zoals velen zich over u ontzet hebben – zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte.’ Voordat de Messias verheven werd, zou Hij lijden en vernederd worden. Zijn lichaam zou zo erg mishandeld en gemarteld worden dat hij misvormd en onherkenbaar zou zijn. “Zo zal Hij vele volken doen opspringen, om Hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij.” Ondanks het verschrikkelijke lijden, zou de dag komen dat koningen Hem met eerbied zouden aanschouwen.

EN DAN HOOFDSTUK 53 ZELF…

“Wie gelooft, wat wij gehoord hebben?” Dit beschrijft het gebrek aan geloof onder het volk van Israël dat niet gelooft wat ze hebben gehoord. Of, het was te ongelofelijk om het te geloven…

“en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?” Jesaja noemt de Messias de “Arm des Heren”. Eerder, in hoofdstuk 40, verklaart Jesaja dat de “Arm des Heren” voor hem zou heersen. In hoofdstuk 51 stelden de heidenen hun hoop op de “Arm des Heren”, en de “Arm des Heren” zou verlossen. In hoofdstuk 52 brengt de “Arm des Heren” redding. Nu, in 53, openbaart Jesaja ons dat de “Arm van de Heer” in feite de Messias is. De Messias is deel van God zelf.

“Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd.”

Hij was een scheut in geestelijk droge grond – er was al 400 jaar geen woord van God geweest.

Hij sprak ons niet aan. We wilden Hem niet. Zijn uiterlijk was niet glorieus of indrukwekkend, en de manier waarop Hij verscheen, zorgde er niet voor dat mensen naar Hem verlangden. In tegenstelling tot wat de rabbijnse Halacha leert, zou de Messias volgens deze profetie niet geboren worden in een prestigieuze rabbijnse familie of opgroeien in de residenties van rijke rabbijnen. We kunnen met zekerheid zeggen dat de uiterlijke verschijning van de Messias helemaal niets bijzonders was.

“Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.”

Het leven van de Messias werd gekenmerkt door pijn, afwijzing en lijden. Hij kreeg niet de eer als de Messias, maar werd veracht en afgewezen door de leiders van zijn volk. Ze beschouwden Hem als een sociaal buitenbeentje, iemand voor wie we ons gezicht zouden verbergen, als iemand die we op straat tegenkomen en waarvoor we ons schamen om Hem te zien. We dachten niet dat Hij het was.

“Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.” De Messias leed in onze plaats – Hij droeg onze ziekten, ons lijden, onze pijn … en de zonden die we begaan, terwijl wij dachten dat Hij gestraft werd, en dat zijn lijden Gods straf was voor de zonden die Hij zelf had begaan. We begrepen niet dat het voor ONZE zonde was.

“Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.”

Zoals iemand die gewond is neergevallen, of iemand die met kogels is doorschoten – niet door zijn eigen schuld, maar het was onze fout. Hij werd verpletterd vanwege onze onrechtvaardigheden, onze zonden – de straf die we verdienden, kwam op Hem. Op precies deze manier, honderden jaren later, werd de profetie vervuld. Jezus ging naar het kruis om de dood te dragen die wij verdienden. We zijn schapen die zijn afgedwaald. Israël negeerde Hem en ging zijn eigen weg. Hij werd onderdrukt en Hij werd gekweld, maar Hij deed Zijn mond niet open. Zijn waardigheid en het recht op een eerlijk proces werden hem ontnomen. Hij verzette zich niet tegen zijn onterechte vonnis. Hij probeerde niet in opstand te komen of te ontsnappen, en zonder weerstand te bieden aan de onrechtvaardigheden, onderging Hij dit vreselijke vonnis.

Een doodvonnis. Niet voor zijn eigen misdaden, maar die van zijn volk. De Messias zou niet voor zijn eigen zonde sterven, maar voor de zonde van zijn volk – de straf voor hun zonden nam de Messias op zich. Zijn generatie zou hem niet ter sprake willen brengen, maar wou zijn bestaan onder het tapijt vegen. De afgelopen 2000 jaar is Jezus de Messias – het best bewaarde geheim in het jodendom geweest, en dit is waarom hij in het jodendom als “Yeshu” werd bestempeld, wat staat voor “Moge zijn naam en herinnering worden uitgewist”.

Uit : Houvast 1 / 2022

De Verboden Profetie

Time Magazine schreef ooit: “… de meest opmerkelijke figuur – niet alleen in deze twee millennia, maar in de hele menselijke geschiedenis – is Jezus van Nazareth geweest.” Onze grootste kunstwerken, gedichten, muziek en literatuur zijn aan Hem gewijd of opgedragen. Zelfs opera’s zoals Jesus Christ Superstar uit de jaren 70 zetten hem centraal. Door Hem is de tijd zelfs verdeeld in vC en nC. Meer recent trok de fictieve afbeelding van Jezus in de Da Vinci Code de aandacht van miljoenen mensen over de hele wereld en werd een bestseller waarvan 80 miljoen exemplaren werden verkocht in 2009 die in ten minste 44 talen is vertaald. Maar was Jezus echt? Is Hij geloofwaardig? Deze vragen zijn onderzocht in een uitgebreid artikel van Dr. Nancy Vhymeister – The Jesus of History

Dat artikel onthult dat zowel historische documenten als archeologie aantonen dat niet alleen Jezus van Nazareth een echte persoon was die 2000 jaar geleden leefde, maar dat de voorstelling van Hem en Zijn beweringen in het Nieuwe Testament serieus genomen moeten worden. Maar was Hij wie Hij en de schrijvers van het Nieuwe Testament beweerden dat Hij was – de Messias of Christus, de Almachtige God in menselijk vlees (zie Matteüs 26:63-65; Johannes 1:1-3,14; 4:25,26; 10:30; 14:9; Openbaring 1:8,17,18; 22:12,13)? Dergelijke beweringen confronteren ons met de conclusie van C.S. Lewis: Jezus moet een leugenaar zijn geweest (om te beweren God te zijn, als Hij wist dat Hij dat niet was), of een gek (om zulke wilde beweringen te doen), of wie Hij zei Hij was – de Here God. Aangezien Zijn leven onthult dat Hij noch “krankzinnig” noch “slecht” (een leugenaar) was, is er enig bewijs voor de derde mogelijkheid – dat Hij is wie Hij beweerde te zijn – God in menselijk vlees.

Twee lijnen van bewijzen wijzen op het feit dat Hij God was in menselijk vlees. Ten eerste is er het profetische bewijs. Bijbelgeleerden hebben meer dan 300 Messiaanse voorspellingen geïdentificeerd in de boeken van het Oude Testament, zoals de Psalmen, Jesaja, Daniël, Micha en Zacharia. Al deze voorspellingen werden oorspronkelijk gedaan vóór 425 voor Christus (geschatte datum van Maleachi, het laatste boek van het Oude Testament) en bevatten profetieën zoals Zijn: geboorteplaats; manier van geboorte; verraad voor 30 zilverstukken; kruisiging en opstanding. De nieuwtestamentische documenten beweren talloze keren dat deze profetieën in vervulling zijn gegaan in het leven van Jezus van Nazareth (bijvoorbeeld Mattheüs 1:22; 2:15; 26:54; Lukas 4:21; 24:44). De Dode Zeerollen, voor het eerst ontdekt in 1947, bevatten delen van elk boek van het Oude Testament, behalve het boek Esther. Hun ontdekking heeft twee dingen aan het licht gebracht:

1. Het Oude Testament van de huidige Bijbel is in wezen hetzelfde als dat van de Dode Zeerollen;

2. Aangezien de Dode-Zeerollen gedateerd zijn op 100 – 200 jaar vóór de tijd van Christus, zijn de profetieën die ze bevatten over de Messias duidelijk geschreven lang voordat Jezus van Nazareth verscheen.

Eén zo’n profetie, gevonden in hoofdstuk 9 van het boek Daniël, voorspelde dat de Messias zou optreden in 27 na Christus en gedood zou worden tussen 27 en 34 na Christus. Jezus beweerde zelf de vervulling te zijn van deze ongelooflijke tijdprofetie toen Hij verkondigde na Zijn doop in 27 na Christus, “De tijd is vervuld …” (zie Marcus 1:15; Lucas 3:122; Handelingen 10:38). Met andere woorden Hij beweerde de Messias van Daniël 9 te zijn, wat ook een claim was God in menselijk vlees te zijn (zie Johannes 4:25,26; Mattheüs 26:63-65). Dat is de reden waarom de grote Engelse wetenschapper en wiskundige, Sir Isaac Newton, die een fervent student in bijbelprofetie was, toen hij sprak over Daniël 9:24-27, zei dat het “de hoeksteen van de christelijke religie” is, omdat het onthult dat Jezus de Messias of Christus is, God in menselijk vlees. Het verklaart ook waarom sommige Joodse rabbijnen deze vloek uitspreken over degenen die deze passage lezen: “Mogen de geesten van degenen die proberen de laatste tijd [van Maschiach’s komst] te berekenen, vergaan” (Sanhedrin 97B, geciteerd in hoofdstuk 12 van Hilchos Melachim uit de Mishneh Tora van Rambam).

De tweede bewijslijn dat de historische Jezus God in menselijk vlees was, zijn de talloze levens door de eeuwen heen die zijn veranderd door een aanvaarding van Jezus en zijn leringen.

Alexander Bolotnikov nam deel aan het archeologische opgravingsproject Madaba Plains in de buurt van Amman, Jordanië in 1996. Als vroom lid van de communistische Sovjetpartij ontdekte hij dat zijn aanvraag om de universiteit van Moskou te bezoeken werd afgewezen, simpelweg omdat hij een jood was. Gedesillusioneerd verliet hij de partij en begon hij zijn joodse afkomst te verkennen. Gedurende deze tijd van zijn zoektocht naar zin in het leven, liet iemand hem Daniël 9:24-27 zien. Onmiddellijk zag Bolotikov dat Jezus van Nazareth de vervulling was van deze ongelooflijke profetie en dus de Christus, God in menselijk vlees. Door zijn leven in de handen van God te leggen, vond hij een nieuwe betekenis in het leven, samen met hoop voor de toekomst.

De Jezus van de geschiedenis confronteert ons allemaal.

C.S. Lewis zei het zo: “Ik probeer te voorkomen dat iemand het werkelijk dwaze ding zegt dat mensen vaak over Hem zeggen: ik ben bereid Jezus te accepteren als een groot moreel leraar, maar ik accepteer niet zijn bewering dat hij God. Dat is het enige dat we niet mogen zeggen. Een man die slechts een man was en het soort dingen zei dat Jezus zei, zou geen groot moreel leraar zijn. Hij zou ofwel een gek zijn – op hetzelfde niveau als de man die zegt dat hij een gepocheerd ei is – of anders zou hij de duivel van de hel zijn. U moet uw keuze maken. Of deze man was, en is, de Zoon van God, of anders een gek of iets ergers. Je kunt hem de mond snoeren voor een dwaas, je kunt naar hem spugen en hem doden als een demon of je kunt aan zijn voeten vallen en hem Heer en God noemen, maar laten we niet komen met enige neerbuigende onzin over dat hij een grote menselijke leraar is . Dat heeft hij ons niet opengelaten. Hij was het niet van plan” (C.S. Lewis, Mere Christianity, London: Collins, 1952, p.54-56).

overgenomen uit : ARCHAEOLOGICAL DIGGINGS MAGAZINE.

Big Bang: feit of fictie?

Is het universum echt begonnen met een BIG BANG? Echte wetenschap zegt nee! Graniet is het fundament van de wereld waarin we leven en dat graniet bevat het bewijs dat de wereld snel werd geschapen in de staat waarin we hem nu zien, niet uit gesmolten lava zoals evolutionaire wetenschappers en filosofen ons willen doen geloven. Het universum heeft een prachtig verhaal te verkondigen. U vindt er aanwijzingen over hoe het allemaal begon en wanneer. Verrassende ontdekkingen over de aarde, de maan en zelfs de zon hebben bewezen dat de planeet aarde erg jong is in plaats van 4,5 miljard jaar oud, zoals evolutionaire leerboeken beweren. Laten we terugkeren naar de echte wetenschap!

Sommige wetenschappers geloven dat het universum begon met een oerknal! Dat betekent dat elke planeet, inclusief planeet aarde, ooit een vurige massa was. . . dat de aarde afkoelde gedurende het proces van miljarden jaren en uiteindelijk evolueerde het leven zoals we het nu kennen. Is deze theorie echt waar of zijn er aanwijzingen dat de wereld onmiddellijk werd geschapen zoals wij hem zien? 

Mount Rushmore, waarin de koppen van de vier eerste Amerikaanse presidenten monumentaal werd uitgehouwen is puur graniet. 

De belangrijkste rots in de ondergrond van onze planeet is graniet. Wetenschappers hebben bewezen dat graniet niet is ontstaan ​​door de geleidelijke afkoeling van gesmolten lava, maar in zijn huidige vaste vorm is ontstaan.

In een tijd ontstaan ​​deze grote rotsformaties binnen minder dan drie minuten!

Granietrotsen bevatten biljoenen RADIO HALOS. Deze microscopisch kleine halo-achtige plekken zijn ingebed in de rots en zijn het overtuigende bewijs dat graniet in minder dan 180 seconden in vaste toestand werd gevormd. Een radiohalo is het merkteken dat rond een deeltje radioactieve stof wordt achtergelaten door de straling die van dat deeltje komt. Het kan zich alleen vormen in een vaste substantie zoals gesteente, omdat in een vloeibaar of gesmolten gesteente het merkteken zou verdwijnen en niet zou kunnen worden gezien.

Deze radiohalo’s van polonium (Po-218) ontwikkelen hun halfwaardetijd in slechts drie minuten (met andere woorden, ze zenden slechts een paar minuten straling uit), dus de radiohalo’s moesten zich in die rotsen bevinden toen de rotsen voor het eerst tot bestaan werden gebracht.

Aangezien graniet het ondergrond-gesteente is en een dikke laag vormt met de continenten van de wereld erboven en het basalt en magma eronder, moesten alle continentale fundamenten in minder dan drie minuten vast worden gevormd.

Bijna iedereen heeft wel eens een Aspirine-tablet in een glas water laten vallen en heeft het zien bruisen. Wat zou je concluderen als je een glas ijs zou vinden met een halve Alka-Seltzer-tablet nog in de bodem en bellen die omhoog gaan in het ijs? Het water bevroor natuurlijk heel snel, anders zouden de tablet en de bubbels allemaal verdwenen zijn.

Op dezelfde manier kunnen we weten dat het granieten fundament van onze wereld binnen drie minuten vast werd, anders zouden de polonium-radiohalo’s zich niet hebben gevormd, zodat we ze vandaag zouden kunnen zien!

Misschien is het tijd voor ons om onze toewijding aan de moeilijke theorie van de BIG BANG en EVOLUTIE te heroverwegen!

De volgende keer dat je de kans hebt om de majestueuze wereldwonderen waarin we leven te zien, hef je ogen dan op naar de hemel en prijs Degene Die al deze dingen in een oogwenk heeft geschapen!

Hij sprak – en het was er !

En die God die ooit sprak, is gisteren, vandaag en morgen dezelfde. 

Lessen van de maan

Psalm 8: 3-6

“Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.”

Onze MAAN heeft een geweldig verhaal te vertellen!

Houd je er niet van om op een heldere nacht naar een volle maan te kijken?

De maan is ongeveer 384.400 km van de aarde verwijderd, afhankelijk van haar positie in het jaar. De grootte van de maan is ongeveer 1/4 van de grootte van de planeet aarde. De massa van de Maan is 1/81 van die van de Aarde.

De maan draait elke 27,3 dagen om de aarde. De zwaartekracht op de maan is slechts 17% van de zwaartekracht die we hier op aarde hebben! 

De Maan is de enige natuurlijke satelliet van de Aarde en is een van de vijf grootste manen van ons zonnestelsel. Ze wordt soms aangeduid met haar Latijnse naam Luna. De meeste manen in het zonnestelsel zijn erg klein in verhouding tot de planeet waarom ze heen draaien.

Apollo-ruimtevaart

Wist je dat Amerika op 30 mei 1966 zijn eerste Apollo-ruimtevaartuig naar de maan stuurde? Het landde op 2 juni 1966 op het maanoppervlak en was ontworpen om foto’s van het maanoppervlak terug te sturen ter voorbereiding op een bemande vlucht die in juli 1969 geschiedenis zou schrijven.

De Surveyor 1 Lunar Lander was uitgerust met grote landingsvoeten op een hoog landingsgestel omdat de wetenschappers zich zorgen maakten over het kosmische stof dat zich op de maan zou hebben opgehoopt. Met de huidige meetbare snelheid van zonnestof dat stilletjes neerdaalt op zowel de maan als de aarde, hadden wetenschappers berekend dat het stof tot 16 meter hoog zou kunnen zijn, opgebouwd in de afgelopen “4,5 miljard jaar”.

Toen het Apollo 11 bemande ruimtevaartuig op 20 juli 1969 op de maan landde, waren de astronauten en wetenschappers verbaasd dat het oppervlak van de maan rotsvast is, met slechts ongeveer 4 centimeter opgehoopt zonnestof! Dat zou erop wijzen dat de maan maximaal 8.000 jaar oud was in plaats van 4,5 miljard jaar volgens de speculaties van evolutionaire wetenschappers.

Een andere wetenschappelijke berekening die de evolutionaire kalender verontrust, is het feit dat de maan zich zeer geleidelijk van de planeet aarde verwijdert. Doordat de Maan een elliptische baan om de Aarde aflegt, varieert de afstand tussen de Maan en de Aarde. Het punt waar de Maan het verst van de Aarde afstaat heet apogeum (afstand Maan–Aarde 405.500 km) en het punt waar de Maan het dichtst bij de Aarde staat heet perigeum (afstand 363.345 km). Het gemiddelde is 384.450 km. In de loop van de tijd is door de seculiere versnelling de afstand tussen de Maan en de Aarde steeds groter geworden. Momenteel is de jaarlijkse toename 3,8 centimeter per jaar. Drie centimeter per jaar is niet veel, maar als je dat vermenigvuldigt met 4,5 miljard jaar, zoals door evolutionisten wordt gesuggereerd, zou de maan nu bijna uit het zicht zijn!  Is het mogelijk dat het evolutionaire tijdschema verkeerd is en dat de maan en de aarde jong zijn, zoals wordt geleerd in het bijbelse scheppingsverslag?

Openbaring 6 : “En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt.”

>>  Deze profetie vervulde zich, toen het wonderlijke natuurverschijnsel van de grote sterrenregen zich voordeed op 13 november 1833. Er waren in de loop der tijden vele sterrenregens. Maar het schouwspel van 1833 overtrof alle andere. Dit kwam op de juiste tijd en in de juiste volgorde zoals de profetie het had gezegd, nl. na de verduistering van zon en maan en het beantwoordde in elk opzicht aan de gegevens van de Bijbel.