De doden weten niets

Wanneer we in de Bijbel Job 3:11-13; Psalm 115:17; Psalm 146:4; en Prediker 9:5, Prediker 9:10 lezen, is er iets dat we kunnen leren uit deze passages over de toestand van de mens bij de dood.

Sommige bijbelcommentatoren beweren dat deze passages (Job 3:11-13; Psalm 115:17; Psalm 146:4; Prediker 9:5, Prediker 9:10), geschreven in poëtische taal, niet kunnen worden gebruikt om de toestand van de mens in de dood te definiëren. Het is waar dat poëzie soms dubbelzinnig kan zijn en gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden, maar dit is niet het geval bij deze verzen. Hun taal is duidelijk en hun concepten zijn in volledige harmonie met de andere oudtestamentische leringen over dit onderwerp.

Ten eerste, in Job hoofdstuk 3, betreurt de patriarch zijn eigen geboorte vanwege al het lijden. (Wie heeft er niet gewenst dat hij of zij nooit geboren was op de meer nare momenten?) Hij erkent dat als hij bij zijn geboorte was gestorven, hij zou blijven slapen en rusten (Job 3:11, Job 3:13 ).

Psalm 115 definieert de plaats waar de doden worden bewaard als een plaats van stilte, omdat “de doden de HERE niet prijzen” (Psalm 115:17). Dit klinkt in het geheel niet alsof de doden, de getrouwe (en dankbare) doden “in de hemel God aanbidden”.

Volgens Psalm hoofdstuk 146 houden de mentale activiteiten van het individu op met de dood: „Zijn geest vertrekt, hij keert terug naar de aarde; op diezelfde dag vergaan zijn plannen” (Psalm 146:4). Dit is een perfecte bijbelse weergave van wat er gebeurt bij de dood.

En Prediker hoofdstuk 9 voegt eraan toe dat “de doden niets weten” en in het graf “is geen werk of plan of kennis of wijsheid” (Prediker 9:5, Prediker 9:10, NKJV). Deze uitspraken bevestigen de bijbelse leer dat de doden onbewust zijn.

De bijbelse leer van bewusteloosheid bij de dood zou bij christenen geen paniek moeten veroorzaken. Allereerst is er geen eeuwigdurende brandende hel of tijdelijk vagevuur dat wacht op degenen die ongered sterven. Ten tweede wacht er een verbazingwekkende beloning op degenen die in Christus sterven. Geen wonder dat “voor de gelovige de dood een kleine zaak is. … Voor de christen is de dood slechts een slaap, een moment van stilte en duisternis. Het leven is met Christus verborgen in God, en ‘wanneer Christus, die ons leven is, zal verschijnen, dan zult u ook met Hem verschijnen in heerlijkheid’. Johannes 8:51-52; Kolossenzen 3:4.” — Ellen G. White, The Desire of Ages, p. 787.

Denk aan de doden in Christus. Ze sluiten hun ogen in de dood en, of ze nu 1500 jaar of 5 maanden in het graf zijn, het is allemaal hetzelfde voor hen. Het volgende dat ze weten is de wederkomst van Christus. Hoe kan iemand dan beweren dat de doden het in zekere zin beter hebben dan wij, de levenden?

Er is veel te zeggen over de toestand van de doden. Weinig mensen schijnen tevreden te zijn met de eenvoudige maar toch troostende informatie uit de Bijbel. Dat zet veel deuren open van de tegenstander. Een goed begrip over wat er gebeurt als iemand sterft, wordt door Joe Crews op basis van puur bijbelse teksten beschreven in deze pdf.

Aanvragen

1 Thessalonicenzen 4:16, “want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, neerdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.”

Het is bij de bazuin van de Heer, wanneer Jezus neerdaalt uit de hemel. Dat is wanneer de tot leven gewekte doden in een verheerlijkt lichaam ten hemel opstijgen.

Johannes 5:28, 29: ‘Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.’

Het is interessant dat in de tijd van Christus de Sadduceeën en de Farizeeën, de twee belangrijkste stromingen van het jodendom, tegengestelde opvattingen hadden over de toestand van de doden en de opstanding. Het feit dat beide in wezen dezelfde geschiedenis hebben, de Thora als basis van hun religie hebben, geeft aan dat de toestand van de doden in het Oude Testament niet zo duidelijk accepteren als we soms graag willen geloven. Het is duidelijk dat ook toen mensen voorkeursteksten achterna liepen en andere opzij zetten. Begrijp me niet verkeerd. Het idee van opstanding is er, maar het wordt overgelaten aan de lens van het Nieuwe Testament om het te verduidelijken.

Het verschil in visie tussen Farizeeërs/Sadduceeërs roept de vraag op hoe we degenen die niet geloven zoals wij, overtuigen van de toestand van de doden. Is het belangrijk? Ik ben blij om tekstueel bewijs te leveren voor mijn overtuiging over de toestand van de doden, maar uiteindelijk zullen de meeste luisteraars /lezers geloven wat ze altijd hebben geloofd. Mensen ertoe brengen hun overtuiging te veranderen is een beetje ingewikkelder dan het presenteren van een onweerlegbaar logisch bijbels argument. Zelfs als Gods Geest daartoe dringt, is het nog altijd de mens die beslist.

Het beste argument dat we hebben is dat het christendom veel meer is dan alleen maar eeuwig leven. Redding gaat over nu leven. Ik word er nogmaals aan herinnerd dat toen Jezus de gelijkenissen van het koninkrijk vertelde, hij sprak over het koninkrijk van de hemel in het heden, niet in de toekomst. Als we een stevige greep hebben op wat redding nu betekent, biedt het een referentiepunt voor onze hoop op de opstanding.

Een Bijbel vol krachtige beloftes

Een van de lezers stelde de vraag “Wat ik denk van gedachtenversterkers – kleine passages uit Gods woord die we in onze geest kunnen prenten als vaste ankers om in moeilijke momenten aan vast te klampen”? Ze vroeg ook “Wat is de grootste getuigenistekst die een impact heeft gehad op mijn leven?”

Er zijn veel teksten in de Bijbel die me aanspreken en ik wil niet vervallen in favoritisme. Ieder woord uit de Bijbel is waard om bestudeerd te worden, maar ik heb voor mezelf een lijstje gemaakt met een 50tal teksten die me tot steun en opwekking zijn.

Wanneer ik ’s morgen opsta – zelfs wanneer ik nog in bed lig – bedenk ik “Dit is de dag die de Heer ons geeft, wees daarom blij en zing verheugd.” (Psalm 118:24). Ik maak het persoonlijk door te zeggen “Ik zal juichen en mij daarover verheugen.” Ik ben blij en dankbaar voor het leven. Ik dank God voor alle zegeningen. God is mijn kracht en mijn sterkte. Op Hem vertrouw ik.

Enkele maanden geleden werd op onze samenkomsten gestart met een experiment. Er werd aan iedereen een kaartje gegeven met “Psalm 16:8-9”.

We werden aangespoord om de tekst op te zoeken, deze te schrijven op het kaartje en hierover elke dag meermaals na te denken.

Steeds houd ik de HEER voor ogen,

met hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,

mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

Psalm 16:8-9

Toen ik daar begon over na de denken was mijn conclusie: “Als we daarin slagen om de Heer voortdurend voor ogen te houden, is er geen plaats voor angst, depressie, ongeluk… alleen voor zekerheid, rust, sereniteit, gezondheid en geluk. Ik dacht erover na hoe gemakkelijk het is om de schouders te laten hangen, om te morren… Maar van hoe hoog Hij ook kwam, en hoe hard de laatste stappen ook waren. Jezus ging verder. Voor ons. Als Iemand reden had voor teleurstelling, is het God wel… en ondanks dat houdt Hij niet op ons zijn liefde te bewijzen

Natuurlijk maakt het altijd een verschil tegen wie je getuigenis geeft. Jeremia 29 de verzen 11 tot 13, of in ieder geval alleen 13, waarin staat: “Je zult naar Mij zoeken en je zult Mij vinden, als je naar Mij zoekt met heel je hart.” Tegelijk denk ik en bid ik: Mochten velen U zoeken Heer.

Als mensen willen weten dat God echt is, moeten ze een beetje investeren in het zoeken naar Hem. Iedereen wil gewild zijn en God zegt: “Vraag, zoek, klop.” Als we ons inspannen om Hem te zoeken, wil Hij Zich aan ons openbaren. Dus met sommige mensen zou ik daar beginnen; met andere mensen zou ik gewoon kunnen zeggen: “De Bijbel zegt dat God van je houdt”, en: “God is liefde.”

Het varieert met de staat waarin een persoon zich bevindt. Ik hoorde een interessant verhaal dat Spurgeon, de grote prediker, een gehoorzaal binnenging waar hij op een dag zou spreken. Hij ging vroeg naar binnen om de akoestiek te testen omdat ze toen nog geen geluidsversterking hadden. Hij proclameerde luid Johannes 3:16. Hij zei het gewoon heel hard en later die dag kwam er iemand naar voren en zei: “Ik wilde je bedanken voor je woorden die je vanmorgen sprak.” En hij zei: “Vanmorgen? Ik heb vanmorgen niet gepredikt.” Hij zei: “Nou, toen je binnenkwam om de akoestiek te testen, was ik achterin aan het schoonmaken. Je zei Johannes 3:16 en ik knielde neer en gaf mijn hart aan de Heer.”

Alleen dat ene vers is wat die man moest horen. Het is dus moeilijk om precies te zeggen wat het perfecte vers voor elke persoon is. Daarom staan ​​er meerdere in de Bijbel.

Ik denk dat, afhankelijk van verschillende situaties, een van mijn favorieten – is waar we de belofte hebben: “Als we onze zonden belijden, is Hij getrouw en rechtvaardig om ons te vergeven en om ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” Soms hebben mensen hoop nodig, en als je die passage uit de Schrift met hen deelt, 1 Johannes 1, vers 9, dat geeft mensen moed en hoop.

Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,

en uw wegen zijn niet Mijn wegen,

spreekt de HEERE.

Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,

zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen

en Mijn gedachten dan uw gedachten.

Jesaja 55:8-9

Geneest God ook vandaag

Wat doet God? Hoe werkt God? Beschermt Hij? Of laat Hij je in de steek? Geneest Hij of geeft Hij je over aan ziekte? Dat deed me denken aan de prediking van Maurice Pollin “Authentiek bijbels geloof”. (Je kunt het als pdf aanvragen bij Natur-El). Ook in “Waarom Christenen Ziek Worden” stelde Georges Malkmus de vraag waarom God niets doet aan de ziekte van zijn getrouwen. En in “God Geneest – ook u?” weet Ralph Rasschig heel zeker dat God ook vandaag nog geneest en dat zijn  natuurwetten onveranderd dezelfde zijn.

De uitspraak van de apostel Paulus in 2 Tim. 4:20: “Trophimus heb ik ziek in Miletum achtergelaten”, is suggestief. De grote apostel van de heidenen, die begiftigd was met de gave van genezing, en die er zo velen had genezen, liet zijn vriend ziek achter.

Een lezer stelde ons de vraag : “Waarom liet Paulus Trofimus, 7 jaar lang Paulus’ metgezel, ziek achter en genas hem niet? Als de apostel Paulus nog steeds de kracht had om te genezen, waarom zou hij dan een vriend en metgezel ziek achterlaten?”

Toen hij op het eiland Melita was, genas hij de schoonvader van Publius, de hoofdman van het eiland; maar hier zien we dat hij Trofimus ziek moet achterlaten in Miletum.

In Zijn handelingen weet God wat voor zijn Zijn kinderen het beste is. De Vader vindt het soms nodig Zijn hand uit te steken in heilzame discipline.

Het is vaak goed, heel heilzaam, heel noodzakelijk, om in de toestand van Trophimus te Miletum te worden achtergelaten. Onze natuur houdt er niet van, maar we kunnen er zeker van zijn dat het helend is. Trofimus had een les te leren op een ziekbed in Miletum die hij nergens anders kon leren, zelfs niet als Paulus’ reisgenoot. De eenzaamheid, de uitputting, de hulpeloosheid van een ziekbed zijn vaak het voordeligst voor de ziel. De Geest van God maakt gebruik van zulke dingen om ons de meest heiligende lessen te leren. Heel vaak gebeurt het dat een tijd van lichamelijke ziekte de tijd wordt van evaluatie en zelfbeoordeling in de aanwezigheid van God.

Het is leerzaam om de positie van Trofimus, in Handelingen 21:29, te spiegelen aan zijn positie in 2 Tim. 4:20. In het eerste zien we hem in de straten van Jeruzalem in gezelschap van Paulus; in het laatste zien we hem in de eenzaamheid van een ziekenkamer in Miletum. 

Het was zijn aanwezigheid bij Paulus die de bittere vooroordelen van de Joden wekte, die zich verbeeldden dat Paulus hem naar de tempel had gebracht.

Een Jood en een Efeziër in elkaars gezelschap, waren volkomen in overeenstemming met het evangelie van Paulus, maar niet met de Joodse gedachte. In Efeze hadden Paulus en Trofimus in gezelschap gelopen zonder argwaan op te wekken; niet zo in Jeruzalem. Dat een Jood en een heiden samen in Jeruzalem werden gezien, werd beschouwd als een openlijke belediging van de Joodse waardigheid; het was het neergooien van de scheidingsmuur en vrijmoedig de oude paden met de voeten treden.

Hier waren de Joden niet op voorbereid. Ze staarden naar die twee met een oog van donkere achterdocht, en het vreemde gezelschap wakkerde die vlam aan die met heftigheid uitbarstte. Die straten waren klaarblijkelijk niet Paulus’ aangewezen werkterrein. “Ver van hier tot de heidenen” was het woord van de Meester. Maar Paulus zou naar Jeruzalem gaan, en als hij daar was, zou hij nooit kunnen weigeren om in gezelschap van een Efeziër te wandelen. Daar was hij te eerlijk voor. Hij kon niet, zoals de arme Petrus, afstand nemen van zijn heidense broer uit angst voor de Joden.

Maar de ceremonies van de tempel en het gezelschap van Trofimus konden nooit met elkaar worden verzoend. Als de instellingen van de tempel geëerd en onderhouden moesten worden, waarom dan dit gezelschap met een onbesneden vreemdeling? Als Paulus en Trofimus beiden als medeburgers van het hemelse Jeruzalem waren ingeschreven, waarom dan op enige wijze het oude samenstel van dingen erkennen?

Op het ziekbed valt het gordijn voor Trofimus neer. Hier kan hij terugkijken op het verleden. Ook hier zou hij de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Hij kon niet langer door Azië reizen, noch de straten van Jeruzalem betreden in gezelschap van de meest toegewijde mensen. Hij was invalide in Miletum, en Paulus was een gevangene in Rome; maar beiden konden met onbevangen oog omhoog kijken naar die heldere en gezegende wereld waarboven ze zich beiden haastten.

Als we van Handelingen (toen de kerk nog in haar kinderschoenen stond en zelfs enkele joodse rituelen werden nog uitgevoerd) naar de brief-periode gaan, beginnen we te zien dat wonderbaarlijke genezingen minder vaak voorkomen. Tegen het einde van de apostolische periode lijken christelijke leiders die in buitenbijbelse documenten schrijven over het algemeen te geloven dat de tijd voor wonderen zoals deze voorbij was.

Met wonderbaarlijk bedoel ik genezingen die onmiddellijk plaatsvinden en duidelijk de natuurwetten schenden, zoals het genezen van een blinde of het opwekken van doden. Deze vorm van genezing werd aan de 12 discipelen (en blijkbaar ook aan Paulus) verleend als teken dat hun boodschap van God kwam. Blijkbaar hebben sommige kerkleiders deze gave ook gehad in de Vroege Kerk: genezer was een ambt in de Vroege Kerk. De kracht van de genezing kwam steeds van God zelf.

Maar toen de kerk op eigen benen stond en de doctrine werd gevestigd, koos God (en kiest vandaag) ervoor om gewoonlijk te werken met voorzienige middelen: levenswijze, voeding, gebed, rust, kruiden en hulpmiddelen, meditatie, stilte, en het natuurlijke genezende vermogen van het lichaam. Op geen enkele manier is dit minder Gods werk dan het eerste. Net als de zegen van regen, is onze vooruitgang in kennis het bewijs dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen liefheeft, hoewel natuurlijke genezing minder sensationeel is.

Zoals alle valse doctrines, leidt het idee dat elke christen op wonderbaarlijke wijze lichamelijk genezen zou moeten worden tot ernstige emotionele/spirituele gevolgen. Leugens, zelfs vrome, zijn geen onschuldige dingen. De valse leer van onmiddellijke lichamelijke genezing voor iedereen brengt velen ertoe anderen te veroordelen of te wanhopen vanwege hun ‘gebrek aan geloof’. Het zorgt ervoor dat sommigen hun kinderen niet de zorg geven die ze nodig hebben, en de wereld is verontwaardigd als kinderen sterven. Soms, wanneer een geliefde sterft of de persoon zelf niet wordt genezen, kan de persoon zo gedesillusioneerd raken dat God “zijn beloften niet nakomt” dat hij het geloof volledig verlaat.

God geneest WEL, maar het is volgens Zijn Wil, niet de onze. (Op dezelfde manier waarop God ervoor koos om de apostelen soms uit de gevangenis vrij te laten, maar uiteindelijk toestond dat de meesten van hen werden gemarteld.) God treedt niet op commando op, NOCH heeft Hij een speciaal podium nodig met sfeermuziek, weinig licht, training in oosterse mystieke technieken en zorgvuldige stemcadans om een ​​gevoel van euforie of een tijdelijke “genezing” van hoofdpijn of artritis op te wekken. De wonderen van Jezus en de apostelen waren openlijk en concreet.

De waarheid is dat onze Vader een plan voor ons heeft, zelfs bij ziekte of overlijden. De ziekten, handicaps en zelfs sterfgevallen van veel christenen hebben geleid tot hymnes, boeken, toespraken, films, en zijn een grote getuige van de wereld geweest omdat ze begrepen wat het was om te lijden en nog steeds op God te vertrouwen. Zelfs Paulus had blijkbaar last van oogproblemen als een manier om hem nederig te houden nadat hij ongelooflijke openbaringen had gekregen.

Om eerlijk te zijn, zal ik zeggen dat er enkele verzen in het Nieuwe Testament zijn (Jakobus 5) die moeilijk uit te leggen zijn en die onmiddellijke genezing lijken te beloven aan iedereen die een bepaald ritueel volgt. Toch weten we uit ervaring dat deze passage niet altijd werkt zoals sommigen hebben geloofd, en het kan zijn dat we de bewoordingen of de context waarin deze instructies werden gegeven, verkeerd interpreteren.

Paulus was niet ongevoelig voor de behoeften van zijn vriend. God had misschien gewoon andere plannen.

Er zijn veel soorten genezing – emotioneel, fysiek, maar vooral geestelijk (Ezech. 34:4, Psalm 107:20, Psalm 34:17-20, Psalm 147:3, Johannes 14:27, 1 Petr. 2:24, enz. ). Hoewel we weten dat God genezing biedt, is het niet altijd op de manier die we persoonlijk verwachten. Dit komt omdat lichamelijke genezing voornamelijk een teken en getuigenis is van Gods heerlijkheid en waarachtigheid. Het is ook een zegen en een genade. Emotionele genezing is belangrijk voor eenheid in de kerk, en geestelijke genezing is belangrijk voor een juiste wandel met God.

God heeft Paulus’ doorn in het vlees nooit verwijderd (2 Kor 12:1-10). Maar Jezus, Paulus en de discipelen genazen de zieken die ze tegenkwamen (Matt 19:2, Lucas 22:51, Lucas 6:18, Marcus 1:34, Matt 12:15, Matt 14:14, Handelingen 8:7 , Marcus 6:13, enz.) Uit de verslagen blijkt dat de meeste zieken vertrouwden op Jezus’ kracht om te genezen (ook al hadden velen persoonlijk nog geen geloof in Jezus als Messias). Deze genezingen waren het bewijs dat Jezus was wie Hij beweerde te zijn.

Gelovigen geloven echter al dat Jezus is wie Hij beweert, en we weten dat het fysieke tijdelijk is in vergelijking met het eeuwige.

Soms is het de fysieke beproeving waar we doorheen gaan en waar we graag uit willen komen, die de emotionele of spirituele genezing zal brengen die we nodig hebben. (1 Petr 5:10, Psalm 23:3, Psalm 34:19, Heb 12:1-3, enz.). Lichamelijke beproevingen, vervolgingen en lijden brengen ons dichter bij God en zijn een getuigenis voor anderen. Soms krijgen we in dit leven misschien geen lichamelijke genezing, maar we weten dat we volledig hersteld zullen zijn wanneer God ons tot het eeuwige leven opwekt.

Hananja, Misaël en Azarja zeiden tegen Nebukadnezar: “Koning Nebukadnezar, we hoeven ons in deze zaak niet voor u te verdedigen. Als we in de brandende oven worden gegooid, is de God die we dienen in staat om ons te verlossen, maar zelfs als Hij dat niet doet, willen we dat u weet, Uwe Majesteit, dat we uw goden niet zullen dienen of het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.’ Het ontbrak ze niet aan geloof toen ze de mogelijkheid noemden dat God hen niet zou redden, maar ze waren een voorbeeld van volledig geloof in Gods soevereiniteit en macht.

Het is niet het geloof dat “God mij zal genezen en mijn omstandigheden zal veranderen en mijn leven zal verbeteren” dat God van ons wil, maar het geloof dat God de kracht en het gezag heeft om te genezen. Hij wil dat we vertrouwen op Zijn eeuwig plan (Marcus 14:32-36), ook al brengt het ons soms verdriet, tot de dood toe. Als God voldoende bewijs heeft getoond, zijn verdere tekenen niet nodig. Op dat moment moeten mensen een beslissing nemen, en niet alleen hunkeren naar tekens (Johannes 6:1-15 & Johannes 6:25-59, Matt 26:4).

God geneest nog steeds (fysiek, emotioneel en geestelijk) omdat Hij van ons houdt en Hij zal ons niet onthouden van wat we nodig hebben (Lucas 11:11-13), en genezingen brengen eer aan God. Het is echter niet altijd fysieke genezing die we nodig hebben – soms is het berouw, soms het verfijnde geloof dat door een fysieke beproeving komt, soms het sterkere geloof en de gemeenschap die in anderen wordt geboren wanneer ze iemand anders door een beproeving zien doorstaan…

We kunnen God eer geven, door die middelen te gebruiken die Hij heeft bestemd voor onze gezondheid. Het eert God niet als wij gezondheid van Hem bidden en tegen 100 per uur oorzaken onderhouden die noodzakelijkerwijs moeten uitmonden in ziekte. Maar kennen we de oorzaken van ziekte en gezondheid? En kennen wij de middelen die Hij heeft bestemd voor een goede gezondheid?

Een bijzonder Paradijs

door de mens geschapen.

Aan het eind van de geschiedenis staan we als alle grote culturen : we hebben de verboden boom verheven tot een gezag wekkende status waarop wij onze economieën hebben afgesteld. Wij kunnen niet zonder de verboden boom die macht en aanzien geeft. Het is de boom van het vermogen en groot kapitaal. Het is de boom die zich laat horen en die alle berichtgeving controleert. En dan worden we door elkaar geschud, wanneer wij het enige kapitaal dat wij hebben, onze gezondheid, bijna opgeofferd hebben aan de boom, dat de boom het niet waard was. Erger nog, dat de boom verantwoordelijk is voor onze fysieke of mentale gebreken. We zullen het paradijs niet ingaan omdat we onze voeding veranderen. We kunnen wel kiezen voor kwaliteit, in overeenstemming met de bedoeling van ons leven en zo de neergang afremmen of omkeren… en genieten van elke dag en van alles wat goed en positief is. 

Ziekte en lijden komen niet uit God. Het zijn onze “overtredingen” die scheiding maken tussen ons en God. Daardoor moeten wij het stellen zonder de goddelijke zegen.

Een deel van de christelijke missie ligt erin om het goede nieuws van verlossing te brengen. Kijken we naar het leven van Jezus, dan zien we dat hij al weldoende rondging, dat Hij genas, dat Hij zijn krachten niet voor zichzelf gebruikte, maar om iets te doen aan de toestand waarin zijn schepping door het toedoen van de mens was gekomen. En dat is het vandaag nog. We hebben ziekenhuizen, een leger van verzorgend personeel, reservaten voor ouderlingen… Maar zijn ze een deel van het paradijs ? Brengen ze ons dichter tot God ? Is het iets waar wij God mee eren en prijzen, als we er de resultaten van onze leefwijze zien ?

Gezondheid is een deel van onze eredienst, onze voedingskeuzes een uiting van het vertrouwen in Gods wijsheid, gelegd in de natuur, tegenover de eigenwijsheid van de leerling-tovenaar die het werk van God denkt te moeten overdoen. 

God heeft zich niet vergist in zijn schepping. God heeft er al zijn liefde ingelegd, en heeft ons ogen en een verstand gegeven om dat te doorzien. 

Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. (Romeinen 1:20)

Psalm 139 leert ons tot welk besef het ons kan brengen : “Ik dank u, want het is een wonder zoals ik ben gemaakt. Alles wat u maakt, is een wonder. Dat besef ik heel goed.” In het aanschouwen en beleven van Gods schepping vloeien wij over van dankzegging en verwondering. “Wonderbaar zijn Uw werken!”

In 1 Corinthiërs 3:16-17 worden wij herinnerd aan onze opdracht : “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!”

Uit God wants you well vertalen wij enkele passages om Gods bedoelingen te illustreren:

“Het is waar dat veel mensen – zelfs dokters en verplegers – te goedertrouw handelen, dat zij datgene wat ze hebben geleerd naar de kennis en de mogelijkheden van vandaag toepassen. Net zoals mensen in de voedingsindustrie met zuivere intenties hun werk doen, en ouders met liefde hun babies de producten van deze maatschappij verschaffen. Ik kan slechts bidden om meer geestelijke helderheid, om een oprecht ontwaken van het bewustzijn onder de mensen. 

Ik weet dat God alle dingen ten goede doet meewerken voor al diegenen die Hem liefhebben. Hij leidt de omstandigheden. Hij wil dat het ware karakter van de duivel ontmaskerd wordt, dat wij inzien dat het Menselijk Paradijs in feite een hel is, met de folterkamers van ziekte en aftakeling en degeneratie die Gods reflectie in de mens zodanig hebben beschadigd dat het een aanstootgevende aanblik is. 

Veel mensen bidden om kracht en leiden een leven waarin al hun krachten worden verspild. 

Veel mensen bidden om gezondheid, maar leiden een leven, waarin ze zichzelf iedere kans op een redelijke gezondheid of herstel ontnemen. 

Wanneer onze handelingen indruisen tegen de gezondheidsprincipes die God ingesteld heeft, kunnen we niet verwachten dat God ons gezondheid geeft. 

Zal God onze gebeden verhoren als wij bidden om gezondheid ? Dan moet Hij een ander deel van zichzelf opzij zetten, om de natuurwetten buiten werking te stellen. Ik weet dat Hij dat doet, zoals in het leven van Jezus, omdat de ware aard van God zou duidelijk worden, omdat de aanwezigheid van de Levengever het dode in de mens kan doen verdwijnen. Mar God is niet die automaat. Hij is een God van orde en logica. Hij heeft ons verstand gegeven om verstandig te leven, om Zijn machtige wetten die het leven beheersen te bestuderen en er conclusies uit te trekken. En wij kunnen slechts bidden dat ons onderscheidingsvermogen groot genoeg mag zijn om waarheid en leugen van elkaar te onderscheiden. 

Niet elke keer dat de naam ‘God’ of ‘Jezus’ wordt genoemd, wordt God geëerd. Het vraagt onderscheidingsvermogen om te zien wanneer wèl en wanneer nièt. Het ontleedmes om dàt verschil te maken heeft Jezus ons getoond. Wanneer Hij iemand antwoordde, was dat altijd onderbouwd met een citaat uit het Oude Testament : “Er staat geschreven…”

In een wereld waarin men vaak niet wil weten van God en gebod, waarin gelijke kansen en ruimdenkendheid neerkomen op het verzwijgen van de Eeuwige Waarheden,  doen we wat we kunnen om Gods wil kenbaar te maken, om Gods bedoeling met de mens – zijn wonderlijk plan van redding en genezing – te herhalen. De dag is dichtbij dat het menselijke “Paradijs” en wat mensen “genieten” noemen, zullen ophouden te bestaan… Het is duidelijk dat er iets Beter is. Dat is ons beloofd en daar houd ik aan vast.

Het verhaal achter “Welk een vriend is onze Jezus”

De grote Amerikaanse evangelist Dwight L. Moody nam het lied “Welk een Vriend is onze Jezus” op in zijn preken, geschriften en leringen. Het is geschreven door een geëmigreerde Ier in Canada.

Joseph Scriven had rijkdom, opleiding, een toegewijd gezin en een prettig leven in zijn geboorteland Ierland. Joseph, zoon van een kapitein van de Britse Royal Marines, werd in 1819 in Ierland geboren. Nadat hij zijn universitaire graad had behaald aan het Trinity College in Londen, schreef hij zich in aan een militaire school om zich voor te bereiden op een loopbaan in het leger. Een slechte gezondheid dwong hem echter om die ambitie op te geven. Joseph vestigde zich spoedig nadien als leraar, werd verliefd en maakte plannen om zich in zijn geboortestad te vestigen.

Toen gebeurde het onverwachte. Op de avond voor het geplande huwelijk van Scriven verdronk zijn verloofde. In zijn diepe verdriet realiseerde Joseph zich dat hij de troost en steun die hij nodig had alleen kon vinden in zijn dierbare Vriend, Jezus.

Kort daarna verliet Scriven Ierland om een ​​nieuw leven te beginnen in Canada. Hij vestigde een huis in Port Hope, waar hij Eliza Rice ontmoette en verliefd werd. Slechts enkele weken voordat ze de bruid van Joseph Scriven zou worden, werd ze plotseling ziek. Binnen enkele weken stierf ook Eliza, de tweede verloofde van Scriven.

Een verbrijzelde Scriven wendde zich tot het enige dat hem tijdens zijn leven had verankerd: zijn geloof. Door gebed en bijbelstudie vond hij niet alleen troost, maar ook een missie. De vijfentwintigjarige Scriven veranderde zijn levensstijl drastisch. Joseph legde een gelofte van armoede af, verkocht al zijn aardse bezittingen en zwoer zijn leven in te zetten voor lichamelijk gehandicapten en financieel behoeftigen. Vaak gaf hij zijn kleren en bezittingen weg aan mensen in nood, en werkte hij onbetaald voor iedereen die hem nodig had. Scriven werd bekend als “De barmhartige Samaritaan van Port Hope.”

Het verhaal gaat dat twee zakenlieden op een straathoek in Port Hope stonden, terwijl een kleine man met een zaag langsliep. Een van de zakenlieden zei: “Nu is er een man die gelukkig is met zijn lot in het leven. Ik wou dat ik zijn vreugde kon kennen. Misschien kan ik hem zover krijgen dat hij mijn wintervoorraad hout zaagt.’ De andere zakenman antwoordde: ‘Ik ken die man. Hij zou je brandhout niet hakken. Hij hakt alleen hout voor de financieel behoeftigen en voor degenen die lichamelijk gehandicapt zijn en hun eigen brandhout niet kunnen hakken.”

Tien jaar nadat Eliza stierf, kreeg Scriven te horen dat zijn moeder erg ziek was geworden. Vanwege zijn gelofte van armoede had Joseph niet het geld om naar huis te gaan om voor haar te zorgen. Hij was diepbedroefd en voelde de behoefte om contact met haar op te nemen. Hij schreef een troostende brief met de woorden van zijn nieuw geschreven gedicht, met het gebed dat deze korte regels haar zouden herinneren aan een nooit falende Vriend die ze in Jezus had.

Enige tijd later, toen Joseph Scriven zelf ziek werd, zag een vriend die hem kwam bezoeken toevallig een kopie van woorden die op een stuk papier naast zijn bed waren gekrabbeld. Na het lezen van de gekrabbelde woorden vroeg de vriend: “Wie heeft deze mooie woorden geschreven?” Scrivens antwoord: “De Heer en ik deden het met ons twee.”

Dit zijn die gekrabbelde woorden…

Welk een vriend is onze Jezus,

die in onze plaats wil staan.

Welk een voorrecht dat ik door Hem,

altijd vrij tot God mag gaan.

Dikwijls derven wij veel vrede,

dikwijls drukt ons zonde neer,

juist omdat wij ’t al niet brengen,

in ’t gebed tot onze Heer.

Zijn wij zwak, belast, beladen

en terneer gedrukt door zorg.

Dierb’re Heiland, onze toevlucht,

Gij zijt onze hulp en borg.

Als soms vrienden ons verlaten,

gaan wij biddend tot de Heer,

in Zijn armen zijn wij veilig,

Hij verlaat ons nimmermeer.

Joseph Scriven

Wat een Vriend hebben wij in Jezus, die al onze zonden en smarten wou dragen! Wat een voorrecht om alles in gebed tot God te brengen!

Ironisch genoeg verdronk Joseph Scriven in 1886 in een Canadees meer. Hij leefde niet lang genoeg om er getuige van te zijn dat zijn lied naar alle uithoeken van de wereld werd gedragen, en hij had ook nooit kunnen vermoeden dat we het vandaag over hem en die woorden zouden hebben.

We leven in gekke tijden, maar wat er ook in je leven gebeurt, weet dat er iemand is die smoorverliefd op je is en altijd klaar staat om je te ontmoeten en troost te bieden. Feitelijk is Jezus zo verliefd op jou dat hij het bewees door voor jou te sterven… 

“Niemand heeft grotere liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.”

Johannes15:13

Moge dit lied je aandacht vestigen op de grootste vriend aller tijden… Denk aan wat Hij deed voor jou. Is de vriendschap ook wederzijds?

Is melk goed voor elk ?

Melk drinken is Uier-propaganda !

De meesten hebben van jongs af aan geleerd dat melk het ‘perfecte voedsel’ is, dat iedereen elke dag zou moeten drinken. Ons wordt geleerd dat kinderen een liter per dag nodig hebben en volwassenen minstens een glas. Het lijkt me dus een belangrijke vraag om te weten of we zuivelproducten echt nodig hebben voor een optimale gezondheid? Het antwoord is “NEE!” De mens heeft van de koe een moderne fabriek gemaakt – een permanente melkmachine. Drieduizend jaar geleden gaf een koe ongeveer 200 liter melk in een jaar.

Tegenwoordig geeft de moderne koe meer dan 10.000 liter of 50 keer zoveel melk. En deze overproductie veroorzaakt meer ziekten bij koeien (en ook bij mensen). In feite heeft het grootste percentage (89%) van de koeien tegenwoordig het runderleukemievirus.

Het is nooit Gods bedoeling geweest dat een koe 50 keer de hoeveelheid melk zou geven waarvoor zij oorspronkelijk was geschapen. Melk is een zeer delicate substantie, die in verband staat met bijna elke klier en elk orgaan van het lichaam van de koe. Het was bedoeld als een normale functie van het dier bij het scheppen van leven. Alle beste elementen in het lichaam moeten worden samengebracht om melk te maken, zodat het kalf een goede start kan maken.

Tegenwoordig drinken we onnatuurlijke melk. Het wordt geproduceerd uit een koe die verkeerd is verwekt door selectief fokken, door kruisen en/of door kunstmatige inseminatie. De melk wordt gehaald uit zieke koeien, uit opgeblazen melkzakken en/of uit zware, chemische voedingen die vaak niet vrij zijn van antibiotica en hormonen.

Als u denkt dat u alleen antibiotica krijgt als uw arts ze heeft voorgeschreven, overweeg dan dit: ongelooflijk, meer dan de helft van de totale antibioticaproductie van het land, gaat niet rechtstreeks naar mensen, maar naar voer voor dieren bedoeld voor menselijke consumptie, om ze sneller aan te laten komen en (vermoedelijk) ziektevrij te houden.

Elke slok melk heeft 59 verschillende krachtige hormonen. Welke hormonen wil je dat je familie consumeert – oestrogeen, progesteron of prolactine?

ANDERE VREEMDE ADDITIEVEN!

De zuivelindustrie voegt dierlijke producten (schapenhuid) toe aan melk (in de vorm van vitamine D3) en kan binnenkort bewerkte rauwe visorganen toevoegen. Zuivelverwerkers staan ​​op het punt goedkeuring te krijgen om visolie toe te voegen aan kaas, yoghurt, melk en ijs.

• Er is 21,2 pond melk nodig om een ​​pond boter te maken
• Er is 10 pond melk nodig om 1 pond harde kaas te maken
• Er is 12 pond melk nodig om 1 pond ijs te maken
• Er is 11 pond melk nodig om 1 pond magere melkpoeder te maken
• Er is 7,4 pond melk nodig om 1 pond droge volle melk te maken
— Robert Cohen, Melk het dodelijke gif

KOEMELK BEVAT OOK:

59 Actieve Hormonen Scores van allergenen vet en cholesterol

De meeste zuivelproducten die we kopen hebben de volgende in meetbare hoeveelheden:

Herbiciden – Pesticiden – Dioxine (tot 2.200 keer het veilige niveau) – Tot 52 krachtige antibiotica Bloedpus Bacteriën en virussen

Waarom is melk verantwoordelijk voor zoveel ziekten?

Veel voorwaarden met betrekking tot melkverbruik hebben invloed op het immuunsysteem. Deze laatste wordt zwaar misbruikt wanneer het nodig is om dierlijke eiwitten van vreemde origine te neutraliseren, zoals koemelk. Deze taak wordt nog moeilijker gemaakt doordat de gebruikte melk gemengd is en afkomstig is van veel verschillende koeien, waardoor zoveel gedifferentieerde eiwitten worden geproduceerd. Bovendien worden tijdens de industrialisatiestadia (in het bijzonder pasteurisatie en sterilisatie) de structuur van de melkmoleculen op een onnatuurlijke manier gemodificeerd.

Dit en andere info vind je in ZuivelVrij (digitaal of gedrukt)