De tussensoorten

TussensoortenDe tussensoorten

De tweede steunpilaar van de evolutieleer is het bestaan van de zgn. “tussensoorten”; zij worden geacht de verbindingsschakel te hebben gevormd tussen de bekende soorten en een gemeenschappelijke voorouder.

Lange tijd heeft men beweerd dat de schakel tussen vissen en amfibieën een vis was die behoorde tot dezelfde familie als de coelacant. Fossielen van de coelacant laten kenmerkende kopvinnen zien. 

Evolutionisten beweerden dat deze uit het water kwam met behulp van zijn vinnen. Volgens hen leefde deze vis 60 miljoen jaar geleden. In 1938 vond men hem levend en wel in de Indische Oceaan! Verdere onderzoekingen bevestigden dit en toonden aan dat deze vis hoegenaamd geen zeldzaamheid is.

Het geval van de coelacant is trouwens niet het enige. Er zijn namelijk wezens die vandaag rondlopen, vliegen, zwemmen of kruipen en die bijzonder sterk gelijken op fossiele overblijfselen die men terugvindt in de gesteenten en waarvan de evolutionisten beweren dat ze honderden miljoenen jaren oud zijn. Deze vandaag nog levende wezens noemt men daarom ‘levende fossielen’. Darwin was zich trouwens reeds bewust geworden van het gevaar hiervan voor zijn theorie.

Een andere leugen van de evolutieleer betreft de overgang van aap naar mens : de aapmens.

Volgens de evolutieleer immers stamt de mens af van de aap door toevallig en willekeurig optredende natuurprocessen. Ondanks duidelijke bewijzen van het ongerijmde van deze theorie wordt zij nochtans in de media en het onderwijs als vrijwel zeker verkondigd.

Enkele voorbeelden.

* de Piltdown-mens

De schedel hiervan kreeg gedurende veertig jaar een belangrijke plaats in het British Museum. 

Honderden doctorandi promoveerden op dissertaties over de “Piltdown-mens”. Het duurde meer dan dertig jaar eer wetenschappers zich bewust werden van de waarheid. Op een gegeven moment kreeg men door dat de kaak afkomstig was van een orang-oetang. Deze was bijgevijld zodat ze op een menselijke schedel paste. De tanden waren afkomstig van mensen maar ook deze waren bijgevijld zodat ze op de tanden van een aap leken. 

* de Neanderthaler

De talrijke vondsten hiervan hebben tot heel wat discussies geleid. Uiteindelijk kwam men tot de bevinding dat het gewoon een mens betrof. Geleerden schreven in hun verslag dat een modern geschoren, gewassen en geklede Neanderthaler in deze tijd niet zou opvallen.

De door Dr. John Cuozzo verzamelde gegevens tonen duidelijk aan dat de Neanderthaler-mens in feite de mensen van hoge ouderdom zijn die beschreven staan in de Bijbel.

* de Nebraska-mens

De Amerikaanse paleontoloog Dr.Henry Fairfield Osborne beweerde in 1922 de “ontbrekende schakel” gevonden te hebben. Bij nader inzicht bleek het enkel om een tand te gaan… waarrond Osborne een kaak had getekend en zo uiteindelijk het hele individu had “gereconstrueerd”. Toen ze deze tand nader onderzochten kwamen verstandigere wetenschappers (in 1927) tot de conclusie dat deze afkomstig was van een uitgestorven varken…

* de Pithecanthtropus.

Hier gaat het over een andere vondst waarmee een “aapmens” kon worden gereconstrueerd op grond van een zgn. perfecte schedel. Na nauwkeurige bestudering moest men toegeven dat het enige bot dat ten grondslag lag aan deze “wetenschappelijke vooruitgang”, een knieschijf van een olifant was….

Uit deze voorbeelden blijkt eens te meer hoezeer het evolutionistisch begrip “mutanten” bedrog is. 

Ouderdom van de aarde

Ouderdom aarde

Een van de basisprincipes van de evolutietheorie is de hoge ouderdom van de aarde die ongeveer 4,6 miljard jaar zou bedragen. Deze tijdspanne was nodig om het ontstaan van het leven in al zijn vormen te verklaren, want indien de aarde jong is, dan is evolutie onmogelijk.

Veel geologen baseren zich nog steeds op de radiometrische opmetingen voor het bepalen van de ouderdom van gesteenten.  Sedert de diepgaande studie van Dr. Andrew Snelling (USA 1998) is duidelijk gebleken dat de K-Ar dateringen, één van de zogenaamd meest betrouwbare en meest gebruikte radiometrische methoden, op zijn zachtst gezegd, onbetrouwbaar zijn.  Dit wordt trouwens bevestigd door de ’70 argumenten voor een jonge aarde’ zoals die werden geformuleerd door Henry Morris en het boek “The Young Earth” door dr.John Morris.

Een interressant feit op dit vlak was het ontdekken in 1988 in Montana (VSA) van een Tyrannosaurusskelet dat voor 90 % volledig was. Het werd onderzocht door wetenschappers van het Museum van de Staatsuniversiteit van Montana. Hun verbazing was enorm toen bleek dat de beenderen nog niet volledig gefossiliseerd (versteend) bleken te zijn. Verder onderzoek bracht de aanwezigheid aan het licht van rode bloedcellen. Een onmogelijk iets voor een tyrannosauriër die geacht wordt minstens 65 miljoen jaar oud te zijn… Het belang van deze vondst kan moeilijk overschat worden. Het zijn duidelijk aanwijzingen voor een jonge ouderdom van die dinosauriërs, hoogstens enkele duizenden jaren!

Volgens de evolutieleer zou de dinosaurus geleefd hebben 60 miljoen jaar vóór het verschijnen van de mens. Ook dit is volkomen onjuist. Er zijn vele oude geschriften, fresco’s en verhalen in culturen die vreemde wezens beschrijven. Vaak noemt men deze ‘draken’ en de beschrijving ervan lijkt zeer veel op die van een dinosaurus.

Een ontdekking die de doorslag gaf was het vinden van afdrukken van dinosaurussen in de nabijheid van afdrukken van mensen; in Mexico en in verschillende staten van de VS. 

Toen geologen deze zagen waren ze verrast. Het kalksteen waarin men deze vond, is een gesteente uit het Krijt, een tijdperk waarin de mens volgens de evolutieleer geacht wordt niet te bestaan. Verder onderzoek kon enkel de gedane vaststelling bevestigen: de miljoenen jaren die de mens van de dinosaurus scheiden bestaan slechts in de mythe van de evolutieleer. Voor de plots verdwijning van de dinosaurus heeft de evolutieleer evenmin een steekhoudende verklaring.

Als men de verschillende generaties van Adam tot Abraham en zo verder optelt, dan komt men tot ongeveer 4000 jaar vóór Christus voor het ontstaan van de Schepping.

Naast dit belangrijk Bijbels argument is er ook een historisch argument. Er zijn immers nog heel wat andere oude historische geschriften, los en onafhankelijk van de Bijbel.

Bij meer dan 200 oude volkeren, verspreid over gans de wereld, vinden we verhalen over de grote watercatastrofe in het verleden (de zondvloed).

De historicus Bill Cooper bericht hierover in zijn boek ‘After the Flood’ hoe de oude Ierse Kelten (dus vóór de christianisatie) geschriften hadden met stambomen die teruggingen tot Jafeth, Noach en Adam en dat ze tevens een eigen tijdrekening hadden die omgerekend de schepping plaatste op ongeveer 4000 vóór Christus… Dit voorbeeld is trouwens niet het enige. Verder bestaan er ook wetenschappelijke argumenten die duiden op een jonge leeftijd van de aarde.

Evolutie / Citaten

evolutie C“Wetenschappers die leren dat evolutie een feit is, zijn oplichters, en het verhaal dat ze vertellen is misschien het grootste bedrog ooit. Bij het uitleggen van evolutie hebben we geen enkel benul van de feiten.”  /  Dr. T. N. Tahmisian (Commissie voor Atoom energie, USA), 20 augustus 1959, geciteerd door N. J. Mitchell,  ‘Evolution and the Emperor’s clothes’, Roydon Publications, UK, 1983, titelpagina.

“Eenzijdig informatie verstrekken is geen educatie, maar indoctrinatie” (Kent Hovind, Dr.Dino)

““Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de evolutietheorie, en vooral de mate waarin ze wordt toegepast, één van de grote grappen zal zijn in de geschiedenisboeken van de toekomst. Het nage-slacht zal verwonderd zijn dat zo’n kwetsbare en dubieuze hypothese aanvaard kon worden op zo’n ongelooflijk lichtgelovige wijze.”  /   Malcolm Muggeridge (wereldberoemd journalist), Pascal Lectures, Universiteit van Waterloo, Ontario, Canada.

“Alhoewel er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor evolutie is, geloven veel mensen er blindelings in. Alsof het vaststaande wetenschappelijke feiten zou betreffen. Dr. Dino heeft zich ten doel gesteld mensen voor te lichten over:

1. de onzin en de gevaren van de evolutiefilosofie

2. de betrouwbaarheid van het scheppingsverslag zoals terug te vinden in het bijbelboek Genesis

Daarvoor maakt zij gebruik van de seminarserie van Dr. Kent Hovind. Deze serie behandelt op verhelderende wijze het scheppingsverslag, de evolutietheorie en alles wat hiermee samenhangt zoals de oerknaltheorie, aapmensen, fossielen, dinosaurussen, koolstofdatering, leugens in de lesboeken, de leeftijd van de aarde, de wereldwijde vloed en nog vele andere onderwerpen.

Gebaseerd op talloze feiten, toont Dr. Kent Hovind met zijn kenmerkende humor aan dat de Bijbel vanaf het allereerste vers betrouwbaar is. 

DE GROTE LEUGEN 

Sinds Charles Darwins boek “De oorsprong van de soorten” in 1859, is de evolutieleer in gans de Westerse cultuur op grote schaal verspreid geworden en nog steeds wordt zij gepropageerd via de media, in de cultuur, in het onderwijs; zelfs meerdere theologen zijn deze leerstelling bijgetreden ondanks duidelijke tegenspraak van de evolutieleer met het leergezag van de Kerk. 

Het ontbreken van elke wetenschappelijke grond voor de evolutieleer leidt tot de conclusie dat wanneer mensen er in blijven geloven, zij dit doen om filosofische redenen en niet om wetenschappelijke redenen, m.a.w. het willen ontkennen van de scheppingsleer.

De evolutieleer steunt op volgende beginselen:

Het heelal zou ontstaan zijn uit een materie (gasvormig) waarvan de oorsprong als niet gekend wordt aangegeven. Die materie zou vervolgens geëxplodeerd zijn en het hele heelal puur bij toeval voortgebracht hebben. Deze explosie heeft men de “big bang” genoemd.

Vervolgens zou er leven ontstaan zijn als gevolg van chemische reacties. De aanvankelijk zeer elementaire levensvormen zouden gaandeweg veranderd zijn in complexere gehelen, te weten: algen, ongewervelde dieren…

In de loop der tijden zouden vervolgens door veranderingen, vissen, amfibieën, reptielen, dinosaurussen, zoogdieren enz. ontstaan zijn. De mens tenslotte zou op dezelfde manier zijn ontstaan, enkele miljoenen jaren geleden uit een of andere aapachtige voorouder. 

Dit proces zou miljarden jaren geduurd hebben. Het werd onderverdeeld in grote tijdvakken die hoofdtijdperken genoemd werden zoals bv. het Mesozoïcum dat drie perioden omvat, nl. het Trias, het Jura en het Krijt. 

De evolutieleer gaat er dus van uit dat het heelal miljarden jaren oud is; dit is immers nodig om de hypothese van de geleidelijke vorming aannemelijk te maken.

De boeken die de onjuistheid van deze evolutietheorie aantonen, rijzen de laatste jaren als paddestoelen uit de grond. 

Blijkbaar wordt het voor steeds meer wetenschappers een uitgemaakte zaak. 

Een bijzonder te vermelden boek op dit gebied is het werk van een befaamde Amerikaanse professor: Michael J.Behe, nl. : ‘Darwin’s Black Box; The Biochemical Challenge to Evolution” (De zwarte doos van Darwin – het biochemisch vraagteken bij de evolutie). In dit boek stelt hij dat Darwin nog geen enkel benul had van de ingewikkelde, biochemische structuren en processen van de cel. De cel was dus voor Darwin nog een ‘zwarte doos’. 

De complexe celprocessen en structuren konden pas vanaf de jaren 1950 door het gebruik van o.a. de electronenmicroscoop ontrafeld worden. Volgens Behe zijn ze allen ‘onherleidbaar complex’ en kunnen niet ontstaan zijn door een niet-intelligent proces, dus niet door mutaties en natuurlijke selectie zoals de Darwinistische evolutietheorie beweert. Alhoewel Behe geen creationist is (scheppingsleer), argumenteert hij toch dat al deze complexe cellulaire mechanismen doelbewust zijn ontworpen door God of door een andere zeer intelligent wezen…

Bijzonder te vermelden is het in 1997 verschenen boek in het Nederlands taalgebied, van Peter M. Scheele: “Degeneratie” – het einde van de evolutietheorie – De schrijver beperkt zich hier tot de kern van de evolutieleer. Namelijk : kunnen door de bekende mechanismen zoals mutaties, natuurlijke selectie, genetische isolatie, enz., nieuwe genen ontstaan? Het antwoord is een klaar en duidelijk NEEN. Macro-evolutie, het ontstaan van nieuwe soorten (typen) in de loop van de tijd is onmogelijk. Het slot van het eerste deel van het boek is dan ook een ‘aanklacht’ tegen ‘meester-oplichter mutatie’ en een open brief aan Darwin.

Getuigenis van een wetenschapper

getuigenis wetenschapper“Met grote belangstelling heb ik het artikel gelezen over ‘Het wonder der schepping’.
Dit geeft mij aanleiding om te schrijven. Om met de deur in huis te vallen: het boek van prof. Van Dithfurth, Der Geist fiel nicht vom Himmel (over de evolutie-geschiedenis van onze hersenen) is door God gebruikt om van mij, een verstokte evolutionist, en doorgefourneerde spotter – vooral tegen het christelijk geloof – in een handomdraai een overtuigd christen te maken. Hoe groot is onze God! Deze man heeft zelf niet eens ingezien dat hij zijn eigen evolutietheorie op de laatste bladzijde van zijn boek heeft weersproken en een zo logisch en sluitend bewijs voor het bestaan van God geleverd heeft, dat ik onmiddellijk naar God heb gevraagd. En omdat Hij mij letterlijk geantwoord heeft, kwam ik in mijn woonvertrek zonder enig menselijk toedoen tot bekering.
Een en ander is als volgt in zijn werk gegaan: Mijn echtgenote had begin 1977 scheiding aangevraagd omdat ik haar ontrouw geworden was. Desondanks schonk zij mij met mijn 36e verjaardag het hier boven geciteerde boek van Hoimar von Dithfurth. Dit omdat ik sinds 1974 als gediplomeerd farmaceutisch referent in een farmaceutisch concern werkzaam was. Omdat de menselijke hersenen mij vanuit medisch standpunt zeer geïnteresseerd hebben, las ik het boek snel door. Op de allerlaatste bladzijde beweerde Von Dithfurth het volgende:
Evenals de ogen het bestaan van de zon bewijzen, de vleugels van een vogel de lucht, en benen een bewijs voor het bestaan van de grond, bewijzen onze hersenen het bestaan van een van het stoffelijk gebied onafhankelijke dimensie van de geest, omdat de geest er vóór de hersenen was en wij mensen om zo te zeggen dwaas zouden zijn als wij zouden geloven dat het universum het zonder geest heeft moeten stellen, alsof de geest pas met ons het universum binnengekomen zou zijn.
Deze uitspraak heeft mij zo gefascineerd, dat ik mij nog meer voorbeelden voor de geest gehaald heb, namelijk dat de nieren als filterorganen het bestaan van water resp. vloeistoffen bewijzen, evenals de longen het bestaan van lucht of gas en de lever de aanwezigheid van chemische elementen, daar de lever in feite een kleine, zeer productieve chemische fabriek is. Vooral echter moesten al deze dingen, dus licht, lucht, water, chemie, vaste grond en vooral de geest er vóór de betreffende organen geweest zijn, daar het omgekeerd totaal onmogelijk en zinloos zou zijn. Wat zou een levend wezen hebben aan ogen als het nooit iets te zien kreeg, zoals bijvoorbeeld de grotsalamander, die namelijk geen ogen heeft, omdat hij constant in nachtelijk duister diep onder de grond in het water leeft. Zou de zon er niet zijn en wij desondanks zouden bestaan (wat dan natuurlijk niet mogelijk was), dan zouden wij alles hebben, alleen geen ogen, want die waren dan volkomen zinloos. Omdat dit alles volkomen logisch is, vroeg ik nu naar de Geest. Ik als persoon was toch slechts door mijn denken een persoon en kon slechts door mijn denken bewust zijn en bijv. liefde, droefheid, vreugde en ook haat gevoelen. Als dus de geest er vóór de hersenen, dus ook voor mijn hersenen geweest is, moest hij dus noodzakelijkerwijs een persoonlijk wezen zijn en daarmee de oorsprong niet alleen van
mijn persoon, maar van het gehele universum. Hij moest vóór alles de eigenschap van liefde, droefheid, vreugde en ook haat in eerste instantie kennen en vandaar was er maar één logisch antwoord voor mij, dwaze atheïst: er moest
een God zijn, Wiens geest groter was dan al het geschapene en Hij alleen was de Schepper ook van mijn eigen persoon. Ik was bij wijze van spreken een minikopie van mijn Schepper, dat was mij terstond duidelijk. Ik overlegde nu koortsachtig en stelde mij de volgende vragen: Als God mijn persoon gemaakt heeft en ik kan spreken en horen, moet het mogelijk zijn met HEM in contact te komen. HIJ moet als uitvinder en schepper van het spraakcentrum, van de oren
en de tong, ook zelf kunnen spreken en horen, ook dat is volkomen logisch.
(Destijds had ik nog geen weet van Psalm 94, waarin HIJ Zelf deze feiten bevestigt.) Ik wilde daar met alle geweld achterkomen. Ik was alleen thuis en ging op mijn knieën om Hem de verschuldigde eer te bewijzen wanneer ik HEM nu ging aanroepen. Ik sloot mijn ogen en hief mijn armen op als teken van totale capitulatie, zoals in een oorlog vijanden zich overgeven. Daarna zei ik vanuit heel mijn hart: “God, als U leeft, als U er werkelijk bent en mij geschapen hebt en als U mij misschien zelfs liefhebt, dan vraag ik U of U nu met mij wilt spreken.”
Onmiddellijk daarop zei een stem zeer duidelijk en op liefdevolle gezaghebbende toon tweemaal: »Lees de Bijbel!« … Veel van mijn vragen werden bij het lezen van de Bijbel beantwoord. Ik gaf de Here Jezus Christus mijn leven nadat ik Hem tevoren mijn zonden beleden had. Daarna begon er voor mij en mijn kleine gezin een volkomen nieuw leven. Ik vroeg mijn vrouw en mijn dochter onder tranen om vergeving en God herstelde en genas ons huwelijk en gezin. Inmiddels zijn wij ruim 35 jaar getrouwd. Sindsdien wandel ik met mijn Here en heb ik al veel met Hem beleefd en nog nooit één dag spijt gehad.”
Hans-Jurgen Krug

Bijbel 6
Als Christenen zal onze grootste vreugde zijn, dat we zullen zien dat de Heer levend en voor altijd bij ons is! De Bijbel vertelt ons het verhaal van Zacheüs, die zo graag de Heer wou zien dat hij in een boom klom (Lukas 19:1-10). Wanneer hij Jezus’ goedheid zag , wanneer hij zag dat Jezus hem aanvaardde, zag hij zijn eigen zonde. Hij had berouw, bekende, en wou alles terugbetalen. En Jezus zei dat hij verlost was. Alles gebeurde zeer snel nadat hij de Heer gezien had. Hoewel ik geloof dat Zacheüs de Heer eerst zag wanneer hij in de boom klom, kwam zijn duidelijkste visie van de Heer toen Jezus in de boom klom en voor hem stierf! Toevallig betekent de naam Zacheüs “Puur” en zei Jezus niet, “Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.” (Mat 5:8)?

Neem elke dag een paar minuten de tijd om na te denken over wat Jezus voor jou heeft gedaan, door zijn offer aan het kruis

Is schepping geloofwaardig ?

Schepping geloofwaardigIs schepping geloofwaardig? – In het kort gezegd: Ja. – In drie woorden: In ieder geval.

Voor het ontstaan van het leven op onze planeet met zijn veelzijdigheid en complexiteit, zijn er twee mogelijke oorzaken, natuurlijke en bovennatuurlijke:

°  of het gebeurde als gevolg van puur natuurlijke wetmatigheden

°  of door iets buiten de natuurlijke wereld.

Meer opties hebben we niet!

Wat ik geloof? Na een grondige studie ben ik er van overtuigd geraakt dat God, of preciezer gezegd: de God van de Bijbel, de wijze, goede en soevereine Schepper van het universum, het leven en onze aarde is. Hij is de kunstenaar en de wereld zijn projectiescherm. Toegegeven, rebellie, zonde en het kwaad in zijn duizenden verschijningsvormen hebben een donkere sluier over de aarde getrokken, maar desondanks zijn de oorspronkelijke schoonheid van de schepping en haar eigenlijke oorsprong nog steeds herkenbaar.

Velen denken dat God met het ontstaan van de wereld en van het universum niets te maken heeft. Ja, zelfs dat het bestaan van God twijfelachtig en een illusie is. En natuurlijk is dat hun goed recht, maar zij vergissen zich. Eenvoudig uitgedrukt: of God is onderdeel van de formule of niet. Daarvoor zijn sterke argumenten, waarvan ik er enkele zal noemen.

°  Het ontstaan van het leven.

Bij het ontstaan van het leven gebeurt er niet zomaar iets. Leven ontstaat alleen uit leven. Uit het niets ontstaat niets, behalve als je het hebt over legenden, sprookjes en Middeleeuwse fantasieën. Alle relevante experimenten in de geschiedenis van de wetenschap hebben het steeds weer bevestigd: de wet van de biogenesis. Bio betekent: leven en genesis betekent ontstaan. 

De biogenesis beschrijft dus hoe het leven ontstaat. Als nu slechts uit leven leven ontstaat (hetgeen een feit is) dan is elke wetenschappelijke verklaring die bij het levenloze begint al een doodlopende weg voordat je op weg bent gegaan. Om deze reden is de creatie (schepping) veel waarschijnlijker dan een puur naturalistische theorie. De creatie begint met een levende schepper, naturalisme met levenloosheid.

°  Complexiteit van het leven.

Het leven is allesbehalve primitief. De biologische complexiteit gaat bijna ons voorstellingsvermogen te boven. Van de dubbele helix van het DNA- molecuul via een ‘eenvoudige’ cel tot het bestaan van een bewustzijn (veel meer dan slechts ‘hersenen’). 

Adembenemende gecompliceerde microbiostructuren tot aan het verbazingwekkende oogorgaan van de mens (en andere wezens) en duizenden andere voorbeelden bewijzen dat het leven buitengewoon complex en vol van wonderen is. Een naturalistische evolutie met de tweelingmechanismen ‘natuurlijke selectie’ en ‘genetische mutatie’ moet als verklaring van een zo veelzijdige en in zichzelf verweven complexiteit van het leven, zoals wij dat vandaag de dag kennen, eenvoudigweg capituleren.

Francis Crick bijvoorbeeld, een van de ontdekkers van het DNA, waarvoor hij in 1962 de Nobelprijs uitgereikt kreeg, ziet als beste verklaring voor het leven op aarde een bevruchting door het buitenaardse! Deze hypothese werpt echter meer vragen op dan ze kan beantwoorden, want waarvandaan zouden dergelijke Aliens moeten komen? En hoe zijn deze dan zelf ontstaan? Het voorgaande brengt ons echt niet verder. Maar hoe komt men trouwen tot een dergelijk idee?

Het antwoord ligt voor de hand: voor een puur naturalistisch ontstaansmechanisme is het leven eenvoudigweg te complex en te gespecialiseerd. 

° De speciale omgeving die het leven nodig heeft.

We leven werkelijk in een zeer speciaal universum. Kosmologen erkennen steeds meer dat de wereld ongelooflijk nauwkeurig afgestemd is en perfect op het bestaan van leven is toegesneden. Deze fijnafstemming wordt ook wel het antropisch (anthropos = mens) principe genoemd. Het werd geboren uit het inzicht dat het universum voor het bestaan en het verkrijgen van leven perfect is ingericht. Kort gezegd: het schijnt alsof het universum om de mens is heen gelegd.

Dr. Charles Towns, die voor zijn laseronderzoek in 1962 de Nobelprijs ontving en in 2005 ook de Templeton-prijs  kreeg uitgereikt, zei het kortweg als volgt: “Wij hebben een zeer individueel universum, dat precies zo en niet anders moest zijn om enig leven mogelijk te laten zijn.” Dr. Towns benadrukte, en met hem vele natuurkundigen, astrofysici en kosmologen, dat deze theïstische hypothese de schepping waarschijnlijker, wetenschappelijker en geloofwaardiger maakte dan een streng naturalistische theorie. Begrijpelijk!

°  De geologische kolom en de cambrische explosie.

Charles Darwin was geen fan van de geologie. Hij noemt het onder andere een ‘onvolkomen wetenschap’. Zijn afkeer van de geologie had goede redenen. Het fossielenbestand ondersteunde Darwin in zijn tijd in het geheel niet. En dat is tot op de dag van vandaag niet veranderd. Integendeel. Het ontbreken van tussenvormen en de zogenaamde cambrische explosie zijn daarvan slechts twee voorbeelden.

Volgens de theorie van Darwin zou het in de fossielen moeten wemelen van overgangsvormen. In werkelijkheid zijn de vondsten die gedaan zijn zeer statisch. In het algemeen laten de versteende organismen zich zonder probleem in de bekende en precies gedefinieerde families en groepen indelen. De miljoenen overgangsvormen, die Darwins zogeheten geleidelijkheidsmodel veronderstelt, zijn eigenlijk niet aanwezig. Dit feit kan niet genoeg worden benadrukt. De afwezigheid van overgangsvormen heeft, naast andere oorzaken, de evolutionisten ertoe gedwongen het oorspronkelijke model van Darwin radicaal aan te passen. De geleidelijkheid is er min of meer uitgewerkt en er ontstaan nieuwe theorieën, zoals het Punctualisme.

Naast de opvallende afwezigheid van overgangsvormen, is ook de cambrische explosie duidelijk in tegenspraak met een puur naturalistisch model. De geologische kolom bestaat uit verschillende lagen. Elke laag staat voor een bepaald tijdvak binnen de geologische tijdstafel. De oudsten zijn de onderste lagen en hoe hoger men komt, des te jonger is de laag. Tot zover is het goed. Echter, nu ontstaat er een eigenaardig fenomeen. Tot en met het zogenaamde precambrium bevinden er zich in de lagen zo goed als geen fossielen. Ga je echter een laag hoger, in het cambrium, dan is er opeens een enorme uitbarsting van fossielen. Men mag veronderstellen dat het leven op dat moment opeens is geëxplodeerd!

Dat model komt natuurlijk helemaal niet overeen met Darwins model van de geleidelijke verandering. Rijst de vraag waarom er ineens in de cambrische laag miljoenen fossielen (lees: levens) zouden opduiken? Het explosieachtige ontstaan van talrijke levensvormen past veel beter bij het scheppingsmodel, dat het directe en alomtegenwoordige bestaan van leven als gevolg van bovennatuurlijk ingrijpen veronderstelt.

De voormalige rechtswetenschapper van de Californische Berkeley universiteit, dr. Philip Johnson, iemand in aanzien, een autoriteit op het gebied van evolutie en de controversen die hierover bestaan, drukte zich als volgt uit: “Het probleem van de fossielen in het Darwinisme wordt steeds erger.”

Geen wonder dat vanuit de geschiedenis de belangrijkste tegenstanders van Darwin de geologen waren, zo mogelijk nog meer dan de clerus.

°   Zoals wij leven.

Als de wereld niet meer dan een product van naturalistische processen zou zijn, dan zou het leven het leven niet meer zijn. In ieder geval niet zoals wij het kennen, begrijpen en uitleven. Als we slechts bewegende materie zijn en dat zou het dan zijn, dan verstijven al onze menselijke verhoudingen, gevoelens, wensen, triomfen, tragedies en al het mooie in vormloze en betekenisloze ijzigheid. En ook zijn dan de vrije wil en persoonlijke vrijheid om keuzes te maken slechts een illusie.

Of misschien niet? Ik wil mijn bewering graag beeldend maken. Het universum functioneert op basis van natuurwetten die bepalen, of op zijn minst beschrijven, hoe de materie op krachten reageert die van buitenaf komen. De fysica van Newton stelt bijvoorbeeld dat tegenover iedere actie een tegenactie staat. Bovendien, dat een object in de regel in rust of in een gelijkvormige beweging blijft, zolang een verandering niet wordt bewerkstelligd door een kracht van buitenaf. Het soort en de grootte van deze kracht van buitenaf bepalen de reactie, die op haar beurt weer een vervolgreactie oproept, etc. Als we ervan uitgaan dat de oerknal uitsluitend een naturalistisch fenomeen was, dan is de logische conclusie dat alle volgende reacties reeds door de soort, tijdstip en sterkte van de allereerste actie bepaald zijn. Niemand kon dit gesloten systeem afbreken. Het is voor 100% onderworpen aan de ijzeren wet van de natuurwetenschap. Ook op dit punt is er geen speelruimte voor andere gedachten. Alles, werkelijk alles, zelfs de woorden die ik nu schrijf was zo logisch een voorbestemd resultaat van bewegende materie.

De liefde die u van uw partner, uw moeder of van uw broers en zussen ontvangt, beweegt zich, puur materieel bekeken, op hetzelfde niveau als storingen in uw spijsverteringskanaal of diarree. Ik weet het: dat klinkt erg scherp, maar als we de naturalistische wereldbeschouwing consequent doortrekken, is het alleen maar waar. En moet het waar zijn. Liefde en diarree zijn beide het resultaat van gebeurtenissen in het menselijk lichaam. Of abstract gezegd: het resultaat van een inwerking van natuurlijke krachten en materie. Principieel bestaat er tussen beiden geen onderscheid.

Maar het wordt nog erger. Uw persoonlijkheid is slechts een fictie. De beslissingen die u neemt, goede of slechte, zijn helemaal uw eigen beslissingen niet. Alles wat u doet stond reeds ver voor uw geboorte vast. U danst slechts naar de pijpen van uw DNA. U hebt niets te zeggen. Geen wil. Geen keus. Geen leven.

Iedereen danst naar zijn eigen genen. Kunt u zich zo’n wereld voorstellen? Leven wij zo? En precies zo’n wereld zou overblijven als God niet de Schepper zou zijn. Er zou geen schoonheid zijn, geen liefde, geen triomf, geen tragedie, geen edelmoedigheid, geen innerlijke genegenheid … en we kunnen de lijst nog een stuk langer maken. Het punt is: het zou geen zin hebben.

Maar laten we niet verder gaan in dit gedachte-experiment. Want de wereld waarin we leven is zo radicaal anders, dat je daarover verder niets hoeft te zeggen. De wereld die ontspringt aan een streng naturalistisch karakter is eenvoudigweg niet de wereld die we dagelijks meemaken.

Daarom alleen al kan dit wereldbeeld niet kloppen. Het leven is echt. Het leven heeft betekenis, is vol van overwinningen en nederlagen, liefde en treurnis, hoogten en diepten, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Ja, God blijft de wereldkampioen in het zwaargewicht. Hij zit op de troon en heeft de functie van schepper en instandhouder van het leven. Zijn bestaan is het uitgangspunt voor zin en vervulling in het leven.

Tenslotte. De verschillen tussen de modellen van schepping en puur naturalistische evolutie gaan zo ver, dat een scherper contrast niet denkbaar is. Een samengaan van beiden is niet mogelijk, zoals je vuur en water niet kunt verenigen.

Het blijft daarbij: slechts een van de twee kan waar zijn. Dit korte overzicht van enkele argumenten voor het scheppingsmodel is lang niet volledig. Veel meer bewijzen kunnen worden aangevoerd. Maar het eigenlijke punt is nu wel duidelijk. De schepping is geloofwaardig. Zelfs overtuigend. Christenen weten dat al heel lang en zelfs in de leidende intellectuele kringen in de moderne wetenschap komt dit inzicht steeds meer naar voren.

God is onderdeel van de formule. Hij is de schepper. Hij is de kunstenaar; de wereld in zijn onmetelijke genialiteit is zijn scherm. En wat voor een meesterwerk van oneindige veelzijdigheid en adembenemende schoonheid heeft Hij voor ons getoverd! Zoals het oude lied zegt:

       Looft Hem! Prijst Hem! Verkondigt zijn macht en grootheid!

Henry Stober / David Asscherick. 2009