Manipulatie

ManipulatieManipulatie / televisie en media

Veel mensen zijn zich niet bewust op welke manier de reclamespots en de TV de geest beïnvloeden. De technische mogelijkheden om snel van scene te veranderen, met ver gevorderde lenstechnieken en krachtige filmmuziek die ontworpen is om je mee te sleuren voor je de tijd hebt gehad om na te denken. Bedenk eens wat er gebeurt als de TV-spots geëindigd zijn en je favoriete programma hervat. Veel van de manipulatietechnieken blijven. Als de camera zich instelt en de tonelen wisselen, moet je je aanpassen aan een nieuw beeld en dat ongeveer twintig keer per minuut. 

Dit alles verhoogt natuurlijk de dramatiek, zodat de handelingen op het scherm – zelfs bij de gewoonste gebeurtenissen – overkomen op een wijze die in het dagelijks leven niet bestaat.  Dit gekoppeld aan het feit dat de castings-bureau’s een keuze kunnen maken uit de interessantste en knapste mensen ter wereld. Het resultaat ? Na dit zo drie of vier uur te hebben aanschouwd, komt je eigen leven je misschien niet meer zo interessant voor als voordien. Je huis, je baan, mogelijk ook je echtgenoot, kunnen niet wedijveren met die kunstmatig opgeroepen intensiteit van de televisie. Tenzij je een ongewoon sterk gevoel hebt van je eigen identiteit, word je misschien ontevreden met je eigen leven en wens je dat je zo kon zijn als de acteurs op het scherm. 

Zodoende heeft televisie het vermogen je te ontdoen van iets wat God speciaal voor jou heeft gemaakt : jouw eigen unieke identiteit. 

Daarom is het belangrijk dat mensen een standpunt innemen t.o.v. amusement. Afgezien van het feit dat Hollywood veel van je tijd kan kosten, en je blootstelt aan bedenkelijke tonelen, is er misschien nog iets dat dieper gaat en waarover je bezorgd moet zijn. De meeste films die je een denkbeeldige, meer dan levensechte held voortoveren, kunnen uiteindelijk een aanval doen op je inzicht hoe bijzonder je eigen leven wel is. 

uit : “ΩMEGA 2” Lewis R. Walton

 

 

Alles kan veranderen

DENK HIER EENS AAN

• In het memo dat werd opgesteld toen Fred Astaire in 1933 bij MGM auditie had gedaan, staat :  ‘Kan niet acteren.  Een beetje kalend.  Kan een beetje dansen.’  Fred Astaire heeft het memo ingelijst en naast zijn open haard in zijn huis in Beverly Hills opgehangen.

• Socrates werd verweten dat hij de jeugd verpestte.

• Toen Peter J. Daniel in de vierde klas van de lagere school zat zei zijn onderwijzeres, mevrouw Phillips, altijd dat het nooit wat zou worden met hem.  Peter was analfabeet tot zijn zesentwintigste.  Toen las een vriend van hem een boekje voor over hoe je rijk moet worden.  Nu is hij eigenaar van de bars waarin hij vroeger in vechtpartijen verwikkeld raakte en heeft hij weer een nieuw boek geschreven, met de titel Mrs. Phillips, You Were Wrong.

• Louisa May Alcott, de schrijfster van Onder moeders vleugels moest van haar ouders werk zoeken als dienstbode of naaister.

• Beethoven speelde beroerd viool en werkte liever aan zijn eigen composities dan dat hij zijn techniek verbeterde.  Zijn leraar zei dat hij een slecht componist was.

• De ouders van de beroemde operazanger Enrico Caruso wilden dat hij ingenieur zou worden.  Zijn leraren zeiden dat hij geen mooie stem had en absoluut niet kon zingen.

• Walt Disney is ooit ontslagen door de hoofdredacteur van een krant omdat hij te weinig ideeën had.  Hij ging ook verscheidene keren failliet voordat hij met Disneyland begon.

• Thomas Edisons onderwijzeressen zeiden dat hij overal te stom voor was.

• Albert Einstein leerde pas praten toen hij vier was en kon pas lezen op zijn zevende.  Zijn onderwijzeres vonden hem ‘geestelijk lui, onaangepast en altijd in een rare droomwereld verzonken’.  Ook is hem de toegang geweigerd tot de Technische Hogeschool van Zürich.

• Louis Pasteur was op de universiteit maar een middelmatige student.

• Isaac Newton was een uitgesproken slechte student.

• De vader van beeldhouwer Rodin heeft eens gezegd :  ‘Mijn zoon is een idioot.’  Hij gold als de slechtste leerling op school en zakte drie keer voor het toelatingsexamen voor de kunstacademie.  Volgens zijn oom kon hij niet leren.

• Leo Tolstoi, de schrijver van Oorlog en vrede, heeft zijn studie afgebroken.  Van hem werd gezegd dat hij niet kon leren en er ook niet voor gemotiveerd was.

• Henry Ford ging drie keer failliet voordat hij uiteindelijk succes had.

•`Winston Churchill bleef zitten in de zesde klas.  Hij werd pas premier van Groot-Brittannië toen hij tweeënzestig was, na een leven van mislukkingen.  Zijn grootste prestatie leverde hij als bejaarde.

• Achttien uitgevers weigerden Richard Bachs’ verhaal Jonathan Livingston Zeemeeuw totdat Macmillan het in 1970 uiteindelijk wel uitgaf.  In 1975 waren er alleen in de Verenigde Staten al zeven miljoen exemplaren van verkocht.

• Richard Hokker werkte zeven jaar aan zijn humoristische oorlogsverhalen onder de titel M*A*S*H.  Eenentwintig uitgevers weigerden het echter.  Nadat Morrow het had uitgegeven, werd het een bestseller, een succesvolle film en een populaire televisieserie.

Hoog Spel

Vandeman Gelijk GezondOver de Confrontatie tussen Oost en West

Doorheen alle tijden zoekt iedere mens naar bevestiging dat de levensstijl die men aanhangt te verantwoorden is. Zo heeft iedereen zijn God en godsdienst en zoekt iedereen een oplossing voor het schuldvraagstuk. Het open breken van de grenzen heeft westerlingen nieuwe dingen doen ontdekken, en men heeft gemeend dat het Oosten de plaats was waar rust en vrede heersten, waar mensen in harmonie met hun natuur konden leven… maar soms is het tijd om wakker te worden… 

Als christelijke vereniging hebben we de taak om te verwijzen naar Christus. Gezond leven redt ons niet of verschaft ons geen toegang tot het hemels leven. Alleen onze relatie met God doorheen de verdiensten van Jezus Christus die onze zonden op zich nam, kan daaraan verhelpen. Een christelijke vereniging of organisatie, zonder dat Christus’ kenmerken erin terug te vinden zijn, is een leugen. Daarom zien we het als een bijzondere taak, maar tevens een zware opgave, dat wij niet schrijven en doen wat ons goeddunkt, maar ons in alles de vraag stellen of Christus net zo zou doen, in onze plaats. 

Het volgende verhaal komt uit het boek Hoog Spel van George Vandeman. Het is een fragment dat aangeeft hoe mensen misleid worden en hoe belangrijk het is om te “onderscheiden”. Niet voor niets hebben wij “verstand” gekregen… niet om het opzij te zetten, maar om het te gebruiken !

Omdat in de hele wereld van gezondheidszorg en natuur-zoekers erg veel oosters-gerichte mensen zijn, publiceren we dit fragment… als denkoefening. Interesse voor het boek ?  Het is voor u beschikbaar. 

“Het westen kwam terecht in de maalstroom van een ongekende technologische ontwikkeling.  Maar terwijl het westen druk bezig was met deze vooruitgang, namen de Beatles de hippies – en enige niet-hippies – bij de hand en leidden ze terug naar het oosten. Hier lagen vreemde contrasten. Terwijl vooruitstrevende katholieken trachten de mis uit een dode taal te halen, kwamen de hippies in het openbaar samen om in het Sanskriet gebeden op te zeggen.  En terwijl kerkelijke hervormers probeerden hun kostuums te moderniseren, liepen de hippies rond in kleurrijke symbolische gewaden.  Terwijl de moderne kerken hun prioriteiten aan het herzien waren, rangschikten de subculturen de zonden van de maatschappij opnieuw in volgorde van belangrijkheid.  

Het steeds wisselende gezicht van de nieuwe moraal kwam naar voren in een epidemie van aspirant-goeroes.  Drugs stonden hun ereplaats af aan meditatie – niet omdat drugs immoreel waren, maar omdat meditatie beter ‘high’ zou maken. De weg naar het oosten was niet zo moeilijk.  De door de Beatles beroemd gemaakte Maharishi, zou een publiek van 4000 man in Berkeley (Californië) verzekerd hebben dat het voor een volledige uitwerking van de meditatie niet nodig was om een geloof te hebben of om drank, vrouwen en herrieschopperij op te geven. Zocht deze rusteloze, losgeslagen cultuur naar redding van zonde ?  Vergeving ?  Een veranderd leven ?  Of zochten ze naar een pantheïstische kracht die naar hun corruptie zou knipogen. De filosoof Alan Watts beschreef de aantrekkingskracht van de oosterse mystiek als volgt :  ‘De joods-christelijke wereld is er één waarin de morele noodzaak, het verlangen om rechtvaardig te zijn, alles doordringt.  De aantrekkingskracht van de oosterse filosofie is dat het achter de dringende werkelijkheid een goed en kwaad een groot gebied van de persoonlijkheid laat zien waarover geen schuld of verwijt hoeft te bestaan.’ Misschien zochten de subculturen toch naar iemand om hen van zonde te redden zonder het te beseffen.  Misschien dachten ze echt wel dat je schuld tot zwijgen brengt door de waakhond te doden.

Een klein meisje liep in de kerstdrukte met haar moeder over Fifth Avenue.  Ze bleef naar beneden kijken, de ogen op het trottoir gericht.  ‘Waarom kijk je niet naar de kerstétalages ?’  ‘Ik zoek ergens naar.’  Waarnaar ?’  ‘Ik zoek naar iets om te vinden.’ Is dat niet de moeilijkheid met deze generatie ?  Naar beneden kijken.  Terugzien.  Elke kant op zien.  Zoekend naar iets om te vinden.  Gretig naar alles dat men nog niet heeft geprobeerd.

Schrijver-redacteur Peter Cohon zegt :  ‘Waar je je ook wendt of keert, alles draait om winst of privé-bezit.  Maar er is een hartstocht naar religieuze betekenis, naar een spiritualiteit die gewoon te lang de kop ingedrukt is :  Ik, ik smacht… naar nieuwe denkkaders, andere wegen om de dingen op een rijtje te zetten.  De I Ching, astrologie, magie, het oosten, schizofrenie … alles !’ Zo hebben we momenteel een epidemie van nieuwe godsdiensten. Bijgewerkte, voormalige ketterijen.  Maar geen van die omslachtige zedelijke eisen uit de bijbelse godsdienst. J. Wallace Hamilton merkt op :  ‘Is het niet vreemd hoe we hier in het westen oosterse boeken lezen, omdat we naar gemoedsrust zoeken ?  Maar in het oosten lezen ze westerse boeken omdat ze wakker willen worden.’

Maar de betovering van het oosten is sterk.  Oost en west hebben elkaar al voor het hindoe-altaar ontmoet.  De aantrekkingskracht van het hindoeïsme is niet langer slechts een gril.  Vele jeugdidolen van vandaag zijn uitgesproken bekeerlingen van het hindoeïsme. Rock-muziek was al lange tijd een medium waardoor de massa kon worden geïndoctrineerd.  Rockgroepen hadden deugden van de drugs opgehemeld.  Maar nu begon de muziek te veranderen.  De Rock-and-roll begon een oosterse invloed op te nemen.  De dissonante tonen van de oosterse toonladders raakten bekend bij westerse luisteraars.  Toen kwam de invoer van hindoeïstisch-godsdienstige begrippen, de invloed van hindoegoden.  De godsdienstige opbouw van een complete westerse generatie werd gewijzigd – door rock-and-roll.

Meditatie was in.  En reciteren, die aanbidding van Shiva.  En de mantra.  De mantra is volgens één schrijver in wezen een uitnodiging aan een demonische geest tot in bezit nemen van het denkvermogen.  Van een swami wordt het volgende gezegde bericht :  ‘Als ik me genoeg had geconcentreerd … zou ik zelf Shiva geworden zijn.’ Maar genoeg hierover.  Waarom zouden we zo verzot zijn op wat zo lange tijd het oosten heeft bezwaard en gehinderd ?  Wat is er voor aantrekkelijks aan een godsdienst van wanhoop, waar hoop niet eens onder de deugden gerekend wordt ?  Ligt het antwoord in de leegte van het nirwana ?  Menen we gemoedsrust te kunnen vinden door zo stil te zitten als een bessenstruik ?  Wat voor reddingskracht ligt er in een godsdienst zonder levende Christus ? Lopen we het levende water voorbij om van smerige bronnen te drinken ?” “Op een avond werd ik in Londen aangesproken door een intelligente Engelsman, die zei :  ‘Ik sta op het punt een beslissing te nemen.  Als ik straks dit gebouw uitga, zal ik gekozen hebben tussen boeddhisme en christendom.  U heeft een half uur om uw zegje te doen!’ Een half uur ! Wat een uitdaging !  Geen tijd meer voor bijzaken. In dat halve uur moest ik hem naar een leeg graf buiten Jeruzalem leiden.  Want als ik bij herhaalde gelegenheid naast het Tuingraf stond, dat volgens velen het meest lijkt op het graf waar Jezus in werd gelegd, was ik diep onder de indruk van het essentiële verschil tussen het christendom en alle andere godsdiensten.  Het graf van Christus is leeg! Er zijn andere grote godsdiensten die bij het graf van hun stichters aanbidden.  Het graf van Mohammed te Medina in Arabië is geen leeg graf.  Het graf van Confucius in China is geen leeg graf.  Stukjes van Boeddha’s lichaam worden op verschillende plaatsen in het oosten als relikwieën bewaard.  Maar er is geen schrijn ter wereld die aanspraak maakt op een been van Christus.  Als het bijbelverslag waar is, dan liet Hij die dag de dood voorgoed achter Zich, met een leeg graf om ervan te getuigen !

De betovering van het oosten kan verbroken worden.  Maar alleen door een levende Christus.  Alleen een levende Christus kan de vreemde verdwazing door goden en goeroes stopzetten, zodat een onrustige generatie een andere stem kan horen.  Alleen een levende Christus kan vergeving schenken, schuld wegnemen.  Alleen een levende Christus kan bevrijding van de vrees voor toornende goden aanbieden.  Hij alleen geeft leven en houdt zijn belofte.  Omdat Hij alleen kan zeggen :  ‘Ik ben… de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk’ (Openbaring 1:18).

De betovering van het oosten is sterk, maar er blijft de machtige concurrentie van een leeg graf !

      een passage uit “Hoog Spel” / G. Vandeman

De tirannie van de massa

Tirannie Massanaar “Een dag om nooit te vergeten” van G. Vandeman

pastedGraphic.png

Zijn er nog mensen die anders durven zijn dan anderen ? Of heeft het subtiele, hypnotische geroffel van de trommels ieder mens ongemerkt een slaaf gemaakt van de tirannie van de massa ? Ik geloof dat het onderwerp op z’n plaats is. Al te vaak hoor ik geluiden van mensen die vinden dat afwijkend gedrag, afwijkende gewoonten en afwijkende voeding toch maar niks zijn… Ze willen graag nog eens ‘gewoon’ doen. Overkomt dat je ook wel eens ? Gebeurt het ook wel dat bepaalde drang zeer sterk wordt en je terug wil in de massa opgaan ? Als je weet wat dat is en van waar dat komt, zal je hier veel makkelijker mee omspringen. Want je zal ontdekken dat er soms heel kleine details zijn overgeslagen, waardoor je bijna zeker moet mislukken. 

Noteer : wanneer we ooit anders zijn, dan is dat niet zuiver en alleen om ànders te zijn, maar omdat ànders beter is.

We zijn erg gevoelig voor de mysterieuze macht van de conformiteit, of we dat nu willen of niet. We hebben er ontzag voor, worden erdoor geboeid en zijn er bang voor, vanwege haar onberekenbare, grillige, teugelloze heerschappij over de menselijke geest. Niets wordt méér gevreesd dan dat we alleen zullen komen te staan en verworpen zullen worden door de publieke opinie; of door onze vrienden, familie, werkomgeving. We zien zo vaak dat vijandige spook oprijzen, waardoor we ons terugtrekken in de massa, naamloos, kleurloos en onherkenbaar… Beter dan belachelijk gemaakt te worden, een etiket te krijgen… Je kan je werkelijk de vraag stellen waarom wij zo’n vreemde neiging hebben om zeker niet in het oog te lopen ?  Wij marcheren rond als robotten, vallen niet op in de groep en zijn doodsbenauwd bij de gedachte dat we anders zouden zijn. Waar is het creatieve afwijken van de norm gebleven dat de helden en martelaars van het verleden schiep ?  Waar is de opwinding en de vrijheid van het innemen van een eigen standpunt gebleven ?

Margareth Applegarth heeft een verrukkelijk boek geschreven:  Men as Trees Walking. Daarin vertelt zij het ware, maar bijna ongelofelijke verhaal van Jean Henri Fabre en zijn studie van de processierups. Het schijnt dat deze rups doelloos ronddoolt, gevolgd door vele andere rupsen die bewegen wanneer hij beweegt, stilhouden wanneer hij stilhoudt en eten wanneer hij eet.  Zij leven voornamelijk van dennennaalden. Op een dag probeerde Fabre een experiment. Hij vulde een bloempot met dennennaalden, die de rupsen erg lekker vinden, en zette ze toen in een kring op de rand van de pot.  Zij begonnen langzaam achter elkaar de rand rond te kruipen. Dit onzinnige rondkruipen hielden ze zeven dagen lang vol – zonder ooit uit te rusten om te eten – totdat ze één voor één van uitputting in elkaar zakten. En de auteur maakt de veel betekende opmerking dat de bossen vol zitten met processierupsen – die verbazend veel lijken op mensen zoals u en ik. We lopen met de massa mee – ook al draaien we daarbij in een kringetje rond, ook al bereiken we niets en lopen we de beloningen van het leven mis.  We lopen maar steeds op de bloempotten van de conformiteit rond – tot we van uitputting in elkaar zakken.

Bovendien weten we niet eens waarom we het doen! Het is niet altijd veilig om met de massa mee te lopen. Als we dat in Christus’ tijd hadden gedaan, zouden we Hem verworpen hebben. Luister maar naar het verslag van de dienaars die erop uitgestuurd waren om Jezus te arresteren, maar die zonder Hem terugkwamen: “De dienaars nu antwoordden hen : Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt !  De Farizeeën dan antwoordden hun : Zijt gij soms ook verleid ?  Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd of van de Farizeeën ?” (Johannes 7:46-48).

Die vraag heeft bij heel veel mensen de doorslag gegeven. Heel wat mensen waren diep ontroerd door het werk dat Christus deed. Ze vonden het zo mooi en herkenden zonder twijfel zijn liefde, zijn bewogenheid, zijn gezag…  Maar zodra iemand er ernstig over nadacht om Hem te volgen, werd hij geconfronteerd met de vraag: “Heeft soms één van onze oversten in Hem geloofd ?” Horen wij de echo van die woorden vandaag de dag niet ook nog? Er worden nog steeds mensen van de waarheid overtuigd, maar van zodra bepaalde waarheden worden geopenbaard komen de vragen… Men gaat op zoek naar de verhouding tussen deze waarheid en zij die men in het leven als een autoriteit herkent. Hoe staan zij er tegenover? Onze religieuze leiders, onze ministers, onze wetenschappers… Het is toch niet mogelijk dat zij het allemaal bij het verkeerde eind hebben? Soms is de waarheid ontstellend. Die waarheid klinkt de moderne mens misschien vreemd in de oren. Het is de mengelmoes van bevestiging en ontkenning : aangeraakt door de geest gaat er iets open maar er is iets dat het geopende meteen weer wil sluiten. Die waarheid kan te maken hebben met de voeding, met Gods plan met de mens, met Gods afgezonderde dag, met de figuur van Jezus Christus, met ons doel op deze aarde, enz..  

Dan zijn er mensen die vragen : “Hebben de vooraanstaande theologen van onze tijd het aanvaard ?  Is het door onze “knapste koppen” erkend? Is het in de belangrijkste godsdiensten opgenomen?” en op het vlak van voeding, levensstijl, ziektepreventie e.a. klinkt het net zo.  Het is de echo van de vraag die tweeduizend jaar geleden gesteld werd : “Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd ?”

Er is een tijd geweest dat de massa Jezus tot koning wilde uitroepen.  Hij had kort daarvoor meer dan vijfduizend mensen te eten gegeven.  Ze waren wèg van wat deze Man allemaal voor hen zou kunnen doen.  Hij zou generaal kunnen worden en tegen Rome in opstand kunnen komen – en het leger steeds van voedsel kunnen voorzien.

En toen Jezus op een dag in triomf Jeruzalem binnenreed, haalde de menigte Hem juichend binnen.

Maar die stemming sloeg als een blad aan een boom om.  De mensen die het hardst geschreeuwd hadden om Hem koning te maken en die palmtakken voor Hem hadden neergelegd, stonden nu vooraan in de menigte die op die vrijdagmorgen voor Pilatus stond. Diezelfde mensen die Hem toegejuicht hadden, schreeuwden nu: “Kruisig Hem!”  En ze wisten niet eens waarom ze het deden !

De meerderheid heeft zelden gelijk.  In de tijd van Noach namen slechts acht mensen de waarheid aan, de grote massa verwierp de waarheid en kwam om in de ramp die volgens hen nooit had kunnen gebeuren.

In de tijd van Elia was de waarheid zo onpopulair geworden dat hij tegen God klaagde dat hij alleen was overgebleven.  En de zevenduizend mensen die volgens God trouw waren gebleven, waren maar een armzalig kleine minderheid. In de tijd van Maarten Luther was het niet veel anders. Er was moed voor nodig om als Noach tegen een spottende wereld in te gaan. Er was moed voor nodig om als Elia op de berg Karmel tegenover de mensen te staan die hem van het leven wilden beroven.  

Er was moed voor nodig om als Maarten Luther alleen voor de rijksdag te staan die hem ter verantwoording riep en eiste dat hij zijn woorden zou herroepen. Maar zijn woorden galmden luid en duidelijk en onbevreesd in de oren van wie hem naar het leven stonden: “Ik kan en zal niets herroepen… Hier sta ik, ik kan niets anders !” 

Al deze mensen hadden, om hun eigen vel te redden hun beginselvastheid kunnen opgeven. Maar de situatie maakte hen sterk. 

Ook vandaag de dag is er net zoveel moed nodig om die standvastigheid te beleven. Blijkbaar kunnen we niet verwachten dat het recht en de waarheid de zegen van de publieke opinie hebben. Want luister maar eens naar deze woorden van Jezus : “Gaat in door de enge poort, want wijd is (de poort) en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er,die hem vinden” (Matheüs 7:13,14). Een weg die populair is, kan best verkeerd zijn. De keuze van de massa, van de overheid, van de wetenschap, van de spreekbuizen van deze wereld is geen goed argument om zich op te beroepen. De massa is verblind door het feit dat zij dikwijls van geen verlichting wil weten, bang is van de consequenties van haar keuzes en wenst daarom zelf geen keuze te maken. 

“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood” (Spreuken 14:12).

Zijn onze overtuigingen misschien minder sterk dan onze vrees om anders te zijn ?

Het verbaast ons niet dat zwakke mensen in het verleden – of nu ook – onder de overtuigende invloed van folteringen hun principes opzij hebben gezet. De duimschroef en de pijnbank, eenzame opsluiting en dwangarbeid hebben afschuwelijk veel succes gehad om de mensen weer in het gareel te brengen.  Maar hoe verklaren we de neiging om met de massa mee te lopen als er niets van levensbelang op het spel staat – alleen maar de onwelkome lichtbundel die de persoon die er een andere mening op na houdt in het zonnetje zet ? 

Waarom geven we toe aan de grillen van van de groep als het gaat om onbelangrijke zaken zoals een haarstijl of de snit van een pak of het één of andere onbelangrijke statussymbool ? Hebben we niets beters te doen dan een redelijk goede reproductie van ieder ander mens te worden ?

Er staan geen principes op het spel.  Er is geen foltering bij betrokken.  Geen dwangarbeid.  Geen eenzame opsluiting. Alleen de dwang van de massa, maar daar gaat het om.  Als we zo reageren als het om de alledaagse dingen van het leven gaat, hoe zullen we dan reageren als er kwesties van leven en dood op het spel staan – op de dag dat niemand kan kopen of verkopen ? Dat is de vraag. Het is een feit dat heel veel mensen minder bang zijn voor een vuurpeleton dan voor een spottende menigte. Zoals Petrus. Petrus zou voor zijn Heer gevochten hebben als hij toestemming had gekregen.  Maar op de binnenplaats van het huis van Kajafas zonk hem de moed in de schoenen bij de subtiele spotternij van de menigte – en vooral van een dienstmeisje. Hij was bereid om voor zijn Heer te sterven. Hij stond klaar met zijn zwaard; maar hij durfde de massa niet onder ogen te zien. Hij was bereid om te sterven, maar niet om Hem te belijden.  Maar Jezus zei : “Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, die zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is” (Matteüs 10:32.33).

Ja, het kost iets om aan de waarheden vast te houden, om de dingen die men heeft geleerd, om de waarheden te verdedigen en in praktijk te brengen.  

Sommige waarheden komen als onaangename verrassing.  De waarheid kan soms verontrustend zijn.  Opeens ontdekken we dat de prijs heel hoog is. De waarheid heeft zijn prijs.  Maar het is de moeite waard – zelfs als dat betekent dat we anders dan anderen zullen moeten zijn.

Henry Thoreau, een ruige individualist uit de negentiende eeuw, heeft eens gezegd : “Als iemand niet in de maat loopt met zijn kameraden; dan komt dat misschien omdat hij een andere trommelslager hoort. Laat hij meelopen met de muziek die hij hoort, hoe zwak die ook maar klinkt of van hoever weg die ook maar komt.”

Desmond Doss was zo iemand.  Tijdens de tweede Wereldoorlog maakte hij deel uit van het medische corps.  Deze verlegen, bijna tengere jongeman zag er niet uit of hij erg dapper was. Maar hij draagt de eremedaille van het Amerikaanse Congres. Het gebeurde op een zaterdagmorgen op Okinawa. Omdat het sabbat was, behoefde Desmond Doss geen dienst te doen.  Maar het leger stond op het punt om weer een poging te doen om Hill 167 in te nemen en er was geen ander medisch personeel aanwezig. Of hij met hen wilde meegaan ? Hij antwoordde dat hij natuurlijk bereid was om levens te redden, zelfs op de sabbat. Vlug zocht hij zijn uitrusting bij elkaar. En toen vroeg hij of ze even wilden wachten. “We kunnen die heuvel niet opgaan zonder eerst te bidden, zei hij. En het Amerikaanse leger wachtte, terwijl Desmond Doss hardop bad.  Zij wachtten gewillig. Zij hadden vertrouwen in deze man en zijn gebeden. Op de één of andere manier voelden zij zich een beetje veiliger.

Zij zochten een weg langs de steile helling omhoog, maar werden al gauw door de vijand teruggeslagen.  En toen het appèl kwam, behoorde Desmond Doss tot de vermisten. Maar opeens werd hun aandacht getrokken door iemand die van de top van de klip naar hen wuifde.  Het was Desmond Doss die om hulp vroeg. Hij kreeg meteen bevel om naar beneden te komen.  Maar bevelen betekenden niets voor hem wanneer er levens op het spel stonden. Toen zij zagen dat hij niet van plan was om naar beneden te komen, kwamen ze hem te hulp.  Zij gooiden handgranaten over de klip om hem te dekken en hij ging aan het werk.  Onder vijandelijk vuur bracht hij in zijn eentje vijfenzeventig mannen in veiligheid !

Vijfenzeventig mannen overleefden die dag – omdat één man een andere trommelslager hoorde – en anders dan anderen durfde zijn. 

Hebt u in uw leven andere geluiden gehoord en hebt u een zekere kritische weerstand tegenover andere berichten die in overvloed worden rondgestrooid ? Dan vallen deze dingen zeker te overwegen. Het is mogelijk dat je van jezelf vindt geen dappere of heldhaftige persoon te zijn, denk dan maar even aan Doss. 

Doss liet zich niet verzwakken door zijn eigen beangstigende gedachten over het risico dat hij nam voor zijn eigen leven. Doss volgde zijn hart en zijn geloof. En wees er zeker van : in het geloof is ieder onder ons sterk. 

Het is mogelijk dat je ook af en toe een vijandige berg op moet : de klip van de tegenstand die je krijgt van familie of vrienden of van je meest dierbare en nabije contacten… In hun weerstand vormen zij een testbank van je standvastigheid waarbij je achting of misprijzen zal oogsten na een periode van doorzetten of zwichten onder hun druk. 

Beste vrienden, er is terrein te veroveren. Vrijheid wordt ons niet op de schoot geworpen, maar is een kwaliteit die men verdient door zich los te worstelen van de tirannie van de massa, door te luisteren naar je eigen hart en de waarheid die daarin ligt opgeborgen. Vrijheid is niets anders dan het gemak dat je hebt verworven om de ontdekte waarheden te kunnen beleven, ondanks alles.

Ik hoop dat dit artikel weer nieuwe moed geeft en kracht geeft om de schone dingen die men heeft ontdekt met nieuw enthousiasme en durf – maar toch met respect voor anderen – uit te dragen. We hoeven anderen niet uit te dagen, maar als christenen, hen liefhebbend benaderen.

Dat dit onderwerp veel lezers bezighoudt, kan ik opvangen op onze voordrachten en cursussen. Velen onder ons leven met de (soms bekommerde) bemoeienissen van mensen die vinden dat we de weg van het avontuur opgaan.  Je eet geen vlees… je hebt gekozen voortaan geen suiker meer te gebruiken… je begint op zuivel te bezuinigen… brood lijkt ook niet zo’n schitterend voedingsmiddel… Mens, maar wat mag je dan nog wel eten? En dan hebben we het nog over puur materiële dingen die verklaarbaar zijn. Op het geestelijke vlak krijg je bij de minste afwijking de naam ‘sekte’ opgeplakt.  En dat wil toch niemand geweten hebben… Dus, dan toch maar netjes in de pas ? Voor het gelijk van de massa.

God Geneest nog steeds

Twintig jaar na de gedrukte uitgave, werd God Geneest nog steeds bijgewerkt en gedigitaliseerd. Het gaat diep in op het Waarom van het menselijk lijden en al de moeilijkheden in het leven.

Word niet gelijkvormig aan deze wereld, maar word hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallene en volkomene.”                Romeinen 12:1-2

Toen God de wereld schiep, wist Hij hoe de mens van Zijn weg zou afdwalen. Daarom heeft God zijn schepping niet minder gemaakt, maar méér. Hij voorzag in de complexiteit van bufferende elementen die in staat waren een geringe afwijking te corrigeren. Maar bovenal gaf Hij ieder levend wezen zelfhelende krachten, gebaseerd op de toepassing van de natuurwetten, die heilig zijn en goed. Hoe erg is het niet dat de christelijke gemeenschap weinig afweet van en evenmin aandacht heeft voor de levensweg, zoals door de Bijbel geschetst. 

In plaats daarvan is een soort Babylonische grootspraak die zich verheft boven God. In een vlaag van menselijke euforie “dat hij de wetenschap in pacht heeft en de natuurwetten heeft overwonnen” blijft als een hersenschim hangen in de geest van vele mensen. In plaats van de helende raad én daad van God, doorheen de natuur te aanvaarden, haasten christenen zich naar de gemakkelijkste oplossing. Zo geloven ze, dat het hun toegestaan wordt gewoon verder te leven zonder verantwoording te moeten afleggen over de zin en onzin van hun levensstijl.

Gods vertegenwoordigers op deze aarde

Door onze levensstijl, inclusief wàt en hoé we eten, draagt iedere mens een boodschap uit. Vergeet niet dat wat we eten en drinken gevolgen heeft op de wereldomvattende ecologische veranderingen. 

Ik geloof, dat het uitoefenen van gehoorzaamheid aan Gods natuurwetten, een signaal is van gehoorzaamheid aan God, wetend dat de door Hem geschapen wereld goed en heilig is en dat het leven niet is begonnen opdat het een einde zou kennen. Wie de toekomst van het nageslacht hypothekeert of in vraag stelt, handelt tegen de liefdeswet : “je naaste behandelen zoals je zelf wil behandeld worden”. Hoor je de drommen van mensen die niet begrijpend zullen roepen “Waarom toch?”, tengevolge van activiteiten waaraan je zelf medeplichtig bent geweest ? We kunnen niet vertellen dat we het niet wisten. We kunnen niet zeggen dat er niets aan te doen viel; dat het zo moest gebeuren… Het is een kwestie van medeplichtigheid. 

Aan welke kant stond ons hart ? Met welk gevoel hebben wij de situatie bekeken, en tengevolge daarvan in actie gekomen ? Hebben wij toen het er hard tegen aan ging met de verwoesters mee gehuild, of zijn we, ondanks de schijnbaar uitzichtloze situatie, blijven positief handelen ? 

Dat is mijn raad aan iedereen : blijf geloven in het leven. Alleen God heeft het recht het leven af te sluiten. In afwachting stellen wij liefst alleen positieve toekomsthandelingen. Het heeft zin een boom te planten. Het heeft zin een zaad aan de grond toe te vertrouwen. Het heeft zin om je gedachten en gevoelens om te polen tot het niveau waarop God ze wil : door liefde bewogen zorg dragen voor wat je ter beschikking is gesteld. 

Zo zullen sommigen één, twee of vijf talenten hebben… Wie veel gegeven is, zal veel gevraagd worden ! Maar ook de minste valt niet buiten de beoordeling. Als iedereen het beste geeft, komt alles voor mekaar. Laat dat de norm van de christen zijn : er het beste van maken.

Ook van voeding kan de mens “het beste” maken. ‘t Is te zeggen… er valt niet veel van te maken, want de voeding in zijn gunstigste conditie is door God “gemaakt” : ze is gegroeid en bevat het maximum aan levenskracht. Deze gegroeide voeding is gesublimeerde zonne-energie die we dagelijks nodig hebben. 

We zien dat honderden miljoenen mensen over de gehele aarde niet dié voeding gebruiken in zijn krachtigste staat. In plaats daarvan hebben ze menselijke uitvindingen, geniale “producten”, wonderlijke absurditeiten uit de hand van de Leerling-Tovenaar, ontsproten aan de menselijke geest : geïsoleerd, verhit, en gecombineerd naar eigen goeddunken. De mens is zijn eigen weg gegaan en vraagt nù : Waarom? – Waarom straft God mij nu… waaraan heb ik dit verdiend, terwijl ik zo goed God dien, op Hem roep, Hem aanbid, Hem probeer te verheerlijken met mijn lofzangen en dankliederen… Wij snappen er niets van en vinden daarom het leven maar een tranendal.

Hoe mooi en verheffend – en zelfs noodzakelijk – zingen en dankzegging, gebed en waardering ook mogen zijn, toch is ons eigen, persoonlijke gedrag bepalend. Het is niet God die straft, maar de mens die zichzelf straft, met de gevolgen van zijn eigen gedachten en daden. 

God is geen automaat, die al deze handelingen zomaar ongedaan maakt, die alle gepruts aan het leven compenseert met zijn levengevende krachten. Dat zou de mens alleen maar aansporen om verder te doen. 

Tenslotte is het ganse wereldse strijdtoneel misschien slechts het bewijs waarin tenslotte zal duidelijk worden tot wat “het kwaad” in staat is. Dit kwaad waaraan goedbedoelende mensen nietsvermoedend hebben meegewerkt…

God Geneest kaft

De Stem van de Vader

De ouderen onder ons kennen zeker nog het logo van de grammofoon waar de hond trouw luistert naar de stem van zijn meester. Hoewel zijn Meester er niet meer is, herkent hij de stem van zijn meester nog op de grammofoon. Hij is vertederd als hij zijn meester hoort spreken, als hij zijn meester hoort zingen en als de plaat naar zijn einde loopt is de hond door het dolle heen. Hij rent door de kamer en blaft het uit “Meester ik heb u gehoord, wat kan ik voor u doen ?”

Op een dag brak er brand uit in een groot flatgebouw. De mensen schreeuwden en vluchtten het gebouw uit. Zwarte rook trok door de gangen en vurige vlammen kropen langs de trappen naar boven. Her alarm rinkelde luid. 

Toen kwamen de brandweerauto’s. Je hoorde de bevelen toen de brandweermannen de waterstralen op het flatgebouw richtten. Overal spoot het water overheen, over de stenen, de bloembakken en de was die buiten hing te drogen. 

Spoedig was iedereen het gebouw uit, behalve een klein meisje. Zij stond bij het gebroken raam van haar kamer en schreeuwde door de dikke rook  heen die overal om haar heen kringelde. Waarom was zij niet met de andere mensen meegerend? Waarom was ze het huis niet uitgekomen? Omdat zij zo bang was dat ze niet wist wat ze moest doen. En ze was blind.

“Pappa, pappa,” schreeuwde zij steeds weer. Haar vader was boodschappen gaan doen en wist niets van de brand. “Meisje”, riepen de brandweermannen van beneden, “wij hebben een heel sterk vangnet, spring maar naar beneden, spring dan!”

Maar het blinde meisje luisterde niet naar de brandweermannen. Zij stond daar maar te huilen en te roepen om haar vader, terwijl het vuur steeds dichterbij kwam. Haar bed stond al in brand en elk moment konden de gordijnen boven haar hoofd vlam vatten. “Pappa, pappa”,  schreeuwde zij en de tranen rolden uit haar blinde ogen.

Juist toen kwam er een man de hoek om, hij liet zijn tassen vallen toen hij de brandweerauto’s zag. Hij zag de zwarte rook die uit de ramen kwam. Hij zag de vlammen in het gebouw. En hij zag zijn kleine meisje, dat zich met een bleek en betraand gezichtje vasthield aan het kozijn. Hij zag toen ook het grote vangnet dat door sterke mannen werd vast gehouden. En hij riep naar zijn kind: “Hier is pappa, spring maar, je moet nu springen!”

Opeens werd het meisje rustig. Het schreeuwen hield op en er verscheen een glimlach op haar gezicht. “Goed pappa,” riep zij, stapte het raam uit en liet zich naar beneden vallen. Zij was zo vol vertrouwen dat haar vader nooit zou toestaan dat zij zich zou bezeren en viel zonder een botje te breken of een spiertje te verrekken van de vierde etage in het vangnet. Zij vertrouwde haar vader helemaal. Toen zij zijn stem hoorde, deed zij precies wat hij haar zei. Dat vertrouwen, dat geloof, redde haar leven.

Het meisje nam de tijd om te luisteren. Dat is niet hetzelfde dan “horen”. 

Het is zoals Dechanet zegt : “Gods zachte stem gaat verloren in het tumult van het dagelijks leven”.

Neem daarom de tijd om stil te zijn, de tijd om even alle drukte te laten wegglijden.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar soms denk ik dat ik blind  ben. Ik bedoel niet dat ik niets kan zien, maar dat ik heel veel niet begrijp. Heel vaak vraag ik dan: “Waarom?” Waarom ging  in de voorbije weken een lieve vriendin en medewerkster dood? Waarom is er zoveel ellende in de wereld? Waarom kan ik niet alles wat ik wil? 

Dan lees ik mijn Bijbel en zie dan dat God steeds tegen mij zegt: “Stefaan. Dit is je hemelse Vader. Alles zal goed komen als je maar vertrouwen hebt in Mij. Ik zal voor je zorgen als je naar mijn stem wilt luisteren en doet wat ik zeg.” Opeens verdwijnen dan mijn angst en onzekerheid. Dat komt omdat God tegen mij praat. Dan durf ik mij in zijn sterke armen laten  vallen.

Angel

Bloemen uit een andere tuin

B Maleachi 4(Charles Spurgeon, “Flowers from a Puritan’s Garden” 1883)

“Als raven worden weggedreven van aas, houden ze ervan om binnen de geur ervan te blijven rondhangen. – Als u vrij van zonde wilt zijn – vermijd dan de verleidingen die ertoe leiden! ”

Deze eerste zin is een grimmige gelijkenis, maar al te waar. We hebben degenen gezien die het huis van de duivel niet durfden betreden – maar die lang rondhangen voor zijn deur! De oude vrouw in de fabel kon geen wijn in de pot vinden – maar rook er graag aan. Het is een bewijs van de liefde van de mens voor het kwaad, en leert dat mensen, wanneer ze worden tegengehouden van feitelijke zonden, hun vroegere daden zullen herhalen, en dol zijn op de lusten waaraan ze jaren hebben toegegeven! Als ze geen vers gerecht uit de keuken van Satan kunnen krijgen, stellen ze zich tevreden met de kruimels!

De auteur geeft vanaf het begin wijs advies, wanneer hij zegt: Om zonde te vermijden – vermijd verleiding.

  • Hij die niet gewond wil raken, zou uit de strijd moeten blijven.
  • Hij die niet wil verdrinken, zou niet op zee moeten gaan.
  • Hij die niet wil worden verbrand, moet wegblijven van het vuur.
  • Als mensen in de trein stappen die naar het eindpunt van ongerechtigheid rijdt, moeten ze verwachten dat ze naar hun einde worden gedragen.
  • Als ik op de weg der zondaars sta, zal ik spoedig met hen rennen.

Het helpt om een ​​goddelijke angst te bezitten, die mij eerder zal leiden om tien kilometer uit de weg te gaan, dan langs de plaats van verleiding te komen! Het is goed om buiten de geur van zonde te blijven, want de geur ervan is dodelijk. Als we een verzoeking zoeken, zullen we die snel vinden. En daarin, als de kern in een noot, zullen we zonde ontmoeten!

Houd uw weg ver van haar, nader niet tot de deur van haar huis, opdat gij uw luister niet aan anderen geeft, noch uw jaren aan een meedogenloze; opdat vreemden zich niet verzadigen met uw vermogen, en uw moeizaam verworven goed niet kome in het huis van een onbekende, zodat gij in het laatst zoudt kermen, als uw vlees en uw lijf verteerd zijn.” Spreuken 5: 8

Heer, geef me voorzichtigheid. Zodat ik het aas van de zonde niet zou begeren, geef me genade dat de meest oppervlakkige geur ervan me onmiddellijk ziek zal maken en ervoor zal zorgen dat ik mijn stappen zo ver mogelijk van hem af houd!

Welzalig de man die niet wandelt
in de raad der goddelozen,
die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.” Psalm 1:1

Spurgeon geloof