Weet gij het Niet ?

“Weet gij het niet ?” is het begin van de passage uit de Bijbel (Jesaja 40) die naar mijn gevoel van toepassing is op onze tijd vandaag. Het is een vraag die destijds bij monde van de profeet Jesaja werd gesteld aan het volk.
Wij kijken naar de wereld, we horen de nieuwsberichten, we lezen de kranten, het ontgaat ons niet wat er in de ether hangt… De natuurelementen vertonen vreemde veranderingen, en het zou kunnen dat we een beetje opgewonden of angstig worden als we dat allemaal zien. Maar het is God die ons zegt : Vrees niet.

Jesaja 43:1 “Maar nu, zo zegt de HERE, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o Israël: Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.”

Als God spreekt, Wie spreekt er dan ?
Het zou kunnen dat God nog abstract is en dat we ons niet goed kunnen voorstellen Wie Hij is.
Jesaja40:15 “Zie, volken zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal; – 18 Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?”
Alles wat we als mens kunnen kennen, is nooit in verhouding tot Wie God is. Gans dat hoofdstuk 40 staat vol met zaken waar wij steun en bemoediging kunnen in vinden. Vandaag de dag staat de autoriteit van Gods woord dikwijls ter discussie. Maar ik lees in vers 8 “Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van onze God houdt eeuwig stand.”
Over dat gras en over die bloemen zal ik u straks nog iets zeggen. Het is buitengewoon, maar het vergaat. Maar er is iets dat nooit zal vergaan, dat nooit zal wankelen. Gods woord is tot in eeuwigheid.
Als dat de basis is, waarop wij bouwen, dan hebben we vaste grond. Er is daar geen twijfel over. Menselijke overleggingen komen en gaan. Het is eigenwijsheid en onderhevig aan invloeden, speculatie, verandering. Gods woord is eeuwig en onveranderlijk van het begin tot het einde. Van de eerste bladzijde tot de laatste.
Het vertelt ons over onze oorsprong, waar het verkeerd liep, over Gods grote actie om de verloren mens tot zich te trekken. Het is een brief vol beloften, vol vooruitzichten, vol kracht.
Gods woord is een accurate en betrouwbare bron, die ons vertelt over onze oorsprong. Daarom geeft het zo’n bevrijdend antwoord op de vraag : “waar kom ik vandaan?”

Gods woord staat onder permanente aanvallen van de Satan, want de Satan weet dat het de autoriteit is die hem veroordeelt. Hij haat dat woord en haat die mensen die zich vastklampen aan dat woord. En hij zal alles doen om de autoriteit van dat woord aan het wankelen te brengen. Eeuwen lang heeft Satan op alle mogelijke manieren geprobeerd om dat woord van de aardbodem te doen verdwijnen. Maar hij is er niet in geslaagd. Toen bedacht hij een andere strategie : “ik moet bij de mensen de twijfel doen opkomen, dat dat woord maar symbolisch is, dat men dat Woord niet letterlijk moet nemen, dat dit hoogstens wat opvoedkundige verhalen bevat. En dat dat woord goed was voor het verleden, maar nu hopeloos is ten achter geraakt. “

Dit plan heeft veel bijval gekregen en is zo populair geworden dat het langzaam maar zeker het woord van God van zijn troon verdringt. Zelfs al bezitten velen nog een Bijbel, zelfs al lezen sommigen die Bijbel nog af en toe, toch is het maar een klein kuddeke dat vasthoudt aan IEDER woord van God. Zegt Gods woord niet, dat “Elk van God ingegeven schriftwoord nuttig is om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerech- tigheid?” Met Gods Geest moet dat mogelijk zijn. Als zoveel mensen de Bijbel raadplegen, maar tot verschillende conclusies komen, dan blijft de vraag: ‘hoe leest men de Bijbel?’

Tot 150 jaar geleden kwam bij weinig mensen – zeker niet bij christenen – de gedachte naar boven dat God mogelijk niet de Schepper zou zijn. Maar de kiem werd gelegd, waardoor in brede lagen van de bevolking de gedachte werd aangenomen dat door pure natuurlijke processen de hele levende wereld is ontstaan. Puur toeval.

En hoewel de hele natuur zelf – in al zijn geledingen – tegen deze aanname getuigt, hebben mensen zich vastgeklampt aan een gedachte die in de menselijke geest is opgekomen. Christenen hebben zelfs gezocht naar welke rol ze God kunnen geven in dat plaatje. Af en toe een duwtje, een beetje gestuurd,…

Als we God en zijn Woord slechts op zo’n manier willen zien, kunnen we net zo goed die Bijbel dicht houden, want wat heb je aan een God die gewoon een beetje inspeelt op de omstandigheden en ze ten beste keert….

Is het belangrijk om God te zien als onze Schepper ? Ongetwijfeld. Zonder vast te houden aan het scheppingsverslag, zoals het beschreven staat op de eerste twee bladzijden van de Bijbel, vervalt al het overige, en heb je de vrije ruimte om te filosoferen over goed en kwaad, het woord zonde vervangen we door neiging of vergissing. De hele geschiedenis van de offerdienst, tot en met het volmaakte offer van Christus heeft geen nut meer, van herschepping is geen sprake meer. Als God niet de Schepper was, kan Hij ook niet herscheppen. En dan kunnen we er nu het beste “van profiteren”. Dat is de conclusie die velen maken in de wereld.

Wij moeten er over waken dat ook ons geloof niet gaat verslanken en dat we het Bijbelse woord de plaats geven die het toekomt. Laten wij de wonderen zien en beamen : “Dit is werk van een Meester”.

Een andere aanval van Satan, is op de natuur zelf. Het liefst had hij die natuur zo verminkt, zo beschadigd, dat tenminste dat getuigenis van God er zou uit verdwijnen. Maar na alle misbruiken al die eeuwen, draagt zij nog steeds de handtekening van de liefde en kracht van de Heilige Schepper.

Nadat de aarde al 6000 jaar onderhevig is aan de vloek van de zonde, blijft een ongelofelijke schoonheid van al het geschapene ons vullen met verwondering.
Als we God danken voor alle zegeningen die ons elke dag van ons leven te beurt vallen, zouden we nooit mogen vergeten te denken aan deze onvergelijkbare wonderen die in de natuur kunnen gezien worden. Het bekijken, het beleven en het bewust op zich laten inwer- ken ervan, geven zoveel meer betekenis al ieder moment van ons leven.

Wat zou deze planeet zijn, zonder het rustgevende tapijt van levende groene grassen en kruiden? God hoefde de ruwe naakte grond niet te bekleden met een dergelijke bedekking. Om functioneel te zijn was er geen behoefte aan die heldere kleuren.

De menselijke wezens hadden in een andere omgeving geplaatst kunnen worden, een vale, grijze aarde en kleurloze planten. Maar het zou erg moeilijk geweest zijn om die factor van geluk en blijdschap te beleven in een niets zeggende entourage.

De Schepper Zelf was niet alleen een liefhebber van schoonheid; Hij hield ook heel erg van Zijn schepselen die Hij alle voorwaarden gaf om gelukkig te leven. Daarom overdekte Hij de aarde met ongeveer een half miljoen verschillende soorten contrasterende bloesems en bladeren. En verborgen in iedere kleine knop, legde God geheimen die een uitdaging en raadsel zijn voor de geniale wetenschappers op aarde.

Is het dan niet vreemd hoe zo weinigen van hen die wor- stelen met deze mysteries, bereid zijn om de Creatieve Kracht die dit alles heeft voortgebracht, te erkennen? Zelfs al is het zo dat veel natuurwetenschappers en natuurbewonderaars met ontzag de natuur gadeslaan, zijn er slechts weinigen die blijk geven van erkenning en waardering voor de Schepper.

Al ademen zij de wonderbaarlijke mengeling van stikstof en zuurstof, die het voor hen mogelijk maakt om te leven, weigeren de evolutionisten toe te geven dat het de pre- cieze samenstelling in verhouding van de gassen van 79 % op 21 % was, die ter beschikking gesteld werd door iets anders dan alleen maar wat blind geluk.

Kijkend door ogen die zo kwetsbaar zijn en zo fijn afgesteld, dat zelfs de hele wereld van wetenschappelijke genieën er bij staat te kijken, omdat zij niet in staat zijn dit wonder te dupliceren, of volledig te begrijpen in zijn werking; en ondanks dat blijven zij ongelovig en zien zij met hun eigen ogen het wonder niet dat hen mogelijk maakt om te zien.

En dan die oren, in direct verband met de hersenen, die complexer zijn dan de krachtigste of de grootste computer op aarde; toch luisteren de twijfelaars met die wonderlijke oren naar lezingen van humanisten en evolutionisten, en ontkennen hun Maker. Velen verwerpen de heili- ge oorsprong van datgene waarvoor zij geen empirische verklaring vinden, en schrijven de miraculeuze vermogens toe aan de materie zelf.

Wat voor soort geloof is er nodig om aan te nemen dat al de gewone processen in de natuur zouden voortgekomen zijn uit puur geluk? Bijna iedere plant en dier stelt ons voor verbazingwekkende feiten, vraagtekens, moei- lijkheden, waar geen ander woord voor is dan ‘mirakel’. Wonderlijke aanpassingen en unieke vorm, kleur, geur, functionaliteit, voortplanting, samenwerking met andere natuurlijke partners… het is echt verbazingwekkend.

Als deze supercomplexe functies konden bestaan, zon- der een intelligente Schepper of Ontwerper, dan worden onze redeneringsvermogens verzwolgen onder de miljoenen “toevalsfeiten” die met ongelofelijke precisie moeten gewerkt hebben om zoveel perfecte schoonheid, functionaliteit en voortplanting op aarde te kunnen voortbrengen.

Kunnen ze inderdaad de producten zijn van toeval of puur geluk? Elke wet van de wetenschap over het onderwerp besluit dat een ongedirigeerde, willekeurige natuur naar een verslechtering zou gaan in plaats van naar orde. De natuur is een gave van de Schepper uit de mens. Het is een uiting van liefde van God voor de mens. Het res- pect voor de natuur, kan een antwoord zijn op die liefde. Het is niets om achteloos mee om te springen. De schepselen zijn geen gebruiksvoorwerpen of productie-eenheden. Liefde voor al wat leeft is de juiste reactie die aan- toont dat men het geschenk van de Schepper aanvaardt.

“Beste Stefaan – Bedankt voor al die waardevolle teksten die je via Houvast en de site deelt met ons. De tekst “Getuigenis van een wetenschapper” heeft me erg doen nadenken. Heel diepgaand. Iemand heeft bewust om alles gegeven, een geschenk van goedheid om zorgzaam te koesteren en uit te dragen in een gemeenschap, die dat steeds mooier deelt. Alles is voorhanden. Ik denk er erg bij na. Toch heb ik moeite met de kerkgemeenschap, ook de Bijbel, de eerste mensen. Ik zoek of het niet anders is begonnen. Ik schrijf dit zo naar u, met deze dingen kan ik bij niet veel mensen terecht. Ik voel dat God moeite doet om me te overtuigen.”   EV

 

Fossielen zijn een enorme hindernis voor de evolutietheorie en zij ondersteunen de Scheppingsgedachte ten zeerste.’  –  Dr. Gary Parker
Bioloog-paleontoloog en voormalig evolutionist

“De natuur heeft me nooit geleerd dat er een God bestaat van glorie en oneindige majesteit. Ik heb dat op andere manieren moeten ontdekken.
Maar de natuur heeft mij laten zien wat het woord ‘glorie’ betekent.
Ik weet nog steeds niet waar ik dit anders had kunnen vinden.”  – C.S. Lewis.

Schoonheid en Voeding

Goede voeding maakt een mens mooier

Het is niet gemakkelijk een juiste volledige bepaling te maken van de schoonheid.  Daarom willen, we de lezers en de lezeressen enkele ideeën voorleggen die ze kunnen oriënteren naar een persoonlijke meditatie van het onderwerp.

We trekken uit de natuur en meer bepaald bij het bekijken van de bloemen een eerste les :  de roos is mooi.  Waaruit bestaat die schoonheid ?  Uit een parfum, een kleur, een zekere schikking der kelkbalderen, een stengel …

En zal men zeggen dat het speenkruid, een juweeltje uit de vochtige weiden, minder mooi is ?  Zeker niet.  Het is niet roze, niet groot noch welriekend, heeft slechts zes kelkbladeren en weinig stengel … en toch doet het fris aan, heeft de kleur van een zon, de vorm van een ster :  het is mooi doch anders.

Allemaal verschillende schoonheden, unieke schoonheden en specifiek op hun eigen manier.  Is het niet dat wat de wijze Confusius wilde zeggen toen hij zich zo uitdrukte :  “In alles zit een zekere schoonheid, maar niet iedereen ziet ze”?

Is er niet een gemeenschappelijke noemer, zijn er geen gelijkaardige elementen aan de basis van elke schoonheid ?  Zeker en vast.  Bij analyse lijken ze evident :  frisheid, zuiverheid, harmonische verhoudingen, aangename kleuren; dus statische elementen, materie harmonisch georganiseerd :  beenderen, spieren, vlees, bloed, vloeistoffen, enz… maar levend gemaakt, van binnen uit belicht.  Zo bekijken we ook het wonderbaar verhaal van de schepping :  “God schiep de mens uit stof der aarde, Hij blies in zijn neusgaten het leven”.  Zonder leven betekent de materie niets.

De grote beeldhouwer Rodin zei het met deze woorden :  “Schoonheid is niets anders dan de ziel die het lichaam doorkruist”.

Aan de lijst moeten dus haar bijzonderste elementen toegevoegd worden :  het leven, de vreugde, de vrede, de erkentelijkheid, kortom alles wat een lichaam levend maakt en de ogen een blik geven, de tanden een glimlach en de leden een beweging.

Andere les uit de natuur :  als de elementen die de schoonheid uitmaken voor allen dezelfde zijn dan is het om verschillende resultaten te bereiken.  Zo kunnen twee personen kraaknet zijn, kerngezond, beiden een goed karakter hebben en toch niettemin verschillend zijn, zoals twee sneeuwkristallen of twee bladeren van eenzelfde boom.

Het is niet juist, schoonheid alleen maar te zien vanuit een fysiek aspect.  Men mag zelfs de voorrang benadrukken van het psychische op het fysieke, van de geest op het lichaam.  U moet maar zien naar het stralend geluk van een zwangere vrouw of een goed paar om de weerkaatsing te begrijpen van gelukkige gevoelens op fysieke schijn.  Het is nu bewezen dat liefde opsiert :  een baby die lelijk is in het begin groeit in schoonheid door de tederheid van zijn ouders, een jong meisje zonder fysieke aantrekkelijkheid wordt letterlijk omvormd als het bemind wordt; dit zijn treffende illustraties.

Dat mannen die een mooie vrouw willen hebben hieraan denken … “Mannen hebt uw vrouwen lief …” zegt Paulus.  Misschien dacht hij niet aan dit speciaal gevolg van de liefde, maar vandaag is dit een werkelijkheid.

Voorrang van de geest op het lichaam :  zo kan een fysiek gebrek een bijkomende charme worden door de manier waarop men reageert.  Er steekt waarheid in het klassieke voorbeeld van de lichte scheelheid in de koketheid van het oog, een gebrek dat achteraf charme verkrijgt.

Wat in feite charmant is – want een gebrek is toch altijd een gebrek – zijn de hoedanigheden die er achter schuilen en het gebrek doen vergeten; een vaste wil tot overwinnen, een vastbeslotenheid om zichzelf niet te ernstig te nemen, allemaal positieve hoedanigheden die het bestaan van dat fysieke gebrek hebben gestimuleerd en die zich onder dit waarschijnlijk niet zouden hebben ontwikkeld.

Echte schoonheid komt van binnenuit met als verlengend besluit :  zij is in ieders bereik en wordt altijd opgemerkt.

SCHOONHEID EN VOEDING

Welke verhouding bestaat er tussen de voeding en de schoonheid ?  Wij zijn gemaakt uit wat we eten.  Het is met de produkten die wij het geven dat ons lichaam vlees, bloed, spieren en beenderen vormt.  In mijn tuin hebben we een robuuste wilde goudbloemplant waarvan de gele bloemen de meimaand opvrolijken.

Een jaar geleden trof ik die kwijnend aan; ze schoot slecht op in een ondankbare bijna onvruchtbare grond.  Door haar te verplanten in rijkere bodem en te begieten, putte zij alles wat nodig was voor haar groei.

Door nu haar schoonheid te bekijken moet ik toch denken aan de zorgen die tuiniers aan mooie planten besteden en ik denk dan dat dat voor het lichaam ook zo gaat. We moet nauwkeurig zijn met wat we eten, niet gelijk hoe of wanneer.  Ons lichaam kan heel wat presteren, waardeloze voedingsmiddelen elimineren, schade herstellen, ons beschermen tegen een hele reeks aanvallers, de materie organiseren.  Maar één zaak kan ons lichaam niet verwezenlijken, het is namelijk opbouwen, herstellen en afweren met wat het niet heeft, met wat wij het vergeten te geven.  

De grote Amerikaanse chirurg Bunnel schrijft in zijn handboek voor chirurgie over de handen, dat na een wonde alle belangrijke zenuwen van de hand herstellen, zelfs als ze doorgesneden werden, op voorwaarde dat de zenuwen goed worden gevoed.

Het voedsel heeft een bepalende invloed niet alleen op het lichaam maar ook op de geest :  het lichaam en de geest zijn nauw verbonden.  De moderne geneeskunde houdt rekening met deze waarheid en verzorgt niet meer het één zonder het ander.

A. Bullas, een schrijver die heel interessante werken schreef over het geheugen, vermeldt :  “Zij die verlangen zich op te trekken op de sociale ladder van de morele volmaaktheid zullen eerst en vooral bepaald schadelijk voedsel moeten achterwege laten … Ziedaar een princiep dat in het westen niet voldoende in reliëf werd gesteld.”

Sommige voedingsmiddelen zoals koffie, thee, vlees, eieren, hebben door tussenkomst van de zenuwen een ophitsend effect op onze gedachten.  Iedereen heeft al eens opgemerkt dat hij het leven onder een verschillende hoek ziet naargelang hij vast of overdadig eet.  

Hier volgen enkele voorbeelden uit het werk van G. Hauser “Schoonheid à la carte”, die duidelijk het verband aantonen tussen de voeding en de lichamelijke schoonheid.

HAAR

A/ De Chinezen hebben mooie haren die opvallen door hun stevigheid.  Zij zijn zelden kaal en behouden hun haarkleur tot op gevorderde leeftijd.  In doorsnee lijkt het haar van het gele ras volkomen rond; wat meer is, het ontwikkelt welbepaald uit het midden van de groeikern :  op die manier geschiedt de groei en de keratinisatie volkomen harmonisch, (keratinisatie is het proces waarbij de produkten die in de levende cellen voorkomen omgevormd worden in keratine, een hoofdbestanddeel van het haar).

De doorsnede van het haar bij het zwarte ras heeft integendeel de onregelmatige vorm van een boon; exentrisch ingeplant in de kern, groeit het haar assymetrisch, de ene kant is meer gekeratiniseerd dan de andere, wat het zijn gekruld uitzicht geeft.

Welnu, het voedsel van de Chinezen is rijk aan minerale zouten (het kookwater van de groenten wordt niet weggegoten), aan eiwitten, aan jodium (wieren, vissen), aan vitamine B (soja) evenals aan plantaardige oliën die rijk zijn aan vetzuren.

Er is een nauwe relatie tussen hun voedingswijze en de kwaliteit van hun haar sedert de rol van het pantotheenzuur (of vitammine B6) in de haargroei en het kleurbehoud in het daglicht werd gesteld.  Ook weet men dat arme of onevenwichtige regimes (bv. te rijk aan koolhydraten) een funeste invloed op de vitaliteit van het haar hebben.

OGEN

B/ Het netvlies van het oog bestaat uit gelijkaardige cellen (137 miljoen voor ieder oog) als deze die werden aangetroffen in de hersenen, maar zijn er verschillende; sommigen hebben de vorm van staafjes; die laten ons toe te zien bij zwak licht (het netvlies bij nachtdieren is uiterst rijk aan staafjes).

Dit nachtelijk zien is mogelijk door een roodachtig pigment, het gezichtspurper, dat de staafjes uit vitamine A fabriceren.  Hieruit volgt wat specialisten nachtblindheid noemen d.w.z. het slecht zien as het nacht is.  Een ander gevolg van vitamine-A-gebrek is dat het hoornvlies en de oogweefsels hun glans en hun natuurlijke vochtigheid verliezen wat juist hun schoonheid uitmaakt.

Als de vitamine B2 ontbreekt wordt het bindvlies prikkelbaar en absorbeert bloed wat een zeer onaangenaam voorkomen biedt.  Indien men niet nauwkeurig weet hoe vitamine C werkt dan weet men toch dat de kristallens er meer bevat dan enig ander lichaamsdeel, uitgezonderd enkele endocriene klieren (oogschil verraadt altijd een gebrek aan vitamine C).

HUID

C/ Enkele jaren geleden liepen in Zuid-Italië de hospitalen vol ten gevolge van een vreemde huidziekte – waaraan nadien de wetenschap de naam pellagra gaf.  (Italiaanse benaming voor droge huid).  Het is namelijk zo dat de huid van deze zieken een ruw uitzicht had met een harde en abnormaal bruine kleur.

Na lange opzoekingen vond men dat de spaghetti en het brood dat hun hoofdvoedsel was, haast geen vitaminen meer bevatte inzonderheid B2 (of riboflavine).  Deze ziekte verdween totaal toen het meel bereid werd op een manier dat de kiemkorrel en een stuk van de buitenlagen behouden werden.

Niet alleen vitamine B heeft een invloed op het voorkomen van de huid :  vitamine A om er maar een te noemen, voedt de vetlaag die zich onder de huid bevindt :  zij geeft aan de huid haar glans en jong voorkomen.

De kwaliteit van het bloed weerspiegelt zich in de gelaatskleur.  Karakteristiek is deze van een bloedarme persoon wiens regime te arm aan ijzer en andere minerale zouten is.  Talloze capilaire vaatjes doorkruisen de lederhuid om iedere cel de noodzakelijke voedende elementen aan te brengen wat de huid toelaat zich steeds maar te vernieuwen.  Diezelfde eiwitten zijn noodzakelijk om spierverslapping tegen te gaan hetzij het nu gaat om deze van het gelaat, van de hals of onderbuik.

Het uitwendig gebruik van de vitaminen berust op de betrekkelijk recente evidentie van de mogelijkheid dat de huid ook resorbeert.  Dit wordt naar voor gebracht door Dr. R. Schwartz in “Geneeskunde en schoonheid”.  De directe toepassing op de huid van wat men gewoonlijk als voedingsmiddelen beschouwt is echter tegen de normale gang van zaken die stelt dat schoonheid van binnenuit moet komen.

TANDEN

D/ Een tandarts uit Cleveland, Dr. W. Price, ondernam op zekere dag een reis rond de wereld om eens na te gaan hoe het komt dat zoveel slechte monden en tanden voorkomen.  Hij nam tal van foto’s (die zich nu in de Amerikaanse academie voor toegepaste diëtiek bevinden) van individuen uit alle continenten.

Zijn besluiten waren dat enkel de volken die eenvoudig, niet geraffineerd voedsel namen stevige witte tanden hadden met kaakbeenderen voldoende ontwikkeld om de tanden zonder overklampen te kunnen laten groeien.  Vooral tijdens de groeiperiode moet men er over waken dat de kinderen alles krijgen wat noodzakelijk is voor de vorming van de tanden en beenderen :  kalk, fosfor, en eveneens de vitamine A en D die er het metabolisme van regulariseren en het proces van de vertering mogelijk maken.

GEWICHT

E/ We gaan even maar de kwestie van het gewicht toelichten dat ook onder de rubriek schoonheid valt.  Zeker is dat onder de oorzaken van zwaarlijvigheid en magerheid voedingsstoornissen schuilen.  Maar als het waar is dat zwaarlijvigheid het gevolg is van te veel eten dan is dat soms een onbewust pogen om de eenzaamheid of het gebrek aan genegenheid te compenseren.  Dan moet het volstaan zich in te denken dat de troost niet gevonden wordt in koek of snoep.

Er is in de voeding een organisatie, die slaat op de keuze van de voedingsmiddelen (en tegenwoordig bestaat voldoende variatie om de beste te kiezen) maar ook op hun vorbereiding om hun kwaliteit zoveel mogelijk te bewaren, alsmede op hun wijze van aanbieden die tot eetgenoegen moet aanzetten, want het heeft zijn belang met genoeg te eten.  Het is goed er op te wijzen dat er zo iets als opvoeden tot smaak bestaat.  Zo waar en echt is dit princiep dat smaak uit de gewoopnte voortkomt.  U hoeft slechts goede gewoonten aan te nemen.

Als het dikwijls moeilijker is  goede gewoonten aan te leren dan slechte te volgen, heeft men daar tegenover toch de zekerheid dat de vreugde van een goede gewoonte veel groter is omdat ze meer krachtinspanning heeft gevraagd.

Hoe gezond en goed de voedingsmiddelen ook zijn, toch moet het organisme er profijt kunnen uit halen.  Hierbij komen andere gezondheidsfactoren te pas :  oefening, gezonde lucht, zon, geestesklimaat, enz.

Een slechte vertering schaadt de schoonheid.  Men kan trekken ontwaren die geen andere oorzaak hebben dan een verteringsmoeheid door overdadige of te frekwente maaltijden of slechte voedingsassociaties, gele huidskleuren waarvoor alleen een slecht functioneren van de lever verantwoordelijk is.  Een ontgiftingskuur kan dan niet anders dan weldadig zijn.  Die kan geschieden onder vorm van vruchtenkuren :  er bestaan geen betere voedingsmiddelen om het humeur op te frissen, de cellen te helpen regenereren en hierdoor een goed voorkomen te geven.  Deze kan verschillende dagen gevolgd worden, gebeurtelijk meer dan een week.  Men kan ook dagen nemen met niets dan fruit of nog een gewone maaltijd vervangen door een fruitgerecht.

VOORBEELD VAN EEN VRUCHTENDAG :

Bij het opstaan :  1 glas warm water met citroensap.

Ontbijt :  (minstens één uur later); fruitontbijt (versterkend door hun rijkdom aan vitamine C), pompelmoezen, sinaasappelen, aardbeien, pruimen, ananassen, frambozen, aalbessen, enz…

Eén uur vóór het middagmaal :  indien nodig 1 klein glas water.

Middagmaal :  verse vruchten, gebeurlijk ook geweekte droge vruchten, een vruchtensaus, smoethie of een andere vruchtenbereiding.

Rond 17.00 uur :  water of een reinigende kruidenthee.

Avondmaal :  een royale rauwkostschotel, met een variatie van seizoensgroenten.

Een rauwe groentensoep (bv. ook met wilde groenten en kruiderijen).

Een groen kruidenoliesausje, met olijf- en lijnzaadolie.

Nog doeltreffender omdat hierdoor een volkomen rust van de verteringsorganen en frisse gedachten mogelijk worden gemaakt, is één of twee dagen vasten, op voorwaarde dat men veel drinkt (1,5 liter).  Als een volle vastendag niet mogelijk is dient toch het gunstig effect onderstreept dat het weglaten van één maaltijd op een troebele gelaatskleur nalaat (bij voorkeur het avondmaal vervangen door een glas water).

BESLUIT

1. Schoonheid ligt niet noodzakelijk besloten in anatomische beschouwingen :  zij omvat het ganse wezen en de voeding is er maar een factor van.  Tot wat dient het zijn lichaam te willen opfrissen door goed voedsel als van het karakter niet dezelfde inspanning wordt vereist ?  Een kwade bui maakt even lelijk als een glas wortelsap schoon kan maken.

2. Voor de rest komt ware schoonheid van binnen uit, om naar buiten uit te schitteren; fysieke schoonheid is slechts innerlijke schoonheid die zichtbaar wordt gesteld, vermaterialiseerd.  Zo is die onthutsend en treffend voor een klein kind, onbewuste schoonheid, zonder berekening, de uitdrukking van een frisse ziel.

3. Wil dit daarom zeggen dat iedere betrachting van fysieke schoonheid tevergeefs is ?  Dit hangt af van het doel dat men nastreeft, tussen de houding van een vrouw, die zich mooi maakt om anderen aangenaam te zijn, uit hoffelijkheid maar ook als antwoord op de aantrekkingskracht die in het diepste van ieder menselijk wezen voor het schone bestaat, en, deze van een aanstelligere vrouw die alleen maar de blikken op haar gericht wil zien, die alleen maar complimenten wil aanhoren, daartussen ligt het verschil van een ware en een kunstmatige bloem.

4. De echte bloem keert zich naar de zon vanwaar het leven en de schoonheid komen.  Misschien bewondert zij dit. De mens is zijn afhankelijkheid van de bron van het leven verloren.  Hij is zijn Schepper vergeten.

Manipulatie

ManipulatieManipulatie / televisie en media

Veel mensen zijn zich niet bewust op welke manier de reclamespots en de TV de geest beïnvloeden. De technische mogelijkheden om snel van scene te veranderen, met ver gevorderde lenstechnieken en krachtige filmmuziek die ontworpen is om je mee te sleuren voor je de tijd hebt gehad om na te denken. Bedenk eens wat er gebeurt als de TV-spots geëindigd zijn en je favoriete programma hervat. Veel van de manipulatietechnieken blijven. Als de camera zich instelt en de tonelen wisselen, moet je je aanpassen aan een nieuw beeld en dat ongeveer twintig keer per minuut. 

Dit alles verhoogt natuurlijk de dramatiek, zodat de handelingen op het scherm – zelfs bij de gewoonste gebeurtenissen – overkomen op een wijze die in het dagelijks leven niet bestaat.  Dit gekoppeld aan het feit dat de castings-bureau’s een keuze kunnen maken uit de interessantste en knapste mensen ter wereld. Het resultaat ? Na dit zo drie of vier uur te hebben aanschouwd, komt je eigen leven je misschien niet meer zo interessant voor als voordien. Je huis, je baan, mogelijk ook je echtgenoot, kunnen niet wedijveren met die kunstmatig opgeroepen intensiteit van de televisie. Tenzij je een ongewoon sterk gevoel hebt van je eigen identiteit, word je misschien ontevreden met je eigen leven en wens je dat je zo kon zijn als de acteurs op het scherm. 

Zodoende heeft televisie het vermogen je te ontdoen van iets wat God speciaal voor jou heeft gemaakt : jouw eigen unieke identiteit. 

Daarom is het belangrijk dat mensen een standpunt innemen t.o.v. amusement. Afgezien van het feit dat Hollywood veel van je tijd kan kosten, en je blootstelt aan bedenkelijke tonelen, is er misschien nog iets dat dieper gaat en waarover je bezorgd moet zijn. De meeste films die je een denkbeeldige, meer dan levensechte held voortoveren, kunnen uiteindelijk een aanval doen op je inzicht hoe bijzonder je eigen leven wel is. 

uit : “ΩMEGA 2” Lewis R. Walton

 

 

Alles kan veranderen

DENK HIER EENS AAN

• In het memo dat werd opgesteld toen Fred Astaire in 1933 bij MGM auditie had gedaan, staat :  ‘Kan niet acteren.  Een beetje kalend.  Kan een beetje dansen.’  Fred Astaire heeft het memo ingelijst en naast zijn open haard in zijn huis in Beverly Hills opgehangen.

• Socrates werd verweten dat hij de jeugd verpestte.

• Toen Peter J. Daniel in de vierde klas van de lagere school zat zei zijn onderwijzeres, mevrouw Phillips, altijd dat het nooit wat zou worden met hem.  Peter was analfabeet tot zijn zesentwintigste.  Toen las een vriend van hem een boekje voor over hoe je rijk moet worden.  Nu is hij eigenaar van de bars waarin hij vroeger in vechtpartijen verwikkeld raakte en heeft hij weer een nieuw boek geschreven, met de titel Mrs. Phillips, You Were Wrong.

• Louisa May Alcott, de schrijfster van Onder moeders vleugels moest van haar ouders werk zoeken als dienstbode of naaister.

• Beethoven speelde beroerd viool en werkte liever aan zijn eigen composities dan dat hij zijn techniek verbeterde.  Zijn leraar zei dat hij een slecht componist was.

• De ouders van de beroemde operazanger Enrico Caruso wilden dat hij ingenieur zou worden.  Zijn leraren zeiden dat hij geen mooie stem had en absoluut niet kon zingen.

• Walt Disney is ooit ontslagen door de hoofdredacteur van een krant omdat hij te weinig ideeën had.  Hij ging ook verscheidene keren failliet voordat hij met Disneyland begon.

• Thomas Edisons onderwijzeressen zeiden dat hij overal te stom voor was.

• Albert Einstein leerde pas praten toen hij vier was en kon pas lezen op zijn zevende.  Zijn onderwijzeres vonden hem ‘geestelijk lui, onaangepast en altijd in een rare droomwereld verzonken’.  Ook is hem de toegang geweigerd tot de Technische Hogeschool van Zürich.

• Louis Pasteur was op de universiteit maar een middelmatige student.

• Isaac Newton was een uitgesproken slechte student.

• De vader van beeldhouwer Rodin heeft eens gezegd :  ‘Mijn zoon is een idioot.’  Hij gold als de slechtste leerling op school en zakte drie keer voor het toelatingsexamen voor de kunstacademie.  Volgens zijn oom kon hij niet leren.

• Leo Tolstoi, de schrijver van Oorlog en vrede, heeft zijn studie afgebroken.  Van hem werd gezegd dat hij niet kon leren en er ook niet voor gemotiveerd was.

• Henry Ford ging drie keer failliet voordat hij uiteindelijk succes had.

•`Winston Churchill bleef zitten in de zesde klas.  Hij werd pas premier van Groot-Brittannië toen hij tweeënzestig was, na een leven van mislukkingen.  Zijn grootste prestatie leverde hij als bejaarde.

• Achttien uitgevers weigerden Richard Bachs’ verhaal Jonathan Livingston Zeemeeuw totdat Macmillan het in 1970 uiteindelijk wel uitgaf.  In 1975 waren er alleen in de Verenigde Staten al zeven miljoen exemplaren van verkocht.

• Richard Hokker werkte zeven jaar aan zijn humoristische oorlogsverhalen onder de titel M*A*S*H.  Eenentwintig uitgevers weigerden het echter.  Nadat Morrow het had uitgegeven, werd het een bestseller, een succesvolle film en een populaire televisieserie.

Hoog Spel

Vandeman Gelijk GezondOver de Confrontatie tussen Oost en West

Doorheen alle tijden zoekt iedere mens naar bevestiging dat de levensstijl die men aanhangt te verantwoorden is. Zo heeft iedereen zijn God en godsdienst en zoekt iedereen een oplossing voor het schuldvraagstuk. Het open breken van de grenzen heeft westerlingen nieuwe dingen doen ontdekken, en men heeft gemeend dat het Oosten de plaats was waar rust en vrede heersten, waar mensen in harmonie met hun natuur konden leven… maar soms is het tijd om wakker te worden… 

Als christelijke vereniging hebben we de taak om te verwijzen naar Christus. Gezond leven redt ons niet of verschaft ons geen toegang tot het hemels leven. Alleen onze relatie met God doorheen de verdiensten van Jezus Christus die onze zonden op zich nam, kan daaraan verhelpen. Een christelijke vereniging of organisatie, zonder dat Christus’ kenmerken erin terug te vinden zijn, is een leugen. Daarom zien we het als een bijzondere taak, maar tevens een zware opgave, dat wij niet schrijven en doen wat ons goeddunkt, maar ons in alles de vraag stellen of Christus net zo zou doen, in onze plaats. 

Het volgende verhaal komt uit het boek Hoog Spel van George Vandeman. Het is een fragment dat aangeeft hoe mensen misleid worden en hoe belangrijk het is om te “onderscheiden”. Niet voor niets hebben wij “verstand” gekregen… niet om het opzij te zetten, maar om het te gebruiken !

Omdat in de hele wereld van gezondheidszorg en natuur-zoekers erg veel oosters-gerichte mensen zijn, publiceren we dit fragment… als denkoefening. Interesse voor het boek ?  Het is voor u beschikbaar. 

“Het westen kwam terecht in de maalstroom van een ongekende technologische ontwikkeling.  Maar terwijl het westen druk bezig was met deze vooruitgang, namen de Beatles de hippies – en enige niet-hippies – bij de hand en leidden ze terug naar het oosten. Hier lagen vreemde contrasten. Terwijl vooruitstrevende katholieken trachten de mis uit een dode taal te halen, kwamen de hippies in het openbaar samen om in het Sanskriet gebeden op te zeggen.  En terwijl kerkelijke hervormers probeerden hun kostuums te moderniseren, liepen de hippies rond in kleurrijke symbolische gewaden.  Terwijl de moderne kerken hun prioriteiten aan het herzien waren, rangschikten de subculturen de zonden van de maatschappij opnieuw in volgorde van belangrijkheid.  

Het steeds wisselende gezicht van de nieuwe moraal kwam naar voren in een epidemie van aspirant-goeroes.  Drugs stonden hun ereplaats af aan meditatie – niet omdat drugs immoreel waren, maar omdat meditatie beter ‘high’ zou maken. De weg naar het oosten was niet zo moeilijk.  De door de Beatles beroemd gemaakte Maharishi, zou een publiek van 4000 man in Berkeley (Californië) verzekerd hebben dat het voor een volledige uitwerking van de meditatie niet nodig was om een geloof te hebben of om drank, vrouwen en herrieschopperij op te geven. Zocht deze rusteloze, losgeslagen cultuur naar redding van zonde ?  Vergeving ?  Een veranderd leven ?  Of zochten ze naar een pantheïstische kracht die naar hun corruptie zou knipogen. De filosoof Alan Watts beschreef de aantrekkingskracht van de oosterse mystiek als volgt :  ‘De joods-christelijke wereld is er één waarin de morele noodzaak, het verlangen om rechtvaardig te zijn, alles doordringt.  De aantrekkingskracht van de oosterse filosofie is dat het achter de dringende werkelijkheid een goed en kwaad een groot gebied van de persoonlijkheid laat zien waarover geen schuld of verwijt hoeft te bestaan.’ Misschien zochten de subculturen toch naar iemand om hen van zonde te redden zonder het te beseffen.  Misschien dachten ze echt wel dat je schuld tot zwijgen brengt door de waakhond te doden.

Een klein meisje liep in de kerstdrukte met haar moeder over Fifth Avenue.  Ze bleef naar beneden kijken, de ogen op het trottoir gericht.  ‘Waarom kijk je niet naar de kerstétalages ?’  ‘Ik zoek ergens naar.’  Waarnaar ?’  ‘Ik zoek naar iets om te vinden.’ Is dat niet de moeilijkheid met deze generatie ?  Naar beneden kijken.  Terugzien.  Elke kant op zien.  Zoekend naar iets om te vinden.  Gretig naar alles dat men nog niet heeft geprobeerd.

Schrijver-redacteur Peter Cohon zegt :  ‘Waar je je ook wendt of keert, alles draait om winst of privé-bezit.  Maar er is een hartstocht naar religieuze betekenis, naar een spiritualiteit die gewoon te lang de kop ingedrukt is :  Ik, ik smacht… naar nieuwe denkkaders, andere wegen om de dingen op een rijtje te zetten.  De I Ching, astrologie, magie, het oosten, schizofrenie … alles !’ Zo hebben we momenteel een epidemie van nieuwe godsdiensten. Bijgewerkte, voormalige ketterijen.  Maar geen van die omslachtige zedelijke eisen uit de bijbelse godsdienst. J. Wallace Hamilton merkt op :  ‘Is het niet vreemd hoe we hier in het westen oosterse boeken lezen, omdat we naar gemoedsrust zoeken ?  Maar in het oosten lezen ze westerse boeken omdat ze wakker willen worden.’

Maar de betovering van het oosten is sterk.  Oost en west hebben elkaar al voor het hindoe-altaar ontmoet.  De aantrekkingskracht van het hindoeïsme is niet langer slechts een gril.  Vele jeugdidolen van vandaag zijn uitgesproken bekeerlingen van het hindoeïsme. Rock-muziek was al lange tijd een medium waardoor de massa kon worden geïndoctrineerd.  Rockgroepen hadden deugden van de drugs opgehemeld.  Maar nu begon de muziek te veranderen.  De Rock-and-roll begon een oosterse invloed op te nemen.  De dissonante tonen van de oosterse toonladders raakten bekend bij westerse luisteraars.  Toen kwam de invoer van hindoeïstisch-godsdienstige begrippen, de invloed van hindoegoden.  De godsdienstige opbouw van een complete westerse generatie werd gewijzigd – door rock-and-roll.

Meditatie was in.  En reciteren, die aanbidding van Shiva.  En de mantra.  De mantra is volgens één schrijver in wezen een uitnodiging aan een demonische geest tot in bezit nemen van het denkvermogen.  Van een swami wordt het volgende gezegde bericht :  ‘Als ik me genoeg had geconcentreerd … zou ik zelf Shiva geworden zijn.’ Maar genoeg hierover.  Waarom zouden we zo verzot zijn op wat zo lange tijd het oosten heeft bezwaard en gehinderd ?  Wat is er voor aantrekkelijks aan een godsdienst van wanhoop, waar hoop niet eens onder de deugden gerekend wordt ?  Ligt het antwoord in de leegte van het nirwana ?  Menen we gemoedsrust te kunnen vinden door zo stil te zitten als een bessenstruik ?  Wat voor reddingskracht ligt er in een godsdienst zonder levende Christus ? Lopen we het levende water voorbij om van smerige bronnen te drinken ?” “Op een avond werd ik in Londen aangesproken door een intelligente Engelsman, die zei :  ‘Ik sta op het punt een beslissing te nemen.  Als ik straks dit gebouw uitga, zal ik gekozen hebben tussen boeddhisme en christendom.  U heeft een half uur om uw zegje te doen!’ Een half uur ! Wat een uitdaging !  Geen tijd meer voor bijzaken. In dat halve uur moest ik hem naar een leeg graf buiten Jeruzalem leiden.  Want als ik bij herhaalde gelegenheid naast het Tuingraf stond, dat volgens velen het meest lijkt op het graf waar Jezus in werd gelegd, was ik diep onder de indruk van het essentiële verschil tussen het christendom en alle andere godsdiensten.  Het graf van Christus is leeg! Er zijn andere grote godsdiensten die bij het graf van hun stichters aanbidden.  Het graf van Mohammed te Medina in Arabië is geen leeg graf.  Het graf van Confucius in China is geen leeg graf.  Stukjes van Boeddha’s lichaam worden op verschillende plaatsen in het oosten als relikwieën bewaard.  Maar er is geen schrijn ter wereld die aanspraak maakt op een been van Christus.  Als het bijbelverslag waar is, dan liet Hij die dag de dood voorgoed achter Zich, met een leeg graf om ervan te getuigen !

De betovering van het oosten kan verbroken worden.  Maar alleen door een levende Christus.  Alleen een levende Christus kan de vreemde verdwazing door goden en goeroes stopzetten, zodat een onrustige generatie een andere stem kan horen.  Alleen een levende Christus kan vergeving schenken, schuld wegnemen.  Alleen een levende Christus kan bevrijding van de vrees voor toornende goden aanbieden.  Hij alleen geeft leven en houdt zijn belofte.  Omdat Hij alleen kan zeggen :  ‘Ik ben… de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk’ (Openbaring 1:18).

De betovering van het oosten is sterk, maar er blijft de machtige concurrentie van een leeg graf !

      een passage uit “Hoog Spel” / G. Vandeman

De tirannie van de massa

Tirannie Massanaar “Een dag om nooit te vergeten” van G. Vandeman

pastedGraphic.png

Zijn er nog mensen die anders durven zijn dan anderen ? Of heeft het subtiele, hypnotische geroffel van de trommels ieder mens ongemerkt een slaaf gemaakt van de tirannie van de massa ? Ik geloof dat het onderwerp op z’n plaats is. Al te vaak hoor ik geluiden van mensen die vinden dat afwijkend gedrag, afwijkende gewoonten en afwijkende voeding toch maar niks zijn… Ze willen graag nog eens ‘gewoon’ doen. Overkomt dat je ook wel eens ? Gebeurt het ook wel dat bepaalde drang zeer sterk wordt en je terug wil in de massa opgaan ? Als je weet wat dat is en van waar dat komt, zal je hier veel makkelijker mee omspringen. Want je zal ontdekken dat er soms heel kleine details zijn overgeslagen, waardoor je bijna zeker moet mislukken. 

Noteer : wanneer we ooit anders zijn, dan is dat niet zuiver en alleen om ànders te zijn, maar omdat ànders beter is.

We zijn erg gevoelig voor de mysterieuze macht van de conformiteit, of we dat nu willen of niet. We hebben er ontzag voor, worden erdoor geboeid en zijn er bang voor, vanwege haar onberekenbare, grillige, teugelloze heerschappij over de menselijke geest. Niets wordt méér gevreesd dan dat we alleen zullen komen te staan en verworpen zullen worden door de publieke opinie; of door onze vrienden, familie, werkomgeving. We zien zo vaak dat vijandige spook oprijzen, waardoor we ons terugtrekken in de massa, naamloos, kleurloos en onherkenbaar… Beter dan belachelijk gemaakt te worden, een etiket te krijgen… Je kan je werkelijk de vraag stellen waarom wij zo’n vreemde neiging hebben om zeker niet in het oog te lopen ?  Wij marcheren rond als robotten, vallen niet op in de groep en zijn doodsbenauwd bij de gedachte dat we anders zouden zijn. Waar is het creatieve afwijken van de norm gebleven dat de helden en martelaars van het verleden schiep ?  Waar is de opwinding en de vrijheid van het innemen van een eigen standpunt gebleven ?

Margareth Applegarth heeft een verrukkelijk boek geschreven:  Men as Trees Walking. Daarin vertelt zij het ware, maar bijna ongelofelijke verhaal van Jean Henri Fabre en zijn studie van de processierups. Het schijnt dat deze rups doelloos ronddoolt, gevolgd door vele andere rupsen die bewegen wanneer hij beweegt, stilhouden wanneer hij stilhoudt en eten wanneer hij eet.  Zij leven voornamelijk van dennennaalden. Op een dag probeerde Fabre een experiment. Hij vulde een bloempot met dennennaalden, die de rupsen erg lekker vinden, en zette ze toen in een kring op de rand van de pot.  Zij begonnen langzaam achter elkaar de rand rond te kruipen. Dit onzinnige rondkruipen hielden ze zeven dagen lang vol – zonder ooit uit te rusten om te eten – totdat ze één voor één van uitputting in elkaar zakten. En de auteur maakt de veel betekende opmerking dat de bossen vol zitten met processierupsen – die verbazend veel lijken op mensen zoals u en ik. We lopen met de massa mee – ook al draaien we daarbij in een kringetje rond, ook al bereiken we niets en lopen we de beloningen van het leven mis.  We lopen maar steeds op de bloempotten van de conformiteit rond – tot we van uitputting in elkaar zakken.

Bovendien weten we niet eens waarom we het doen! Het is niet altijd veilig om met de massa mee te lopen. Als we dat in Christus’ tijd hadden gedaan, zouden we Hem verworpen hebben. Luister maar naar het verslag van de dienaars die erop uitgestuurd waren om Jezus te arresteren, maar die zonder Hem terugkwamen: “De dienaars nu antwoordden hen : Nooit heeft een mens zo gesproken, als deze mens spreekt !  De Farizeeën dan antwoordden hun : Zijt gij soms ook verleid ?  Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd of van de Farizeeën ?” (Johannes 7:46-48).

Die vraag heeft bij heel veel mensen de doorslag gegeven. Heel wat mensen waren diep ontroerd door het werk dat Christus deed. Ze vonden het zo mooi en herkenden zonder twijfel zijn liefde, zijn bewogenheid, zijn gezag…  Maar zodra iemand er ernstig over nadacht om Hem te volgen, werd hij geconfronteerd met de vraag: “Heeft soms één van onze oversten in Hem geloofd ?” Horen wij de echo van die woorden vandaag de dag niet ook nog? Er worden nog steeds mensen van de waarheid overtuigd, maar van zodra bepaalde waarheden worden geopenbaard komen de vragen… Men gaat op zoek naar de verhouding tussen deze waarheid en zij die men in het leven als een autoriteit herkent. Hoe staan zij er tegenover? Onze religieuze leiders, onze ministers, onze wetenschappers… Het is toch niet mogelijk dat zij het allemaal bij het verkeerde eind hebben? Soms is de waarheid ontstellend. Die waarheid klinkt de moderne mens misschien vreemd in de oren. Het is de mengelmoes van bevestiging en ontkenning : aangeraakt door de geest gaat er iets open maar er is iets dat het geopende meteen weer wil sluiten. Die waarheid kan te maken hebben met de voeding, met Gods plan met de mens, met Gods afgezonderde dag, met de figuur van Jezus Christus, met ons doel op deze aarde, enz..  

Dan zijn er mensen die vragen : “Hebben de vooraanstaande theologen van onze tijd het aanvaard ?  Is het door onze “knapste koppen” erkend? Is het in de belangrijkste godsdiensten opgenomen?” en op het vlak van voeding, levensstijl, ziektepreventie e.a. klinkt het net zo.  Het is de echo van de vraag die tweeduizend jaar geleden gesteld werd : “Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd ?”

Er is een tijd geweest dat de massa Jezus tot koning wilde uitroepen.  Hij had kort daarvoor meer dan vijfduizend mensen te eten gegeven.  Ze waren wèg van wat deze Man allemaal voor hen zou kunnen doen.  Hij zou generaal kunnen worden en tegen Rome in opstand kunnen komen – en het leger steeds van voedsel kunnen voorzien.

En toen Jezus op een dag in triomf Jeruzalem binnenreed, haalde de menigte Hem juichend binnen.

Maar die stemming sloeg als een blad aan een boom om.  De mensen die het hardst geschreeuwd hadden om Hem koning te maken en die palmtakken voor Hem hadden neergelegd, stonden nu vooraan in de menigte die op die vrijdagmorgen voor Pilatus stond. Diezelfde mensen die Hem toegejuicht hadden, schreeuwden nu: “Kruisig Hem!”  En ze wisten niet eens waarom ze het deden !

De meerderheid heeft zelden gelijk.  In de tijd van Noach namen slechts acht mensen de waarheid aan, de grote massa verwierp de waarheid en kwam om in de ramp die volgens hen nooit had kunnen gebeuren.

In de tijd van Elia was de waarheid zo onpopulair geworden dat hij tegen God klaagde dat hij alleen was overgebleven.  En de zevenduizend mensen die volgens God trouw waren gebleven, waren maar een armzalig kleine minderheid. In de tijd van Maarten Luther was het niet veel anders. Er was moed voor nodig om als Noach tegen een spottende wereld in te gaan. Er was moed voor nodig om als Elia op de berg Karmel tegenover de mensen te staan die hem van het leven wilden beroven.  

Er was moed voor nodig om als Maarten Luther alleen voor de rijksdag te staan die hem ter verantwoording riep en eiste dat hij zijn woorden zou herroepen. Maar zijn woorden galmden luid en duidelijk en onbevreesd in de oren van wie hem naar het leven stonden: “Ik kan en zal niets herroepen… Hier sta ik, ik kan niets anders !” 

Al deze mensen hadden, om hun eigen vel te redden hun beginselvastheid kunnen opgeven. Maar de situatie maakte hen sterk. 

Ook vandaag de dag is er net zoveel moed nodig om die standvastigheid te beleven. Blijkbaar kunnen we niet verwachten dat het recht en de waarheid de zegen van de publieke opinie hebben. Want luister maar eens naar deze woorden van Jezus : “Gaat in door de enge poort, want wijd is (de poort) en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er,die hem vinden” (Matheüs 7:13,14). Een weg die populair is, kan best verkeerd zijn. De keuze van de massa, van de overheid, van de wetenschap, van de spreekbuizen van deze wereld is geen goed argument om zich op te beroepen. De massa is verblind door het feit dat zij dikwijls van geen verlichting wil weten, bang is van de consequenties van haar keuzes en wenst daarom zelf geen keuze te maken. 

“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood” (Spreuken 14:12).

Zijn onze overtuigingen misschien minder sterk dan onze vrees om anders te zijn ?

Het verbaast ons niet dat zwakke mensen in het verleden – of nu ook – onder de overtuigende invloed van folteringen hun principes opzij hebben gezet. De duimschroef en de pijnbank, eenzame opsluiting en dwangarbeid hebben afschuwelijk veel succes gehad om de mensen weer in het gareel te brengen.  Maar hoe verklaren we de neiging om met de massa mee te lopen als er niets van levensbelang op het spel staat – alleen maar de onwelkome lichtbundel die de persoon die er een andere mening op na houdt in het zonnetje zet ? 

Waarom geven we toe aan de grillen van van de groep als het gaat om onbelangrijke zaken zoals een haarstijl of de snit van een pak of het één of andere onbelangrijke statussymbool ? Hebben we niets beters te doen dan een redelijk goede reproductie van ieder ander mens te worden ?

Er staan geen principes op het spel.  Er is geen foltering bij betrokken.  Geen dwangarbeid.  Geen eenzame opsluiting. Alleen de dwang van de massa, maar daar gaat het om.  Als we zo reageren als het om de alledaagse dingen van het leven gaat, hoe zullen we dan reageren als er kwesties van leven en dood op het spel staan – op de dag dat niemand kan kopen of verkopen ? Dat is de vraag. Het is een feit dat heel veel mensen minder bang zijn voor een vuurpeleton dan voor een spottende menigte. Zoals Petrus. Petrus zou voor zijn Heer gevochten hebben als hij toestemming had gekregen.  Maar op de binnenplaats van het huis van Kajafas zonk hem de moed in de schoenen bij de subtiele spotternij van de menigte – en vooral van een dienstmeisje. Hij was bereid om voor zijn Heer te sterven. Hij stond klaar met zijn zwaard; maar hij durfde de massa niet onder ogen te zien. Hij was bereid om te sterven, maar niet om Hem te belijden.  Maar Jezus zei : “Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, die zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is” (Matteüs 10:32.33).

Ja, het kost iets om aan de waarheden vast te houden, om de dingen die men heeft geleerd, om de waarheden te verdedigen en in praktijk te brengen.  

Sommige waarheden komen als onaangename verrassing.  De waarheid kan soms verontrustend zijn.  Opeens ontdekken we dat de prijs heel hoog is. De waarheid heeft zijn prijs.  Maar het is de moeite waard – zelfs als dat betekent dat we anders dan anderen zullen moeten zijn.

Henry Thoreau, een ruige individualist uit de negentiende eeuw, heeft eens gezegd : “Als iemand niet in de maat loopt met zijn kameraden; dan komt dat misschien omdat hij een andere trommelslager hoort. Laat hij meelopen met de muziek die hij hoort, hoe zwak die ook maar klinkt of van hoever weg die ook maar komt.”

Desmond Doss was zo iemand.  Tijdens de tweede Wereldoorlog maakte hij deel uit van het medische corps.  Deze verlegen, bijna tengere jongeman zag er niet uit of hij erg dapper was. Maar hij draagt de eremedaille van het Amerikaanse Congres. Het gebeurde op een zaterdagmorgen op Okinawa. Omdat het sabbat was, behoefde Desmond Doss geen dienst te doen.  Maar het leger stond op het punt om weer een poging te doen om Hill 167 in te nemen en er was geen ander medisch personeel aanwezig. Of hij met hen wilde meegaan ? Hij antwoordde dat hij natuurlijk bereid was om levens te redden, zelfs op de sabbat. Vlug zocht hij zijn uitrusting bij elkaar. En toen vroeg hij of ze even wilden wachten. “We kunnen die heuvel niet opgaan zonder eerst te bidden, zei hij. En het Amerikaanse leger wachtte, terwijl Desmond Doss hardop bad.  Zij wachtten gewillig. Zij hadden vertrouwen in deze man en zijn gebeden. Op de één of andere manier voelden zij zich een beetje veiliger.

Zij zochten een weg langs de steile helling omhoog, maar werden al gauw door de vijand teruggeslagen.  En toen het appèl kwam, behoorde Desmond Doss tot de vermisten. Maar opeens werd hun aandacht getrokken door iemand die van de top van de klip naar hen wuifde.  Het was Desmond Doss die om hulp vroeg. Hij kreeg meteen bevel om naar beneden te komen.  Maar bevelen betekenden niets voor hem wanneer er levens op het spel stonden. Toen zij zagen dat hij niet van plan was om naar beneden te komen, kwamen ze hem te hulp.  Zij gooiden handgranaten over de klip om hem te dekken en hij ging aan het werk.  Onder vijandelijk vuur bracht hij in zijn eentje vijfenzeventig mannen in veiligheid !

Vijfenzeventig mannen overleefden die dag – omdat één man een andere trommelslager hoorde – en anders dan anderen durfde zijn. 

Hebt u in uw leven andere geluiden gehoord en hebt u een zekere kritische weerstand tegenover andere berichten die in overvloed worden rondgestrooid ? Dan vallen deze dingen zeker te overwegen. Het is mogelijk dat je van jezelf vindt geen dappere of heldhaftige persoon te zijn, denk dan maar even aan Doss. 

Doss liet zich niet verzwakken door zijn eigen beangstigende gedachten over het risico dat hij nam voor zijn eigen leven. Doss volgde zijn hart en zijn geloof. En wees er zeker van : in het geloof is ieder onder ons sterk. 

Het is mogelijk dat je ook af en toe een vijandige berg op moet : de klip van de tegenstand die je krijgt van familie of vrienden of van je meest dierbare en nabije contacten… In hun weerstand vormen zij een testbank van je standvastigheid waarbij je achting of misprijzen zal oogsten na een periode van doorzetten of zwichten onder hun druk. 

Beste vrienden, er is terrein te veroveren. Vrijheid wordt ons niet op de schoot geworpen, maar is een kwaliteit die men verdient door zich los te worstelen van de tirannie van de massa, door te luisteren naar je eigen hart en de waarheid die daarin ligt opgeborgen. Vrijheid is niets anders dan het gemak dat je hebt verworven om de ontdekte waarheden te kunnen beleven, ondanks alles.

Ik hoop dat dit artikel weer nieuwe moed geeft en kracht geeft om de schone dingen die men heeft ontdekt met nieuw enthousiasme en durf – maar toch met respect voor anderen – uit te dragen. We hoeven anderen niet uit te dagen, maar als christenen, hen liefhebbend benaderen.

Dat dit onderwerp veel lezers bezighoudt, kan ik opvangen op onze voordrachten en cursussen. Velen onder ons leven met de (soms bekommerde) bemoeienissen van mensen die vinden dat we de weg van het avontuur opgaan.  Je eet geen vlees… je hebt gekozen voortaan geen suiker meer te gebruiken… je begint op zuivel te bezuinigen… brood lijkt ook niet zo’n schitterend voedingsmiddel… Mens, maar wat mag je dan nog wel eten? En dan hebben we het nog over puur materiële dingen die verklaarbaar zijn. Op het geestelijke vlak krijg je bij de minste afwijking de naam ‘sekte’ opgeplakt.  En dat wil toch niemand geweten hebben… Dus, dan toch maar netjes in de pas ? Voor het gelijk van de massa.