Zij deden het

HV Zij deden hetPersoonlijk getuigenis van  A.T. Hovanessian in Rauw Eten

extracten uit : Live Unfired Foods, by M. Ferguson

“Door gekookt voedsel en giftige medicatie op te geven zijn er over gans de wereld duizenden mensen die zichzelf genezen hebben van hun hardnekkige ziekten en die nu een gelukkig en gezond leven leiden.

Rauwe groenten zouden het enige voedsel voor de mens mogen zijn. De gewoonte om gekookt voedsel te eten zou voor eens en voor altijd moeten stoppen. Dit is de onfeilbare eis van de natuur. Het eten van gekookt voedsel is het meest verschrikkelijke barbarisme in de geschiedenis van de mens, een barbarisme waar niemand zich van bewust schijnt te zijn en waar iedereen voor valt en een onschuldig slachtoffer wordt.

Onze wonderbare natuur heeft met de zonnestralen alle rauwe materialen ontwikkeld, die nodig zijn om de duizenden gecompliceerde activiteiten van ons organisme te coördineren en de overeenkomende productie te verzekeren. Verder, heeft de natuur deze rauwe stoffen in volledige perfectie en foutloze harmonie geplaatst, in het graan, in de maïs, in een granaatappel, in een bes van de wijndruiven, of in het blad van een plant. Elk van deze “armzalige” voedingssoorten hebben verschillende substanties die het levend organisme levend houden.

Over de verschillende methoden die de mens gebruikt om de perfect gebalanceerde rauwe materialen te vernietigen en degenereren  moet niet lang nagedacht worden. Daarvoor heeft de mens een aantal duivelse bedrijven, ovens, fornuizen en keukens uitgevonden. Elke degeneratie van de kwaliteit van de natuurlijke voedselsoorten wordt gevolgd door een overeenkomende degeneratie in het menselijk lichaam. Natuurlijke voeding verzekert een normale werking van het organisme, terwijl een onnatuurlijke voeding zorgt voor een abnormale vernietiging van zijn functies. De vele ziekten zijn het resultaat van de grote verscheidenheid in degeneratie in de samenstelling van de natuurlijke voedingsmiddelen.

In deze eeuw van wetenschappelijke vooruitgang zou de mens van al zijn ziekten kunnen af raken door te stoppen met het eten van gekookt voedsel… Gelijk met natuurlijke voeding, moet de mens er ook voor zorgen dat aan de rest van zijn natuurlijke behoeften voldaan wordt. Dit zijn zuivere lucht, voldoende slaap, vroeg opstaan, fysisch werk, onthouding van kunstmatige opwekkingsmethoden- en middelen, zuiverheid, enz.

 

Mildura.jpg

Persoonlijk getuigenis van Dr. O.L.M. Abramowski

uit het boek, Fruit Can Heal You, door Dr. Abramowski (Originele versie en vertaling bij Groene Dag / zie Dossiers)

Het was in februari 1902 dat ik naar Hobart, Australië, ging, ogenschijnlijk om het medisch congres bij te wonen – in feite voor mijn gezondheid, die sinds het begin van de nieuwe eeuw verre van bevredigend was. Alhoewel ik er robuust en stevig uit zag en mensen mij bewonderden voor mijn kracht, ging ik in de realiteit zeer snel naar beneden in verband met gezondheid en sterkte, elasticiteit en weerstandsvermogen en was ik een oude man aan het worden voor ik vijftig jaar oud was. Ik had altijd een actief en gezond leven geleid, dat dacht ik toch. Ik leefde volgens de regels die door de medische wetenschap vastgesteld waren en probeerde mijn matigheid aan de mensen over te brengen.

Ik geloofde sterk in het gewoon gemengde dieet, dat vooral bestond uit eiwitten, zoals vlees, eieren, melk en kaas, om een sterk en gezond lichaam op te bouwen. Ik geloofde dat vet en boter, suiker, de zeer belangrijke hoofdbestanddelen – goed, welgebakken wit brood – pudding, cake, koekjes en snoep, allemaal volwaardig waren. Groenten en fruit waren in het seizoen een aangename luxe. Ik dacht dat het koken van voedsel er voor zorgde dat het gemakkelijker te verteren werd, en dat het zou beschermen tegen de alomtegenwoordige microben, die rauw voedsel zo gevaarlijk maken voor het leven en de gezondheid. Drie maaltijden op een dag waren voor mij het minste, alhoewel af en toe een snack tussen de maaltijden kon geen kwaad, en een occasioneel avondeten na een dag van hard werken was bevorderlijk voor een goede, vaste slaap.

Ik had zelf geen hoge gezondheidsstandaard. Ik beschouwde het als normaal dat ik elk jaar een paar verkoudheden had, een aantal keer tandpijn, en een lichte hoofdpijn met suizen in de oren tussen 4u en 5u., en een occasionele reumatische pijn in de schouder of in de knie, of een gevoel van stijfte ’s morgens, enz. een onvermijdelijke en bijna normale ontwikkeling voor een persoon met mijn gewoonten en leeftijd. Ik geloofde in het gezegde, “Vet, vrij en veertig,” ik begon me stilaan over te geven aan deze kleine ongemakken.

In 1899, ontwikkelde zich echter een ander symptoom, dat onaangenaam was en dat ik niet meer kon negeren. Het was een onregelmatigheid aan het hart, met een onregelmatige pols en hartkloppingen wanneer ik neerlag, zodat ik niet op mijn gewone manier kon slapen. Ik voelde dat er een gif was, dat heel sterk op mijn systeem werkte en besloot om mijn geliefde sigaar op te geven. Het symptoom verdween en ik feliciteerde mezelf omdat ik de nagel juist op de kop geslagen had.

Mijn uiterlijk zag eruit als dat van een oudere gentleman met een apoplectische gewoonte, een vol en rond gezicht, een rond abdomen, en een huid die er vlekkerig en opgeblazen uitzag. Mijn aders waren hard en gedraaid op sommige plaatsen, mijn polsslag onregelmatig en mijn adem was, na een kleine inspanning, heel kort. Ik had steeds grote dorst wanneer het warm was en wanneer ik het benauwd had. Mijn aders kwamen naar boven en mijn benen waren ’s avonds gezwollen, ik had reumatische pijnen aan de gewrichten, neuralgie in de rechter isschiaszenuw, periodische hoofdpijnen en herhaalde tandpijnen die bewezen dat mijn zenuwstelsel aangetast was. Ik had steeds chronische congestie in mijn neus en keel, en daarnaast uit beide een constante afscheiding, waardoor ik geforceerd werd om mijn zakdoek met korte intervallen te gebruiken. Mijn gehoor was achteruit gegaan en er was een kleine droge eczeem-plek op mijn linkeroor die maanden onveranderd bleef. Mijn gezichtsscherpte werd slechter zodat ik een bril moest aanschaffen om de muziek te lezen, en wanneer ik in een kamer kwam nadat ik uit het zonlicht kwam, kon ik een ganse tijd niets zien. Zo sloom was de actie van mijn pupillen.

Alhoewel mijn vertering meestal goed was, had ik dikwijls last van zuur en een opgeblazen gevoel na de maaltijd. Af en toe had ik last van aambeien. Mijn huid was droog en onelastisch; mijn haar en nagels waren broos en zagen er dood uit, mijn tanden zaten los en vooruitstekend uit de kaken en toonden een opstapeling van kalk, naast hun progressieve verval. Mijn urine was altijd zuur, soms dik en plassen ging soms moeilijk. Dit is de conditie waarin ik mij bevond eind 1901, ik was 49 jaar oud.

Mijn eerste experiment begon in januari en februari 1904, toen ik voor een periode van vijf weken alleen rauw fruit en rauwe groenten at. Ik at gewoonlijk twee maaltijden, dronk heel weinig water, was vol energie, had een klaar hoofd en was gelukkig en tevreden , omdat de dag lang was. Ik sliep goed en stond om 6.00 uur op, terwijl ik een paar uren in de tuin ging werken. Dan nam ik een bad, en zag ik mijn prive patiënten en die in het hospitaal en nam mijn eerste maaltijd zo rond 13.00 uur. Ik voelde me niet slaperig na de maaltijd en kon met gemak werken en studeren tot 18.00 uur wanneer ik mijn tweede maaltijd at. De avonden bracht ik meestal door met lezen en schrijven. Gedurende de ganse tijd voelde ik me vol leven en uithoudingsvermogen – ondanks het harde lichaamswerk, dat soms zes uur aan één stuk doorging. Ik werkte in temperaturen van meer dan 37°C met alleen een broek aan, zonder mijn hoofd te bedekken of het bovenste gedeelte van mijn lichaam. Ik wou weten welk effect de hitte van de zon op mij zou hebben.

Op de fitnessapparaten waren mijn prestaties beter dan die van mijn zoon van 14 jaar en ze waren veel moeilijker dan wat ik dertig jaar geleden kon. Ik voelde dat ik nog ver van het einde van mijn verjonging zat, omdat ik constant de capaciteit van mijn longen en mijn spier- en zenuwstelsel aan het verbeteren ben. Kleine ongelukjes zoals in de kelder vallen, of vallen met de fiets, doen me geen pijn meer, omdat mijn zenuwen en spieren onmiddellijk reageren, zodat ik op een goede manier op de grond neerkom. De snelle reactie van mijn spieren voorkomt dat er schade is aan mijn beenderen, gewrichten, of ligamenten. Kneuzingen en zwellingen verdwijnen vlug zonder een spoor achter te laten en wonden en snijwonden genezen gemakkelijk zonder enige ontsteking. Krampen in de spieren, waarvan ik vier jaar geleden last had, en stijfheid in de gewrichten toen ik ’s morgens opstond, waren helemaal verdwenen.

Het pafferige uiterlijk van mijn huid is weg en de spanning is verbeterd, zodat er bijna niets meer te zien is van de vroegere uitgerokkenheid; ze is zacht en glanzend, maar vast van textuur, vrij van enig eczeem of andere vlekken en mooi van kleur. De nagels zijn zacht en plooibaar; het haar alhoewel grijs en weg op het topje van mijn hoofd is zacht en glanzend en valt niet meer uit. Mijn tanden zijn nu vrij van tandplak en zijn gestopt met hun verval; ik heb er sindsdien geen meer verloren, behalve dan diegene die reeds rot waren en ik heb sinds zeven jaar geen tandpijn meer gehad. De chronische congestie van de slijmvliezen in mijn neus en keel is weg en samen daarmee de spastische aanvallen van niezen, evenals het onaangename constant schrapen van de keel. Al deze symptomen steken echter opnieuw de kop op wanneer ik mij tegoed gedaan heb aan broodjes en snoep.

De laatste jaren heb ik geen last meer van maag en darmen en is er ook geen spoor meer van aambeien. Mijn ogen zijn helder en blinkend, en alhoewel ik het zicht nog niet kunnen verbeteren heb, is hun reactie op licht en duisternis veel sneller dan vroeger. Mijn gehoor is wonderbaarlijk verbeterd en de geluiden in mijn oren zijn samen met de namiddaghoofdpijnen verdwenen. Mijn hart klopt zo regelmatig dat ik vergeet me er zorgen over te maken. Ik heb sindsdien geen neusbloedingen meer gehad en de aders aan de slapen, alhoewel nog altijd verwrongen, zijn opnieuw zacht en elastisch wanneer ze aangeraakt worden. Als het waar is wat de geneesheren jaren onderwezen hebben, ben je zo oud als je aders, ik stel dat het fruit-dieet mij anatomisch weer jong gemaakt heeft. Het heeft een catastrofe voorkomen, die mij zeker gedood zou hebben als ik mijn levenstijl niet zou veranderd hebben. De bloedcirculatie is zoveel verbeterd dat er nergens nog een stagnatie is en dat ik nooit meer last heb van een zwelling aan de benen, zelfs niet na een zware werkdag. Mijn benen zijn even stevig en goed van vorm ’s morgens

Zo geweldig als de verbetering is van mijn lichamelijke conditie, zo enorm zijn mijn mentale en intellectuele mogelijkheden verbeterd.

Intellectueel, is de verandering even wonderbaarlijk, mijn geheugen is verbeterd en ik kan me beter dan ooit concentreren.

“Meer eten dan je lichaam vraagt is onzin”, vertelt Dr. Matig. Waarom zou je zoiets doen, het verschaft niet méér energie dan waar je organisme is op ingesteld; integendeel.

Teveel eten betekent een heuse strop die zorgt voor overwerk waar al je organen van uitgeput raken. Ofwel kost het kilo’s, ofwel zet het kilo’s aan, afhankelijk van je constitutie.

Als je eenmaal op een gezonde voeding bent ingesteld zal je organisme niet méér voeding accepteren dan wat het nodig heeft om goed te functioneren. 

Teveel mensen wensen zich te forceren en behalen niet de resultaten waarvan zij dromen. Men heeft hen benaderd met een hele verzameling ideeën die alleen maar frustrerend werken. Matigheid is een fantastische deugd. Het betekent dat je gebruikt wat goed is voor jou en dat je je daarbij ook volledig voldaan voelt.

Bij gebrek aan dit gevoel van voldoening zit je natuurlijk helemaal in de knoop. 

De Digitale Bibliotheek van Groene Dag  bevat 2 vertalingen van werken van Abramowski. Werken die iedereen zou moeten lezen !

Levend Voedsel

NS VOEDING17 voordelen die je aanzetten om meer levend voedsel aan je voeding toe te voegen

Het koken van praktisch al onze voedingsmiddelen is een dagelijkse gewoonte geworden. Weinig maaltijden bevatten nog levende elementen, met uitzondering van het blaadje sla. Sommige mensen eten nooit iets rauw, in de overtuiging dat rauw voedsel niet gezond is. Sommigen onderwijzen zelfs dat het Gods bedoeling was om het voedsel te gaan koken nadat Adam en Eva de Tuin van Eden verlaten hadden. Dit kon verre van Gods bedoeling zijn geweest.

Indien het kookfornuis niet beschikbaar zou zijn, wat zou jij eten?

Misschien een sneetje rood koud slap vlees van de koe, of een vettig kippenbeen? Zou ik je een zoete sappige sinaasappel, een knapperige appel, een rijpe banaan… aanbieden,  voedsel dat natuurlijker is aan onze manier om met voeding om te springen, zou dat geen grotere genoegdoening zijn voor onze smaakpapillen en makkelijker voor de maag?

Als ik spreek over levend voedsel dan verwijs ik naar fruit, groenten, noten en zaden, die voor het merendeel van de mensheid smakelijke simpele basisvoeding is, recht van de boom, het woud of de wijnstok.

Het is niet makkelijk om jarenlange tradities om te vormen naar een overwegend levend voedsel patroon. Onze vleselijke natuur adviseert ons steeds om het anders te doen. De mens is eigenzinnig en wil liefst zijn eigen weg gaan. Men zegt dat: “het gemakkelijker is om iemands religie te veranderen dan zijn voedingswijze.” Ik hoop dat ik me hierin vergis en dat mensen ook vatbaar zijn voor de logica, de precisie, de schoonheid en de waarde van levend, natuurlijk voedsel.

Gekookte voeding bevat fysieke, emotionele en sociale lokmiddelen, en grijpt ons ook in zijn ijzeren greep door middel van zijn spelletje met de eetlust. Zou het niet verstandig zijn om onszelf de voordelen te leren van een voedingswijze uit overwegend levend voedsel? Na een tijdje dit voedsel te gebruiken, zullen we veel gezondheidsvoordelen ervaren die een welverdiende bonus zijn. 

Er zijn vele wonderlijke voordelen van een voedingswijze van verse, levende vruchten, groenten, noten en zaden. Het zou veel mensen uit de ziektezorg houden en hen doen beschikken over een formidabele vitaliteit en kracht. De vraag naar het waarom van zoveel lijden zou minder vaak aan de hemel geadresseerd worden. 

Laat ons even de 17 voordelen bekijken van het gebruik van meer levende voeding :

1. Je lichaam zou beschikken over alle noodzakelijke voedingsstoffen: Levende voeding is van betere kwaliteit, daardoor hebben we er minder van nodig om ons te voorzien in voedingsstoffen die nodig zijn voor een betere gezondheid en beter onderhoud van ons lichaam.

2. Gemakkelijk verteerbaar: Levend voedsel is gemakkelijker verteerbaar (24-36 uur ipv 40-100uur) dan gekookte voeding. Het is natuurlijk wel mogelijk dat je in de omschakelingsperiode wat aanpassingsmoeilijkheden kent, of dat je lichaam moet gereinigd worden. 

3. Enzymen: Levend voedsel heeft al zijn enzymen behouden. Temperaturen boven de 40° vernietigen de enzymen in natuurlijke voeding. Bij 70°C is het afgelopen met de enzymen. Nochtans zijn deze enzymen essentieel voor je leven, voor het behoud van een goede gezondheid, voor het verkrijgen van een betere gezondheid (genezing), om je het gevoel van volkomen evenwicht te bezorgen.

4. Levend voedsel is gemakkelijker te bereiden: je spendeert minder tijd in de keuken. Daardoor heb je  meer tijd om door te brengen met de familie en de communicatie met de Schepper.

5. Meer energie: Levend voedsel zal je geen vermoeid gevoel geven na de maaltijd. De meeste mensen hebben een slaperig gevoel na een gekookte maaltijd. Er is minder slaap nodig, en je hebt een rustigere slaap, wat absoluut noodzakelijk is om je zenuwenergie op te bouwen. Als je ziet op welke manier we nu vechten om onze energie te handhaven of te verhogen… Kijk om je heen en vergewis je ervan: zijn we met z’n allen een uitstraling van vitaliteit en gezondheid? Zonder levend voedsel is het in enkele generaties afgelopen!

6. Gemakkelijk op te ruimen: Met levende voeding is het gemakkelijker om op te ruimen: je hebt geen plakkerige, vettige pannen of vuile kookpotten, geen vettige sporen die achterblijven op keukenmateriaal, keukenkasten, fornuizen. 

7. Behoud je ideaal gewicht: Hoeveel mensen leveren geen hopeloze strijd tegen overgewicht. Ze betalen fortuinen aan allerlei remedies, terwijl het enige wat het lichaam vraagt, niets anders is dan het lichaam schoon te houden. Wist je dat één van de belangrijkste redenen van overgewicht erin bestaat dat het lichaam reserveweefsel maakt voor de opslag van niet uitgescheiden of uitscheidbare toxines. Met levende voeding (soms na een vastenperiode) is het lichaam in staat om zijn normale gewicht te bereiken en zal het gewicht  constant blijven, jaar in jaar uit.

8. Levend Voedsel bevordert geen degenererende ziekten. Degeneratieve ziekten komen voort uit een verzwakte spijsvertering, een ondermaatse industrievoeding, gebrek aan herstelkracht en zenuwener-gie, agitatie, opzwepende methodes en middelen en het plegen van roofbouw op de vitale substanties. 

9. Lagere hartslag: Met levende voeding zal de hartslag 10 slagen per minuut of meer verlagen, dat bespaart het hart ongeveer 14000 slagen per dag! Doe de test en je zal overtuigd zijn. Is er een hart-klacht? Verminder dan het risico door echt voedsel – iedere dag, iedere maaltijd. 

10. Eliminatie van lichaamsgeur: Met levende voeding zal je ervaren dat je lichaamsgeur vermindert zodra je lichaam gereinigd is. .

11. Propere tanden: Met levende voeding zal je propere tanden hebben. De tanden zullen niet de aanslag hebben van de gekookte voeding. Je zal ook de schade aan je tanden, maag of tandvlees niet hebben die veroorzaakt word door warme voeding. Kijk naar alle dieren in de natuur die hun voedsel eten in zijn originele toestand. Al deze dieren hebben hun leven lang een zuiver gebit. Natuurlijk is de schade die je hebt opgelopen een probleem en zal het voordeel voor je tanden maat in verhouding zijn tot de mate waarin  rauwkost wordt gegeten. 

12. Heldere geest: Eén van de meest merkwaardige vaststellingen die mensen kunnen maken is hun vermogen om helder te denken. Dat is ook zo met vasten en veel mensen kennen dit fenomeen, maar je kunt niet altijd vasten. Rauwkost eten is veel milder en kan je een leven lang volhouden. Met levende voeding zal je geheugen en je concentratievermogen beter zijn dan ooit. 

13. Levend voedsel helpt tegen overeten: Het is veel gemakkelijker je niet te overeten aan levende voeding. Gekookte voeding is geconcentreerder (iemand zou gemakkelijker 3 gekookte wortels eten en één rauwe). Levende voeding geeft meer voedingsstoffen, dus je moet er niet zoveel van verbruiken. Zelfs moest je veel levend voedsel gebruiken, zal dit zelden overlast geven. Je overeten aan geconcentreerde voeding is dagelijkse kost; zich overeten aan levend voedsel, daar zou je al een berg moeten van eten!

14. Minder behoefte  aan specerijen: Specerijen zijn niet noodzakkelijk om levende voeding smaakvoller te maken. Levend voedsel is niet gekookt en hebben hun voedings- en aromatische stoffen niet verloren, daardoor blijven de smaken bewaard.

15. Minder water drinken: Men heeft minder dorst bij het gebruik van levende voeding, want het natuur-lijke water in de groenten en het fruit is niet verloren gegaan door het te koken. Levend voedsel eten, is eten en drinken in één moeite. Geen dorst bij levend voedsel, dat is heel normaal en dat betekent ook dat je nauwelijks extra water behoeft.

16. Geen slijm: Levende voeding veroorzaakt geen slijmvorming in de keel of het hoofd. Zangers en sprekers zullen het erg appreciëren om de keel niet te moeten schrapen, en dat niet enkel tijdens een optreden. Als ze eens de ervaring hebben gehad om enkele dagen zonder brood, zetmeel of geconcentreerd eiwit te leven, zullen ze weten hoe hun stem opleeft. .

17. Bevrijd van verslaving aan appetijt: Gekooke voeding bindt ons vast, en zolang we meer gekookte voeding gebruiken worden onze perverse tendenzen aanwakkerd. Als we lang genoeg levende voeding eten zullen we uiteindelijk bevrijd worden van de slavernij van de oncontroleerbare eetlust. 

Je ziet, het is de moeite waard om levend voedsel (beter) te leren kennen. God schiep elk schepsel naar zijn aard. Hij schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis. En aan ieder schepsel gaf God een voeding naar zijn aard. Dat voedsel was perfect, nauwkeurig aangepast aan de behoeften en werking. 

Maar we zijn eigenwijs en zelfingenomen. We zullen “Gods tekortkomingen” verbeteren… Ach, wat een vergissing!

Persoonlijk getuigenis van 

Dr. Josephine Cunnington Edwards

uit : Live Unfired Foods, by M. Ferguson

“Ik was op bezoek in Michigan in de jaren vijftig en gaf lezingen over Centraal Afrika. Ik was altijd een “gezondheidsfreak”, en ik had een verbazende vitaliteit voor mijn leeftijd…midden vijftig. Ik was die zomer vijf keer uit New York gevlogen, om op verschillende plaatsen te spreken, terwijl ik nog een full time job had bij een TV show  in New York. Ik was aan het spreken in een gevangenis in het zuiden van Michigan, toen een ambulance toegereden kwam. Ze brachten een ernstig zieke man binnen, die ik gekend had voor ik een periode op missie naar Centraal Afrika vertrok. Hij was bleek en bezorgd en bang want de eerste woorden die hij zei waren: “Josephine ik heb terminale kanker aan de maag… ik geloof in je gebeden… wil je niet bidden opdat ik blijf leven?

Ik ging zitten en keek de man aan. Ik herinnerde mij hem. Zijn familie was mij zeer dierbaar. Het waren reeds jaren vrienden. Onze kinderen hadden samen gespeeld. Maar ik wist dat hij een aantal dingen gedaan had…dingen waarmee hij niemand behalve zichzelf pijn had gedaan en waar hij nu de tol voor moest betalen. Uiteindelijk zei ik zo vriendelijk mogelijk, “neen Bill, dat kan ik niet” Tenminste ik kan het niet tenzij je belooft je leven compleet te zullen veranderen. Je weet dat we hierover al gepraat hebben…je hebt jaren dingen gedaan die je in deze toestand gebracht hebben.

Daar in het bureau van de sheriff, beloofde Bill mij zijn leven te veranderen. Ik hoorde van zijn vrouw dat de dokter hem nog zes weken gaf. Er was geen hoop meer.

“Je zal er niets mee verliezen als je doet wat ik je zeg”, begon ik. “Doe alle medicatie weg..alle pijnstillers, alles wat ook maar met medicatie te maken heeft. Denk je dat je dat kan?”

Hij verzekerde ons dat hij het zou doen. Ik zei hen een hele hoop wortelen te kopen, en onmiddellijk een goede fruitpers te kopen, naar de winkel om druiven te gaan om goed druivensap te maken waar geen suiker in zat. Verse sinaasappelen, verse appelen en om het hongergevoel te stillen, een beetje avocado of banaan of verse gepelde cocosnoot…alles rauw. Om te drinken, veel alfalfa- en rode klaver-thee. Misschien een klein beetje honing, maar niet veel en zeker NIETS DIERLIJK, GEEN MELK, GEEN ROOM, GEEN EIEREN, GEEN VLEES, GEEN VIS EN GEEN KIP. Bijna niets mocht gekookt worden. Maak een lekkere appelsaus door verse appelen te mengen met een glas ananassap. En wandel, wandel, wandel”, zei ik hen. “Ga naar buiten en geniet van de zalige verse zuurstof, en het zal je helpen genezen.”

Bill genas. Het heeft een tijd geduurd, hij moest voortdurend aangespoord worden om het dieet te volgen en soms werd het moeilijk en hard. Ik verzekerde hem, dat het lang geduurd had om zijn drie triljoen cellen met kanker te vullen, dat het nu een tijd zou duren om er weer vanaf te raken. Na een tijd, vertelde hij me, “Weet je, wanneer ik een cake zie waar het glazuur vanaf druipt, of een grote schaal met ijs krijg ik bijna maagpijn. Ik herinner me maar al te goed wanneer gewone dingen mij in hun greep kregen.”

 

In zes dagen

in zes dagen

De zesdaagse schepping getuigt van een groot ontwerp. 

Alles is harmonisch. Het leven, zoals wij het kennen, is geheel afhankelijk van andere levensvormen. Niets leeft of sterft voor zichzelf. Ieder levend wezen, of het nu een plant of een dier is, verschaft, wanneer het sterft, verder levensonderhoud aan andere levende wezens. De oude omgevallen boom verschaft voedsel aan het jonge boompje. 

Ook Christus moest eerst sterven om nieuw leven voor ons mogelijk te maken. 

De diertjes die zorgen voor een vruchtbare humuslaag waaruit de bomen en planten hun voedsel halen, zijn twee dagen na de bomen en planten geschapen in de scheppingsweek. Zouden de bomen en planten al niet allang zijn afgestorven als één scheppingsdag een miljoen jaar zou duren? 

De vruchtbomen hebben bestuiving nodig, anders sterven ze uit. Kunnen ze twee miljoen jaren wachten tot op een andere scheppingsdag de bij is gemaakt die dan voor die noodzakelijk bestuiving langs kan komen? 

‘Ontwikkelden’ bloemen, grassen, bomen en graansoorten zich allemaal langzaam en geleidelijk over een periode van miljoenen of miljarden jaren, onafhankelijk van de kleine bij of vogels, waarop zij aangewezen zijn voor de voortzetting van hun bestaan? 

De ene levensvorm heeft de andere nodig. Er kan dus niet te veel tijd verstrijken tussen de schepping van het ene leven op de ene dag en het andere leven op de andere dag.  Mede daarom duurde de schepping slechts zes normale dagen en geen zes periodes van bijvoorbeeld elk 10.000 jaar. 

Er is veel – wetenschappelijk – feitenmateriaal dat de evolutieleer op losse schroeven zet. Nochtans wordt evolutie als wetenschappelijk onderwezen en wordt schepping vaak weggelachen. Zoals al eerder in deze brief is vermeld, is het van belang dat wij de schepping ernstig nemen. Enkel zo krijgen wij kijk op de Schepper en hoop op de herschepping. 

Waarom de Schepping in ZES GEWONE DAGEN? 

Als we onze bijbel openslaan dan kunnen we in Genesis het verslag lezen van de scheppingsweek. Dat God het licht maakte, verder het uitspansel – wat God hemel noemt – en toen de zeeën, meren en rivieren, zodat een droge aarde tevoorschijn kwam, waarop Hij jong groen, gewas en vruchtbomen liet groeien. En dat Hij zei dat de zon, de maan en de sterren aan het uitspansel zullen staan. Hij vervolgens de dieren die in het water leven schiep en de vogels. Daarna de dieren op het land. En tenslotte onze voorouders Adam en Eva. Dit alles deed God in zes dagen. 

Waren het gewone dagen van 24 uur per etmaal? 

Er is een opvatting in veel kerken die in de loop der jaren de voorkeur heeft gekregen dat deze dagen duizenden, miljoenen of zelfs miljarden jaren duurden. Doet het er werkelijk iets toe hoe lang deze dagen waren? Is het mogelijk vast te stellen of het gewone dagen waren of tijdsperioden? 

Nogmaals de vraag: doet het er iets toe? Maakt het iets uit? 

Waarom ‘Lange Dagen’? 

Waarom scheppingsdagen van 10 miljoen jaren elk? De belangrijkste reden waarom velen proberen de Genesisdagen te veranderen in lange perioden, is om een manier te vinden het scheppingsverslag in harmonie te brengen met de gedachte dat er een opeenvolging van vele geologische eeuwen geweest moeten zijn. Het is begrijpelijk dat de wetenschap een verklaring zoekt voor de sporen die volgens haar onderzoeksmethoden tienduizenden, honderdduizenden of miljoenen jaren oud zijn. 

“Hoe nutteloos moesten alle pogingen zijn en blijven, om ons bijbelse scheppingsverhaal in overeenstemming te brengen met de resultaten van de natuurwetenschap,” schreef in 1902 de Duitse geleerde professor Delitzsch in zijn werk ‘Babel und Bibel’. 

Reeds in 1654 verklaarde Ussher, een aartsbisschop van Ierland, dat de schepping plaats gevonden had om negen uur ’s morgens, op 26 oktober van het jaar 4004 voor Christus, zoals de nauwkeurige bestudering van de heilige Schrift had uitgewezen. 

Kijk aan, dat hebt u misschien ook altijd gedacht: om negen uur ’s morgens, op 26 oktober van het jaar 4004 voor Christus. 

Meer dan een eeuw gold deze consciëntieus berekende datum als een vaststaand feit. Wie een vroeger tijdstip vermoedde, was een ketter. 

Sommige wetenschappers beweren dat de zondvloed alle sporen van vóór de zondvloed uitgewist heeft. Iemand die beweert dat hij sporen van leven heeft gevonden van de tijd vóór de vloed, bijvoorbeeld van 10 miljoen jaren geleden, ontkent dat er een vloed geweest is. Aldus deze theorie. 

Schijnbare leeftijd 

In de context van het vaststellen van de ouderdom, de leeftijd, moeten we rekening houden met het bestaan van een schijnbare leeftijd .

Een uur na zijn schepping scheen Adam een man van 25. Misschien wat jonger, misschien wat ouder. Maar laten we zeggen 25 jaar. Dat was schijn, want hij was nog maar een uur jong. Hij was zo gemaakt dat zijn haar, zijn huid, zijn organen 25 jaar leken. 

En de aarde? Was misschien ook zo gemaakt dat het direct al een oude aarde leek. Zou een zogenaamde embryo-aarde geschikt geweest zijn om te bewonen, te bewerken, om er delfstoffen uit te halen? Is de aarde ook niet direct geschapen als een volwassen aarde? 

We weten dat God geen menselijk embryo maakte. Zo schiep Hij ook volwassen herten, olifanten en bomen en planten. Eerst de kip en de kip produceerde het ei. Echt waar. Zij had zelfs geen keus, zij deed zoals ze was gemaakt. 

Stel dat God weer een mens heeft geschapen zoals Adam. Wetenschappers uit de hele wereld zijn uitgenodigd om dit wonder een dag na zijn schepping te bekijken. Sommigen komen aanzetten met geavanceerde microscopen, omdat een mens van een dag slechts een minuscuul embryo is. Andere wetenschappers hadden voor alle zekerheid een paar verzen in Genesis gelezen en begrepen dat hij uit klei gemaakt was. Dus nemen ze monsters van de Limburgse löss mee en ook West-Friese en Groningse klei. Om te weten welke kleur kleimonsters hij mee zou moeten nemen, had iemand zelfs vooraf gebeld of het ging om een gele Chinees, een zwarte Ethiopiër of een Nederlandse bleke. 

Wanneer dan de wetenschappers met de nieuwe Adam worden geconfronteerd, voelen ze zich genomen. Dit kon niet. Een menselijk wezen van één dag is microscopisch klein en geen volwassen kerel. En de kleimonsters vertoonden ook al geen enkele overeenkomst met de nieuwe Adam. Uitgebreide onderzoeken, zoals met de scan en weefselonderzoek van hart, nieren en longen, wijzen uit dat deze nieuwe Adam van één dag in werkelijkheid rond de 25 jaar moest zijn. 

Adam en Eva waren direct volwassen mensen, fysiek gereed om een gezin te stichten. Dit scheppingswonder staat buiten de menselijke technologie. 

Hoe oud leek de aarde één dag na haar schepping? 

Als de wetenschap direct na de schepping van de aarde de ouderdom van aardlagen met daarin de delfstoffen, die de mens gebruikt, gemeten zou kunnen hebben, wat zou dan het resultaat geweest zijn? Was het radioactief verval slechts twee uren oud? Of leek dat dit proces al twee miljoen jaren geleden begonnen was? Of misschien twee miljard jaren? Wat was de schijnbare leeftijd van de aarde direct na haar schepping? 

Er zijn veel theorieën. In de meeste hiervan is een schepping in zes dagen een lachertje, vooral als de evolutietheorie erbij gehaald wordt. 

Hoe betrouwbaar zijn de methodes 

om de ouderdom te bepalen? 

Bij radioactieve metingen wordt aangenomen dat de intensiteit van de kosmische straling door de eeuwen heen constant is. Sommigen veronderstellen dat er vóór de zondvloed een grotere concentratie van damp rond de aarde was. De Bijbel spreekt over de dauw. De concentratie koolstofdioxide in de atmosfeer is nu 50% groter dan voor de industriële revolutie. U weet waarschijnlijk niet wat het effect hiervan op de kosmische straling is, maar de geleerden ook niet. 

Anderen beweren dat tengevolge van de kolossale druk van de watermassa van de vloed op de aardlagen, de metingen van materiaal van vóór de vloed onbetrouwbaar zijn. Houdt de wetenschap rekening met het kolossale effect van de vloed? Als ze deze al willen erkennen. 

In de geologie wordt bij radioactieve ouderdomsmetingen na het verval van radioactief  materiaal in gesteenten het aantal heliumkernen geteld. Aangenomen wordt dat helium niet uit het gesteente kan ontsnappen. Dit wordt aangenomen. In ‘Grondslagen der algemene geologie’ van Dr. B.G. Escher worden situaties beschreven waarin helium wel degelijk uit gesteente is ontsnapt en hoe dit nog steeds plaatsvindt. Bovendien, kon het gesteente de plotseling opkomende druk van de vloed weerstaan? Als dat niet het geval is, dan kunnen metingen er duizenden, zo niet miljoenen jaren naast zitten. 

Ach, denkt misschien iemand, dit is praat van leken. Laten we dan eens naar praat van professionals luisteren. 

Eerst nog de vraag: hoe betrouwbaar zijn de methodes om de ouderdom te bepalen? Methodes waar tot voor kort niet aan getwijfeld mocht worden, worden nu belachelijk gemaakt als we de jongste technieken daarop loslaten. 

Hier volgen een paar voorbeelden die gepubliceerd zijn in de tijdschriften ‘Radiocarbon’ en ‘Science’ .

·  Van steenkool uit Rusland was de veronderstelde ouderdom 300 miljoen jaren oud en werd nu gedateerd op 1.680 jaar. 

·  Aardgas in Alabama en Mississippi zou 50 miljoen en 135 miljoen jaren oud zijn, maar de Carbon-14-methode gaf leeftijden van respectievelijk 30.000 en 34.000 jaar. 

· Beenderen van een sabeltijger, gevonden in de teerputten van LaBrea zouden 100.000-één miljoen jaren oud zijn. Volgens de nieuwe metingen 28.000 jaar. 

Maar deze nieuwe Carbon-14-techniek is ook niet zo feilloos. Lees de volgende voorbeelden maar eens. 

· Een net afgemaakte zeehond werd door de Carbon-14-methode gemeten en zou 1.300 jaar geleden gestorven zijn. 

· De ouderdom van levende schelpdieren werd bepaald op 2.300 jaar. 

·  Levende slakken zouden volgens dezelfde ouderdomsberekening 7.000 jaar geleden al gestorven moeten zijn. 

De onderzoekers haastten zich om uit te leggen dat achteraf de onregelmatigheden gemakkelijk te verklaren zijn. Bijvoorbeeld, Carbon-14 activiteit in opgeloste toestand carboniseert in water, enz., enz. Maar hoe kunnen we zulke effecten uitsluiten als we de omstandigheden niet kennen? Want dat is toch meestal het geval. Vooral water kan invloed hebben op metingen. Tijdens de vloed waren de bovenste aardlagen doordrenkt met water. Langer dan een jaar. 

Als er nog zoveel kritiek is bij de geleerden zelf over ouderdomsmetingen, mogen er twijfels zijn over de betrouwbaarheid van archeologische sporen van mensen die bijvoorbeeld 50.000 jaren oud zouden moeten zijn. 

Genesis 1:26  En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 

Om een verklaring te zoeken voor veronderstelde sporen van menselijk leven vóór Adam, gaan veel mensen speculeren: “Zou God daarvóór mensen gemaakt hebben die niet naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen waren?” Zou dat kunnen? 

27  En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 

Dit speculeren biedt geen soelaas, want hier staat: de mens. Vers 27 spreekt niet over twee soorten mensen – de één wel en de ander niet naar zijn beeld geschapen – nee, God heeft het over de mens. En die is gemaakt naar Zijn beeld en gelijkenis en Adam was de eerste. Hij schiep de dieren naar hun aard en de mens naar Gods aard. 

1 Korinthiërs 15:45  Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; … 

Ook Paulus bevestigt dat er vóór Adam geen mensen geweest zijn. De eerste mens was Adam staat hier. 

De vragen: “Waren of zijn er mensen die tijdelijk op de aarde leefden of misschien nog leven en net als dieren niet in Gods Plan van Behoud zijn opgenomen? Bestaan er oeroude fossielafdrukken van mensen die niet naar Gods beeld zijn geschapen?” zijn geen zinvolle vragen. 

Genesis 9:6  Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt .

Het is duidelijk, de mens is naar Gods beeld geschapen. Hierin zijn geen soorten.  Is Eva wel naar Gods beeld geschapen? Wat zegt de Bijbel? 

Genesis 1:27  En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 

En als er nog twijfel mocht bestaan over mogelijk andere menselijke wezens die geleefd zouden hebben. 

Genesis 3:20  En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden. 

Alle levenden. Er hebben dus nooit menselijke wezens bestaan die niet uit Eva zijn voortgekomen. En we hebben gezien dat Eva een menselijk wezen was, geschapen naar Gods beeld, naar Gods gelijkenis. En zij leefde slechts een zes duizend jaar geleden. 

Tegen alle verwachtingen in?

Tim Hawthorne – Professor Emeritus Biochemie aan de Universiteit van Nottingham, U.K.

oorsprong van het leven

oorsprong levenGod en de oorsprong van het leven  / Tim Hawthorne.

Sommige mensen zijn misschien bang om toe te geven dat er een Schepper God bestaat, omdat ze niet naïef of onwetend willen overkomen. Die verhalen in de bijbel, zeggen ze, zijn misschien wel goed voor kinderen en eenvoudige mensen in primitieve samenlevingen, maar geschoolde mensen weten toch wel beter, of niet soms?

Als geleerde wetenschappers – die hun leven lang al deze zaken bestudeerden – het idee van een schepper afdoen als een fabeltje, dan weten ze toch zeker wel waar ze het over hebben? Mensen die niet onwetend willen lijken zouden hen toch moeten geloven, of niet soms?

Nee, dat moeten ze niet! Ik ben een wetenschapper en ik bestudeer mijn hele leven al een deel van de schepping. Niets wat ik te weten ben gekomen, heeft mij doen betwijfelen dat er een schepper van ons heelal is die zorgt voor die schepping en voor ons. Inderdaad, hoe meer ik te weten kom, hoe meer reden ik heb om dit te geloven.

Ik wil graag mijn standpunt onderbouwen. Ik zal proberen u niet te overdonderen met feiten, maar, zoals Albert Einstein eens opmerkte, we moeten dingen zo eenvoudig mogelijk maken, maar niet eenvoudiger dan ze zijn.

Weet u, zelfs de ‘eenvoudigste’ levensvormen zijn eigenlijk niet zo eenvoudig.

Een niet zo eenvoudige cel.

Wat wij zien als een eenvoudige bacteriële cel is in werkelijkheid een ingewikkelde samenstelling van vele complexe chemische stoffen.

Bijvoorbeeld, een gemiddelde bacterie heeft ongeveer 2000 enzymeiwitten, elk gebouwd als een kralenketting, waarbij de kralen aminozuren zijn. Elk eiwit kent zijn specifieke volgorde van honderden aminozuren, waarvan er uit 20 kan worden gekozen en dat voor elke kraal van de keten. Twee astronomen, Sir Fred Hoyle en N.C. Wickramasinghe, maakten een schatting van de kans op het verkrijgen van een simpele bacteriële cel door willekeurig te kiezen uit de 20 aminozuren waar eiwitten uit zijn opgebouwd. De kans om op deze manier per toeval een bacteriële cel te creëren, is één op 1040.000 – dat is een 10 gevolgd door 39.999 nullen – best een groot getal! Astronomen zijn gewend aan zulke getallen, maar dit betekend dat het zo goed als onmogelijk is. Dat het ongeveer net zo waarschijnlijk, in de beroemde woorden van Hoyle, is als wanneer een wervelwind die door een schroothoop raast, een Boeing 747 samenstelt.

En we hebben het slechts over één kleine bacterie. 

Richard Dawkins beschrijft dit onmogelijk proces in zijn boek ‘The Selfish Gene’: Op een bepaald moment werd per ongeluk een nogal merkwaardig molecuul gevormd. We noemen het maar de ‘Reproduceerder’. Het was niet meteen het grootste of meest complexe molecuul die er was, maar hij bezat de ongelofelijke eigenschap dat hij zichzelf kon reproduceren.

Het lijkt misschien zeer onwaarschijnlijk dat dit per ongeluk zou gebeuren. Dat was het ook. Het was uitermate onwaarschijnlijk, maar bij onze menselijke schattingen van wat wel of niet mogelijk is, zijn we niet gewend om om te gaan met honderden miljoenen jaren.

In zijn voorwoord probeert Dawkins het prestige van zijn sprookje te verhogen door het wetenschappelijk te noemen. Maar het lijkt geenszins, op wat we tegenwoordig weten van het proces waarop Reproduceerder (DNA) in levende cellen wordt gekopieerd. Het kopiëren vereist tientallen complexe enzymeiwitten en nog eens tientallen om de chemische energie voor het proces te leveren. Als u gelooft dat de Reproduceerder dit alles in zijn eentje kan, dan gelooft u alles!

Een moeilijke evenwichtsoefening.

Realiseert u zich wel hoe precies de omstandigheden die het leven mogelijk maken, eigenlijk in evenwicht zijn? Ons fysisch universum hangt af van vier basiskrachten, of constanten. Deze zijn de elektromagnetische kracht, de sterke kernkracht, de zwake kernkracht en de zwaartekracht.

Leven zoals wij dat kennen, zou niet kunnen bestaan zonder water, dat, zoals u ongetwijfeld weet, een samenstelling is van waterstof en zuurstof. De waterstof in water zou niet bestaan als twee van de natuurconstanten niet precies in evenwicht waren. Als de zwakke kernkracht in de atomen en de zwaartekracht niet precies correct zouden zijn, dan zou alle waterstof in het heelal binnen enkele seconden na de oerknal, die door kosmologen wordt gezien als het begin van alles, omgevormd zijn tot helium.

Koolstof is evenzo noodzakelijk voor het leven en is één van de stappen in het opbouwproces van alle elementen in sterren. Als de sterke kernkracht die atoomkernen bindt en de elektromagnetische kracht tussen geladen deeltjes die atomen bijeen houdt, niet nauwkeurig in evenwicht zouden zijn, dan zou alle koolstof zijn omgezet in zuurstof en zwaardere elementen. De wetenschap kan niet verklaren waarom de natuurconstanten deze specifieke waarden aannemen, maar we weten dat, als het niet zo zou zijn, het heelal nooit leven zou hebben voortgebracht en dat wij er niet zouden zijn om het te bespreken.

Dit nauwkeurig instellen van het heelal wordt het ‘antropisch (mens) principe’ genoemd – het idee dat de kosmos is bedoeld om als habitat voor mensen te dienen. Wijst dit ‘afstemmen’ op een schepper die ons vanaf het allereerste begin in gedachten had?

Dit idee moet toch zeker niet achteloos van de hand worden gedaan als een fabeltje, wanneer zoveel bewijzen de redelijkheid ervan aantonen. Sommige filosofen die dit idee hebben verworven, stellen als alternatief voor dat er miljoenen verschillende heelals bestaan die elk verschillende eigenschapppen hebben, zodat het volstrekt per toeval mogelijk is, dat er één tussen zit met de juiste omstandigheden om leven mogelijk te maken. Dit is een redelijk vergezochte gedachte en er zijn weinig bewijzen om het te ondersteunen. Het is tevens een zeer ingewikkelde verklaring en er is in de wetenschap een beginsel dat zegt dat de makkelijkste verklaring die bij de feiten past, hoogstwaarschijnlijk de correcte is.

Er is niets eenvoudigs aan een grote hoeveelheid heelals!

Het begin.

Men gaat ervan uit dat de aarde 4.500 miljoen jaar oud is en er is fossielbewijs voor het bestaan van leven in sedimentgesteente tot zo’n 3.800 miljoen jaar geleden. De eerst levende organismen lijken bacteriën en algen te zijn geweest.

Hoe zijn zij ontstaan?

Ongeveer 70 jaar geleden wezen Oparine in Rusland en Haldane in Engeland erop dat een ‘primitieve soep’ van chemische stoffen zich als eerste vormde op aarde in een zuurstofvrije (reducerende) atmosfeer. Zuurstof zou veel van die chemische stoffen hebben vernietigd. Deze reducerende atmosfeer zou zijn opgebouwd uit waterstof, waterdamp, methaan en ammonia. Wanneer dit krachtige mengsel werd bloodgesteld aan bliksem en ultraviolet licht zouden enkele simpelere chemische stoffen van het leven, zoals aminozuren, ontstaan. 

Anderen wijzen er echter op dat de geologische bewijslast bestrijdt dat zo’n atmosfeer lang genoeg kon hebben bestaan voor de vorming van een primitieve soep. Sterker nog, het precambrische gesteente dat het fossielbewijs voor de vroegste levende cellen bevat, bevat niet de verwachte organische stoffen uit de soep.

Nou, dat ‘kleine probleem’ zal degenen die vastberaden zijn het mogelijk bestaan van een schepper uit te sluiten, niet tegenhouden. Als de chemische stoffen van het leven niet op die wijze gevormd werden, werden ze misschien wel gebracht door meteorieten, waarvan sommige zeker zulke chemische stoffen bevatten. Men schat dat zware bombardering van het aardoppervlak door meteorieten zo’n 3.800 tot 4.000 miljoen jaar geleden heeft plaatsgevonden. Astronomen maken ook melding van kleine koolstofbevattende moleculen zoals formaldehyde en methylamine, in de interstellaire ruimte.

Natuurkundige Paul Davies, auteur van het boek ‘The Fifth Miracle’ (over de oorsprong van het leven), heeft ook zijn twijfels over de primitieve soep. Hij beweert dat het leven diep onder de zee in hete vulkaankraters is ontstaan. Zijn scenario is net zo waarschijnlijk als ale andere. 

Maar hoe waarschijnlijk zijn ze?

Stuart Kauffman kan het idee dat leven voortgekomen is uit het niet-levende door stuk voor stuk bij elkaar gebracht te worden door evolutie, niet aannemen. Zijn theorie is dat wanneer het aantal moleculen in de primitieve soep een bepaalde drempel overschrijdt, er plotseling een autokatalyserend metabolisme (een reeks van chemische omzettingen die elkaar in stand houden) zal ontstaan. Voor hem lijkt het optreden van leven haast onvermijdelijk. Kauffman schrijft overtuigend, maar geeft toe dat er tamelijk weinig harde bewijzen zijn.

Alle hoop opgegeven.

Omdat zij ontsteld waren over de kans op het door toeval ontstaan van leven op aarde, bliezen Hoyle en Wickramasinghe een oude theorie dat het leven uit de ruimte kwam, weer nieuw leven in. Bacteriën en virussen, zo beweerde zij, bereikten de aarde en bereiken de aarde nog steeds in de staarten van kometen. Kosmische krachten, zo concluderen zij, zijn niet alleen verantwoordelijk voor de oorsprong van het leven, maar ook voor sommige aspecten van haar evolutie.

Biologen zijn niet onder de indruk.

Het dubbelhelix model voor DNA van Watson en Crick legde de basis voor moderne, biochemische genetica. Crick heeft genoeg verstand van DNA om te weten dat het maken van de eerste levende cel nagenoeg onmogelijk moet zijn geweest. Hij is daarom van mening dat het leven opzettelijk naar de aarde is overgebracht door hoogontwikkelde beschavingen elder in het heelal.

Er zijn geen harde bewijzen voor dit alles en natuurlijk wordt door het verplaatsen van het probleem van de oorsprong van het naar de ruimte of de diepste oceanen, geen antwoord verkregen op de ultieme vraag hoe het in eerste instantie allemaal begonnen is.

Charles Darwin zat er misschien wel dichterbij toen hij het hele vraagstuk omzeilde. In zijn boek ‘The Orgin Of Species’ schreef hij dat ‘er leven, met de verscheidene krachten van het leven, oorspronkelijk in enkele vormen werd ingeblazen of in één …’

Door wioe er werd geblazen, zegt hij niet.

Ontwerp.

Wij hoeven de vraag niet te omzeilen. Eens komen we er misschien achter hoe het leven is ontstaan, hoe onwaarschijnlijk dat op dit moment ook lijkt. Wij hoeven de oorsprong van het leven niet te zien als het resultaat van een rechtstreekse tussenkomst van God. Misschien kwam het door een natuurlijk proces – maar zoiets kon niet zomaar in elke wereld gebeuren. Alle omstandigheden moeten precies kloppen en de kan,sen zijn te groot dat dit het gevolg is van pure toeval. De fijne evenwichten in de natuurwetten die het leven mogelijk maken wijzen op een welwillende schepper, die zowel u, als mij, als de hele wereld in gedachte had.

Als wetenschapper heb ik geen moeite dat te geloven. Het druist tegen absoluut niets in waarvan ik weet dat het wetenschappelijk is aangetoond.

Mijn geloof als Christen hangt echter niet alleen af van wetenschappelijke bewijzen – maar dat is een heel ander verhaal.

(Tim Hawthorne is Emeritus Professor Biochemie aan de Universiteit van Nottingham, Verenigd Koninkrijk.)

Ontwerp

Alle omstandigheden moeten precies kloppen en de kansen zijn te groot dat dit het gevolg is van pure toeval. De fijne evenwichten in de natuurwetten die het leven mogelijk maken wijzen op een welwillende schepper, die zowel u, als mij, als de hele wereld in gedachte had. Als wetenschapper heb ik geen moeite dat te geloven. Het druist tegen absoluut niets in waarvan ik weet dat het wetenschappelijk is aangetoond. Mijn geloof als Christen hangt echter niet alleen af van wetenschappelijke bewijzen.

Onnodige zorgen 

Er bestaat een oud verhaal van een man die twee zware zakken op zijn rug had. Met moeite kwam hij vooruit met die zware zakken die hij droeg.

Een engel ontmoette die man en vroeg hem wat er in die twee zware zakken zat.

‘Dat zijn mijn zorgen,’ zei de man. ‘Ik heb namelijk twee grote zorgen: zorgen voor de dag van gisteren die voorbij is en zorgen voor de dag van morgen die nog moet komen.’

‘Laat mij die zakken eens zien,’ vroeg de engel. Toen beide zakken geopend waren, bleken ze tot grote verbazing van de man leeg te zijn. Opeens begreep hij dat hij zich onnodig zorgen had gemaakt en dat hij de twee zware zakken helemaal niet hoefde te dragen.

‘Gisteren is voorbij, morgen komt nog, vandaag helpt de Here’. ‘Wees dan niet bezorgd voor morgen…’ ‘Werpt al u bezorgdheid op Hem…’ (1 Petr. 5:7)

Zondvloedcatastrofe

ZondvloedDe waarheid over de “zondvloedcatastrofe”

Tot ongeveer de jaren 1800 was het feit van de zondvloed een algemeen aanvaarde verklaring voor het ontstaan van de bovenste aardlagen en de fossielen die men erin terugvindt. Fossiele resten van planten en dieren heeft men reeds in groot aantal en dikwijls goed bewaard teruggevonden, hetgeen 

duidelijk wijst op een snelle begraving.

Prof.F.Hibben beschrijft hoe o.m. in Alaska a.h.w. massagraven werden aangetroffen vol dierlijke beenderen en resten. (mammoets, mastodon, bizons, paarden wolven, beren en leeuwen….) 

Dergelijke vondsten vindt men trouwens in elk werelddeel.

In het bevroren toendraslijk dat op meerdere plaatsen in Siberië meer dan duizend meter (!) dik is, vindt men veel aanwijzingen van de catastrofale vernietiging van honderdduizenden dieren, ter plekke bevroren en overweldigd door een immense vloed.

Een typisch voorbeeld zijn de vondsten van de mammoets waarvan het (diepgevroren) vlees soms nog zo goed bewaard is dat het perfect eetbaar is.

In hun maag vindt men dikwijls de overblijfselen van grassen en bloemen die wijzen op een zacht klimaat vóór de zondvloed.

Dergelijke drastische en plots klimaatwijziging van subtropisch tot arctisch, is enkel te verklaren door het plotseling neerstorten van de watermantel die zich oorspronkelijk rond de aarde bevond.

Het bestaan van deze watermantel wordt o.m. bevestigd door meerdere wetenschappers o..a. Prof.Joseph C. Dillow – “The waters Above”

Deze watermantel zorgde voor een gelijkvormig zacht klimaat over ganse de aarde.

Een dergelijke watermantel bestaat trouwens nog steeds op de planeet Venus die zonder grote luchtturbulenties zorgt voor een gelijkvormig klimaat van pool tot evenaar.

Geologen weten aan de hand van waarnemingen in de meeste gesteenten, dat ons klimaat vroeger veel warmer is geweest en dit over gans de aarde. 

Zo vindt men steenkoollagen in de ondergrond van de meeste werelddelen. Deze lagen getuigen van een subtropische rijke plantengroei (fossielen). Ook de dierenwereld was veel rijker en weelderiger. (reuzereptielen, dinosauriërs…)

De hoge partiële zuurstofdruk verklaart ook de grote afmetingen van insecten, ongewervelde en gewervelde dieren. Mogelijk is dit ook een verklaring voor de hoge ouderdom van de aartsvaders.

Datum? 

Volgens Dominique Tassot, burgerlijk mijningenieur en auteur van het boek: “A l’Image de Dieu, Préhistoire Transformiste ou Préhistoire Biblique”, volstaan enige kennis van de bevolkingsgroei en enkele berekeningen om te kunnen stellen dat de zondvloed is opgetreden in de 24 ? eeuw vóór Christus.

Ook andere studies over de bevolkingsgroei wijzen naar een totale ouderdom van 5 à 6000 jaar voor de afstamming van de huidige wereldbevolking van één ouderpaar.

Deze statistische schattingen staan in schril contrast met de ouderdommen die door de evolutieleer worden voorgesteld. Deze variëren van 30.000 jaar voor de Homo Sapiens Sapiens – 300.000 jaar voor de Neanderthaler die evengoed reeds zijn doden begroef, kon spreken en werktuigen maakte, en bijna 2.000.000 voor de Homo Erectus.

Indien deze evolutionistische ouderdommen juist zouden zijn, dan zouden er nu evenveel mensen zijn als bacteriën!! En indien al die mensen ooit op aarde zouden hebben geleefd, waar zijn dan hun fossiele overblijfselen?

Conclusie

Deze beknopte samenvatting van de bijzonderste aspecten van evolutie- en scheppingsleer bevat geen antwoord op alle vragen die men zich in verband met dit boeiend onderwerp zou kunnen stellen. Daarvoor verwijzen wij dan ook naar de bronvermelding hierna.

Samengevat kunnen we zeggen dat de evolutietheorie niet meer is dan een hypothese. Zij wordt echter nog steeds opgedrongen als een realiteit zowel in de schoolboeken als in de media, in musea, vakliteratuur enz.

Het werkelijke doel van de evolutietheorie is niet enkel het ontkennen dat er een schepping is geweest maar vooral het bestaan van de Schepper.

_______________________________________________________________

1 “Big bang”: reeds tientallen jaren zitten astronomen hierover met de handen in het haar want bepaalde ontdekkingen hebben aangetoond dat deze theorie niet klopt. 

Astronoom W. Kaufmann formuleerde dit duidelijk als volgt: “Als deze (ontdekkingen) juist zijn, dan stort een van de pijlers van de moderne sterrenkunde en kosmologie in elkaar met een verwarring zonder voorgaande sedert Copernicus.”

De tussensoorten

TussensoortenDe tussensoorten

De tweede steunpilaar van de evolutieleer is het bestaan van de zgn. “tussensoorten”; zij worden geacht de verbindingsschakel te hebben gevormd tussen de bekende soorten en een gemeenschappelijke voorouder.

Lange tijd heeft men beweerd dat de schakel tussen vissen en amfibieën een vis was die behoorde tot dezelfde familie als de coelacant. Fossielen van de coelacant laten kenmerkende kopvinnen zien. 

Evolutionisten beweerden dat deze uit het water kwam met behulp van zijn vinnen. Volgens hen leefde deze vis 60 miljoen jaar geleden. In 1938 vond men hem levend en wel in de Indische Oceaan! Verdere onderzoekingen bevestigden dit en toonden aan dat deze vis hoegenaamd geen zeldzaamheid is.

Het geval van de coelacant is trouwens niet het enige. Er zijn namelijk wezens die vandaag rondlopen, vliegen, zwemmen of kruipen en die bijzonder sterk gelijken op fossiele overblijfselen die men terugvindt in de gesteenten en waarvan de evolutionisten beweren dat ze honderden miljoenen jaren oud zijn. Deze vandaag nog levende wezens noemt men daarom ‘levende fossielen’. Darwin was zich trouwens reeds bewust geworden van het gevaar hiervan voor zijn theorie.

Een andere leugen van de evolutieleer betreft de overgang van aap naar mens : de aapmens.

Volgens de evolutieleer immers stamt de mens af van de aap door toevallig en willekeurig optredende natuurprocessen. Ondanks duidelijke bewijzen van het ongerijmde van deze theorie wordt zij nochtans in de media en het onderwijs als vrijwel zeker verkondigd.

Enkele voorbeelden.

* de Piltdown-mens

De schedel hiervan kreeg gedurende veertig jaar een belangrijke plaats in het British Museum. 

Honderden doctorandi promoveerden op dissertaties over de “Piltdown-mens”. Het duurde meer dan dertig jaar eer wetenschappers zich bewust werden van de waarheid. Op een gegeven moment kreeg men door dat de kaak afkomstig was van een orang-oetang. Deze was bijgevijld zodat ze op een menselijke schedel paste. De tanden waren afkomstig van mensen maar ook deze waren bijgevijld zodat ze op de tanden van een aap leken. 

* de Neanderthaler

De talrijke vondsten hiervan hebben tot heel wat discussies geleid. Uiteindelijk kwam men tot de bevinding dat het gewoon een mens betrof. Geleerden schreven in hun verslag dat een modern geschoren, gewassen en geklede Neanderthaler in deze tijd niet zou opvallen.

De door Dr. John Cuozzo verzamelde gegevens tonen duidelijk aan dat de Neanderthaler-mens in feite de mensen van hoge ouderdom zijn die beschreven staan in de Bijbel.

* de Nebraska-mens

De Amerikaanse paleontoloog Dr.Henry Fairfield Osborne beweerde in 1922 de “ontbrekende schakel” gevonden te hebben. Bij nader inzicht bleek het enkel om een tand te gaan… waarrond Osborne een kaak had getekend en zo uiteindelijk het hele individu had “gereconstrueerd”. Toen ze deze tand nader onderzochten kwamen verstandigere wetenschappers (in 1927) tot de conclusie dat deze afkomstig was van een uitgestorven varken…

* de Pithecanthtropus.

Hier gaat het over een andere vondst waarmee een “aapmens” kon worden gereconstrueerd op grond van een zgn. perfecte schedel. Na nauwkeurige bestudering moest men toegeven dat het enige bot dat ten grondslag lag aan deze “wetenschappelijke vooruitgang”, een knieschijf van een olifant was….

Uit deze voorbeelden blijkt eens te meer hoezeer het evolutionistisch begrip “mutanten” bedrog is.