Voor miljoenen mensen bestaat de Schepper niet meer, Wij hebben het punt bereikt waar onze theologie doodloopt in de duisternis. God is verdwenen achter de verbijsterende prestatie van de “mondige mens”. De laatste vonk van religie is in ontelbare harten uitgeblust. Daardoor is de nacht ingetreden en onze talloze neonlichten veranderen daar niets aan.
Men hoopt niets meer, men verwacht niets meer, de harten zijn leeggelopen. Waar de toekomst verdwijnt, rijst de wanhoop op. De mens is te ver gegaan. Er is geen weg terug… “Wij kunnen de machines niet meer stilzetten die wij zelf in beweging hebben gebracht.” (Carrel)
Weinigen geven zich rekenschap van de ontzettende werkelijkheid. Onze tijd gaat veel verder in haar ongeloof dan eeuwen tevoren. De fundamenten zijn ondermijnd; kruis en Bijbel zijn tot ergernis geworden. Het is de eeuw van gezagsverwerping en stofaanbidding, die het leven tot een ramp maken.
“God is dood!” was de wanhoopskreet van Nietzsche. God wordt afgewezen omdat Hij niet beantwoordt aan onze begrensde begrippen. Hij zou een god moeten zijn naar ons beeld en onze gelijkenis.
Maar is het niet waanzinnig dit grote probleem te willen oplossen?
Is het onze roeping, de Almachtige die een ontoegankelijk licht bewoont, te verdedigen?
Overschrijdt onze rede haar grenzen niet, als zij meent God in bescherming te willen nemen en te willen pleiten voor zijn Voorzienigheid?
Heeft God advocaten nodig?
Wij kunnen onmogelijk in het volle licht staren zonder ons gezichtsvermogen schade te berokkenen. Zullen wij niet liever berustend buigen voor het geheimenis van het goddelijk licht? Ook de werkelijkheid en het raadselachtige van het kwade dat groeit in al zijn dimensies naarmate de beschaving groeit, kunnen wij niet verklaren.
De meeste kerken kwijnen en zijn niet meer liefdevol en heiligend ingrijpend. Het diepste, het rijkste en het schoonste van hun geloof hebben zij verloren. Samen met de ongelovigen drinken zij uit de gebarsten waterbakken van de wereld, in plaats van het progressief benaderen van God door Christus. Door scheuren en gaten is de wereld met haar verborgenheid der ongerechtigheid in hen binnengedrongen en schiep hun nog nooit bereikte onverschilligheid.
Walter Lipman schreef: “Mijn grootvader geloofde, en was gelukkig, mijn vader twijfelde, mijn kinderen trokken er zich niets meer van aan.”
De gelovigen, gedompeld in de meest geraffineerde weelde van de moderne cultuur, zijn ten dode opgeschreven. Eeuwenoude vormen worden nog bewaard, hun christendom is tot een dorre dogmatiek, tot een versteende mummie geworden. De machten uit de diepte schijnen te triomferen. Slechts een ware Godsopenbaring in haar ontdekkend licht, kan klaarte brengen in dit tragisch probleem.
De geheimzinnige ontwrichtende macht van de zonde, wier tegenwoordigheid niet te rechtvaardigen is, de incarnatie van een princiep dat tegenover de eeuwige wet van de liefde staat, heeft de gelovigen in haar greep. Er is ontzaglijk veel kaf. Gods volk moet in de zeef. Het goudgele graan moet van het kaf gescheiden worden.
Terwijl wij de geschiedenis schrijven met het bloed der verdrukten, schrijft de liefde in het verborgen met goddelijk geduld, de historie van het heil, de onbekende heldenzang van de kinderen der liefde op weg naar hun eeuwige bestemming. Hier is wellicht de hoogtelijn, de lijn der verdeling tussen twee mensenrassen, kinderen der wereld en kinderen des lichts.
Maar vele raadsels blijven onopgehelderd, zoveel dat wij denken te doorzien, blijft ons onverklaarbaar. Welke merkwaardige gebeurtenissen grijpen voortdurend plaats in onze hersenen, in dit nietig slijmerig orgaan? Het is onbegrijpelijk hoe een ganse wereld kan worden opgenomen in de voor het oog onzichtbare celletjes. Met de machtigste microscoop kunnen wij niets ontdekken van de levensdrama’s die in onze hersencellen zijn opgeborgen.
Eindeloze opslagplaatsen waar de schatten der kennis worden bewaard, waar al ons lief en leed onzichtbaar wordt opgestapeld. Heilige plaatsen waar onze geheimen zich bevinden, ook onze geliefden, ook deze die al lang gestorven zijn!
David A. Mac Lennon zag op een oud kerkhof een grafsteen staan waarop hij las: “Gij denkt dat ik al vergeten ben, ik ben het niet!”
Maar zult u hetzelfde kunnen zeggen? Wij zijn stervelingen. We weten niet hoelang we hier nog zullen vertoeven. En dan? Was dit alles? Wat was mijn doel op deze aarde? Of zal ik worden herinnerd door Hem die de harten en nieren doorzoekt, en Doe weet dat ik Hem heb verwacht, op de opstandingsmorgen, wanneer de graven open gaan en de eeuwige dageraad aanbreekt.
Alfred Deligne beschrijft in Jezus & Satan de strijd achter de schermen. Twee machten strijden om onze aandacht en toewijding. Dit boek uit 1980 werd gedigitaliseerd en geïnteresseerde lezers kunnen het aanvragen. Het boek maakt deel uit van de Digitale Module C / Christelijk Leven van Natur-El waarin meer dan 100 boeken, brochures, artikels, bijbelstudies… zijn verzameld.
Niet elk moment in het leven is hetzelfde. Er zijn hoogtepunten, waar je misschien het gevoel hebt dat het nooit meer stuk kan, dat de wereld aan je voeten ligt. Je ziet de eindeloze mogelijkheden en uitdagingen. Je voelt je sterk en gezond… Ik bid erom dat het zo is, en dat God je, behalve die zegen, ook in gedachten geeft, dat deze wereld niet onze uiteindelijke bestemming is, en dat je mag weten dat dit geluk een gave Gods is. Vergeet dan niet Hem te danken en Hem de eer te geven die alleen aan God toekomt.
Maar ook als het leven moeilijke dagen brengt, en dagelijks strijd oplevert om te overleven, om staande te blijven – fysiek of mentaal – weet dan, dat er Iemand is die wij om hulp kunnen vragen, Iemand waarbij we een schuilplaats vinden, Iemand die zegt : “Komt tot Mij, en Ik zal je rust schenken”. Hij is dichterbij dan je denkt, want zegt de Bijbel niet, “dat in al onze benauwdheid, dat ook Hij benauwd is”? Het is een ervaring om te weten, te voelen, dat Hij daar is, met troostende woorden en met de kracht die je nodig hebt voor het moment. Zoek je houvast bij Hem, die hemel en aarde schiep en die belooft “Zie, ik maak alles nieuw”. Uit die woorden haal ik kracht en ik probeer me voor te stellen hoe het zal zijn, alles nieuw… Nu voor altijd, definitief, een Paradijs. Zonder tranen, zonder armoede, zonder geweld, zonder haat, zonder negatieve gedachten en gevoelens… Lijkt het te mooi om waar te zijn? Leef je met het gevoel dat dit mensentaal is, en sprookje dat niet waar kan zijn? Dan heb je Gods woord nog niet begrepen. Dan heb je nog niet leren vertrouwen in Hem ‘die niet kan liegen’ en die zijn beloften nakomt. Ik hoor zijn stem in de hele natuur, die spreekt van Zijn heerlijkheid. Ik ben verbaasd en iets jubelt in mij, als ik zijn regenboog zie verschijnen aan de hemel. En ik denk aan de beloften aan Noach gegeven. Dan word ik stil, en wat er ook gebeurt, zelfs in moeilijke dagen, in ziekte, verdriet, conflicten, ben ik gerust. Want Zijn hand is op mijn schouder.
We gaan naar Parijs voor de volgende waar gebeurde geschiedenis. Het is 1905. In een statig herenhuis op een van de boulevards wordt die ochtend Louis geboren. Het is een grote gebeurtenis voor de al wat oudere ouders, maar hun hartewens is vervuld. Ruim een week later wordt een meisje geboren, Jeanne, in het arbeidershuisje dat staat aan de rand van de grote tuin van het herenhuis. Maar er is een probleem. Jeanne is blind geboren. Maar ze wordt met liefde gekoesterd en groeit op en leert om zich te behelpen, om te studeren, om haar talenten te ontwikkelen. Louis en Jeanne zijn al vanaf hun jeugd elkaars goede kameraden. Louis vindt het erg dat Jeanne blind is en het houdt hem bezig of er werkelijk niets kan gedaan worden zodat Jeanne zou kunnen zien. Terwijl Louis en Jeanne amper twintig jaar waren, stierven de ouders van Jeanne en Louis en zijn aan zichzelf overgelaten. Jeanne woont nog altijd in het kleine arbeidershuisje. Louis heeft een intense liefde opgevat voor Jeanne en het is zijn verlangen om met haar te kunnen trouwen. Op een dag leest Louis een artikel over een chirurg in Londen die speciale procedures toepast om mensen met oogproblemen te genezen. Hij schreef naar deze chirurg en gaf een uitvoerige beschrijving van de problemen van Jeanne. Daarop kreeg hij een brief terug waarin die dokter schrijft: “Ik kan u geen enkele verzekering geven op de kansen op slagen. Daarvoor moet ik eerst zelf de conditie bestuderen, voor ik een inschatting kan maken van de slaagkansen. Kom daarvoor naar Londen, zodat ik een oordeel kan geven.” Louis haastte zich met de brief naar Jeanne en las de brief voor. “Dat zal niet gaan”, zei Jeanne, “ik heb niet de middelen om zo’n dure operatie te betalen”. De dokter had namelijk de kosten vermeld die daarmee gepaard gaan. Het is goed, zei Louis, ik zal al de kosten betalen.
Zo werden de afspraken gemaakt en de dag kwam dat Jeanne Louis verliet met de belofte om hem zo dikwijls als mogelijk te schrijven en dat ze zouden trouwen bij haar terugkeer.
Aangekomen in Londen, werd de conditie onderzocht door de dokter. “Maar ik durf me niet uitspreken over de afloop. Er is 50% kans dat het zal lukken.” Alles werd in gereedheid gebracht, de operatie werd uitgevoerd. De ogen werden afgedekt met dikke zwachtels en er werd afgewacht. De derde dag maakte de dokter zeer voorzichtig de zwachtels los en bekeek de ogen en het eerste wat deze jonge vrouw in haar leven zag, was het over haar heen gebogen aangezicht van de jonge dokter.
In de loop van de volgende dagen werd Jeanne verder verzorgd en ze schreef Louis zo dikwijls als ze kon. Zeer enthousiast, zeer blij en gedreven door die nieuwe ervaring van het kunnen lezen en schrijven op een normale manier… De weken en de maanden verstreken. Maar de brieven volgden elkaar minder snel op. Louis had ook opgemerkt dat de toon die uit de brieven op te maken was, minder liefdevol en enthousiast waren, maar hij liet niet na om te schrijven. Hoe kwam dat dat Jeanne niet zoveel meer schreef? Waarom kwam ze niet terug naar Parijs? Is er nog een probleem, waarover Jeanne me niet spreekt? Het waren vragen die bij Louis opkwamen. Maar vanuit Londen viel een diepe stilte. Louis maakte zich zorgen, nadat al een maand geen enkel nieuws kwam vanuit Londen. Hij schreef nog een brief waarin hij zijn bezorgdheid uitdrukte en dat het zijn plan was om Jeanne op te zoeken in Londen, maar binnen de week was er een brief terug om Louis te bedanken voor alles wat hij had gedaan, maar dat alles anders was gelopen dan voorzien, en dat ze een liefde had opgevat voor de dokter en dat ze getrouwd waren. “PS – gelieve me geen brieven meer te versturen.”
In zijn laatste brief schreef Louis, dat hij haar beslissing betreurde en dat het zijn hart had gebroken, maar dat hij nooit nog een andere liefde zou koesteren voor een andere vrouw. Hij zou van haar blijven houden, wat het ook mocht zijn. Hij sloot zijn brief met de woorden: “Zorg goed voor uw ogen. Het zijn de mijne.”
De jaren gingen voorbij. Bijna tien jaar waren voorbij gegaan sinds de operatie. Jeanne was gescheiden van de dokter. Die had een andere liefde. Jeanne besloot na veel aarzelen om terug te gaan naar Parijs. Schuldgevoel overmande haar. Ze besefte hoe de liefde van Louis anders was, dan deze die ze had gekend. Ze zou haar excuses aanbieden. Ze zou zeggen hoe het haar speet, hoe verblind ze was geweest, dat ze het goed wou maken…Ze zocht Louis op in het oude herenhuis. Ze belde aan bij de deur. Iemand kwam opendoen. Louis? Ja, er heeft hier een Louis gewoond, maar die man is ziek geworden en hij heeft zijn huis verkocht. Dwalend door Parijs, probeerde ze een spoor op te vangen van waar Louis nu zou wonen. Of iemand Louis kende? Ja ze hadden hem gekend, maar de man was diep ongelukkig. Het had iets te maken met zijn meisje dat hem in de steek had gelaten. Hij was zo ziek geworden en werd drie maanden geleden opgenomen in het ziekenhuis.
“Bent u familie mevrouw?” Ja, dit is een trieste geschiedenis. De man was heel ziek. Het had iets te maken met een meisje waar hij met hart en ziel aan verbonden was en die hem in de steek heeft gelaten. Hij heeft altijd gehoopt dat ze zou terugkeren, tot verleden maand nog, maar dan is hij ingestort van verdriet. Niets heeft kunnen helpen. Het is te laat. Hij is verleden week overleden…
Te laat. Prediker zegt dat er voor alles een tijd is. Er is een tijd voor vergeving, en een tijd waarin geen vergeving meer mogelijk is.
“Te laat!” Dat zijn woorden die een mens kippenvel bezorgen. In de Bijbel krijgt dit een akelige teneur… Tien meisjes hadden zich voorbereid voor de wederkomst van hun Heer. Maar er was iets tekort… Dat maakte dat ze voor de deur stonden… te laat !
Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt. Hebreeën 12:1-3
De profeet Ezechiël werd door de Here geplaatst in het midden van een grote vallei. Toen hij rondom zich zag, kwam hij tot de ontzettende ontdekking, dat het een vallei was, bezaaid met dorre doodsbeenderen. Het leek op een groot slagveld, waar men de tijd niet had gehad om de verslagenen ter aarde te bestellen. De lijken waren blijven liggen. Ze waren vergaan en nu lagen nog de dorre doodsbeenderen in het zonlicht te bleken.
De Here deed hem hier doorheen gaan. Het ontbindingsproces was zo ver voortgeschreden, dat de profeet van de beenderen getuigde, dat ze zeer dor waren. Die dorre doodsbeenderen tekenden het Israël van die tijd. Jacob’s nakroost was in smadelijke ballingschap naar Babel weggevoerd. Eens Gods volk, nu verstrooid onder de volkeren in een heidens land. Het was gedaan met Israels volksbestaan.
Zou Israël nog naar Kanaän terug keren ?
Zou Jeruzalem, de stad van de grote Koning, nog worden opgebouwd?
„Mensenkind, zullen deze beenderen levend worden ? “
Het is je bij het lezen van de profetie van Ezechiël opgevallen, dat de Here hem telkens toespreekt met de naam “mensenkind”. Wat wordt bedoeld met deze naam? Wat is die naam van mensenkind uitnemend geschikt om de sterveling aan te duiden – de mens met al zijn eigenwaan en ambities, moet sterven van zijn hoogmoed en zelfverheerlijking. Wat is een zondig mensenkind, zo broos en vergankelijk, tegenover de Almachtige en Heilige en rechtvaardige God!
Wat zal de profeet als antwoord geven op de vraag, die de Here hem heeft voorgelegd ?
Van menselijke zijde bezien, was het onmogelijk dat dorre doodsbeenderen nog ooit levend zouden worden.
Voor Israël in Babel waren schijnbaar alle verwachtingen afgesneden. Wat voor Israël in zijn geheel geldt, geldt ook voor de enkeling, voor Gods volk vandaag.
Als een zondaar bij het ontdekkende licht van Gods genade zich voor het eerst op een andere manier gaat bezien, lijkt zijn toestand hopeloos. Zou er voor zulk een zondaar, die tegen al de geboden Gods gezondigd heeft, nog genade te vinden zijn ?
Toch durft de profeet de mogelijkheid op redding niet ontkennen. Immers, wat bij de mensen onmogelijk is, dat is mogelijk bij de Here. De Here is de machtige. En daarom antwoordt de profeet vol eerbied : Gij weet het, Here, Here.
Letten we nog eens een ogenblik op Gods gemeente, het geestelijke Israël. Is de massa geesteloos en dor? Zie de afval! Zonde en ongerechtigheid nemen toe! We dwalen af van het woord, rationaliseren, maken er ons eigen evangelie van, zoals het ons beter uitkomt en verschuilen ons erachter dat God niet veroordeelt, want Hij is een God van liefde.
Toch moeten we op de vraag, of dat geestelijke Israël nog ooit uit die jammerlijke toestand van geesteloosheid zal opstaan, ten antwoord geven, dat de Here het alleen weet. Wat moet de profeet beginnen ? Moet de profeet de beenderen die bij elkaar horen, weer samen zoeken, om ze weer aan elkaar te hechten? Zal het hem gelukken om in het dorre volksbestaan van Israël nog nieuw leven te blazen? Neen, die wedergeboorte en levensvernieuwing geschiedt alleen door de macht van het Woord des Heren.
De profeet heeft alleen maar te getuigen : „Profeteer over deze beenderen en zeg tot deze: Gij dorre doodsbeenderen, hoort des Heeren Woord; zo zegt de Here Here tot deze beenderen : Zie, Ik zal de geest in u brengen en gij zult levend worden en Ik zal zenuwen op u leggen en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken en de geest in u geven, en gij. zult levend worden en gij zult weten, dat Ik de Here ben”.
Wat een dwaasheid lijkt het, dat een profeet zijn getuigenis zal richten tot dorre doodsbeenderen. Die dorre doodsbeenderen kunnen toch niet horen. Wat zal het baten?
Wat voor een volk in zijn geheel geldt, is ook van toepassing op de enkeling. Het schijnt zo dwaas om aan arme zondaren, die geestelijk blind en doof zijn, het Woord des Heeren te prediken. En dan rijst de vraag: Vanwaar komt zulk een geloof ? Van de Heilige Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie.
In deze “ossos seccos” zie je de passage verfilmd (Spaanse bewoording). Met je Bijbel erbij zie je woord voor woord dit visioen… Een visioen dat reikt tot het einde, wanneer uit dit knekeldal – of dit kerkhof, want dat is deze planeet geworden – de oogst voor God zal herrijzen, wanneer Jezus’ stem zal klinken: “Komt gij gezegenden Mijns Vaders, beërft het koninkrijk dat voor u is bereid…”
Ik hoop dat ik geen uitzondering lijk, wanneer ik zeg dat ik graag “Goed Nieuws” hoor. Ik hoop zelfs dat àlle lezers iets van dit gevoel in hun binnenste voelen branden, die hunkering naar veiligheid, naar de “happy-end” in de film, naar het overwinnen van het goede over het kwade, die droom dat gerechtigheid mag geschieden,…
Er springt iets in mijn binnenste omhoog als ik het verhaal hoor van mensen die doorheen strijd en moeite, positief blijven, die hoopvol blijven wonderen zien… Dan denk ik bij mezelf : hoe machtig is het als het oog gericht blijft op datgene wat werkelijk telt. Er is iets moois in elk verhaal van moed, vertrouwen en doorzettingskracht. Het is als een hand op de schouder van de mens die twijfelt, zich zorgen maakt en zijn energie tegen zichzelf gebruikt.Zo’n mens heeft een steuntje nodig.En misschien zit er zo’n mens wel ergens in de kier van je jas… Dan is Goed Nieuws voor u, een klein lichtje, zelfs al lijkt het maar aan het eind van de tunnel… En wat is die tunnel dan wel ? Het leven ?
Elke dag heeft zo zijn goede nieuws. Wanneer God zijn zon doet opgaan en de nieuwe dag inzegent met heerlijk licht, is dat geladen met goed nieuws.
Er zit goed nieuws in de seizoenen, zelfs al betrap ik er mezelf soms op dat ik ongeduldig hunker naar de eeuwige lente… Er zit goed nieuws in het open gaan van de botten, in het ontluiken van de bloesems… Jawel, dat is geen kleinigheid.Als ik daar met aandacht mee bezig ben, dan kan ik niet anders dan sprakeloos toekijken en het hoofd schudden.De natuur zit zo wonderlijk in elkaar, dat ik er geen woorden kan voor vinden om mijn gevoelens nauwkeurig uit te drukken. Of het gaat om een plant, een bloem, een landschap, een dier, zelfs een klein insect… alles openbaart ons de machtige hand, van een Intelligente Schepper. Lezen we niet in de Romeinenbrief (1:20) : “Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien…” Ieder oog is in staat op te merken welke enorme samenhang er is tussen alles wat leeft, hoe alles afgewogen is om in perfecte harmonie te bestaan. Zelfs al is deze aarde niet meer het Eden, waarvan sprake in het begin van het verhaal van God met de mens, toch blijft deze aarde een heerlijke plaats om te zijn… omdat er Goed Nieuws is. Ieder Woord van God is Goed Nieuws. Ieder getuigenis dat in de Bijbel is neergeschreven tot bemoediging en onderwijs is voor de mens die ernaar hongert en het aanneemt Goed Nieuws. Ja, het is Goed Nieuws te weten, dat God in zijn alwijsheid het laatste woord heeft, hoe erg en hoe benauwend bepaalde gebeurtenissen ook zijn. Het troost, het geeft kracht te beseffen dat God nooit van je zijde wijkt.
Zie het wonder…. een oog vol verwondering
Het wonder van het bekijken, betasten, ruiken, genieten van al het schone wat voor de mens ter beschikking staat. De mens gemaakt om te genieten, om Gods wonderlijke schepping intens te beleven… Zullen we daaraan denken als de botten open gaan, als een boom met zijn helderwitte bloesem afsteekt tegen de dreigend donkere onweerslucht, als de vruchten rijpen ?
Toen ik een tijd geleden een film zag over orka’s, was ik ontroerd door de sierlijke beweging van deze dieren, de ritmische harmonie in hun bewegingen en hoe deze dieren een zekere discipline uitleefden. Toen ik daar lang genoeg had naar gekeken realiseerde ik me, dat als ook mijn leven zo harmonisch zou hebben verlopen op de golven van het leven, mijn leven in harmonie met Gods bedoelingen zou zijn geweest… maar dat is het niet. Op mijn leven drukken kwaadaardige afwijkingen en daarvoor heb ik nood aan een goede ‘tintenkiller’… Daarom heb ik Jezus Christus nodig. Hij heeft me niet alleen een perfect leven voorgeleefd… Hij heeft daarnaast ook zijn leven in liefde gegeven, in ruil voor het mijne. Misschien hebben weinig mensen daar ooit voldoende bij stilgestaan, bij de vraag wat het betekent dat Jezus voor ons persoonlijk is gestorven… Het is geen kleinigheid. Het is niet zomaar het leven van een mens… Het is God zelf die zich heeft ontledigd en Zich in volle overgave aan de mens heeft gegeven uit pure goddelijke liefde. Dàt is Goed Nieuws.Het moest maar één maal gebeuren in de hele geschiedenis, om de macht van de zonde voor eens en voor altijd te breken, om zo een nooit ophoudend “Goed Nieuws” te zijn !
Als gevolg hiervan zien veel mensen het niet noodzakelijk om nog bepaalde activiteiten te doen om in de ‘gunst’ van God te komen.Men beschouwt zich als ‘aangenomen kinderen’ van God, beroep doend op Gods genade. Kan je dan als christen zomaar doen wat je WIL… ? Geeft het niet, als je maar bidt en gelooft? Of zullen we trachten inniger contact te krijgen met onze Hemelse Vader, en proberen te weten te komen wat Hij met ons leven wil ? De Bijbel staat vol met prachtige beelden waarin verduidelijkt wordt hoe God ons wil kneden (klei in de hand van de pottenbakker), snoeien (als ranken aan de wijnstok, opvoeden (als kinderen), verlichten (met hemels licht)…
De Bijbel vertelt ons : “Doet de nieuwe mens aan”… “en dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken”…
Beste vrienden,we kunnen doorgaan en ons hart verwarmen aan zoveel meer machtige beloften, zoveel meer schitterende vooruitzichten… Iedereen kan het lezen in het boek der boeken waarin God zich heeft geopenbaard.
We leven in een wereld waar ook ander nieuws te horen is. Het is nieuws waarop anderen uitroepen “Als er een God is, waarom laat Hij dat toe”… Alsof daarmee bewezen zou zijn dat er geen God is. De aarde is “Het Proefterrein van de Vrije Wil”. Zolang de menselijke vrije wil niet op de golflengte is van Gods vrije wil,bestaat de kans op fatale afloop. Alleen wie zich vasthecht aan Gods beginselen, en verder blijft streven naar het beter kennen van Gods bedoelingen blijft onder “de wolk van Gods geest”.
Veel gebeurtenissen in onze wereld zijn tragisch. Ons hart vult zich met afschuw als we het horen. Maar één ding weten we : “in die wereld voelen wij ons niet thuis, en daarom voelen we ons vaak vreemdelingen en bijwoners…” Probeer dan met het oog van God naar deze wereld te kijken : God kijkt naar deze wereld om te zien wat verloren is en te zoeken wat gered kan worden. Zo kan ook onze houding hier meer zijn dan fatalisme, maar een blijvend zoeken om als mens een positieve bijdrage te leveren in het goed functioneren van mensen onderling. .. als uiting van geloof in het goede nieuws.
De voorbije jaren ben ik in de studie van Gods woord gefascineerd geworden door vele zaken. Eén van die zaken is het ontstaan van de klassieke lofliederen. Meestal is die achtergrond ongekend en dat is naar mijn gevoel een groot gebrek. Er schuilt achter ieder lied een hele geschiedenis, maar als je al enkele jaren lezer van deze blog bent, herinner je zeker het verhaal van “Amazing Grace”, “Wees stil mijn ziel” en hoe “It is well” (Het is goed wat God mij beschikt), in dramatische omstandigheden zijn ontstaan. Als je het verhaal achter zo’n lied kent, kan je dat nooit meer onbewogen zingen. Automatisch word je teruggevoerd naar het getuigenis, het geloof, de kracht waarmee het is geschreven en gecomponeerd.
Veel van die liederen komen meer en meer op de achtergrond en worden verdrongen door “modernere” gezangen. Het zou een verlies zijn voor de christelijke wereld , indien de oude lofliederen die zo dicht bij de Bijbel staan, die de woorden van de Bijbel in herinnering brengen, in de vergeethoek zouden raken. Veel van die gezangen zijn schuldbelijdenissen, gebeden, lofzangen op Gods grote werken, en dit zijn dingen die we nooit genoeg kunnen doen.
In het volgende uittreksel, uit een artikel Why Sing Hymns? (waarom lofliederen zingen?) worden erg waardevolle punten gesteld:
“De trend vandaag is de vervanging van traditionele lofliederen door hedendaagse praise-songs. Dit is geen goede trend, in het bijzonder voor de jeugd en nieuwe gelovigen die behoefte hebben aan een sterke leerstellige gerichtheid. Lofliederen presenteren duidelijke uitdrukkingen van goddelijke kennis en bijbelse waarheid. Kol. 3:16 maant aan: ‘Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende de Here met aangenaamheid in uw hart’.
De meeste hedendaagse liederen missen deze benadrukking. Een voorbeeld: een moslim kan vele hedendaagse liederen zingen zonder enige tegenstrijdigheid te begaan met zijn geloof, want deze liederen neigen ertoe zich eerder te richten op onze affecties voor God dan op leerstellige waarheid. In tegenstelling hiermee kan een moslim geen traditionele christelijke lofzang zingen zonder uitdrukking te geven aan leringen die het islamitische geloof tegenspreken. Hedendaagse liederen laten gewoonlijk de identiteit van de God weg tot wie gezongen wordt, en zijn zo vaag dat ze voor gelijk welke “god” zouden gezongen kunnen worden. Zelfs gospelsongs nemen niet de plaats in van lofzangen die rijk zijn aan Bijbelse fundamenten.
Het afdanken van lofzangen is niet enkel onwijs maar ook gevaarlijk, want de identificatie en het karakter van ons christelijke geloof, hangen af van leerstellige onderscheidingen. Door het zingen van lofliederen die doordrongen zijn met bijna rechtstreeks uit de Bijbel geciteerde waarheid, helpen wij de jongere generaties zich te beschermen tegen de aanklacht: ‘de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is’ – Hosea 4:1”.
Geruime tijd hebben de kerken een trage maar gestage overgang meegemaakt van het traditionele naar het ‘progressieve’, waarbij men zowel lofliederen gebruikte als praisesongs, ten bate van de meerderheid. Door het feit dat veel van die nieuwe songs beter aanleunen bij wat men vandaag in de muziekwereld aantreft, krijgen ze meer en meer de overhand en worden de kerken op een handige wijze ‘bevrijd’ van die vervelende oude lofliederen die de heiligen verheffen en God verheerlijken – zonder ooit ronduit te zeggen: “ontdoe u van de lofliederen”.
In feite is het een niet bewust bedoelde en ervaren manipulatie. Voorgangers willen het publiek behagen, met hun tijd meegaan en denken zo een goed doel te dienen. Als u kinderen naar tafel lokt met snoepjes, zeg hen dan dat zij moeten kiezen tussen het eten van snoepgoed en spinazie in roomsaus, en dat zij niet beide kunnen hebben; wat denkt u wat zij zullen kiezen? Op dezelfde manier gebeurt het in kerken. U hoeft de verlorenen niet te zeggen af te blijven van traditionele lofliederen en Statenbijbels – u moet hen enkel suikerzoete alternatieven aanbieden. Later zegt u dan dat zij een keuze moeten maken.
Nu de kerk verslaafd is geworden aan zoetigheden, zegt men ons dat we niet beide kunnen hebben – dat wij moeten kiezen. Denkt u nu echt dat de kerken hun snoepgoed willen opgeven: hun eigentijdse muziek? Hun zogenaamde keuze zal er een zijn die schriftuurlijke, voedzame maaltijden verbeurd verklaart om de ‘vrede’ te bewaren.
Dit is één voorbeeld van de dialectiek die gebruikt wordt om de kerk voorwaarts te sturen naar een éénwereld-religie, door het manipulerende proces van gradualisme: van het in vraag stellen van bijbels gezag en traditie – naar het beoefenen van compromis – tot de totale en complete capitulatie. Langzaam maar gestaag, en de muziek draagt hier toe bij.
“En wordt deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God is” – Romeinen 12:2
Met in het achterhoofd ons plan, dat onze nieuwe plaats van samenkomst en nestplaats zal ingezongen worden, en waarvoor wij je nu al uitnodigen, pluis ik nog even door andere nummers die ik ben gaan waarderen. In feite zijn het er vele en je bent zeker welkom op die dag waarop we God zingend eer zullen bewijzen onder een nieuw dak en tegelijk de band onderling versterken.
Ik zou even een lied willen voorstellen : “The Love of God” (O Liefde Gods, oneindig groot). Dit lied is geschreven door Frederick M. Lehman, Het is een lied dat dateert uit het jaar 1096, een vertaling van een Joods gedicht getiteld ‘Hadamut’. Eén van de steunpunten voor iemand in zijn leven, is de wetenschap dat men geliefd is. Het geeft een gevoel van vrede om je van die liefde bewust te zijn. Het betekent dat je in de ogen van diegenen die liefheeft waarde hebt. Op basis daarvan kan je in het leven iedere moeilijkheid aan.
Je ouders kunnen je met grote sommen geld achterlaten, maar als je hun liefde niet kreeg, is er een grote kans dat je ook al dat geld zult kwijt spelen. Anderzijds heb je families die zeer eenvoudig waren en het met bescheiden middelen moesten rooien, en toch had je niet het gevoel dat je iets hebt gemist, omdat de onvoorwaardelijke liefde van je ouders zo’n vervulling gaven aan je wensen. Je bent tevreden en gelukkig en je leven is betekenisvol. Het gezin heeft altijd zo’n belangrijke rol gespeeld in de maatschappij, omdat het een plaats werd waar de liefde werd geleerd.
Jaren geleden circuleerde het verhaal van een brugwachter. Het illustreert de liefde van God voor de gevallen mensheid – Zijn verloren schaap.
Het was in 1927 toen in de VS de grote crisis begon. Een jonge man, pas getrouwd, vertrok naar de stad om daar werk te zoeken. Door de stad stroomde een rivier waarover een spoorbrug gebouwd was. Aan de ene zijde was een brugwachtershuisje gebouwd, waarin de brugwachter zat. Hij deed de brug open wanneer er schepen door moesten varen. De jonge man solliciteerde naar dit baantje en werd aangenomen.
Met veel liefde deed hij dit werk. Na enige tijd werd in het gezin van deze brugwachter een zoontje geboren die zij Gray noemden.
Toen Gray acht jaar was, nam zijn vader hem voor het eerst mee naar de brug en zei tegen hem: ”Ik wil je laten zien hoe de brug werkt. ”Het was een grote belevenis voor de jongen om te zien hoe alles werkte. Voor ze in het wachthuisje waren, moesten ze over een smalle plank lopen, waaronder het mechanisme van de brug was. De hele morgen had Gray zitten kijken hoe de zeilschepen onder de brug door voeren en de treinen eroverheen reden.
De middagpauze kwam. Vader zei tegen hem: ”We gaan naar beneden om ons brood op te eten.” Terwijl ze zaten te eten, het was twaalf minuten voor twee, hoorde vader plotseling de fluit van de trein. De tijd was zo spoedig voorbij gegaan, samen met zijn zoon, dat hij de trein even vergeten was. Vader sprong op en zei tegen Gray: ”Blijf jij hier zitten, ik ren naar boven om de knop in te drukken zodat de brug naar beneden zakt en de trein erover heen kan gaan.” Hij had net de knop ingedrukt, waardoor de raderen in beweging kwamen en de brug beneden kwam, of hij hoorde een luide schreeuw van zijn zoon Gray: ”Vader, help mij!” Het was de brugwachter niet opgevallen dat de kleine Gray hem was nagelopen.
Toen de jongen over de smalle plank liep, was hij zijn evenwicht verloren en naar beneden gevallen. Hij was op het grote stalen kamrad gevallen, waarvan de raderen weer in een ander rad grepen. Vader zag hoe zijn kind steeds dichter bij de in elkaar grijpende tanden van de raderen kwam.
In een fractie overlegde hij wat te doen. Zijn zoon redden en de knop weer indrukken zodat de brug open bleef staan, of…Plotseling dacht hij aan de vierhonderd passagiers in de trein. Hij moest een beslissing nemen. Zijn zoon redden, of die vierhonderd mensen, die anders allemaal de dood zouden vinden in de rivier. Terwijl hij daarover dacht, hoorde hij weer een schreeuw van zijn zoon, maar de vader zei dat hij nu niet zijn vaderhart mocht laten spreken, omdat hij die mensen redden moest. Hoe vreselijk het ook was, maar hij moest zijn zoon laten sterven. Hij hoorde zijn zoon Gray schreeuwen toen hij gedood werd door de in elkaar grijpende tanden van de kamraderen.
Op dat moment stond de brug in goede positie voor de aansnellende trein. Het hart van de vader was verscheurd en hij schreeuwde het uit. Toen kwam de trein voorbij.
Hij zag de conducteur die op zijn horloge keek. Hij zag een man in de trein zitten die zijn pijpje rookte. Een ander las in zijn krant. In een volgende wagon zag hij mensen bij elkaar staan, zij maakten grappen en lachten. Sommigen aten een ijsje. En oh, hij ging bijna door de grond…hij zag een jongen die er precies zo uitzag als zijn eigen zoon. De vader had wel voor het raam willen gaan staan en uitroepen:”Mensen, kinderen, beseffen jullie dan niet dat dit mijn eigen zoon zijn leven heeft gekost?”Maar zij hadden geen enkel vermoeden van wat daar beneden had plaatsgevonden. En daarom bewoog het hen helemaal niet. Daarom was ieder bezig met zijn eigen dingen. De vader zei: ”O, hadden deze mensen er maar een voorstelling van hoeveel het mij gekost heeft om deze trein door te laten gaan en hun leven te redden.”
Dit verhaal is waar gebeurd en ik hoor u al zeggen: ”Dat is wel een wonderlijke liefde.” Ieder die dit leest moet begrijpen hoe het hart van deze brugwachter heen en weer is geslingerd. Met wat voor een gevoel hij al deze mensen heeft bekeken die er totaal geen weet van hadden hoe groot het offer was geweest dat die vader en die zoon gebracht hadden om die mensen te kunnen laten leven.
Maar dit verhaal staat niet op zichzelf. Het is niet alleen waar gebeurd, het is ook een verwijzing. Het doet ons denken aan hetgeen de apostel Johannes gezegd heeft:
”Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn enig geboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem (Joh. 4:9).
En de bekende tekst uit Johannes 3:16: ”Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderven, maar het eeuwige leven hebben.”
Het is als in het verhaal van de brugwachter. Al weet en beseft een mens helemaal niet dat er zo’n groot offer is gebracht (nl. dat God de Vader Zijn Zoon overgegeven heeft in de dood opdat wij zouden behouden worden), toch is dat offer wèl gebracht. Nu kun je voorbeelden natuurlijk nooit helemaal toepassen op de waarheid, maar een klemmende vraag wordt toch wel duidelijk voor deze geschiedenis: Wat is mijn houding jegens die Goddelijke Vader Die Zijn Eigen Zoon liet verbrijzelen tussen de raderen van het oordeel over de zonde opdat ik van de zonde verlost zou kunnen worden?
Een ander diepzinnig verhaal, werd ons verteld door Jezus zelf, en kennen we waarschijnlijk onder de naam “De verloren zoon”. Over deze situatie tussen een Vader en een zoon, zijn bibliotheken vol geschreven, en terecht, want deze situatie kent zoveel invalshoeken van waaruit het kan worden belicht, Maar centraal staat de liefde van de Vader. En in zijn uitzichtloze situatie, na zijn opstandigheid en confrontatie met de wereld, herrinnert onze jonge man zich hoe het eraan toeging “op de ouderwetse wijze van thuis”… en de openheid van dat huis en van zijn Vader en hij bereidt zich voor om schuld te bekennen… En zijn Vader die op de uitkijk stond, liep hem tegemoet, en zag zijn zoon met zoveel medeleven en liefde aan en omhelsde hem. Met dat in ons achterhoofd, kunnen we een lichtstraaltje opvangen van Gods liefde.
THE LOVE OF GOD woorden en muziek van Frederick Lehman, 1868-1953 Lehman beëindigde deze hymn in 1917. Zijn dochter Claudi assisteerde hem bij de muziek.
The love of God is greater far than tongue or pen can ever tell; It goes beyond the highest star, and reaches to the lowest hell; The guilty pair, bowed down with care, God gave His Son to win; His erring child He reconciled, and pardoned from his sin.
O love of God, how rich and pure! How measureless and strong!
It shall forevermore endure The saints’ and angels’ song.
When years of time shall pass away, and earthly thrones and kingdoms fall, When men, who here refuse to pray, on rocks and hills and mountains call, God’s love so sure, shall still endure, all measureless and strong; Redeeming grace to Adam’s race the saints’ and angels’ song.
O love of God, how rich and pure! How measureless and strong!
It shall forevermore endure The saints’ and angels’ song.
Could we with ink the ocean fill, and were the skies of parchment made, Were every stalk on earth a quill, and every man a scribe by trade, To write the love of God above, would drain the ocean dry.
Nor could the scroll contain the whole, though stretched from sky to sky.
O love of God, how rich and pure! How measureless and strong!
It shall forevermore endure The saints’ and angels’ song.
Het lied “The Love of God” had zijn wortels in een Joods gedicht dat geschreven werd in de elfde eeuw in Duitsland. De ‘Hadamut’ werd in het Aramees geschreven en had 90 coupletten! Het gedicht gaat over een wonder. Er zijn drie opinies aangaande het soort wonder.
– Het eerste was dat het wonder van het geven van de Tien Geboden op de berg Sinai.
– Het tweede zegt dat wij niet zeker kunnen weten wat het wonder eigenlijk was.
– Het derde zegt dat het wonder geschiedde in de woning van degene die het oorspronkeljike gedicht schreef.
Door het gehele gedicht is het thema Gods eeuwige liefde en zorg voor Zijn volk. In een deel van dit gedicht dat de basis vormde voor het derde couplet is duidelijk te zien wat de liefde van God inhoudt,
Als wij de oceaan zouden kunnen vullen met inkt.
En als de blauwe lucht, perkament zou zijn.
En als elke stengel op aarde een ganzepen zou zijn.
En elk mens een schrijver van beroep, om dan de liefde van God te beschrijven, zou de oceaan opdrogen.
Noch zouden de schriftrollen groot genoeg zijn om alles te bevatten. Ook al zouden deze uitgerold zijn tot alle uiteinden.
Want de liefde van God, hoe rijk en puur!
Hoe onmeetbaar en sterk!
Zij zal immer standhouden!
Dat is het lied van de heiligen en engelen!
Prachtig. Ik kan en mag wandelen in Zijn liefde.. die zal immer standhouden, dat is mijn lied van nu tot in eeuwigheid..