Thuis komen

Rudolf Daur pakte soms uit met: “Zalig zij die heimwee hebben, want zij zullen thuis komen.” Wanneer men hem vroeg wat de logica achter dit niet-bijbelse woord was, antwoordde hij: “Hoofdpijn heeft enkel die mens, die een hoofd heeft. En heimwee heeft enkel die mens, die een ‘heim’ heeft. En zalig diegene die zijn heimwee niet verloochent, niet wegbabbelt, met lawaai verdrijft of met hard werken verdringt. Zo iemand zal thuis komen. Laat de heimwee in jouw ziel niet sterven, zei hij. De verlangende in jou is de eigenlijke mens, die je bent en die je in eeuwigheid zult blijven.” uit: “Sieh nach den Sternen – gib acht auf die Gassen. Erinnerungen”

Charles Coughlin’s thuiskomst

Prince Edward Island, in de Golf van St. Lawrence, rapporteerde het vreemde nieuws van Charles Coughlin’s thuiskomst. Hij was oorspronkelijk van het eiland waar hij in 1895 begon te reizen en een paar jaar later terecht kwam in Galveston, Texas. Hij stierf daar en werd daar begraven. Op 8 September, 1901, blies een verschrikkelijke West Indische orkaan door de Golf van Mexico heen, en veroorzaakte de historische ramp van het Zuidwesten die bekend staat als de Galveston overstroming. De wind blies met de verschrikkelijke snelheid van 200 km per uur, en het woedende water spoelde over de stad. De wervelende stroming had het kerkhof volkomen uitgewassen, waar Charles Coughlin begraven was. Het water veegde de aarde weg alsmede de doodskisten, die de Golf in dreven. Vier en dertig jaar later, in 1935, kwam een drijvende doodskist aan bij de kust van Prins Edward Eiland. Na een onderzoek, vond men een naamplaatje met Charles Coughlin er op, dezelfde man die zijn Prince Edward Eiland tehuis zoveel jaren tevoren verlaten had. De wind en de golfstroom hadden de doodskist van de Golf van Mexico bij Galveston duizenden kilometers helemaal rondom Florida heen de Atlantische Oceaan in en langs de kust tot de Golf van de St.Lawrence rivier gedreven. Een ongebruikelijke manier voor een plaatselijke jongen om thuis te komen.

De beste manier om het karakter van een mens te beoordelen is niet te luisteren naar wat anderen over hem zeggen, maar te luisteren naar wat hij over anderen zegt!

Wees ontvankelijk als de aarde

wees aanstelijk als het vuur

wees verkwikkend als het water

wees zachtmoedig als de wind.

Wie kan ik voor je zijn wat kan ik voor je doen?

Wees een weg voor hen die dwalen

wees een brug die samenbrengt

wees een huis voor hen die vluchten

wees een haard die warmte schenkt.

Wie kan ik voor je zijn wat kan ik voor je doen?

Wees een mens die blijft geloven

wees een mens die opnieuw begint

wees een mens die nog kan hopen

wees een mens die zonder meer bemint.

Goed Nieuws brief
Je bent uitgenodigd op de volgende activiteit van Nature-Rl in Erwetegem. Inschrijven tot maximum aantal deelnemers

Het Boek over Gezondheid

Er is een gezondheidszorg-model dat geen enorme verzekeringskosten of hoge belastingen met zich meebrengt en één die ziekte voorkomt. Het is een oplossing die, indien landelijk geïmplementeerd, een hele bevolking een vitale gezondheid en een lage incidentie van levensbedreigende ziekten zou kunnen bieden. Een systeem dat ook zou kunnen ingrijpen om zieken te genezen – om levensbedreigende medische aandoeningen om te keren.

Hoewel de Bijbel vaak terzijde wordt geschoven als oude Hebreeuwse literatuur, bevat hij veel gezondheidsprincipes die werken.

De Encyclopedia Britannica verklaarde: „Hoewel de Bijbel weinig bevat over de medische praktijken van het oude Israël, is het een schat aan informatie over sociale en persoonlijke hygiëne. De joden waren inderdaad pioniers op het gebied van de volksgezondheid.”

Naarmate de medische kennis vorderde, zijn bijbelse principes relevant gebleven voor de medische wetenschap. De Bijbel legt bijvoorbeeld de nadruk op grondig wassen nadat je in contact bent gekomen met lichaamsvloeistoffen (Lev. 15:1-12). In de 17e eeuw ontdekten artsen dat het wassen van hun handen voorafgaand aan het helpen van de bevalling de kraamvrouwenkoorts grotendeels voorkwam – een ziekte die het leven kostte aan naar schatting 250.000 tot 500.000 moeders.

Een ander voorbeeld uit de Schrift is een eenvoudig dieetprincipe in Spreuken 30:8: “geef mij geen armoede of rijkdom, voorzie mij van het mij toegewezen deel aan brood.” (HSV).

Het woord dat vertaald is met toegewezen betekent „een vastgestelde hoeveelheid”. Tegenwoordig zijn experts het erover eens dat de hoeveelheid van onze voedselinname moet overeenkomen met de energie die we gebruiken om op gewicht te blijven en de gehele gezondheid te behouden.

“Overgewicht, vooral obesitas, vermindert bijna elk aspect van de gezondheid, van de voortplantings- en ademhalingsfunctie tot het geheugen en de stemming. Obesitas verhoogt het risico op verschillende slopende en dodelijke ziekten, waaronder diabetes, hartaandoeningen en sommige vormen van kanker”, aldus een artikel van de Harvard Medical School.

“Obesitas vermindert de kwaliteit en de lengte van het leven en verhoogt de individuele, nationale en wereldwijde zorgkosten.” Veel andere bijbelse principes over hoe gezond te blijven, worden ook ondersteund door medische experts van vandaag.

Ware Hervorming

We hebben gezien dat de Bijbel kennis bevat waarvan bewezen is dat het, wanneer het wordt toegepast, in onze moderne wereld werkt. Maar dat alleen heeft geen van de problemen opgelost waarmee samenlevingen worden geconfronteerd op het gebied van gezondheidszorg. Ze worden nog steeds erger. Voor de EU gaan de oplossingen voor de gezondheidszorg allemaal terug naar de overheid. Moet er meer of minder betrokkenheid zijn? Hoeveel moet de overheid ingrijpen? Hoewel al deze oplossingen zijn mislukt, is de waarheid deze: de overheid staat centraal bij het oplossen van het gezondheidszorgsysteem van een land. In feite draait het allemaal om de overheid!

Denk eens terug aan de gezondheidsprincipes in de Bijbel. Deze komen uit de eerste vijf boeken van de Bijbel, die vaak de Wet worden genoemd. Wetten worden opgesteld en gehandhaafd door een overheid. Deze boeken waren een grondwet voor de nieuw gevormde natie Israël. Mozes, die namens God de wet schreef, legde uit: „ik heb u de verordeningen en bepalingen geleerd, zoals de HEERE, mijn God, mij geboden heeft; om zo te handelen in het midden van het land waarin u zult komen om het in bezit te nemen. Neem ze in acht en doe ze; want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn voor de ogen van de volken, die al deze verordeningen horen zullen en zullen zeggen: Werkelijk, dit grote volk is een wijs en verstandig volk!” (Deut. 4:5-6).

De wet was van toepassing op al haar onderwerpen. Het bevatte ingrijpende regelgeving die moest worden gehandhaafd ten behoeve van de burgers die eronder leefden. Als al deze regels vandaag zouden worden toegepast onder een regering op aarde, zou dat veel voordelen opleveren, maar over het algemeen zou het niet slagen.

Zoals de Bijbel zegt: “De weg van de mens is niet in hemzelf: het is niet in de mens die wandelt om zijn schreden te richten” (Jer. 10:23). Alleen een perfecte regering – een die nooit zal corrumperen, nooit slechte beslissingen zal nemen, nooit zelfgewin boven de behoeften van de mensen en het land stelt – zal de problemen van de mensheid oplossen en de gezondheid voor toekomstige generaties garanderen.

Die regering zou moeten worden geregeerd door hetzelfde Wezen dat de perfecte wetten heeft gemaakt die het menselijk lichaam regeren. Een instelling onder leiding van God Zelf.

God is van plan binnenkort weer actief betrokken te raken bij menselijke aangelegenheden. Jesaja 2:2-3 zegt: “Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen. Vele volken zullen gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen.’

Let op: God zal een regering oprichten, en uit die regering zal “de wet uitgaan”. Alle naties zullen luisteren. Op dat moment zal God doen wat de mensheid niet kan – afdwingen dat alle mensen de regels volgen die hen gezond houden. Als ze dat doen, zal Hij degenen met onomkeerbare aandoeningen genezen: “Dan zullen de ogen van de blinden worden geopend en de oren van de doven worden ontsloten. Dan zal de kreupele springen als een hert, en de tong van de stomme zal zingen” (35:5-6). Dit is een beeld van echte en permanente hervorming van de gezondheidszorg. Voor een zieke wereld zou dit ongelooflijk, geweldig nieuws moeten zijn!

Heeft Jezus echt bestaan ?

Een wetenschappelijke analyse   

Veel mensen antwoorden op de vraag ‘wie is Jezus’ dat Hij slechts een verzonnen figuur is en nooit echt bestaan heeft. Deze mensen gaan voorbij aan de vele buitenbijbelse bronnen die over Jezus geschreven hebben. Daarom een kort overzicht:

Plinius
Het meest volledige en interessante verslag over het Christendom komt uit de pen van Plinius de Jongere. Hij was gestuurd door keizer Trajanus om het gouverneurschap van de provincie Bithynia in Noord-Turkije op zich te nemen, in het jaar 112 na Christus. Wij mogen dankbaar zijn voor het feit dat hij een typisch bureaucratische geest had en de keizer van iedere opmerkelijke gebeurtenis op de hoogte bracht.
Eén van deze brieven gaat over het Christendom. Hij vertelt dat hij overal waar hij kwam in zijn provincie christenen vond, ook in dorpjes en landelijke districten. Bovendien was hun snel groeiend aantal een belangrijk sociaal probleem geworden. Heidense tempels hadden wegens gebrek aan belangstelling moeten sluiten. Er werden geen offerfeesten meer gegeven en er was geen vraag meer naar offerdieren. Het is duidelijk dat het Christendom aan het eind van de eerste eeuw sterk in beweging was, zelfs in zo’n achteraf-provincie aan de grens van het Romeinse wereldrijk. Afkeuring van godsdienstige zijde en economische sancties waren er niet in geslaagd haar opmars te stuiten, totdat Plinius aan de macht kwam en aan zijn superieur rapporteerde dat hij het mogelijk achtte, onder zijn capabel beheer, verandering in deze situatie te brengen. Degenen die het christelijk geloof trouw bleven werden door hem ter dood gebracht; zulke mensen waren duidelijk ongehoorzaam en verdienden te sterven. Maar hij gaf toe dat hij onthutst was over de aard van hun misdaad. Hij was van degenen die, bang voor vervolging, hun dwaling openlijk afzwoeren, te weten gekomen dat er tijdens de bijeenkomsten van de christenen geen geweld werd gebruikt. Hun hele schuld lag hierin, dat zij weigerden het standbeeld van de keizer te aanbidden, of de beelden van de Goden, en dat zij gewoon waren op een bepaalde dag (de zondag) een samenkomst te hebben vòòr het licht werd, waarbij zij lofzangen aanhieven voor Christus, als ware Hij God. Zij legden een eed af om geen misdaden te begaan. Ze leefden voorbeeldig: men vond onder hen geen bedrog, geen overspel, diefstal of oneerlijkheid. Aan hun gemeenschappelijke maaltijden aten zij geen gedode kinderen (de aanklacht van kannibalisme werd vaak tegen de christenen ingebracht door onwetenden, ongetwijfeld omdat zij spraken van ‘zich voeden met Christus’ bij het heilig avondmaal) maar gewoon voedsel. Plinius was van zijn stuk gebracht door de kennelijke onschuld van dit alles, vandaar zijn brief aan de keizer. (Plinius, “brieven”, 10.96)

Tacitus
Een tijdgenoot van Plinius was Cornelius Tacitus, de grootste historicus van het Romeinse Keizerrijk. Hij vertelt ons (“Annalen”, 15.44) hoe de christenen, om hun schanddaden gehaat, door keizer Nero verantwoordelijk werden gesteld voor de grote brand van 64 na christus. “De naam christen”, zegt hij, “komt van Christus, die tijdens de regering van Tiberius ter dood is gebracht, en het verderfelijke bijgeloof, dat voor een poosje onderdrukt scheen, stak opnieuw de kop op en verspreidde zich niet alleen door Judea, de wieg van het kwaad, maar ook door Rome, waarheen alles wat afschuwelijk of schandelijk is zijn weg schijnt te vinden, waar ook vandaan.”
Het is duidelijk dat de Patriciër Tacitus geen sympathie had voor het Christendom, dat in het algemeen slechts door de lagere klassen werd beleden en in het byzonder door de Oosterlingen. Zijn getuigenis is daarom des te waardevoller. Waar het de oorsprong van het christendom betreft, kon hij op goede informatie bogen, want in 112 na Christus was hij gouverneur van Klein-Azië, waar vele christenen woonden. Ook in een verloren geraakt deel van zijn “Histories”, waarvan een uittreksel bewaard gebleven is bij een latere schrijver, verwijst hij naar hen. Hierin signaleert hij het feit dat het christelijk geloof ontstond als een sekte binnen het Jodendom, hoewel het er in die tijd al totaal van verschilde. En hij vermeldt het interessante feit dat de Romeinse generaal Titus hoopte een eind te maken aan zowel het Jodendom als het Christendom, door in 70 na Christus de tempel te Jeruzalem te verwoesten, uitgaande van de gedachte dat door het afsnijden van de wortel de plant wel spoedig zou verdorren.

Schrijvers van allure als Plinius en Tacitus maken de geschiedenis volkomen onaantastbaar. Maar kunnen we nog verder teruggaan? Is er ook bij de heidense schrijvers uit de eerste eeuw nog ergens een getuigenis omtrent Jezus te vinden? Dat is inderdaad het geval.

Vroeger getuigenis
Om te beginnen een verklaring van de historicus Thallus, een Samaritaan, die omstreeks 52 na Christus in Rome werkzaam was. Zijn werk is verloren gegaan, maar een gedeelte eruit wordt aangehaald door Julius Africanus, een schrijver uit de tweede eeuw, terwijl hij een discussie voert over de duisternis die over de wereld viel, toen Jezus aan het kruis stierf. (Marcus 15:33) “Thallus legt in het derde boek van zijn ‘geschiedenis’ uit, dat de duisternis een zonsverduistering was……onlogisch lijkt mij”. Een compliment voor de opmerkingsgave van Julius Africanus; je kunt geen totale zonsverduistering hebben wanneer het volle maan is, zoals het was met Pasen toen Jezus stierf. Maar het grootste belang ligt in het feit dat hiermee wordt aangetoond dat de omstandigheden rond de dood van Jezus al in het midden van de eerste eeuw algemeen bekend waren in Rome en belangrijk genoeg om door een niet-christelijk historicus besproken te worden.

Het is niet alleen het kruis van Jezus dat in die vijftiger jaren aan de heidenen in de hoofdstad bekend was, maar ook de geschiedenis van Zijn opstanding, als wij tenminste mogen afgaan op de feiten die via een merkwaardige inskriptie uit de tijd van Claudius, die keizer was van 41 tot 54 na Christus, tot ons komen. Hierin drukt de keizer zijn ongenoegen uit over de berichten die hem ter ore zijn gekomen met betrekking tot het weghalen van dode lichamen uit hun graven, en hij waarschuwt dat als er nog meer graven zullen worden geschonden hij niet zal nalaten hiervoor de doodstraf op te leggen. Deze inskriptie is notabene in Nazareth gevonden! Ofschoon dit, wonderlijk genoeg, door theologen over het hoofd wordt gezien, beschouwen historici als professor Momigliano en professor Blaiklock dit scherpe dreigement als de officiële reaktie op het rapport van de gouverneur van Judea over de kruisiging van Jezus en de gevolgen ervan. Men kan zich nauwelijks voorstellen dat Pilatus vermeden zou hebben een rapport hierover naar Rome te sturen. Tenslotte was Jezus ter dood gebracht als een politieke pretendent en juist voor zulke mensen had de keizer veel belangstelling.

Joods getuigenis over Jezus
Begrijpelijkerwijs is ook hier het materiaal schaars. Wij bezitten over dit onderwerp geen Palestijns-Joodse geschriften uit diezelfde tijd, terwijl de geschriften van na de val van Jeruzalem, in 70 na Christus, onvermijdelijk zijn beïnvloed door de splitsing tussen kerk en synagoge, die toen al onherstelbaar was. Bovendien hadden de Joden het gevoel dat de christenen althans voor een deel verantwoordelijk waren voor de gang van zaken die leidde tot de noodlottige Joodse oorlog. Ze waren ontsteld over het feit dat de kerk hen in die strijd op leven en dood tegen Rome niet had geholpen en waren allerminst verheugd over de opkomst van een nieuw geloof, dat, aanvankelijk als een beweging binnen het Jodendom, zeer snel terrein won. Om deze en andere redenen was de verhouding tussen Jodendom en Christendom aan het eind van de eerste eeuw uiterst koel. Dit vormt een verklaring voor het feit dat er in de Joodse geschriften niet veel over Christus staat vermeld en dat het weinige dat we er wèl aantreffen niet bepaald complimenteus is.

Josephus
De belangrijkste getuige was Josephus. Hij was één van de Joodse bevelhebbers in de oorlog met Rome en na 70 na Christus probeerde hij het aanzien van het Jodendom in de Romeinse gemeenschap, en bij de keizerlijke familie in het bijzonder, te herstellen. zodoende schreef hij zijn ‘Joodse geschiedenis’ (gepubliceerd in 93 na Christus) en zijn ‘Joodse oorlog’ (gepubliceerd in 75-79 na Christus), met de bedoeling het Romeinse publiek nauwkeuriger in te lichten over het geloof van zijn vaderen. Deze apologetische werken bevatten natuurlijk een minimum aan materiaal dat de Romeinse lezers zou kunnen irriteren. Niettemin komen wij in de werken van Josephus vele figuren tegen die bekend zijn uit het Nieuwe Testament: Pilatus, Annas, Kajafas, Herodes, Quirinius, Felix, Festus en vele anderen. Josephus vertelt ook over Johannes de Doper, over zijn prediking, doop en terechtstelling. Jakobus, ‘de broer van Jezus, de zogenaamde Christus’, wordt ook nogal eens genoemd.
Maar het belangrijkste is wel zijn uitgebreide verwijzing naar Jezus zelf: “En daar verscheen omstreeks deze tijd (d.i. Pilatus’ tijd, 26-36 na Christus) Jezus, een wijs mens, als wij hem werkelijk een mens kunnen noemen……want hij deed wonderbaarlijke dingen. Hij was een leraar voor hen die met graagte de waarheid aannamen en wist vele Joden, en ook vele Grieken, voor zich te winnen. Deze nu was de Messias. En toen Pilatus Hem tot het kruis had veroordeeld, op aanstichting van onze eigen leiders, gingen degenen die Hem van het begin af aan hadden liefgehad verder met het uitdragen van zijn leer. Want Hij verscheen hun levend op de derde dag, zoals voorzegd was door de heilige profeten, die ook vele andere wonderlijke dingen over Hem hadden verteld. En zelfs nu nog zijn de christenen, zo genoemd naar Hèm, niet uitgestorven” (Joodse geschiedenis 18.3.3)
Het is natuurlijk verrassend zo’n getuigenis te horen in de geschriften van iemand die zelf geen Christen was. Toch hebben alle pogingen om de authenticiteit ervan te weerleggen schipbreuk geleden. het heeft een even sterke bewijskracht als al het andere dat door Josephus is geschreven.

In deze passages bezitten wij een krachtig, onafhankelijk getuigenis van de historische werkelijkheid van Jezus van Nazareth. De verhalen over Jezus waren geen mythe. Ze waren zó uitvoerig en zó goed beschreven, dat zij zelfs een plaatsje vonden in het apologetische werk van de Joodse Josephus. En juist hij had alle reden om bij de behandeling van zijn thema te zwijgen over zaken die zo gemakkelijk aanstoot zouden kunnen geven.

De boom die bloedt

James A. Tucker – Uit Ramen Op Gods Wereld

Er zijn ongeveer zeshonderd variëteiten van eucalyptusbomen. Ze zijn allen – behalve zes – oorspronkelijk uit Australie en er is maar één soort die je daar niet vindt. Deze bomen, die tot vijfenzeventig meter hoog kunnen worden, groeien als grote bossen in een klein gedeelte in Australie.

De bomen hebben verschillende manieren om natuurlijke rampen te overleven zoals brand, droogte en vrieskou, maar ze leven niet zo lang als sommige eikenbomen en coniferen in de Noordelijke Hemisfeer. Ze lijken meer vatbaar voor schimmels en termieten dan heel lang levende bomen. Door hun lange takken zijn ze gevoelig aan ernstige windschade, wat het binnenste hout blootstelt aan de aanvallen van fungus of verveelde insecten die de boom soms ondergraven of ziek maken. Eucalyptusbomen leven tot tweehonderd jaar, met enkele uitzonderingen, waarvan de oudste tot duizend jarige leeftijd raakte.

Sommige soorten hebben echter een merkwaardige bescherming tegen insecten en fungus invasies. Van zodra de invasie plaatsvindt, vloeit er een rode plakkerige vloeistof, “kino” genoemd, over de beschadigde plek. Wanneer de kino in contact komt met de lucht wordt het een harde helderrode massa die de wonde afsluit en op die manier wordt vijandelijke besmetting verhinderd.

De vloeistof vloeit soms met zo een kracht dat aanvallende insecten werkelijk weggewassen worden en soms zelfs vast zitten wanneer de vloeistof aanhardt. In de Noordelijke Hemisfeer zien we iets gelijkaardig bij de dennenbomen als een wonde afgedekt wordt met een taai wit hars.

Tweeduizend jaar geleden was er een man – Jezus – die aan een houten kruis hing, terwijl hij meer dan dertig jaar lang alleen maar goed had gedaan. Toen een Romeinse soldaat een speer in zijn zijde boorde vloeide het laatste beetje bloed uit zijn lichaam. De kracht van dat bloed dat toen vloeide is onbegrijpbaar. Het verdrijft alle kracht van de zonde die het hart van zelfs de zwakste van Gods kinderen zou binnendringen. Het verzegelt het leven van diegenen die Jezus aanvaarden, en het stelt hen in staat om spiritueel sterk in Hem te groeien.

info Eucalyptus

De hoogste nog levende Eucalyptussen staan op Tasmanië. Het hoogste exemplaar staat in het Andromeda Forest en is nu 97 meter en daarmee de hoogste loofboom op aarde. Van zes andere Eucalyptussoorten zijn exemplaren van 80 tot 92 meter hoogte gemeten.

Gods brief aan jou

“Toen je deze morgen wakker werd, keek ik naar je en hoopte dat je met Mij zou praten, zelfs al was het maar een paar woorden, dat je mijn mening zou vragen of me zou danken voor iets goed dat gisteren in je leven gebeurd is. Maar ik merkte dat je te druk bezig was met het zoeken van de gepaste kledij voor die dag. Wanneer je rondliep in het huis en je klaarmaakte, dacht ik dat je een paar minuten de tijd zou nemen en me een gedag zou zeggen, maar je had het te druk.

Op een bepaald moment, had je 15 minuten niets anders te doen dan in een zetel te zitten. Dan zag ik je recht springen. Ik dacht dat je met mij wou praten maar je ging naar de telefoon om een vriend te bellen. Ik bleef geduldig, de ganse dag lang.

Met al je activiteiten, denk ik dat je te druk was om iets tegen mij te zeggen. Ik zag dat je voor het middagmaal rondkeek, misschien voelde je je wel te verlegen om tegen mij te praten, het is daarom dat je je hoofd niet gebogen hebt. Je keek vier of vijf tafels verder en zag een aantal van je vrienden met mij praten voor ze gingen eten. Jij deed dat niet. Dat is goed. Er blijft nog meer tijd over, en ik hoop dat je alsnog met Mij zal praten. Je ging naar huis, en het leek alsof je veel dingen te doen had.

Nadat je een aantal dingen gedaan had, zette je de tv aan. Ik weet niet of je van de tv houdt, je brengt er heel wat tijd mee door, je zit daar en denkt aan niets, je geniet gewoon van de show. Ik wachtte weer geduldig terwijl jij naar tv keek en je avondmaal at, maar je praatte weer niet met Mij.

Bij het naar bed gaan, voelde je je denk ik te moe. Nadat je je familie slaapwel gezegd had, plofte je in bed en viel in geen tijd in slaap. Dat is goed, want het is goed mogelijk dat je niet beseft dat Ik er altijd voor je ben. Ik heb geduld, meer dan je ooit zal weten.

Ik wil je zelfs leren hoe je met anderen ook geduld moet hebben. Ik hou zoveel van je dat ik elke dag op een knikje, een gebed of een gedachte, of een dankbaar gedeelte van je hart wacht. Het is moeilijk om een eenzijdige conversatie te voeren. Wel, je wordt opnieuw wakker. En opnieuw zal ik wachten, met veel liefde en geduld en hoop op die dag dat je Mij zal vinden, en zult weten dat Ik jouw leven in Mijn hand heb.
Je hemelse Vader

DE DAG DAT DE ZON NIET SCHEEN

We nemen vaak Gods zegeningen als heel gewoon aan.

Pas als ze ons afgenomen worden, zien we hoe belangrijk zelfs de gewoonste gaven van God zijn.

Er is een verhaal over de dag dat de zon niet opging. Het was zes uur, maar het was nog donker. Om zeven uur was het nog nacht. Het werd twaalf uur en het leek net middernacht. Om vier uur ’s middags gingen de mensen met drommen naar de kerken om God om de zon te smeken. De volgende morgen gingen alle mensen vroeg naar buiten en tuurden naar de oostelijke hemel.

Toen de eerste zonnestralen zich vertoonden, barstten de mensen uit in gejuich en dankten God met luide stem voor de zon.

In Psalm 103 zegt de psalmdichter:

‘Loof de Here, mijn ziel, en vergeet niet één van Zijn weldaden.’

Omdat Gods goedheid zo constant is als de zon, lopen we gevaar te vergeten wat Hij iedere dag zo mild aan ons geeft. Als we onze zegeningen één voor één tellen, zullen we daarna nooit het einde zien.

Olie en Vet

Een paar weken geleden was ik in gesprek met Alain Meersseman over de gezondheidsprincipes zoals ze door Ellen White meer dan een eeuw geleden werden voorgesteld. Ik vermeldde daarbij dat Ellen White – uitgaande van het “volledigheidsprincipe” – geen voorstander was van het gebruik van “vrije vetten” en dat ze ooit had gezegd “dat men de olijfolie moet eten met de olijf”. Dat leek me een zeer logische stelling, want we hebben bezwaren tegen geïsoleerde suiker, maar geen bezwaren tegen geïsoleerde vetten? 

Ik had dat dertig jaar geleden gelezen in een neerslag van een voordrachtenserie van Dr Milton Crane en Dr Zame Kime, en had dat in 2004 gebruikt in mijn boek over Vetten in de Voeding. 

Nu vroeg Alain naar mijn bron – waar ik dit had gelezen, maar na twee verhuizen, waarbij mijn boeken en informatie drastisch afgeslankt zijn, was dat geen sinecure. Maar de wonderen zijn de wereld niet uit en ik vond de bewuste brochure terug. Ondertussen heb ik ze herlezen en contact opgenomen met de toenmalige uitgever, maar het was hen onbekend… Maar na alles bestudeerd te hebben, zou ik deze informatie graag delen met de lezers. 

Ellen White had in haar tijd niet veel medestaanders om zo’n onpopulair voedingsadvies als “drastisch bezuinigen op vet” de wereld in te sturen, maar gelukkig zijn er vandaag veel bronnen die dit advies ondersteunen.

Ik denk daarbij aan Dr MCDougall, Dr Klaper, Dr. Greger en vele anderen.

Voor diegenen die me eerder hoorden spreken over de Gerson-therapie (voor chronische ziekten), zal dit principe vertrouwd in de oren klinken. 

En daarom heb ik er deze week werk van gemaakt om de brochure in te scannen, de tekst aan te vullen en te corrigeren en uit te geven als een nieuw digitaal boek.

U kunt hiervan de proefversie downloaden, met de eerste voordracht, van Dr. M. Crane, waaraan ik trouwens een tekst van Dr Mc Dougall heb toegevoegd : “The Egyptian Mummy Diet Paradox”. 

Maar we leven in een verwarrende wereld, en de Babylonische spraakverwarring is nooit veraf. In mijn  onderzoek kwam ik een site tegen “Low Carb – High Fat”, waarin de zwaarlijvigheid van de Egyptenaren werd toegeschreven aan teveel koolhydraten, en te weinig vet… Men kan moeilijk nog verder van de waarheid zijn en ik hoop dat ook u dit alles verder onderzoekt en er de gepaste conclusies uit trekt. Het is zoals de spreker zegt: dat het vastberadenheid en visie vraagt om dergelijke principes in het leven te integreren… Maar het loont de moeite. 

Download hier de proefversie

  • Sorry > ondertussen volgeboekt, maar wegens de grote belangstelling is er een tweede sessie gepland en kan je ook deelnemen op woensdag 21 juli / 14 tot 15.15 uur.