Als de Heiland mijn Gast wilde zijn?

In deze editie heb ik maar een klein voorstel, iets wat elke mens regelmatig zou moeten doen: zichzelf onderzoeken… Het is al een mooie oefening als je je voorstelt dat Jezus aan je deur staat, en je doet open…

Zou ik Hem dan met open armen aan de deur begroeten? Of zou ik me moeten verkleden, voordat ik Hem binnen kan laten? Of een paar tijdschriften verstoppen en er betere lectuur voor in de plaats leggen?

Zou ik mijn wereldse muziek door goede vervangen? Zou ik trots zijn op de dingen die aan de muur te kijk hangen? Of zou ik het een en ander uit willen leggen en allerlei excuses maken?

En als de Heiland een paar dagen met me doorbracht, zou ik dan zeggen wat ik altijd zeg? Zou het leven voor mij gewoon doorgaan? Zou ik Jezus meenemen waarheen in van plan was te gaan? Of zou ik mijn plannen voor een paar dagen wijzigen? Zou ik blij zijn als Hij mijn naaste vrienden ontmoette? Of zou ik hopen dat ze wegbleven tot Zijn bezoek voorbij was?

Zou ik blij zijn als Hij steeds zou blijven? Of zou ik me opgelucht voelen als Hij tenslotte wegging? Laat ik proberen er precies achter te komen hoe ik zou zijn, als de Here Jezus persoonlijk kwam om een poosje met mij op te trekken.

De Bijbel roept ons op om onszelf te onderzoeken ‘of we nog in het geloof zijn’, want anders zijn we verwerpelijk.

Graaf Zinzendorf mediteerde ooit bij een schilderij van de gekruisigde Christus. Onder het schilderij hing een bordje: “dit heb Ik voor u gedaan, wat hebt gij voor Mij gedaan?” Bij deze meditatie werd hij zo verdrietig en kwam heel zijn leven hem voor de geest. We zouden dat eens meer moeten doen, mediteren bij het grote offer die een schuldenloze Jezus heeft gebracht omdat wij zouden kunnen leven. Dat kan ons helpen om te leren leven in het voetspoor van de Heiland, die zelfs op het kruis bad voor zijn bespotters.

“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons doen kennen.” Johannes 1:18

 

Kruis2

voor nu

Een tijd om te bidden

God, Geef ons de Kracht door Norman Vincent Peale

In gebed kan je antwoorden vinden, inzicht, nieuwe sterkte, zodat je het probleem weer aankan. Wat het ook is, je kan het nu aan God geven. Vraag Hem om je te helpen – en Hij zal het doen. Laat we daarvoor bidden :

Onze Hemelse Vader, help ons te onthouden dat in het midden van moeilijkheden en problemen we niet alleen zijn –
U bent er altijd voor ons, elke dag, elke nacht.
U komt in onze geest en ons hart binnen.
Dit geeft ons de kracht om met elke situatie en probleem om te gaan.

Help ons te weten dat wanneer we moed te kort komen en we naar U keren, dat U ons opnieuw zal vullen. Dat wanneer we gefrustreerd zijn, dat U ons een nieuwe greep
op het leven geeft en een nieuw gevoel van kracht. Mogen we ons volledig aan U overgeven door Jezus Christus , onze Heer, Amen.

het is nooit te laat

De passagiers hadden al plaatsgenomen aan boord van een oude DC3, die klaarstond om te vertrekken vanuit een plaats in Afghanistan.
Het regende pijpenstelen. Het vliegtuig had wat vertraging en de deuren werden snel gesloten. Op dat moment zag men iemand arriveren die naar het vliegtuig holde, half schuilend onder een regenjas.
De laatkomer bonsde energiek op de deur. De gezagvoerder seinde hem echter dat hij te laat was. Maar de man stond er op dat de deur voor hem geopend zou worden.
Algehele verbazing toen het de piloot bleek te zijn!
Laat u wellicht ook de ‘piloot’ van uw leven buiten de deur staan?Wellicht denkt u deze l evensreis te kunnen maken zon- der hulp van iemand. Misschien denkt u dat u zelf alle problemen op kunt lossen. En vervolgens staat u stil,net als het vliegtuig op het vliegveld.

Maar de piloot die u kan leiden,is er ook. Hij is niet te laat.
Jezus klopt op de deur van uw hart. Hoe vaak heeft Hij al moeten kloppen? Door een woord van een christelijke vriend,een bijzondere gebeurtenis, een vers uit de Bijbel, het Woord van God….

U hebt nog niet geopend. Waar wacht u op?

 

“Mijn 
rijkdom 
is 
niet 
in
 de
 hoeveelheid 
bezittingen, maar 
in 
de 
vermindering 
van 
mijn
behoeften.”
   – J
Brotherton

“De 
ergste
 zorgen 
in 
het 
leven 
zijn 
niet
 de 
verliezen, en 
het 
ongeluk, 
maar
 de angsten.”
  – A
 C 
Benson

“Kinderen 
hebben 
liefde
 nodig,
 vooral
 wanneer 
ze 
het 
niet
 verdienen.”
 –  Harold 
S
 Hulbert

“Het
 doel
 om
 macht
 te 
krijgen
 is 
om
 het
 terug
 te 
kunnen 
weggeven.”
-  Aneurin 
Bevan`

“Het geheim
 van 
al 
diegenen 
die 
ontdekkingen 
doen, 
is 
dat ze 
niets 
voor
 onmogelijk
achten.”
   –  Justin 
Liebig

Drie Bomen, Drie Dromen

Lang geleden stonden er op een heuvel drie kleine bomen. Ze stonden daar en droomden van wat ze later wilden worden “als ze groot waren”.

De eerste kleine boom keek naar de sterren en zei: “Ik wil een schat bewaren. Ik wil bekleed worden met goud en gevuld met kostbare stenen. Ik word de mooiste schatkist in de hele wereld!”

De tweede kleine boom keek naar de kleine stroom die beneden voorbij kronkelde op weg naar de oceaan. “Ik wil over verre wateren reizen en machtige koningen vervoeren. Ik wil het machtigste schip ter wereld worden!”

De derde kleine boom keek naar de vallei daar beneden waar ijverige mannen en vrouwen aan het werk waren in een ijverig stadje. “Ik wil helemaal niet weg van deze heuveltop. Ik wil zo groot worden dat de mensen later, wanneer ze hier voorbijkomen en naar me kijken, hun ogen naar de hemel richten en aan God denken. Ik wil de grootste boom van de wereld worden!”

Er gingen veel jaren voorbij. De regen kwam, de zon scheen, de kleine bomen groeiden en groeiden. En op een dag kwamen de houthakkers de heuvel opgewandeld.

De eerste houthakker keek naar de eerste boom en zei: “Dit is een prachtige boom. Het is echt de volmaakte boom voor mij”. En met een paar zwaaien van zijn blinkende bijl viel de eerste boom tegen de grond. “Nu gaan ze een mooie kist van mij maken; ik zal een kostbare schat bevatten”, dacht de eerste boom.

De tweede houthakker keek naar de tweede boom en zei: “Dit is echt een sterke boom. Een perfecte boom voor mij”. En met een paar zwaaien van zijn blinkende bijl ging ook die tweede boomtegen de grond. “Nu ga ik verre oceanen bevaren”, dacht de tweede boom. “Ik zal een groot schip worden dat machtige koningen vervoert”.

Maar de derde houthakker keek niet eens op. “Elke boom is goed voor mij”, gromde hij. En met een paar zwaaien van zijn blinkende bijl viel ook de derde boom om.

De eerste boom was blij toen hij in de werkplaats van de timmerman werd binnengebracht. Maar de timmerman maakte uit zijn hout een voederbak voor dieren. De eens zo fiere boom werd niet met goud bekleed en hij werd ook niet gevuld met een kostbare schat. Hij hing vol zaagsel en werd gevuld met hooi voor hongerige dieren.

De tweede boom glimlachte toen de houthakker hem binnenbracht op een scheepswerf. Maar er werd die dag helemaal geen machtig zeilschip gebouwd. De eens zo sterke boom werd in stukken gezaagd en er werd een eenvoudige vissersboot mee gebouwd. Hij was te klein en te zwak om op oceanen, of zelfs op een stroom te varen. In de plaats daarvan werd hij naar een meer gebracht.

De derde boom was totaal in de war toen de houthakker hem in een paar grote stukken hakte en hij zo werd achtergelaten op een grote houtstapel. “Wat gebeurt er toch met me?”, dacht de eens zo machtige boom. “Al wat ik wilde was om op die heuvel te blijven staan en mensen naar God te wijzen”.

Er gingen weer dagen en nachten voorbij. De drie bomen waren hun vroegere dromen helemaal vergeten. Maar op een nacht werd de eerste boom verlicht door een helder sterrenlicht toen een jonge vrouw haar pasgeboren kind in die voederbak legde. “Ik had zo gehoopt dat ik een wiegje voor hem had kunnen maken”, fluisterde haar man. De moeder nam zijn hand in de hare en glimlachte omdat het licht zo mooi op dat vuile en ruwe hout scheen. Dit wiegje is prachtig”, zei ze. En plots besefte de eerste boom dat hij op dit moment de kostbaarste schat van de hele wereld bevatte.

Op een andere avond nam een vermoeide man met zijn vrienden plaats in de oude vissersboot. De man viel in slaap terwijl de tweede boom langzaam over het grote meer voer. Plots begon het te bliksemen en stak er een vreselijke storm op. De kleine boot kraakte. Hij wist dat hij niet sterk genoeg was om zoveel reizigers veilig door dit stormweer te vervoeren. De vermoeide man werd wakker. Hij stond recht, strekte zijn hand uit en zei: “Weest stil”. Toen ging de storm even plots liggen als hij was begonnen. En toen begreep de tweede boom dat hij de Koning van hemel en aarde mocht vervoeren.

Op een vrijdagochtend werd de rust van de derde boom ruw verstoord toen de twee stukken van zijn stam werden weggehaald van die grote houtstapel. Hij wist niet wat er gebeurde toen hij verder gedragen werd langs die woedende menigte. Hij sidderde toen de soldaten de handen en voeten van een man aan zijn stam vastnagelden. Hij voelde zich angstig, schuldig en ellendig. Maar de volgende zondagochtend, toen de zon opkwam en de aarde beefde van vreugde; toen besefte die derde boom dat Gods liefde alles had veranderd. Het gebeuren had de derde boom sterk gemaakt. En iedere keer wanneer de mensen opkeken naar die boom zouden ze aan God denken. Dit was veel beter dan de grootste boom in de wereld te zijn. Hij was de boom die voor altijd naar de hemel mocht wijzen!

Zo zie je, God verhoort gebeden, maar niet altijd op jouw manier. Als je terugkijkt in je leven kan je Gods hand zien en zie je een rode draad. Je begrijpt waarom je niet direct kreeg wat je vroeg, zoals je dacht. Mocht je ooit in de put zitten omdat je niet hebt gekregen wat je had verwacht, blijf rustig en wees toch gelukkig. Misschien heeft God iets veel beter voor jou voorzien…

Gods’ brief aan jou

“Toen je deze morgen wakker werd, keek ik naar je en hoopte dat je met me zou praten, zelfs al was het maar een paar woorden, dat je mijn mening zou vragen of me zou danken voor iets goed dat gisteren in je leven gebeurd is. Maar ik merkte dat je te druk bezig was met het zoeken van de gepaste kledij voor die dag. Toen je rondliep in het huis en je klaarmaakte, dacht ik dat je een paar minuten de tijd zou nemen en me een gedag zou zeggen, maar je had het te druk.

Op een bepaald moment, had je 15 minuten niets anders te doen dan in een zetel te zitten. Dan zag ik je recht springen. Ik dacht dat je met mij wou praten, maar je ging naar de telefoon om een vriend te bellen. Ik bleef geduldig, de ganse dag lang.

Met al je activiteiten, denk ik dat je te druk bezig was om iets aan mij te zeggen. Ik zag dat je voor het middagmaal rondkeek, misschien voelde je je wel te verlegen om met mij te praten. Het is daarom dat je je hoofd niet gebogen hebt, of het een tijdje stil hebt gemaakt, zodat Ik jou iets kon zeggen. Je keek vier of vijf tafels verder en je zag een aantal van je vrienden kort met Mij praten, voor ze gingen eten. Jij deed dat niet. Dat is goed. Er blijft nog meer tijd over, en ik hoop dat je alsnog met Mij zal praten. Je ging naar huis, en het leek alsof je veel dingen te doen had.

Nadat je een aantal dingen gedaan had, zette je de tv aan. Ik weet niet of je van de tv houdt? Je brengt er heel wat tijd mee door. Je zit daar en denkt aan niets. Je geniet gewoon van de show. Ik wachtte weer geduldig terwijl jij naar tv keek en je avondmaal at, maar je praatte weer niet met mij.

Bij het naar bed gaan, voelde je je denk Ik te moe. Nadat je je familie een goede nachtrust gewenst had, plofte je in bed neer en viel in geen tijd in slaap. Dat is goed, want het is goed mogelijk dat je niet beseft dat Ik er altijd voor je ben. Ik heb geduld, meer dan je ooit zal weten.

Ik wil je zelfs leren hoe je met anderen ook geduld moet hebben. Ik hou zoveel van je, dat ik elke dag op een knikje, een gebed of een gedachte, of een dankbaar gedeelte van je hart wacht. Het is moeilijk om een eenzijdige conversatie te voeren.

Wel, je wordt opnieuw wakker. En opnieuw zal ik wachten, met geduld en dezelfde liefde, hopend op enige erkenning van Mijn bestaan, zoals Ik dat nochtans heb gelegd in alles waarmee Ik je heb omringd…

Je Vader.

 

De dag dat de zon niet scheen

We nemen al te vaak Gods zegeningen als heel gewoon aan. Pas als ze ons afgenomen worden, zien we hoe belangrijk zelfs de gewoonste gaven van God zijn. Er is een legende over de dag dat de zon niet opging.

Het was zes uur, maar het was nog donker. Om zeven uur was het nog nacht. Het werd twaalf uur en het leek net middernacht. Om vier uur ’s middags gingen de mensen met drommen naar de kerken om God om de zon te smeken. De volgende morgen gingen alle mensen heel vroeg naar buiten en tuurden naar de oostelijke hemel.
Toen de eerste zonnestralen zich vertoonden, barstten de mensen uit in gejuich en dankten God met luide stem voor de zon.
In Psalm 103 zegt de psalmdichter: ‘Loof de Here, mijn ziel, en vergeet niet één van Zijn weldaden.’ Omdat Gods goedheid zo constant is als de zon, lopen we gevaar te vergeten wat Hij iedere dag zo mild aan ons geeft. Als we onze zegeningen één voor één tellen, zullen we nooit het einde van Gods goedheid zien…

De Stem van de Vader

De ouderen onder ons kennen zeker nog het logo van de grammofoon waar de hond trouw luistert naar de stem van zijn meester. Hoewel zijn Meester er niet meer is, herkent hij de stem van zijn meester nog op de grammofoon. Hij is vertederd als hij zijn meester hoort spreken, als hij zijn meester hoort zingen en als de plaat naar zijn einde loopt is de hond door het dolle heen. Hij rent door de kamer en blaft het uit “Meester ik heb u gehoord, wat kan ik voor u doen ?”

Op een dag brak er brand uit in een groot flatgebouw. De mensen schreeuwden en vluchtten het gebouw uit. Zwarte rook trok door de gangen en vurige vlammen kropen langs de trappen naar boven. Her alarm rinkelde luid. 

Toen kwamen de brandweerauto’s. Je hoorde de bevelen toen de brandweermannen de waterstralen op het flatgebouw richtten. Overal spoot het water overheen, over de stenen, de bloembakken en de was die buiten hing te drogen. 

Spoedig was iedereen het gebouw uit, behalve een klein meisje. Zij stond bij het gebroken raam van haar kamer en schreeuwde door de dikke rook  heen die overal om haar heen kringelde. Waarom was zij niet met de andere mensen meegerend? Waarom was ze het huis niet uitgekomen? Omdat zij zo bang was dat ze niet wist wat ze moest doen. En ze was blind.

“Pappa, pappa,” schreeuwde zij steeds weer. Haar vader was boodschappen gaan doen en wist niets van de brand. “Meisje”, riepen de brandweermannen van beneden, “wij hebben een heel sterk vangnet, spring maar naar beneden, spring dan!”

Maar het blinde meisje luisterde niet naar de brandweermannen. Zij stond daar maar te huilen en te roepen om haar vader, terwijl het vuur steeds dichterbij kwam. Haar bed stond al in brand en elk moment konden de gordijnen boven haar hoofd vlam vatten. “Pappa, pappa”,  schreeuwde zij en de tranen rolden uit haar blinde ogen.

Juist toen kwam er een man de hoek om, hij liet zijn tassen vallen toen hij de brandweerauto’s zag. Hij zag de zwarte rook die uit de ramen kwam. Hij zag de vlammen in het gebouw. En hij zag zijn kleine meisje, dat zich met een bleek en betraand gezichtje vasthield aan het kozijn. Hij zag toen ook het grote vangnet dat door sterke mannen werd vast gehouden. En hij riep naar zijn kind: “Hier is pappa, spring maar, je moet nu springen!”

Opeens werd het meisje rustig. Het schreeuwen hield op en er verscheen een glimlach op haar gezicht. “Goed pappa,” riep zij, stapte het raam uit en liet zich naar beneden vallen. Zij was zo vol vertrouwen dat haar vader nooit zou toestaan dat zij zich zou bezeren en viel zonder een botje te breken of een spiertje te verrekken van de vierde etage in het vangnet. Zij vertrouwde haar vader helemaal. Toen zij zijn stem hoorde, deed zij precies wat hij haar zei. Dat vertrouwen, dat geloof, redde haar leven.

Het meisje nam de tijd om te luisteren. Dat is niet hetzelfde dan “horen”. 

Het is zoals Dechanet zegt : “Gods zachte stem gaat verloren in het tumult van het dagelijks leven”.

Neem daarom de tijd om stil te zijn, de tijd om even alle drukte te laten wegglijden.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar soms denk ik dat ik blind  ben. Ik bedoel niet dat ik niets kan zien, maar dat ik heel veel niet begrijp. Heel vaak vraag ik dan: “Waarom?” Waarom ging  in de voorbije weken een lieve vriendin en medewerkster dood? Waarom is er zoveel ellende in de wereld? Waarom kan ik niet alles wat ik wil? 

Dan lees ik mijn Bijbel en zie dan dat God steeds tegen mij zegt: “Stefaan. Dit is je hemelse Vader. Alles zal goed komen als je maar vertrouwen hebt in Mij. Ik zal voor je zorgen als je naar mijn stem wilt luisteren en doet wat ik zeg.” Opeens verdwijnen dan mijn angst en onzekerheid. Dat komt omdat God tegen mij praat. Dan durf ik mij in zijn sterke armen laten  vallen.

Angel

De wereld staat in brand

Terwijl ik elke dag de berichten hoor van de wereldwijde bosbranden, die mij in verwarring brengen, kan ik alleen achter de schermen een macht vermoeden die vast besloten is om de eeuwige prediking die Gods schepping is, te vernietigen. Langs een kant proberen mensen een beetje CO2-uitstoot te besparen, terwijl langs de andere kant de laatste ongerepte groene gebieden van de wereld in een snel tempo worden vernietigd…

Mijn gedachten gaan dan naar Australië, met zijn gigantische eucalyptusbomen. Er zijn ongeveer zeshonderd variëteiten eucalyptusbomen. Ze zijn allen – behalve zes – oorspronkelijk uit Australië en er is maar één soort die je daar niet vindt.

Deze bomen, die tot vijfenzeventig meter hoog worden, groeien als grote bossen in een gedeelte van Australië.

De bomen hebben verschillende manieren om natuurlijke rampen te overleven zoals brand, droogte en vrieskou, maar ze leven niet zolang als sommige eikenbomen en coniferen in de Noordelijke Hemisfeer.

Ze lijken meer vatbaar voor schimmels en termieten dan lang levende bomen. Door hun lange takken zijn ze gevoelig aan windschade, wat het binnenste hout blootstelt aan de aanvallen van fungus of insecten die de boom soms ondergraven of ziek maken. Eucalyptusbomen leven tot tweehonderd jaar, met enkele uitzonderingen, waarvan de oudste tot duizend jarige leeftijd raakten.

Sommige soorten hebben echter een merkwaardige bescherming tegen insecten en fungus. Van zodra de invasie plaatsvindt, vloeit er een rode plakkerige vloeistof, “kino” genoemd, over de beschadigde plek. Wanneer de kino in contact komt met de lucht, wordt het een harde helderrode massa die de wonde afsluit en op die manier wordt vijandelijke besmetting verhinderd.

De vloeistof vloeit soms met zo een kracht dat de aanvallende insecten weggewassen worden en soms zelfs vast zitten wanneer de vloeistof aanhardt. In de Noordelijke Hemisfeer zien we iets gelijkaardig bij dennenbomen, als een wonde afgedekt wordt met een taai wit hars. Daarom noemen we Eucalyptus, de “boom die bloedt”.

Tweeduizend jaar geleden was er een man – Jezus – die aan een houten kruis hing, terwijl hij meer dan dertig jaar lang alleen maar goed had gedaan. Een Romeinse soldaat boorde een speer in zijn zijde en het laatste beetje bloed vloeide uit zijn lichaam. De kracht van dat bloed dat toen vloeide is onbegrijpbaar. Het verdrijft alle kracht van de zonde die het hart van zelfs de zwakste van Gods kinderen zou binnendringen. Het verzegelt het leven van diegenen die Jezus aanvaarden, en het stelt hen in staat om geestelijk sterk in Hem te groeien.

De hoogste nog levende Eucalyptussen staan op Tasmanië. Het hoogste exemplaar staat in het Andromeda Forest en is nu 97 meter en daarmee de hoogste loofboom op aarde. Van zes andere Eucalyptussoorten zijn exemplaren van 80 tot 92 meter hoogte gemeten.